Mikie2 Zoekgezell AlwinHier Johanneske TribalDann Kennyg Hansa
Donkere Modus
Door: Demiurg
Datum: 12-03-2026 | Cijfer: 9.9 | Gelezen: 125
Lengte: Gemiddeld | Leestijd: 6 minuten | Lezers Online: 1
Trefwoord(en): Bijles,
Het is woensdagochtend, 10:15 uur. Ik zit in het wiskundelokaal, precies op de plek waar ik altijd zit: achterin, bij het raam. Maar de wereld buiten – de grijze wolken boven de schoolpleinen van Arnhem – lijkt mijlenver weg. Het geluid van meneer Dijkstra die vooraan bij het bord staat te praten over integraalberekeningen is niet meer dan een achtergrondruis, een monotoon gezoem dat mijn hersenen niet meer binnendringt.

Mijn hele universum is gereduceerd tot de onderste tien centimeter van mijn ruggengraat en de ruimte tussen mijn dijen.

De houten stoel in het lokaal voelt harder dan normaal. Elke keer als ik een klein beetje verzit, stuurt mijn lichaam een felle herinnering naar mijn hersenen van wat er gisteren op die tafel in Cor’s studeerkamer is gebeurd. Ik ben beurs, ik ben opgerekt, en tot mijn eigen schaamtevolle opwinding voel ik dat ik nog steeds niet helemaal 'leeg' ben. De zwaartekracht doet zijn werk; ik voel hoe een restje van zijn claim op mij langzaam langs mijn binnenkant naar beneden glijdt, recht in de zijdezachte stof van het zwarte kanten sissy-broekje dat hij me gisteren verplichtte aan te houden.

Ja, ik draag het. Onder mijn baggy jeans, waar niemand het ziet, zit de zwarte kant strak om mijn gladgeschoren huid. Het broekje is een constante, fysieke verbinding met Hem. Elke keer als ik beweeg, voel ik de kriebel van het kant tegen mijn eikel, die door de schuring weer pijnlijk hard begint te worden.

Mijn handen trillen terwijl ik mijn pen vasthoud. Ik moet eigenlijk aantekeningen maken, maar op mijn ruitjespapier staan geen formules. Er staan krabbels. Eigendom van Cor. Sissy. Meer. Alstublieft.

Dan trilt mijn telefoon in mijn broekzak. De schok door mijn lijf is zo heftig dat ik bijna mijn pen laat vallen. Ik weet wie het is. Hij had het gisteren gezegd: "Morgen, tijdens je pauze, breng je verslag uit. Ik wil weten hoe het voelt om mijn zaad door die school van je te dragen."

Ik kijk schichtig om me heen. Dijkstra kijkt niet. Mijn klasgenoten staren lusteloos naar het bord. Ze hebben geen idee. Ze zien een stille achttienjarige jongen, maar ze hebben geen idee dat er onder die spijkerbroek een totale nederlaag schuilt.

Ik haal mijn telefoon onder de tafel vandaan. Eén bericht.

Cor: "Zit je in de les, jongen? Voel je me nog zitten?"

De rauwe directheid van zijn woorden doet mijn adem stokken. Mijn pik schokt tegen de kanten stof. Ik typ met vingers die niet meer lijken te luisteren.

Ik: "Ja, Meester. Elke seconde. Ik kan aan niets anders denken. De stoel is hard, ik voel u bij elke beweging."

Het antwoord komt bijna direct.

Cor: "Goed zo. Ga naar de toiletten. Nu. Ik wil een foto. Ik wil zien dat je mijn uniform nog draagt onder die burgerlijke kleren van je. Laat me zien hoe nat je bent van mij."

Mijn hart hamert tegen mijn ribben. Dit is waanzin. Als ik nu opsta, ziet iedereen dat er iets mis is. Maar de angst om hem te weigeren is niets vergeleken met de geile noodzaak om te gehoorzamen.

Ik steek mijn hand op. "Meneer, mag ik naar de wc?"

Dijkstra knikt afwezig. Ik sta op, mijn benen voelen slap en onvast. Terwijl ik door het gangpad loop, ben ik ervan overtuigd dat iedereen de geur van Cor kan ruiken die van me afkomt. De geur van sandelhout en mannelijke ontlading die nog steeds in mijn poriën lijkt te zitten.

In de schooltoiletten ruikt het naar goedkoop schoonmaakmiddel en urine. Ik sluit mezelf op in het achterste hokje, mijn ademhaling komt in korte stoten. Ik laat mijn broek op mijn enkels vallen en daar sta ik: in het kille tl-licht, trillend in mijn zwarte kant. Het broekje is besmeurd, een donkere vlek in het midden getuigt van zijn dominantie van gisteren.

Ik pak mijn telefoon, richt de camera op de spiegel, maar dan bedenk ik me. Hij wil geen gezicht. Hij wil zijn object zien. Ik richt de lens omlaag, trek de rand van het kant iets opzij zodat hij mijn stijve, druppelende pik kan zien, en de vlek in het broekje die aangeeft hoeveel hij gisteren in me heeft achtergelaten.

Klik.

Ik stuur de foto. Mijn hele lichaam gloeit.

Ik: "Hier Meester. Ik ben nog steeds vol van u. Ik draag het kant voor u, zoals u zei. Ik kan niet wachten tot zaterdag."

De telefoon blijft een minuut stil. Ik sta daar met mijn broek op mijn enkels, starend naar het scherm. Dan begint hij te typen.

Cor: "Zaterdag? Denk je echt dat ik je tot zaterdag met rust laat? Je bent verslaafd, Jesse. Dat zie ik aan die foto. Die blik van die pik van je... die smeekt om meer."

Mijn knieën knikken.

Cor: "Vanavond. 19:00 uur. Achterom via de tuin. Ik heb een nieuwe wiskundebundel voor je. Maar we gaan niet rekenen. Je gaat leren wat het betekent om urenlang op je knieën te zitten terwijl ik mijn krant lees. Ik wil dat je mond beschikbaar is op elk moment dat ik besluit dat ik ontspanning nodig heb. Zorg dat je dat broekje nog aan hebt. En zorg dat je leeg bent... ik ga je opnieuw vullen."

Ik laat mijn hoofd tegen de koude deur van het toiletcabine rusten. Ik ben achttien jaar oud, ik zou moeten nadenken over mijn toekomst, over studeren, over vakanties met vrienden. Maar terwijl ik daar sta, met het zaad van een 65-jarige man dat langzaam mijn sissy-broekje verder ruïneert, weet ik dat mijn toekomst al bepaald is.

Mijn toekomst is een kamer in een stille laan in Arnhem. Mijn toekomst is een leven op mijn knieën.

Ik: "Ja, Meester. Vanavond 19:00 uur. Ik zal er zijn. Ik ben van u."

Ik hijs mijn broek op, veeg de tranen van opwinding uit mijn ogen en loop terug naar het wiskundelokaal. Dijkstra praat nog steeds over integralen. Hij weet niet dat ik zojuist de belangrijkste som van mijn leven heb opgelost:
Trefwoord(en): Bijles, Suggestie?
Geef dit verhaal een cijfer:  
5   6   7   8   9   10  
Stiekem Gay Contact
Stiekem Gay Contact