
Hij zet zijn kop neer op het vensterbankje, leunt voorover, en dan ziet hij haar.
Op het balkon van de portiekflat aan de overkant, op de tweede verdieping, staat een vrouw met een donkere huid die glanst in het ochtendlicht. Ze draagt een felgekleurd jurkje, bloemen die lijken te bloeien tegen het beton van de flat, en ze beweegt alsof muziek klinkt waar hij geen weet van heeft. Haar armen gaan omhoog, haar heupen zwaaien, en dan stopt ze. Haar hoofd draait naar zijn raam. Haar ogen, donker en groot, vinden de zijne.
Ze glimlacht. Niet een vriendelijke buurtgroet. Een uitnodiging. Haar hand komt omhoog, wijst naar beneden, naar de ingang van haar flatgebouw. Dan vormt haar mond woorden die hij niet kan horen maar perfect verstaat: Kom naar boven.
Roberto voelt iets trekken in zijn onderbuik, een vertrouwde spanning die zich nestelt tussen zijn benen. Hij aarzelt niet. Hij pakt zijn sleutels van de vensterbank, loopt naar de deur, en stapt de warme ochtend in.
De straat is nog rustig, slechts enkele auto's die voorbijrijden, een vrouw met een hond die hem niet opmerkt. Hij loopt met een tred die sneller is dan zijn zeventig jaar zou suggereren, zijn ogen gericht op de portiekflat aan de overkant. Het is geen oud gebouw, staat er sinds een paar jaar, als vervanging van flatgebouwen die leken op ‘ Bijlmer flats’. met die karakteristieke metalen lift die hij zich herinnert van eerdere bezoeken aan andere bewoners. Hij stopt bij de hoofdingang, zoekt het intercomsysteem, vindt de knop voor 42b.
Hij drukt. Wacht.
De speaker kraakt. Een stem, warm en licht geaccentueerd, zegt: "Kom maar naar boven, schatje."
De deur zoemt open. Roberto stapt naar binnen, loopt naar de lift, en drukt op twee. De metalen lift komt traag naar beneden, een metalen ruimte die schudt, en hij stapt in. Het is een krappe ruimte, en hij voelt zich opgesloten in een soort tussenwereld terwijl hij omhoog gaat.
Op de tweede verdieping stapt hij uit. Rechtsom. En daar, bij de deur die op een kier staat, staat ze.
Ze is groter dan hij verwachtte, stevig gebouwd, met schouders die breed zijn en heupen die voluit zijn. Haar dreadlocks, kort en dik, steken in alle richtingen uit alsof ze een eigen leven leiden. Haar ogen, nu van dichtbij, zijn bijna zwart, diep en onderzoekend. Ze draagt nog steeds dat felgekleurde jurkje, en hij ziet nu dat de stof dun is, dat de contouren van haar lichaam eronder zichtbaar zijn, de ronde vormen van borsten die geen bh lijken te kennen.
"Goedemorgen, nieuwe kennis," zegt ze, en haar stem is diep, warm, met een klank die hem doet denken aan verre oorden en warm zand. "Kom binnen."
Ze draait zich om, laat hem binnenlopen, en hij ruikt het meteen: een mengeling van tropische fruit, vanille, en iets scherpers, rum misschien, of de geur van feest dat nog in de muren hangt. De woonkamer is klein maar levendig, elk oppervlak bedekt met kleur. Vlaggen, oranje en blauw en geel, hangen aan de muren. Een spandoek, half opgerold, vermeldt nog steeds Curaçao in letters die dansen. Overal staan lege flessen, opgerolde servetten, herinneringen aan feesten die zijn geweest.
"Je hebt het WK gevierd," zegt Roberto, en hij hoort de verwondering in zijn eigen stem.
"Elke wedstrijd," zegt ze, en ze draait zich naar hem om met een glimlach die haar hele gezicht transformeert. "Mijn eilandje, het haalde het WK. Kun je het geloven? Curaçao! En wij hier, aan de Lindehof, hebben elke dag gedanst alsof we zelf speelden." Ze lacht, een diep geluid dat uit haar buik lijkt te komen. "Ik heb je gezien, weet je. Vanaf dat balkon. Jij, kijkend. Ik hou van mannen die kijken."
Ze stapt dichterbij, en hij ruikt haar nu: zweet van de ochtendwarmte, iets bloemigs, en onder dat alles de geur van vrouw, van huid die wakker is en wil. "Ik ben Nayara," zegt ze. "Tweeënveertig jaar. Geboren in Willemstad, nu hier, in dit betonnen paradijs." Ze lacht weer. "En jij?"
"Roberto," zegt hij. "Zeventig. Gepensioneerd."
Ze knikt, haar ogen lopen over zijn gezicht alsof ze elk detail wil onthouden. "Maar je neukt nog wel?"
Het is geen vraag. Het is een constatering, een uitdaging, een belofte. Roberto voelt zijn keel droog worden, zijn hartslag versnellen. Hij knikt.
Nayara's glimlach wordt breder. "Mooi," zegt ze. "Kom, we drinken iets. Een mocktail, voor de ochtend. Of misschien toch een cocktail?" Ze lacht om haar eigen woordspeling, draait zich om, en loopt naar een klein barretje in de hoek van de kamer. Het is gemaakt van bamboe, of iets dat daarop lijkt, met flessen die glanzen in het licht dat door de ramen valt.
Roberto kijkt om zich heen, naar de versieringen, naar de foto's aan de muur die een leven tonen dat groter is dan deze flat: stranden, mensen in kleurige kleding, Nayara jonger, omarmd door anderen die op haar lijken. Hij loopt naar het raam, kijkt naar beneden, naar zijn eigen huis dat er rustig bij ligt, een wereld die plotseling ver weg lijkt.
"Zo," zegt Nayara, en ze staat naast hem, twee glazen in haar handen. Ze geeft hem er een. De vloeistof is oranje, met een schijfje fruit dat tegen de rand leunt. "Op een goede kennis."
Ze proosten. De drank is zoet, te zoet misschien, maar met een scherpte eronder die zijn keel warm maakt. Nayara drinkt, haar ogen over de rand van haar glas op hem gericht, en dan zet ze haar glas neer. Haar knie komt tegen zijn been, haar hand ligt op zijn dijbeen, zwaar en warm.
"Kom, schatje," zegt ze, en haar accent wordt dikker, intiemer. "Kom, mijn schat. Ik wil je leren kennen. Ik wil je voelen. Proeven."
Ze pakt zijn pols, niet ruw maar vast, en trekt hem mee naar de bank die tegen de muur staat. De stof is oud, bloemenprint die is verbleekt door jaren van zon, maar zacht. Ze laten zich zakken, en meteen is haar hand onder zijn shirt, haar vingers door zijn borsthaar, knijpend in zijn tepel tot hij zijn adem inhoudt.
"Zacht," fluistert ze, en ze buigt naar hem toe, haar mond bij zijn oor. "Maar ook hard. Dat vind ik lekker. Een beetje van beide."
Haar handen gaan naar zijn broek, naar de elastieke band die ze met een vloeiende beweging omlaagtrekt. Zijn trainingsbroek is elastisch, makkelijk te verplaatsen, en ze trekt hem helemaal omlaag, zijn boxershort mee, en dan springt zijn pik tevoorschijn, groot en stijf en al nat van anticipatie.
"O," zegt ze, en het klinkt als een liedje. "Dit is mooi. Dit is wat ik hoopte."
Ze staat op. Haar jurkje heeft geen rits, geen knopen, alleen elastiek, en ze trekt het over haar hoofd, laat het vallen. Ze draagt geen ondergoed. Haar lichaam is donker, glanzend, met borsten die groot zijn maar stevig, die niet zakken maar vooruit steken, donkere tepels die al hard zijn. Haar buik is rond, haar heupen breed, en tussen haar benen een driehoek van krullend haar die zwarter lijkt dan de rest van haar huid.
Roberto zit, zijn broek op zijn enkels, zijn shirt om zijn borst, en kijkt naar haar. Ze is een godin, een tempel, een uitnodiging om te aanbidden.
Nayara zakt door haar knieën. Haar mond is warm, nat, en ze neemt hem diep, meteen, zonder te spelen. Haar keel is ruim, haar tong plat tegen de onderkant van zijn eikel, en ze zuigt met een ritme dat hem doet kreunen. Haar handen liggen op zijn dijen, haar nagels diep in zijn vlees, en hij voelt de pijn die ze beloofde, de pijn die hem harder maakt.
Hij reikt naar haar borsten, omvat ze, voelt het gewicht ervan in zijn handen. Haar tepels zijn groot, rubberachtig hard, en hij draait ze, trekt er aan, tot ze kreunt om zijn pik heen, de trilling door zijn hele lichaam sturend.
Ze laat hem los, een sliert speeksel die verbinding houdt tussen haar mond en zijn eikel, en kijkt omhoog met ogen die glanzen. "Ik hou van hard," zegt ze, haar stem hees. "Ik hou van een beetje pijn. Daar word ik heet van. Geil."
Roberto weet genoeg. Maar ze heeft zijn pik al weer in haar mond, dieper nu, en hij pakt haar hoofd, zijn vingers in haar dreadlocks, en begint te stoten. Het is niet zacht, niet teder; het is neuken, pure neuken, zijn heupen die omhoog komen terwijl haar hoofd naar beneden gaat, zijn eikel die haar keel raakt, telkens, en zij die het neemt, die erom vraagt, die haar nagels in zijn dijen graaft alsof ze meer wil.
Dan trekt hij terug. Haar mond is open, hijgend, haar lippen rood en gezwollen. "Nu gaan we echt neuken," zegt hij, en zijn stem is ruwer dan hij ooit heeft gehoord.
Nayara glimlacht, staat op, loopt naar de bank en gaat liggen. Ze spreidt haar benen, haar kutje donker en open, glanzend van haar eigen vocht, en hij klimt tussen haar dijen, trekt zijn shirt uit, laat zijn broek achter op de vloer.
Hij dringt binnen in één stoot, diep, volledig, en ze kreunt, een geluid dat uit haar buik lijkt te komen, dat de muren lijkt te raken. Haar benen gaan omhoog, over zijn schouders, en hij tilt haar op, tilt haar tegen hem aan, zodat hij nog dieper kan, nog harder.
"Ja," hijgt ze. "Daar. Diep. Hard."
Hij pompt, zijn heupen die tegen haar billen slaan, het natte geluid van hun samenkomen dat de kamer vult. Ze is strak, warmer dan hij verwachtte, en ze neemt hem helemaal, haar kutje dat zich om hem heen lijkt te sluiten, dat hem vasthoudt en niet wil laten gaan.
Haar handen grijpen de bank, haar nagels in de stof, en ze begint te schudden. "Ah... ah... ah..." Het komt in stoten, in golven, haar adem die stokt. "Ik ga... ik kom... ja... daar..."
Ze spuit. Het is geen klein straaltje, geen gedempte golf; het is een fontein die tegen zijn buik slaat, warm en krachtig, en hij voelt hoe ze samentrekt om hem heen, hoe haar kutje hem knijpt alsof het wil dat hij blijft, altijd blijft.
Maar hij houdt tempo. Hij wil meer. Hij wil haar volledig vullen, wil dat ze weet wat deze grijze man nog kan, wat dit oude lichaam nog in zich heeft. Hij stoot, wild nu, ongecontroleerd, zijn balzak die tegen haar billen slaat, zijn adem die hijgt als een stoomlocomotief.
Nog vijf stoten. Tien. Hij telt niet meer, hij voelt alleen nog de opbouw, de druk die explodeert, en dan houdt hij stil, diep in haar, en spuit. De hitte die uit hem stroomt is lava, een vulkaan die uitbarst, en ze voelt het, hij voelt hoe ze het voelt, hoe haar kutje pulst om hem heen alsof ze het opzuigt, alles wil hebben.
Ze hijgen samen, verstrengeld, zijn gezicht in haar nek, haar benen nog steeds om hem heen geklemd. Ze draait haar hoofd, haar mond vindt de zijne, en ze kust hem, teder nu, vol, haar tong die langs zijn lip glijdt.
"Niet slecht, schat," fluistert ze. "Niet slecht."
Ze liggen zo, minuten lang misschien, tijd die geen betekenis meer heeft. Dan komt haar adem weer onder controle, haar hartslag die rustiger wordt, en ze draait zich naar hem toe, haar hoofd op haar hand gesteund.
"Volgende keer," zegt ze, en haar ogen glanzen van iets dat op plannen lijkt, "nodig ik mijn vriendin uit Rotterdam uit. En dan nemen wij de touwtjes in handen. Letterlijk en figuurlijk." Ze glimlacht, een glimlach die iets van gevaar heeft. "We binden je op het bed. En we gebruiken je zoals wij dat willen. Jij bent dan onze blanke neukslaaf."
Roberto kijkt haar aan. Hij ziet dat ze het meent, dat dit geen spel is, een fantasie die ze wil waarmaken.
"Dat lijkt me zeker iets om uit te proberen," zegt hij. "Om mijn grenzen op te zoeken."
Ze lacht, kust hem nog een keer, en dan staan ze op, fatsoeneren zich, trekken hun kleding aan alsof er niets is gebeurd. Maar de lucht ruikt nog naar hen, naar seks en zweet en iets tropisch dat blijft hangen.
Roberto loopt naar de deur, draait zich nog een keer om. Nayara staat bij het raam, haar jurkje weer op zijn plaats, en ze zwaait, een klein gebaar dat veelbetekenend is.
Hij stapt de gang op, loopt naar de lift, drukt op beneden. De metalen lift komt traag, en hij stapt in, laat zich zakken naar de begane grond.
De deur van de lift schuift open. Hij stapt uit, zijn gedachten nog bij Nayara, bij wat ze heeft beloofd, en botst bijna tegen iemand op.
"Hoi, Safira."
De stem is bekend, de geur ook, dat bloemige dat hij zich herinnert van weken geleden, van dat balkon waar ze zat met haar benen wijd, zonder slipje, een uitnodiging die hij heeft aangenomen en nooit meer zal vergeten.
Ze staat voor hem, even mooi als hij zich herinnert, haar zwarte zomerjurk strak om haar lijf, haar amberkleurige ogen die hem onderzoeken. "Alles goed?" vraagt ze, maar ze wacht geen antwoord af. "Kom even mee naar boven. Ik moet je voorstellen aan iemand."
Roberto opent zijn mond, wil verontschuldigen, wil zeggen dat hij moet, dat Marjolein thuis is, dat— maar ze heeft zijn hand al, trekt hem mee, en voor hij het weet staat hij weer in de lift, deze keer naar de derde verdieping.
Safira's appartement is anders dan dat van Nayara: minder kleur, meer wit, minimalistisch maar warm. En in de woonkamer, als hij binnenkomt, staat een tweede Safira.
Roberto knippert. Kijkt naar links, naar rechts. Twee keer hetzelfde gezicht, dezelfde ogen, dezelfde lichaamsvormen onder identieke zwarte jurken.
"Schrikken, hè?" zegt Safira, en ze lacht, een geluid dat rinkelt als glas. "Dit is mijn tweelingzus. Tamara. Uit Rotterdam." Ze draait zich naar de andere vrouw. "Ze is net iets ouder dan ik. Tien minuten."
Tamara stapt naar voren, haar hand uitgestoken, maar dan draait ze haar handpalm om, legt hem op Roberto's wang, en kust hem op beide wangen. Haar lippen zijn zacht, warm, en achter haar ruikt hij iets anders dan Safira, iets scherpers, meer kruidig.
"Dus u bent het nieuwe neukertje van mijn zus," zegt Tamara, en haar stem is dieper dan die van Safira, meer gereserveerd maar niet minder uitdagend. "Ze heeft me alles verteld. In geuren en kleuren." Ze glimlacht, een glimlach die haar gezicht transformeert tot iets speels. "Ze was onder de indruk van uw gesteldheid. En van uw penis."
Roberto voelt de bloedstroom in zijn onderbuik, de vertrouwde trek die zich vertaalt in stijfheid. Hij is nog niet volledig hersteld van Nayara, maar zijn lichaam luistert niet naar redelijkheid, alleen naar verlangen.
Safira komt naast hem staan, haar hand die naar zijn kruis glijdt, die zijn stijve pik door de stof van zijn broek omvat. "Oh, zus," zegt ze, en haar stem is dik van opwinding. "Wil je hem voelen?"
Tamara kijkt haar aan, een blik die iets van competitie bevat, iets van gedeelde geheimen, en dan ligt ook haar hand op zijn kruis. "O," zegt ze, en haar ogen worden groter, donkerder. "Voelt goed."
Ze trekken hem naar de bank, duwen hem achterover, en voor hij kan protesteren—wil protesteren—zijn zijn broek en boxershort omlaag, zijn pik die tevoorschijn springt, groot en dik en glimmend van restvocht en anticipatie.
"Kijk," zegt Safira, en ze knielt, trekt haar zus mee. "Kijk hoe mooi."
De twee zussen, identiek en toch niet, gaan naast elkaar op hun knieën. Hun jurkjes zijn kort, te kort, en als ze bukken ziet hij de ronding van hun billen, de glimp van wat eronder is, of niet is—geen slipje, net als Safira die eerste keer, misschien ook Tamara niet.
Ze beginnen te likken. Twee tongen, warm en nat, die omhoog glijden van zijn balzak naar zijn eikel, die elkaar kruisen, die samenkomen op de gevoelige plek net onder de rand van zijn eikel. Hij kreunt, zijn hoofd achterover, zijn handen die de bank grijpen.
Tamara neemt hem in haar mond. Diep, direct, zonder spelen. Haar keel is anders dan die van Nayara, smaller misschien, maar niet minder ruim, en ze zuigt met een ritme dat hem doet sidderen. Safira's mond is op zijn balzak, die zuigt, likt, terwijl haar hand om de basis van zijn pik ligt, die op en neer gaat in tegengestelde beweging.
"Wil jij als eerste?" vraagt Safira, haar mond even loslatend. "Wil jij hem voelen, Tamara?"
Tamara laat hem los, een sliert speeksel die glinstert in het licht. "Oh ja," zegt ze, en ze staat op, haar jurkje dat omhoog glijdt, haar kutje dat nat is, dat glanst. "Ik wil hem voelen. Hij is mooi. Groot. Dik."
Ze duwt Roberto achterover tegen de bankleuning, richt zijn pik op haar spleet, en gaat zitten. Helemaal, in één beweging, strak en warm en nat, net als hij zich Safira herinnert, maar anders, altijd anders, elke vrouw een unieke vorm van hem omhelzend.
Roberto pakt haar billen, spreidt ze, voelt de spiertrekkingen als ze begint te bewegen, haar heupen die cirkels draaien, die op en neer gaan. Hij stoot omhoog, ontmoet haar bewegingen, en ze kreunt, haar hoofd achterover, haar hals een uitnodiging die hij niet kan weerstaan.
Safira is naast hen komen zitten, haar hand op zijn tepel, die knijpt, die draait. "En?" fluistert ze, haar mond bij zijn oor. "Net zo strak als mijn kutje? Of is ze teveel opgerekt door haar neger-vriendje?"
Roberto zegt niets. Hij neukt Tamara, is daar druk mee bezig, voelt hoe ze samentrekt, hoe haar adem stokt. Vriendjes interesseren hem niet. Hij is hier, nu, en hij neukt, dat is alles wat telt.
Tamara kromt haar rug, haar ogen die naar achteren rollen, witte randen zichtbaar. "Oh," zegt ze, en het is een kreet, een smeekbede. "Oh, wat groot. Wat heerlijk. Neuk me. Blijf me neuken. Ik kom. Ik ga. Ja. Jaaa."
Ze komt, en het is een golf die hij voelt, een pulserende samentrekking om hem heen, haar kutje dat hem masseert, dat hem wil houden. Ze hijgt, trilt, en dan klimt ze van hem af, haar gezicht rood, bezweet.
"Nu ik," zegt Safira, en er is iets van ongeduld in haar stem, iets van honger. "Nu ik, zus. Ik wil die lul nu. Ik wil ook klaarkomen."
"Rustig," hijgt Tamara, nog niet terug in haar lichaam. "Rustig, Saf. Ik moet even bijkomen."
Maar Safira wacht niet. Ze duwt haar zus opzij, klimt op zijn schoot, en voordat hij kan ademen is hij weer omgeven, weer diepte, weer warmte. "Zo," zegt ze, en ze grijnst, haar ogen die de zijne vangen. "Weer terug in mijn kutje. Dat je nog steeds wilt neuken, toch."
Roberto zegt niets. Hij wil niet praten, wil geen energie verspillen aan woorden. Hij wil neuken, kutje na kutje, en hij stoot, voelt hoe strak Safira is, hoe nat, hoe anders dan haar zus en toch hetzelfde, een spiegel die breekt en weer heel wordt.
Ze berijden hem, de twee zussen, terwijl hij hen neukt, zijn lul diep in hun kutjes, en hij voelt het komen, de explosie die onvermijdelijk is, die hij niet kan stoppen. Maar hij probeert het, houdt het tegen, denkt aan iets anders, aan de lift die schudt als die beweegt, aan de tuin die wacht.
Safira komt. Hij voelt het, de samentrekking, de trilling, en dat is het, dat is te veel. Hij trekt zich terug, staat op, en de twee zussen gaan naast elkaar op hun knieën, hun monden open, hun ogen die hem smeken.
Hij rukt, een, twee, drie keer, en dan spuit hij. Lange witte slierten die over hun gezichten vallen, die hun borsten bedekken, die samenlopen in de plooi tussen hun identieke lichamen. Ze kreunen, likken, vangen wat ze kunnen, en hij hijgt, leeg, voltooid.
"Zo," zegt hij, zijn stem ruw. "Lekker om jullie zo onder te spuiten. Dit is heerlijk. Net als jullie kutjes. Die zijn ook heerlijk."
Hij laat zich zakken op de bank, zijn lul die nog steeds half stijf is, die nog wil, altijd wil. De twee zussen kussen elkaar, hun tongen die over elkaars wangen glijden, die sperma likken, die delen wat hij heeft gegeven.
"En?" vraagt Safira, haar gezicht nog nat, glanzend. "Was het lekker, buurman? Wie was het lekkerst? Ik of Tamara?"
Roberto kijkt hen aan, deze twee vrouwen die op elkaar lijken maar verschillend zijn, die hem hebben gebruikt en laten gebruiken. "Jullie samen," zegt hij. "Dat is het lekkerst. Jullie zijn allebei zo geil. Zo strak." Hij voelt zijn pik weer trekken, weer opnieuw willen. "Zullen we nog een rondje? Mijn pik staat alweer op springen."
Safira lacht, staat op, trekt haar zus mee. "Kom naar de slaapkamer," zegt ze. "Dan kun je ons weer een voor een neuken. Misschien wel in onze kontjes."
Ze lopen, hand in hand, naar de slaapkamer die aan de woonkamer grenst. Het is een kleine kamer, een groot bed dat de ruimte vult, witte lakens die glanzen in het licht dat door de gordijnen valt. De zussen gaan op het bed zitten, op handen en knieën, hun billen naar hem gekeerd, hun ruggen een uitnodiging.
Roberto volgt, zijn kleren die hij heeft laten vallen, zijn lul die nu volledig stijf is, die pulseert, die wil. Hij gaat achter Safira zitten, zijn handen die haar billen spreiden, die het donkere gaatje tonen dat glinstert van vocht. Hij spuugt in zijn hand, wrijft over zijn eikel, en duwt.
Ze kreunt, een diep geluid, als ze hem binnenkrijgt, haar anus die zich opent, die hem omhelst, strakker dan haar kutje, warmer, intenser. Hij begint te stoten, langzaam eerst, dan sneller, en ze hijgt, haar hoofd dat hangt, haar rug die kromt.
Tamara maakt zich klaar, haar vingers die haar eigen kutje spreiden, die nat zijn van wat er nog is van hun vorige spel. "Ik ben aan de beurt," zegt ze, en haar stem is hees. "Ik wil hem ook in mijn kont."
Roberto wisselt, trekt zich terug uit Safira, die kreunt van het verlies, en duwt in Tamara. Ook zij is strak, ook zij is warm, en hij stoot, wisselt, van zus naar zus, van kont naar kont, tot hij niet meer weet wie wie is, tot het alleen nog maar sensatie is, druk, warmte, de grens tussen pijn en plezier die verdwijnt.
Ze komen samen, of misschien niet, hij weet het niet meer, hij voelt alleen nog de opbouw, het onvermijdelijke, en dan trekt hij zich terug, spuit over hun billen, witte strepen die over hun identieke huiden glijden, die samenkomen in de plooi waar hun lichamen elkaar raken.
Ze vallen op het bed, een stapel van ledematen, van zweet, van sperma. Roberto ligt tussen hen in, zijn adem die langzaam weer normaal wordt, zijn hartslag die afneemt. De zussen kussen elkaar boven zijn hoofd, hun tongen die dansen, en dan kijken ze naar hem, vier ogen die glanzen van tevredenheid.
"Dat," zegt Safira, "was lekker."
Tamara knikt, haar hoofd op haar zus' schouder. "We moeten dit vaker doen."
Roberto sluit zijn ogen. Voelt de warmte van hun lichamen, de geur van seks die de kamer vult. Denkt aan Nayara, aan wat ze heeft beloofd. Aan Soraya, die ergens is met Martin. Aan Marjolein, thuis, die denkt dat hij wandelt, dat hij koffie drinkt bij een vriend.
Hij glimlacht. Opent zijn ogen. Kijkt naar de zussen die hem omringen, die hem al willen, alweer, altijd.
"Ja," zegt hij. "Dit moeten we vaker doen."





