Door: Jefferson
Vervolg op: Anna Onderwijst - 6: Macht En Onmacht
Een Vals Spel

Die ironie voelde als een dun, scherp mes. Geen wapen om mee uit te halen, maar een instrument om afstand te creëren. Om te laten zien dat ik het spel doorhad en het, al was het maar voor een moment, naar mijn hand kon zetten.
Natuurlijk was ik bang dat Dylan boos zou worden. Dat hij zou ontploffen, zou dreigen met dingen online te zetten, met halve waarheden of zorgvuldig geselecteerde details. Die angst zat er al vanaf het begin in. Maar ergens, diep onder die spanning, had ik het gevoel dat hij het op een bepaalde manier ook wel kon waarderen. Dat hij respect had voor het lef, voor het feit dat ik hem zowaar een keer te slim af was.
Het was geen triomf zoals in films, geen uitbundige overwinning. Meer een stille, interne vaststelling: dit keer had ik niet verloren.
Al kende dit alles een duidelijke keerzijde. Het moment zelf gaf opluchting. Het hoefde toch niet. De druk viel weg, de onmiddellijke dreiging loste op. Mijn lichaam kon eindelijk weer ademen, alsof iemand onzichtbaar een hand van mijn borst had gehaald.
Maar die opluchting hield geen stand zonder bijsmaak. Tegelijkertijd voelde ik schaamte, scherp en onontkoombaar. Want ik was er wél voor gekomen. Ik had ja gezegd met mijn aanwezigheid, met mijn voorbereiding, met mijn verwachtingen. Ondanks dat ik wist dat ze allemaal gefaald hadden, bleef dat feit aan me kleven.
En ergens liet het me ook gefrustreerd achter. Lichamelijk vooral. Mijn hoofd kon het rationeel verklaren, maar mijn lichaam liep achter. Want ik wilde het wel. Die spanning, die opbouw, die belofte van ontlading zat nog steeds in me opgesloten.
Het uitblijven daarvan liet een leeg gevoel achter. Geen dramatisch gat, maar een doffe holte. Alsof iets halverwege was afgebroken en nu nergens meer naartoe kon. Opluchting en teleurstelling bestonden naast elkaar, zonder elkaar op te heffen, en dat maakte het moment zwaarder dan ik had verwacht.
De jongens waren stiller geworden in de week daarna. Onheilspellend stil, op een manier die niet geruststelde maar juist vragen opriep. Ik wist nog minder wat zich in hen afspeelde: of ze nu daadwerkelijk hun best deden, zich gedeisd hielden en wachtten op hun kans, of dat ze achter de schermen alweer nieuwe plannetjes aan het verzinnen waren. Het was die ondoorgrondelijkheid die me het meest bezighield. Stilte kon van alles betekenen, en juist dat maakte haar zo dreigend.
Ook ik wist niet goed wat ik ermee aan moest. De toetsweek kwam eraan en normaal gesproken gaf die structuur houvast, zowel voor hen als voor mij. Ik wilde daarnaast ook wekelijks een SO afnemen — dat was altijd al mijn plan geweest, niets nieuws, niets uitzonderlijks. Maar nu leek het ineens alsof die beslissing door hén werd ingegeven. Alsof elke stap die ik zette een reactie was op hun gedrag, in plaats van een keuze die ik zelf maakte. Alleen al die gedachte irriteerde me. Ik wilde niet reageren, ik wilde regisseren.
Die twijfel hield me tegen. Dus deed ik het niet. Ik schoof het voor me uit, week na week, tot ik uiteindelijk pas twee weken later weer een SO afnam, vlak vóór de toetsweek. Het voelde als een compromis waar ik niet helemaal achter stond, maar ook niet meer onderuit kon. Volgende week weer.
"Iedereen dus goed z’n best doen," zei ik tegen de klas met dat ik het aankondigde, met een stem die neutraal moest klinken. "Wie weet wat het oplevert bij de repetitie." Ik sprak het natuurlijk met name tegen een viertal jongens. Mijn blik bleef net iets langer hangen, mijn intonatie net iets scherper. Ze reageerden meteen: alerter, rechter op in hun stoel, alsof ze wisten dat elk woord meer betekende dan het leek. Alsof dit geen algemene opmerking was, maar een gecodeerde boodschap.
Dylan appte dat hij me wilde spreken. Tijdens de les. Onbeschaamd, zonder omhaal. En bang dat iemand het zou zien, was hij duidelijk niet. Hij wachtte niet eens tot na de les, niet tot een logisch of veilig moment. Het was een bewuste zet. Een duidelijke powermove.
Niet dat hij het daar in het lokaal besprak. Hij stond op, ving mijn blik, en we liepen de gang op. De overgang van het rumoerige lokaal naar de lege, stille gang voelde abrupt. Ik was gespannen — zichtbaar, dat wist ik — maar hij ook. Zijn schouders stonden strak, zijn bewegingen waren net iets te gecontroleerd. Dat stelde me enigszins gerust. Spanning was blijkbaar wederzijds.
"Zeg het eens," zei ik zo ongeïnteresseerd mogelijk, terwijl er af en toe iemand langs ons liep. Leerlingen, collega’s, niemand die echt keek, maar iedereen dichtbij genoeg om me scherp te houden.
"Je had ons goed te pakken," zei hij zacht, bijna bewonderend. "Maar straks is het andersom." Het was bedoeld als dreigement, dat voelde ik wel, maar zo kwam het niet echt over. Er zat iets onafs in, iets dat nog geen vorm had.
Ik lachte vaal. Arrogant zelfs, of in elk geval zo bedoeld.
"Je had me al kunnen pakken…" fluisterde ik gemeen. "Ik hield je niet tegen. Dat deden jullie zelf." Ik slikte, maar mijn stem bleef scherp. Ik siste het hem bijna toe en daagde hem bewust verder uit. Ik wist dat het een gevaarlijk spel was — dat besef zat constant op de achtergrond — maar toch speelde ik het. Misschien juist daarom.
Hij grinnikte slechts en haalde nonchalant zijn schouders een keer op, alsof ik had bevestigd wat hij al wist. "Dus zo zit het."
Ik knikte en draaide me alweer richting het lokaal, alsof het gesprek daarmee afgerond was.
"Wat doen we als straks iemand niet faalt?" vroeg hij nog, net voordat ik weg wilde lopen. "Mag de rest dan kijken, of niet?" Nu ging hij er vanuit de de kans op een voldoende toch echt kleiner was dan op een onvoldoende.
Ik verstijfde even. Eén gedachte schoot door me heen, onverwacht en ongewenst, scherp genoeg om me kort de adem te benemen. Het was geen plan, geen wens, maar een mogelijkheid die zich opdrong.
"Als het er maar één is, kan het makkelijker," zei ik snel, fluisterend en hees, alsof ik bang was voor mijn eigen woorden. "Volgende week deel ik de cijfers na de les. En dan zien we wel." Ik beloofde het plotseling, impulsief, gedreven door diezelfde mix van spanning en opwinding die me al die tijd al rare dingen liet doen.
Op dat moment wist ik het zeker: ik was hier nog niet klaar mee. Wat dit ook was, het liep niet vanzelf dood.
Dylan grijnsde. Geen brede lach, maar een korte, zelfverzekerde trek om zijn mond. "We krijgen je wel," beloofde hij.
"Ik wacht," zei ik, kalm, zelfverzekerd, misschien iets te snel.
We liepen weer het lokaal binnen, waar de rest van de klas gewoon aan het werk was — op drie jongens na. Ik zag hoe de vier fluisterden toen Dylan weer ging zitten, hoofden dicht bij elkaar, blikken snel op en neer. Ik gaf ze een standje. Ze moesten opletten. Hier werd gewoon lesgegeven.
En ze wisten ook weer precies waarom.
Dus werd het weer een donderdag. Het zesde uur. Precies een week later. Een SO, aangekondigd maar toch beladen. Opnieuw die spanning, dik en voelbaar in het lokaal, alsof de lucht zelf zwaarder was dan normaal. Blikken van de jongens die mij duidelijk maakten dat ze dit keer écht hun best gingen doen. Hun ogen volgden elke beweging die ik maakte, elke map die ik opende, elke stap richting het bord. Alsof ze me dat wilden verzekeren — of misschien juist herinneren aan mijn belofte: om direct hun cijfers te delen en daar mogelijk ook meteen naar te handelen.
Als slechts eentje een voldoende zou hebben, kon het misschien zo wel op mijn kantoortje, dacht ik. Het hing er wel vanaf wat, maar iets kleins — even aftrekken of zo. In mijn hoofd klonk het inmiddels bijna normaal, bijna zakelijk. Alsof ik een logistiek probleem oploste in plaats van een morele grens overschreed. En dat was misschien nog wel het ergste van alles.
In mijn la lag dat ondertekende blaadje. Elke dag nam ik het mee naar huis, alsof ik bang was dat iemand het zou vinden. Elke ochtend legde ik het weer terug in de la, zorgvuldig, op precies dezelfde plek. Ik kende de tekst inmiddels uit mijn hoofd. Ik hoefde het eigenlijk niet meer bij me te dragen om te weten wat erin stond. En toch deed ik het. Alsof het tastbaar moest blijven. Alsof ik mezelf eraan wilde herinneren dat dit geen fantasie was, maar een afspraak.
En iets zei me dat zij het ook allang uit hun hoofd kenden. Dat ze er net zo vaak aan dachten als ik.
Dit keer wist ik niet wat me te wachten stond. Niet echt. En juist dat maakte het zo onrustig.
En dan zaten ze daar weer. Alleen zij. Vier jongens op een rij, terwijl de rest van de klas al lang vertrokken was. De stoelen leeg, de tassen weg, het lokaal ontdaan van geluid. De stilte voelde anders nu, geconcentreerder, alsof elk ademhalen hoorbaar was. Ik begon met nakijken, traag, bijna overdreven zorgvuldig.
Jayden eerst, deze keer. Dat wist hij niet. Zijn blik ging van mijn pen naar mijn gezicht en weer terug. Maar ik deelde het meteen, zonder omhaal, alsof het niets was, alsof het slechts een getal betrof.
“2,3. Vooruitgang, zullen we maar zeggen?”
De teleurstelling was direct zichtbaar. Zijn schouders zakten een fractie, zijn mondhoeken trokken strak. En ik snapte het ook echt niet. Zo moeilijk waren die SO’s helemaal niet. De stof was behandeld, de vragen waren eerlijk. Maar het betekende ook dat er voor nu eentje afviel. Ik reageerde verder niet. Ik keek hem niet aan, zocht geen contact met de groep. Geen ruimte voor interpretatie, geen opening voor discussie.
“Luc…”
Ik telde even snel na, puur uit gewoonte, maar eigenlijk wist ik het al. Mijn vinger gleed langs de punten, mijn hoofd rekende mee.
“Uhm… een 5,5,” zei ik dan, terwijl ik hem aankeek. “Goed gedaan,” voegde ik er oprecht aan toe.
Pas daarna drong het besef door wat dat eigenlijk betekende. Niet alleen voor hem, maar voor mij. Voor ons.
Hij leek eerst oprecht blij met zijn voldoende. Opluchting, misschien zelfs trots. Hij ging iets rechter zitten. Maar in mijn ooghoek zag ik de grijns van Dylan breder worden, zelfverzekerd, alsof hij al een stap verder dacht.
Hij was de volgende. Dylan. Hier telde ik wél drie keer na. Misschien om tijd te rekken. Misschien omdat ik het niet wilde geloven.
“Zeg het maar,” grijnsde hij, al wetend dat dit geen slechte uitslag kon zijn.
“Dit kan niet,” zei ik, uit het veld geslagen. “Een 9,6?” hoorde ik mezelf zeggen. Dat kon gewoon niet. Niet na alles wat er gebeurd was.
“Je hebt gespiekt,” zei ik snel. “Bij wie? Bij Jayden?” Bespot hij mijn verdachtmaking. Want die had naast hem gezeten. ''Dat moet wel.'' Mijn stem klonk scherper dan bedoeld.
“Had hij moeten doen. Nee, ik heb geleerd,” zei hij gemeen, met een ondertoon die me duidelijk maakte dat hij dit moment had verwacht. Maar ook hij kon toch niet weten zo hoog te scoren?
Maar we wisten allebei wat dit betekende.
En dan juist hij.
“En Mo?” vroeg hij toen door, zonder zijn blik van me af te wenden. Hij hoopte op meer, erger voor mij.
Opnieuw lag alle macht bij hem. Het voelde alsof ik een stomp in mijn maag kreeg. Eentje die alle opgebouwde opwinding tegelijk losliet en er iets zwaars voor in de plaats zette. Ik vreesde voor Mo. Ik vreesde voor wat er komen ging, voor wat ik straks zou moeten doen — of laten.
Ik keek snel na. Telde ook hier nog even de punten, alsof dat nog iets kon veranderen.
“4,8,” zei ik kort.
Dus was het beslist. Twee wel. Twee niet. Geen grijs gebied meer.
Dylan grijnsde. Van oor tot oor. Niet triomfantelijk, maar zeker van zijn zaak.
Deze uitslag was klein. Beheersbaar. Dit zou ergens moeten lukken, vanmiddag nog. Het moest vandaag, voordat twijfel of angst het zou overnemen.
En nu wisten we ook al wat.
Luc mocht zich op mij aftrekken.
Dylan zou de eerste zijn die mijn sterretje oprekt.
En ik zocht een uitweg. Dit kon niet. Dit kon ik niet doen. Echt waar: nu het zover was, werd ik bang. Niet het theatrale soort angst, maar die stille, beklemmende vorm die je ademhaling net iets te hoog maakt en je gedachten laat vastlopen. Zeker met deze uitslag. Het papier voelde ineens zwaarder dan papier ooit hoort te zijn.
Maar Dylan stuurde Jayden en Mo weg, en ze gingen ook daadwerkelijk. Geen protest, geen blikken over de schouder. De deur viel dicht en met dat geluid werd de ruimte kleiner. Het was alsof de kamer zich herschikte rond ons, alsof er ineens geen marge meer bestond.
‘Lekker, man,’ zei hij, zichtbaar verlekkerd, terwijl hij in zijn handen wreef en naar Luc keek, die stomverbaasd was achtergebleven. Die blik — half ongeloof, half nieuwsgierigheid - bleef te lang hangen.
‘Je snapt toch wel dat dit niet kan,’ zei ik dan. Koel. Hard. Koud. Ik legde elk woord neer alsof het een sluitsteen was, alsof ik daarmee een muur kon optrekken waar niemand doorheen kon. Alsof er geen enkele mogelijkheid meer bestond.
‘Is aan jou,’ zei hij snel, wetende wat dat betekende. En ik wist het ook. Het was de eenvoud van die zin die me raakte. Geen discussie, geen omweg. Zo win je, zo verlies je. De regels waren al gemaakt; ik had ze alleen te laat gelezen.
‘Kunnen we niet iets anders?’ klonk mijn voorstel. Het was geen sterke zin, meer een poging om tijd te rekken. Een stap op de plaats.
Hij grijnsde. Hij bleef grijnzen. Het was geen vrolijke grijns, eerder een rustige, zekere. Hij had me waar hij me wilde hebben en hij wist dat ik dat wist. Dat maakte het erger.
‘Laat ons beiden je nemen,’ zei hij dan. Luc schrok nog eerder dan ik. Zijn schouders spanden zich aan, alsof hij plotseling werd wakker geschud uit een rol die hij niet zelf had gekozen.
Op de gewone manier, bedoelde hij. Maar zelfs daarvan schrok ik. De woorden tolden door mijn hoofd zonder houvast. Ik wist het niet meer. Ik raakte in paniek, eerlijk gezegd — niet luid, niet zichtbaar, maar diep vanbinnen, waar geen rationele argumenten doordringen.
‘Maar eigenlijk verdien ik je gewoon daarachter,’ zei hij smakelijk. ‘Afspraak is afspraak. Ik neuk je, hij trekt zich op je af. Zo klaar, toch?’
De zakelijkheid van zijn toon maakte het onwerkelijk. Alsof het om een taak ging, een handeling zonder context. Zo simpel. Maar wel anaal. En ik was zijn lerares… Dat was toch anders dan pijpen en zaad slikken. Of was het eigenlijk hetzelfde, als je de lijn eenmaal had overschreden? De gedachte maakte me misselijk.
Ik kon geen kant op. Niet fysiek, maar ook niet mentaal. Elk alternatief dat ik probeerde te bedenken, liep dood voordat het vorm kreeg.
‘Waar?’ vroeg ik snel. Te snel. Alsof ik wilde voorkomen dat ik mezelf nog langer kon tegenspreken.
‘Zeg het maar. Maar vandaag,’ zei hij, vastberaden. Geen ruimte voor uitstel, geen opening om het te laten verdampen.
Ik zuchtte. Ik baalde. Ik voelde woede, schaamte en berusting tegelijk, een mengsel dat geen richting kende. Maar ik wist ook dat er in mijn kantoortje, in de la, een klein flesje glijmiddel lag. Omdat ik wist dat het kon gebeuren. Omdat ik ergens, eerder, al had toegegeven dat deze grens ooit getest zou worden.
Ik had het alleen niet nu al verwacht… en zeker niet zo. Niet met deze woorden, deze ogen, deze stilte die na elke zin bleef hangen. Het besef drukte zwaar: wat ik hier ook koos, het zou niet ongedaan te maken zijn.
Mijn kantoor is een verdieping hoger. Daar is nu niemand meer. Hooguit nog een conciërge ergens in het gebouw. Met twee leerlingen naar boven sluipen is verdacht. En toch doe ik het. Niemand die het ziet. Ik deel mijn kantoor, maar mijn collega is al lang naar huis. Dat had ik ook moeten doen.
Ik sluit de deur. De ruimte voelt drukkend klein. Toch zie ik dat Dylan me niet helemaal heeft waar hij me wil hebben. Nu het moment nadert, wordt hij zichtbaar zenuwachtig.
‘Weleens gedaan?’ vraag ik hem.
Hij schudt zijn hoofd. Dat stelt me niet gerust.
‘Ik ook niet. Dus een beetje voorzichtig, oké?’ Ik neem een toon aan alsof ik het wil — en alsof het dan ook goed moet gebeuren. Misschien maakt hem dat onzeker. Ik dacht zeker te weten dat hij gespiekt had. Hij kon nooit zomaar zo'n hoog cijfer halen. En alles in zijn gedrag, nu en daarvoor, deed mij doen geloven dat hij valsgespeeld had. Maar ik kon het niet bewijzen. Ik hoopte hem bang te maken door zelfverzekerd te doen. Maar dat werkte dus niet.
Ik kijk om me heen. Veel plek is er niet. Tegen de muur. Over het bureau. Luc moet zich nog op me aftrekken… Het is bizar. En toch staan we hier. En mijn lichaam is al overstag. Ik besef me heel goed wat me te wachten staat, dat het kon gebeuren, en was er dan ook ergens klaar voor, of ik het nu wilde of niet.
Ik maak mijn broek los. Strakke jeans. De rest houd ik aan. Ik doe nog steeds alsof ik niet aarzel. Alsof het normaal is. Nog steeds in de hoop dat ze bang worden. En zo wel, dan is het misschien zo voorbij. Het zijn maar jongens. Het hoeft niet langer te duren dan nodig is. En toch merk ik dan pas hoe nat ik ben, hoe opgewonden — en hoe sterk het verlangen is om aangeraakt te worden. De tocht tussen mijn benen voelt koud aan omdat ik zo ontzettend nat ben. Ik kan honderd keer tegen mezelf zeggen dat ik dit niet wil, maar mijn lichaam luistert niet. Had ik toch akkoord moeten gaan met een dubbele beurt daar? Die gedachte maakt me nog natter. En het lijkt wel of ze het ruiken. Bang of niet, ze weten dat er wat te halen valt. Dat ik het ze geef. Zelfs anaal, als dat moet. Zelfs als ik zeker weet dat hij de boel bedriegt.
Ik loop naar de andere kant van het bureau, voel hun ogen op mijn billen en benen. De rest hou ik aan. Ik open de la en geef het flesje aan Dylan, gooi het nonchalant. Daarna maak ik mijn bureau leeg, rustig en geduldig. Tijdrekkend. Nog steeds in dubio. En wat voor één. Met precisie maak ik ruimte. Want als ze wisten hoe vaak ik hier al over had gefantaseerd… Elke seconde laat mijn hart sneller kloppen. Niet zozeer dit. Maar iets. Hier. Boven en alleen. Op het bureau... met z'n vieren om de beurt. En nu zijn het er twee. Ik zie hun blikken op mijn benen en billen blijven hangen. Ze worden stiller, steeds stiller. Want het moment nadert.
‘Komt er nog wat van?’ spoor ik hen streng aan. Opnieuw in de hoop hen af te schrikken. En ze schrikken ook. Wakker.
Want ze maken allebei direct hun broek los. En dan schrik ik. Voor me bungelen twee harde pikken, groot. Echt groot.
‘Mag ik kiezen waar?’ vraagt Luc, bijna verontschuldigend.
‘Lijkt me logisch,’ zegt Dylan, weer met die grijns. En hij herpakt zichzelf, wordt weer die etter, nu hij me naar zijn pik heeft zien kijken.
Ik slik en ga dan liggen. Geef niet eens antwoord op de vraag van Luc. Want Dylan had gelijk. Maakte me ook niet uit. Luc was nu bijzaak. Dus neem ik plaats. Op mijn bureau. Waar ik zo vaak voor zit; waar ik zo vaak heb gefantaseerd. En toch is dit niet iets waar ik per se aan had gedacht. Maar het voelt, merk ik, steeds welkomer. Dus lig ik daar, voor ze, hun pikken hard, hun blikken hongerig, en weet ik dat de een me zo anaal gaat nemen op school, op mijn kantoor... En ik blijf gewoon liggen.
Ik lig op mijn rug. Mijn hoofd plat richting de rand, maar er niet over. Mijn borsten hierdoor hoog en nog voller onder mijn topje. Uiterraard bewust. Of ik dat nu wil of niet. Ik weet niet goed welke houding ik moet aannemen en draai mijn knieën opzij, voordat ik mijn slipje toch maar uittrek. Mijn poes blijft verborgen, maar mijn billen hangen bijna over de rand. Binnen bereik voor beiden. Althans, ik ga er vanuit dat Luc m'n gezicht of borsten als doelwit kiest. Al hoop ik hij genoeg heeft voor beiden... Ik kan eigenlijk niet meer doen alsof. Ik wil dit zo graag...
Dan zie ik hen uit hun broeken stappen. In hun handen kloppende penissen — groot. Echt groot dus. De kromming van Luc komt snel dichterbij. Niet ver van mijn gezicht, trekkend, langzaam, zijn eikel gericht op wat hij maar denkt te kunnen raken. Ik verfrommel mijn lippen automatisch. Had hij maar hoger gescoord...
‘Hou dit nooit lang vol,’ zegt hij tegen Dylan, alsof ik het niet mag horen. Een waar compliment.
Dylan smeert zijn lul in met glijmiddel. Bezig met zichzelf. Ook voor het eerst, denk ik. Ik zie hem al bijna klaarkomen van de spanning en de sensaties die dit veroorzaakt. Dat zou wat zijn. Misschien valt het mee… Maar feit is dat ik daar weerloos lig: mijn rug plat, mijn bekken gedraaid. Ik bied me aan.
Luc stapt dichter naar mijn gezicht toe. Instinctief wil ik hem in mijn mond nemen, maar ik blijf nog net liggen. Ik kijk tegen zijn grote lul aan en voel dan een hand op mijn bil. Mijn ademhaling versnelt. M'n mond opent zich. Klaar voor beiden. Dylan staat achter me, zijn minstens zo grote piemel in de aanslag en glimmend van het glijmiddel. Hij kijkt naar zijn hand, mijn billen, het doelwit tussen mijn benen.
Hij duwt één bil omhoog, legt dan mijn sterretje bloot — en dan drukt hij zich ertegenaan…
En hij is voorzichtig. Misschien wel te. Nog wel. Voor zichzelf. Hij wil niet meteen klaarkomen, gok ik. Mij nog even laten zweten. Luc kijkt met mij mee terwijl ik het onderga en trekt langzaam over de hele lengte van zijn lul. Mijn lippen verfrommelen zich; ik sluit mijn ogen wanneer ik voel hoe Dylan me opendrukt, hoe hij ook dan nog langzaam doorgaat — bijna voorzichtig nu. Zijn gladde, hete eikel drukt verder, en dan open ik mijn mond terwijl ik mijn ogen dichtknijp en een diepe kreun ontsnapt. Zachtjes, maar we weten hier allemaal dat hij nu echt in me zit.
Zo word ik plots anaal ontmaagd. Het besef komt harder binnen dan ik had verwacht. En Dylan ook. Zijn pik voelt harder dan ik dacht.
‘Jezus…’ hoor ik Luc zeggen, die aandachtig kijkt. Vol ongeloof.
Mijn lichaam protesteert; het doet zeker pijn. Maar ergens is het ook prettig, op een vreemde manier. Het is lang geleden dat ik een man in me had, en nu — zelfs hier — voelt het goed. En dat is het ook echt. Maar had ik het maar over een man. Dit was een vervelend ventje, listig, met een hele grote pik.
Dylan zucht en kermt van ongeloof, legt een hand op mijn bil en houdt me vast terwijl hij langzaam heen en weer begint te bewegen. Was hij nog maagd? Nu niet meer. Hij drukt niet heel diep, maar rekt me wel goed op. Zijn eikel alleen al. Als die erin zit, valt het even mee, maar zijn schacht wordt halverwege dikker; zo diep voel ik hem in me.
‘Dit is niet normaal lekker…’ hoor ik hem tegen Luc zeggen. En het klinkt bijna alsof hij hem uitnodigt het zo ook te proberen. ''Ja?'' vraagt Luc dan ook nieuwsgierig. Maar ze wisselen niet van plek. Ik had hem niet tegengehouden...
Ik kreun stiekem wanneer ik die woorden hoor. Mijn blik verzacht; ik open mijn ogen en zie hen naar me kijken. Ik zie Luc zich aftrekken en voel hoe Dylan me neemt op een bijna tedere manier — voor zover dat kan. Ik kijk over mijn schouder, maak oogcontact met Dylan, alsof hij wil checken of het goed met me gaat, en hij beweegt door. Hij trekt zich helemaal terug en komt dan weer naar binnen. En elke keer bied ik minder weerstand, zakt zijn eikel dieper in me en laat ik een langere kreun ontsnappen, zwaar en zo zacht als kan. Ik blijf tegen mezelf zeggen dat het niet kan, maar ook dat niemand erachter komt, en dat het zo goed voelt. Die tegenstrijdigheid maakt het nog heter, stouter.
Feit is dat ik hier nu, heel geil, op mijn bureau lig met de grote pik van Dylan in mijn ster. Ik grijp vanzelf naar een borst en masseer die onder de stof van mijn strakke topje, smak met mijn lippen en leg dan een hand tussen mijn benen — zoals ik thuis lig wanneer ik masturbeer, denkend aan deze jongens. En nu lig ik hier, terwijl ik genomen word.
Luc trekt zich amper af; hij zou te snel komen. Hij kijkt. Geniet. Gelooft het niet. Maar wanneer Dylan zijn tempo opvoert en me echt begint te nemen, hijgen we plots elkaar tegemoet. Opeens opdezelfde lijn. Dylan en ik kijken elkaar aan. Gaat het goed? Is het lekker? Onze ogen vragen het aan elkaar, en geven hetzelfde antwoord. Hoe kan dit zo lekker voelen? Hij neemt, en ik laat me nemen. Zijn pik voelt met elke stoot beter; mijn mond valt verder open, en elke kreun die ik slaak is nu een aanmoediging aan zijn adres. Door zijn gestoot ligt mijn hoofd nu wel over de rand, alsof ik me automatisch aanbiedt aan Luc, m'n mond open van het hijgen, maar ook omdat ik ruimte voor hem wil laten. Ze hebben het niet door. Of durft hij niet? Want ik wil dat hij hem in m'n mond drukt. Maar door Dylan kan ik alleen maar hijgen en ingehouden kreunen van genot. Hebben ze echt niet door dat ze nu alles met mij konden doen? Misschien maar goed ook.
‘Trek je nou af…’ sist hij naar Luc, die zijn eikel in mijn gezichtsveld brengt. Luc gaat me niet nemen. Dylan wil dat hij me onderspuit. Dat maakt het plaatje nog beter voor hem.
‘God, ja…’ kreun ik ertegenaan. Mijn lippen bijna happend naar de eikel van Luc. Want ik wil dat ook. Zijn zaad voelen branden en kruipen op mijn huid.
En doet hij het toch! Luc duwt zijn eikel plots tegen mijn mond. Die open ik meteen verder. Hij duwt hem erin — trekkend, kreunend, stotend — en dan vult hij mijn mond. Voor een momentje duwde ze allebei hun pikken in mij, maar Luc houdt het na drie keer voor gezien. Rauw. Hard. Hij spuit een enorme lading mijn keel in, terwijl hij bijna van schrik zijn eikel alweer terugtrekt. Ik probeer het weg te slikken, maar proest al snel langs mijn mondhoeken zijn zaad terug, terwijl ik blijf kreunen omdat Dylan me blijft nemen. Luc trekt het laatste zaad uit zijn lul; het landt op mijn voorhoofd. En het voelt zo goed...
Dylan pakt me dan nog iets steviger vast, duwt harder en dieper en drukt zichzelf dan alleen nog maar verder in me, ook wanneer dat eigenlijk niet meer gaat. Hij bouwt kort een tempo op. En laat dan net zo snel volledig los. Ik voel hem spuiten; ik voel zijn zaad stromen. Diep, en veel. Mijn keel opent zich — ik stik bijna in het zaad van Luc wat daar nog plakte — maar het weerhoudt me er niet van om op dat moment een daverend orgasme te beleven, mijn vinger wrijvend over mijn clitje. Ik piep alleen wat en hou me voor de rest zo stil als ik maar kan. Zaad sijpelt nog uit Luc z'n lul, boven m'n hijgende mond. De twee jongens spuiten alsof ze dat voor het eerst doen. Of voor het laatst, en nu nog één keer alles moesten laten gaan.
En zo kreeg Dylan gelijk. Het hoefde niet lang te duren. Minuten misschien maar. Maar het moment zelf zal blijven — voor de eeuwigheid.
Ik blijf liggen. De jongens zijn toch wat geschrokken. ''Jezus.'' hoor ik Luc vaag. ''Kom wegwezen nu.'' zegt Dylan, en ze later me liggen. Niet aangerand. Nee, verre van. Klaargekomen, genomen. Twee pikken. Groot en jong. En als een geil meisje had ik me laten nemen. In m'n aarsje, in m'n mond. Ik voel het zaad kruipen. Over m'n gezicht totdat ik overeind kom. En langs m'n benen. Mijn sterretje, ik voel voorzichtig, staat open, lijkt te ademen, en morst dus ook het overvloedige zaad van Dylan. Er ligt een plasje op m'n bureau. Buiten is het donker geworden. Binnen alles lichter. Ik voel me zo licht als een veertje. Al wankel ik als ik opsta. Ik maak het maar snel schoon. Alles. Ruim het flesje glijmiddel op. Check het nog één keer. Beneden kom ik nog een conciërge tegen. Die kijkt niet op. Wel om. Dat doen ze allemaal. Ja, waarom niet? Maar niet nu. Snel naar huis. Snel alles overdenken. Snel een douche nemen. Al raak ik mijzelf alweer aan onder de douche. En later in bed. Laat ze allemaal maar valsspelen...
-
Er zijn nog geen trefwoorden voor dit verhaal. Welke trefwoorden passen volgens jou bij dit verhaal?
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10

Ontdek meer over mij op mijn profiel pagina, bekijk mijn verhalen, laat een berichtje achter of schrijf je in om een mail te ontvangen bij nieuwe verhalen!
