78.189 Gratis Sexverhalen
Klik hier voor meer...
A+ - a-

Anna Onderwijst - 31

Door: Jefferson

Datum: 22-09-2026 | Cijfer: 9.3 | Gelezen: 306
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 40 minuten | Lezers Online: 2

Vervolg op: Anna Onderwijst - 30: Uniek

Op De Proef

De kleding ligt precies waar hij zei. Op het bed. Gekozen. Opnieuw door hem. Stijlvol, maar sexy. Een zwarte halterjurk met een diepe V, stof die strak over mijn borst valt en mijn rug grotendeels vrijlaat. Ernaast liggen oorbellen. Grote, glanzende ringen. En make-up. Niet slordig bij elkaar gezocht. Klaargelegd. Alsof Van Weelden niet alleen bepaalt wat ik aantrek, maar ook hoe mijn gezicht de lunch in gaat. Ik doe wat hij heeft neergelegd. Lippen. Ogen. De oorbellen. Dan de jurk. Voor de spiegel zie ik meteen wat hij bedoeld heeft. Netjes genoeg voor een lunchroom. Open genoeg om onder elke blik nog van hem te zijn.

Hij kijkt als ik de slaapkamer uitkom. Die grijns is er weer, korter dit keer, tevreden. Zijn blik gaat over de hals, over hoe de jurk mijn decolleté houdt, over de oorbellen die bewegen als ik mijn haar over mijn schouder doe. Hij zegt niets over de douche. Niets over mijn aanbod van zojuist. Hij knikt alleen. Alsof ik er zo uitzie als híj mij wil zien.

We gaan samen uit eten.

De auto is stil. Mijn handen liggen in mijn schoot. De jurk trekt bij elke ademhaling iets strakker over mijn borst. Tussen mijn benen voel ik nog hoe gevoelig ik ben, hoe hij die plek bewust had opgezocht, hoe lang ik klaargekomen ben. Het zit onder de stof. Het zit in mijn lijf. Buiten, in het licht, houd ik het dicht. Ik kijk naar buiten. Ik antwoord kort als hij iets zegt. Niet omdat ik hem niet wil. Omdat mijn mond nog moet wennen aan gewone zinnen na alles wat die mond vanochtend gedaan heeft.

De lunchroom is licht en netjes. Grote ramen, herfstbomen daarachter, warm hout, planten, flessen op planken. Andere gasten zitten verderop. Wij zitten redelijk afgelegen, aan een tafel bij het raam, zwart leer achter mijn rug, wit laken onder mijn handen. Een vaasje met droogbloemen. Een glas. Bestek. Genoeg ruimte om ons heen om niet elke zin te delen. Hij heeft dat niet hardop geregeld waar ik bij was, maar het voelt alsof hij ook hier ieder detail had uitgedacht. Afgelegen genoeg om te kijken. Dichtbij genoeg om te horen hoe ik ademhaal.

Ik zit rechtop. Benen bij elkaar onder de tafel. Schouders bloot. De halter houdt de jurk op zijn plek, maar mijn decolleté ligt open in het licht. De oorbellen tikken zacht als ik mijn hoofd keer. In het begin ben ik stil. Het menu ligt open en ik lees de woorden twee keer. Hij bestelt. Ik knik. Mijn vork blijft een tijdje stiller dan nodig. Onder de tafel voel ik zijn knie soms vlakbij de mijne, niet opdringerig, wel aanwezig. Ik slik dat weg en kijk naar mijn glas, naar het raam, naar alles behalve hoe hij naar de jurk kijkt die hij zelf heeft uitgekozen.

Dan komt het langzaam. Eerst een zin over het eten. Over hoe mooi het hier is. Over het licht door de ramen. Hij laat me praten zonder me te vullen. Geen commando. Geen vuist. Alleen die blik die zegt dat hij me hoort. Ik voel mijn schouders zakken. Mijn stem wordt langer. Ik lach een keer, zacht, en schrik er bijna zelf van. Daarna gaat het makkelijker. Ik vertel meer. Niet alles. Niet de douche in details, niet hoe hard ik om zijn lul kwam. Wel mezelf. Wel hoe raar het is om nu zo tegenover hem te zitten. Gekleed zoals hij wil. Make-up die hij heeft klaargelegd. Sieraden die hij heeft gekozen. Met mijn lijf dat nog van die ochtend is.

Hij luistert. Eet. Drinkt. Geeft me af en toe die grijns over de tafel, laag genoeg om alleen van mij te zijn. Als ik meer loskom, leunt hij iets naar achteren, tevreden, alsof dit het tweede deel is van wat hij al onder de douche begon. Eerst mijn keel. Toen mijn poesje. Toen die tederheid. En nu dit. Ik, die eerst stil is en tijdens het eten langzaam weer gaat praten, in een jurk die mijn borst blootlegt omdat híj dat zo wilde, aan een nette, afgelegen tafel waar niemand precies ziet hoe mijn voet onder het laken naar hem toe schuift.

Ik speel met de steel van mijn glas. Kijk hem aan. Voel de stof strak over mijn huid als ik mijn benen kruis. Stijlvol. Sexy. Door hem aangekleed tot aan mijn oorbellen. Uit eten alsof we dat altijd zo doen, terwijl mijn lijf nog precies weet wat eronder zit. Alles mag. Hij bepaalt. Zijn kleding. Zijn make-up. Zijn tafel. Eerst stil. Dan los. Met Van Weelden tegenover me, en de lunch die nergens toevallig is.

“Dus.” begint hij dan, nog voor de lunch geserveerd wordt. Zijn stem is rustig genoeg om bij onze tafel te blijven. “Hoe bevalt dit?” vraagt hij rustig. We hebben glazen wijn voor ons staan. Het rood staat donker tegen het glas en de geur hangt al tussen ons in. Hij neemt een slokje. Ik zie zijn keel bewegen en blijf zelf naar mijn glas kijken. Ik ben nerveus en doe het nu niet. Ook al is de wijn lekker. Duurder dan ik zelf zou kopen. Mijn vingers blijven aan de steel zonder hem te tillen. Ik knik en lach. Toch wat verlegen. Alsof dat moet. De lach voelt klein in mijn mond, maar hij is echt. Maar het bevalt ook wel. Dit hier, met hem uit eten, maar ook de ochtend waarin hij me liet wachten en gissen om vervolgens zo lekker genomen te worden. Onder de tafel voel ik die ochtend nog in mijn lijf terwijl ik hem aankijk. Hij heeft gehoord hoe het me beviel. Maar ik proef aan alles dat het niet om dit moment gaat. Niet eens deze dag. Niet eens deze week. Nee, alles. De zekerheid daarvan ligt in hoe hij zit, hoe hij wacht. “Als je wil, kan je me wat vragen.” zegt hij rustig, bijna cryptisch. Ik slik even. Denk even goed na. Mijn keel is droog ondanks de wijn die ik niet drink. Ik had zeker vragen. Te veel misschien wel. Ik voel dat ik niet alles kan of mag vragen. Dus ik kies voorzichtig.

“Dit alles.” spreek ik dan zacht, schraap nog m’n keel. De woorden komen lager uit dan ik wil. Want ik durf het bijna niet te vragen. Ik wil het niet echt weten. Maar wel iets. “Dit is veel groter dan ik me nu besef, of niet?” luidt mijn eerste vraag. Het amuseert hem dat ik niet naar de bekende weg vraag om concrete info. Ik zie het in zijn mondhoek nog voor hij iets terugzegt. Die gaat hij me toch niet geven, verwacht ik. “Die elf… Mannen.” noem ik ze. De namen blijven onuitgesproken op mijn tong. “Met hoeveel zijn jullie?” Is mijn echte vraag. En ik snap dat ze met meer dan twaalf zijn. Hij lacht. Wat geniepig. En geeft dan ook niet echt antwoord. “Maakt dat jou uit?” stelt hij scherp terug. Oftewel: bestaat er zoiets als te veel? Want zo kijkt hij me aan. Zo bekijkt hij me. Z’n blik langs m’n decolleté. De jurk voelt opener onder die blik, alsof hij hem opnieuw kiest. Ik hoef niet eens antwoord te geven…

“En kan iedereen dan…” wil ik hem vragen. “Nee, niet iedereen.” zegt hij snel. Zijn onderbreking valt precies in mijn zin. “De mannen moeten iets hebben.” geeft hij wel prijs. “Een grote lul?” fluister ik, bijna giechelend. De vraag kriebelt in mijn keel en komt er toch uit. Hij grijnst erom. “Ook. Maar belangrijker. Een geheim kunnen bewaren…” Ja, want het ging mij misschien wel om de grote piemels, maar er zat dus veel meer achter. Ik voel die meer in de stilte die hij laat vallen. “En wie bepaalt of iemand geschikt is?” denk ik dat hij dat is. Weer die grijns, die pauze, zijn vingers langs zijn glas. Hij kijkt even de ruimte in. Een korte blik langs de andere tafels, nergens echt heen. Hij geniet van het spel, van het geheim. “Daar hebben we onze manieren voor.” zegt hij alleen, en dus niks. Maar ook hier wil ik het misschien niet echt weten. “Ben ik eigenlijk gekozen?” vraag ik dan, als een ingeving. Weer die lach… “Uiteindelijk.” zegt hij. Het woord blijft tussen de glazen hangen. Ik denk na. Ik denk dat ik het snap.

“En doe je, of jullie, dit al lang?” ben ik ook wel benieuwd naar. “Tja, wat is lang?” vraagt hij me. Weer om aan te geven dat ik misschien wel de verkeerde vragen stel. Vragen die ik stel omdat ik nieuwsgierig ben. Mijn nieuwsgierigheid botst tegen zijn rust en komt niet verder. Ik slik. Ik laat het er dan ook bij.

“Hoe…” Ik twijfel. Hij ziet het. Een vraag die wellicht wel telt. “Hoe wist je dat ik…” Ik maak de zin niet af, want dat hoeft niet. Mijn stem stopt waar zijn weten al begint. Hij wist dat ik meer deed met Mo, Luc en Jayden dan ik zou moeten. De afgelopen donderdag. Hij wist dat ik de beloningen had samengevoegd. Dat ik veel verder was gegaan dan voorheen. Ook dat wist hij, dat ik niet eerder zo ver was gegaan. Maar hoe dan? Is het één van de jongens? Dat kan bijna niet. Dat hoop ik niet. Was er iemand die mij altijd in de gaten hield? Ja, maar hoe dan? De vragen stapelen zich achter mijn tanden zonder eruit te mogen. Ik slik. Zijn stilte duurt en duurt. Ik hoor het restaurant om ons heen wel doorgaan, maar aan tafel staat alles stil. Totdat ik besef dat hij daar geen antwoord op gaat geven. Totdat ik besef dat het briefje van Dylan mij nooit verraden had, maar dat dat zijn opening was geweest. Toen wist hij het al. Maar daarna had hij me pas.

“Goed.” zegt hij dan. De ober had net ons eten gebracht. De borden staan tussen ons in en de geur van de lunch mengt zich met de wijn. Zijn blik bleef lang hangen op mijn decolleté. Niemand vond dat erg. Ik ook niet… Ik voel de warmte van die blik op mijn huid en laat hem daar. “Je hoeft niet alles te weten. Maar we weten wat we doen.” zegt hij tussen het eten door. Hij eet netjes. Alles aan hem ziet eruit alsof het een hele nette man is. Dat maakt het zo eng. En zo spannend. Het nette van zijn handen bij mes en vork botst met wat diezelfde handen vanochtend deden. “Je bent niet de eerste. Je zal niet de laatste zijn.” zegt hij snel. Ik denk aan Rayenne. Maar ook even aan de vrouw op de foto’s uit de gang bij hem thuis. Heel even maar. De gedachte is er en schuift weer weg achter zijn gezicht. “We hebben een groepje. Een soort club.” legt hij dan toch meer uit. “Men kan iemand voordragen. De selectie is zeer streng.” zegt hij alsof dat me moet geruststellen. Het zegt niks. Discretie en het hebben van een lange, dikke erectie was de selectie, zover ik weet. Toch vertelt hij me heel veel. Dat ik dus deel uitmaak van iets groters. Iets wat onzichtbaar is. Ook voor mij nog. Maar steeds zie ik iets meer. En begrijp ik minder. Zijn er grenzen? Met hoeveel zijn ze? Volgen meer mannen mij? Nu ook? De vragen tikken achter mijn voorhoofd terwijl ik een hap neem die ik nauwelijks proef. Het is eng. Maar vooral spannend. Het maakt me nieuwsgierig. En waar ik vroeger angst had voor consequenties, wil ik nu vooral weten wat het volgende moment zal zijn. Maar we zitten hier gewoon te eten, en te drinken. We praten alsof we kletsen. Het bestek klinkt gewoon. De lunchroom ook. Hij heeft het niet over het selectieproces van de dames, van mij. Geen woord. Of zijn het dan alleen de daden die tellen?

''En jij? Hoe zie jij dit verder voor je?'' hij vraagt het alsof ik er invloed op heb, alsof het een keuze is. Uiteindelijk is er altijd een keuze. En tot nu toe ben ik er altijd in meegegaan. Toch overvalt zijn vraag me enorm, zo plotseling dat ik even stil val met mijn vork half boven mijn bord en de hitte in mijn wangen voel opkomen zonder dat ik die weg kan slikken. Had ik een keuze? Nee, vast niet.

Maar toch heb ik nu het gevoel dat ik eerlijk kan antwoorden. Dat ik niet moet antwoorden wat ik denk dat hij wil horen. Dat wilde hij eerder ook niet, geloof ik. Ik denk er even goed over na en voel hoe mijn adem even onregelmatig gaat terwijl ik naar de rand van het glas kijk, naar de donkere wijn die nauwelijks beweegt. Die ruimte geeft hij. Ook als ik al een antwoord heb, maar nog steeds doe of ik erover na moet denken. Ik zie aan zijn ogen dat hij het doorheeft. Maar hij laat me, zonder druk, zonder haast, alsof hij precies die seconden voor me openhoudt.

''Ik wil niet stoppen,'' zeg ik. ''Denk ik.'' voeg ik er snel achteraan, maar te laat. Ik twijfel helemaal niet. Hij weet het. Toch zeg ik het en kijk even weg, mijn blik even op het tafelkleed gericht omdat de woorden te kaal in de lucht blijven hangen. Nu uit besef wat ik eigenlijk gezegd heb, zonder te weten wat dat precies betekent voor mijn toekomst, mijn leven, mijn carrière. Maar nu zeggen dat ik het niet wil, is gewoon liegen. Hij humt alleen. Neemt een slok wijn. Het is goedkeuring, wat hij verwacht had, maar toch goedkeuring in die hum, warm en kort en precies genoeg om mijn schouders een fractie te laten zakken.

''Ik zou het wel fijn vinden een beetje te weten waar ik aan toe ben.'' zeg ik, te voorzichtig. Zonder overtuiging. En weer humt hij dan alleen. ''Smaakt het?'' vraagt hij, knikkend naar mijn bord. Ik schrik even wakker. Alsof hij een normale vraag móet stellen. Ik knik maar snel van wel, terwijl de smaak in mijn mond ineens weer aanwezig is en ik merk hoe strak ik mijn vork vasthoud. ''Wil je daar meer duidelijkheid over?'' vraagt hij er gelijk achteraan. En ik schud al m'n hoofd. En daar was mijn duidelijkheid. Alles wat hij met mij deed, en mij liet doen, smaakte mij in een zin. Dus waarom vragen stellen? Als het goed is, dan is het goed. Dat was de boodschap. En dan blijft zijn vraag wel staan. Hoe zie ik dit voor me?

''Waar ligt de grens?'' stelt hij me dan ook. Maakt dat dan uit, wil ik hem cynisch stellen. Maar ik verwacht meteen een vraag terug. Of ik wel een grens heb. Want tot nu toe niet. Dus ik stel de vraag niet. Hij kijkt. Hij lijkt precies te weten welke afwegingen ik maak, ook in dit moment, terwijl ik mijn handen even in mijn schoot hou omdat ik niet weet waar ik ze anders moet laten en mijn keel droog aanvoelt van de stilte tussen ons.

''Kon ik mezelf daarin maar vertellen waar ik aan toe ben.'' klinkt mijn stem te zacht van hoe ik erbij zit. Maar het is waar.

Maar hij helpt. Als je het zo wil noemen. ''Wil je dat dit beperkt blijft tot je werk?'' vraagt hij, eenvoudig. Maar dat is het niet. Juist niet. Ik probeer zijn vraag te snappen en voel hoe mijn aandacht even blijft haken aan de rust in zijn stem. Ja, het is groter dan dat ik tot nu toe heb gezien. En ik heb er bij elkaar toch al twaalf gezien... En niet allemaal personeel van school. Het is groter. Veel groter. De omvang ervan drukt even achter mijn ogen terwijl ik hem aankijk en mijn vork onberoerd laat liggen.

''Als je wil, kan dit overal.'' zegt hij dan, wat sluwer nu. ''Er is van alles mogelijk. En overal.'' zegt hij. Ik slik alleen. Mijn keel beweegt droog. Hoe groot kan het zijn, denk ik dan nog. Maar ik wist het niet...

Ik zeg niks. Geen nee. Geen ja. Maar mijn houding neigt naar ja. Ik haal m'n schouders op. Dat lijkt op misschien. Dus ja. Hij weet het. Ik voel hoe die kleine beweging al genoeg zegt en laat mijn schouders daarna gewoon hangen, alsof ik het al heb toegegeven.

Gek genoeg heb ik niet het gevoel of ik maar een speeltje voor hem ben. Hij houdt dingen nog bewust achter. Maar niet om me te plagen of te verrassen. Hij peilt me. Omdat hij me serieus neemt. Zo voelt het in ieder geval. Onder die blik blijft mijn stoel ineens te dichtbij de zijne en voel ik de rand van het tafelblad tegen mijn pols. ''Wat bedoel je precies met overal?'' vraag ik als ik hem zie peinzen. Hij twijfelt niet, maar wikt en weegt wel het een en ander af. En dat zegt veel. Over waar hij mee bezig is, en waar hij mij bij wil betrekken. Ik zie het aan de manier waarop hij naar mij kijkt zonder verder te gaan, alleen die afweging in zijn gezicht.

Dan schraapt hij even z'n keel. Lacht. Zonder geluid, en gaat iets rechter zitten. ''Wil jij betalen?'' vraagt hij me dan, heel nuchter. Ik schrik nog. Ik heb geen geld bij. Ik heb niks bij. Mijn hand zoekt even naar een tas die er niet is en komt leeg op mijn knie terug. Maar dan daagt het al snel. ''Betalen?'' vraag ik, met een trilling in m'n stem. Zat die ober ook in het spel? En wie dan nog meer? De vraag blijft in mijn mond hangen terwijl ik hem aankijk.

Maar hij blijft rustig en knikt naar de entree vanwaar wij eerder naar een tafeltje verwezen werden. Daar staat nu een andere man bij, die zich druk maakt over de planning, of iets dergelijks. Ik moet twee keer kijken. Mijn blik blijft hangen op zijn houding en op hoe vanzelfsprekend hij daar staat. ''Lammers?'' vraag ik voorzichtig hardop. En dan worden m'n ogen groot. ''De eigenaar.'' zegt Van Weelden rustig. ''Een goeie bekende.'' noemt hij hem. Alleen die achternaam. Net als bij hem. Net als bij die andere twee. En die derde was hier. Lammers stond zich daar te bemoeien met het personeel. Druk. Alsof hij ons niet gezien heeft. Maar ik weet wel beter. Hij was de eerste van die elf. Hem gaf ik mijn borsten. Toen ik het nog zelf deed... Die borsten die nu ook weer voor het grijpen liggen. Ik voel ze onder mijn kleding alsof de lucht ineens warmer is en mijn huid zich daarvan bewust wordt. Niks is toeval. Dit is niet zomaar een prettige lunchroom. Ik ben niet zomaar gekleed op deze manier. Ik snap het. Het kan overal. Buiten werk om. Betalen met mijn lichaam. Het besef dringt door. En ik voel me niet eens vies. Het zit eerder als een warme, stille erkenning in mijn buik, zonder weerstand.

''Je kan een gratis leven leiden. Iemand zoals jij. Zoals je eruitziet. Met wat je kan. En doet.'' praat hij rustig. Alsof het m'n lot is. ''Velen doen dat al.'' zegt hij zelfs. Ik kan het me niet voorstellen. Toch valt mijn blik naar een paar tafeltjes verder. Ook een mooie vrouw van mijn leeftijd. Vergezeld door een oudere man zoals hij. Nee, dat kan niet waar zijn. Iets verderop nog zo'n stel... Maar misschien verbeeld ik het me. Hij ziet me kijken, maar zegt er niks over. Ik trek mijn blik terug naar hem en voel hoe mijn wangen warm blijven van wat ik denk te herkennen.

''Ben ik dan maar een hoer?'' vraag ik hem, fluisterend. Niet eens verwijtend naar hem toe. ''Ik kan dat toch niet doen. Dan ben ik...'' maar hij sust me. ''Je doet het al. En waarom ben je dan een hoer?'' stelt hij heel rustig. Ik slik even. De slik gaat stroef en ik hoor mezelf bijna niet. ''Je wilde je baan behouden. En zie wat je daarvoor gedaan hebt.'' zegt hij. Ik denk dat dat anders is. Hij niet. ''Fijn, toch?'' legt hij het uit. Ik zucht. Mijn ademhaling wordt sneller met het groeiende besef dat ik ook nu geen nee ga zeggen. Dat ik straks weer zit of lig, met een pik voor me. Waarom niet nu? Dus slik maar weer een keertje. Ik voel de slik tot in mijn borst en laat mijn handen in mijn schoot rusten.

Ik weet dat ik het niet doe om mijn baan te behouden. Hij weet dat ook. Ik doe het uit plezier. Daar is geen omweg. En hij weet dat dat gevoel zich niet laat beperken tot op school. Het zit al in hoe ik hier zit, in hoe mijn lichaam reageert zonder dat ik het tegenhoud, hier aan deze tafel.

Toch lijkt hij me een keuze te geven. En zolang ik geen nee zeg, zeg ik eigenlijk al ja.

Tien minuten later zit ik voor hem. Een halletje door, wat stiekem, een trapje op, en daar was een kantoortje. Lammers was ons voorgegaan. Er werd weinig gezegd. Hun blikken onderling waren wel veelzeggend. Van Weelden ging in het raamkozijn zitten op de vensterbank, op afstand. Ik zat al snel op een houtenstoeltje naast het bureau van Lammers. Niet in zijn stoel. En dan komt hij voor me staan.

Geen uitleg. Geen woorden. Alleen blikken. Hij ritst z'n broek open. En daar veert een erectie naar buiten die harder dan hard is. Ik slik. Ik kijk nog omhoog naar hem. Ik had al honderd keer kunnen weglopen. Maar ik zat hier. ''Die jurk...'' zegt hij sissend. Niet tegen mij. Over z'n schouder tegen zijn 'kompaan'. Het compliment was voor Van Weelden. Van Weelden blijft op afstand zitten en ik voel mijn hart steeds sneller slaan terwijl hij zijn blik rustig tussen ons heen en weer laat gaan, terwijl ik probeer niet te laten merken hoe sterk ik op zijn aanwezigheid reageer.

Mijn borsten komen meer tegen elkaar aan, als hij ze omvat. Hij was net aan het werk. Ik zat net nog te eten. Nu betast hij m'n borsten door de stof heen en zegt hij: ''Net als vrijdag...'' Hongerig. Een blik op hoe ik hier zit, en hij vergeet alles. En dat maakt me heel geil... Ik voel zijn handen door de jurk heen en merk hoe snel mijn ademhaling verandert, terwijl ik weet dat hij precies ziet wat hij aanraakt.

Nu doet hij het. Ik zit. Ik onderga. Hij drukte z'n eikel tussen m'n borsten terwijl ik m'n rug rechthoud. Zijn duimen houden zijn dikke schacht ertussen en de wrijving van mijn borsten is genoeg om zijn voorhuid strak om zijn schacht te houden. Ik voel het rollen. Elke keer als hij naar voren stoot, zijn eikel bijna recht omhoog naar m'n kin toe. Ik blijf naar hem opkijken. In m'n ooghoeken steeds die eikel wel in de buurt. Heet, bedwelmend. Mijn mond iets open. Ik hijg. Af en toe kreun ik als hij wat ruwer ertussen stoot. Ik laat er geen misverstand over bestaan waarom ik hier zit. Niet omdat het moet. Niet omdat ik zo kan betalen. Omdat ik het gewoon wil. Omdat ik er geil van wordt... Ik houd mijn rug recht en blijf hem aankijken. Iedere beweging voelt nadrukkelijker doordat Van Weelden erbij zit en niets doet. Mijn ademhaling wordt steeds zwaarder, maar ik wil dat ze zien dat ik hier niet tegen mijn zin zit.

''Zo zie je ze echt niet vaak...'' kreunt hij steunend. Niet de eerste. Niet de laatste. Weer over z'n schouder naar hem. Hij die daar gewoon zit te kijken. Handen rustig naast hem. Stil. Een blik die geniet. Terwijl Lammers me nog een paar laatste stoten geeft... En dan laat hij m'n borsten los. Hij doet een stapje terug. Het eerste schot gaat nog omhoog, raakt m'n kin, maar daarna laat hij z'n pik los voor me bungelen, en zie ik de eikel keer op keer zwellen waarna een hard schot volgt, wat uitspat op mijn decolleté... Geen handen in de buurt. Alleen die grote, harde pik, het vele zaad, en de rondingen die ik presenteer... De man erboven kreunt, de vrouw erachter glijdt bijna van haar stoel van opwinding... Ik blijf zitten en voel mijn lichaam nog reageren op wat er zojuist is gebeurd. Mijn ademhaling komt langzaam tot rust terwijl ik omhoogkijk en Van Weeldens blik opvang. Hij zegt niets, maar juist die stilte maakt dat ik me bewust ben van hem en van mijn eigen reactie hiervan.

Toch wil ik niet een van de velen zijn. Ik ben beter. Dat wil ik zijn. En terwijl Lammers staat uit te hijgen, vindt mijn hand zijn gezwollen lid net achter de eikel en trek ik hem dichterbij. Zijn huid is zacht en hard tegelijk, en ontzettend heet. Er ontstaat een stilte in het kantoor. De twee mannen kijken plots nauwlettend naar mij. Hoe ik de eikel dichterbij breng. Niet naar m'n mond. Niet meteen. Ik voel hun aandacht op me rusten terwijl ik mijn hand daar houd en mijn eigen ademhaling hoor in de stilte.

Ik ga op de rand van het stoeltje zitten en duw mijn borst verder naar voren. Het zaad kruipt ertussen. Maar veel blijft plakken. Zijn lul is nog aardig hard, en die hardheid gebruik ik. Ik druk zijn eikel tegen mijn huid aan onder een klodder zaad en schep het als het ware op. Dan pas breng ik hem naar m'n mond. Ik kijk hem recht aan terwijl ik langzaam mijn lippen vorm om die besmeurde eikel voordat ik hem in mijn warme mond neem. Ik zuig er kreunend op, langzaam en diep. Totdat hij blinkend eruit komt. De volgende schep is bij m'n kin. En dan nog een keer van m'n borst. Lammers zegt niks meer. Zijn ogen barsten van ongeloof. Zijn pik is nog harder dan zojuist als ik hem weer in m'n mond neem. In m'n ooghoeken zie ik hoe Van Weelden er beter voor is gaan zitten. Ik merk dat zijn blik geen moment van mij wijkt en dat maakt me nog bewuster van wat ik doe.

Dan weer die handen van Lammers. Nu op m'n hoofd. Allebei stevig. Zijn lange, rechte pik is zo heerlijk hard. En ik draai m'n ogen naar boven als hij m'n gezicht naar zijn kruis richt. Die pik begint te schuiven. Zijn eikel drukt tegen m'n tong en daarachter tegen m'n gehemelte. Naar m'n keel toe. Heen en weer. Ik open m'n mond en ontspan m'n keel. Dit is niet eens een test. Maar ik word wel getest. Zonder dat hij het doorheeft. De examinator zit verderop. Ik voel zijn handen om mijn hoofd en weet dat Van Weelden alles ziet. Zijn zwijgen maakt me juist extra alert op iedere beweging die ik maak.

Ik kan niks dan zitten, en genieten. De klotsende geluiden uit mijn eigen mond bevestigen wat hier gebeurt. Mijn speeksel druipt over m'n kin, naar dat decolleté dat nog plakt en ruikt van zijn zaad. Zijn tempo gaat omhoog. Snel, kan ik wel zeggen. Zijn ballen hangen er los onder en bewegen mee met elke stoot die hij geeft. Hij kwam klaar. En ik maakte hem harder dan voorheen. Nu neemt hij me. En ik laat me nemen. Mijn ademhaling wordt zwaarder en ik voel hoe warm mijn gezicht is geworden, terwijl ik toch naar boven blijf kijken.

Pas als hij diep zijn eikel in m'n mond laat en daar hard klaarkomt, krijg ik het moeilijk. Ik weet het eerst nog te beperken tot mijn handen die heel even druk geven op zijn dijen. Een reflex die ik meteen omzet in wrijving over zijn dijen die hem verder aanmoedigen. Mijn adem stokt even. M'n ogen worden waterig. Maar hij ziet het niet. Hij houdt me stevig vast terwijl hij zijn open mond naar boven richt als een huilende wolf, en zijn kloppende, dikke eikel laat waar hij ligt. Totdat ik proestend het zaad over mijn lippen laat gaan... Dan trekt hij zich pas terug. Ik slik meteen wat ik kan. De smaak bedwelmt me. Ik knipper een paar keer en probeer mijn ademhaling weer rustig te krijgen, terwijl ik nog voel wat er zojuist door me heen is gegaan.

Het is dat hij nu echt een stap naar achteren doet. Zodat ik er niet meer bij kan. Want ik wil meer. En gelukkig zit er nog eentje. Ik kijk hem zwoel aan. Van Weelden, die nu toch een hand op zijn pantalon heeft liggen bij zijn kruis, wrijvend. Iets van trots in zijn ogen. Ik zie die trots en voel hoe mijn eigen opwinding nog steeds niet verdwenen is. Mijn blik blijft nog even bij hem hangen, alsof ik wil zien wat hij van dit alles vindt. Ik voel zijn aanwezigheid nog sterker nu hij opstaat, terwijl mijn lichaam nog steeds na reageert op alles wat er net is gebeurd.

Maar als hij opstaat zegt hij: ''We gaan maar weer eens. Spreek je nog.'' koel en zakelijk terwijl Lammers zich netjes maakt en het zweet van zijn hoofd veegt. ''Ja, uhm... We spreken elkaar.'' zegt hij tegen hem. Niet tegen mij. Ik blijf nog even zitten terwijl Van Weelden zich omdraait en de stilte in het kantoor terugkeert. Mijn ademhaling is nog steeds niet helemaal rustig en ik kijk van Lammers naar Van Weelden, zonder iets te zeggen.

Via de achteruitgang verlaat ik met Van Weelden het pand. Direct in de garage. We haasten ons naar zijn auto. We doen alsof alles normaal is. Maar er zit haast in zijn tred. Hij loopt net iets sneller dan nodig en ik moet moeite doen om hem bij te houden. Geen van ons zegt iets. De stilte tussen ons voelt anders dan daarnet in het kantoor. Alsof we allebei nog bezig zijn met wat er zojuist gebeurd is.

Dan in zijn auto. Ik zit nog niet, of zijn gulp vliegt al open. Hier dus wel. Daar net nog niet. Ik kijk hem aan en zie meteen aan zijn gezicht dat hij nog steeds vol zit van de spanning. Ik hoef niets te vragen. Ik weet inmiddels genoeg aan zijn blik. Ik beweeg naar hem toe en neem opnieuw mijn plaats bij hem in. Mijn lippen passen zich aan aan zijn dikte en gestaag beweeg ik op en neer, neem zijn smaak in me op en sluit m'n ogen zodat ik alles vergeet, behalve hoe zijn pik voelt en smaakt. Ik zuig hem af. Zorgvuldig en gewillig.

Van Weelden laat zijn hoofd even tegen de hoofdsteun zakken en sluit kort zijn ogen. Dan kijkt hij weer naar mij. Die blik herken ik inmiddels. Trots. Opgewonden. Alsof hij wil zien wat ik zelf doe nu niemand mij meer hoeft te sturen. En dan trekt hij me met kracht over hem heen. Ik verdien meer. Hij zegt het niet. Ik voel het. Ik zie het in die trotse blik. Ik had mijzelf overtroffen. Niet alleen net. Niet alleen dit weekend. Maar sinds dit alles speelt.

Ik blijf dicht bij hem. Ik draag geen slipje. Ik glij zo over zijn natte pik heen, en kerm terwijl ik me klein hou zodat ik mijn hoofd niet stoot tegen het dak van zijn auto. Zijn handen in mijn rug trekken me nog dichter tegen me aan en hij kust m'n hals. Mijn ademhaling is nog onrustig en ik voel mijn wangen warm worden. Buiten rijden auto's voorbij alsof dit een gewone zaterdagmiddag is. Hierbinnen voelt niets gewoon. Ik kijk hem aan en moet bijna lachen om de tegenstelling.

Hij zegt nog steeds niets. Kust me. Likt me. Bevrijd een tepel en zuigt erop. Dat is het moment waarop mijn adem weer stokt. Ik kom vrijwel direct klaar met dat ik door blijf bewegen en zijn harde pik me opvult met zijn lengte en dikte. Wat een leven. Ik begin het steeds meer te begrijpen. Of juist niet.

Dat hoeft ook niet. Als ik dit maar doe. En krijg. Zijn handen pakken stevig mijn billen vast door de stof heen van de jurk die hij had uitgekozen. Met alle risico's nadien had hij me dit aan laten trekken. En nu duwt hij mijn lichaam op en neer, kletsen mijn billen tegen zijn schoot en sopt mijn kutje op zijn harde paal. Een hand vind mijn achterhoofd en hij houdt me stevig vast. Hij kijkt me aan. Hij gromt. Hij neukt me tegemoet. Totdat ook hij dieper duwt om een stuwende eikel diep achter te laten en voel ik zijn kolkende zaad in mij. Diep. Heet. Hij spuit zoveel dat ik het langs zijn paal voel stromen, mijn kutje alweer uit...

Als hij uiteindelijk zijn anders hand op mijn hoofd legt, voelt het niet als een opdracht. Ik zak naar mijn eigen stoel terug en in diezelfde beweging vindt ik zijn zaad op zijn paal met mijn mond. Ik ga voor mijn stoel zitten. Ik blijf hem pijpen. Ook als hij de auto al gestart heeft en we de garage uitrijden. Al die tijd één hand op mijn hoofd die me door laat gaan. Niet omdat hij druk zet. Maar omdat ik snap dat hij dat wil. Eerder als een bevestiging. Ik weet wat hij gezien heeft. Ik weet wat Lammers gezien heeft. En ik weet vooral wat ik zelf heb gedaan.

Is het gek? Dat ik pas stop als de auto na driekwartier stopt. Driekwartier waarin ik gewoon ben doorgegaan zonder ook maar een moment na te denken. Wat heerlijk. Mijn ademhaling is nog zwaar en mijn lichaam voelt warm en loom aan, alsof ik nog niet helemaal terug ben in de werkelijkheid. Gewoon zuigen. Zonder doel.

En als ik overeind kom, schrik ik. We staan niet op zijn oprit. We staan voor mijn flat... Ik snap het eerst niet. Hij bergt rustig z'n lul op terwijl mensen langs de auto lopen. Niemand die wat ziet. Zoals niemand ooit gezien heeft waar hij mee bezig is. Ik kijk even naar buiten en herken de straat pas langzaam. De gewone omgeving staat haaks op wat er zojuist in zijn auto is gebeurd, en juist daardoor voelt alles nog vreemder aan.

''Je kleren liggen nog achterin.'' zegt hij rustig, en verwacht dat ik in deze jurk uitstap, hier in deze buurt, waar de meeste mij kennen, al is het maar van gezicht. Zaad plakt nog tussen mijn decolleté. Dat wrijf ik snel weg. Ik doe m'n haar goed, check nog m'n make-up in het spiegeltje van het zonnescherm onder het dak. Wie ik daar in de spiegel zie, schijn ik niet te zijn. Niet hier. Ik begrijp het niet. Alweer niet. We hadden de halve zaterdag nog. En de hele zondag. Iets met elf cijfers. Maar hij legt zich niet uit. Natuurlijk niet. Ik blijf nog een moment zitten en kijk hem aan, wachtend op iets wat hij kennelijk niet van plan is te zeggen.

''Eén ding.'' zegt hij rustig. Ik kijk hem aan, nog wat in shock door de plotselinge wisseling van omgeving. ''Neem de tijd om goed na te denken wat je echt wil.'' spreekt hij nu weer wijs en bijna vaderlijk als de rector die hij eigenlijk is. En dan ben ik opeens weer die docent die ik hoor te zijn. Of niet hoor te zijn. Dat was de vraag...

Ik stap uit. Handen voor m'n lichaam. Pak de tas uit de kofferbak en voel mensen naar me kijken. ''Hey Anna...'' hoor ik een bekende stem. Maar ik kijk niet om. De dure auto rijdt weg en ik sta op de stoep in een te diep en te strak jurkje, zonder slipje met zaad tussen m'n borsten, tussen m'n benen en de smaak ervan nog in m'n mond.

Ik haat het dat ik niet meteen m'n sleutels weet te vinden. En eenmaal in de lift sta ik weer voor de spiegel. Zie ik die persoon weer in dat jurkje. M'n vinger glijdt langs de lijnen van m'n decolleté. Ik ben nog steeds opgewonden... Wat te doen?

Binnen eerst maar een douche. Ik hoor een bal stuiteren op het beton van het voetbalveldje. En gek genoeg zijn die jongens nu geen verleiding meer. Alsof ik een klasse hoger hoor te krijgen van mannen als Van Weelden en Lammers. Het laat maar zien hoe gestoord ik ben.

Ik moet mezelf er echt toe aanzetten om normaal te denken. Om niet aan seks te denken. En daar had ik dus nog de hele halve zaterdag voor nodig. En die zondag...

En dan maandag weer naar school? De gedachte doet me slikken. Cijfers. Beloningen. Rapporteren. Dit weekend sloot niks af wat al was. Het legde er gewoon nog een laag overheen. Meer seks. Meer, meer, meer...

-
Wat vond je van dit verhaal? Geef een cijfer!
5   6   7   8   9   10  
Favoriet
Terug Naar Boven
Jefferson
Borali
Borali (60)
Ben jij iemand die houdt van een beetje mysterie en veel verleiding?
🟢 Nu Online
Bekijk Mijn Profiel
Durf jij met oma te flirten?
Durf jij met oma te flirten?
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...

Algemene Voorwaarden -  Contact -  FAQ
Bezoekers Online: 800 / Copyright 2000 - 2026 Opwindend.Net