Door: Keith
Datum: 03-02-2026 | Cijfer: 9.7 | Gelezen: 358
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 35 minuten | Lezers Online: 15
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 35 minuten | Lezers Online: 15
Vervolg op: Gonnie - 35: Even Gewoon In Ede Werken
Verwerken
Vrijdag was het bijna routine. Samen opstaan, eten, spullen pakken en naar Ede. Alsof we het al jaren zo deden. Dat zei ik dan ook tegen Frank, toen we de spullen in zijn auto zetten. Hij keek me aan. “Oh, jij vind dit ondertussen routine? Dan gaan we die eens doorbreken. Húp, jij op de linkervoorstoel, mevrouw. Rijden. En vanmiddag ook, naar Born.” Ik haalde mijn schouders op. “Als dat alles is om de routine te doorbreken…”
Ik stapte in, draaide de startknop om en tikte de versnellingshefboom twee keer naar voren. Rustig reed ik achteruit. Geen piepjes van de parkeerhulp. Bocht om, zodat de auto met de neus in de goeie richting stond, twee tikken op de versnellingshendel naar achter en we reden. Rustig rijden tot en met de rotonde, toen rechtsaf de Koningsweg op. Frank zat het allemaal aan te kijken. “Dat doe je niet verkeerd, Gon. Alsof je dagelijks met een V60 rijdt…”
“Ik ben een paar weken terug op één dag twee keer naar Terschuur en terug gereden, jongeman. Dan leer je sommige dingen vrij snel. Met name de dingen die het comfort verhogen zoals die cruise control en de lane assist. En de automaat natuurlijk. Je linkerbeen charmant op de wielkast parkeren en, nadat je de cruisecontrol hebt ingesteld, je rechterknie wat buigen, zodat de bijrijder ook een beetje kan genieten…” Ik trok mijn rokje wat op. “Arrogante tut…” was het commentaar.
Ik trok mijn rokje met een ruk omlaag. “Het uitzicht op mijn benen kun je vandaag wel vergeten, Frank Veenstra! Wát zeg ik? Misschien wel het hele weekend. Ik heb ook een lange broek ingepakt.” Naast me hoorde ik een schampere lach. “Dat hou jij niet vol, rooie troela. Zeker niet als je naast Annet in bed ligt…” Ik zuchtte. “In dat laatste zou je wel eens gelijk kunnen hebben. Misschien een leuk gespreksonderwerp om samen met Hans te bespreken: wat zouden die twee rooien nu aanhebben?” Hij zuchtte en onthield zich verder van commentaar.
Rustig reed ik Ede in. Op het bedrijfsterrein héél kalm, daar was nog geen heftruck te bekennen. Wél een Toyota Landcruiser vrij dicht achter me, die claxonneerde. Frank keek geïrriteerd om. “Als die vent te laat is: dan had hij maar vroeger uit z’n bed moeten komen! Laat je niet opnaaien, Gon!” “Nee schat, dat doe jij al genoeg.” Ik keek in de spiegel: het was Mariëlle. “Wedden dat de bestuurder van die Toyota straks naast ons parkeert en verhaal komt halen?” Frank gromde. “Dan krijgt hij er behoorlijk van langs, dat weet ik wél!” We draaiden het parkeerterrein op en inderdaad: de Landcruiser stopte naast ons.
Frank schóót de auto uit, met zijn gezicht op tropische storm en ik hoorde: “Ben je helemaal besode… Krijg nou wat! Trút!” Ik stapte gierend van het lachen uit en ook Mariëlle’s gezicht vertoonde een brede smile. “Had ik je toch even mooi tuk, meneer Veenstra… Jammer dat je zelf niet reed.” Hij gromde wat onverstaanbaars, wat goed was, want zo complimenteus zal het wel niet geweest zijn. Ik gaf Mariëlle een ‘high five’. “Je had vroeger je bed uit moeten komen, Mar. Althans: volgens die mopperkont daar.” “Nóg vroeger? Ik vond half zes vroeg genoeg hoor. Toen lagen jullie waarschijnlijk nog hevig te ronken.” Ze keek ondeugend. “Of andere dingen te doen…”
Ik legde een vinger op mijn lippen. “Da’s geheim. En nogal confronterend om er naar te vragen.” Ze giebelde. Eenmaal binnen waren we getuige van een confrontatie van Yvonne tegen Frank. We hoorden Yvon nog nét zeggen: “…en jij hebt potdomme de euvele moed om te vragen wie er bovenop lag, meneer Veenstra? Hoe haal je het in je botte hersens! Dat vraag je niet eens aan je moeder, laat staan aan je directeur, ben jij gek!” Frank antwoordde met een stalen gezicht. “Bij mijn ouders hoef ik het ook niet te vragen, mevrouw Makinga. Bij hen wéét ik het antwoord namelijk al jaren: mijn moeder ligt onder. Op die begraafplaats van Heelsum…”
Yvonne werd bleek, daarna rood. “Sorry… Dat had ik niet mogen zeggen, Frank…” Hij sloeg een arm om haar heen. “Die was té makkelijk om niet in te koppen, Yvon. En nee, ik neem het je absoluut niet kwalijk, ik kan wel wat hebben hoor. En als mijn ouders deze discussie zouden horen: ze zouden er ook gierend om gelachen hebben. Zullen we de strijdbijl maar begraven? Volgens mij staat het nu één tegen één, hoewel ik nog steeds geen antwoord heb op mijn vraag. Maar goed, dat komt nog wel een keertje, denk ik.”
Yvon keek mij aan. “En dat is jouw vriendje? Ik zou het nog even heroverwegen, als ik jou was. Wát een lompe hork.” Ik schudde mijn hoofd. “Ik heroverweeg helemaal niks, Yvon. Maar de redenen daarvoor blijf ik je even schuldig, als je het niet erg vind.” Ze snoof en keek Mariëlle aan. “Jij ook nog een lollige opmerking? Ga je gang, dit is je kans!” Mariëlle schudde haar hoofd. “Ik kijk wel uit. Veel te leuk om als toehoorder aan de zijlijn te staan en jullie elkaar te zien afkatten. Kan ik wel wat van leren als mijn broers weer eens denken hun zusje te moeten pesten.” Yvon zuchtte. “Nou, daar heb je wat aan, aan zo’n nieuwe receptioniste…” Ze knipoogde. “Kom, koffie.”
“Die is hier een stuk beter dan in Terschuur, Yvon”, zei Mariëlle. “Dat moet ook. Als je prutskoffie op het werk schenkt, levert het personeel ook prutsprestaties. En daar vindt de directie wat van.” “Hmmm… Die zou je eens aan Gerrit de Weever over moeten brengen, Yvon. Ik dronk daar deze week voor de eerste keer koffie in de kantine voor het personeel en had bijna mijn beker, mét inhoud, tegen de wand gesmeten. Wát een bocht… Niet te hachelen.” Ik keek bijzonder smerig. “Dat kun jij toch net zo goed, Gon? Jullie doen daar die bedrijfsmatige audit…” Ze keek nu serieus en Mariëlle knikte. “Geen verkeerde gedachte, Yvon. Gaan we meteen doen, dinsdag!”
Ik schudde mijn hoofd. “Het zou zomaar kunnen zijn dat we dinsdag op een begraafplaats staan, Mariëlle. Of in een crematorium.” Mar schudde haar hoofd. “Ik niet, Gon. Daar heb ik het gisteren met mijn vader over gehad, want ik zat er best wel mee. En hij zei: ‘Luister meisje, als die meneer één van de lui was die jou dwars zat: ga dan niét naar zijn begrafenis toe. Je zou je alleen maar opvreten van woede als daar allerlei mooie dingen over meneer werden gezegd, terwijl jij de waarheid weet. Niét doen.’ En hij had gelijk; ik ga er niet heen, ook al staat het hele bedrijf er.”
We knikten langzaam en Yvonne zei: “Jouw pa is een wijze man. Heeft helemaal gelijk. Als ik daar zou staan, met hetgeen ik over de man weet: als er iemand allemaal mooie dingen over hem zou zeggen, zou ik opstaan en roepen: ‘Jaja… en ondertussen het leven van de medewerkers tot een hel maken, samen met zijn vriendje Teun. Goh, wat een fijne kerel…’ Nee, dat doe je niet.” Ik kon alleen maar knikken.
De zin in koffie was ondertussen wel verdwenen; ik ging aan het werk. Geen flauwekulletjes met Frank, nee gewoon aan ’t werk. Even geen trek in onzin. Frank merkte dat en tijdens de middagwandeling vroeg hij er naar. “Dat gesprekje over de begrafenis van Joziassen heeft m’n gevoel voor humor even ‘on hold’ gezet, Frank. Even geen trek meer in flauwe grappen.” Ik trok me even tegen hem aan. “Komt wel weer terug hoor… Wees maar niet bang.” Hij knikte. “Laat je weekend er niet door verpesten, Gon.” We liepen zwijgend verder en hoe vreemd ook: ik genoot er van. Even niet ad-rem zijn, niet de vinnige Gonnie uithangen, maar gewoon even alleen met je gedachten, en ondertussen genieten van een arm om je heen.
Eenmaal terug ging het werk door. Ook bij Mariëlle; die was ondertussen aardig ingeburgerd als receptioniste, merkte ik. Yvon was vol lof over haar; die kwam ’s middags rond een uur of drie even kletsen. En om vier uur sloot Frank zijn computer af en keek me aan. “Zo. We breien er een eind aan, mevrouw Peters. Jij ook je computer afsluiten, dan gaan we naar het zonnige zuiden!” Ik schudde mijn hoofd. “Nee. Nog even wat afmaken, en dan gaan we wachten tot Mariëlle klaar is, Frank. En dan drinken we samen met Simon, Yvon, Martin en Mariëlle nog even iets. Ik wil niet dat Mar in haar uppie het pand verlaat.” Hij bromde: “Dan zal ik de koelkast maar eens gaan plunderen. En volgens mij hebben ook nog ergens filet American en toastjes.”
Kortom: tien minuten later zaten we met z’n zessen in het zitje in de hal. De deur op slot. Simon vond ook dat we er klaar mee waren. “En we hebben wat te vieren, lui! Die retail-organisatie is binnen als klant. Daar hebben we een behoorlijke kluif werk aan. Ook jij, Martin, want ze hadden nog wel wat noten op hun zang; het systeem moet voor een aantal dingen op hun aangepast worden.” Martin zat er niet zo mee. “Als ik hun eisen krijg… Daar zet ik Daniël wel op, die doet dat met twee vingers in z’n neus.”
Yvonne keek smerig. “Diezelfde vingers waarmee hij op z’n toetsenbord werkt? Ik denk dat ik daar maar eens een grondig desinfecterend goedje overheen spuit! Een zwaar geconcentreerde chloor-oplossing of zo. Of zwavelzuur, dat schijnt ook goed te zijn tegen bacteriën en virussen.” Simon gaf haar een crackertje. “Hier. Een cracker met Filet American. Heb ík met m’n vingers aangezeten. Diezelfde vingers die…” “Simon…” Yvon klonk dreigend en haar ogen flikkerden. “…zojuist een mail van die retail-boys hebben beantwoord”, vervolgde Simon semi-onschuldig. Yvon bromde wat en Martin, Frank en ik grinnikten. Mariëlle keek van de één naar de ander en schudde haar hoofd. “Soms… soms denk ik dat jullie helemaal gek zijn.”
Toen lachte ze voluit. “Maar jij mag met je vingers aan Yvon d’r toastje met Filet American zitten, hoor Simon. ten slotte zijn jullie getrouwd. Frank en Gon mogen dat formeel nog niet, maar ik heb ernstige twijfels of ze zich daar iets van aantrekken.” Frank protesteerde. “Hé mevrouw Steenbeke! Ik heb mijn handen gewassen voordat ik dat spul zelfs maar uit de koelkast haalde!” Ik zei niets, keek Mariëlle alleen maar verwijtend aan. Ze lachte me uit.
“En wat ga jij dit weekend doen, Mar?” vroeg Yvon. “Mijn pa helpen. Het achterste deel van de stal moet gerepareerd worden: de muur is daar deze winter kapot gegaan door de vorst. Daar moet een nieuw deel in gezet worden en daar help ik hem mee. Lekker timmeren, daarna elektra aanleggen. En verder: een heerlijk stuk paardrijden. Eén van de paarden is mijn favoriet: Nel. Een schat van een beest, heerlijk mak en laat zich prima berijden. Als ik bij de weide kom, rént ze altijd naar me toe. Dus ik ga morgenmiddag lekker een stuk paardrijden. Richting Achterveld of zo. Kleine binnenweggetjes, lekker draven. Zal Nel ook fijn vinden. Die is nu vijf jaar, en vindt het af en toe véél te rustig in de wei.” Simon keek waarderend. “Zó… Eerst in overall staan timmeren en daarna als amazone Achterveld onveilig maken? Stoer hoor. Dat had ik niet achter je gezocht, toen je, héél verlegen, hier voor de eerste keer binnen kwam.”
Mariëlle boog zich naar hem toe. “Mijn pa en ik zijn twee handen op één buik. Bij hem en bij mijn moeder kan ik zijn wie ik ben. En als ik op Nel zit, ben ik helemaal gelukkig. Bij haar kan ik alle sores van me afkletsen. Ze luistert.” Martin zat ondertussen op zijn telefoon te kijken. “Mariëlle… Niet om het één of ander, maar…” Hij liet zijn telefoon aan Mar zien en wees. “Blijf hier uit de buurt. De telefoon van jullie telefonische stalker maakt zeer regelmatig contact met een GSM-mast bij Kattenbroek. Vandaag overigens niet; hij is de hele dag al uit de lucht. Maar hoe dan ook: ergens in een cirkel van een kilometer was de verblijfplaats van de eigenaar.”
Ik veerde op. “Hij is vandaag uit de lucht? Dan weten we zeker wie het is. Teuntje de Weever. Die is toch opgepakt, na de vondst van die afscheidsbrief van Joziassen? Zit in een politiecel in Amersfoort. Tja, dan maakt je telefoon geen contact, want die ligt ergens in een kluis op het bureau…” Mariëlle dacht even na. “Dan ga ik naar het noorden. Boven Zwartenbroek ligt ook een mooi stuk bos: de Bunt. Daar kun je ook lekker rijden.” Ze keek ondeugend. “Daar is ook een meertje. Kunnen Nel en ik op volle kracht doorheen, dat vindt ze prachtig!” Yvon keek twijfelend. “Jaja… en dan kom jij thuis, van onder tot boven onder de modderspetters, je paard helemaal smerig… en wie moet het weer gaan wassen? Ik denk dat ik het wel weet.”
Mar schudde hevig haar hoofd. “Mijn rijkleren was ik zelf, Yvon. En m’n rijlaarzen poets ik ook zelf. Daar komt niemand anders aan. En dat doe ik pas als ik Nel helemaal geborsteld heb. Niet dat het veel helpt, want na het borstelen gaan mevrouw uitgebreid in de modder liggen rollen… Dan ziet ze er niet uit. En pas daarna ga ik douchen, m’n laarzen poetsen en m’n rijkleren wassen. Eerst op de hand in een grote emmer sop, en dan pas gaat het spul in de wasmachine. Anders is de wasmachine binnen no time naar z’n grootje, door al dat zand en die modder. Dan kunnen pa en ik weer lagers gaan vervangen… Geen leuk werkje!”
“Lagers vervangen? Als de lagers van een wasmachine defect zijn, kopen de meeste mensen een nieuwe…” Frank keek vragend en Mar zei: “De meeste mensen wel, ja. Mijn pa niet. Die kan de meeste technische dingen zelf wel maken. Elektronica, da’s een ander verhaal. Die chips die tegenwoordig in zo’n wasmachine zitten, da’s allemaal SMD-techniek, daar blijft hij van af. Maar een stel lagers vervangen of een nieuwe motor er in zetten: daar draait hij z’n hand niet voor om. En ik help hem daarmee, want dat vind ik óók leuk.” Ik lachte. “Dus… als de koffiemachine defect is, ben jij de eerste die het ding probeert te maken? Goed om te weten, Mar.” Ze trok haar neus naar me op. “Tút!”
Yvon legde een hand op haar schouder. “Laat je niet ondersneeuwen door die rooie, Mar. Die heeft haar handjes vol aan Frank.” “Zeker weten!” antwoordde ik. “Maar of die zo simpel te repareren is…” “Zeg vriendinnetje… Jij repareert helemaal niets als er bij Frank wat stuk is. Daar zijn dokters voor uitgevonden. En verpleegsters. Met hele mooie ogen en zachte handen…” Yvon vulde aan: “…die je zonder pardon een naald in je donder steken om je rustig te krijgen, Frank!” Simon stond op. “Kom lui, we ruimen deze rommel even op en gaan dan weekend vieren. Met of zonder paard, dat mag je zelf weten.”
Martin keek Mariëlle aan. “Denk er aan waar je niét heen moet, dame.” Ze knikte. “Bedankt, Martin. Ook jij bent een schat, dat je zo om me denkt.” Ze knipoogde even. “Ook al zie je eruit als een zeerover op een héél smerig piratenschip.” Tien minuten later reden we weg, in de Volvo en met mij achter het stuur.
“Mag ik even pitten, Gon? Even alle telefonische ellende verwerken…” Ik knikte en hij pakte zijn telefoon en zette een playlist op. “Dan kun je ook horen wat ik mooie muziek vind.” Gedurende de rit was er een combinatie van pop uit de jaren ’70 en ’80 te horen, afgewisseld met een paar klassieke stukken. Frank lag onderuitgezakt te slapen, die kreeg het niet mee. En ik genoot van het rijden: netjes honderd rijdend op de A50 en vervolgens de A73. Af en toe een vrachtwagen inhalend, maar grotendeels bleef ik op de rechterbaan. Deze auto reed echt heerlijk… Zou ik eens kijken of ik mijn Golfje kon inruilen? Er kwam weer een grote beurt aan, de banden moesten ook langzamerhand vervangen worden en ja, het ding had nu meer dan 4 ton op de teller staan… Ik had een maanden geleden al eens gekeken wat de dagwaarde was: zo’n 5.000 euro. En mijn spaarpotje bevatte moment ruim 25.000 euro, dus daarvoor zou ik wel een fatsoenlijke auto moeten kunnen kopen…
Al mijmerend, maar ondertussen wél goed oplettend, reed ik de Roertunnels door en even daarna de A2 op. Ik stootte Frank aan. “Hé, slaapkop… We zijn er bijna. Wrijf de slaap uit je ogen en maak je make-up in orde. Met dat slaperige koppie kun je mijn ouders niet onder ogen komen.” Hij rekte zich uit en keek om zich heen. “Hé? Roermond al voorbij? Sjonge, dan heb ik écht liggen maffen, schoonheid. En jij hebt heerlijk gereden, want ik heb geen schokje gevoeld…” “Lang leve de cruise control, Frankieboy. En dit is sowieso een heerlijke reisauto. Ik heb onder het rijden zitten denken om mijn Golfje van de hand te doen en een soortgelijke auto als deze te kopen. Ik weet alleen niet wat het verbruik van deze slee is, dat mag je me even vertellen.” Frank pakte zijn telefoon. “Even de afdeling ‘boekhouding’ raadplegen, schat.” Na een paar minuten zei hij: “Gemiddeld zo’n 1 op 16. Maar: ik rij over het algemeen lange stukken en ook redelijk beschaafd. Als ik een week dicht bij huis moet werken en dus korte stukjes rij of veel in de bebouwde kom, dan is het verbruik 1 op 14.”
“Hmmm. En mijn Golf heeft in de drie jaar dat ik ‘m nu heb, een gemiddeld verbruik van 1 op 17 gehaald. Dat scheelt dus niet zoveel. Maar: dit is een best zware auto; Wat kost hij qua wegenbelasting?” “Exact 100 euro in de maand. Als het een diesel was geweest, was het bijna 150 euro per maand geweest. En jouw Golf?” “Ergens in de 180 euro per kwartaal. Dus daar zit een behoorlijk verschil tussen…” Frank knikte. “Ja, genaaid word je toch wel. Is het niet met de brandstofprijzen, dan is het wel met de wegenbelasting…” Ik haalde mijn schouders op. “Ja. Maar het laatste uur heb ik gemerkt dat comfort ook wel zo lekker is.” Hij gniffelde. “Ja, dit rijdt toch anders dan zo’n spartaans Duits ding.” Ondertussen waren we vlak voor afrit 47 en moesten we de snelweg af. En na een paar bochten reden we de oprit op en kon ik de auto naast de Tiguan van Gien zetten.
“Zo meneer. Heb ik je toch mooi afgeleverd.” Frank zoende me snel. “Je hebt heerlijk gereden, schat. Voor zover ik er iets van gemerkt heb.” “Meurbaal…” mopperde ik. “Maar je hebt wél een leuke playlist. Ik heb over het algemeen genoten van de muziek.” “Ik niet…” zei hij met een treurig gezicht. Henk kwam naar buiten toen wij uitstapten. “Hallo duifjes… Welkom maar weer in Born!” Ik liet mijn weekendtas staan en vloog hem om zijn nek. “Hoi lieve paps!” Ma liep achter Henk aan en ik hoorde Frank zeggen: “Nou, als zij zo bezig gaan… Zullen wij ook even, Gien?” Ik hoorde haar lachen. “Kom hier, gekke vent!” Ik keek even: Gien en Frank knuffelden ook uitgebreid. Toen liet Frank los. “Zo. Even geoefend voor wanneer jij 35 bent, Gon.” Ik keek hem minachtend aan. “Slijmbal. Wil je zo graag ik een goed blaadje komen bij mijn moeder? Tel er gerust tien jaar bij op, mafketel.”
Gien lachte. “Hoe dan ook: het was wel een lief compliment. Kom hier, dochtertje van me!” Ik kuste haar. “Hoi, lieve moeder. Blij dat ik jou weer zie.” Henk en Frank gaven elkaar een hand. “Ben je een beetje lief geweest voor ons dochtertje, Frank?” “Volgens mij wel. Ze is nog steeds bij me, dus…” Ik draaide naar Henk om. “Hij is méér dan lief voor me, Henk. Rots in de branding. Steun en toeverlaat. En zijn schouders kunnen prima als zakdoek fungeren, als het nodig is.” Henk glimlachte. “En… Is dat vaak nodig, meisje?” “Deze week wél, maar dat vertel ik zo wel, schat.” Frank knikte. “Het was nogal heftig deze week, Henk.” Die knikte. “Dan hebben jullie vast wel zin in een goeie bak koffie. Daarna mogen jullie je hart luchten.” Even later zwengelde hij aan zijn hand-koffiemolen en na tien minuten hadden we een mok koffie in de hand. “Nou, vertel eens, jongelui… Weer gesodemieter bij dat andere bedrijf?” Ik knikte en vertelde wat er allemaal was voorgevallen.
Daarna zei Henk bedachtzaam: “Nou… Da’s nogal een story, Gon. Geen last ervan dat je die man dood hebt gezien?” “Tot nu toe niet. En ik moet eerlijk zeggen: zijn dood boeit me niet zo. Hij was net zo’n klootzak als de Weever Junior. En te laf om de consequenties te aanvaarden. Vandaar dat hij er tussenuit geknepen is. Nu kan hij niemand meer kwaad doen.” Het kwam er feller uit dan ik bedoelde, maar…
“Gón! Dat mag je niet zeggen over een overledene!” De ogen van Gien stonden verwijtend. Frank sprong voor me in de bres. “Gien, ik heb die vent slechts een uurtje kunnen meemaken, en ik zeg het niet snel over iemand, maar… Wát een glibber. Alles wat Junior zei, knikte hij op. En bij alles wat Gon zei werden de lippen samengeknepen en kwam er een uiterst misprijzende blik in zijn ogen. En wat wij van Mariëlle hebben vernomen was ook niet fris. Echt, het is beter voor de aarde dat deze vent is opgehoepeld.”
Gien keek peinzend naar mij. “Zo heb ik jou niet opgevoed, Gon.” Ik knikte. “Dat klopt ma. Maar ik heb ook nog nooit in een omgeving rondgelopen waar zo’n giftige, bijna dodelijke sfeer hing. En die werd mede door deze man veroorzaakt. Vandaar mijn uitval.” Henk stond op. “Goed dat jullie even hebben kunnen spuien, jongens. Dat kán hier. En dat wij soms tegengas geven… Dat kan hier ook.” Frank knikte. “Dat weten we, Henk. En Gien. Dank jullie wel.”
“En nu gaat deze echtgenoot koken. Het is mijn dag vandaag. Frank, lust jij broccoli?” Die knikte. “Prima!” “Mooi. Excuseer mij een half uurtje, dames en heer.” “Gien… Waar is Annet?” “Overwerken. Het is de laatste weken bijzonder druk bij VDL geworden: men schakelt over op militair spul in verband met de dreiging uit zowel oost als west. Ik verwacht Annet en Hans over een half uurtje; die kunnen dan meteen aanschuiven.”
“Dan brengen wij onze spullen even in de kelder, Frank.” Die keek plagend. “Jouw spullen in de kelder? Niet naar jullie slaapkamer?” Ik zuchtte. “Ik weet nog niet hoe Hans in de wedstrijd staat, knul. Dat vraag ik hem straks wel even. Héél liefjes.” Gien keek op. “Willen de dames weer eens samen in één bedje slapen?” “Nou, deze dame best wel”, zei Frank verongelijkt. “En naar de mening van ondergetekende werd niet gevraagd… Snik…” “Jij jokt, vriendje! Sterker nog: je gaf zelfs toestemming en suggereerde dat je er wel bij wilde zijn en kijken!” Gien schoot in de lach. “Ja, dat zal wel… Twee van die rooie heksen in één bed? Lijkt me ook wel interessant.” “Hé, mevrouw Klok! Jij hebt die ervaring al een paar keer gehad en toen bleef het niet bij kijken alleen!" Henk z’n stem klonk spottend en Gien kleurde. Frank bleef de nuchterheid zelf. “Dat wist ik al lang, Gien. Niet mee zitten. Wederzijdse instemming, toch?” Ze knikte. “Maar dat dit zomaar eventjes, door mijn eigen echtgenoot, verdorie! voor mijn voeten wordt geworpen… Soms ben jij zo subtiel als een 50-tons wegenwals, Henk!” “Bij jou soms nodig, schat. Anders fiets je weer eens over me heen…”
Gien zuchtte, Frank knipoogde naar haar en ik genoot van het feit dat dit zo maar kon. Ik liep naar de keuken. “Kan ik ergens mee helpen, Henk?” Hij keek even twijfelend. “Heb jij een idee voor een lekker dessert? Zo ja, mag je dat maken.” “Oké. Maar daarvoor heb ik wel een gaspit nodig, lieve pa.” Hij wees. “Je hebt mazzel.” Ik zette een pan met melk op en maakte custard. En toen een sterke kop koffie. Het geheel ging bij de melk in de pan en ik roerde tot het mengsel kookte. Zes dessertschaaltjes… Even later was de mokkapudding gereed. Lekker dik. Chocolaatje er op en een stuk keukenfolie over elk schaaltje heen tegen de vel-vorming. “Zo. Een lekker toetje.” Henk keek waarderend. “Goed idee, die koffie er doorheen!” Ik wees naar Frank. “Afgekeken van mijn vriendje. Die kwam daar deze week mee. Best wel een keukenprins, ondanks dat hij een paar jaar vrijgezel was. Hij heeft in die tijd volgens mij niet alleen bij Mc. Donalds gedineerd…”
Ik keek plagend naar Frank, maar die hoorde me niet: hij was serieus met Gien aan het praten over software. Ik dekte de tafel toen de zoemer van de oprit klonk. “Ah, dat zal die andere rooie zijn. Met háár vriendje. Dan kunnen we over vijf minuten eten, dames. En heer.” Annet kwam binnen. Alleen. “Zúsje!!!” We omhelsden elkaar. “Waar heb jij je vrijer gelaten, schat?” Annet keek sip. “Thuis. Heeft maandag een presentatie op de Hogeschool en die wilde hij nog finetunen, zei hij. Maar hij komt morgenmiddag ook deze kant uit. En Rick en Coor ook.” Henk zuchtte. “Nou, dat wordt weer maximaal boodschappen doen, Gien. Ik vraag me af of dat allemaal wel past in die Tiguan van je.”
“Niet zo piepen, Henk. Ik zag net een hele dikke Volvo stationcar staan; daar past ook wel wat achterin.” Annet gaf hem ook een zoen, vervolgens Gien en Frank ook. “Kom mensen, aan tafel. Ik heb het hoofdgerecht gemaakt, Gon het dessert. Eet smakelijk.”
Tijdens het eten vroeg Annet: “Hoe was jouw eerste week als ‘interim manager’ Gon?” Frank schudde zijn hoofd. “Om te voorkomen dat iedereen zijn of haar eetlust verliest: zullen we dat onderwerp even verschuiven tot ná het eten, Annet?” Ze keek verwonderd en ik knikte. “Wel zo verstandig, Frank.” Annet knikte. “Oké… Dan heb ik een nieuwtje: met ingang van volgende maand is jullie oudste dochtertje gepromoveerd tot hoofd van de afdeling Compliance van VDL. Vandaag werd ik bij HR geroepen, en daar zat ook de directeur bedrijfsvoering. De chef van mijn chef, zeg maar. En ik kreeg een preek over me heen waar ik van moest blozen…”
“Begon hij over je mooie benen, schat? Dan mag je zo’n vent een pets verkopen, hoor…” zei ik pesterig. “Trút! Hou je er buiten! Het kwam erop neer dat, nu VDL veel meer voor Defensie gaat doen, dat compliance écht een dingetje gaat worden. En daar hadden ze mij voor op het oog… Ik heb nog een week om de zaken af te ronden en over te dragen, daarna moet ik verhuizen naar mijn nieuwe kantoor.” Ze glunderde. “Op de bovenste verdieping.” Frank trok een wenkbrauw op. “Wat is daar zo leuk aan? Als de lift het niet doet, moet je meer trappen lopen…” Annet zuchtte. “Dat is de verdieping waar de hoogste managementslaag zit, Frank. En met ingang van ruim een week resideert jouw aanstaand potentiële schoonzus daar ook.”
Annet zat naast me, dus ik kon haar meteen omhelzen. “Gefeliciteerd, schat. Da’s inderdaad héél goed nieuws. Wat zei Hans ervan?” Ze giechelde. “Hans zei niks. Hans knuffelde me bijna plat…” “Ja, Hans is altijd wel van ‘geen woorden, maar daden’ geweest”, zei Gien met een lachje. “Maar gefeliciteerd, meid. Jij gaat als een speer!” Ik zag een blik in de ogen van Annet die ik kende: ze hield iets achter! “Hé zussie, jij kijkt wel héél gemeen. Volgens mij komt er nog wat. Mag je Hans meenemen als ‘personal assistant’? Dat lijkt me niet zo’n goed plan.” Ze grinnikte. “Nee, iets geheel anders. In de afdeling ‘compliance’ bevindt zich ook de opvolger van ene Anderson. Oh, een prima vent, daar gaat het niet om. Maar het idee dat ik straks de manager ben van de functie die Anderson ooit had…”
Henk zette één en ander in perspectief. “Annet, het is in het management niet handig om familieleden in één afdeling te zetten. Dat geeft óf gedonder, óf er worden ondershands dealtjes gesloten. En dus op de lange termijn alsnog gedonder.” Annet haalde haar schouders op. “Henk, ik weet ondertussen dat Anderson, zodra hij hoorde dat ik aangenomen was op mijn huidige functie zélf ontslag heeft genomen en naar Herstal is overgestapt. Hij was witheet dat ik op hetzelfde niveau als hij het bedrijf binnen zou stappen. Dat hoorde ik recent van zijn opvolger. Ik denk dat hij helemaal ontploft als hij hoort wat ik ga doen.” Ze keek nuchter en vervolgde: “Maar dat is zijn probleem.”
Gien knikte. “Inderdaad. En laat zijn probleem niet het jouwe worden, An. Geniet van deze promotie en doe je best. Maar ik wéét dat je dat zal doen.” Ik kon het niet laten. “En je salaris, An? Enig idee?” Ze glunderde. “Netto ruim achtduizend euro in de maand. Maar geen overwerkvergoeding; dat is ‘part of the job’, zei HR. En er zal wel overgewerkt moeten worden, want er moet aan heel veel regeltjes extra worden voldaan. Plotseling heeft VDL te maken met veel meer defensieregels, luchtvaarteisen, maritieme zaken… Dingen die allemaal nog onbekend gebied zijn. Ik krijg een afdeling van vijf mensen, die dat allemaal moeten uitzoeken… Een bere-klus. En daarna moet dat allemaal geïmplementeerd worden in het bedrijf…”
Ze zuchtte diep. “Ja, leuk zo’n promotie, maar ze gooien je wel in één keer voor de bus…” Ik keek Frank aan en hij mij en we begrepen elkaar meteen. “Zussie… Misschien moeten jullie eens gaan kletsen met een bescheiden software-bedrijfje in Ede. Dat heeft…”
Henk snoerde ons de mond. “Nu even nog niet, dames. We maken eerst even netjes deze maaltijd af, daarna mag mevrouw de aanstaand manager Compliance en meneer de Software-adviseur zich bezig houden met de afwas en met een beetje mazzel gaat mevrouw hoofd afdeling automatisering van een bekend bedrijf hier te Born zich bezig houden met het maken van de koffie. Ondertussen gaan een zekere medewerker van ASML én een ondersteunend medewerkster van van de afdeling O&O van een softwarebedrijfje in Ede zich bezig houden met de goede dingen des levens, zoals het, met de poten op tafel, lezen van Elseviers Magazine. Of niet, Gon?”
Ik knikte. “Lijkt me een prima rolverdeling, Henk. En omdat ik niet de beroerdste ben, zal ik het dessert op tafel zetten.” Even later had iedereen een schaaltje voor zich. “Hé, dit komt me bekend voor, schatje…” Frank keek me aan. “Ik ken de commando’s ‘Control C’ – ‘Control V’ nogal goed, vriendje.” De pudding was prima. Geen vel, goed op smaak, lekker dik en niet te zoet. “Dit mag je vaker maken, Gon”, zei Henk. “Je kunt het officiële recept bij Frank ophalen, Henk. Ik heb maar wat gegokt.”
Toen de schaaltjes leeg waren schoof ik m’n stoel naar achteren. “Kom lieve schoonpa. Wij gaan met de poten op tafel onderuit zitten.” “Gelieve wél je schoenen aan te houden, Henkie Klok! En een krant onder je schoenen te leggen!” Gien klonk waarschuwend. “En jij ook, Gon Peters!” Ik keek nuffig. “Ik doe mijn pumps wel uit hoor. Dan kan Frank ook nog wat genieten van mijn charmante voetjes. Uit de verte.” Annet zei pesterig: “Zal ik mijn schoentjes dan ook uitdoen? Mijn voetjes zijn minstens zo charmant als die van Gon. En ik ben dichterbij…”
“Jouw voetjes zijn een stuk ouder dan die van mij, zus!” riep ik vanaf de bank. “Ja, zeker twaalf minuten”, bromde Gien. Frank grinnikte. “Ik ontferm me straks wel over Gon d’r charmante voetjes, Annet. Laat de jouwe maar lekker door Hans verwend worden.” “Ja, maar daar heb ik nu even niks aan…” mopperde ze. Frank fluisterde wat in haar oor en Annet glimlachte. Ik kon wel raden waar het over ging…
Ik stapte in, draaide de startknop om en tikte de versnellingshefboom twee keer naar voren. Rustig reed ik achteruit. Geen piepjes van de parkeerhulp. Bocht om, zodat de auto met de neus in de goeie richting stond, twee tikken op de versnellingshendel naar achter en we reden. Rustig rijden tot en met de rotonde, toen rechtsaf de Koningsweg op. Frank zat het allemaal aan te kijken. “Dat doe je niet verkeerd, Gon. Alsof je dagelijks met een V60 rijdt…”
“Ik ben een paar weken terug op één dag twee keer naar Terschuur en terug gereden, jongeman. Dan leer je sommige dingen vrij snel. Met name de dingen die het comfort verhogen zoals die cruise control en de lane assist. En de automaat natuurlijk. Je linkerbeen charmant op de wielkast parkeren en, nadat je de cruisecontrol hebt ingesteld, je rechterknie wat buigen, zodat de bijrijder ook een beetje kan genieten…” Ik trok mijn rokje wat op. “Arrogante tut…” was het commentaar.
Ik trok mijn rokje met een ruk omlaag. “Het uitzicht op mijn benen kun je vandaag wel vergeten, Frank Veenstra! Wát zeg ik? Misschien wel het hele weekend. Ik heb ook een lange broek ingepakt.” Naast me hoorde ik een schampere lach. “Dat hou jij niet vol, rooie troela. Zeker niet als je naast Annet in bed ligt…” Ik zuchtte. “In dat laatste zou je wel eens gelijk kunnen hebben. Misschien een leuk gespreksonderwerp om samen met Hans te bespreken: wat zouden die twee rooien nu aanhebben?” Hij zuchtte en onthield zich verder van commentaar.
Rustig reed ik Ede in. Op het bedrijfsterrein héél kalm, daar was nog geen heftruck te bekennen. Wél een Toyota Landcruiser vrij dicht achter me, die claxonneerde. Frank keek geïrriteerd om. “Als die vent te laat is: dan had hij maar vroeger uit z’n bed moeten komen! Laat je niet opnaaien, Gon!” “Nee schat, dat doe jij al genoeg.” Ik keek in de spiegel: het was Mariëlle. “Wedden dat de bestuurder van die Toyota straks naast ons parkeert en verhaal komt halen?” Frank gromde. “Dan krijgt hij er behoorlijk van langs, dat weet ik wél!” We draaiden het parkeerterrein op en inderdaad: de Landcruiser stopte naast ons.
Frank schóót de auto uit, met zijn gezicht op tropische storm en ik hoorde: “Ben je helemaal besode… Krijg nou wat! Trút!” Ik stapte gierend van het lachen uit en ook Mariëlle’s gezicht vertoonde een brede smile. “Had ik je toch even mooi tuk, meneer Veenstra… Jammer dat je zelf niet reed.” Hij gromde wat onverstaanbaars, wat goed was, want zo complimenteus zal het wel niet geweest zijn. Ik gaf Mariëlle een ‘high five’. “Je had vroeger je bed uit moeten komen, Mar. Althans: volgens die mopperkont daar.” “Nóg vroeger? Ik vond half zes vroeg genoeg hoor. Toen lagen jullie waarschijnlijk nog hevig te ronken.” Ze keek ondeugend. “Of andere dingen te doen…”
Ik legde een vinger op mijn lippen. “Da’s geheim. En nogal confronterend om er naar te vragen.” Ze giebelde. Eenmaal binnen waren we getuige van een confrontatie van Yvonne tegen Frank. We hoorden Yvon nog nét zeggen: “…en jij hebt potdomme de euvele moed om te vragen wie er bovenop lag, meneer Veenstra? Hoe haal je het in je botte hersens! Dat vraag je niet eens aan je moeder, laat staan aan je directeur, ben jij gek!” Frank antwoordde met een stalen gezicht. “Bij mijn ouders hoef ik het ook niet te vragen, mevrouw Makinga. Bij hen wéét ik het antwoord namelijk al jaren: mijn moeder ligt onder. Op die begraafplaats van Heelsum…”
Yvonne werd bleek, daarna rood. “Sorry… Dat had ik niet mogen zeggen, Frank…” Hij sloeg een arm om haar heen. “Die was té makkelijk om niet in te koppen, Yvon. En nee, ik neem het je absoluut niet kwalijk, ik kan wel wat hebben hoor. En als mijn ouders deze discussie zouden horen: ze zouden er ook gierend om gelachen hebben. Zullen we de strijdbijl maar begraven? Volgens mij staat het nu één tegen één, hoewel ik nog steeds geen antwoord heb op mijn vraag. Maar goed, dat komt nog wel een keertje, denk ik.”
Yvon keek mij aan. “En dat is jouw vriendje? Ik zou het nog even heroverwegen, als ik jou was. Wát een lompe hork.” Ik schudde mijn hoofd. “Ik heroverweeg helemaal niks, Yvon. Maar de redenen daarvoor blijf ik je even schuldig, als je het niet erg vind.” Ze snoof en keek Mariëlle aan. “Jij ook nog een lollige opmerking? Ga je gang, dit is je kans!” Mariëlle schudde haar hoofd. “Ik kijk wel uit. Veel te leuk om als toehoorder aan de zijlijn te staan en jullie elkaar te zien afkatten. Kan ik wel wat van leren als mijn broers weer eens denken hun zusje te moeten pesten.” Yvon zuchtte. “Nou, daar heb je wat aan, aan zo’n nieuwe receptioniste…” Ze knipoogde. “Kom, koffie.”
“Die is hier een stuk beter dan in Terschuur, Yvon”, zei Mariëlle. “Dat moet ook. Als je prutskoffie op het werk schenkt, levert het personeel ook prutsprestaties. En daar vindt de directie wat van.” “Hmmm… Die zou je eens aan Gerrit de Weever over moeten brengen, Yvon. Ik dronk daar deze week voor de eerste keer koffie in de kantine voor het personeel en had bijna mijn beker, mét inhoud, tegen de wand gesmeten. Wát een bocht… Niet te hachelen.” Ik keek bijzonder smerig. “Dat kun jij toch net zo goed, Gon? Jullie doen daar die bedrijfsmatige audit…” Ze keek nu serieus en Mariëlle knikte. “Geen verkeerde gedachte, Yvon. Gaan we meteen doen, dinsdag!”
Ik schudde mijn hoofd. “Het zou zomaar kunnen zijn dat we dinsdag op een begraafplaats staan, Mariëlle. Of in een crematorium.” Mar schudde haar hoofd. “Ik niet, Gon. Daar heb ik het gisteren met mijn vader over gehad, want ik zat er best wel mee. En hij zei: ‘Luister meisje, als die meneer één van de lui was die jou dwars zat: ga dan niét naar zijn begrafenis toe. Je zou je alleen maar opvreten van woede als daar allerlei mooie dingen over meneer werden gezegd, terwijl jij de waarheid weet. Niét doen.’ En hij had gelijk; ik ga er niet heen, ook al staat het hele bedrijf er.”
We knikten langzaam en Yvonne zei: “Jouw pa is een wijze man. Heeft helemaal gelijk. Als ik daar zou staan, met hetgeen ik over de man weet: als er iemand allemaal mooie dingen over hem zou zeggen, zou ik opstaan en roepen: ‘Jaja… en ondertussen het leven van de medewerkers tot een hel maken, samen met zijn vriendje Teun. Goh, wat een fijne kerel…’ Nee, dat doe je niet.” Ik kon alleen maar knikken.
De zin in koffie was ondertussen wel verdwenen; ik ging aan het werk. Geen flauwekulletjes met Frank, nee gewoon aan ’t werk. Even geen trek in onzin. Frank merkte dat en tijdens de middagwandeling vroeg hij er naar. “Dat gesprekje over de begrafenis van Joziassen heeft m’n gevoel voor humor even ‘on hold’ gezet, Frank. Even geen trek meer in flauwe grappen.” Ik trok me even tegen hem aan. “Komt wel weer terug hoor… Wees maar niet bang.” Hij knikte. “Laat je weekend er niet door verpesten, Gon.” We liepen zwijgend verder en hoe vreemd ook: ik genoot er van. Even niet ad-rem zijn, niet de vinnige Gonnie uithangen, maar gewoon even alleen met je gedachten, en ondertussen genieten van een arm om je heen.
Eenmaal terug ging het werk door. Ook bij Mariëlle; die was ondertussen aardig ingeburgerd als receptioniste, merkte ik. Yvon was vol lof over haar; die kwam ’s middags rond een uur of drie even kletsen. En om vier uur sloot Frank zijn computer af en keek me aan. “Zo. We breien er een eind aan, mevrouw Peters. Jij ook je computer afsluiten, dan gaan we naar het zonnige zuiden!” Ik schudde mijn hoofd. “Nee. Nog even wat afmaken, en dan gaan we wachten tot Mariëlle klaar is, Frank. En dan drinken we samen met Simon, Yvon, Martin en Mariëlle nog even iets. Ik wil niet dat Mar in haar uppie het pand verlaat.” Hij bromde: “Dan zal ik de koelkast maar eens gaan plunderen. En volgens mij hebben ook nog ergens filet American en toastjes.”
Kortom: tien minuten later zaten we met z’n zessen in het zitje in de hal. De deur op slot. Simon vond ook dat we er klaar mee waren. “En we hebben wat te vieren, lui! Die retail-organisatie is binnen als klant. Daar hebben we een behoorlijke kluif werk aan. Ook jij, Martin, want ze hadden nog wel wat noten op hun zang; het systeem moet voor een aantal dingen op hun aangepast worden.” Martin zat er niet zo mee. “Als ik hun eisen krijg… Daar zet ik Daniël wel op, die doet dat met twee vingers in z’n neus.”
Yvonne keek smerig. “Diezelfde vingers waarmee hij op z’n toetsenbord werkt? Ik denk dat ik daar maar eens een grondig desinfecterend goedje overheen spuit! Een zwaar geconcentreerde chloor-oplossing of zo. Of zwavelzuur, dat schijnt ook goed te zijn tegen bacteriën en virussen.” Simon gaf haar een crackertje. “Hier. Een cracker met Filet American. Heb ík met m’n vingers aangezeten. Diezelfde vingers die…” “Simon…” Yvon klonk dreigend en haar ogen flikkerden. “…zojuist een mail van die retail-boys hebben beantwoord”, vervolgde Simon semi-onschuldig. Yvon bromde wat en Martin, Frank en ik grinnikten. Mariëlle keek van de één naar de ander en schudde haar hoofd. “Soms… soms denk ik dat jullie helemaal gek zijn.”
Toen lachte ze voluit. “Maar jij mag met je vingers aan Yvon d’r toastje met Filet American zitten, hoor Simon. ten slotte zijn jullie getrouwd. Frank en Gon mogen dat formeel nog niet, maar ik heb ernstige twijfels of ze zich daar iets van aantrekken.” Frank protesteerde. “Hé mevrouw Steenbeke! Ik heb mijn handen gewassen voordat ik dat spul zelfs maar uit de koelkast haalde!” Ik zei niets, keek Mariëlle alleen maar verwijtend aan. Ze lachte me uit.
“En wat ga jij dit weekend doen, Mar?” vroeg Yvon. “Mijn pa helpen. Het achterste deel van de stal moet gerepareerd worden: de muur is daar deze winter kapot gegaan door de vorst. Daar moet een nieuw deel in gezet worden en daar help ik hem mee. Lekker timmeren, daarna elektra aanleggen. En verder: een heerlijk stuk paardrijden. Eén van de paarden is mijn favoriet: Nel. Een schat van een beest, heerlijk mak en laat zich prima berijden. Als ik bij de weide kom, rént ze altijd naar me toe. Dus ik ga morgenmiddag lekker een stuk paardrijden. Richting Achterveld of zo. Kleine binnenweggetjes, lekker draven. Zal Nel ook fijn vinden. Die is nu vijf jaar, en vindt het af en toe véél te rustig in de wei.” Simon keek waarderend. “Zó… Eerst in overall staan timmeren en daarna als amazone Achterveld onveilig maken? Stoer hoor. Dat had ik niet achter je gezocht, toen je, héél verlegen, hier voor de eerste keer binnen kwam.”
Mariëlle boog zich naar hem toe. “Mijn pa en ik zijn twee handen op één buik. Bij hem en bij mijn moeder kan ik zijn wie ik ben. En als ik op Nel zit, ben ik helemaal gelukkig. Bij haar kan ik alle sores van me afkletsen. Ze luistert.” Martin zat ondertussen op zijn telefoon te kijken. “Mariëlle… Niet om het één of ander, maar…” Hij liet zijn telefoon aan Mar zien en wees. “Blijf hier uit de buurt. De telefoon van jullie telefonische stalker maakt zeer regelmatig contact met een GSM-mast bij Kattenbroek. Vandaag overigens niet; hij is de hele dag al uit de lucht. Maar hoe dan ook: ergens in een cirkel van een kilometer was de verblijfplaats van de eigenaar.”
Ik veerde op. “Hij is vandaag uit de lucht? Dan weten we zeker wie het is. Teuntje de Weever. Die is toch opgepakt, na de vondst van die afscheidsbrief van Joziassen? Zit in een politiecel in Amersfoort. Tja, dan maakt je telefoon geen contact, want die ligt ergens in een kluis op het bureau…” Mariëlle dacht even na. “Dan ga ik naar het noorden. Boven Zwartenbroek ligt ook een mooi stuk bos: de Bunt. Daar kun je ook lekker rijden.” Ze keek ondeugend. “Daar is ook een meertje. Kunnen Nel en ik op volle kracht doorheen, dat vindt ze prachtig!” Yvon keek twijfelend. “Jaja… en dan kom jij thuis, van onder tot boven onder de modderspetters, je paard helemaal smerig… en wie moet het weer gaan wassen? Ik denk dat ik het wel weet.”
Mar schudde hevig haar hoofd. “Mijn rijkleren was ik zelf, Yvon. En m’n rijlaarzen poets ik ook zelf. Daar komt niemand anders aan. En dat doe ik pas als ik Nel helemaal geborsteld heb. Niet dat het veel helpt, want na het borstelen gaan mevrouw uitgebreid in de modder liggen rollen… Dan ziet ze er niet uit. En pas daarna ga ik douchen, m’n laarzen poetsen en m’n rijkleren wassen. Eerst op de hand in een grote emmer sop, en dan pas gaat het spul in de wasmachine. Anders is de wasmachine binnen no time naar z’n grootje, door al dat zand en die modder. Dan kunnen pa en ik weer lagers gaan vervangen… Geen leuk werkje!”
“Lagers vervangen? Als de lagers van een wasmachine defect zijn, kopen de meeste mensen een nieuwe…” Frank keek vragend en Mar zei: “De meeste mensen wel, ja. Mijn pa niet. Die kan de meeste technische dingen zelf wel maken. Elektronica, da’s een ander verhaal. Die chips die tegenwoordig in zo’n wasmachine zitten, da’s allemaal SMD-techniek, daar blijft hij van af. Maar een stel lagers vervangen of een nieuwe motor er in zetten: daar draait hij z’n hand niet voor om. En ik help hem daarmee, want dat vind ik óók leuk.” Ik lachte. “Dus… als de koffiemachine defect is, ben jij de eerste die het ding probeert te maken? Goed om te weten, Mar.” Ze trok haar neus naar me op. “Tút!”
Yvon legde een hand op haar schouder. “Laat je niet ondersneeuwen door die rooie, Mar. Die heeft haar handjes vol aan Frank.” “Zeker weten!” antwoordde ik. “Maar of die zo simpel te repareren is…” “Zeg vriendinnetje… Jij repareert helemaal niets als er bij Frank wat stuk is. Daar zijn dokters voor uitgevonden. En verpleegsters. Met hele mooie ogen en zachte handen…” Yvon vulde aan: “…die je zonder pardon een naald in je donder steken om je rustig te krijgen, Frank!” Simon stond op. “Kom lui, we ruimen deze rommel even op en gaan dan weekend vieren. Met of zonder paard, dat mag je zelf weten.”
Martin keek Mariëlle aan. “Denk er aan waar je niét heen moet, dame.” Ze knikte. “Bedankt, Martin. Ook jij bent een schat, dat je zo om me denkt.” Ze knipoogde even. “Ook al zie je eruit als een zeerover op een héél smerig piratenschip.” Tien minuten later reden we weg, in de Volvo en met mij achter het stuur.
“Mag ik even pitten, Gon? Even alle telefonische ellende verwerken…” Ik knikte en hij pakte zijn telefoon en zette een playlist op. “Dan kun je ook horen wat ik mooie muziek vind.” Gedurende de rit was er een combinatie van pop uit de jaren ’70 en ’80 te horen, afgewisseld met een paar klassieke stukken. Frank lag onderuitgezakt te slapen, die kreeg het niet mee. En ik genoot van het rijden: netjes honderd rijdend op de A50 en vervolgens de A73. Af en toe een vrachtwagen inhalend, maar grotendeels bleef ik op de rechterbaan. Deze auto reed echt heerlijk… Zou ik eens kijken of ik mijn Golfje kon inruilen? Er kwam weer een grote beurt aan, de banden moesten ook langzamerhand vervangen worden en ja, het ding had nu meer dan 4 ton op de teller staan… Ik had een maanden geleden al eens gekeken wat de dagwaarde was: zo’n 5.000 euro. En mijn spaarpotje bevatte moment ruim 25.000 euro, dus daarvoor zou ik wel een fatsoenlijke auto moeten kunnen kopen…
Al mijmerend, maar ondertussen wél goed oplettend, reed ik de Roertunnels door en even daarna de A2 op. Ik stootte Frank aan. “Hé, slaapkop… We zijn er bijna. Wrijf de slaap uit je ogen en maak je make-up in orde. Met dat slaperige koppie kun je mijn ouders niet onder ogen komen.” Hij rekte zich uit en keek om zich heen. “Hé? Roermond al voorbij? Sjonge, dan heb ik écht liggen maffen, schoonheid. En jij hebt heerlijk gereden, want ik heb geen schokje gevoeld…” “Lang leve de cruise control, Frankieboy. En dit is sowieso een heerlijke reisauto. Ik heb onder het rijden zitten denken om mijn Golfje van de hand te doen en een soortgelijke auto als deze te kopen. Ik weet alleen niet wat het verbruik van deze slee is, dat mag je me even vertellen.” Frank pakte zijn telefoon. “Even de afdeling ‘boekhouding’ raadplegen, schat.” Na een paar minuten zei hij: “Gemiddeld zo’n 1 op 16. Maar: ik rij over het algemeen lange stukken en ook redelijk beschaafd. Als ik een week dicht bij huis moet werken en dus korte stukjes rij of veel in de bebouwde kom, dan is het verbruik 1 op 14.”
“Hmmm. En mijn Golf heeft in de drie jaar dat ik ‘m nu heb, een gemiddeld verbruik van 1 op 17 gehaald. Dat scheelt dus niet zoveel. Maar: dit is een best zware auto; Wat kost hij qua wegenbelasting?” “Exact 100 euro in de maand. Als het een diesel was geweest, was het bijna 150 euro per maand geweest. En jouw Golf?” “Ergens in de 180 euro per kwartaal. Dus daar zit een behoorlijk verschil tussen…” Frank knikte. “Ja, genaaid word je toch wel. Is het niet met de brandstofprijzen, dan is het wel met de wegenbelasting…” Ik haalde mijn schouders op. “Ja. Maar het laatste uur heb ik gemerkt dat comfort ook wel zo lekker is.” Hij gniffelde. “Ja, dit rijdt toch anders dan zo’n spartaans Duits ding.” Ondertussen waren we vlak voor afrit 47 en moesten we de snelweg af. En na een paar bochten reden we de oprit op en kon ik de auto naast de Tiguan van Gien zetten.
“Zo meneer. Heb ik je toch mooi afgeleverd.” Frank zoende me snel. “Je hebt heerlijk gereden, schat. Voor zover ik er iets van gemerkt heb.” “Meurbaal…” mopperde ik. “Maar je hebt wél een leuke playlist. Ik heb over het algemeen genoten van de muziek.” “Ik niet…” zei hij met een treurig gezicht. Henk kwam naar buiten toen wij uitstapten. “Hallo duifjes… Welkom maar weer in Born!” Ik liet mijn weekendtas staan en vloog hem om zijn nek. “Hoi lieve paps!” Ma liep achter Henk aan en ik hoorde Frank zeggen: “Nou, als zij zo bezig gaan… Zullen wij ook even, Gien?” Ik hoorde haar lachen. “Kom hier, gekke vent!” Ik keek even: Gien en Frank knuffelden ook uitgebreid. Toen liet Frank los. “Zo. Even geoefend voor wanneer jij 35 bent, Gon.” Ik keek hem minachtend aan. “Slijmbal. Wil je zo graag ik een goed blaadje komen bij mijn moeder? Tel er gerust tien jaar bij op, mafketel.”
Gien lachte. “Hoe dan ook: het was wel een lief compliment. Kom hier, dochtertje van me!” Ik kuste haar. “Hoi, lieve moeder. Blij dat ik jou weer zie.” Henk en Frank gaven elkaar een hand. “Ben je een beetje lief geweest voor ons dochtertje, Frank?” “Volgens mij wel. Ze is nog steeds bij me, dus…” Ik draaide naar Henk om. “Hij is méér dan lief voor me, Henk. Rots in de branding. Steun en toeverlaat. En zijn schouders kunnen prima als zakdoek fungeren, als het nodig is.” Henk glimlachte. “En… Is dat vaak nodig, meisje?” “Deze week wél, maar dat vertel ik zo wel, schat.” Frank knikte. “Het was nogal heftig deze week, Henk.” Die knikte. “Dan hebben jullie vast wel zin in een goeie bak koffie. Daarna mogen jullie je hart luchten.” Even later zwengelde hij aan zijn hand-koffiemolen en na tien minuten hadden we een mok koffie in de hand. “Nou, vertel eens, jongelui… Weer gesodemieter bij dat andere bedrijf?” Ik knikte en vertelde wat er allemaal was voorgevallen.
Daarna zei Henk bedachtzaam: “Nou… Da’s nogal een story, Gon. Geen last ervan dat je die man dood hebt gezien?” “Tot nu toe niet. En ik moet eerlijk zeggen: zijn dood boeit me niet zo. Hij was net zo’n klootzak als de Weever Junior. En te laf om de consequenties te aanvaarden. Vandaar dat hij er tussenuit geknepen is. Nu kan hij niemand meer kwaad doen.” Het kwam er feller uit dan ik bedoelde, maar…
“Gón! Dat mag je niet zeggen over een overledene!” De ogen van Gien stonden verwijtend. Frank sprong voor me in de bres. “Gien, ik heb die vent slechts een uurtje kunnen meemaken, en ik zeg het niet snel over iemand, maar… Wát een glibber. Alles wat Junior zei, knikte hij op. En bij alles wat Gon zei werden de lippen samengeknepen en kwam er een uiterst misprijzende blik in zijn ogen. En wat wij van Mariëlle hebben vernomen was ook niet fris. Echt, het is beter voor de aarde dat deze vent is opgehoepeld.”
Gien keek peinzend naar mij. “Zo heb ik jou niet opgevoed, Gon.” Ik knikte. “Dat klopt ma. Maar ik heb ook nog nooit in een omgeving rondgelopen waar zo’n giftige, bijna dodelijke sfeer hing. En die werd mede door deze man veroorzaakt. Vandaar mijn uitval.” Henk stond op. “Goed dat jullie even hebben kunnen spuien, jongens. Dat kán hier. En dat wij soms tegengas geven… Dat kan hier ook.” Frank knikte. “Dat weten we, Henk. En Gien. Dank jullie wel.”
“En nu gaat deze echtgenoot koken. Het is mijn dag vandaag. Frank, lust jij broccoli?” Die knikte. “Prima!” “Mooi. Excuseer mij een half uurtje, dames en heer.” “Gien… Waar is Annet?” “Overwerken. Het is de laatste weken bijzonder druk bij VDL geworden: men schakelt over op militair spul in verband met de dreiging uit zowel oost als west. Ik verwacht Annet en Hans over een half uurtje; die kunnen dan meteen aanschuiven.”
“Dan brengen wij onze spullen even in de kelder, Frank.” Die keek plagend. “Jouw spullen in de kelder? Niet naar jullie slaapkamer?” Ik zuchtte. “Ik weet nog niet hoe Hans in de wedstrijd staat, knul. Dat vraag ik hem straks wel even. Héél liefjes.” Gien keek op. “Willen de dames weer eens samen in één bedje slapen?” “Nou, deze dame best wel”, zei Frank verongelijkt. “En naar de mening van ondergetekende werd niet gevraagd… Snik…” “Jij jokt, vriendje! Sterker nog: je gaf zelfs toestemming en suggereerde dat je er wel bij wilde zijn en kijken!” Gien schoot in de lach. “Ja, dat zal wel… Twee van die rooie heksen in één bed? Lijkt me ook wel interessant.” “Hé, mevrouw Klok! Jij hebt die ervaring al een paar keer gehad en toen bleef het niet bij kijken alleen!" Henk z’n stem klonk spottend en Gien kleurde. Frank bleef de nuchterheid zelf. “Dat wist ik al lang, Gien. Niet mee zitten. Wederzijdse instemming, toch?” Ze knikte. “Maar dat dit zomaar eventjes, door mijn eigen echtgenoot, verdorie! voor mijn voeten wordt geworpen… Soms ben jij zo subtiel als een 50-tons wegenwals, Henk!” “Bij jou soms nodig, schat. Anders fiets je weer eens over me heen…”
Gien zuchtte, Frank knipoogde naar haar en ik genoot van het feit dat dit zo maar kon. Ik liep naar de keuken. “Kan ik ergens mee helpen, Henk?” Hij keek even twijfelend. “Heb jij een idee voor een lekker dessert? Zo ja, mag je dat maken.” “Oké. Maar daarvoor heb ik wel een gaspit nodig, lieve pa.” Hij wees. “Je hebt mazzel.” Ik zette een pan met melk op en maakte custard. En toen een sterke kop koffie. Het geheel ging bij de melk in de pan en ik roerde tot het mengsel kookte. Zes dessertschaaltjes… Even later was de mokkapudding gereed. Lekker dik. Chocolaatje er op en een stuk keukenfolie over elk schaaltje heen tegen de vel-vorming. “Zo. Een lekker toetje.” Henk keek waarderend. “Goed idee, die koffie er doorheen!” Ik wees naar Frank. “Afgekeken van mijn vriendje. Die kwam daar deze week mee. Best wel een keukenprins, ondanks dat hij een paar jaar vrijgezel was. Hij heeft in die tijd volgens mij niet alleen bij Mc. Donalds gedineerd…”
Ik keek plagend naar Frank, maar die hoorde me niet: hij was serieus met Gien aan het praten over software. Ik dekte de tafel toen de zoemer van de oprit klonk. “Ah, dat zal die andere rooie zijn. Met háár vriendje. Dan kunnen we over vijf minuten eten, dames. En heer.” Annet kwam binnen. Alleen. “Zúsje!!!” We omhelsden elkaar. “Waar heb jij je vrijer gelaten, schat?” Annet keek sip. “Thuis. Heeft maandag een presentatie op de Hogeschool en die wilde hij nog finetunen, zei hij. Maar hij komt morgenmiddag ook deze kant uit. En Rick en Coor ook.” Henk zuchtte. “Nou, dat wordt weer maximaal boodschappen doen, Gien. Ik vraag me af of dat allemaal wel past in die Tiguan van je.”
“Niet zo piepen, Henk. Ik zag net een hele dikke Volvo stationcar staan; daar past ook wel wat achterin.” Annet gaf hem ook een zoen, vervolgens Gien en Frank ook. “Kom mensen, aan tafel. Ik heb het hoofdgerecht gemaakt, Gon het dessert. Eet smakelijk.”
Tijdens het eten vroeg Annet: “Hoe was jouw eerste week als ‘interim manager’ Gon?” Frank schudde zijn hoofd. “Om te voorkomen dat iedereen zijn of haar eetlust verliest: zullen we dat onderwerp even verschuiven tot ná het eten, Annet?” Ze keek verwonderd en ik knikte. “Wel zo verstandig, Frank.” Annet knikte. “Oké… Dan heb ik een nieuwtje: met ingang van volgende maand is jullie oudste dochtertje gepromoveerd tot hoofd van de afdeling Compliance van VDL. Vandaag werd ik bij HR geroepen, en daar zat ook de directeur bedrijfsvoering. De chef van mijn chef, zeg maar. En ik kreeg een preek over me heen waar ik van moest blozen…”
“Begon hij over je mooie benen, schat? Dan mag je zo’n vent een pets verkopen, hoor…” zei ik pesterig. “Trút! Hou je er buiten! Het kwam erop neer dat, nu VDL veel meer voor Defensie gaat doen, dat compliance écht een dingetje gaat worden. En daar hadden ze mij voor op het oog… Ik heb nog een week om de zaken af te ronden en over te dragen, daarna moet ik verhuizen naar mijn nieuwe kantoor.” Ze glunderde. “Op de bovenste verdieping.” Frank trok een wenkbrauw op. “Wat is daar zo leuk aan? Als de lift het niet doet, moet je meer trappen lopen…” Annet zuchtte. “Dat is de verdieping waar de hoogste managementslaag zit, Frank. En met ingang van ruim een week resideert jouw aanstaand potentiële schoonzus daar ook.”
Annet zat naast me, dus ik kon haar meteen omhelzen. “Gefeliciteerd, schat. Da’s inderdaad héél goed nieuws. Wat zei Hans ervan?” Ze giechelde. “Hans zei niks. Hans knuffelde me bijna plat…” “Ja, Hans is altijd wel van ‘geen woorden, maar daden’ geweest”, zei Gien met een lachje. “Maar gefeliciteerd, meid. Jij gaat als een speer!” Ik zag een blik in de ogen van Annet die ik kende: ze hield iets achter! “Hé zussie, jij kijkt wel héél gemeen. Volgens mij komt er nog wat. Mag je Hans meenemen als ‘personal assistant’? Dat lijkt me niet zo’n goed plan.” Ze grinnikte. “Nee, iets geheel anders. In de afdeling ‘compliance’ bevindt zich ook de opvolger van ene Anderson. Oh, een prima vent, daar gaat het niet om. Maar het idee dat ik straks de manager ben van de functie die Anderson ooit had…”
Henk zette één en ander in perspectief. “Annet, het is in het management niet handig om familieleden in één afdeling te zetten. Dat geeft óf gedonder, óf er worden ondershands dealtjes gesloten. En dus op de lange termijn alsnog gedonder.” Annet haalde haar schouders op. “Henk, ik weet ondertussen dat Anderson, zodra hij hoorde dat ik aangenomen was op mijn huidige functie zélf ontslag heeft genomen en naar Herstal is overgestapt. Hij was witheet dat ik op hetzelfde niveau als hij het bedrijf binnen zou stappen. Dat hoorde ik recent van zijn opvolger. Ik denk dat hij helemaal ontploft als hij hoort wat ik ga doen.” Ze keek nuchter en vervolgde: “Maar dat is zijn probleem.”
Gien knikte. “Inderdaad. En laat zijn probleem niet het jouwe worden, An. Geniet van deze promotie en doe je best. Maar ik wéét dat je dat zal doen.” Ik kon het niet laten. “En je salaris, An? Enig idee?” Ze glunderde. “Netto ruim achtduizend euro in de maand. Maar geen overwerkvergoeding; dat is ‘part of the job’, zei HR. En er zal wel overgewerkt moeten worden, want er moet aan heel veel regeltjes extra worden voldaan. Plotseling heeft VDL te maken met veel meer defensieregels, luchtvaarteisen, maritieme zaken… Dingen die allemaal nog onbekend gebied zijn. Ik krijg een afdeling van vijf mensen, die dat allemaal moeten uitzoeken… Een bere-klus. En daarna moet dat allemaal geïmplementeerd worden in het bedrijf…”
Ze zuchtte diep. “Ja, leuk zo’n promotie, maar ze gooien je wel in één keer voor de bus…” Ik keek Frank aan en hij mij en we begrepen elkaar meteen. “Zussie… Misschien moeten jullie eens gaan kletsen met een bescheiden software-bedrijfje in Ede. Dat heeft…”
Henk snoerde ons de mond. “Nu even nog niet, dames. We maken eerst even netjes deze maaltijd af, daarna mag mevrouw de aanstaand manager Compliance en meneer de Software-adviseur zich bezig houden met de afwas en met een beetje mazzel gaat mevrouw hoofd afdeling automatisering van een bekend bedrijf hier te Born zich bezig houden met het maken van de koffie. Ondertussen gaan een zekere medewerker van ASML én een ondersteunend medewerkster van van de afdeling O&O van een softwarebedrijfje in Ede zich bezig houden met de goede dingen des levens, zoals het, met de poten op tafel, lezen van Elseviers Magazine. Of niet, Gon?”
Ik knikte. “Lijkt me een prima rolverdeling, Henk. En omdat ik niet de beroerdste ben, zal ik het dessert op tafel zetten.” Even later had iedereen een schaaltje voor zich. “Hé, dit komt me bekend voor, schatje…” Frank keek me aan. “Ik ken de commando’s ‘Control C’ – ‘Control V’ nogal goed, vriendje.” De pudding was prima. Geen vel, goed op smaak, lekker dik en niet te zoet. “Dit mag je vaker maken, Gon”, zei Henk. “Je kunt het officiële recept bij Frank ophalen, Henk. Ik heb maar wat gegokt.”
Toen de schaaltjes leeg waren schoof ik m’n stoel naar achteren. “Kom lieve schoonpa. Wij gaan met de poten op tafel onderuit zitten.” “Gelieve wél je schoenen aan te houden, Henkie Klok! En een krant onder je schoenen te leggen!” Gien klonk waarschuwend. “En jij ook, Gon Peters!” Ik keek nuffig. “Ik doe mijn pumps wel uit hoor. Dan kan Frank ook nog wat genieten van mijn charmante voetjes. Uit de verte.” Annet zei pesterig: “Zal ik mijn schoentjes dan ook uitdoen? Mijn voetjes zijn minstens zo charmant als die van Gon. En ik ben dichterbij…”
“Jouw voetjes zijn een stuk ouder dan die van mij, zus!” riep ik vanaf de bank. “Ja, zeker twaalf minuten”, bromde Gien. Frank grinnikte. “Ik ontferm me straks wel over Gon d’r charmante voetjes, Annet. Laat de jouwe maar lekker door Hans verwend worden.” “Ja, maar daar heb ik nu even niks aan…” mopperde ze. Frank fluisterde wat in haar oor en Annet glimlachte. Ik kon wel raden waar het over ging…
Er zijn nog geen trefwoorden voor dit verhaal. Welke trefwoorden passen volgens jou bij dit verhaal?
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10

Ontdek meer over mij op mijn profiel pagina, bekijk mijn verhalen, laat een berichtje achter of schrijf je in om een mail te ontvangen bij nieuwe verhalen!
