Het felle tl-licht van de buurtsupermarkt accentueert de donkere kringen onder Elena's ogen. Ze draagt een vale, oversized trui die ze de afgelopen dagen niet heeft uitgetrokken, en een afgewassen spijkerbroek. Haar haar is haastig samengebonden in een slordige knot, een paar losse plukken hangen langs haar bleke gezicht. Ze trekt een karretje los uit de rij. Een vrouw die met een kleuter op de arm de winkel verlaat, houdt even in. Haar blik glijdt afkeurend over Elena's verkreukelde kleding en vermoeide gezicht. De vrouw trekt haar kind instinctief iets dichter tegen zich aan en loopt dan haastig door. Elena merkt de blik op, maar het raakt haar niet. Ze duwt de kar de winkel in en loopt langs de schreeuwerige aanbiedingen op de kop van de schappen.
Verderop in het gangpad wordt de doorgang geblokkeerd door twee oudere mannen. Ze leunen op de handvatten van hun winkelwagens en voeren een luidruchtig gesprek over de recente wegenwerken in de buurt. Elena stopt op een paar meter afstand en wacht zwijgend. Het geklaag over wegomleidingen en verdwenen parkeerplekken klinkt haar buitenaards in de oren. Het is de taal van een alledaagse realiteit waar ze al maanden geen onderdeel meer van uitmaakt. Pas wanneer één van de mannen haar opmerkt, zijn verhaal afbreekt en een stap opzij schuift, prevelt ze een kort dankjewel en manoeuvreert ze haar kar tussen de mannen door. Zonder verder te treuzelen pakt ze een doos eieren, een pak melk en een fles allesreiniger uit de schappen en legt ze in de kar. Ze loopt door naar de kassa en sluit achteraan aan in de rij.
Voor haar legt een man tergend langzaam zijn appels en een krop sla op de band. Elena wacht geduldig af. Wanneer het haar beurt is, haalt ze haar boodschappen uit de kar en legt ze voor zich neer. De caissière, een vrouw van ergens in de vijftig met een praktisch kortgeknipt kapsel, knikt haar vriendelijk toe terwijl ze de eieren over de scanner haalt. "Goedemiddag," klinkt het routineus. Elena dwingt een korte, beleefde glimlach op haar gezicht en prevelt zachtjes een groet terug. Het is een vluchtig, normaal menselijk contact, maar het voelt alsof ze een andere taal spreekt dan de rest van de wereld. Zodra het totaalbedrag op het scherm verschijnt, pint ze, stopt de bon in haar jaszak en loopt met haar kar de automatische schuifdeuren door, de kille buitenlucht in.
Terug in haar appartement zet ze de boodschappentassen op het aanrecht. Ze haalt de producten er één voor één uit en ruimt ze in de keukenkastjes. Daarna vult ze de waterkoker en drukt de schakelaar omlaag. Het borrelende geluid van het water is het enige wat de leegte even opvult. Ze maakt een mok oploskoffie, trekt een stoel naar achteren en gaat aan de kleine keukentafel zitten. Ze wikkelt haar handen om de warme mok en neemt een slok. De koffie brandt in haar keel. Ze staart zwijgend voor zich uit. Haar ogen vallen op de dikke laag stof op de afzuigkap. In de hoeken van de vloer hebben zich grijze plukken vuil verzameld en op het aanrecht zitten nog de opgedroogde, bruine koffiekringen. Het appartement is een smerige, verwaarloosde weerspiegeling van de chaos in haar hoofd. Het aanzicht irriteert haar mateloos. Ze zet de halfvolle mok met een harde tik op tafel en staat op. Ze dwingt zichzelf om in beweging te komen.
Ze trekt het kastje onder de gootsteen open en haalt er een plastic emmer uit. Ze draait de kraan open, laat het hete water kletteren en voegt een ruime scheut allesreiniger toe. De geur van citroen vult de keuken. Elena pakt een schuurspons en een doek. Ze begint bij het aanrechtblad en boent de roestvrijstalen randen. Ze focust uitsluitend op de fysieke handeling, op de wrijving van de spons tegen de tegels en het schuimen van het zeepsop.
Ze verplaatst zich naar de badkamer. Ze zakt op haar knieën en dompelt de spons onder in het hete water. Haar handen worden rood en de huid trekt, maar ze negeert het ongemak. Met krachtige, cirkelvormige bewegingen schrobt ze de voegen. Het branden in haar schouderspieren en het zweet dat langs haar slapen glijdt, blokkeren haar brein. Zolang ze haar spieren spant en doorduwt, komen de beelden van Chris en de vele ruzies niet binnen. Wanneer de badkamer schoon is, pakt ze de dweil en begint ze aan de gang. Ze duwt de dweil voort, trekt hem terug en spoelt hem uit in de emmer. Het schrapen over de vloer geeft een eentonig ritme.
Dan klinkt er een harde bons op de voordeur. Elena schrikt op. Haar handen verkrampen rond de steel van de dweil. Het water druppelt uit de dweil op de natte vloer. Er volgt een tweede, nog hardere reeks slagen, vlak achter elkaar. Ze laat de dweil los. De steel valt met een doffe klap tegen de muur. Ze veegt haar natte handen af aan de zijkant van haar spijkerbroek en staart naar de deur. Ze houdt haar adem in en sluit haar ogen. Ze is hier niet. Ze wil hier niet zijn.
"El, kom op." De stem klinkt schor en vermoeid. "Ik weet dat je er bent. Doe alsjeblieft open." Het is Dave. Niet de tourmanager, niet Chris, maar Dave. De bassist. De vredestichter. Elena opent haar ogen en laat haar handen langzaam zakken. De paniek in haar borst maakt plaats voor een zwaar, drukkend soort weerzin. Dave zou hier niet moeten zijn. De band zit ergens in Duitsland of Polen, op tour. Dat hij hier staat, betekent dat de machine tot stilstand is gekomen.
Ze zucht, loopt met zware stappen naar de deur en draait ze het slot om. De metalen pinnen schuiven met een harde klik terug in de cilinder. Ze trekt de deur open. Dave staat op de drempel. Hij leunt met één hand tegen de muur van het trappenhuis. Zijn gezicht is grauw en de donkere kringen onder zijn ogen steken af tegen zijn bleke huid. Hij ruikt naar zweet en verschraalde koffie. Zijn donkere T-shirt zit vol kreukels, alsof hij erin heeft geslapen, en zijn blik zoekt direct de hare. Elena trekt de deur iets verder open. "Hoi," zegt ze stil.
"Mag ik binnenkomen?" vraagt hij. Zijn stem klinkt schor. Ze beantwoordt zijn vraag niet met woorden, maar doet een stap opzij, waarbij haar natte sneakers een zacht, piepend geluid op het linoleum maken. Dave schuift langs haar heen en loopt door naar de woonkamer. Hij stopt in het midden van de kamer, laat zijn blik over de dichtgetrokken lamellen glijden en kijkt dan naar de half uitgepakte reistas die in een hoek naast de boekenkast ligt. Hij zegt niets maar laat zich met een zucht op de bank vallen. Hij plant zijn ellebogen op zijn knieën en wrijft met beide handen stevig over zijn gezicht.
Elena volgt hem, maar blijft bij de deuropening staan. Ze slaat haar armen over elkaar en kijkt hem vragend aan. "Het spijt me dat ik zomaar voor je deur sta," zegt Dave, terwijl hij zijn handen laat zakken en opkijkt. De huid onder zijn ogen is grauw. Het is het gezicht van een man die de afgelopen nachten nauwelijks geslapen heeft. Hij leunt iets verder naar voren. "Maar we hebben een probleem," voegt hij eraan toe. "Een groot probleem." De woorden hangen tussen hen in. Hij wacht op een reactie, maar Elena houdt haar kaken op elkaar. Ze staart naar de moddervegen op zijn schoenen. "Wat is er?" vraagt ze uiteindelijk, waarbij ze haar stem zo vlak mogelijk houdt.
"Chris is compleet ontspoord," zegt Dave. Hij slaat zijn ogen neer en staart naar de vloer. "Sinds jij vertrokken bent, weigert hij te repeteren." Hij spreekt de zinnen uit zonder pauzes, een feitelijke opsomming die hij vermoedelijk al urenlang in zijn hoofd heeft gerepeteerd tijdens de rit hiernaartoe. "Hij drinkt. Non-stop. Dwangmatig, tot er niets meer in de fles zit." Hij ademt hoorbaar in door zijn neus. "Gisteravond hebben we de soundcheck moeten afblazen omdat hij niet eens op zijn benen kon staan. Hij weigerde zijn gitaar om te hangen en viel in slaap in de kleedkamer." Elena kijkt naar Dave zijn handen. Zijn rechterduim plukt nerveus aan een losgeraakte draad op de knie van zijn spijkerbroek. Het is een tic die hij uitsluitend vertoont als de spanning onhoudbaar wordt. Ze luistert naar het schrapende geluid van zijn nagel tegen de stugge denim.
Een scherpe pijn trekt door haar keel. De impuls om te vragen waar Chris nu is, of iemand hem water heeft gegeven en of hij heeft geslapen, stijgt op in haar borstkas. Het is een reflex, gevormd doordat ze al die tijd de verzorger van de groep speelde. Ze slikt. Ze spant de spieren in haar kaken aan en bijt hard op de binnenkant van haar wang. De koperachtige smaak van bloed vermengt zich met het speeksel in haar mond. Ze weigert toe te geven aan de impuls. Als ze nu één vraag stelt over zijn welzijn, trekt ze de deur weer open en stapt ze terug in het wespennest dat ze net is ontvlucht. Ze verplaatst haar gewicht naar haar rechterbeen en klemt haar armen nog iets steviger over elkaar. Ze zegt niets.
Dave stopt met het plukken aan de draad en slaat met een vlakke hand op zijn bovenbeen, een onverwacht harde klap. "De crew raakt in paniek," gaat hij verder, zijn stemvolume een fractie luider nu hij geen antwoord krijgt. "De roadies weten niet of ze de vrachtwagens moeten inladen. Het management hangt elk half uur aan de lijn en dreigt de rest van de tour te annuleren als hij vanavond niet op dat podium staat." Hij kijkt op en zoekt haar blik. De doffe uitputting in zijn gezicht heeft plaatsgemaakt voor een zichtbare wanhoop. Hij zit hier niet als de vriend die komt checken hoe ze zich voelt na de breuk; hij zit hier als de woordvoerder van de band en het management. "We vallen uit elkaar, El," zegt hij. Hij schuift naar het puntje van de bank, het leer kraakt zachtjes onder zijn gewicht, en hij leunt met zijn hele bovenlichaam haar kant op.
"We kunnen dit niet zonder jou redden," zegt hij. Zijn donkere ogen fixeren zich op haar gezicht, weigerend haar blik los te laten. "Jij was de enige naar wie hij nog een beetje luisterde. Nu ben je weg en schijt hij op alles en iedereen. Mark slaat dicht en mij vliegt hij aan als ik hem tegenspreek. Het stort in elkaar, El." Hij haalt diep adem. Het is een pijnlijk gezicht voor de man die achter op het podium altijd de stille, stabiele kracht was. Hij spreidt zijn handen in een open, smekend gebaar. "Kom alsjeblieft terug," smeekt hij, de woorden ontdaan van elke vorm van trots. "Gewoon om ons dit te laten afmaken."
Elena zucht. "Dave," begint ze. Haar stem klinkt droog, alsof ze al dagenlang niet gepraat heeft. "Ik heb geprobeerd om hem overeind te houden. Dat heb je zelf gezien. Ik ben tot zes uur 's morgens wakker gebleven om hem koffie in te gieten, ik heb tegen de promotors gelogen telkens de soundcheck uitliep. Maar het haalde niets uit." Ze stopt even. "Hij zonk steeds verder weg. Mijn aanwezigheid was een dekmantel, Dave. Terwijl jullie gitaar stonden te spelen, was het enige wat ik nog deed de puinhoop achter zijn rug opkuisen. En elke keer nam hij de volgende dag een beetje meer vrijheid."
Ze verplaatst haar grip op haar eigen armen, haar nagels drukken in de stof van haar trui. Dave kijkt haar zwijgend aan. "Ik kan het niet meer, sorry," zegt Elena, haar volume nauwelijks harder dan een fluistering. "Ik heb alles gegeven wat ik in me had, en ik heb mezelf daarvoor weggecijferd. Als ik nu toegeef, dan geef ik hem de bevestiging dat hij wegkomt met alles wat hij geflikt heeft." Ze kijkt op. "En dan vreet hij me op tot er niets meer van me over is."
Dave staart naar het tapijt, zijn kaken op elkaar geklemd. Hij plukt niet meer aan de draad van zijn spijkerbroek. De wetenschap dat hij zijn laatste kaart heeft uitgespeeld, vertaalt zich in het trage inzakken van zijn schouders. De fysieke spanning verlaat zijn lichaam en maakt plaats voor pure uitputting. Hij trekt zijn lippen even naar binnen, bevochtigt ze, en opent dan zijn mond. "Ik geef je niet de schuld," zegt hij uiteindelijk. Zijn stem is laag, de klank trilt licht in zijn keelgat. Hij tilt zijn hoofd op en kijkt haar recht aan. De donkere kringen onder zijn ogen benadrukken de wallen in zijn gezicht. "Ik snap waarom je bent weggegaan. En ik heb nog steeds veel respect voor je. Echt waar. Dat meen ik."
Dave leunt iets naar achteren, het leer van de bank kraakt onder zijn beweging. "Ik wou dat het anders was gelopen," gaat hij verder, waarbij hij zijn blik even naar de half uitgepakte reistas op de vloer laat glijden voordat hij weer naar haar kijkt. "Maar het enige wat ik je verwijt... is dat je dit niet rechtstreeks tegen hem hebt gezegd. Dat je gewoon die bus bent weggegaan zonder hem uit te leggen waarom je niet meer verder kon. Zonder hem de kans te geven om überhaupt te reageren of te begrijpen dat dit echt het definitieve einde was."
De beschuldiging raakt haar harder dan ze wil toegeven. Een kramp trekt door haar maag. Het is de naakte waarheid; ze heeft de verbale confrontatie vermeden uit angst dat hij haar weer zou overhalen om te blijven. De beelden van de voorbije weken flitsen door haar hoofd. De lege flessen, de wazige blik in zijn ogen, de volstrekte onmogelijkheid om nog tot hem door te dringen wanneer de alcohol het stuur overnam. Ze slikt de droogte in haar keel weg. Ze weigert weg te kijken en fixeert haar blik op Dave. "Zou het een verschil hebben uitgemaakt, Dave?" vraagt ze.
Dave houdt haar blik vast. Hij zoekt ongetwijfeld naar een weerwoord, naar een argument dat haar ongelijk bewijst. Hij wil geloven dat één goed gesprek Chris had kunnen redden. Maar de harde realiteit weegt zwaarder dan zijn loyaliteit aan de frontman. Het besef trekt de laatste weerstand uit zijn houding. "Waarschijnlijk niet," geeft hij toe. De woorden klinken hol en schor. Het is de definitieve capitulatie van de bassist, de man die altijd de boel bij elkaar hield. Hij weet net zo goed als zij dat geen enkele uitleg, geen enkele waarschuwing, de val van Chris nog had kunnen stuiten.
Hij plant zijn grote, met eelt bedekte handen op de bank en duwt zich met een hoorbare zucht omhoog. Hij torent direct boven Elena uit in de smalle woonkamer, maar zijn postuur mist de massieve kracht die hij normaal gesproken op het podium uitstraalt. Hij is een oververmoeide man, verslagen door omstandigheden waar hij geen controle over heeft. Hij loopt langzaam op haar af, zijn zware laarzen dreunen op de vloerplanken. Vlak voor haar stopt hij. Hij buigt zich naar voren en drukt een droge kus op haar wang. De stugge haren van zijn stoppelbaard schuren even over haar huid. "Zorg goed voor jezelf, El," zegt hij zacht. Hij slikt, zijn adamsappel beweegt in zijn keel. "Je bent bij mij altijd welkom. Dat weet je."
Elena knikt kort. De brok in haar keel maakt spreken onmogelijk, ze voelt het vocht prikken achter haar ogen, maar ze weigert te huilen. Ze stapt een halve meter opzij en maakt de doorgang naar de gang vrij. Dave passeert haar. De stof van zijn mouw strijkt ruw tegen haar arm. Hij loopt door naar de voordeur. Ze kijkt naar zijn brede rug, naar de donkere stof van zijn T-shirt. Zijn hand pakt de klink en hij trekt de deur open. De luchtstroom uit de traphal blaast een kille tocht naar binnen, die de geur van haar poetsmiddel direct verdringt.
Op dat moment klinken er stemmen in de traphal. Een heldere vrouwenstem vraagt: "Is Elena hier?" De klank is stellig en ongeduldig. Elena's ademhaling stokt onder in haar keel. Haar vingers, die ze al die tijd in de stof van haar trui geklemd hield, laten los en vallen slap langs haar lichaam. "We komen haar halen," vult een mannenstem aan, met een lager en steviger timbre. De woorden echoën tegen de betonnen muren van de hal en dringen ongefilterd haar appartement binnen. Ze zet langzaam een stap achteruit en begint te huilen.