Door: Keith
Datum: 12-01-2026 | Cijfer: 9.6 | Gelezen: 779
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 41 minuten | Lezers Online: 9
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 41 minuten | Lezers Online: 9
Vervolg op: Gonnie - 28: Familie In Schaarsbergen
...En Nog Een Wandelingetje
Frank pakte zijn camera en een statief, Gien de hare en vijf minuten later stonden we op de rolbaan. Rick keek naar het vliegveld. “Hier kan ik m’n kist wel laten landen, lui. Wát een ruimte…” Frank keek hem aan. “Een Messerschmitt BF110 nachtjager had wat meer startbaan nodig dan die kist van jou, Rick. Zeker als het ding was volgepakt met brandstof, 20 of 30mm munitie en een Liechtenstein radar in de neus. Ouwe elektronica met van die buizen er in… Loodzwaar.” Rick humde. “Jij bent goed geïnformeerd, Frank.” Die haalde zijn schouders op. “Ik woon hier. Op een plek met geschiedenis. Ik heb me erin verdiept, dus… En vliegtuigen hadden altijd al mijn interesse.” Rick sloeg op zijn schouder. “Kijk… Dát schept een band!”
Ondertussen had Gien haar toestel op statief gezet. Tijdontspanner aan… “Zijn we er klaar voor, dames en heren? En hondjes?” We gingen staan en zitten, Cora en Rick zittend, de honden naast hen, de rest er achter. Frank stond naast me en ik sloeg een arm om hem heen. “Hier jij. Jij hoort bij mij en dat willen we laten zien ook!” Hij lachte. “Geen probleem mee, schoonheid…”
Na een paar foto’s wisselden we van plaats. En Gien wilde ook nog foto’s van alle stelletjes apart, de meiden apart, de jongens apart, de hondjes samen... “Hoho, Gien… dan willen wij ook een paar leuke foto’s van Henk en jou samen!” Cora wees. “Staan of zitten jullie, maar ik wil mijn aanstaande schoonouders ook samen op een foto hebben. Húp!” Frank liep er omheen met zijn camera. “Da’s voor de foto’s ‘behind the scenes”, zei hij met een lachje. Een half uurtje later vonden we het wel genoeg geweest; volgens mij waren er voldoende foto’s gemaakt om een compleet album te vullen, misschien wel twee.
We gingen weer naar binnen en onderweg vroeg Gien: “Hoe weten we nu welke foto’s er wél en welke niet voor publicatie geschikt zijn?” Ik keek Frank aan. “Mijn vriendje heeft een hele groot beeldscherm waar je een SD kaart in kan stoppen. Daar kijken we zo dadelijk wel even op. Toch, Frank?” Die knikte en voegde er aan toe: “Dan worden jullie ten minste een beetje afgeleid en stellen geen confronterende vragen.”
Gien kneep haar ogen samen. “Hoe moet ik dit opvatten, meneer Veenstra?” Hij sloeg een arm om haar heen. “Kom je vanzelf achter, mevrouw Peters Senior.” Ze keek dreigend en ik waarschuwde Frank. “Kijk uit liefje. Als ma zó kijkt, moet je bijzonder goed opletten, want ze zou wel eens uit kunnen halen…” Hij bleef stoïcijns kijken en zei vlakweg: “Veel ervaring mee, zeker?” Ik keek boos, Annet en Cora lachten me uit. Even later zaten we weer op het terras en ik schonk wat te drinken in.
“Sorry Rick. We hebben nog geen Ranja in huis.” Hij keek kalm terug. “Gewoon koud water is ook prima, Gon. Dát heb ik leren waarderen in Afrika: kranen waar gewoon drinkbaar water uit komt, zonder dat je het eerst moet filteren en/of koken.” “Dan ben je hier aan het goeie adres, Rick”, zei Frank. “Het water hier komt van de Veluwezoom vandaan. Onder de Posbank, om precies te zijn. Zo ongeveer het zuiverste water in Nederland. En ik heb altijd, om ongeveer dezelfde reden als jij, een literfles in de koelkast staan, dus…” Rick stak zijn duim op. Toen iedereen een drankje voor zich had, stond Frank op.
“Lieve lui… Gon en ik zijn het er deze week over eens geworden: binnenkort trekt ze bij mij in. Dus als ik jullie was zou ik deze locatie maar goed in je telefoon vastprikken op Google Earth, anders vind je hem nooit meer.” Ik vulde aan: “En voor de volledigheid: ik heb Frank, ook deze week, een aanzoek gedaan. Ik wil met m’n chef trouwen. En hij zei ‘Ja’. Dus… ga maar sparen voor een mooie jurk of een net pak.” Even was het nogal lawaaierig in de tuin en werden we gefeliciteerd.
Annet kuste me, keek me aan en zei: “Méén je dat, schat? Heb jij hém gevraagd?” Ik knikte. “Ja. En ik ben nog nooit zo zeker van m’n zaak geweest, An.” Ze knikte. “Snap ik. Gefeliciteerd, zus.” Ze omhelsde me en ik hoorde zachtjes: “Maar wij blijven toch wel vriendinnetjes, hoop ik?” Ik wist precies wat ze bedoelde en fluisterde: “We zullen Hans en Frank regelmatig wegsturen om ‘stoere dingen’ te gaan doen. Dan hebben wij het rijk alleen, schat. En Frank vindt dat goed.” “Gelukkig…” hoorde ik zachtjes. Daarna liep Annet naar Frank. “” Zul je lief zijn voor mijn zus?” Ze vroeg het serieus en Frank antwoordde al even serieus. “Ja, lieve Annet.”
Toen gaf ze hem een zoen, bleef even in zijn armen staan en knipoogde naar mij. En ik knipoogde terug. “Nou, als die twee zo blijven staan…” Hans gaf mij een knuffel. “Gefeliciteerd schat. Wees gelukkig met Frank. Een prima vent, volgens mij.” Ik giebelde. “Daar ben ik het wel mee eens, Hans. En blijf eens staan; Mijn vent laat mijn zus ook nog niet los, dan kunnen wij ook wel even…” Hij lachte zachtjes. “Goed plan, Gon.” Henk zag het en vond er wat van. “Hé! Zijn jullie bezig met een vergelijkend warenonderzoek of zo? Daarvoor moet je bij de consumentenbond zijn en niet bij het vriendje van je bloedeigen zus! Daar komt alleen maar ellende van.” Annet keek héél ondeugend. “Wat ben jij een saaie Piet zeg… Ehhh Gon: dat vergelijkend warenonderzoek doen we wel een andere keer. Zonder die oude generatie erbij… AUW!” Henk trok aan haar haren.
“Pas jij een beetje op, meisje Peters? Je moeder uitschelden voor ‘de oude generatie’? En mij erbij? Ben je helemaal gek…” We lachten en ik duwde Hans terug naar Annet. “Húp, naar je eigen meissie jij.” Frank kuste mij, toen hij weer naast me zat. “Hoi schat…” Ik keek hem aan. “En… Wie zoende het lekkerst? Annet of ik?” “Vertel ik je vanavond wel. Minder kans op klappen van de strenge mevrouw Annet…”
Toen iedereen z’n drankje op had, zei Frank tegen Gien: “Pak die SD-kaart maar uit je toestel, dan bekijken we die foto’s. Dames, heren: wilt u mij volgen?” We liepen naar binnen en ik deed de deur van het terras toch maar op slot. Achter Frank aan de kelder in. Ik hoorde een verwonderd ‘Wauw…’ toen Frank de slaapkamerdeur open deed. Het scherm ging aan en de foto van het vliegveld werd zichtbaar. “Ga lekker ergens zitten mensen. Ik stop even die SD-kaart in het scherm… Zo. Gereed voor de voorstelling?”
“Nou, wacht daar nog maar even mee, Frank. Is dit een ouwe bunker geweest? Die heb je wel héél mooi opgeknapt, vriend…” Henk keek waarderend rond. “Niet alleen mijn werk hoor. De vorige bewoners hebben het meeste werk gedaan. Ik heb het alleen maar naar mijn smaak ingericht.” Hij keek even grimmig. “Twee keer zelfs.” Ik schudde mijn hoofd. “Niet doen, Frank. Zonde van de energie.”
En naar de rest verklaarde ik: “Toen Frank z’n ex-vriendin plotseling vertrok heeft hij een behoorlijk deel van de inventaris er uit gemieterd of verkocht en het huis opnieuw ingericht. En soms zit dat hem nog dwars. En op die momenten probeer ik hem een beetje af te leiden…” Op Frank z’n gezicht verscheen weer die jongensachtige grijns en hij vulde aan: “En soms gebeurt dat hier…” “Ik wil het niet weten”, mopperde Gien. “Mijn onschuldige jongste dochtertje in de vette klauwen van een toetsenbordridder? Waar gaat het heen in deze wereld…”
Ik snauwde: “JIJ hebt ook zo’n toetsenbordchocoprins aan de haak geslagen, moedertje van me! Of hij jou, dat weet ik nog steeds niet zeker, maar JIJ gaf hem de eerste zoen. Op onze oprit, de ochtend na die eerste barbeque. En ontken het maar niet, er staan drie getuigen naast me!” Gien zuchtte. “Rood kreng…”
We lachten haar uit en Henk, sloeg zijn arm om Gien heen. “Kom maar, schat. Die pubermeiden weten nog steeds niet waar ze het over hebben en denken nog steeds dat ‘pik’ de eerste persoon enkelvoud is van het werkwoord ‘pikken’.” Annet, ik en trouwens Cora ook, keken hem nogal onheilspellend aan en Annet zei smalend: “Pas jij een beetje op je woorden, stiefvadertje van ons? Volgens mij waren Hans en Rick eerder ontmaagd dan jij…” En ik voegde er gemeen aan toe: “Op je veertigste…” Gien lag dubbel van het lachen, Rick, Hans en Frank gniffelden ook en Rick zei: “En ik heb er hevig van genoten, lieve zussen. Nogmaals: dank jullie wel.”
Cora liet zich ook niet onbetuigd. “En van mij uit ook een hartelijk dank voor jullie liefdevolle, zusterlijke lessen, meiden. Rick en ik hebben er nog steeds plezier van.” Henk zuchtte maar weer eens en keek Frank aan. “Begrijp je dat ik lang moest nadenken voordat ik Gien een aanzoek deed?” Maar de verwachte hulp bleef uit; Frank zei droogjes: “Nee, daar snap ik he-le-maal niets van, Henk’. Zo’n knappe vrouw laten wachten? Stom.” Gien stond op, liep naar hem toe en gaf hem een knuffel. “Jij mag blijven.”
Ik vond het wel genoeg zo. “Zeg Frank… komen die foto’s uit zichzelf op dat scherm of…” “Sorry schoonheid! Ik ben al bezig!” Even later passeerden zo’n 50 foto’s van Gien het scherm. Sommigen prima, anderen verdwenen in de digitale prullenbak. Toen deed Frank de SD-kaart van zijn toestel in de gleuf en kwamen de ‘behind the scenes’-foto’s langs. Ook daar gingen sommige foto’s richting digitale versnipperaar; anderen hadden de unanieme goedkeuring. Na half uur zette Frank de overgebleven foto’s op een harddisk. “Die stuur ik wel via Wetransfer naar jullie toe, oké?” Men knikte.
Toen vroeg Hans: “Maar Frank… Vertel eens hoe jij aan dit toch wel unieke huis bent gekomen?” Beknopt vertelde hij over het hoe en wat, daarna leidde hij het gezelschap rond. Eerst beneden, en we eindigden boven en weer buiten. Hij sloot af met: “… en hier woon ik dus al vijf jaar. Mijn plekje.” En ik vulde zachtjes aan: “En straks óns plekje”, waarna Frank me even tegen zich aan trok. Gien werd praktisch. “En wanneer trek je bij Frank in, Gon?” “Ik zeg volgende week mijn huurcontract op, Ma. Dan heb ik nog ruim een maand. In die maand het spul langzaam maar zeker uitzoeken, weg doen wat weg kan en de rest hier naar toe verhuizen. Mijn meubeltjes komen vrijwel allemaal uit de kringloopwinkel, die gaan terug. Alleen mijn bed neem ik mee. Dat komt in de kelder waar nu de voorraad staat. Die kan wat economischer ingericht worden.”
Op Annet d’r gezicht kwam een gemeen trekje. “En je kleding, Gon?” Ik keek haar strak aan. “Die gaat in kasten in Frank z’n slaapkamer. De ‘beroepskleding’ ook, met ingang van volgende week. Dan heeft die arme jongen ook iets leuks om naar te kijken als in nog in Renkum slaap.” Frank grinnikte. “Ik heb deze week voor het eerst wasmiddel ‘voor de fijne wasjes’ gekocht, Annet. Speciaal voor dat soort dagen.” Annet trok haar neus op. “Ik wil het niet weten… Al die vlekken op die mooie nylons… Dat Rick dat ooit deed: oké, die was toen nog een hitsige testosteronpuber. Van een volwassen vent van… 28? zou je toch wat ingetogenheid verwachten… Hans, hou je mond!” De laatste woorden snauwde ze. Hans zat er niet mee.
“Ik ben blij dat jij ook wat kleding op mijn kamer heb gestald, lieve Annet. Maar het is wel een goeie tip Frank, over dat wasmiddel. Eens kijken of Margriet dat spul ook heeft…” “Dat heeft ze”, zei Cora. “En ze gebruikt het regelmatig. En anders ik wel. Nietwaar Rick?” Die knikte overtuigend. “Zeker. Hard nodig, schatje.” Zo ging de conversatie rustig door. Soms een grap of een toespeling, soms bloedserieus.
En Henk, Rick en Frank maakten een afspraak om binnenkort naar vliegveld Teuge te gaan. Rick moest een bepaalde proef afleggen op een ander type vliegtuig zodat hij dat ook mocht besturen. En dan zouden de heren samen gaat kletsen over hun tijd in Afrika. Wij vonden het prima en Gien, Coor en ik zouden later op de dag aansluiten. Rick zei: “Als dat examen goed gaat, en dat gaat het, neem ik jullie mee de lucht in. En vooruit, Annet: jij en Hans moeten dan ook die kant uit komen, dan kun je ook mee. Doen we een rondvlucht, met Captain Rick als ‘Pilot Flying’. In een An-2 Colt.”
Henk keek op.
“Een Colt? Zo’n Russische dubbeldekker? Wauw… Ducktape, kauwgom en elastiekjes meenemen dames.” Gien keek verontrust. “Als jij dat zegt, is er meestal mechanisch iets goed mis, echtgenoot! Vertel…” Henk gniffelde. “In Afrika heb ik er een aantal keren in meegevlogen. Ja, het ding ziet er niet uit, je tanden vibreren je kaak uit, het ding stinkt een uur in de wind naar kerosine en als het hard waait en het ding vliegt tegen de wind in, kun je hem op de fiets bijhouden, maar… als moderne vliegtuigen op de grond blijven, vliegt zo’n Colt nog vrolijk rond.”
Rick knikte. “Ik heb er nu een behoorlijk aantal uren in gevlogen, en ik moet je gelijk geven. Het ding is mooi van lelijkheid, en niet voorzien van enige vorm van luxe, maar… het vliegt. En goed. Je kunt van die Russen zeggen wat je wil, maar dat ding hebben ze héél goed gebouwd. En die kist op Teuge… Die wordt met heel veel liefde onderhouden hoor. Helemaal niks mis mee.” Ik keek sceptisch. “Ga je daarmee dan ein-de-lijk die looping maken die je ons beloofde, een jaar of vijf geleden? Dan bedank ik even voor de eer.” Hij schudde zijn hoofd. “Dat mag niet met die kist. Bepaalde aerobatische manoeuvres zijn met die kist verboden. Dan zou de bovenvleugel er wel eens af kunnen scheuren en wordt de landing wat harder dan de bedoeling was. Vrij vertaald: je stort gewoon neer. Geen zin in, zussie.”
“Laat me dat ding eens zien, Rick. Ik ben wel benieuwd waarin ik m’n leven ga wagen met jou aan het roer…” Gien keek nieuwsgiering en Rick pakte zijn telefoon. Even later zagen we een plaatje van een grote, lompe dubbeldekker. Annet keek twijfelend. “Heeft dat ding nog in de Eerste Wereldoorlog gevlogen? Zo ziet hij er wel uit…” Rick schudde zijn hoofd. “Nee. Hij is in 1947 in productie gekomen en tot 2001 geproduceerd. Ik geloof meer dan 18.000 stuks, wat een indicatie is voor de betrouwbaarheid van de kist. Zie het als een soort Lada, maar dan in de lucht.” Hij keek Annet aan. “Don’t worry zus. Weet je wat ze zeggen in de vliegerij?” Annet keek nuffig. “Nee. Maar het zal wel weer iets vrouwonvriendelijks zijn. Al die kerels…”
Rick schudde zijn hoofd. “Je vergeet de stewardessen, zus.” En met een schuine blik op Cora: “Zeker die van Air France…” Coor keek hem boos aan en Rick vervolgde: “Een spreekwoord binnen de vliegerij is: ‘Als je een hartaanval krijgt en sterft is het gewoon je tijd geweest. Als de ‘pilot flying’ van dew kist waarin je vliegt een hartaanval krijgt, heb je gewoon stomme pech.’
“Nee, dát stelt gerust…” snauwde Annet. “Ehh… Cora: Op die dag gewoon simpel gekleed gaan, schat. Ik wil niet dat mijn broertje een blackout krijgt als jij weer eens een frivool kort rokje draagt en je decolleté tot je navel zichtbaar is. Spijkerbroek en slobbertrui graag.” Cora keek ondeugend. “Kan ik niet garanderen, Annet. Sorry.” Frank keek Rick aan. “Lijkt me leuk, Frank. Maar de kosten? Zoiets zal wel prijzig zijn, schat ik. Rick knikte. “Klopt. Daarom ga ik vooraf ook met de collectezak rond. Want van mijn karige salaris kan ik dat niet betalen, helaas.” Hij keek sip.
“En wat verdien je dan in Afrika, Rick?” “Genoeg om daar van te leven, Gon. Maar het salaris is nét het minimum loon in Nederland. Daar zit ik niet zo mee, want…” Hij lachte met wat leedvermaak. “…in tegenstelling tot een collega-piloot heb ík géén studieschuld. Mijn studie is met frisse tegenzin door ene Anderson betaald. Van mijn salaris kan ik in Afrika prima rondkomen, hoor. Sterker nog: vergeleken met het gemiddelde inkomen van de mensen op ons vliegveld ben ik nog nét geen miljonair, maar veel scheelt het niet. De prijzen zijn daar nogal wat anders dan hier, zeg maar.”
Frank knikte. “Ik ken het. Ik kreeg bij Artsen zonder Grenzen aan toelage van 150 euro in de week. Na anderhalf jaar hield ik ruim zevenduizend euro over.” Hij keek sip. “Terug in Nederland was het wel weer wennen aan het feit dat een liter benzine plotseling bijna twee euro kostte in plaats van een paar dubbeltjes…” Henk gniffelde. “Ach, ach, ach… Wat hadden jullie het toch moeilijk. Ik werd gedurende al mijn reizen in den vreemde gewoon doorbetaald door ASML en kreeg een buitenlandtoelage op de koop toe.” Hij grijnsde nu breeduit. “Alhoewel ik eerlijk moet bekennen dat die buitenlandtoelage in Dubai niét voldoende was om van te leven. Wát een prijzen… Maar in Afrika of Zuid-Amerika kon ik gewoon luxe leven van die buitenlandtoelage en bleef mijn gewone salaris onaangeroerd in Nederland op de bank staan…”
Gien gaf hem een stomp. “Asociale kapitalist.” Henk ging verder. “Ik kreeg zelfs een buitenlandtoelage toen ik een paar jaar geleden op cursus in de USA ging… En dát kreeg zelfs die rooie dame naast me niet.” Gien zuchtte diep. “En dat heeft hij me daar ook nog een paar keer ingewreven, de rotzak.” Ze grinnikte. “Enfin, hij heeft het uiteindelijk wel goed gemaakt met een super-de-luxe overnachting in een hotel in Eindhoven met een glazen badkamer op de 12e verdieping, waarbij je, liggend in een warm, tweepersoons bubbelbad met een glas champagne in de hand neer kon kijken op de stad en het gewone volk…”
Hans vroeg: “Gien… was de vloer in die badkamer ook van glas?” Ze schudde haar hoofd. “Echt niet. Dan had ik geen stap binnen gezet, ben jij gek. Die wanden van glas én die glazen badkuip vond ik al eng genoeg.” We lachten haar uit. Frank nam het woord. “Lieve mensen… Jullie zijn vanuit Born hier naar toe gereden omdat Gon zo nodig foto’s van jullie wilde hebben waar ik ook op mocht staan. Daarom stel ik voor dat wij zo dadelijk ons richting pannenkoekenrestaurant ‘D’n Strooper’ verplaatsen en ons tegoed doen aan hetgeen wat men daar op de menukaart heeft staan, te weten: pannenkoeken. En uit ervaring kan ik zeggen dat die prima te eten zijn. De rekening betaal ik. Daarna kunnen jullie kiezen: óf jullie rijden nog even hier naartoe en we besluiten deze enorm gezellige dag met een bak koffie, óf we drinken die koffie in het restaurant en jullie vertrekken van daaruit naar Born. Zeg het maar.”
“We drinken die koffie daar wel, Frank. En die rekening: Da’s lief van je.” Gien keek hem lachend aan. “Ach, die declareer ik wel bij de zaak. Onder de noemer ‘Gezellige dag met aanstaande schoonfamilie’ of zo.” Ik keek twijfelend. “Ik denk dat Yvon daar weer iets van gaat vinden, vriendje. Roep maar niet te hard.” Hij haalde zijn schouders op. “Ik krijg elke week een dagje buitenlandtoelage, schat. Bremerhaven is ook duur, zeker die kroegen daar. Kan er wel af.”
Cora, Rick en ik lieten de hondjes nog even uit. Die hadden zich voorbeeldig gedragen: Lovely was aan Rick vastgeplakt en Bowy aan Cora. “Ben je niet bang dat Lovely heel depri gaat worden als jij weer weg bent, Rick?” Hij schudde zijn hoofd. “Nee hoor. Natuurlijk zal ze me missen, maar ze wordt genoeg bezig gehouden in huize Amelink.”
Cora bevestigde dat. “Ik ben elke dag druk aan het trainen met de honden, Gon. En de uitdaging is dan, zeker als er nieuwe honden zijn, om zo snel mogelijk die nieuwe hond te integreren in de roedel. Sylvia en Bernice helpen daar prima bij mee, maar Sylvia wordt een dagje ouder. Volgend jaar is ze niet meer de Alfa Female, dat is zeker. Ik probeer om Lovely die rol over te laten nemen.” Ik keek verwonderd. “Lovely? De hond die al weg dook als ik een onschuldig windje liet?” Rick zei droog: “Die zogenaamd ‘onschuldige windjes’ van jou zijn sinds 1920 verboden, Gon. Vallen onder de chemische strijdmiddelen.” Ik stak mijn tong uit en Cora ging verder.
“Het wordt tijd dat Sylvia een beetje gas terug neemt. En ik wil haar daarbij helpen. Lovely is een stuk assertiever geworden sinds ze moeder werd. Vaak zie ik haar sámen met Sylvia optreden als een gasthond het te bont maakt. En dat gaat prima.” “En Bernice dan? Die teckel? Wil die de roedel niet overnemen? Want die is toch de tweede in rang?” Cora schudde haar hoofd. “Bernice vindt het best. Kleine ordeverstoringen, daar kan ze prima mee omgaan. Maar als het écht uit de hand loopt is ze te klein. Ja, ze is snel, heeft een grote mond en daar hebben de meeste honden best ontzag voor…” Ze giechelde even. “…zeker na een stel teckeltandjes in hun achterpoten, maar als een grote hond écht nijdig is, moet zelfs Bernice geholpen worden. En Lovely doet dat ook prima. Dus…”
“En Bowy?” vroeg ik. “Bowy bemoeit zich niet met de volgorde in de roedel. Dat boeit hem niet. Hij hoort bij mij. ‘Status aparte’, weet je nog? En dat is prima. En de andere honden, ook de gasthonden voelen dat bliksemsnel aan. En anders breng ik ze dat héél snel bij…” Ze keek nu serieus. “Niemand, ook geen andere hond komt aan Bowy. Dan klappen ze heel snel tegen een boze Cora Amelink aan.” “Nee, dat ga je niet willen”, zei Rick droog, waarop Cora hem bij de hand pakte. “Dat heb jij nog nooit meegemaakt, Rickie.” Hij knikte. “Klopt. Maar ik heb wel een paar keer gezien gezien hoe dat eruit zag. Sinds die tijd…” We gniffelden.
De honden hadden ondertussen langs de rand van het bos geplast en gepoept, dus we konden weer terug. En even later reden we richting D’n Strooper. Op het terras was nog een grote tafel leeg, dus streken we daar neer. Annet keek Frank en mij aan. “Dus jullie zitten hier elke avond een pannenkoek naar binnen te werken? Lekker hoor… Wij moeten ons behelpen met hetgeen Gien of Henk koken. Of Margriet en Abe. En als Hans en ik aan de beurt zijn om te koken, staat er meestal Chinees op het menu. Sinds Rick thuis is met véél mihoen.” Ze ontweek een tik van Henk. “Pas jij een beetje op, zuster Anaconda? Geen kwaad woord over de kookkunst van mijn echtgenote of van mij, denk er aan!” En Gien voegde er aan toe: “En ander ga ik weer over op het ‘strafmenu’: water en brood en met blote voeten naar bed!”
Al kletsend en af en toe plagend ging de tijd snel; een uur later waren de pannenkoeken op. Rick had mij wat geholpen met mijn pannenkoek met spek, kaas en ui; dat was iets teveel voor me. Hans plaagde: “Zeg Gon… Ze hebben hier ook ‘senioren-pannenkoeken’. Die zijn wat kleiner. Op jouw leeftijd misschien wel zo verstandig.” Ik snoof. “Vertel dat maar aan je meissie. Die is ouder dan ik.”
Annet knikte. “Zeker wel twaalf minuten!” Gien zuchtte. “Nou, hou op, schei uit. Was ik nét bekomen van de eerste bevalling, komt er nog zo’n rooie schreeuwlelijk achteraan. Die twaalf minuten waren véél te kort om even te recupereren…” “Ach ma, daarna had je twee jaar rust om je voor te bereiden op je knapste kind. En da’s gelukt.” Rick keek triomfantelijk, Annet en ik maakten minachtende geluidjes.
“Knapste kind? Ik geloof er niks van, Rickie”, zei Cora. “Als An of Gon ergens binnen komen, worden er behoorlijk wat nekken verrekt om naar die twee beauties te kijken. Als jij binnenkomt… Niemand die dan zijn eten koud laat worden om maar niets te missen van jouw verschijning.” Ik gaf Cora een high five. “Goed zo, Coor! Wij kunnen praten!” Rick keek zielig. “En dat is mijn meissie? Ik denk dat ik maar weer naar Afrika vertrek. Mét Air France. Wie weet…” Cora knipoogde naar hem.
Frank stond op. “Voordat jullie elkaar te lijf gaan: deze jongen gaat even afrekenen. Daarna mogen jullie je ruzies bijleggen op de achterbank van Gien d’r Touareg. Daar heb je dan 148 kilometer de tijd voor. Of dat genoeg is? Ik vraag het me af.” Hij verdween, om even later terug te komen. “Zo. Het losgeld is betaald, we mogen vertrekken, lui.” We stonden op en namen op de parkeerplaats afscheid. Ik vloog Henk om z’n nek. “Lief zijn voor je echtgenote, Henk!” Hij bromde: “Dat moet ze verdienen, Gon.” Even was het stil en toen volgde: “Maar tot nu toe verdient ze het voor de volle honderd procent.” Ik keek in een mooie lach en zei: “Goed zo, schat. Ik pest je veel te vaak, dat weet ik, maar je bent een schat van een vader voor ons.” Hij knipoogde. “Da’s de eerste keer dat je me rechtstreeks ‘vader’ noemt, Gonnie.” Ik knikte. “Ja. En die titel verdien je ten volle, schat. En weet je wat het voordeel is?” Hij keek vragend. “Dan mag je legaal met m’n moeder naar bed!” “Krengetje…” bromde hij en gaf me een zoen. “Dat ga ik vanavond eens uitproberen. En als ze weigert, zeg ik dat het van jou mocht, oké?” Ik knikte. Toen gaf ik Gien een knuffel. “Dag ma. Tot binnenkort; ik denk dat ik over niet al te lange tijd weer eens een weekendje thuis kom. Véél te lang geleden.” “Da’s prima meisje. En gezellig. Denk er aan: niet te hard van stapel lopen bij dat andere bedrijf hé?” Ik knikte. Toen knuffelde ik Annet, Hans, Cora en Rick. “Wanneer ga jij weer terug, Rick?” Over een maand, Gon. Dus voor die tijd vlieg je in een ouwe dubbeldekker met captain Rick op de linker stoel.” “Nou, maak me gek…”mopperde ik en hij grijnsde. “Neem vooral een paar plastic zakjes mee.”
Even later reden ze weg en stapten wij ook in. Eenmaal weer thuis plofte ik op de bank. “Héhé… Even uitpuffen van al die toespelingen en schuine opmerkingen, hoor.” Frank knikte. “Nogal. Afzien, die familie van jou. Maar ze zijn ontzettend lief, ook voor mij.” Hij kroop tegen me aan. “Dat heb ik gemist, Gon. Broers of zussen waar je alles tegen kon zeggen…” Ik knikte. “Snap ik. Maar Frank, voor de duidelijkheid: Annet en ik hebben elkaars haren ook wel eens uit elkaars hoofd getrokken, hoor. Ma heeft ons wel eens uit elkaar moeten sláán. En met Rick hebben we pas een goeie band gekregen toen we gingen studeren en niet elke dag thuis waren en de douche bezet hielden. Voor die tijd was het regelmatig ruzie in huize toen-nog-Anderson. En ja, onze verwekker was toen al lang en breed naar Heerlen vertrokken.”
Rustig zaten we de dag even door te nemen en na te genieten van alle opmerkingen en mooie momenten. En om half tien stond Frank op en pakte mijn hand. “Kan ik jou nog verleiden tot het maken van een avondwandelingetje? Misschien komen we nog wat reeën tegen; die worden nu actief.” Ik stond op. “Even andere schoenen aandoen…” Tien minuten later liepen we kalm langs de rand van het voormalig vliegveld. Voor we vertrokken had Frank gezegd: “Nu niet praten, schat. Gewoon rustig lopen, je voeten goed optillen zodat je niet over een tak struikelt en stil zijn. Kijken en luisteren. En genieten. Dit zijn de momenten waarom ik hier ben gaan wonen.”
En genieten was het! De rust, de stilte, de geur, het uitzicht… De zon die al laag stond en een gouden gloed over het veld legde… Frank legde plotseling een hand op mijn schouder en hield me tegen. Zo’n honderd meter verder kwam een ree uit de bosrand, sprong over de weg heen en liep het weiland in om daar te gaan grazen. Twee anderen volgden. Frank en ik stonden stil te kijken. Even later vonden de dieren het om een of andere reden tóch niet meer veilig en verdwenen met grote sprongen naar het noordwesten, verder het vliegveld op. “Wat mooi…” fluisterde ik. “Kom, we lopen rustig terug. Als het écht donker is komen de wilde zwijnen tevoorschijn; een kennismaking daarmee is minder romantisch.” Het werd nu inderdaad schemerig en Frank tastte in zijn zak. “Zaklamp”, verklaarde hij. “Dezelfde als waarmee ik je overbuurman trakteerde. Als jij hier met schemering gaat wandelen: altijd meenemen. Zwijnen zijn er bang voor.” Ik knikte braaf. “Veel leuker om met jou samen te wandelen, mooie vent…” Ik gaf hem een kus. “Ben ik het wel mee eens”, zei Frank. “Behalve dat ‘mooie vent’ dan. Doe mij maar zo’n rare rooie.”
Ik kneep zachtjes in zijn hand. Eenmaal weer thuis vroeg Frank wat ik wilde drinken. “Geef mij maar een wijntje, schat.” Hij trok zijn wenkbrauwen op. “Een wijntje? Volgens mij ben jij daar nog een paar jaar te jong voor, dametje. Je zit in… 4 of 5 VWO? Dan ben je zestien, hooguit zeventien. Of ben je twee keer blijven zitten?” Ik keek boos. “Je vergist je een dag, meneer Veenstra. Ja, gisteren was ik Gonnie uit 5 VWO, maar nu ben ik mevrouw Peters, BBA. Steun en toeverlaat van bureau O&O van een gerenommeerd Softwarebedrijf uit Ede en over twee dagen managements-adviseur van een iets minder goed aangeschreven softwarebedrijf uit Terschuur. En niet minder belangrijk: volbloed pain-in-the-ass van welke vrouwonvriendelijke figuur dan ook. Dus: kom op met je wijn!”
Frank keek me lachend aan. “In feite zou ik wel een filmpje van jou en Mariëlle willen zien tijdens jullie introductie daar. Niet zozeer van jullie, wel van de koppen van het personeel daar… Lijkt me wel interessant.” Ik bromde: “Het zal wel. Laat Gonnie maar lekker schuiven. En Mariëlle ook wel, denk ik.” Frank kwam met de wijn en de glazen de kamer in. “Dat denk ik ook wel. Als zij een beetje onder dat bedeesde juk weg komt…” Hij schonk de wijn in; dezelfde Moezelwijn als we tijdens onze eerste avond gedronken hadden. “Deze moet op, schat. Anders kan ik ‘m volgende week nog nét in de hachee gooien, maar daarna is het azijn. Zonde.” We keken het tien uur journaal: nog steeds ellende en oorlog in Oekraïne en het gebruikelijke gebral van Trump.
Totdat… Er een verslag volgde van een persconferentie van Trump dat hij Canada wilde inlijven als 51ste staat van de VS. Frank zat rechtop. “Is die vent helemaal gek geworden? Dat zou een aanval van het ene NATO-lid op het andere NATO-lid worden. Einde NATO en wie lacht zich dan helemaal kapot? Poetin. Die kan dan ongehinderd doorgaan in Oekraïne en en passant de Baltische staten inlijven. En meneer XI ziet wellicht ook kansen. Echt, die vent is helemaal stapelkrankjorum.”
Ik dacht even na. “Frank, dit is gewoon om zijn vriendjes tevreden te stellen. Canada, en trouwens Groenland ook, barsten van de grondstoffen. En die grondstoffen worden, met het opwarmen van de aarde, makkelijker bereikbaar. Net als de Noordwestelijke Doorvaart boven Canada langs, die nu beter bevaarbaar is dan een eeuw terug. Dát is zijn doel. Heeft geen bal te maken met de veiligheid van de VS, maar heel simpel: met geld. Geld wat zijn vriendjes in zijn campagne gestopt hebben en nu met rente en veel winst terug willen zien. Niks meer en niks minder. En meneer Carney, die premier van Canada, ook een zakenman trouwens, heeft Trump al lang door en gaat heel rustig tegengas geven. Op een gebied waar Canada goed in is en hij ook: de economie.
Carney is al begonnen om de Canadezen te mobiliseren om geen Amerikaanse producten meer te kopen; de Californische wijn zie je niet meer in de schappen van de Canadese winkels. Mc. Donalds is leger dan een jaar geleden. Canada levert heel veel water aan de VS voor het droge midden-westen en westen; Reken maar dat Carney de hand op de kraan heeft. Canadese olie wordt via Amerikaanse pijpleidingen verscheept naar Amerikaanse havens en dat levert de Amerikaanse olie-industrie veel op: Wellicht gaat die olie in de nabije toekomst rechtstreeks via Canadese havens verscheept worden.
De twijfels van Canada om de F35 te kopen… Wist je dat van elke Canadese dollar die ze aan Defensie uitgeven meer dan 60 dollarcent naar Amerika gaat? Omdat de Canadezen tot nu toe ál hun defensiespullen in Amerika kochten. En bij die F35 gaat het niet alleen er om dat het ding schrikbarend duur is in aanschaf, vlieguren en onderhoud, maar ook dat dat vliegtuig in feite niet geschikt is voor het Canadese klimaat. En als klap op de vuurpijl vragen diverse Defensieministers binnen de NATO zich af of de fabrikant van die F35 niet ergens in de software een ‘killswitch’ heeft verborgen die, in opdracht van Washington, geactiveerd kan worden. Zodat je een peperduur vliegtuig niet eens meer kunt starten… Wat kijk jij nou?”
Hij zat me met open mond aan te gapen. “Ik dacht dat mijn vriendinnetje best wel goed was in het stroomlijnen van kantoorzaken en een expert op het gebied van Excel en zo… Maar uiteindelijk blijkt het iemand te zijn die feilloos doorheeft waar die oranje opblaaspop op uit is…” Ik haalde mijn schouders op. “Da’s een kwestie van grondig de economie-bijlage van mijn krant te lezen en je verre houden van onzin op Youtube, Twitter en oh wacht even... ik bedoel X. ‘Follow the money’ in de gaten houden. En gewoon je gezonde verstand gebruiken en je telkens afvragen: ‘Wat kan iemand hiermee winnen?’ En dan worden een aantal dingen vrij snel duidelijk, Frank.”
Ik giebelde. “En het is een man, schatje. Die zijn zó makkelijk te doorzien…” Hij gromde: “Een mán? Ik vraag het me af. Volgens mij heeft hij Melania niet zoveel meer te bieden seksueel gebied. Nou ja, ik zou haar ook niks willen bieden; als je haar ziet… Wat een ijskoningin.” Ik moest weer lachen. “Nee, dan liever die onschuldige Gonnie uit 5 VWO, hé? Ouwe viezerd.” “Nee, die woont in Renkum, schat.” De wijn was ondertussen op. “Wat gaan we morgen doen, Frank? Want de hele dag slap hangen en appelig kijken… Nee, daar heb ik geen zin in.”
Hij dacht even na. “Wat dacht je ervan om samen een stuk te gaan fietsen? Dan hang ik morgen mijn fietsendrager op de trekhaak, we rijden naar Renkum toe, jij pakt jouw fiets, ik de mijne en we gaan lekker erop uit. Het wordt morgen lekker weer, zo’n 24 graden, zagen we net, dus…?” Ik knikte. “Goed plan. Maar morgenavond slaap ik weer thuis, schat. Jij moet maandag en dinsdag weer op je noordelijke expeditie, ik wil maandag fris en fruitig in Ede aan het werk. En dinsdag in Terschuur.” Hij knikte. “Prima. Dan gaan we morgen een lekker stukje trappen, eten we daarna bij jou, gevolgd door een snel nummertje…” Ik stopte hem door een hand op zijn mond te leggen. “Niks ervan met je snelle nummertje. We gaan fietsen, daarna douchen, eten en vervolgens mag jij je fiets weer op je fietsendrager laden en na een kuis afscheidszoentje bij de auto omdat we de overburen niet in verlegenheid willen brengen, vertrek jij naar Schaarsbergen. En vooruit, ik zal je matsen: ik laat de lingerie van gisteren hier. Of je die meeneemt naar je B&B in Bremerhaven, moet je zelf weten. Gesnopen, meneer Veenstra?”
Hij keek sip. “Als jij op die manier bij De Weever gaat praten, neemt elke vent daar ontslag. Wat ben jij streng, zeg…” Ik keek bits. “Ja. Veel geleerd van mijn oudere zus. En wees blij dat ik die lingerie nog niet gewassen heb!” Hij grijnsde langzaam. “Ja, dat is lief van je. Kan ik in de eenzame uurtjes…” “Ik wil het niet weten! Zorg maar dat er geen vlekken meer in zitten als ik dinsdagavond hier weer kom!” We gniffelden als tieners, toen stond hij op. “Kom, schone jonkvrouw. Volg mij naar de onderaardse gewelven van mijn kasteel.” We sloten af, licht uit en we liepen de steile trap naar beneden af.
In de slaapkamer was het behaaglijk: Frank had de luchtverversing aangezet en de warme lucht van buiten had zich gemengd met de koele lucht in de kelder. Even de make-up van m'n gezicht wassen, tanden poetsen… Tien minuten later lagen we in bed. “Frank?” “Hmmm?” “Gaan we lekker slapen nu? Ik ben een beetje te duf voor leuke bedspelletjes.”
“Is goed, mooie meid. Ik denk dat ik ook snel vertrokken ben, hoor. Al die woordspelingen van jouw familie…”
Een lange zoen volgde en toen draaide ik me om. Een warme hand streelde over mijn rug en ik hoorde: “Ik hou van je, Gon Peters.” Ik glimlachte, reikte over mijn hoofd heen, pakte zijn hand en legde die onder mijn arm door op een borst.
“Dat weet ik Frank Veenstra. En daarom mag jouw lekkere hand hier liggen. Kan ik wel van genieten. Die paar seconden voor ik in slaap val.”
“Krengetje”, hoorde ik als laatste. Vlak daarna was ik… wég.
Ondertussen had Gien haar toestel op statief gezet. Tijdontspanner aan… “Zijn we er klaar voor, dames en heren? En hondjes?” We gingen staan en zitten, Cora en Rick zittend, de honden naast hen, de rest er achter. Frank stond naast me en ik sloeg een arm om hem heen. “Hier jij. Jij hoort bij mij en dat willen we laten zien ook!” Hij lachte. “Geen probleem mee, schoonheid…”
Na een paar foto’s wisselden we van plaats. En Gien wilde ook nog foto’s van alle stelletjes apart, de meiden apart, de jongens apart, de hondjes samen... “Hoho, Gien… dan willen wij ook een paar leuke foto’s van Henk en jou samen!” Cora wees. “Staan of zitten jullie, maar ik wil mijn aanstaande schoonouders ook samen op een foto hebben. Húp!” Frank liep er omheen met zijn camera. “Da’s voor de foto’s ‘behind the scenes”, zei hij met een lachje. Een half uurtje later vonden we het wel genoeg geweest; volgens mij waren er voldoende foto’s gemaakt om een compleet album te vullen, misschien wel twee.
We gingen weer naar binnen en onderweg vroeg Gien: “Hoe weten we nu welke foto’s er wél en welke niet voor publicatie geschikt zijn?” Ik keek Frank aan. “Mijn vriendje heeft een hele groot beeldscherm waar je een SD kaart in kan stoppen. Daar kijken we zo dadelijk wel even op. Toch, Frank?” Die knikte en voegde er aan toe: “Dan worden jullie ten minste een beetje afgeleid en stellen geen confronterende vragen.”
Gien kneep haar ogen samen. “Hoe moet ik dit opvatten, meneer Veenstra?” Hij sloeg een arm om haar heen. “Kom je vanzelf achter, mevrouw Peters Senior.” Ze keek dreigend en ik waarschuwde Frank. “Kijk uit liefje. Als ma zó kijkt, moet je bijzonder goed opletten, want ze zou wel eens uit kunnen halen…” Hij bleef stoïcijns kijken en zei vlakweg: “Veel ervaring mee, zeker?” Ik keek boos, Annet en Cora lachten me uit. Even later zaten we weer op het terras en ik schonk wat te drinken in.
“Sorry Rick. We hebben nog geen Ranja in huis.” Hij keek kalm terug. “Gewoon koud water is ook prima, Gon. Dát heb ik leren waarderen in Afrika: kranen waar gewoon drinkbaar water uit komt, zonder dat je het eerst moet filteren en/of koken.” “Dan ben je hier aan het goeie adres, Rick”, zei Frank. “Het water hier komt van de Veluwezoom vandaan. Onder de Posbank, om precies te zijn. Zo ongeveer het zuiverste water in Nederland. En ik heb altijd, om ongeveer dezelfde reden als jij, een literfles in de koelkast staan, dus…” Rick stak zijn duim op. Toen iedereen een drankje voor zich had, stond Frank op.
“Lieve lui… Gon en ik zijn het er deze week over eens geworden: binnenkort trekt ze bij mij in. Dus als ik jullie was zou ik deze locatie maar goed in je telefoon vastprikken op Google Earth, anders vind je hem nooit meer.” Ik vulde aan: “En voor de volledigheid: ik heb Frank, ook deze week, een aanzoek gedaan. Ik wil met m’n chef trouwen. En hij zei ‘Ja’. Dus… ga maar sparen voor een mooie jurk of een net pak.” Even was het nogal lawaaierig in de tuin en werden we gefeliciteerd.
Annet kuste me, keek me aan en zei: “Méén je dat, schat? Heb jij hém gevraagd?” Ik knikte. “Ja. En ik ben nog nooit zo zeker van m’n zaak geweest, An.” Ze knikte. “Snap ik. Gefeliciteerd, zus.” Ze omhelsde me en ik hoorde zachtjes: “Maar wij blijven toch wel vriendinnetjes, hoop ik?” Ik wist precies wat ze bedoelde en fluisterde: “We zullen Hans en Frank regelmatig wegsturen om ‘stoere dingen’ te gaan doen. Dan hebben wij het rijk alleen, schat. En Frank vindt dat goed.” “Gelukkig…” hoorde ik zachtjes. Daarna liep Annet naar Frank. “” Zul je lief zijn voor mijn zus?” Ze vroeg het serieus en Frank antwoordde al even serieus. “Ja, lieve Annet.”
Toen gaf ze hem een zoen, bleef even in zijn armen staan en knipoogde naar mij. En ik knipoogde terug. “Nou, als die twee zo blijven staan…” Hans gaf mij een knuffel. “Gefeliciteerd schat. Wees gelukkig met Frank. Een prima vent, volgens mij.” Ik giebelde. “Daar ben ik het wel mee eens, Hans. En blijf eens staan; Mijn vent laat mijn zus ook nog niet los, dan kunnen wij ook wel even…” Hij lachte zachtjes. “Goed plan, Gon.” Henk zag het en vond er wat van. “Hé! Zijn jullie bezig met een vergelijkend warenonderzoek of zo? Daarvoor moet je bij de consumentenbond zijn en niet bij het vriendje van je bloedeigen zus! Daar komt alleen maar ellende van.” Annet keek héél ondeugend. “Wat ben jij een saaie Piet zeg… Ehhh Gon: dat vergelijkend warenonderzoek doen we wel een andere keer. Zonder die oude generatie erbij… AUW!” Henk trok aan haar haren.
“Pas jij een beetje op, meisje Peters? Je moeder uitschelden voor ‘de oude generatie’? En mij erbij? Ben je helemaal gek…” We lachten en ik duwde Hans terug naar Annet. “Húp, naar je eigen meissie jij.” Frank kuste mij, toen hij weer naast me zat. “Hoi schat…” Ik keek hem aan. “En… Wie zoende het lekkerst? Annet of ik?” “Vertel ik je vanavond wel. Minder kans op klappen van de strenge mevrouw Annet…”
Toen iedereen z’n drankje op had, zei Frank tegen Gien: “Pak die SD-kaart maar uit je toestel, dan bekijken we die foto’s. Dames, heren: wilt u mij volgen?” We liepen naar binnen en ik deed de deur van het terras toch maar op slot. Achter Frank aan de kelder in. Ik hoorde een verwonderd ‘Wauw…’ toen Frank de slaapkamerdeur open deed. Het scherm ging aan en de foto van het vliegveld werd zichtbaar. “Ga lekker ergens zitten mensen. Ik stop even die SD-kaart in het scherm… Zo. Gereed voor de voorstelling?”
“Nou, wacht daar nog maar even mee, Frank. Is dit een ouwe bunker geweest? Die heb je wel héél mooi opgeknapt, vriend…” Henk keek waarderend rond. “Niet alleen mijn werk hoor. De vorige bewoners hebben het meeste werk gedaan. Ik heb het alleen maar naar mijn smaak ingericht.” Hij keek even grimmig. “Twee keer zelfs.” Ik schudde mijn hoofd. “Niet doen, Frank. Zonde van de energie.”
En naar de rest verklaarde ik: “Toen Frank z’n ex-vriendin plotseling vertrok heeft hij een behoorlijk deel van de inventaris er uit gemieterd of verkocht en het huis opnieuw ingericht. En soms zit dat hem nog dwars. En op die momenten probeer ik hem een beetje af te leiden…” Op Frank z’n gezicht verscheen weer die jongensachtige grijns en hij vulde aan: “En soms gebeurt dat hier…” “Ik wil het niet weten”, mopperde Gien. “Mijn onschuldige jongste dochtertje in de vette klauwen van een toetsenbordridder? Waar gaat het heen in deze wereld…”
Ik snauwde: “JIJ hebt ook zo’n toetsenbordchocoprins aan de haak geslagen, moedertje van me! Of hij jou, dat weet ik nog steeds niet zeker, maar JIJ gaf hem de eerste zoen. Op onze oprit, de ochtend na die eerste barbeque. En ontken het maar niet, er staan drie getuigen naast me!” Gien zuchtte. “Rood kreng…”
We lachten haar uit en Henk, sloeg zijn arm om Gien heen. “Kom maar, schat. Die pubermeiden weten nog steeds niet waar ze het over hebben en denken nog steeds dat ‘pik’ de eerste persoon enkelvoud is van het werkwoord ‘pikken’.” Annet, ik en trouwens Cora ook, keken hem nogal onheilspellend aan en Annet zei smalend: “Pas jij een beetje op je woorden, stiefvadertje van ons? Volgens mij waren Hans en Rick eerder ontmaagd dan jij…” En ik voegde er gemeen aan toe: “Op je veertigste…” Gien lag dubbel van het lachen, Rick, Hans en Frank gniffelden ook en Rick zei: “En ik heb er hevig van genoten, lieve zussen. Nogmaals: dank jullie wel.”
Cora liet zich ook niet onbetuigd. “En van mij uit ook een hartelijk dank voor jullie liefdevolle, zusterlijke lessen, meiden. Rick en ik hebben er nog steeds plezier van.” Henk zuchtte maar weer eens en keek Frank aan. “Begrijp je dat ik lang moest nadenken voordat ik Gien een aanzoek deed?” Maar de verwachte hulp bleef uit; Frank zei droogjes: “Nee, daar snap ik he-le-maal niets van, Henk’. Zo’n knappe vrouw laten wachten? Stom.” Gien stond op, liep naar hem toe en gaf hem een knuffel. “Jij mag blijven.”
Ik vond het wel genoeg zo. “Zeg Frank… komen die foto’s uit zichzelf op dat scherm of…” “Sorry schoonheid! Ik ben al bezig!” Even later passeerden zo’n 50 foto’s van Gien het scherm. Sommigen prima, anderen verdwenen in de digitale prullenbak. Toen deed Frank de SD-kaart van zijn toestel in de gleuf en kwamen de ‘behind the scenes’-foto’s langs. Ook daar gingen sommige foto’s richting digitale versnipperaar; anderen hadden de unanieme goedkeuring. Na half uur zette Frank de overgebleven foto’s op een harddisk. “Die stuur ik wel via Wetransfer naar jullie toe, oké?” Men knikte.
Toen vroeg Hans: “Maar Frank… Vertel eens hoe jij aan dit toch wel unieke huis bent gekomen?” Beknopt vertelde hij over het hoe en wat, daarna leidde hij het gezelschap rond. Eerst beneden, en we eindigden boven en weer buiten. Hij sloot af met: “… en hier woon ik dus al vijf jaar. Mijn plekje.” En ik vulde zachtjes aan: “En straks óns plekje”, waarna Frank me even tegen zich aan trok. Gien werd praktisch. “En wanneer trek je bij Frank in, Gon?” “Ik zeg volgende week mijn huurcontract op, Ma. Dan heb ik nog ruim een maand. In die maand het spul langzaam maar zeker uitzoeken, weg doen wat weg kan en de rest hier naar toe verhuizen. Mijn meubeltjes komen vrijwel allemaal uit de kringloopwinkel, die gaan terug. Alleen mijn bed neem ik mee. Dat komt in de kelder waar nu de voorraad staat. Die kan wat economischer ingericht worden.”
Op Annet d’r gezicht kwam een gemeen trekje. “En je kleding, Gon?” Ik keek haar strak aan. “Die gaat in kasten in Frank z’n slaapkamer. De ‘beroepskleding’ ook, met ingang van volgende week. Dan heeft die arme jongen ook iets leuks om naar te kijken als in nog in Renkum slaap.” Frank grinnikte. “Ik heb deze week voor het eerst wasmiddel ‘voor de fijne wasjes’ gekocht, Annet. Speciaal voor dat soort dagen.” Annet trok haar neus op. “Ik wil het niet weten… Al die vlekken op die mooie nylons… Dat Rick dat ooit deed: oké, die was toen nog een hitsige testosteronpuber. Van een volwassen vent van… 28? zou je toch wat ingetogenheid verwachten… Hans, hou je mond!” De laatste woorden snauwde ze. Hans zat er niet mee.
“Ik ben blij dat jij ook wat kleding op mijn kamer heb gestald, lieve Annet. Maar het is wel een goeie tip Frank, over dat wasmiddel. Eens kijken of Margriet dat spul ook heeft…” “Dat heeft ze”, zei Cora. “En ze gebruikt het regelmatig. En anders ik wel. Nietwaar Rick?” Die knikte overtuigend. “Zeker. Hard nodig, schatje.” Zo ging de conversatie rustig door. Soms een grap of een toespeling, soms bloedserieus.
En Henk, Rick en Frank maakten een afspraak om binnenkort naar vliegveld Teuge te gaan. Rick moest een bepaalde proef afleggen op een ander type vliegtuig zodat hij dat ook mocht besturen. En dan zouden de heren samen gaat kletsen over hun tijd in Afrika. Wij vonden het prima en Gien, Coor en ik zouden later op de dag aansluiten. Rick zei: “Als dat examen goed gaat, en dat gaat het, neem ik jullie mee de lucht in. En vooruit, Annet: jij en Hans moeten dan ook die kant uit komen, dan kun je ook mee. Doen we een rondvlucht, met Captain Rick als ‘Pilot Flying’. In een An-2 Colt.”
Henk keek op.
“Een Colt? Zo’n Russische dubbeldekker? Wauw… Ducktape, kauwgom en elastiekjes meenemen dames.” Gien keek verontrust. “Als jij dat zegt, is er meestal mechanisch iets goed mis, echtgenoot! Vertel…” Henk gniffelde. “In Afrika heb ik er een aantal keren in meegevlogen. Ja, het ding ziet er niet uit, je tanden vibreren je kaak uit, het ding stinkt een uur in de wind naar kerosine en als het hard waait en het ding vliegt tegen de wind in, kun je hem op de fiets bijhouden, maar… als moderne vliegtuigen op de grond blijven, vliegt zo’n Colt nog vrolijk rond.”
Rick knikte. “Ik heb er nu een behoorlijk aantal uren in gevlogen, en ik moet je gelijk geven. Het ding is mooi van lelijkheid, en niet voorzien van enige vorm van luxe, maar… het vliegt. En goed. Je kunt van die Russen zeggen wat je wil, maar dat ding hebben ze héél goed gebouwd. En die kist op Teuge… Die wordt met heel veel liefde onderhouden hoor. Helemaal niks mis mee.” Ik keek sceptisch. “Ga je daarmee dan ein-de-lijk die looping maken die je ons beloofde, een jaar of vijf geleden? Dan bedank ik even voor de eer.” Hij schudde zijn hoofd. “Dat mag niet met die kist. Bepaalde aerobatische manoeuvres zijn met die kist verboden. Dan zou de bovenvleugel er wel eens af kunnen scheuren en wordt de landing wat harder dan de bedoeling was. Vrij vertaald: je stort gewoon neer. Geen zin in, zussie.”
“Laat me dat ding eens zien, Rick. Ik ben wel benieuwd waarin ik m’n leven ga wagen met jou aan het roer…” Gien keek nieuwsgiering en Rick pakte zijn telefoon. Even later zagen we een plaatje van een grote, lompe dubbeldekker. Annet keek twijfelend. “Heeft dat ding nog in de Eerste Wereldoorlog gevlogen? Zo ziet hij er wel uit…” Rick schudde zijn hoofd. “Nee. Hij is in 1947 in productie gekomen en tot 2001 geproduceerd. Ik geloof meer dan 18.000 stuks, wat een indicatie is voor de betrouwbaarheid van de kist. Zie het als een soort Lada, maar dan in de lucht.” Hij keek Annet aan. “Don’t worry zus. Weet je wat ze zeggen in de vliegerij?” Annet keek nuffig. “Nee. Maar het zal wel weer iets vrouwonvriendelijks zijn. Al die kerels…”
Rick schudde zijn hoofd. “Je vergeet de stewardessen, zus.” En met een schuine blik op Cora: “Zeker die van Air France…” Coor keek hem boos aan en Rick vervolgde: “Een spreekwoord binnen de vliegerij is: ‘Als je een hartaanval krijgt en sterft is het gewoon je tijd geweest. Als de ‘pilot flying’ van dew kist waarin je vliegt een hartaanval krijgt, heb je gewoon stomme pech.’
“Nee, dát stelt gerust…” snauwde Annet. “Ehh… Cora: Op die dag gewoon simpel gekleed gaan, schat. Ik wil niet dat mijn broertje een blackout krijgt als jij weer eens een frivool kort rokje draagt en je decolleté tot je navel zichtbaar is. Spijkerbroek en slobbertrui graag.” Cora keek ondeugend. “Kan ik niet garanderen, Annet. Sorry.” Frank keek Rick aan. “Lijkt me leuk, Frank. Maar de kosten? Zoiets zal wel prijzig zijn, schat ik. Rick knikte. “Klopt. Daarom ga ik vooraf ook met de collectezak rond. Want van mijn karige salaris kan ik dat niet betalen, helaas.” Hij keek sip.
“En wat verdien je dan in Afrika, Rick?” “Genoeg om daar van te leven, Gon. Maar het salaris is nét het minimum loon in Nederland. Daar zit ik niet zo mee, want…” Hij lachte met wat leedvermaak. “…in tegenstelling tot een collega-piloot heb ík géén studieschuld. Mijn studie is met frisse tegenzin door ene Anderson betaald. Van mijn salaris kan ik in Afrika prima rondkomen, hoor. Sterker nog: vergeleken met het gemiddelde inkomen van de mensen op ons vliegveld ben ik nog nét geen miljonair, maar veel scheelt het niet. De prijzen zijn daar nogal wat anders dan hier, zeg maar.”
Frank knikte. “Ik ken het. Ik kreeg bij Artsen zonder Grenzen aan toelage van 150 euro in de week. Na anderhalf jaar hield ik ruim zevenduizend euro over.” Hij keek sip. “Terug in Nederland was het wel weer wennen aan het feit dat een liter benzine plotseling bijna twee euro kostte in plaats van een paar dubbeltjes…” Henk gniffelde. “Ach, ach, ach… Wat hadden jullie het toch moeilijk. Ik werd gedurende al mijn reizen in den vreemde gewoon doorbetaald door ASML en kreeg een buitenlandtoelage op de koop toe.” Hij grijnsde nu breeduit. “Alhoewel ik eerlijk moet bekennen dat die buitenlandtoelage in Dubai niét voldoende was om van te leven. Wát een prijzen… Maar in Afrika of Zuid-Amerika kon ik gewoon luxe leven van die buitenlandtoelage en bleef mijn gewone salaris onaangeroerd in Nederland op de bank staan…”
Gien gaf hem een stomp. “Asociale kapitalist.” Henk ging verder. “Ik kreeg zelfs een buitenlandtoelage toen ik een paar jaar geleden op cursus in de USA ging… En dát kreeg zelfs die rooie dame naast me niet.” Gien zuchtte diep. “En dat heeft hij me daar ook nog een paar keer ingewreven, de rotzak.” Ze grinnikte. “Enfin, hij heeft het uiteindelijk wel goed gemaakt met een super-de-luxe overnachting in een hotel in Eindhoven met een glazen badkamer op de 12e verdieping, waarbij je, liggend in een warm, tweepersoons bubbelbad met een glas champagne in de hand neer kon kijken op de stad en het gewone volk…”
Hans vroeg: “Gien… was de vloer in die badkamer ook van glas?” Ze schudde haar hoofd. “Echt niet. Dan had ik geen stap binnen gezet, ben jij gek. Die wanden van glas én die glazen badkuip vond ik al eng genoeg.” We lachten haar uit. Frank nam het woord. “Lieve mensen… Jullie zijn vanuit Born hier naar toe gereden omdat Gon zo nodig foto’s van jullie wilde hebben waar ik ook op mocht staan. Daarom stel ik voor dat wij zo dadelijk ons richting pannenkoekenrestaurant ‘D’n Strooper’ verplaatsen en ons tegoed doen aan hetgeen wat men daar op de menukaart heeft staan, te weten: pannenkoeken. En uit ervaring kan ik zeggen dat die prima te eten zijn. De rekening betaal ik. Daarna kunnen jullie kiezen: óf jullie rijden nog even hier naartoe en we besluiten deze enorm gezellige dag met een bak koffie, óf we drinken die koffie in het restaurant en jullie vertrekken van daaruit naar Born. Zeg het maar.”
“We drinken die koffie daar wel, Frank. En die rekening: Da’s lief van je.” Gien keek hem lachend aan. “Ach, die declareer ik wel bij de zaak. Onder de noemer ‘Gezellige dag met aanstaande schoonfamilie’ of zo.” Ik keek twijfelend. “Ik denk dat Yvon daar weer iets van gaat vinden, vriendje. Roep maar niet te hard.” Hij haalde zijn schouders op. “Ik krijg elke week een dagje buitenlandtoelage, schat. Bremerhaven is ook duur, zeker die kroegen daar. Kan er wel af.”
Cora, Rick en ik lieten de hondjes nog even uit. Die hadden zich voorbeeldig gedragen: Lovely was aan Rick vastgeplakt en Bowy aan Cora. “Ben je niet bang dat Lovely heel depri gaat worden als jij weer weg bent, Rick?” Hij schudde zijn hoofd. “Nee hoor. Natuurlijk zal ze me missen, maar ze wordt genoeg bezig gehouden in huize Amelink.”
Cora bevestigde dat. “Ik ben elke dag druk aan het trainen met de honden, Gon. En de uitdaging is dan, zeker als er nieuwe honden zijn, om zo snel mogelijk die nieuwe hond te integreren in de roedel. Sylvia en Bernice helpen daar prima bij mee, maar Sylvia wordt een dagje ouder. Volgend jaar is ze niet meer de Alfa Female, dat is zeker. Ik probeer om Lovely die rol over te laten nemen.” Ik keek verwonderd. “Lovely? De hond die al weg dook als ik een onschuldig windje liet?” Rick zei droog: “Die zogenaamd ‘onschuldige windjes’ van jou zijn sinds 1920 verboden, Gon. Vallen onder de chemische strijdmiddelen.” Ik stak mijn tong uit en Cora ging verder.
“Het wordt tijd dat Sylvia een beetje gas terug neemt. En ik wil haar daarbij helpen. Lovely is een stuk assertiever geworden sinds ze moeder werd. Vaak zie ik haar sámen met Sylvia optreden als een gasthond het te bont maakt. En dat gaat prima.” “En Bernice dan? Die teckel? Wil die de roedel niet overnemen? Want die is toch de tweede in rang?” Cora schudde haar hoofd. “Bernice vindt het best. Kleine ordeverstoringen, daar kan ze prima mee omgaan. Maar als het écht uit de hand loopt is ze te klein. Ja, ze is snel, heeft een grote mond en daar hebben de meeste honden best ontzag voor…” Ze giechelde even. “…zeker na een stel teckeltandjes in hun achterpoten, maar als een grote hond écht nijdig is, moet zelfs Bernice geholpen worden. En Lovely doet dat ook prima. Dus…”
“En Bowy?” vroeg ik. “Bowy bemoeit zich niet met de volgorde in de roedel. Dat boeit hem niet. Hij hoort bij mij. ‘Status aparte’, weet je nog? En dat is prima. En de andere honden, ook de gasthonden voelen dat bliksemsnel aan. En anders breng ik ze dat héél snel bij…” Ze keek nu serieus. “Niemand, ook geen andere hond komt aan Bowy. Dan klappen ze heel snel tegen een boze Cora Amelink aan.” “Nee, dat ga je niet willen”, zei Rick droog, waarop Cora hem bij de hand pakte. “Dat heb jij nog nooit meegemaakt, Rickie.” Hij knikte. “Klopt. Maar ik heb wel een paar keer gezien gezien hoe dat eruit zag. Sinds die tijd…” We gniffelden.
De honden hadden ondertussen langs de rand van het bos geplast en gepoept, dus we konden weer terug. En even later reden we richting D’n Strooper. Op het terras was nog een grote tafel leeg, dus streken we daar neer. Annet keek Frank en mij aan. “Dus jullie zitten hier elke avond een pannenkoek naar binnen te werken? Lekker hoor… Wij moeten ons behelpen met hetgeen Gien of Henk koken. Of Margriet en Abe. En als Hans en ik aan de beurt zijn om te koken, staat er meestal Chinees op het menu. Sinds Rick thuis is met véél mihoen.” Ze ontweek een tik van Henk. “Pas jij een beetje op, zuster Anaconda? Geen kwaad woord over de kookkunst van mijn echtgenote of van mij, denk er aan!” En Gien voegde er aan toe: “En ander ga ik weer over op het ‘strafmenu’: water en brood en met blote voeten naar bed!”
Al kletsend en af en toe plagend ging de tijd snel; een uur later waren de pannenkoeken op. Rick had mij wat geholpen met mijn pannenkoek met spek, kaas en ui; dat was iets teveel voor me. Hans plaagde: “Zeg Gon… Ze hebben hier ook ‘senioren-pannenkoeken’. Die zijn wat kleiner. Op jouw leeftijd misschien wel zo verstandig.” Ik snoof. “Vertel dat maar aan je meissie. Die is ouder dan ik.”
Annet knikte. “Zeker wel twaalf minuten!” Gien zuchtte. “Nou, hou op, schei uit. Was ik nét bekomen van de eerste bevalling, komt er nog zo’n rooie schreeuwlelijk achteraan. Die twaalf minuten waren véél te kort om even te recupereren…” “Ach ma, daarna had je twee jaar rust om je voor te bereiden op je knapste kind. En da’s gelukt.” Rick keek triomfantelijk, Annet en ik maakten minachtende geluidjes.
“Knapste kind? Ik geloof er niks van, Rickie”, zei Cora. “Als An of Gon ergens binnen komen, worden er behoorlijk wat nekken verrekt om naar die twee beauties te kijken. Als jij binnenkomt… Niemand die dan zijn eten koud laat worden om maar niets te missen van jouw verschijning.” Ik gaf Cora een high five. “Goed zo, Coor! Wij kunnen praten!” Rick keek zielig. “En dat is mijn meissie? Ik denk dat ik maar weer naar Afrika vertrek. Mét Air France. Wie weet…” Cora knipoogde naar hem.
Frank stond op. “Voordat jullie elkaar te lijf gaan: deze jongen gaat even afrekenen. Daarna mogen jullie je ruzies bijleggen op de achterbank van Gien d’r Touareg. Daar heb je dan 148 kilometer de tijd voor. Of dat genoeg is? Ik vraag het me af.” Hij verdween, om even later terug te komen. “Zo. Het losgeld is betaald, we mogen vertrekken, lui.” We stonden op en namen op de parkeerplaats afscheid. Ik vloog Henk om z’n nek. “Lief zijn voor je echtgenote, Henk!” Hij bromde: “Dat moet ze verdienen, Gon.” Even was het stil en toen volgde: “Maar tot nu toe verdient ze het voor de volle honderd procent.” Ik keek in een mooie lach en zei: “Goed zo, schat. Ik pest je veel te vaak, dat weet ik, maar je bent een schat van een vader voor ons.” Hij knipoogde. “Da’s de eerste keer dat je me rechtstreeks ‘vader’ noemt, Gonnie.” Ik knikte. “Ja. En die titel verdien je ten volle, schat. En weet je wat het voordeel is?” Hij keek vragend. “Dan mag je legaal met m’n moeder naar bed!” “Krengetje…” bromde hij en gaf me een zoen. “Dat ga ik vanavond eens uitproberen. En als ze weigert, zeg ik dat het van jou mocht, oké?” Ik knikte. Toen gaf ik Gien een knuffel. “Dag ma. Tot binnenkort; ik denk dat ik over niet al te lange tijd weer eens een weekendje thuis kom. Véél te lang geleden.” “Da’s prima meisje. En gezellig. Denk er aan: niet te hard van stapel lopen bij dat andere bedrijf hé?” Ik knikte. Toen knuffelde ik Annet, Hans, Cora en Rick. “Wanneer ga jij weer terug, Rick?” Over een maand, Gon. Dus voor die tijd vlieg je in een ouwe dubbeldekker met captain Rick op de linker stoel.” “Nou, maak me gek…”mopperde ik en hij grijnsde. “Neem vooral een paar plastic zakjes mee.”
Even later reden ze weg en stapten wij ook in. Eenmaal weer thuis plofte ik op de bank. “Héhé… Even uitpuffen van al die toespelingen en schuine opmerkingen, hoor.” Frank knikte. “Nogal. Afzien, die familie van jou. Maar ze zijn ontzettend lief, ook voor mij.” Hij kroop tegen me aan. “Dat heb ik gemist, Gon. Broers of zussen waar je alles tegen kon zeggen…” Ik knikte. “Snap ik. Maar Frank, voor de duidelijkheid: Annet en ik hebben elkaars haren ook wel eens uit elkaars hoofd getrokken, hoor. Ma heeft ons wel eens uit elkaar moeten sláán. En met Rick hebben we pas een goeie band gekregen toen we gingen studeren en niet elke dag thuis waren en de douche bezet hielden. Voor die tijd was het regelmatig ruzie in huize toen-nog-Anderson. En ja, onze verwekker was toen al lang en breed naar Heerlen vertrokken.”
Rustig zaten we de dag even door te nemen en na te genieten van alle opmerkingen en mooie momenten. En om half tien stond Frank op en pakte mijn hand. “Kan ik jou nog verleiden tot het maken van een avondwandelingetje? Misschien komen we nog wat reeën tegen; die worden nu actief.” Ik stond op. “Even andere schoenen aandoen…” Tien minuten later liepen we kalm langs de rand van het voormalig vliegveld. Voor we vertrokken had Frank gezegd: “Nu niet praten, schat. Gewoon rustig lopen, je voeten goed optillen zodat je niet over een tak struikelt en stil zijn. Kijken en luisteren. En genieten. Dit zijn de momenten waarom ik hier ben gaan wonen.”
En genieten was het! De rust, de stilte, de geur, het uitzicht… De zon die al laag stond en een gouden gloed over het veld legde… Frank legde plotseling een hand op mijn schouder en hield me tegen. Zo’n honderd meter verder kwam een ree uit de bosrand, sprong over de weg heen en liep het weiland in om daar te gaan grazen. Twee anderen volgden. Frank en ik stonden stil te kijken. Even later vonden de dieren het om een of andere reden tóch niet meer veilig en verdwenen met grote sprongen naar het noordwesten, verder het vliegveld op. “Wat mooi…” fluisterde ik. “Kom, we lopen rustig terug. Als het écht donker is komen de wilde zwijnen tevoorschijn; een kennismaking daarmee is minder romantisch.” Het werd nu inderdaad schemerig en Frank tastte in zijn zak. “Zaklamp”, verklaarde hij. “Dezelfde als waarmee ik je overbuurman trakteerde. Als jij hier met schemering gaat wandelen: altijd meenemen. Zwijnen zijn er bang voor.” Ik knikte braaf. “Veel leuker om met jou samen te wandelen, mooie vent…” Ik gaf hem een kus. “Ben ik het wel mee eens”, zei Frank. “Behalve dat ‘mooie vent’ dan. Doe mij maar zo’n rare rooie.”
Ik kneep zachtjes in zijn hand. Eenmaal weer thuis vroeg Frank wat ik wilde drinken. “Geef mij maar een wijntje, schat.” Hij trok zijn wenkbrauwen op. “Een wijntje? Volgens mij ben jij daar nog een paar jaar te jong voor, dametje. Je zit in… 4 of 5 VWO? Dan ben je zestien, hooguit zeventien. Of ben je twee keer blijven zitten?” Ik keek boos. “Je vergist je een dag, meneer Veenstra. Ja, gisteren was ik Gonnie uit 5 VWO, maar nu ben ik mevrouw Peters, BBA. Steun en toeverlaat van bureau O&O van een gerenommeerd Softwarebedrijf uit Ede en over twee dagen managements-adviseur van een iets minder goed aangeschreven softwarebedrijf uit Terschuur. En niet minder belangrijk: volbloed pain-in-the-ass van welke vrouwonvriendelijke figuur dan ook. Dus: kom op met je wijn!”
Frank keek me lachend aan. “In feite zou ik wel een filmpje van jou en Mariëlle willen zien tijdens jullie introductie daar. Niet zozeer van jullie, wel van de koppen van het personeel daar… Lijkt me wel interessant.” Ik bromde: “Het zal wel. Laat Gonnie maar lekker schuiven. En Mariëlle ook wel, denk ik.” Frank kwam met de wijn en de glazen de kamer in. “Dat denk ik ook wel. Als zij een beetje onder dat bedeesde juk weg komt…” Hij schonk de wijn in; dezelfde Moezelwijn als we tijdens onze eerste avond gedronken hadden. “Deze moet op, schat. Anders kan ik ‘m volgende week nog nét in de hachee gooien, maar daarna is het azijn. Zonde.” We keken het tien uur journaal: nog steeds ellende en oorlog in Oekraïne en het gebruikelijke gebral van Trump.
Totdat… Er een verslag volgde van een persconferentie van Trump dat hij Canada wilde inlijven als 51ste staat van de VS. Frank zat rechtop. “Is die vent helemaal gek geworden? Dat zou een aanval van het ene NATO-lid op het andere NATO-lid worden. Einde NATO en wie lacht zich dan helemaal kapot? Poetin. Die kan dan ongehinderd doorgaan in Oekraïne en en passant de Baltische staten inlijven. En meneer XI ziet wellicht ook kansen. Echt, die vent is helemaal stapelkrankjorum.”
Ik dacht even na. “Frank, dit is gewoon om zijn vriendjes tevreden te stellen. Canada, en trouwens Groenland ook, barsten van de grondstoffen. En die grondstoffen worden, met het opwarmen van de aarde, makkelijker bereikbaar. Net als de Noordwestelijke Doorvaart boven Canada langs, die nu beter bevaarbaar is dan een eeuw terug. Dát is zijn doel. Heeft geen bal te maken met de veiligheid van de VS, maar heel simpel: met geld. Geld wat zijn vriendjes in zijn campagne gestopt hebben en nu met rente en veel winst terug willen zien. Niks meer en niks minder. En meneer Carney, die premier van Canada, ook een zakenman trouwens, heeft Trump al lang door en gaat heel rustig tegengas geven. Op een gebied waar Canada goed in is en hij ook: de economie.
Carney is al begonnen om de Canadezen te mobiliseren om geen Amerikaanse producten meer te kopen; de Californische wijn zie je niet meer in de schappen van de Canadese winkels. Mc. Donalds is leger dan een jaar geleden. Canada levert heel veel water aan de VS voor het droge midden-westen en westen; Reken maar dat Carney de hand op de kraan heeft. Canadese olie wordt via Amerikaanse pijpleidingen verscheept naar Amerikaanse havens en dat levert de Amerikaanse olie-industrie veel op: Wellicht gaat die olie in de nabije toekomst rechtstreeks via Canadese havens verscheept worden.
De twijfels van Canada om de F35 te kopen… Wist je dat van elke Canadese dollar die ze aan Defensie uitgeven meer dan 60 dollarcent naar Amerika gaat? Omdat de Canadezen tot nu toe ál hun defensiespullen in Amerika kochten. En bij die F35 gaat het niet alleen er om dat het ding schrikbarend duur is in aanschaf, vlieguren en onderhoud, maar ook dat dat vliegtuig in feite niet geschikt is voor het Canadese klimaat. En als klap op de vuurpijl vragen diverse Defensieministers binnen de NATO zich af of de fabrikant van die F35 niet ergens in de software een ‘killswitch’ heeft verborgen die, in opdracht van Washington, geactiveerd kan worden. Zodat je een peperduur vliegtuig niet eens meer kunt starten… Wat kijk jij nou?”
Hij zat me met open mond aan te gapen. “Ik dacht dat mijn vriendinnetje best wel goed was in het stroomlijnen van kantoorzaken en een expert op het gebied van Excel en zo… Maar uiteindelijk blijkt het iemand te zijn die feilloos doorheeft waar die oranje opblaaspop op uit is…” Ik haalde mijn schouders op. “Da’s een kwestie van grondig de economie-bijlage van mijn krant te lezen en je verre houden van onzin op Youtube, Twitter en oh wacht even... ik bedoel X. ‘Follow the money’ in de gaten houden. En gewoon je gezonde verstand gebruiken en je telkens afvragen: ‘Wat kan iemand hiermee winnen?’ En dan worden een aantal dingen vrij snel duidelijk, Frank.”
Ik giebelde. “En het is een man, schatje. Die zijn zó makkelijk te doorzien…” Hij gromde: “Een mán? Ik vraag het me af. Volgens mij heeft hij Melania niet zoveel meer te bieden seksueel gebied. Nou ja, ik zou haar ook niks willen bieden; als je haar ziet… Wat een ijskoningin.” Ik moest weer lachen. “Nee, dan liever die onschuldige Gonnie uit 5 VWO, hé? Ouwe viezerd.” “Nee, die woont in Renkum, schat.” De wijn was ondertussen op. “Wat gaan we morgen doen, Frank? Want de hele dag slap hangen en appelig kijken… Nee, daar heb ik geen zin in.”
Hij dacht even na. “Wat dacht je ervan om samen een stuk te gaan fietsen? Dan hang ik morgen mijn fietsendrager op de trekhaak, we rijden naar Renkum toe, jij pakt jouw fiets, ik de mijne en we gaan lekker erop uit. Het wordt morgen lekker weer, zo’n 24 graden, zagen we net, dus…?” Ik knikte. “Goed plan. Maar morgenavond slaap ik weer thuis, schat. Jij moet maandag en dinsdag weer op je noordelijke expeditie, ik wil maandag fris en fruitig in Ede aan het werk. En dinsdag in Terschuur.” Hij knikte. “Prima. Dan gaan we morgen een lekker stukje trappen, eten we daarna bij jou, gevolgd door een snel nummertje…” Ik stopte hem door een hand op zijn mond te leggen. “Niks ervan met je snelle nummertje. We gaan fietsen, daarna douchen, eten en vervolgens mag jij je fiets weer op je fietsendrager laden en na een kuis afscheidszoentje bij de auto omdat we de overburen niet in verlegenheid willen brengen, vertrek jij naar Schaarsbergen. En vooruit, ik zal je matsen: ik laat de lingerie van gisteren hier. Of je die meeneemt naar je B&B in Bremerhaven, moet je zelf weten. Gesnopen, meneer Veenstra?”
Hij keek sip. “Als jij op die manier bij De Weever gaat praten, neemt elke vent daar ontslag. Wat ben jij streng, zeg…” Ik keek bits. “Ja. Veel geleerd van mijn oudere zus. En wees blij dat ik die lingerie nog niet gewassen heb!” Hij grijnsde langzaam. “Ja, dat is lief van je. Kan ik in de eenzame uurtjes…” “Ik wil het niet weten! Zorg maar dat er geen vlekken meer in zitten als ik dinsdagavond hier weer kom!” We gniffelden als tieners, toen stond hij op. “Kom, schone jonkvrouw. Volg mij naar de onderaardse gewelven van mijn kasteel.” We sloten af, licht uit en we liepen de steile trap naar beneden af.
In de slaapkamer was het behaaglijk: Frank had de luchtverversing aangezet en de warme lucht van buiten had zich gemengd met de koele lucht in de kelder. Even de make-up van m'n gezicht wassen, tanden poetsen… Tien minuten later lagen we in bed. “Frank?” “Hmmm?” “Gaan we lekker slapen nu? Ik ben een beetje te duf voor leuke bedspelletjes.”
“Is goed, mooie meid. Ik denk dat ik ook snel vertrokken ben, hoor. Al die woordspelingen van jouw familie…”
Een lange zoen volgde en toen draaide ik me om. Een warme hand streelde over mijn rug en ik hoorde: “Ik hou van je, Gon Peters.” Ik glimlachte, reikte over mijn hoofd heen, pakte zijn hand en legde die onder mijn arm door op een borst.
“Dat weet ik Frank Veenstra. En daarom mag jouw lekkere hand hier liggen. Kan ik wel van genieten. Die paar seconden voor ik in slaap val.”
“Krengetje”, hoorde ik als laatste. Vlak daarna was ik… wég.
Er zijn nog geen trefwoorden voor dit verhaal. Welke trefwoorden passen volgens jou bij dit verhaal?
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10

Ontdek meer over mij op mijn profiel pagina, bekijk mijn verhalen, laat een berichtje achter of schrijf je in om een mail te ontvangen bij nieuwe verhalen!
