
Ik had verwacht dat we na aankomst meteen naar Henry’s ouders zouden gaan, ik ben ten slotte zijn nieuwe vrouw en wil graag voorgesteld worden. Maar ze zijn de Koning en Koningin van Engeland en hebben blijkbaar andere dingen te doen. En zo gaat de eerste dag gaat voorbij zonder dat we richting hun paleis Whitehall gaan. Als ik Henry er naar vraag haalt hij zijn schouders op: ‘dat komt vanzelf wel, lieve. gewoon afwachten tot hij ons kan ontvangen.’ Als hij mijn teleurstelling ziet zegt hij: ‘ik weet iets beters, doe vanavond je mooiste baljurk aan. Het seizoen is net begonnen en ik ga met je pronken.’ Ook dat nog
Ik besef dat mijn bestaan totaal anders is geworden dan ik graag had gewenst voor mezelf. In plaats van een rustig ongebonden leven in het afgelegen Northumberland, ben ik midden in de heksenketel die Londen heet terecht gekomen. Met heimwee denk ik terug aan mijn vroegere leven en aan die mooie lakei waarop ik verliefd werd.
Entree in de ‘Ton’
Maar dan realiseer ik me dat ik niet kan blíjven treuren om iets wat niet meer is, het zal er niet anders van worden. Ik besef ineens ten volle dat ik er hier het beste van moet zien te maken, en dat ga ik doen ook.
Mijn volledige garderobe is met een speciale wagen meegekomen en terwijl mijn nieuwe kamermeisjes Sophie en Jo alles uitpakken en in kasten hangen houd ik toezicht. En ja, daar is de jurk die ik vanavond wens aan te doen. Hij is schitterend, wit brokaat met daarop in het lichtgrijs geborduurde bloemmotiefjes. In de harten van die bloemen zijn honderden kleine saffieren steentjes verwerkt, waardoor de jurk als ik onder de kroonluchters doorwandel bijna licht lijkt af te geven. Hij accentueert daardoor mooi mijn donkere haren en enigszins getinte huidskleur.
Als ik op het afgesproken tijdstip de trap naar de centrale hal afdaal staat Henry me al op te wachten. Met glinsterende ogen beziet hij me en klapt dan in zijn handen, terwijl hij luid ‘schitterend!’ zegt. Hij ziet er trouwens ook prachtig uit. Hij draagt een blauwfluwelen jas, afgezet met goudstiksels en daaronder een goudkleurige Gillette. Een witte kniebroek maakt het geheel af en zijn haren draagt hij zoals gewoonlijk in een staart.
Zodra ik binnen zijn handbereik ben trekt hij me tegen zich aan en fluistert hij: ‘ik zou je zo mee terug willen nemen naar je kamer, lieve en je eindeloos lang willen bezitten. Je bent betoverend mooi, je zult de sensatie van de avond zijn.’ Zijn woorden doen me een genoegen, ik heb dus niet voor niets zo mijn best gedaan. En dat hij me alweer wil nemen, tja, ik weet inmiddels hoe hij is, volgens mij laat hij zijn fallus vooral het denkwerk doen.
‘Waar gaan we eigenlijk heen?’ vraag ik, als we in de koets gezeten zijn, die zich inmiddels een weg zoekt door de drukke lanen van Hyde Park. ‘Heb ik je dat nog niet vertelt?’ vraagt Henry, verbaasd kijkend. ‘We gaan naar Buckingham.’ Als ik hem vragend aankijk verduidelijkt hij zich: ‘de Hértog van Buckingham, de grootste blaaskaak van ons rijk. Alles bij die kerel draait om macht en daarna om vrouwen, er is er niet éen veilig bij hem.’ Hoor wie het zegt bedenk ik me en kan een giecheltje niet onderdrukken. ‘Wat is er, mijn Prinses, mag ik ook meegenieten?’ vraagt Henry dan. Ohw ja, dat ben ik nu, een prinses, niet te geloven. Dan haal ik mijn schouders op en zeg ‘ohw, nee beter van niet, Uwe Hoogheid, het is een binnenpretje en dat kan daar ook maar beter blijven.’ Dan grinnikt Henry maar een beetje mee en laat hij het verder rusten.
Als we het paleis van de Hertog bereiken staat er een file van koetsen, maar die van ons wordt er vervolgens langs geleid. ‘Het voordeel van Prins zijn’ zegt Henry, als hij me verbaasd ziet kijken. Nou, aan dit soort privileges kan ik wel wennen. De ontvangst is fenomenaal. Het paleis is prachtig versierd met groen en overal staan fakkels die het geheel sfeervol verlichten. In de centrale hal staan de gastheer en zijn vrouw ons op te wachten. Als eerste word ik welkom geheten door de Hertog, die mijn hand nadat hij er een kus op gaf niet meer loslaat. En hij bekijkt me zo lang dat het gênant wordt.
‘Kijk je er niet al het moois vanaf, Buckingham?’ zegt Henry dan, enigszins geïrriteerd.
Bijna laat ik een giecheltje ontsnappen, wat is dit nu ineens? Jaloezie?
‘Verontschuldigt u mij, Uwe Hoogheden’ reageert de Hertog dan, snel mijn hand loslatend. ‘Vertel eens Henry, hoe komt het dat we deze schoonheid niet eerder hebben mogen aanschouwen?’
‘Omdat je misschien eens verder moet kijken dan het benauwende Londen, Buckingham?’ reageert Henry gevat.
Ondertussen heb ik mijn blik gericht op Lady Buckingham, die nog net niet met haar ogen rolt de woordenwisseling van de heren geamuseerd gadeslaat. Ze geeft me een knipoogje en dan maakt ze een lichte buiging naar mij, die ik met een knikje beantwoord. Op haar ‘aangenaam met u kennis te maken, Uwe Hoogheid’ reageer ik met ‘het genoegen is geheel aan mijn zijde, Uwe Genade.’ Pff, het is behoorlijk wennen, om vanuit de rust van de landadel ineens in deze positie te zijn gebracht.
De sensatie van de avond
Hoewel erbuiten nog volop koetsen in de rij staan is de grote balzaal al behoorlijk gevuld met gasten. Overal staan groepjes heren en dames met elkaar te praten, wat bij binnenkomst overkomt als één compact gonzend geluid. Maar exact op het moment dat Henry met mij aan zijn zijde de balzaal betreedt valt iedereen stil. Het overdondert me en ik ben blij dat ik me bijna letterlijk aan Henry kan vasthouden. Hij voelt het aan de druk van mijn hand op zijn geheven arm en kijkt me aan. Dan, fluisterend: ‘rustig aan lieve, ze zijn gewoon nieuwsgierig welke dame ‘Prins Losbol’ eindelijk heeft weten te temmen.’ Het is precies datgene wat ik graag hoor, zijn grapje helpt me te ontspannen. En ik fluister terug: ‘en is dat zo, heb ik je getemd?’ Ik weet wel beter en zijn knipoogje bevestigt dat.
In diepe stilte schrijden we tussen de op haar mooist geklede leden van de ‘ton’ door, de crème de la crème van de adel van het Verenigde Koninkrijk. Zo onbevangen mogelijk kijk ik links en rechts van me wat mensen aan, hen vriendelijk toeknikkend. Pas als we aan de andere zijde van de balzaal arriveren bij een groepje dames en heren die Henry uitbundig begroeten keert het gegons van al die stemmen terug, nog wat harder dan voor die tijd. En niet lang daarna staan de eerste heren in de rij om een dans in mijn balboekje te noteren. ‘Hmm, je bent gekeurd en goed bevonden, lieve’ fluistert Henry me in mijn oor. ‘Maar bewaar wel de openingsdans en ook de laatste voor me!’
Juist op dat moment zet de muziek in voor een eerste wals en nadat de Hertog en Hertogin van Buckingham de dansvloer hebben, treden wij als tweede aan. Niet lang daarna is de dansvloer volledig gevuld met dansende koppels, die echter rond Henry en mij met een zekere eerbied enige ruimte open houden.
‘Hoe vind je het?’ vraagt Henry me op een tijdje.
Ik kan alleen maar antwoorden hoe het voor me voelt: ‘overweldigend.’
Glimlachend reageert hij: ‘je zult snel wennen, lieve. Vanavond word je gewikt en gewogen en de volgende keer hoor je erbij.’
Dat kan wel zo zijn, maar dat betekent toch echt dat ik deze avond zal moeten overleven. Met de schrik om mijn hart zag ik hoe mijn balboekje binnen enkele minuten van de eerste tot de laatste dans volliep. Het zal een vermoeiende avond worden. Direct na de eerste dans treedt de Hertog van Buckingham aan. Hij neemt me over Henry, die me met een knikje van zijn hoofd loslaat, vergezeld van een boodschap: ‘ik heb graag dat je je realiseert dat zij mijn echtgenote is, Buckingham!’
Totaal niet verbaasd kijkt hij Henry aan en reageert: uiteraard, Uwe Hoogheid, ik ken mijn nederige plaats.’
Het is een reidans, waardoor we niet de hele dans samen zullen zijn. Maar voordat ik voor de eerste keer bij hem weg dans weet hij me nog wat toe te voegen: ‘dit is de mooiste en tegelijk meest treurige avond van mijn leven, Uwe Hoogheid. Hoe is het mogelijk dat ik u in het verleden over het hoofd heb gezien.’
Ik kijk hem verbaasd aan en reageer: ‘wellicht omdat ik me hier niet eerder heb laten zien?’
Hij lacht breed. ‘Ja, dat zal de verklaring zijn. Maar ik was toch ook wel enkele keren te gast daar bij jullie in het verre Northumberland. En ook toen was u nergens te bekennen. Hoe is het overigens met de Hertog, uw vader?’
Ik haal mijn schouders op: ‘geen idee, wel goed denk ik.’ Waarna ik me tot zijn buurman wendt, die al klaar staat om me van de Hertog over te nemen.
De avond is éen lange serie dansen, onderbroken door een pauze waarin ik vervolgens door talloze dames word omringd die het naadje van de kous willen weten. Ze mogen danwel van adel zijn, maar ze zijn net zo nieuwsgierig als het personeel in mijn ouderlijk paleis, dat altijd als eerste van alles op de hoogte lijkt te zijn. Ondertussen is Henry in geen velden of wegen meer te bekennen, me hier overlatend aan deze ik zou bijna zeggen nieuwsgierig adellijke menigte die het op mij heeft voorzien.
Gaandeweg de avond, na enkele glaasjes bowl, voel ik me gelukkig iets losser worden en ga ik wat meer ontspannen in op al die praatjes en opmerkingen.
En eigenlijk breekt voor ik het goed besef al de laatste dans aan en staat Henry ineens weer voor mijn neus. Terwijl hij me de dansvloer opleidt vraagt hij: ‘heb je een genoeglijke avond gehad, mooie Prinses van me?’
‘Het was even wennen, Uwe Hoogheid, om door iedereen besnuffeld te worden, maar zoals u ziet ben ik er nog, en zelfs heelhuids.’
Henry schatert het uit: ‘heel treffend omschreven, Charlotte. Het doet mij ook altijd denken aan kuddegedrag, dit soort avonden.’
‘Oh ja? En waar was jij dan ondertussen, terwijl ik me hier staande moest houden?’ zeg ik een tikje scherper dan eigenlijk bedoeld.
Hij kijkt me geamuseerd aan: ‘in de speelkamer, met vrienden die net als ik de mama’s en hun dochters ontvluchten.’
‘Wat is daar zo erg aan dan?’
‘Ach Charlotte, je hebt geen idee. Het hele seizoen met al die evenementen is er alleen maar op gericht om huwbare dochters aan de man te brengen. Als ongehuwde man ben je dan bijna permanent aangeschoten wild, vooral als je van hoge adel of een rijke erfgenaam bent.’
‘Ohw, ik dacht anders dat dat ‘aangeschoten wild’ toch eigenlijk vooral op jacht is naar de bruidsschat van de huwbare dames. Dus zo erg kan het niet zijn, toch?’
Opnieuw is daar zijn gegrinnik, Henry ziet in ieder geval wel snel ergens de humor van in.
Onverzadigbaar
Als op enig moment de dans uitnodigt tot een meer lijfelijk contact voel ik in zijn broek een verharding. ‘Je bent er alweer helemaal klaar voor, begrijp ik?’ voeg ik hem dan toe.
‘Zeker mijn lieve, ik verheug me nu al op ons liefdesspel. En geloof mij dat straks als wij vertrekken menig van de vanavond aanwezige heren jaloers op mij is.’ Tja, wat ik me al eerder bedacht, Henry denkt dus vooral met zijn fallus en blijkbaar die andere heren ook. Maar ik kan niet ontkennen dat zijn opmerking me de inmiddels zo bekende buikkriebels bezorgt.
In de koets komt hij dicht tegen me aanzitten en als het niet zo’n kort stuk rijden was, zou hij me in de koets al willen nemen, dunkt me. Want direct al als we rijden stort hij zich gretig op mijn mond, waarna we minutenlang zoenen. Ondertussen zoeken zijn handen over de stof van mijn jurk contact met mijn lichaam. Als hij op enig moment zelfs mijn jurk optilt om daaronder op zoek te gaan, zeg ik vinnig: ‘laat dat Henry, niet hier!’
‘Ah, daar is het blazende katje weer’ grijnst hij dan, maar ondertussen gehoorzaamt hij me netjes.
Maar zodra we thuis zijn en de deur van onze kamer achter ons gesloten hebben slaat hij toe. De kamermeisjes, die keurig op me hebben zitten wachten, zijn weer weggestuurd en haastig begint hij aan mijn kleding te morrelen tot ik uit mijn jurk kan stappen. Daarna is het de beurt aan het korset en mijn ondergoed, Henry gaat door tot ik naakt voor hem sta. En dan is het zijn beurt. Als hij net als ik helemaal naakt is blijkt dat zijn steekwapen al kaarsrecht omhoog staat. Hij trekt hij me tegen zich aan en tilt me op onder mijn billen, waardoor ik mijn armen en benen om hem heen moet slaan om niet te vallen. Zo draagt hij me naar het bed, waar we samen volledig verstrengeld op terecht komen.
Nog steeds is mijn hart bij Daniël, met alles wat ik in me heb zou ik wensen dat hij nu hier was. Maar ik kan het niet ontkennen, Henry héeft iets, hij is niet persé heel knap maar heeft wel een bijzondere aantrekkingskracht. En opnieuw besef ik dat ik er geen hekel aan heb om zijn attenties te moeten ondergaan. Het enige is dat ik nog niet zijn kind wens te gaan dragen, en neem daarom nog steeds iedere ochtend de drank die dat moet voorkomen.
Ondertussen leeft Henry zich uit op mijn borsten en tepels, waarmee hij me weer uit mijn hoofd haalt. Als ik zachtjes kreun werkt zich tussen mijn benen. ‘Daar kom ik, mijn lieve’ gromt hij zachtjes, ‘de hele lange avond heb ik hier op moeten wachten, wetend dat al die keurige heren het liefste nu hier in mijn plaats bij je binnen zouden willen gaan.’ Als antwoord leg ik mijn handen over zijn billen en begeleid ik Henry bij het binnendringen in mijn lichaam. Het verbaast me iedere keer dat ik hem zo soepel kan ontvangen, dat mijn schede meestal al goed is voorbereid. Henry maakt wat in me los, iets puur lichamelijks, waardoor zijn penetratie absoluut geen straf is. Opnieuw denk ik even aan Daniël, hoe het mogelijk is dat ik hem liefheb terwijl mijn lichaam zich volledig richt op Henry.
Maar dan verdrijft Henry iedere gedachte aan wat zich buiten dit bed bevindt. Hij heeft zijn lans volledig in me gestoken en wrikt hem enkele keren op en neer, als om hem nog dieper in me te krijgen en te bevestigen dat ik zijn bezit ben. Ik zet enkele keren mijn benen klem tegen zijn heupen, om hem te stimuleren in me te gaan bewegen. En dat doet hij, hij trekt zich bijna helemaal uit me terug, wat een leeg gevoel oplevert. Meteen daarna schuift hij zich weer diep in me, opnieuw doorwrikkend tot hij alles wat hij aan lans heeft in me heeft gestoken. En zo gaat hij daarna door, het zijn langzame en diepe bewegingen die hij maakt, die me juist daardoor van binnen in vuur en vlam zetten.
Al gauw vouw ik mijn benen om zijn lichaam, om hem de volledige toegang tot mijn lichaam te geven. Het drijft hem op en terwijl hij zijn snelheid van stoten iets verhoogd gromt hij ‘u bent geboren voor dit lichamelijke genot, Prinses.’
Ik reageer: ‘misschien moet u dan niet zoveel praten en mij dat genot onverwijld schenken, Uwe Hoogheid!’
Henry’s lachje geeft hij via zijn buik aan de mijne door, wat een aangenaam gevoel is. Ik waardeer zijn gevoel voor humor, ik mag hem daardoor wel, wat dit huwelijk – samen met de lichamelijke liefde - acceptabel maakt.
Ik realiseer me dat hij min of meer onverzadigbaar is, steeds weer valt hij als het even kan op me aan, wat ik voor dit moment prima vind. Ik weet dat hij vroeg of laat zich weer op andere dames zal richten en dan zal het hier nog stil genoeg worden. Dus omarm ik hem nu en sta ik hem zodra hij wil toe om zijn lusten in mij te botvieren. Terwijl ik me dit zo bedenk verhoogt Henry zijn tempo en voel ik al het eerste waas op zijn lichaam opkomen, wat het opwindend maakt om hem te strelen. Genotvol laat ik mijn handen over zijn tengere lichaam dwalen, een lichaam dat nooit hoefde te werken en dat toch zo mannelijk aanvoelt.
En dan denk ik even nergens meer aan. De vuurbal die dankzij Henry in mij groeit raast steeds harder door mijn lichaam en niet veel later zorgt die ervoor dat ik volledig uit elkaar spat. Als ik veel later beetje bij beetje weer de brokstukjes bij elkaar raap is Henry zich nog steeds in mij aan het uitleven. Als ik mijn ogen open zegt hij ‘welkom terug, beeldschoon prinsesje van me.’ Het enige wat ik in de naweeën van mijn extase op kan brengen is naar hem te glimlachen, waarna ik mijn ogen weer sluit. En zo lig ik daar, onder hem, genotvol zijn stoten opvangend, me erop verheugend dat het lang kan duren voordat Henry zich in me ontlaadt.
De dagen die daarna volgen rijgen zich aaneen met lang uitslapen, ontbijten, gereed maken voor het avondbal bij deze of gene adellijke familie, en tot slot een lange nacht vol lichamelijke liefde. En ik kan niet anders zeggen dan dat mijn introductie in de ‘beau monde’ van Londen een succes is geworden. De heren draaien om me heen, terwijl ook de dames met me willen optrekken. Dat ze niet jaloers zijn komt omdat hen wel duidelijk is dat ik niet totaal niet open sta voor de charmeoffensieven van hun echtgenoten.
De kóning!
Na enkele weken wordt die reeks doorbroken door de uitnodiging van de Koning en Koningin om op de thee te komen. ‘Het zou tijd worden’ moppert Henry, en dat ben ik met hem eens. Pas later zal blijken waarom het zo lang heeft geduurd voordat we een uitnodiging kregen.
Ik ben intens zenuwachtig voor die ontmoeting, maar het valt alleszins mee. Whitehall is een groot paleis met eindeloze gangen en immense zalen, maar tot mijn verrassing worden we ontvangen in een kleine, bijna intieme salon, waar in de haard een hoog vuur brandt. De koning ziet er oud uit en draagt nog -of al- zijn nachtgewaad, met daaroverheen een rijk geborduurde kamerjas. Hare majesteit is een stuk jonger en ziet er prachtig gekleed en gekapt uit. Zij is de tweede echtgenote van de koning, en Henry is een van de kinderen die de Koning bij haar verwekte. Als ik voor Zijne Majesteit een reverence maak bromt hij ‘hou op met die onzin’. Dat roept een bijna onbedwingbaar giecheltje op, want precies dat zei hij toen bij zijn bezoek aan ons ook tegen mijn vader. De koningin omhelst me daarna, nog voordat ik de kans krijg ook haar met een reverence te begroeten. ‘Wees welkom, lieve kind’. Zo anders dan ik verwachtte…
Liefs,
Zazie





