Door: DarqMindFan
Datum: 23-02-2026 | Cijfer: 8.8 | Gelezen: 476
Lengte: Gemiddeld | Leestijd: 8 minuten | Lezers Online: 3
Trefwoord(en): Zwanger,
Lengte: Gemiddeld | Leestijd: 8 minuten | Lezers Online: 3
Trefwoord(en): Zwanger,
Vervolg op: Zwanger Op Mallorca - 1
Zwanger op Mallorca - deel 2 - Dag 1 t/m 3
De airco in het vliegtuig zoemt als een insect dat niet dood wil gaan. Sarah zit naast me bij het raam, haar hoofd tegen mijn schouder, haar ogen dicht. Ze slaapt niet echt – haar ademhaling is te onregelmatig, te alert. Ik kijk naar haar gezicht: de lichte sproetjes op haar neus, het kuiltje in haar wang dat alleen verschijnt als ze lacht. Nu lacht ze niet. Haar hand ligt op haar buik, vingers licht gespreid, alsof ze nog steeds hoopt dat de afgelopen nacht iets is blijven hangen.
Ze houdt het vast. Letterlijk. Alsof haar hand de magie kan vasthouden. Ik wil haar zeggen dat het niet werkt, dat mijn zaad te slap is om ergens te landen, maar ik zeg niks. In plaats daarvan leg ik mijn hand over de hare. Ze opent haar ogen even, glimlacht zwak, knijpt. Ik knijp terug. En ik voel me een leugenaar.
Het vliegtuig daalt. Door het raampje zie ik Mallorca: blauwe zee, bruine rotsen, witte hotels als suikerklontjes. We landen met een schok. Sarah knijpt harder in mijn hand.
“Hier zijn we dan” fluistert ze.
“Ja. Hier zijn we dan.”
De luchthaven is een oven. De hitte slaat ons als een natte handdoek in ons gezicht. We slepen onze koffers naar de bus, een oude witte shuttle met airco die amper koelt. Sarah veegt het zweet van haar voorhoofd. Haar witte topje plakt al aan haar borsten. Ik zie de contouren van haar beha erdoorheen. Cup E. Zwaar. Mooi. Ik kijk weg.
Niet nu, Mark. Niet hier in een bus vol toeristen. Maar god, ze ziet er zo kwetsbaar uit. Zo… klaar om genomen te worden. Door wie dan ook. Door iemand die wél zaad heeft dat leeft... Nee! Stop. Stop ermee. Je bent hier om vakantie te vieren. Niet om je vrouw uit te leveren.
Het hotel ligt aan een smalle straat in Playa de Palma. Adults only, zoals we wilden. Geen gillende kinderen. Alleen volwassenen die drinken, zonnen, neuken. Het gebouw is oud. Verf bladdert overal af. De receptie ruikt naar sigaretten en goedkope schoonmaakmiddelen. De man achter de balie – dik, kalend, met zweetvlekken onder zijn oksels – geeft ons de sleutel zonder te glimlachen.
“Room 312. Pool is in the back. Towels are also there.”
We nemen de trap. De lift is stuk. Sarah hijgt al na één verdieping. Boven is de gang smal, het tapijt versleten. Kamer 312 is klein. Twee aparte bedden tegen elkaar geschoven tot een soort kingsize bed, een piepklein balkonnetje met uitzicht op het zwembad. Het water is turquoise, maar het betegelde randje is groen van algen. Er liggen al handdoeken op de ligbedden.
“Ze beginnen vroeg,” mompelt Sarah.
We dumpen de koffers. Ze trekt haar jurk uit, staat in haar slipje en beha. Haar buik is zacht, rond, niet dik, maar vrouwelijk. Ik voel weer die steek: schuld, lust, jaloezie op niets.
Ze is perfect. En toch voelt ze zich gebroken. Door mij. Omdat ik haar niet kan geven wat ze wil.
De eerste dagen zijn saai. Ik sta om zes uur op. Ren naar het zwembad in mijn badjas. Leg handdoeken op twee ligbedden. Terug naar bed tot acht uur. Dan ontbijt: brood, jam, koffie die smaakt naar water. De andere gasten zijn oud. Stellen van zestigplus die zwijgend eten. Een paar alleenstaande mannen: dik, roodverbrand, met een bierbuik. Eentje met een toupetje dat scheef zit. Sarah kijkt er niet naar. Ik wel. Ik vergelijk. Ik denk: die vent heeft waarschijnlijk een betere zaadkwaliteit dan ik.
Kijk hem daar zitten, met zijn buik over de broekband. Waarschijnlijk vijf kinderen thuis. Vijf. En ik? Nul. Omdat mijn ballen het niet kunnen. Omdat mijn sperma lui is. En Sarah glimlacht naar me alsof het niet uitmaakt. Maar het maakt wel uit. Elke dag weer.
We liggen bij het zwembad. Sarah smeert zich in met zonnebrand. Haar borsten puilen uit de bikini. Mannen kijken. Niet openlijk, maar ik zie het. Ze kijkt niet terug. Ze leest een boek. Romantisch. Met een zwangere heldin op de cover. Wat een ironie.
Ze wil het zo graag. Een baby. Een gezin. En ik geef haar alleen maar lege beloftes. Misschien moet ik het echt doen. Haar loslaten. Haar laten neuken door iemand die het wél kan. Iemand jong. Sterk. Met zaad dat zwemt als vissen. De gedachte maakt me hard onder mijn handdoek. Ik draai me op mijn buik. Ik schaam me.
___
Op dag drie verandert alles.
’s Ochtends: we worden wakker van lawaai. Beneden ons. Stemmen. Luid gelach. Deuren die slaan. We kijken uit het raam. Zeven jongens lopen naar het zwembad. Jong. Bruin. Atletisch. Tassen over hun schouders. Zwembroeken al aan. Ze gooien de handdoeken van enkele ligbedden af en vervangen ze door hun eigen. Gewoon. Alsof het hele zwembad van hen is.
Sarah fronst. “Wie zijn dat?”
“Het lijken me Spanjaarden. Van het vasteland, denk ik.”
Ze kijkt toe terwijl ze duiken, spetteren, lachen. Hun lichamen glanzen in de zon. Spieren. Brede schouders. Smalle heupen.
Kijk naar die jongens. Jong. Gezond. Vol leven. Zij hebben vast geen IVF nodig. Geen dokters. Gewoon neuken en klaar. En Sarah kijkt. Niet met lust – nog niet – maar met iets anders. Jaloezie? Nee. Met honger. Naar wat zij hebben. Naar wat ik niet heb.
’s Middags bij het zwembad: een bal vliegt “toevallig” onze kant op. Een jongen rent er naartoe, grijnst naar Sarah. “Sorry, miss.” Zijn Engels is gebroken, zijn ogen glijden over haar lichaam. Ze bloost.
Later: water spat over haar benen. Nog een “sorry”. Nog een grijns.
Ik plaag haar. “Ze vinden je leuk.”
Ze rolt met haar ogen. “Doe niet stom, Mark.”
Maar ik zie het. Hoe ze haar buik intrekt. Hoe ze haar haar over haar schouder gooit. Hoe ze lacht als een van hen een duik maakt en het water doet opspatten.
Ze bloeit op. Voor het eerst in maanden. Niet voor mij. Voor hen. Voor de mogelijkheid. En ik? Ik word hard. Weer. Onder mijn handdoek. Ik haat het. Maar ik kan niet stoppen met kijken.
Die avond eten we vroeg. Daarna terug naar de kamer. Sarah doucht. Ik hoor het water. Denk aan haar naakt. Aan hoe ze eruit zou zien met een van die jongens achter haar. In haar. Volledig in haar.
Stop. Je bent ziek. Je bent haar man. Maar wat als… wat als ik haar overtuig? Wat als ik zeg: “Probeer het. Met een van hen. Voor ons.” Zou ze het doen? Zou ze klaarkomen zoals vroeger? Zou ze zwanger raken? En zou ik toekijken? God, Mark. Hou op!
Ze komt uit de badkamer in een handdoek. Haar huid is roze van het hete water. Haar borsten zijn zwaar, haar tepels zichtbaar door de stof. Ze laat de handdoek vallen. Staat naakt voor me.
“Kom,” zegt ze zacht. “Laten we neuken. Om het nog een keer te proberen.”
Ik sta op. Trek haar naar me toe. Kus haar hard. Duw haar op bed. Ga in haar. Ze is nat. Alweer. Maar niet voor mij.
Voor de gedachte.
Voor morgen.
Voor wat komen gaat.
Morgen. Misschien zien we ze weer. Misschien praten we. Misschien… volgt er meer. Ik stoot in haar. Kom klaar. Weinig. Zwak. Maar zij kreunt. En ik weet: dit is niet genoeg. Niet meer.
Morgen begint het echt.
De airco in het vliegtuig zoemt als een insect dat niet dood wil gaan. Sarah zit naast me bij het raam, haar hoofd tegen mijn schouder, haar ogen dicht. Ze slaapt niet echt – haar ademhaling is te onregelmatig, te alert. Ik kijk naar haar gezicht: de lichte sproetjes op haar neus, het kuiltje in haar wang dat alleen verschijnt als ze lacht. Nu lacht ze niet. Haar hand ligt op haar buik, vingers licht gespreid, alsof ze nog steeds hoopt dat de afgelopen nacht iets is blijven hangen.
Ze houdt het vast. Letterlijk. Alsof haar hand de magie kan vasthouden. Ik wil haar zeggen dat het niet werkt, dat mijn zaad te slap is om ergens te landen, maar ik zeg niks. In plaats daarvan leg ik mijn hand over de hare. Ze opent haar ogen even, glimlacht zwak, knijpt. Ik knijp terug. En ik voel me een leugenaar.
Het vliegtuig daalt. Door het raampje zie ik Mallorca: blauwe zee, bruine rotsen, witte hotels als suikerklontjes. We landen met een schok. Sarah knijpt harder in mijn hand.
“Hier zijn we dan” fluistert ze.
“Ja. Hier zijn we dan.”
De luchthaven is een oven. De hitte slaat ons als een natte handdoek in ons gezicht. We slepen onze koffers naar de bus, een oude witte shuttle met airco die amper koelt. Sarah veegt het zweet van haar voorhoofd. Haar witte topje plakt al aan haar borsten. Ik zie de contouren van haar beha erdoorheen. Cup E. Zwaar. Mooi. Ik kijk weg.
Niet nu, Mark. Niet hier in een bus vol toeristen. Maar god, ze ziet er zo kwetsbaar uit. Zo… klaar om genomen te worden. Door wie dan ook. Door iemand die wél zaad heeft dat leeft... Nee! Stop. Stop ermee. Je bent hier om vakantie te vieren. Niet om je vrouw uit te leveren.
Het hotel ligt aan een smalle straat in Playa de Palma. Adults only, zoals we wilden. Geen gillende kinderen. Alleen volwassenen die drinken, zonnen, neuken. Het gebouw is oud. Verf bladdert overal af. De receptie ruikt naar sigaretten en goedkope schoonmaakmiddelen. De man achter de balie – dik, kalend, met zweetvlekken onder zijn oksels – geeft ons de sleutel zonder te glimlachen.
“Room 312. Pool is in the back. Towels are also there.”
We nemen de trap. De lift is stuk. Sarah hijgt al na één verdieping. Boven is de gang smal, het tapijt versleten. Kamer 312 is klein. Twee aparte bedden tegen elkaar geschoven tot een soort kingsize bed, een piepklein balkonnetje met uitzicht op het zwembad. Het water is turquoise, maar het betegelde randje is groen van algen. Er liggen al handdoeken op de ligbedden.
“Ze beginnen vroeg,” mompelt Sarah.
We dumpen de koffers. Ze trekt haar jurk uit, staat in haar slipje en beha. Haar buik is zacht, rond, niet dik, maar vrouwelijk. Ik voel weer die steek: schuld, lust, jaloezie op niets.
Ze is perfect. En toch voelt ze zich gebroken. Door mij. Omdat ik haar niet kan geven wat ze wil.
De eerste dagen zijn saai. Ik sta om zes uur op. Ren naar het zwembad in mijn badjas. Leg handdoeken op twee ligbedden. Terug naar bed tot acht uur. Dan ontbijt: brood, jam, koffie die smaakt naar water. De andere gasten zijn oud. Stellen van zestigplus die zwijgend eten. Een paar alleenstaande mannen: dik, roodverbrand, met een bierbuik. Eentje met een toupetje dat scheef zit. Sarah kijkt er niet naar. Ik wel. Ik vergelijk. Ik denk: die vent heeft waarschijnlijk een betere zaadkwaliteit dan ik.
Kijk hem daar zitten, met zijn buik over de broekband. Waarschijnlijk vijf kinderen thuis. Vijf. En ik? Nul. Omdat mijn ballen het niet kunnen. Omdat mijn sperma lui is. En Sarah glimlacht naar me alsof het niet uitmaakt. Maar het maakt wel uit. Elke dag weer.
We liggen bij het zwembad. Sarah smeert zich in met zonnebrand. Haar borsten puilen uit de bikini. Mannen kijken. Niet openlijk, maar ik zie het. Ze kijkt niet terug. Ze leest een boek. Romantisch. Met een zwangere heldin op de cover. Wat een ironie.
Ze wil het zo graag. Een baby. Een gezin. En ik geef haar alleen maar lege beloftes. Misschien moet ik het echt doen. Haar loslaten. Haar laten neuken door iemand die het wél kan. Iemand jong. Sterk. Met zaad dat zwemt als vissen. De gedachte maakt me hard onder mijn handdoek. Ik draai me op mijn buik. Ik schaam me.
___
Op dag drie verandert alles.
’s Ochtends: we worden wakker van lawaai. Beneden ons. Stemmen. Luid gelach. Deuren die slaan. We kijken uit het raam. Zeven jongens lopen naar het zwembad. Jong. Bruin. Atletisch. Tassen over hun schouders. Zwembroeken al aan. Ze gooien de handdoeken van enkele ligbedden af en vervangen ze door hun eigen. Gewoon. Alsof het hele zwembad van hen is.
Sarah fronst. “Wie zijn dat?”
“Het lijken me Spanjaarden. Van het vasteland, denk ik.”
Ze kijkt toe terwijl ze duiken, spetteren, lachen. Hun lichamen glanzen in de zon. Spieren. Brede schouders. Smalle heupen.
Kijk naar die jongens. Jong. Gezond. Vol leven. Zij hebben vast geen IVF nodig. Geen dokters. Gewoon neuken en klaar. En Sarah kijkt. Niet met lust – nog niet – maar met iets anders. Jaloezie? Nee. Met honger. Naar wat zij hebben. Naar wat ik niet heb.
’s Middags bij het zwembad: een bal vliegt “toevallig” onze kant op. Een jongen rent er naartoe, grijnst naar Sarah. “Sorry, miss.” Zijn Engels is gebroken, zijn ogen glijden over haar lichaam. Ze bloost.
Later: water spat over haar benen. Nog een “sorry”. Nog een grijns.
Ik plaag haar. “Ze vinden je leuk.”
Ze rolt met haar ogen. “Doe niet stom, Mark.”
Maar ik zie het. Hoe ze haar buik intrekt. Hoe ze haar haar over haar schouder gooit. Hoe ze lacht als een van hen een duik maakt en het water doet opspatten.
Ze bloeit op. Voor het eerst in maanden. Niet voor mij. Voor hen. Voor de mogelijkheid. En ik? Ik word hard. Weer. Onder mijn handdoek. Ik haat het. Maar ik kan niet stoppen met kijken.
Die avond eten we vroeg. Daarna terug naar de kamer. Sarah doucht. Ik hoor het water. Denk aan haar naakt. Aan hoe ze eruit zou zien met een van die jongens achter haar. In haar. Volledig in haar.
Stop. Je bent ziek. Je bent haar man. Maar wat als… wat als ik haar overtuig? Wat als ik zeg: “Probeer het. Met een van hen. Voor ons.” Zou ze het doen? Zou ze klaarkomen zoals vroeger? Zou ze zwanger raken? En zou ik toekijken? God, Mark. Hou op!
Ze komt uit de badkamer in een handdoek. Haar huid is roze van het hete water. Haar borsten zijn zwaar, haar tepels zichtbaar door de stof. Ze laat de handdoek vallen. Staat naakt voor me.
“Kom,” zegt ze zacht. “Laten we neuken. Om het nog een keer te proberen.”
Ik sta op. Trek haar naar me toe. Kus haar hard. Duw haar op bed. Ga in haar. Ze is nat. Alweer. Maar niet voor mij.
Voor de gedachte.
Voor morgen.
Voor wat komen gaat.
Morgen. Misschien zien we ze weer. Misschien praten we. Misschien… volgt er meer. Ik stoot in haar. Kom klaar. Weinig. Zwak. Maar zij kreunt. En ik weet: dit is niet genoeg. Niet meer.
Morgen begint het echt.
Trefwoord(en): Zwanger, Suggestie?
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10

Ontdek meer over mij op mijn profiel pagina, bekijk mijn verhalen, laat een berichtje achter of schrijf je in om een mail te ontvangen bij nieuwe verhalen!
