Toen Danielle wakker werd, lag Peters arm zwaar over haar middel. Zijn hand rustte tegen haar buik, zijn adem warm in haar nek. Buiten reed een auto door de straat, de verwarming sloeg aan, en een paar seconden lang voelde alles zoals het altijd had gevoeld. Toen dacht ze aan Chantal. Niet aan Bart. Dat verbaasde haar.
Ze bleef liggen met haar ogen dicht, maar de avond ervoor was al terug. Peters mond op haar huid, zijn handen, haar eigen haast om hem dichterbij te trekken. En die ene gedachte die zich midden in haar opwinding had vastgezet: dat hij diezelfde dag nog een andere vrouw had aangeraakt. Ze had gedacht dat het ’s ochtends minder zou zijn. Het was erger.
Voorzichtig draaide ze zich naar hem toe. Peter sliep nog. Donkere stoppels langs zijn kaak, zijn mond iets geopend, een blote schouder boven het dekbed. Ze keek de laatste tijd anders naar hem. Niet alleen als haar man, maar als man. Een man die gisteren door een andere vrouw was aangekeken, begeerd en gekust. Chantal had hem gekust. Maar hoe? Had zij hem eerst aangeraakt? Had Peter naar haar toe bewogen? Waren ze nog even blijven staan, allebei wetend dat ze konden stoppen? En wie had daar uiteindelijk geen behoefte meer aan gehad?
Peter opende zijn ogen en glimlachte slaperig. “Goedemorgen.” “Goedemorgen.”
Zijn hand schoof over haar heup. Haar lichaam reageerde direct; klein, verraderlijk, alsof het niet wilde wachten op haar toestemming. Peter merkte het. “Wat?” “Niks.” “Dat is nooit niks.” Danielle legde haar hand op zijn borst. “Ik wil weten wat er gisteren gebeurd is.” Zijn glimlach bleef, maar werd voorzichtiger. Ze herkende die blik onmiddellijk. Zo had zij maanden geleden gekeken toen Bart voor het eerst meer dan een naam tussen hen in was geworden. Peter draaide op zijn rug. Danielle bleef naast hem liggen, dicht genoeg om zijn gezicht te kunnen lezen. “Het begon met koffie,” zei hij. Ze trok één wenkbrauw op. “Natuurlijk.” Hij grinnikte. “Blijkbaar begint alles met koffie.”
De afspraak was uitgelopen. Een tweede kop werd besteld. Chantal had tegenover hem gezeten, haar ellebogen op tafel, en hem gevraagd of hij altijd zo beheerst was. Danielle luisterde zwijgend terwijl Chantal vorm kreeg uit Peters woorden: grappig, direct, soms iets te snel pratend wanneer ze nerveus werd. Iemand die hem kennelijk al langer aantrekkelijk vond dan hij zelf had doorgehad. Dat laatste bleef hangen. Peter vertelde dat ze later buiten naast elkaar hadden gestaan. Hoe dichtbij Chantal ineens was gekomen. Hoe haar parfum rook toen ze naar hem toe boog. Hoe ze hem aankeek zonder weg te kijken. “En toen?” vroeg Danielle. “Toen kuste ze me.” Ze hield zijn blik vast. “Of misschien kuste ik haar terug voordat ik besefte dat ze begonnen was.” Er trok iets heets door haar buik. Niet alleen jaloezie. Dat zou eenvoudiger zijn geweest. “En daarna?” “Toen nog een keer.” Hij zei het rustig, zonder opsmuk. Juist daardoor zag ze het voor zich: Chantal dicht tegen hem aan, Peters hand op haar middel, niet aarzelend of afwerend, maar bewust. Kiezend.
Danielle keek naar diezelfde hand, nu ontspannen op het dekbed. “Wilde je haar?” vroeg ze. Peter bleef even stil. Niet uit schaamte, dacht ze. Omdat hij wist dat dit antwoord ertoe deed. “Ja.” Geen uitleg. Geen geruststelling. Alleen ja.
Danielle stapte uit bed en liep naakt naar de badkamer. Ze draaide de douche open en bleef voor de spiegel staan terwijl het water warm werd. Haar eigen gezicht keek haar aan: wakker, onrustig, zichtbaar aangedaan door een vrouw die ze niet kende. Ze stelde zich voor dat Chantal voor Peter had gestaan. Dat hij haar had aangeraakt zoals hij haar aanraakte. Dat zijn mond over haar huid was gegaan, dat zijn handen haar zonder twijfel hadden vastgepakt. Het beeld irriteerde haar. Haar lichaam bleek daar een volkomen andere mening over te hebben.
Peter kwam even later binnen. Hij bleef in de deuropening staan en keek haar via de spiegel aan. Niet alleen naar haar lichaam, maar naar haar gezicht. “Je denkt nog aan haar.” “Aan haar,” zei Danielle. Hij knikte. Ze draaide zich om. “Hoe was ze?” Peter aarzelde net lang genoeg om haar ongeduldig te maken. “Mooi.” “Alleen mooi?” “Zelfverzekerd.” Zijn blik gleed langzaam over haar lichaam en kwam terug bij haar ogen. “Ze wist wat ze wilde.” De woorden prikten, omdat Danielle meteen begreep wat hij bedoelde. Chantal had niet gewacht tot Peter haar twijfel wegnam. Ze had hem gewild, en was dichterbij gekomen. “En jij?” vroeg Danielle. “Wist jij wat je wilde?” Peter zette een stap naar haar toe. Zijn duim streek langs haar kaak. “Niet meteen.” “En daarna?” “Toen ze me kuste wel.” Danielle pakte zijn pols vast. “Wat wilde je dan?” Zijn ogen bleven op de hare. “Haar weer kussen.”
Dat antwoord kwam harder aan dan ze verwachtte. Ze trok hem zonder iets te zeggen de douche in. Warm water stroomde over hun schouders en langs hun lichamen. Peter ging achter haar staan, zijn borst tegen haar rug, zijn handen laag op haar heupen. De aanraking was vertrouwd, maar de gedachte erachter niet. Danielle wist ineens te goed dat die handen gisteren ook een ander lichaam hadden verkend. Ze draaide zich om en duwde hem met zijn rug tegen de tegelwand.
“Dacht je aan mij?” vroeg ze. “Ja.” “Toen je haar kuste?” “Ja.” “Toen je haar aanraakte?” Zijn hand gleed over haar zij, langzaam, alsof hij haar niet wilde ontwijken maar ook niets hoefde te bewijzen. “Ja.” “Maar je deed het wel.” Peter knikte. “Ja.” Dat ene woord trok laag door haar heen.
Danielle kuste hem hard. Niet netjes, niet voorzichtig. Zijn mond opende zich onder de hare en hij greep haar onmiddellijk steviger vast, één hand in haar haar, de andere onder haar bil, waarmee hij haar tegen zich aantrok. Ze voelde zijn opwinding tegen haar buik en liet een korte ademhaling ontsnappen die verdween in het geluid van het water.
Peter kuste haar hals, haar sleutelbeen, lager. Zijn mond sloot zich om haar borst terwijl zijn hand over de andere gleed, zijn duim langzaam en doelgericht. Danielle liet haar hoofd tegen de tegelwand rusten. De gedachte aan Chantal flitste weer door haar heen: haar mond, haar handen, Peter die haar wilde. In plaats van haar weg te duwen, maakte het Danielle scherper. Ze trok zijn gezicht omhoog. “Was ze beter dan ik?” Peter keek haar aan. Water liep langs zijn wimpers en kaak. “Danielle…” “Zeg het.” Hij hield haar blik vast. “Ze was anders.”
Het had pijn moeten doen. Misschien deed het dat ook, ergens. Maar het mengde zich met iets anders, iets warmer en gevaarlijker. Anders betekende dat Chantal geen vervanging was. Geen vergelijking die gewonnen of verloren kon worden. Danielle liet haar hand tussen hen in zakken, voelde hoe sterk hij reageerde op haar aanraking, en zag zijn ademhaling breken. Ze kuste hem opnieuw, trager nu.
Peter draaide haar om, duwde haar zacht maar beslist tegen de tegels en gleed met zijn hand tussen haar dijen. Danielle hapte naar adem. “Vertel me niet dat je niet jaloers bent,” fluisterde hij tegen haar oor. “Ik ben niet jaloers.” “Nee?” Zijn vingers bewogen verder, geduldig genoeg om haar tegen wil en dank te laten ontspannen. Danielle kneep haar ogen dicht en voelde haar knieën zachter worden. “Ik wil je,” zei ze. Peter stopte even. Niet helemaal, maar genoeg om haar naar hem te laten kijken. “Dat weet ik.” “Nee,” zei Danielle, terwijl ze hem bij zijn nek naar zich toe trok. “Nu. Omdat ik weet dat zij jou ook wilde.”
Zijn blik veranderde. Niet triomfantelijk. Donkerder.
Hij tilde haar op tegen de wand, en Danielle sloeg haar benen om hem heen. Het water stroomde over hun gezichten terwijl hij haar kuste, dieper nu, zonder voorzichtigheid. En juist toen Chantal uit haar hoofd had moeten verdwijnen, gebeurde het tegenovergestelde. Danielle zag haar niet werkelijk. Ze kende haar gezicht nauwelijks. Toch was ze daar, ergens tussen Peters handen en de manier waarop hij haar vasthield. Niet als een beeld dat Danielle wilde verdrijven, maar als het besef dat een andere vrouw ditzelfde verlangen in hem had wakker gemaakt. Dat Peter gisteren naar iemand anders had gekeken en haar had gewild. Danielle voelde hoe dat besef zich mengde met alles wat vertrouwd was. Met Peters lichaam tegen het hare, met de zekerheid waarmee ze hem kende, met haar jaloezie en met het veel ongemakkelijkere feit dat die jaloezie haar verlangen niet kleiner maakte. Integendeel. Ze hield zich steviger aan hem vast. Niet om Chantal buiten te sluiten. Voor het eerst liet ze haar juist bestaan.
Later stonden ze zwijgend onder het water. Haar voorhoofd rustte tegen zijn schouder, zijn hand streek langzaam over haar rug. Chantal was nergens te zien. En toch was ze aanwezig. Niet als bedreiging, maar als een scherpe nieuwe laag in iets dat jarenlang vanzelfsprekend was geweest. Peter was niet veranderd. Maar Danielle keek anders naar hem.
Beneden in de keuken maakte Peter koffie terwijl Danielle een boterham doormidden sneed en vergat er iets op te doen. Het voelde bijna belachelijk normaal, tot hij zijn mok neerzette. “Bart?” Alleen zijn naam. Danielle keek op. Haar eerste neiging was hem kleiner te maken: Bart relativeren, zeggen dat hij niet haar type was, dat ze niet wist waarom juist hij zo onder haar huid was gekropen. Maar ze hoorde zichzelf al voordat ze begon. Alsof niet begrijpen betekende dat ze niet gekozen had.
Peter wachtte. Wilde ze Bart weer zien? Niet of het verstandig was. Niet of ze het durfde. Niet of het iets betekende. Wilde ze hem zien? Danielle keek naar haar handen. “Ja.” Peter knikte. Meer niet.
Dat ene woord bleef de hele ochtend bij haar. In de auto. Tijdens haar eerste afspraak. Achter haar laptop, terwijl iemand tegenover haar praatte en zij knikte zonder later nog te weten wat er was gezegd. Tegen lunchtijd pakte ze haar telefoon. Legde hem weer neer. Tien minuten later pakte ze hem opnieuw. Bart stond niet bovenaan in haar berichten. Ze moest scrollen. Zijn naam alleen al veroorzaakte die bekende verschuiving in haar buik. Ze opende het gesprek en las terug. Plagerijen. Voorzichtige toenaderingen. Momenten waarop hij iets probeerde en zij hem afremde. Andere momenten waarop zij zelf de deur weer op een kier zette. Bart had haar niet meegesleurd. Hij had deuren geopend. Zij was erdoorheen gelopen.
Ze liep naar het raam. Buiten fietste een vrouw voorbij met een kind achterop. Een bestelbus stopte verderop. Iemand trok een kliko over straat. Een doodgewone woensdag. Danielle dacht aan Peter en Chantal. Aan hoe eenvoudig vrijheid klonk zolang het een idee bleef. Aan hoe anders het voelde wanneer degene van wie je hield die vrijheid werkelijk gebruikte.
Daarna dacht ze aan Bart. Niet aan de hotelkamer. Aan hem. Aan zijn blik wanneer hij merkte dat ze nerveus werd en haar niet redde met een grapje. Aan zijn irritante kalmte. Aan het ongemakkelijke gevoel dat hij haar soms beter leek te begrijpen dan zij zichzelf. De gedachte kwam zonder tegenargument. Ik wil hem zien.
Ze ging weer zitten en opende zijn naam. Haar vingers bleven boven het toetsenbord hangen. Ze typte een veilige opening, wist hem, probeerde iets luchtigs en verwijderde ook dat. Toen dacht ze aan Peter. Aan Chantal. Aan haar eigen “ja” aan de keukentafel. Danielle glimlachte. Voor het eerst hoefde Bart de volgende deur niet te openen.
Ze typte een vraag. “Wanneer zie ik je weer?” Geen emoji. Geen werkexcuus. Geen ontsnappingsroute. Haar duim bleef één seconde boven verzenden hangen. Toen drukte ze. Het bericht sprong naar rechts. Blauw. Danielle draaide haar telefoon om en legde hem met het scherm naar beneden op tafel. Haar hart bonsde veel te hard voor één vraag. Maar dit keer voelde het niet alsof haar iets overkwam. Niet alsof Bart iets bij haar losmaakte. Niet alsof Peter haar toestemming gaf.