Door: EstherD
Datum: 01-03-2026 | Cijfer: 9.2 | Gelezen: 2810
Lengte: Lang | Leestijd: 16 minuten | Lezers Online: 19
Lengte: Lang | Leestijd: 16 minuten | Lezers Online: 19

Het was tijdens een van die saaie familie-etentjes. Opa, met zijn gerimpelde handen die nog steeds stevig genoeg waren om een biertje open te trekken, drukte het in mijn palm. Een oud zakhorloge, zwaar als een steen, met een deksel dat je openklapt als een schatkist. Geel metaal, misschien goud, maar het zag eruit alsof het door tientallen handen was gegaan. “Van je betovergrootvader,” zei hij met die mysterieuze grijns die hij altijd had als hij verhalen vertelde over de oorlog of verre reizen. “Druk op de kroon als je ooit écht even rust wilt. Maar jongen, tijd is geen speelgoed. Gebruik het wijs.”
Ik lachte het weg. Dacht dat het een metafoor was, of een van zijn rare grappen. Opa was altijd al een beetje excentriek. Misschien was het horloge gewoon kapot, een relikwie uit een tijd toen mensen nog geloofden in magie of zoiets. Ik stopte het in mijn zak en vergat het bijna. Tot vanmiddag.
Ik zat op een bankje op het centrale plein in de stad. Het was een typische woensdag: mensen haasten zich naar werk of school, duiven pikken kruimels op, en de zon schijnt net genoeg om het dragelijk te maken. Ik verveelde me dood. Mijn vrienden waren aan het werk of op vakantie, en ik had niks beters te doen dan naar een stel duiven staren die om een weggegooid frietje vochten. Mijn gedachten dwaalden af: waarom voelde alles zo… voorspelbaar? Alsof de wereld op repeat stond. Ik viste het horloge uit mijn zak, draaide het om in mijn handen. De wijzers tikten zachtjes, maar onregelmatig, alsof het ding zijn eigen ritme had. Voor de lol drukte ik op de kleine kroon bovenaan.
Klik.
En toen… niks. Eerst dacht ik dat er niks gebeurde. Maar toen besefte ik: het was stil. Té stil. Geen autotoeters in de verte, geen geroezemoes van stemmen, geen wind die door de bomen ritselde. Ik keek op. De duiven hingen bevroren in de lucht, vleugels half uitgespreid, alsof iemand een foto had genomen midden in hun gevecht. Een jongen op een elektrische step, misschien veertien of zo, stond scheef op één been, zijn mond open in een lach of een schreeuw. Een oudere vrouw met een rollator had net een stap gezet. Haar voet hing een paar centimeter boven de grond, perfect in balans.
Mijn hart bonsde in mijn keel. Wat de hel? Was dit een droom? Had ik een beroerte of zoiets? Ik stond op, langzaam, en zwaaide met mijn hand voor het gezicht van een passerende man. Nou ja, hij was niet meer passerend. Hij staarde naar zijn telefoon, scherm bevroren op een half-geladen app. Geen reactie. Ik tikte tegen zijn schouder. Niks. Hard als een standbeeld, maar warm, levend. Mijn gedachten raceten: dit kon niet echt zijn. Opa’s grap? Een hallucinatie? Maar het voelde te echt. De zon voelde nog warm op mijn huid, de geur van versgebakken brood uit de bakkerij hing nog in de lucht. Alleen… alles stond stil.
Ik lachte nerveus. “Oké, Tim, kalm aan,” mompelde ik tegen mezelf. “Test het uit.” Eerste test: de duiven. Ik liep erheen, mijn schoenen knerpend op het grind, het enige geluid in de hele wereld. Ik pakte het frietje uit het midden van hun cirkel. De vogels bewogen niet; hun oogjes staarden glazig vooruit. Ik legde het frietje op de snavel van de grootste duif, als een absurd kroontje. Het bleef zitten, perfect in evenwicht. Ik stapte achteruit en grijnsde. “Als dit echt is… holy shit.” Mijn gedachten tolden: wat als ik dit kon gebruiken voor school? Of voor… nou ja, alles? Maar nee, opa had gewaarschuwd. Wijs gebruiken. Oké, eerst maar eens lol maken. Onschuldig lol.
De volgende test: de jongen op de step. Hij zag eruit alsof hij net een wheelie probeerde, lichaam scheef, pet scheef op zijn hoofd. Ik draaide de pet achterstevoren, voorzichtig, alsof hij elk moment wakker kon worden. Niks. Toen zag ik zijn telefoon in zijn hand, half omhoog voor een selfie. Ik pakte hem af en legde het omgekeerd weer terug. Straks zou hij een foto maken van zichzelf met die achterlijke pet, en geen idee hebben waarom. Ik gniffelde. “Sorry, dude,” dacht ik. “Maar dit is te grappig.” Het voelde een beetje stout, als stiekem snoep jatten uit de keuken als kind.
Ik liep verder, mijn zelfvertrouwen groeide met elke stap. Het plein voelde nu als mijn persoonlijke speelplaats. Nog een test: het terras van de ijssalon aan de rand. Een gezin zat daar, vader met krant, moeder met koffie, drie kids met ijsjes. De middelste, een jongetje met rossig haar, had net een enorme hap genomen uit zijn hoorntje. Een dikke druppel vanille-ijs hing aan zijn kin, bevroren in de tijd. Ik pakte een servetje van een leeg tafeltje en veegde de druppel heel zachtjes weg. Zijn gezicht voelde zacht, warm. Levend. Het gaf me kippenvel. “Dit is creepy,” dacht ik. “Maar ook… machtig.” Om het goed te maken, pakte ik een suikerstickje van een ander tafeltje en stopte het in zijn vrije hand. Straks zou hij denken dat hij een extraatje had gekregen. Een kleine goede daad in deze bizarre chaos.
Mijn gedachten dwaalden af terwijl ik doorliep. Wat als ik dit kon gebruiken om… ik weet niet, examens te halen? Of om geld te stelen? Nee, dat was te ver. Te eng. Ik voelde me al schuldig over deze kleine grappen. Maar tegelijkertijd borrelde er een opwinding in me op, als bubbels in een frisdrank. Voor het eerst in maanden voelde ik me niet verveeld. Ik was de koning van de tijd. Of ten minste, de pauzeknop.
Volgende test: de fietsenstalling bij het plein. Een meisje van ongeveer mijn leeftijd stond gebukt over haar slot, sleutel half omgedraaid. Haar haar viel over haar schouder, bevroren in een golvende boog. Ik aarzelde even, dit voelde persoonlijker. “Niet te ver gaan, Tim,” waarschuwde ik mezelf. Ik draaide het slot weer dicht, heel zachtjes, en legde de sleutel een meter verderop op de grond, naast een andere fiets. Ze zou straks vloeken, zoeken, en hem vinden. Denken dat ze onhandig was. “Sorry,” mompelde ik, al hoorde ze het niet. Het was onschuldig, toch? Gewoon een prank. Maar diep vanbinnen vroeg ik me af: waar lag de grens? Als niemand het wist, deed het er dan toe?
Bij de fontein zaten drie jongens, middelbare schooltypes, met skateboards en energiedrankjes. Een van hen had net een propje papier gegooid naar zijn vriend. Het propje hing stil in de lucht, perfect halverwege. Ik plukte het eruit, vouwde het open en er stond “je bent een loser” op, met een smiley. Typisch puber. Ik vouwde het om tot een klein origami-bootje, zo goed als ik kon (ik was nooit goed in knutselen, maar hey, tijd genoeg). Legde het terug op precies dezelfde plek in de lucht. Straks zou het landen als een bootje in plaats van een belediging. Misschien zouden ze lachen. Mijn gedachten: “Dit is cool. Ik maak de wereld een beetje beter. Of gekker.”
Ik voelde het horloge in mijn zak, zwaar en stil. Geen tik meer. Ik haalde het eruit en staarde ernaar. De wijzers stonden vast op 14:37. Hoe lang duurde dit al? Minuten? Uren? Tijd voelde irrelevant. Ik keek om me heen: het plein, bevroren in zijn drukte. Ik voelde me alleen, maar ook vrij. “Opa, wat heb je me gegeven?” dacht ik. “En waarom ik?” Misschien was het een test. Of een vloek. Even dwaalde ik verder in een tijdloze gedachte.
Aan de rand van het plein zag ik de supermarkt, deuren half open, mensen binnen bevroren in hun boodschappenroutine.
Mijn maag knorde. En eerlijk? Ik had zin om te kijken hoe ver dit echt ging.
Dus liep ik naar de supermarkt. De automatische deuren stonden half open, bevroren halverwege. Ik glipte ertussen, het tl-licht fel en stil. Binnen was het een bevroren schilderij: mensen met karren, mandjes, halve stappen. Niemand bewoog. Niemand keek.
Nu eerst op zoek naar gratis spullen. Ik pakte een winkelmandje van de stapel en begon te lopen. Chips. Cola. Een reep Tony’s Chocolonely met karamel-zeezout. Een pakje stroopwafels. Ik propte alles in het mandje zonder na te denken over betalen. Het voelde surrealistisch, alsof ik in een droom zat waar de regels niet golden. “Sorry winkeleigenaar,” dacht ik, “maar dit is een eenmalige actie. Beloofd.”
Ik dwaalde door de gangpaden. Gangpad 3: snoep. Gangpad 4: frisdrank. En daar stond ze in gangpad 6
Tirza.
Ik bleef stokstijf staan. Mijn hart sloeg ineens zo hard dat ik het in mijn oren hoorde bonzen, ook al was de rest van de wereld doodstil.
Ze stond daar met een leeg rood mandje in haar hand, licht voorovergebogen alsof ze net iets van de plank wilde pakken. Haar blouse hing een beetje open, op een sexy manier. Daaronder een simpele bh die duidelijk te krap zat. Haar rokje hing losjes over haar buik, die mooi rond en strak was. Ze keek omlaag, lippen een klein beetje van elkaar, wimpers neergeslagen. Bevroren.
Ik kende haar al jaren. Van school, van feestjes waar ik nooit durfde te praten, van die ene keer dat ze me in de kantine een lachje gaf toen ik mijn jus morste. Ik was al veel te lang verliefd op haar. En nu stond ze hier. Zo dichtbij dat ik haar shampoo kon ruiken. Zo dichtbij dat ik de warmte van haar huid bijna voelde.
Mijn handen trilden. “Dit is gestoord,” dacht ik. “Je kunt niet zomaar… Maar ze beweegt niet. Ze kan het niet weten. Toch?”
Ik zette een stap dichterbij. En nog een. Tot ik recht voor haar stond. Haar ogen waren half dicht, alsof ze nadacht over welk potje ze moest pakken.
Ik slikte. Mijn keel was droog.
Heel langzaam, alsof ik bang was dat ze elk moment wakker zou schrikken, reikte ik naar de bovenste knoop van haar blouse. Mijn vingers raakten de stof. Zacht katoen. Ik maakte de knoop los. En toen de volgende. En de volgende. Tot de blouse helemaal openhing.
Daar zag ik haar borsten die voller waren dan ik me ooit had voorgesteld, strak in die bh geperst. Ik voelde mijn wangen rood worden. En lager… veel lager… begon het te kloppen, te knellen in mijn broek.
“Fuck, Tim,” dacht ik. “Stop. Dit is te ver.”
Maar ik stopte niet.
Ik knielde langzaam neer, mijn gezicht ter hoogte van haar heupen. Het rokje hing los. Ik tilde de zoom heel voorzichtig op, net genoeg om te kijken. Lange benen. Zachte huid. En daartussen een simpel zwart slipje, een beetje doorschijnend bij de randen.
Mijn adem stokte. Het knelde nu echt pijnlijk. Ik voelde mezelf keihard worden, tegen de stof van mijn boxer duwen.
“Zou ik durven?”
Mijn hand ging omhoog. Trillend. Ik haakte een vinger onder de rand van haar slipje. Heel langzaam trok ik het omlaag. Over haar heupen. Over haar dijen. Tot het op haar enkels hing. Ik liet het daar even hangen, keek naar haar. Glad. Perfect. Geen haartje. Alsof ze wist dat iemand ooit zo dichtbij zou komen.
Ik pakte het slipje voorzichtig van haar enkels, vouwde het op en stopte het in de binnenzak van mijn jas. Mijn trofee. Mijn geheim.
Toen stond ik op. Mijn handen beefden zo erg dat ik dacht ik suiker tekort had. Ik keek naar haar gezicht. Nog steeds dezelfde uitdrukking. Omlaag kijkend. Lippen een beetje open.
Ik reikte naar haar bh. Schoof de cup voorzichtig opzij. Eén borst kwam vrij. Vol, zwaar, tepel hard en roze. Ik liet mijn vingertoppen er heel even overheen gaan.
Ik kon nauwelijks denken. Mijn handen gleden over haar openhangende blouse, palmen tegen haar warme huid, voelend hoe haar tepels hard tegen mijn vingers drukten. Met mijn hand pakte ik de hare en gleed ermee in mijn broek. Voorzichtig boog ik haar vingers om me heen, warm en stevig. Ik begon langzaam te bewegen en kreunde harder, mijn voorhoofd tegen haar schouder gedrukt. Mijn hand gleed naar beneden tussen haar benen en mijn vingers gleden bij haar naar binnen. De spanning bouwde te snel op, haar open blouse, haar hand, haar natte warmte om mijn vingers diep in haar. Met een schok kwam ik klaar, diep in haar hand, over haar pols en een beetje op de rand van haar rokje.
Ik boog me nog één keer naar voren, mijn lippen vonden de hare in een zachte, trage kus, een belofte in plaats van een afscheid.
Ik trok me langzaam terug, onze neuzen nog bijna tegen elkaar. Mijn stem kwam er schor uit, amper meer dan een fluistering:
“Tot de volgende keer, Tirza.”
Ze staarde roerloos de leegte in, alsof ze mij compleet negeert.
Ik liet haar achter met haar blouse half open, rokje iets opgetrokken, hand nonchalant op haar lege mandje, gezicht naar de schappen gericht alsof er niets gebeurd was. Bevroren in de tijd.
Ik voelde een laatste golf hitte door me heen gaan. Mijn hart bonsde nog steeds als een bezetene. Ik deed een stap achteruit, ogen niet van haar af halend, tot ik bijna tegen een schap aan botste.
Toen draaide ik me om.
Ik liep het gangpad uit, door de stille winkel, mandje met gestolen chips en chocola nog in mijn hand. Buiten, bij de half open deuren, bleef ik even staan. Ik keek nog één keer om.
Ik viste het horloge uit mijn zak.
Diep ademhalen.
Klik.
De wereld sprong weer aan.
Geluiden golfden naar binnen als een plotselinge vloed: karretjes die piepten, mensen die praatten, de koeling die zoemde, voetstappen overal. Een vrouw verderop lachte luid om iets op haar telefoon. De automatische deuren gleden eindelijk helemaal open.
Ik stapte naar buiten, de frisse lucht sloeg in mijn gezicht. Mijn benen voelden slap, maar ik liep door, normaal, alsof er niets aan de hand was.
Achter me hoorde ik, vaag maar duidelijk, het rinkelen van een mandje dat iemand oppakte. En toen, heel zacht, bijna onhoorbaar tussen het winkelrumoer door:
Een klein lachje.
Er zijn nog geen trefwoorden voor dit verhaal. Welke trefwoorden passen volgens jou bij dit verhaal?
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10

Ontdek meer over mij op mijn profiel pagina, bekijk mijn verhalen, laat een berichtje achter of schrijf je in om een mail te ontvangen bij nieuwe verhalen!
