Door: Demiurg
Datum: 14-03-2026 | Cijfer: 8.7 | Gelezen: 178
Lengte: Gemiddeld | Leestijd: 8 minuten | Lezers Online: 3
Trefwoord(en): Bijles,
Lengte: Gemiddeld | Leestijd: 8 minuten | Lezers Online: 3
Trefwoord(en): Bijles,
Vervolg op: Bijles Bij Meneer Van Der Linden - 5
Het is 18:58 uur als ik de achtertuin van Cor binnen sluip. De schemering valt over Arnhem, de merels zingen hun laatste avondlied, maar in mijn hoofd is het stil. Ik ben gefocust. Ik ben een soldaat op missie, al is mijn wapen mijn eigen onderwerping.
De achterdeur is inderdaad open. Ik stap de bijkeuken binnen. Het ruikt er naar wasmiddel en modderige laarzen.
"In de woonkamer," klinkt zijn stem. Niet luid, maar dwingend genoeg om door de muren heen te dringen.
Ik loop de woonkamer in. Het contrast is bijna lachwekkend burgerlijk. De televisie staat aan op het Achtuurjournaal. Cor zit in zijn grote, bruine leren fauteuil, zijn bril op het puntje van zijn neus, de krant op zijn schoot. Hij draagt een comfortabele trui en pantoffels. Hij ziet eruit als elke andere gepensioneerde man in de straat. Behalve dan dat hij mij verwacht.
Hij kijkt niet eens op van zijn krant. Hij wijst alleen met één vinger naar de vloer voor zijn voeten.
"Schoenen uit. Kleren uit. Behalve dat broekje."
Ik doe het snel, struikelend van de zenuwen. Binnen een minuut lig ik naakt op het zachte tapijt, alleen mijn zwarte kanten sissy-slipje als herinnering aan mijn degradatie.
"Kom hier," zegt hij, zonder zijn blik van de beurskoersen te halen.
Ik kruip naar hem toe. Hij tilt zijn voeten op en plaatst ze zwaar op mijn schouders. Zijn pantoffels drukken in mijn vel.
"Vanavond ben je geen leerling," zegt hij rustig, terwijl hij een pagina omslaat. "Vanavond ben je meubilair. Ik wil tv kijken. Ik wil rust. En jij bent hier om te zorgen dat ik ontspan."
Hij duwt met zijn hiel tegen mijn achterhoofd. "Mond open."
Ik open mijn mond en hij laat zijn rechtervoet, nog in de pantoffel, op mijn onderkaak rusten. Ik proef het leer, het stof. Ik ben letterlijk zijn voetenbankje.
De uren die volgen zijn een waas van vernedering en extase. Cor kijkt naar Nieuwsuur, drinkt koffie, leest zijn krant. En ik lig daar, tussen zijn benen, soms als voetenbank, soms als gebruiksvoorwerp.
Af en toe, als er reclame is of als hij zich verveelt, reikt zijn hand naar beneden. Hij speelt met mijn tepels, hard en pijnlijk, of hij trekt aan het elastiek van mijn broekje.
"Lekker nat al?" vraagt hij dan, zonder antwoord te verwachten. Hij voelt even. "Ja. Goed zo."
Rond tien uur ritst hij zijn broek open. Hij zegt niets. Hij pakt alleen mijn hoofd en duwt het in zijn kruis. Terwijl de nieuwslezer praat over politieke spanningen in Den Haag, verdwijn ik in de warme, donkere wereld van Cor’s dominantie. Hij neukt mijn mond lui, traag, alsof hij een sigaret rookt. Hij kijkt ondertussen gewoon tv. Dat is het ergste – en het geilste – ervan. Ik ben zo onbeduidend voor hem dat hij niet eens zijn programma ervoor hoeft te onderbreken.
Als hij uiteindelijk komt, trekt hij mijn hoofd niet weg. Hij duwt me dieper. Ik slik alles, dankbaar dat ik nuttig mocht zijn.
"Zo," zegt hij, terwijl hij zich weer fatsoeneert. "De koffie is op. Jij mag gaan."
Hij schopt me letterlijk zachtjes weg met zijn voet.
"Aankleden. En morgen op tijd op school. Ik wil geen klachten horen."
De volgende ochtend, donderdag. De eerste les is wiskunde.
Ik loop als een zombie door de gangen. Mijn lichaam voelt gebroken. Mijn knieën zijn rood en schraal van het tapijt, mijn kaakspieren doen pijn van het urenlang openstaan, en mijn keel voelt rauw. Maar onder mijn kleren gloei ik. Ik ben een wrak, maar ik ben zijn wrak.
Ik ga zitten op mijn vaste plek achterin. Meneer Dijkstra komt binnen. Dijkstra is een man van in de vijftig, scherp, altijd in pak, met ogen die niets missen. Hij is het type leraar dat ziet wie er spiekt zonder op te kijken van zijn bureau.
De les begint. Ik probeer op te letten, maar mijn hoofd bonkt. Ik staar naar het bord, maar de cijfers dansen. Ik wrijf over mijn nek, waar ik weet dat een kleine, rode plek zit – een aandenken aan Cor’s grip gisteravond.
"Jesse?"
De stem snijdt door mijn dagdromen. Ik schrik op. Het hele lokaal kijkt naar me. Dijkstra staat voor mijn tafel. Hij kijkt niet boos, maar... onderzoekend.
"Je bent er niet bij, jongen," zegt hij. "Gaat het wel?"
"Ja... ja meneer. Sorry. Slecht geslapen."
Dijkstra’s ogen glijden over mijn gezicht, zakken dan iets lager. Ze blijven hangen bij mijn kraag. Ik trek in een reflex mijn hoodie iets omhoog, maar ik weet dat hij het gezien heeft. Die vlek in mijn nek.
Hij zegt niets. Hij knikt alleen langzaam, draait zich om en gaat verder met de les.
Maar de rest van het uur voel ik zijn blik branden. Elke keer als ik opkijk, kijkt hij net weg.
Als de bel gaat en iedereen zijn spullen pakt, roept hij over het lawaai heen: "Jesse, blijf jij nog even? Ik wil even met je praten over je laatste proefwerk."
Mijn maag draait zich om. Ik wacht tot iedereen weg is. De klas is leeg. Het krijtstof dwarrelt in het zonlicht. Dijkstra leunt tegen zijn bureau, armen over elkaar. Hij kijkt me aan.
"Kom eens hier," zegt hij.
Ik loop naar voren, mijn tas stevig tegen mijn buik geklemd, als een schild.
"Je cijfers waren altijd prima, Jesse," begint hij. "Maar de laatste weken... je bent afwezig. Je lijkt uitgeput."
"Ik doe mijn best, meneer. Echt."
"Ik weet dat je bijles hebt," zegt Dijkstra plotseling. "Bij Cor van der Linden, toch?"
Mijn hart stopt. De naam klinkt als een donderslag in het stille lokaal.
"Eh... ja. Ja, klopt. Hij helpt me."
Dijkstra glimlacht, maar de glimlach bereikt zijn ogen niet. Hij zet een stapje dichterbij. Ik ruik pepermunt en krijt.
"Cor is een goede vent," zegt Dijkstra langzaam. "Een oude bekende van me. We kaarten wel eens samen op de vrijdagavond."
De wereld zakt onder mijn voeten weg. Ze kennen elkaar. Ze kaarten samen.
Dijkstra leunt iets naar voren, zijn stem zakt tot een fluistertoon.
"Cor vertelde me laatst dat hij een nieuwe leerling had die... erg toegewijd is. Iemand die bereid is om alles te doen voor een goed resultaat."
Ik sta aan de grond genageld. Ik kan niet ademen. Weet hij het?
Dijkstra’s blik glijdt weer naar mijn nek, naar de plek die ik probeer te verbergen. Dan kijkt hij me recht in de ogen. Er is geen medelijden in zijn blik. Er is herkenning. En iets anders... honger?
"Ik vroeg me af, Jesse," zegt hij zacht, terwijl hij zijn hand op mijn schouder legt. Zijn duim wrijft over mijn sleutelbeen, net iets te intiem voor een leraar. "Als Cor zo tevreden over je is... misschien heb je dan ook wel wat extra hulp nodig bij meetkunde? Ik geef namelijk ook bijles. Aan speciale leerlingen."
Ik tril. Ik weet niet of ik moet wegrennen of op mijn knieën moet vallen. Dit is geen school meer. Dit is een netwerk.
"Ik... ik..."
"Denk er maar over na," zegt Dijkstra. Hij laat me los en klopt het krijt van zijn handen. "Ik zie Cor morgenavond bij het kaarten. Ik zal hem vragen hoe je vorderingen zijn. En Jesse?"
Ik kijk hem aan, grootogig van angst en opwinding.
"Trek die hoodie de volgende keer iets strakker aan. Niet iedereen hoeft te zien van wie je bent. Al is het duidelijk dat je geniet van het eigendom zijn."
Hij knipoogt. "Ga nu maar. Voor je te laat bent voor je volgende les."
Ik strompel het lokaal uit, de gang op. Mijn hoofd duizelt. Cor heeft gepraat. En Dijkstra... Dijkstra weet het. En hij wil meedoen.
De angst giert door mijn keel, maar dieper, in mijn onderbuik, voel ik mijn pik weer hard worden tegen het zwarte kant.
Ik ben niet meer het sletje van één man. Ik ben handelswaar geworden.
De achterdeur is inderdaad open. Ik stap de bijkeuken binnen. Het ruikt er naar wasmiddel en modderige laarzen.
"In de woonkamer," klinkt zijn stem. Niet luid, maar dwingend genoeg om door de muren heen te dringen.
Ik loop de woonkamer in. Het contrast is bijna lachwekkend burgerlijk. De televisie staat aan op het Achtuurjournaal. Cor zit in zijn grote, bruine leren fauteuil, zijn bril op het puntje van zijn neus, de krant op zijn schoot. Hij draagt een comfortabele trui en pantoffels. Hij ziet eruit als elke andere gepensioneerde man in de straat. Behalve dan dat hij mij verwacht.
Hij kijkt niet eens op van zijn krant. Hij wijst alleen met één vinger naar de vloer voor zijn voeten.
"Schoenen uit. Kleren uit. Behalve dat broekje."
Ik doe het snel, struikelend van de zenuwen. Binnen een minuut lig ik naakt op het zachte tapijt, alleen mijn zwarte kanten sissy-slipje als herinnering aan mijn degradatie.
"Kom hier," zegt hij, zonder zijn blik van de beurskoersen te halen.
Ik kruip naar hem toe. Hij tilt zijn voeten op en plaatst ze zwaar op mijn schouders. Zijn pantoffels drukken in mijn vel.
"Vanavond ben je geen leerling," zegt hij rustig, terwijl hij een pagina omslaat. "Vanavond ben je meubilair. Ik wil tv kijken. Ik wil rust. En jij bent hier om te zorgen dat ik ontspan."
Hij duwt met zijn hiel tegen mijn achterhoofd. "Mond open."
Ik open mijn mond en hij laat zijn rechtervoet, nog in de pantoffel, op mijn onderkaak rusten. Ik proef het leer, het stof. Ik ben letterlijk zijn voetenbankje.
De uren die volgen zijn een waas van vernedering en extase. Cor kijkt naar Nieuwsuur, drinkt koffie, leest zijn krant. En ik lig daar, tussen zijn benen, soms als voetenbank, soms als gebruiksvoorwerp.
Af en toe, als er reclame is of als hij zich verveelt, reikt zijn hand naar beneden. Hij speelt met mijn tepels, hard en pijnlijk, of hij trekt aan het elastiek van mijn broekje.
"Lekker nat al?" vraagt hij dan, zonder antwoord te verwachten. Hij voelt even. "Ja. Goed zo."
Rond tien uur ritst hij zijn broek open. Hij zegt niets. Hij pakt alleen mijn hoofd en duwt het in zijn kruis. Terwijl de nieuwslezer praat over politieke spanningen in Den Haag, verdwijn ik in de warme, donkere wereld van Cor’s dominantie. Hij neukt mijn mond lui, traag, alsof hij een sigaret rookt. Hij kijkt ondertussen gewoon tv. Dat is het ergste – en het geilste – ervan. Ik ben zo onbeduidend voor hem dat hij niet eens zijn programma ervoor hoeft te onderbreken.
Als hij uiteindelijk komt, trekt hij mijn hoofd niet weg. Hij duwt me dieper. Ik slik alles, dankbaar dat ik nuttig mocht zijn.
"Zo," zegt hij, terwijl hij zich weer fatsoeneert. "De koffie is op. Jij mag gaan."
Hij schopt me letterlijk zachtjes weg met zijn voet.
"Aankleden. En morgen op tijd op school. Ik wil geen klachten horen."
De volgende ochtend, donderdag. De eerste les is wiskunde.
Ik loop als een zombie door de gangen. Mijn lichaam voelt gebroken. Mijn knieën zijn rood en schraal van het tapijt, mijn kaakspieren doen pijn van het urenlang openstaan, en mijn keel voelt rauw. Maar onder mijn kleren gloei ik. Ik ben een wrak, maar ik ben zijn wrak.
Ik ga zitten op mijn vaste plek achterin. Meneer Dijkstra komt binnen. Dijkstra is een man van in de vijftig, scherp, altijd in pak, met ogen die niets missen. Hij is het type leraar dat ziet wie er spiekt zonder op te kijken van zijn bureau.
De les begint. Ik probeer op te letten, maar mijn hoofd bonkt. Ik staar naar het bord, maar de cijfers dansen. Ik wrijf over mijn nek, waar ik weet dat een kleine, rode plek zit – een aandenken aan Cor’s grip gisteravond.
"Jesse?"
De stem snijdt door mijn dagdromen. Ik schrik op. Het hele lokaal kijkt naar me. Dijkstra staat voor mijn tafel. Hij kijkt niet boos, maar... onderzoekend.
"Je bent er niet bij, jongen," zegt hij. "Gaat het wel?"
"Ja... ja meneer. Sorry. Slecht geslapen."
Dijkstra’s ogen glijden over mijn gezicht, zakken dan iets lager. Ze blijven hangen bij mijn kraag. Ik trek in een reflex mijn hoodie iets omhoog, maar ik weet dat hij het gezien heeft. Die vlek in mijn nek.
Hij zegt niets. Hij knikt alleen langzaam, draait zich om en gaat verder met de les.
Maar de rest van het uur voel ik zijn blik branden. Elke keer als ik opkijk, kijkt hij net weg.
Als de bel gaat en iedereen zijn spullen pakt, roept hij over het lawaai heen: "Jesse, blijf jij nog even? Ik wil even met je praten over je laatste proefwerk."
Mijn maag draait zich om. Ik wacht tot iedereen weg is. De klas is leeg. Het krijtstof dwarrelt in het zonlicht. Dijkstra leunt tegen zijn bureau, armen over elkaar. Hij kijkt me aan.
"Kom eens hier," zegt hij.
Ik loop naar voren, mijn tas stevig tegen mijn buik geklemd, als een schild.
"Je cijfers waren altijd prima, Jesse," begint hij. "Maar de laatste weken... je bent afwezig. Je lijkt uitgeput."
"Ik doe mijn best, meneer. Echt."
"Ik weet dat je bijles hebt," zegt Dijkstra plotseling. "Bij Cor van der Linden, toch?"
Mijn hart stopt. De naam klinkt als een donderslag in het stille lokaal.
"Eh... ja. Ja, klopt. Hij helpt me."
Dijkstra glimlacht, maar de glimlach bereikt zijn ogen niet. Hij zet een stapje dichterbij. Ik ruik pepermunt en krijt.
"Cor is een goede vent," zegt Dijkstra langzaam. "Een oude bekende van me. We kaarten wel eens samen op de vrijdagavond."
De wereld zakt onder mijn voeten weg. Ze kennen elkaar. Ze kaarten samen.
Dijkstra leunt iets naar voren, zijn stem zakt tot een fluistertoon.
"Cor vertelde me laatst dat hij een nieuwe leerling had die... erg toegewijd is. Iemand die bereid is om alles te doen voor een goed resultaat."
Ik sta aan de grond genageld. Ik kan niet ademen. Weet hij het?
Dijkstra’s blik glijdt weer naar mijn nek, naar de plek die ik probeer te verbergen. Dan kijkt hij me recht in de ogen. Er is geen medelijden in zijn blik. Er is herkenning. En iets anders... honger?
"Ik vroeg me af, Jesse," zegt hij zacht, terwijl hij zijn hand op mijn schouder legt. Zijn duim wrijft over mijn sleutelbeen, net iets te intiem voor een leraar. "Als Cor zo tevreden over je is... misschien heb je dan ook wel wat extra hulp nodig bij meetkunde? Ik geef namelijk ook bijles. Aan speciale leerlingen."
Ik tril. Ik weet niet of ik moet wegrennen of op mijn knieën moet vallen. Dit is geen school meer. Dit is een netwerk.
"Ik... ik..."
"Denk er maar over na," zegt Dijkstra. Hij laat me los en klopt het krijt van zijn handen. "Ik zie Cor morgenavond bij het kaarten. Ik zal hem vragen hoe je vorderingen zijn. En Jesse?"
Ik kijk hem aan, grootogig van angst en opwinding.
"Trek die hoodie de volgende keer iets strakker aan. Niet iedereen hoeft te zien van wie je bent. Al is het duidelijk dat je geniet van het eigendom zijn."
Hij knipoogt. "Ga nu maar. Voor je te laat bent voor je volgende les."
Ik strompel het lokaal uit, de gang op. Mijn hoofd duizelt. Cor heeft gepraat. En Dijkstra... Dijkstra weet het. En hij wil meedoen.
De angst giert door mijn keel, maar dieper, in mijn onderbuik, voel ik mijn pik weer hard worden tegen het zwarte kant.
Ik ben niet meer het sletje van één man. Ik ben handelswaar geworden.
Trefwoord(en): Bijles, Suggestie?
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10

Ontdek meer over mij op mijn profiel pagina, bekijk mijn verhalen, laat een berichtje achter of schrijf je in om een mail te ontvangen bij nieuwe verhalen!
