Lesi Bertinus Bjurn Jongeman19 BoyXXL Marcello Tijnt
Donkere Modus
Door: Demiurg
Datum: 07-03-2026 | Cijfer: 9.3 | Gelezen: 481
Lengte: Gemiddeld | Leestijd: 8 minuten | Lezers Online: 8
Trefwoord(en): Bijles,
Het was dinsdagavond, drie dagen na onze laatste sessie in de studeerkamer. Ik zat op mijn kamer en probeerde me te concentreren op een geschiedeniswerkstuk, maar de letters dansten voor mijn ogen. Mijn telefoon trilde op het bureau. Eén kort berichtje. Geen afzender nodig, ik wist wie het was.

“Kom naar buiten. Nu.”

Mijn hart sloeg over. Ik keek uit het raam. In de schemering van de laan zag ik zijn auto staan: een donkergrijze, oudere Volvo stationwagon, stationair draaiend. De koplampen waren uit, alleen de parkeerlichten brandden als waakzame ogen.

Ik trok mijn schoenen aan, greep mijn sleutels en sloop naar beneden. “Ik ga even een stukje lopen, mam!” riep ik naar de woonkamer. Voordat ze kon antwoorden, was ik de deur al uit.

De koele avondlucht sloeg in mijn gezicht, maar toen ik het portier van de Volvo opende en instapte, werd ik omhuld door zijn geur. De auto rook naar zware shag, oud leer en die specifieke, mannelijke muskus die Cor bij zich droeg. Het was een geur die mijn lichaam onmiddellijk in een staat van alarm én opwinding bracht.

Cor keek niet naar me. Hij hield beide handen stevig aan het stuur, zijn blik op de weg gericht. Hij droeg een dikke trui en een donkere bodywarmer. Hij zag eruit als een man die op jacht ging.

“Riem om,” bromde hij.

Ik klikte de gordel vast. “Waar gaan we heen, Meester?”

Het woord ‘Meester’ voelde nog steeds als een verboden snoepje in mijn mond, zoet en gevaarlijk.

Hij startte de auto en reed weg, de laan uit, weg van de bewoonde wereld. “De studeerkamer is veilig, Jesse. Daar kan niemand ons zien. Maar gehoorzaamheid is makkelijk als de gordijnen dicht zijn.” Hij keek me kort aan, zijn ogen glinsterden in het licht van de straatlantaarns. “Ik wil zien of je ook durft te luisteren als je kwetsbaar bent.”

We reden Arnhem uit, richting de bossen van de Veluwezoom. Het asfalt maakte plaats voor klinkers, en uiteindelijk voor een zandpad vol kuilen. De bomen werden dichter, de wereld donkerder. Cor stopte de auto op een open plek, diep in het bos, ver weg van de wandelpaden. Het was doodstil, op het tikken van de afkoelende motor na.

“Uitstappen,” zei hij.

Ik stapte de duisternis in. Het was fris. De bomen torenden boven ons uit als stille getuigen. Cor liep om de auto heen en leunde tegen de motorkap. Hij stak geen sigaret op, hij kruiste alleen zijn armen. Hij bekeek me, staande in het zachte licht van de maan die net door de takken brak.

“Kleed je uit.”

Mijn adem stokte. “Hier? Maar... als er iemand komt...”

“Dan zien ze wat je bent,” zei hij kalm. “Een jongen die doet wat hem gezegd wordt. En nu: kleren uit. Alles.”

Mijn handen trilden toen ik mijn T-shirt over mijn hoofd trok. Daarna mijn schoenen, mijn sokken. De bosgrond was koud en vochtig onder mijn blote voeten. Ik rilde, deels van de kou, deels van de pure adrenaline. Toen mijn broek en boxer op een hoopje bij mijn voeten lagen, stond ik daar. Naakt. Wit. Kwetsbaar.

Cor bleef aangekleed. Het contrast kon niet groter zijn. Hij was de macht, warm en beschermd. Ik was de onderdaan, blootgesteld aan de elementen en zijn blik.

Hij duwde zich los van de auto en liep langzaam een rondje om me heen. Hij raakte me niet aan. Hij keek alleen. Hij inspecteerde mijn rug, mijn billen, mijn benen, alsof hij een paard keurde dat hij wilde kopen.

“Je rilt,” constateerde hij toen hij weer voor me stond.

“Ik heb het koud, Meester.”

“Nee,” zei hij zacht. Hij stapte dichterbij, zo dichtbij dat zijn lichaamswarmte naar me toe straalde. “Je rilt omdat je weet wat er kan gebeuren. Je rilt omdat je weet dat je hier, in dit bos, van niemand anders bent dan van mij.”

Hij legde zijn ruwe hand plat op mijn borstkas, precies over mijn hart. Hij voelde het bonzen.

“Draai je om.”

Ik draaide me om en zette mijn handen op de motorkap van de Volvo. Het metaal was koud.

“Wijdbeens. Verder.”

Ik spreidde mijn benen. Ik voelde de tocht langs mijn binnenbenen, langs mijn ballen die strak stonden van de spanning.

“Voorover buigen. Holle rug.”

Ik boog voorover, mijn billen naar achteren gestoken, gepresenteerd aan hem. Ik hoorde hem dichterbij komen. Ik hoorde het geluid van zijn rits. Maar hij neukte me niet. Nog niet.

In plaats daarvan voelde ik iets kouds en hards tegen mijn ingang. Zijn wandelstok? Nee, hij had geen stok bij zich. Het was zijn vinger, maar hij deed er iets mee... hij smeerde er iets op. Een zalf. Het voelde koel, tintelend. Menthol?

“Dit,” fluisterde hij in mijn oor, terwijl hij zijn vinger langzaam, tot aan de eerste knokkel, bij me naar binnen duwde, “is tijgerbalsem. Een heel klein beetje. Net genoeg om je te laten voelen dat je leeft.”

De sensatie begon koud, maar veranderde snel in een brandende hitte. Het was geen pijn, maar een intense, gloeiende warmte die zich verspreidde vanuit mijn binnenste. Ik hapte naar adem en kneep mijn billen samen, maar zijn vinger bleef onverbiddelijk zitten. Hij draaide rondjes. Hij rekte me een klein beetje op.

“Voel je dat branden, Jesse?” gromde hij.

“Ja... Meester! Het... het brandt!”

“Goed. Die hitte is mijn merk. Zolang je dat voelt branden, denk je aan mij. Of je nu in bed ligt, of op school zit.”

Hij trok zijn vinger terug, maar de hitte bleef. Het voelde alsof er een vuur in mijn kont was aangestoken, een constante herinnering aan zijn invasie.

“Draai je om.”

Ik draaide me weer naar hem toe, hijgend, mijn handen zoekend naar steun. Mijn pik was stijf, keihard, kloppend tegen mijn buik ondanks de kou.

Cor keek ernaar en schudde zijn hoofd.

“Nee,” zei hij streng. “Vandaag krijg je geen verlichting. Die erectie... die is voor mij. Je gaat nu je kleren aantrekken, met die harde pik in je broek. En je gaat naar huis.”

Ik keek hem wanhopig aan. “Maar Meester... ik sta op knappen... alstublieft...”

Hij pakte mijn kin vast, hard. “Denk je dat ik geef om wat jij wilt? Dit is de les van vandaag, Jesse: Onthouding.”

Hij kneep in mijn wangen tot mijn lippen tuiten. “Je gaat naar huis met die brandende kont en die pijnlijke blauwe ballen. Je gaat in je bed liggen, en je mag jezelf niet aanraken. Niet één keer. Je blijft geil. Je blijft lijden. Tot ik zeg dat het mag.”

Hij liet me los. “Aankleden. Nu.”

De rit terug was martelend. De tijgerbalsem gloeide na, elke drempel waar we overheen reden stuurde schokken van genot en pijn door mijn lijf. Mijn spijkerbroek schuurde tegen mijn eikel, die pijnlijk hard bleef. Cor zei geen woord. Hij rookte een sigaret, de rook vulde de auto, en hij legde één hand ontspannen op mijn bovenbeen, knijpend als we moesten remmen, als om me eraan te herinneren wie de controle had.

Toen hij me afzette, vlakbij mijn huis, leunde hij over me heen om het portier open te doen.

“Slaap lekker, jongen,” fluisterde hij spottend. “Als dat lukt.”

Ik strompelde naar binnen, mijn lichaam in brand, mijn hoofd tollend. Ik ging op mijn bed liggen, handen strak langs mijn lichaam geklemd, vechtend tegen de drang om mezelf aan te raken. De brandende sensatie van binnen herinnerde me bij elke hartslag aan één ding:

Ik was niet meer van mezelf. Ik was van Ome Cor. En de volgende les zou nog veel zwaarder worden.
Trefwoord(en): Bijles, Suggestie?
Geef dit verhaal een cijfer:  
5   6   7   8   9   10  
Stiekem Gay Contact
Stiekem Gay Contact