
Ze staat op, lacht en loopt me tegemoet. ''Hey.'' zegt ze zachtjes. ''Hey.'' zeg ik alleen zachtjes terug. Ik slik even. Hoe ze me tegemoet komt en hoe ze er daarbij uitziet. Tiptop in orde. Haar best gedaan. Ik ook, natuurlijk. Maar zij kijkt of ze ernaar uitkijkt. Ik probeer zo te kijken.
Ik blijf een moment staan. Zij blijft een moment zitten, maar komt dan toch lachend van die schommel af. Ik kijk even om me heen. Het waait, maar het is droog. En de tempratuur is aangenaam. Als ze dichterbij komt, krijg ik het niet meteen warmer. ''Wilde je al eerder zien.'' zegt ze, en ze pakt m'n hand. Ze verwacht een reactie. En ik ben iets te laat daarin. Geen knuffel of een kus. Niet na de laatste keer. ''Ja... Ik ook!'' zeg ik maar snel.
Heel even verliest ze haar lach. ''Is er iets?'' Ik schud meteen m'n hoofd. ''Nee, hoor. Dat je me weer wil zien. Dat moet nog even doordringen.'' zeg ik wat lief klinkt. Maar het is gek genoeg een leugen. Gek omdat ik die woorden wel meen. De laatste week was lastig voor me. Ik begreep niks meer van meiden. Terwijl ik meer dan ooit in de buurt wilde zijn, van bijvoorbeeld deze veel te knappe en leuke Daisy.
Ze lacht weer door die woorden. En haar grip op mijn hand wordt steviger. ''Kom'' fluistert ze zachtjes en stiekem. De blik in haar over vraagt om meer. Ik laat me mee leiden. Naar het klimhuisjes iets verderop. Waar ik vroeger nog speelde, voel ik nu haar handen in m'n shirt als ze me tegen haar aandrukt. Haar ogen kijken triomfantelijk. Voordat ze me kust. Ik zie hoe ze de hare sluit, en vergeet te voelen hoe zacht haar lippen zijn. Is dit hetzelfde meisje als vorige week? Of van daarvoor?
Toch kus ik terug. Eerst te hard. Ze duwt me lachend van haar af. Ze interpreteert het als gretigheid. En daarna te zacht als ze me weer kust. Ik wil in dit moment zijn, maar blijf terugdenken aan andere momenten. Die niet eens bestaan. Eerst aan Olivia. Die was ook makkelijker dan ik dacht. Die had zelfs een vriendje. Zijn meiden zo? Het is een stomme gedachte die ik niet uit m'n hoofd krijg nadien. Omdat ik hoopte dat het niet zo was. Ik geloofde dat Daisy mij echt leuk vond. Maar zo makkelijk als ze me 'bedankte' voor de eerste date... Iets in me zei dat dat niet veel met mij te maken had. En toch laat ik me kussen door haar. Leg ik een hand op haar heup, zodat zij gelooft dat ik hier wil zijn. Dat ik hier ben.
''Daisy.'' zeg ik zacht, en onderbreek ik haar op het moment dat ze in m'n onderlip bijt en duidelijk verder wil. Ze kijkt me ondeugend aan en lacht met grote ogen op mij gericht. Mijn lichaam wil het wel. En alhoewel ik nu een spijkerbroek aan heb, ontstaat er zeker een bobbel. Juist door vorige week. Waar ik het over wilde hebben. Misschien kan ik het dan laten rusten. ''Over vorige week...'' aarzel ik nu wel. Ze stond op haar tenen, maar nu al niet meer. ''Dat was niet gepland.'' zegt ze al snel. Ze kijkt even weg. Rode wangen. Lief en onschuldig. Terwijl ze dat niet was geweest. Ik lach om haar. Terecht. Lief.
En onschuldig. Want dit maakt het niet beter in mijn hoofd. Nu zoende ze me ook alsof ze al meer wilde. Wel gepland? En zo niet, dan gebeurde het vaker. Ik was echt niet de eerste jongen waar ze mee op date was geweest. In mijn hoofd staat 'niet gepland' gelijk aan 'ze is makkelijk'. Hoeveel waren mij voor gegaan. Dat is waar ik steeds aan denk. De hele week al. Versterkt door het moment met Olivia. Ik snap dat jongens juist makkelijke meisjes wilden. Maar ik niet. Ik wilde gewoon Daisy. En dat ze me kust. En aftrekt. En pijpt... En de rest. Natuurlijk wil ik dat. Maar ze trok me zo goed af. Terwijl ze juist netjes is, uit een goeie beurt komt, eerder gereserveerd reageert op anderen, en niet open. Klopte mijn beeld wel van haar?
Ik schrik wakker met haar lippen alweer tegen de mijne. Dan voel ik haar handen drukken op mijn kruis. ''Je vond het niet erg, toch?'' vraagt ze, speels, geen idee waar ik aan denk. Dan kust ze me voller. Ze gaat weer op haar tenen staan, het gewicht van haar lichaam achter haar handen die zich meer vormen om de contouren in haar broek. Om ons heen eigenlijk alleen de wind. Het licht van de lantaarns is te ver weg. De daken van de huizen zijn donker. Als er al licht is, dan achter gordijnen. Dus zoen ik haar terug. Niet thuis in een lege gang, maar buiten op en verlaten speelpleintje. Waar makkelijke meisjes dat doen.
Haar tong kruipt mijn mond in tegelijk met dat één van haar handen mijn broek in wurmt. Ik hijg in haar mond als ik haar hand doelgericht naar beneden voel glijden en weer zonder aarzelen mijn erectie weet te omvatten. Ik snap ergens wel dat het hypocriet is. Want ik kreun en word harder in haar hand. Zij kust m'n kin en keel. Ze kijkt me loerend aan met plezier alsof ik wel degene ben die ze het juist gunt. En als ze afzakt, verstopt ze zich onder het huisje. Ik blijf staan. Ervoor. Ertegenaan. Ik zie haar niet meer. Maar mijn pik wordt bevrijd. Ik kijk om me heen of we echt alleen zijn terwijl de koude buitenlucht tegen mijn hete huid botst. De ene hand is duidelijk meer geoefend dan de ander, maar als ze allebei gebruikt, beginnen mijn knieën te trillen... Nu geen mond. Ik zie alleen het hout van de verdieping waar zij onder zit. Alsof ik alleen een pik ben. Die ze wil aftrekken. Meer niet. En dan loopt de ene emmer eerder over dan de ander. Het hoofd wint het van het lichaam, en ik stop haar. Ik doe abrupt een stap naar achteren. En zie haar dan zitten. Ze schrikt. Ze heeft rode wangen en een soort waas in haar ogen. Ik slik. Ik berg m'n harde snel op. Dit voelt niet goed.
''Wat, wat is er?'' vraagt ze als ik m'n hand uitsteek om haar weer uit het huisje te helpen en overeind te zetten. ''Niet goed, of...?'' En zo onzeker heb ik haar nog nooit gezien. Laat het maar aan mij om daar gelijk weer een schep bovenop te doen. ''Doe je... Doe je dit vaker?'' stel ik haar dan gewoon. Ik hoor het mezelf zeggen. En dan blijkt mijn hoofd de loser te zijn. Maar zelfs mijn hoofd begrijpt niet wat ik zojuist over m'n lippen heb gekregen. Het is koud en bot. Daisy trekt binnen een seconde wit weg. Haar ogen worden hard. Haar mond valt open van verbazing. Dan haar armen die ze voor haar lijf houdt. Voor zover haar verlangen naar mij.
Ze zegt niks. Wat kan je daarop zeggen? En ik zeg ook niks. Omdat ik niet weet wat. Omdat ik het dan misschien erger maak. Hoe lomp! Waarom kan ik niet gewoon blij zijn? Ik zoek zichtbaar naar woorden, naar een oplossing, naar iets om dit niet nu te eindigen. Maar de beslissing is al genomen. Zij loopt al weg. Niet haar beslissing. Het tempo is hoog. Schouders strak. Gewoon weg van mij.
Ik loop achter haar aan. Ik ren niet. Want dan zou ik haar inhalen. Het is een soort snelwandelen om haar bij te houden. Maar ik bereik haar niet. Ik blij achter haar lopen. Wel helemaal tot aan haar huis. Tot aan de tuin. Zodat ik weet dat ze thuis is. En in de tussentijd niks kunnen verzinnen wat ik nog kon zeggen om dit goed te maken.
Bij de oprit blijf ik staan, hoor ik haar voeten de laatste stap in het grind zetten voordat ze bij de voordeur is. Dezelfde voordeur als een week eerder. Ik slik bij dat besef.
Ze wist dat ik haar gevolgd had. Maar ze had geen moment omgekeken. Geen woord gezegd. Geen gebaar gemaakt. En nu nadat ze de sleutel in het slot gestoken had, kijkt ze wel om. Een metertje of acht van mij vandaag. Staat ze. Maar ik zie maar één ding. De glinster van die ene dikke traan die haar uit haar linkeroog springt en snel over haar wang naar beneden glijdt. Ik kan wel door de grond zakken. M'n mond opent zich. Geen woorden. De deur valt dicht. En ik sta daar nog. Wat een stommeling.
-





