Door: Demiurg
Datum: 15-03-2026 | Cijfer: 9 | Gelezen: 229
Lengte: Gemiddeld | Leestijd: 8 minuten | Lezers Online: 2
Trefwoord(en): Bijles, Leraar,
Lengte: Gemiddeld | Leestijd: 8 minuten | Lezers Online: 2
Trefwoord(en): Bijles, Leraar,
Het is vrijdagavond, 20:30 uur. De zon is al onder, en de straatverlichting in de laan werpt lange, oranje schaduwen over de stoep. Ik zit thuis op de bank, zogenaamd tv te kijken met mijn ouders, maar elke spier in mijn lichaam staat strak. Ik draag mijn normale kleren – spijkerbroek, T-shirt – maar daaronder brandt het zwarte kant in mijn liezen. Ik heb het niet meer uitgedaan sinds woensdag. Het is gaan ruiken naar mij, naar Cor, naar zweet en opwinding.
Dan trilt mijn telefoon.
Cor: "We hebben dorst. Kom via de achterdeur. En vergeet je manieren niet."
Ik mompel iets tegen mijn moeder over een vriend die nog even wat aantekeningen wil lenen, en ik ben weg. De koele avondlucht kan de hitte in mijn gezicht niet blussen. Ik weet wie die "we" is.
Als ik de achterdeur van Cor’s huis openmaak, ruik ik het meteen. De geur van zware sigarenrook vermengd met dure whisky. Het is een geur van mannen onder elkaar, van een besloten club waar ik niet lid van ben, maar waar ik het entertainment ben.
Ik loop de woonkamer in. De gordijnen zijn dicht. De kamer is blauw van de rook. In het midden staat een kaarttafel met een groen laken.
Aan de ene kant zit Cor, in zijn hemdsmouwen, een sigaar in zijn mondhoek. Hij kijkt nauwelijks op.
Tegenover hem zit meneer Dijkstra. Hij draagt een colbert, zijn bril glinstert in het lamplicht. Hij kijkt wel op. Hij kijkt me recht aan, en zijn glimlach is die van een wolf die een lammetje ziet binnenwandelen.
"Ah," zegt Dijkstra, zijn stem zalvend en laag. "De sterleerling is gearriveerd."
Ik blijf bij de deur staan, onzeker. "Goedenavond, heren."
Cor tikt as van zijn sigaar. "Niet praten, Jesse. Bedienen. Whisky voor meneer Dijkstra, jenever voor mij. Je weet waar de flessen staan."
Ik loop naar de kast. Mijn handen trillen zo erg dat de flessen tegen de glazen tikken. Kling, kling. Het geluid verraadt mijn angst. Ik schenk in, loop naar de tafel en zet de glazen neer. Eerst bij Cor, dan bij Dijkstra.
Als ik het glas bij Dijkstra neerzet, grijpt hij plotseling mijn pols. Zijn grip is verrassend sterk voor een leraar. Hij trekt me iets dichterbij, zijn neus bijna tegen mijn heup. Hij snuift.
"Cor," zegt hij, zonder mij los te laten. "Je had gelijk. Hij ruikt naar angst. En naar... iets zoeters."
Cor lacht droogjes. "Hij ruikt naar eigendom, Henk. Laat hem eens zien wat hij verbergt. Jesse, broek naar beneden. Nu."
Mijn hart bonst in mijn keel. Hier? In het licht? Terwijl ze kaarten?
"Toe maar, jongen," zegt Dijkstra zachtjes, terwijl hij mijn pols loslaat en achterover leunt om te genieten van het uitzicht. "We zijn allemaal volwassenen hier. Laat je leraren eens zien wat je in huis hebt."
Ik maak mijn riem los. Rits open. Ik laat mijn spijkerbroek op mijn enkels vallen. Ik sta daar in mijn T-shirt en dat kleine, zwarte, ietwat vieze kanten broekje. Mijn benen zijn wit en gladgeschoren (Cor’s bevel van vorige week). Mijn pik tekent zich duidelijk af tegen de stof, halfhard van de vernedering.
Dijkstra fluit zachtjes. Hij zet zijn bril recht. "Jemig, Cor. Je hebt hem goed afgericht. Glad als een meid."
Hij reikt naar voren en laat zijn hand over mijn bovenbeen glijden. Zijn hand is anders dan die van Cor; klammer, zoekender. Hij stopt bij de rand van het kant.
"En hij staat al klaar," constateert hij. "Kijk eens hoe dat trilt."
Cor schudt de kaarten. "Hij staat altijd klaar. Dat is zijn functie. Maar genoeg gekeken. We moeten spelen. Jesse, onder de tafel."
Ik kijk hem niet-begrijpend aan. "M-meester?"
"Onder de tafel," herhaalt Cor streng. "Meneer Dijkstra heeft een zware week gehad op school. Hij kan wel wat ontspanning gebruiken tijdens het spel. Jij gaat zorgen dat hij zich kan concentreren."
Ik begrijp het. De grond zakt onder me weg, maar de geilheid die volgt is overweldigend. Ik zak op mijn knieën. Ik kruip onder het groene laken van de kaarttafel. Het is daar donker en intiem, een kleine wereld van mannenbenen en schoenen.
Ik ruik het leer van hun schoenen, de stof van hun pantalons. Rechts zitten de zware benen van Cor, wijdbeens zoals altijd. Links zitten de nettere benen van Dijkstra.
Ik voel een hand op mijn hoofd. Dijkstra’s hand. Hij duwt me zachtjes maar dwingend naar zijn kruis.
"Kom maar, jongen," hoor ik hem boven de tafel zeggen, zijn stem gedempt door het tafelblad. "Maak je leraar maar blij."
Ik zie zijn rits opengaan. Ik help hem, mijn vingers stuntelig. Hij haalt zichzelf tevoorschijn. Hij is dunner dan Cor, maar lang en venijnig hard. Hij ruikt anders – scherper.
Ik aarzel geen seconde. Ik ben hier voor. Ik neem hem in mijn mond.
Boven mij gaat het gesprek gewoon door.
"Ik pas," zegt Cor. Het geluid van fiches die op tafel worden gegooid.
"Ik ga mee," zegt Dijkstra. Ik voel zijn heupen omhoog komen, hij duwt zich dieper in mijn keel. "Mmm... verdomme, Cor. Hij heeft een zachte mond. Geen tanden."
"Kwestie van training," antwoordt Cor koeltjes. "En discipline. Hij weet dat als hij bijt, hij de rest van de week niet meer kan zitten."
Het is een surrealistische ervaring. Ik zit in het donker, op mijn knieën, de lul van mijn wiskundeleraar te pijpen, terwijl ze boven mijn hoofd praten over klaverjassen en de schoolvergadering van volgende week.
Dijkstra is minder geduldig dan Cor. Zijn hand in mijn haar trekt hard. Hij neukt mijn mond in een snel, schokkerig ritme.
"Oh... ja... diep," hoor ik hem hijgen. "Zuig die wiskunde er maar uit, sletje."
Cor schopt zachtjes tegen mijn zij. "Niet vergeten wie je eigenaar is, Jesse. Houd een hand op mijn been. Ik wil voelen dat je er bent."
Ik leg mijn hand op Cor’s knie, terwijl ik Dijkstra bedien. Ik ben de brug tussen deze twee mannen. Ik ben het bindmiddel van hun vriendschap.
Na tien minuten voel ik Dijkstra verstrakken. Zijn benen klemmen om mijn hoofd.
"Cor... ik ga... ik ga hem volblaffen!"
"Doe je best," lacht Cor.
Dijkstra stoot drie keer diep en spuit dan in mijn keel. Het smaakt bitterder dan Cor, maar ik slik het. Ik slik alles. Het is mijn taak. Het is mijn cijfer.
Als hij klaar is, zakt hij hijgend terug in zijn stoel. Ik blijf onder tafel zitten, veeg mijn mond af.
"Zo," zegt Dijkstra boven mij. "Dat lucht op. Nu kan ik me weer concentreren op het spel."
Het tafelkleed wordt opgetild. Cor kijkt naar beneden.
"Kom er maar onderuit, Jesse."
Ik kruip tevoorschijn, mijn haar in de war, mijn lippen rood en gezwollen, sperma in mijn mondhoek. Ik blijf op mijn knieën naast de tafel zitten.
Dijkstra kijkt me aan met een blik van pure arrogantie. Hij ritst zijn broek dicht.
"Weet je, Jesse," zegt hij, terwijl hij zijn kaarten weer oppakt. "Ik denk dat we die bijles meetkunde maar moeten doorzetten. Vrijdagmiddagen, na schooltijd? In het lokaal?"
Ik kijk naar Cor. Hij knikt goedkeurend. Hij heeft me zojuist uitgeleend. Gedeeld.
"Ja, meneer," fluister ik. "Graag, meneer."
Cor pakt zijn glas jenever. "Schenk nog eens bij, jongen. En blijf daarna maar op je knieën naast me zitten. Als ik win, mag je mijn winst 'in ontvangst nemen'. Als ik verlies..." hij grijnst naar Dijkstra, "...dan mag Henk je mee naar achteren nemen tijdens de pauze."
Ik kijk naar de stapel fiches op tafel. Ik weet niet wat ik moet hopen. Winst of verlies, vanavond word ik volledig uitgewoond. En als ik naar de hongerige blik van Dijkstra kijk, en de trotse blik van Cor, weet ik dat dit pas het begin is van mijn leven als de slet van het docentencorps.
Dan trilt mijn telefoon.
Cor: "We hebben dorst. Kom via de achterdeur. En vergeet je manieren niet."
Ik mompel iets tegen mijn moeder over een vriend die nog even wat aantekeningen wil lenen, en ik ben weg. De koele avondlucht kan de hitte in mijn gezicht niet blussen. Ik weet wie die "we" is.
Als ik de achterdeur van Cor’s huis openmaak, ruik ik het meteen. De geur van zware sigarenrook vermengd met dure whisky. Het is een geur van mannen onder elkaar, van een besloten club waar ik niet lid van ben, maar waar ik het entertainment ben.
Ik loop de woonkamer in. De gordijnen zijn dicht. De kamer is blauw van de rook. In het midden staat een kaarttafel met een groen laken.
Aan de ene kant zit Cor, in zijn hemdsmouwen, een sigaar in zijn mondhoek. Hij kijkt nauwelijks op.
Tegenover hem zit meneer Dijkstra. Hij draagt een colbert, zijn bril glinstert in het lamplicht. Hij kijkt wel op. Hij kijkt me recht aan, en zijn glimlach is die van een wolf die een lammetje ziet binnenwandelen.
"Ah," zegt Dijkstra, zijn stem zalvend en laag. "De sterleerling is gearriveerd."
Ik blijf bij de deur staan, onzeker. "Goedenavond, heren."
Cor tikt as van zijn sigaar. "Niet praten, Jesse. Bedienen. Whisky voor meneer Dijkstra, jenever voor mij. Je weet waar de flessen staan."
Ik loop naar de kast. Mijn handen trillen zo erg dat de flessen tegen de glazen tikken. Kling, kling. Het geluid verraadt mijn angst. Ik schenk in, loop naar de tafel en zet de glazen neer. Eerst bij Cor, dan bij Dijkstra.
Als ik het glas bij Dijkstra neerzet, grijpt hij plotseling mijn pols. Zijn grip is verrassend sterk voor een leraar. Hij trekt me iets dichterbij, zijn neus bijna tegen mijn heup. Hij snuift.
"Cor," zegt hij, zonder mij los te laten. "Je had gelijk. Hij ruikt naar angst. En naar... iets zoeters."
Cor lacht droogjes. "Hij ruikt naar eigendom, Henk. Laat hem eens zien wat hij verbergt. Jesse, broek naar beneden. Nu."
Mijn hart bonst in mijn keel. Hier? In het licht? Terwijl ze kaarten?
"Toe maar, jongen," zegt Dijkstra zachtjes, terwijl hij mijn pols loslaat en achterover leunt om te genieten van het uitzicht. "We zijn allemaal volwassenen hier. Laat je leraren eens zien wat je in huis hebt."
Ik maak mijn riem los. Rits open. Ik laat mijn spijkerbroek op mijn enkels vallen. Ik sta daar in mijn T-shirt en dat kleine, zwarte, ietwat vieze kanten broekje. Mijn benen zijn wit en gladgeschoren (Cor’s bevel van vorige week). Mijn pik tekent zich duidelijk af tegen de stof, halfhard van de vernedering.
Dijkstra fluit zachtjes. Hij zet zijn bril recht. "Jemig, Cor. Je hebt hem goed afgericht. Glad als een meid."
Hij reikt naar voren en laat zijn hand over mijn bovenbeen glijden. Zijn hand is anders dan die van Cor; klammer, zoekender. Hij stopt bij de rand van het kant.
"En hij staat al klaar," constateert hij. "Kijk eens hoe dat trilt."
Cor schudt de kaarten. "Hij staat altijd klaar. Dat is zijn functie. Maar genoeg gekeken. We moeten spelen. Jesse, onder de tafel."
Ik kijk hem niet-begrijpend aan. "M-meester?"
"Onder de tafel," herhaalt Cor streng. "Meneer Dijkstra heeft een zware week gehad op school. Hij kan wel wat ontspanning gebruiken tijdens het spel. Jij gaat zorgen dat hij zich kan concentreren."
Ik begrijp het. De grond zakt onder me weg, maar de geilheid die volgt is overweldigend. Ik zak op mijn knieën. Ik kruip onder het groene laken van de kaarttafel. Het is daar donker en intiem, een kleine wereld van mannenbenen en schoenen.
Ik ruik het leer van hun schoenen, de stof van hun pantalons. Rechts zitten de zware benen van Cor, wijdbeens zoals altijd. Links zitten de nettere benen van Dijkstra.
Ik voel een hand op mijn hoofd. Dijkstra’s hand. Hij duwt me zachtjes maar dwingend naar zijn kruis.
"Kom maar, jongen," hoor ik hem boven de tafel zeggen, zijn stem gedempt door het tafelblad. "Maak je leraar maar blij."
Ik zie zijn rits opengaan. Ik help hem, mijn vingers stuntelig. Hij haalt zichzelf tevoorschijn. Hij is dunner dan Cor, maar lang en venijnig hard. Hij ruikt anders – scherper.
Ik aarzel geen seconde. Ik ben hier voor. Ik neem hem in mijn mond.
Boven mij gaat het gesprek gewoon door.
"Ik pas," zegt Cor. Het geluid van fiches die op tafel worden gegooid.
"Ik ga mee," zegt Dijkstra. Ik voel zijn heupen omhoog komen, hij duwt zich dieper in mijn keel. "Mmm... verdomme, Cor. Hij heeft een zachte mond. Geen tanden."
"Kwestie van training," antwoordt Cor koeltjes. "En discipline. Hij weet dat als hij bijt, hij de rest van de week niet meer kan zitten."
Het is een surrealistische ervaring. Ik zit in het donker, op mijn knieën, de lul van mijn wiskundeleraar te pijpen, terwijl ze boven mijn hoofd praten over klaverjassen en de schoolvergadering van volgende week.
Dijkstra is minder geduldig dan Cor. Zijn hand in mijn haar trekt hard. Hij neukt mijn mond in een snel, schokkerig ritme.
"Oh... ja... diep," hoor ik hem hijgen. "Zuig die wiskunde er maar uit, sletje."
Cor schopt zachtjes tegen mijn zij. "Niet vergeten wie je eigenaar is, Jesse. Houd een hand op mijn been. Ik wil voelen dat je er bent."
Ik leg mijn hand op Cor’s knie, terwijl ik Dijkstra bedien. Ik ben de brug tussen deze twee mannen. Ik ben het bindmiddel van hun vriendschap.
Na tien minuten voel ik Dijkstra verstrakken. Zijn benen klemmen om mijn hoofd.
"Cor... ik ga... ik ga hem volblaffen!"
"Doe je best," lacht Cor.
Dijkstra stoot drie keer diep en spuit dan in mijn keel. Het smaakt bitterder dan Cor, maar ik slik het. Ik slik alles. Het is mijn taak. Het is mijn cijfer.
Als hij klaar is, zakt hij hijgend terug in zijn stoel. Ik blijf onder tafel zitten, veeg mijn mond af.
"Zo," zegt Dijkstra boven mij. "Dat lucht op. Nu kan ik me weer concentreren op het spel."
Het tafelkleed wordt opgetild. Cor kijkt naar beneden.
"Kom er maar onderuit, Jesse."
Ik kruip tevoorschijn, mijn haar in de war, mijn lippen rood en gezwollen, sperma in mijn mondhoek. Ik blijf op mijn knieën naast de tafel zitten.
Dijkstra kijkt me aan met een blik van pure arrogantie. Hij ritst zijn broek dicht.
"Weet je, Jesse," zegt hij, terwijl hij zijn kaarten weer oppakt. "Ik denk dat we die bijles meetkunde maar moeten doorzetten. Vrijdagmiddagen, na schooltijd? In het lokaal?"
Ik kijk naar Cor. Hij knikt goedkeurend. Hij heeft me zojuist uitgeleend. Gedeeld.
"Ja, meneer," fluister ik. "Graag, meneer."
Cor pakt zijn glas jenever. "Schenk nog eens bij, jongen. En blijf daarna maar op je knieën naast me zitten. Als ik win, mag je mijn winst 'in ontvangst nemen'. Als ik verlies..." hij grijnst naar Dijkstra, "...dan mag Henk je mee naar achteren nemen tijdens de pauze."
Ik kijk naar de stapel fiches op tafel. Ik weet niet wat ik moet hopen. Winst of verlies, vanavond word ik volledig uitgewoond. En als ik naar de hongerige blik van Dijkstra kijk, en de trotse blik van Cor, weet ik dat dit pas het begin is van mijn leven als de slet van het docentencorps.
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10

Ontdek meer over mij op mijn profiel pagina, bekijk mijn verhalen, laat een berichtje achter of schrijf je in om een mail te ontvangen bij nieuwe verhalen!
