Door: Dewi
Datum: 21-03-2026 | Cijfer: 9.9 | Gelezen: 112
Lengte: Lang | Leestijd: 20 minuten | Lezers Online: 1
Trefwoord(en): Erotisch, Nymfomanie, Slet,
Lengte: Lang | Leestijd: 20 minuten | Lezers Online: 1
Trefwoord(en): Erotisch, Nymfomanie, Slet,
Vervolg op: Pandora En Nadia - 4: Feestje (Vervolg)
De Ziekte Van Walter
Pandora
Ik heb Piet met het schaamrood op mijn kaken verteld wat we hebben uitgespookt tijdens het feestje in zijn huis. Als aanvulling op mijn bekentenis aan het einde van het feest. Piet nam het gelukkig sportief op. Hij kon eigenlijk wel lachen om ons baldadige gedrag. Als kleine goedmaker heb ik mijn eerstvolgende bezoekje voor niets gedaan. Ik heb de verdiensten van de avond eerlijk gedeeld met Nadia. De weken erna ga ik iedere maandag weer naar Piet of Walter. De mannen zijn inmiddels een vaste inkomstenbron geworden. Met name Walter vindt het heerlijk als ik kom en hij vindt het ook leuk als ik langer blijf om te lunchen of even te wandelen. En ondanks mijn protesten staat hij erop alle uren te betalen. Ik beschouw hem inmiddels meer als vriend dan als klant, ondanks het leeftijdsverschil.
Maandag
Walter is op dreef, hij verwent mij heerlijk. Ik kom heerlijk klaar en hijzelf ook. Ik prijs me echt gelukkig met zo'n klant. Lekkere seks, fijne gesprekspartner en er nog voor betaald krijgen ook. Hij voelt meer als vader dan als, ja als wat eigenlijk?
We liggen naast elkaar op bed, ik lekker tegen hem aan. Als Walter begint te praten.
“Ik moet je nog wat laten zien, kom.” Hij staat op en begint zich aan te kleden. Ik doe hetzelfde. Als we beiden aangekleed zijn lopen we de trap af naar de hal. In de hal zit een deur die er meer uitziet als een kastdeur dan als een deur naar een andere ruimte. Achter de deur is een klein portaal met een trap naar beneden.
“Deze kelder heeft ook een ingang vanaf buiten, dat is de eigenlijk ingang", vertelt hij.
We dalen de trap af en komen daar in een soort hal. Er hangen kapstokken om jassen op te hangen. Vanuit de hal zijn een aantal deuren.
“Achter die deur is een kleedkamer, daar is niet zoveel te zien. Wat ik je wilde laten zien is dit.” Hij opent een deur en we komen in een flinke kamer met een enorm bed, en dan bedoel ik echt een enorm bed. Alle wanden en ook het plafond zijn zwart glimmend. De deur waar door we binnen zijn gekomen zit in de hoek van de kamer, in de wand het verst van het bed. In dezelfde wand, maar dan in de andere hoek is nog een deur. De kamer is voor de rest vrij donker, er brand alleen wat minieme noodverlichting.
“Momentje, wacht hier", zegt Walter en hij verdwijnt door de andere deur. Even later lichten alle wanden op. De zwarte glimmende wand blijkt een enorme videowal te zijn, zelfs het plafond bestaat uit beeldscherm. De wanden knipperen even, als een computer die opstart en dan waan ik mij midden in een bos. Aan alle kanten bomen en als ik naar boven kijk zie ik wolken. Het bed staat niet meer in een kamer maar op een open plek.
“Wow, wat gaaf!", roep ik uit. Walter komt weer terug door de deur.
“Dit was onze hobbykamer", zegt hij met een brok in zijn keel. “Het was onze favoriete kamer waar mijn vrouw en ik onze seksuele fantasieën uitspeelden, en waar we ook vaak gasten uitnodigden.”
“Nu niet meer?", vraag ik, omdat hij de hele tijd in de verleden tijd praat.
"Nee, het roept te veel emotie bij mij op. Ik heb de boel wel onderhouden en schoongehouden, alles werkt nog maar ik gebruik het eigenlijk niet meer. Het was ook een idee van mijn vrouw, zei heeft het bedacht en laten uitvoeren. Kom laat ik je de controlekamer zien.” We gaan door de deur en komen in een soort regiekamer van een televisiestudio. Aan de wand acht schermen die de ruimte vanuit alle hoeken tonen. “Ik kan alles opnemen, bijvoorbeeld voor als we gasten hebben die een filmpje willen maken voor thuis, we kunnen zelfs automatisch alle gezichten vervagen zodat mensen onherkenbaar zijn mochten ze bang zijn dat de filmpjes uitlekken of als ze bedoeld zijn om op internet gezet te worden.”
“En waarom laat je dit aan mij zien?”
“Nou, jij doet ook aan seksuele avonturen, dus ik dacht misschien dat je hier gebruik van kunt maken.”
“Samen met jou?”
“Nee, voorlopig niet, ik heb te veel herinneringen aan deze plek. Misschien in de toekomst. Maar ik vind het zonde dat deze plek niet gebruikt wordt, dus vandaar.”
“Okay, ik heb nog geen idee, maar misschien bedenk ik nog wat.”
“Denk er maar eens over.”
Maandag twee weken later
Vandaag ziet Walter wat bleekjes als ik kom.
“Voel je je wel lekker?”, vraag ik bezorgd.
“Het gaat, ik ben wat kortademig vandaag, maar voor de rest gaat het wel.” We nemen een bak koffie en gaan naar de slaapkamer, wat ons vaste ritueel is geworden. Ik merk dat hij moeite heeft om de trap op te komen.
“Weet je het wel zeker? Misschien moeten we het afblazen en alleen rustig koffie gaan drinken?”
“Nee, het is goed, als ik lig ben ik zo weer de oude. Ik heb mij zo verheugd op je komst.” Walter is altijd blij dat ik kom, dat heb ik ondertussen wel gemerkt. Ik heb niet zoveel ervaring maar hij is ongetwijfeld mijn meest dankbare klant.
Als we in bed liggen moet hij duidelijk even bijkomen. Ik aai zijn ballen en zoen hem op zijn wangen. Als er nog weinig respons komt kruip ik naar zijn lul en begin deze te masseren en ondertussen te pijpen. Het kost enige moeite maar langzaam wordt hij toch stijver. Ik merk dat hij het lekker vindt en begint te hijgen. Dus ik voer het tempo langzaam wat op. Hij aait mij langzaam door mijn haar. Opeens voel ik dat zijn hand slapper wordt en van mijn hoofd afglijdt. Ik kijk langs zijn lijf naar zijn gezicht en hij ligt met gesloten ogen.
“Walter?” Geen reactie. “Walter!” Nog geen reactie. Ik kruip omhoog en pak zijn gezicht. “WALTER!”, roep ik. Ik luister aan zijn mond, hij ademt nog wel en ik voel ook nog een hartslag, maar goed is het lang niet. Ik bel 112 en leg de toestand van hem uit. Er wordt gelijk een ambulance gestuurd. Ik krijg instructie de deur open te zetten en dan gelijk terug te gaan naar Walter. Ik doe snel mijn kleren aan en nog geen tien minuten later komen de ambulancemedewerkers de kamer binnen. Al die tijd is Walter niet bij kennis geweest. Ze constateren dat hij geen hartaanval heeft maar ook dat zijn saturatie abnormaal laag is. Hij krijgt zuurstof en komt weer langzaam bij kennis. Langzaam komt er weer leven in hem. Besloten wordt dat hij mee moet naar het ziekenhuis, want zijn saturatie blijft aan de lage kant zodra hij geen zuurstof meer toegediend krijgt.
“Ga je mee?”, kijkt hij met smekende ogen aan.
“Tuurlijk!”, zeg ik en samen met Walter ga ik in de ambulance naar het ziekenhuis.
In het ziekenhuis krijgt Walter gelijk allerlei onderzoeken. Zijn longen blijken niet helemaal in orde. Hij krijgt pijnstilling en er wordt een scan van zijn longen gemaakt. Hij heeft vocht in zijn longen, dat wordt weg geprikt. Het geeft hem veel meer lucht. Ik ben bij hem waar mogelijk, en ik merk dat hij dit erg waardeert. De uren verstrijken. Langzaam begint Walter zich beter te voelen. De pijnstillers en het verwijderen van het vocht doet zijn werk. Aan het einde van de dag mag hij naar huis. Wel moet hij terugkomen voor een vervolgonderzoek.
We zijn met de ambulance gekomen, dus ik bel Nadia of ze ons kan komen halen. Walter mag zich dan een stuk beter voelen, ik merk dat hij nog lang niet de oude is. Ik maak me wel wat zorgen om hem, als hij alleen thuis is. Wie past er op hem.
“Wat eet je vanavond?”, vraag ik hem als we in de auto zitten naar zijn huis.
“Ik heb geen honger, ik weet niet of ik wel wil eten.”
“Je moet wel wat eten…” Hij haalt schouders op.
“Ik ga zo naar huis, en dan kook ik eten voor mijn huisgenoten en mij en dan maak ik ook wat voor jou.” Ik laat merken dat ik geen tegenspraak duld.
“Dat is lief”, zegt hij, en ik voel de emotie in zijn stem. Zo gezegd, zo gedaan. We zetten Walter af bij zijn huis en ik begeleid hem nog even naar binnen.
“Tot zo”, zeg ik. We gaan naar huis, ik maak eten en we eten samen. Dan doe ik alles in een paar bakjes en Nadia brengt me weer naar Walter, want daar staat mijn fiets nog steeds.
Als ik bij Walter ben geef ik hem eerst een innige knuffel.
“Hoe gaat het?”
“Op zich voel ik mij goed, ik ben alleen erg vermoeid. Ik heb de hele tijd gelegen nadat je weg was.”
“Okay, ik heb wat eten voor je meegebracht.” Ik ga samen met Walter naar de keuken en warm het eten voor hem op. We kletsen wat over de gebeurtenissen in het ziekenhuis. Volgende week moet hij weer terugkomen voor nader onderzoek naar de oorzaken. Ik vertrouw het niet helemaal, en wil hem in de gaten houden.
“Ik kom morgen na mijn werk wel even langs, kijken hoe het gaat.” Ik deel het hem mede, zodat hij niet kan ontkennen. Toch probeert hij het.
“Dat hoeft niet hoor.”
“Dit is geen vraag, dit is een mededeling”, maak ik hem duidelijk.
“Je bent veel te lief”, zegt hij zachtjes.
“Als je nu bedenkt wat je nodig hebt, dan kan ik het gelijk meenemen uit de supermarkt. Ik bel je morgen wel even als ik klaar ben met werk, voor je lijstje.” Walter begrijpt dat protesteren geen zin heeft.
“Okay, zal ik doen”, zegt hij met een lach. Ik zie blijdschap in zijn ogen.
Dinsdag
Ik moet vandaag werken in de supermarkt. Gelukkig werk ik het grootste gedeelte van de dag met Julian, dan kan ik mijn verhaal kwijt en het leidt ook af. Ik vertel hem wat er gisteren is gebeurd. Aan het einde van de dag bel ik Walter. Gelukkig is hij verstandig geworden en heeft hij een lijstje gemaakt. Ik koop de boodschappen en ga dan naar hem toe.
“Hoe ging het vandaag?”
“Het ging, ik heb wat pijn op mijn borst maar met paracetamol kwam ik de dag wel door. Ik ben alleen heel snel buiten adem, dat maakte de dag erg vermoeiend. Ik heb het grootste gedeelte op bed gelegen.”
“Goed dat we volgende week weer naar het ziekenhuis kunnen voor nader onderzoek.” We kletsen nog even en dan maak ik snel wat eten voor hem klaar. Ik merk dat hij alweer moe is en beloof morgen weer langs te komen.
Woensdag
Vandaag is een herhaling van gisteren. Ik koop nog wat kleine dingetjes voor Walter, maak wat voor hem klaar als ik bij hem thuis ben en laat hem dan weer in bed achter. Ik merk dat mijn bezoekjes hem erg goed doen, dus ik beloof morgen overdag te komen. Ik ben donderdag vrij, deze week hoef ik alleen nog vrijdag te werken.
Donderdag
Ik ben wat eerder dan op dinsdag en woensdag en kom halverwege de middag bij zijn huis. Walter lijkt wat aan de beterende hand. Hij is in ieder geval uit bed vandaag. Ik geef hem bij binnenkomst een knuffel en we drinken in de keuken een kopje thee. We besluiten even naar buiten te gaan om een wandeling te maken. Dit blijkt toch een te zware opgave. De gebeurtenissen van de laatste dagen hebben duidelijk hun weerslag. Na tien minuten, we zijn nog geen kilometer weg, keren we weer om. Walter gaat op bed liggen in kom naast hem liggen. We knuffelen en zoenen even, zonder echte seks, dat is (nog) te veel gevraagd.
Ik ga naar beneden en ruim op. Ik stofzuig, ruim de vaatwasser uit en begin aan het eten. Ik blijf eten bij Walter. Na het eten komt Nadia. Ze blijft ook even kletsen en dan gaan we aan onze wekelijkse wandeling beginnen. Na afloop eindigen we weer bij Walter en na nog een kop koffie en een uitgebreide knuffel stappen we weer op de fiets naar huis.
De dagen erna gaan in hetzelfde ritme door. Ik doe boodschappen, maak af en toe schoon en zorg dat er eten op tafel is. Piet, de buurman heeft nu ook door dat Walter serieuze problemen heeft en komt vaak 's ochtends. Ik kom dan halverwege of aan het einde van de middag, en Nadia komt af en toe ook mee. Maarten en Rod hebben er gelukkig geen problemen mee. De maandag na het weekend worden we in het ziekenhuis verwacht voor verder onderzoek. Walter en ik gaan er samen heen. Ondanks dat het een stuk beter gaat dan de week ervoor, goed gaat het nog lang niet met Walter. Er worden een aantal scans gemaakt en er wordt een biopsie genomen van longweefsel. Twee dagen later komt de uitslag. Maandag heeft Walter nog zelf gereden, woensdag is dat toch te veel gevraagd. Nadia brengt ons voor ze naar de club gaat. Ze belooft ons ook weer op te komen halen als we weten hoe laat Walter klaar is met de onderzoeken. Na alle onderzoeken mogen we wachten op de uitslag. Na een uurtje mogen we bij de longarts komen voor de uitslag.
“Ik heb niet zo goed nieuws", zegt hij gelijk bij binnenkomst nadat we elkaar een hand hebben gegeven. We moeten nog uitslag krijgen van de biopsie, maar het lijkt heel erg op uitgezaaide longkanker, dat staat voor mij wel voor 99 procent vast. Ik kijk Walter aan en voel gelijk de tranen opkomen.
“Wat betekent dat? Wat betreft genezing en levensverachting?”, vraagt Walter.
“De kans op genezing is heel klein. We kunnen wel proberen de ziekte vertragen. Afhankelijk hoe goed dat lukt en hoe langzaam de ziekte vordert, schat ik je levensverwachting in tussen een paar weken en een paar jaar. Je merkt daar zit een grote tijdsspannen in omdat we niet weten hoe snel de ziekte bij jou ontstaan is. Verder is het zo dat we nog willen controleren of er uitzaaiingen naar de hersenen zijn. Dit kunnen we verminderen door bestralingen, zowel van de longen als eventueel van de hersenen. Hiervoor moeten we een MRI-scan maken. Die kan u alvast in laten plannen en mocht de biopsie uitslag binnen zijn en mocht het toch geen kanker zijn, wat ik niet verwacht. Dan kan de afspraak afgezegd worden.” Walter hoort het nieuws gelaten aan. Ik heb er meer moeite mee en laat mijn tranen de vrije loop.
Als we klaar zijn bij de longarts gaan we gelijk door naar de afsprakenbalie om een afspraak te maken voor de MRI-scan. Twee weken later is Walter aan de beurt. Walter krijgt nog pijnstilling mee van de ziekenhuisapotheek en dan bel ik Nadia op of ze ons kan komen halen. Ik durf niets te zeggen over de uitslag, ondanks dat ze er wel om vraagt.
“We vertellen het wel in de auto", zeg ik, maar ik vermoed dat ze aan mijn stem wel kan horen dat het niet in orde is.
Even later verschijnt de auto van Nadia voor de ingang van het ziekenhuis. We lopen naar buiten en stappen in. Walter gaat naast Nadia zitten, ik stap achterin in.
“Hoe is het gegaan?”, vraagt ze bezorgd. Ik wil beginnen met praten maar ik krijg geen woord over mijn lippen, er komen alleen maar tranen uit mijn ogen.
“Ik heb niet zo heel lang meer te leven”, zegt Walter nuchter, “ik heb uitgezaaide longkanker. Behandeling is nog wel mogelijk maar alleen om het naderende einde uit te stellen, niet om te genezen.” Ik zie dat Nadia schrikt.
“Oh wat verschrikkelijk!”, kan ze alleen maar uitbrengen. Ze heeft even nodig om zich te herpakken. “Hoe dat zo? Waarom is dat niet eerder ontdekt?”, vraagt ze enigszins boos. Er verschijnt een glimlach op Walters gezicht.
“Als je niet naar de dokter gaat, kun ze ook niets vinden.”
“Waarom ben je niet naar de dokter gegaan?” Walter haalt zijn schouders op.
“Ik had nergens last van. Ik merkte dat ik wel snel buiten adem was, maar dat weet ik aan een slechte conditie. Pas samen met Angel ging het echt fout.” Ik leg vanaf achteren mijn armen op zijn schouders. Angel, hij noemt mij Angel. Die naam voelt al zo vertrouwd maar in de buurt van Nadia klinkt het toch vreemd.
“Ik heet eigenlijk Pandora, je mag me wel Pandora noemen.”
“Weet ik allang, maar ik je bent mijn engel, dus ik blijf je gewoon Angel noemen.”
“Hoe wist je dat?”, vraag ik verbaasd.
“Het staat op je naamkaartje bij de supermarkt.”
“Fuck, natuurlijk.” Walter heeft mij voor het eerst ontmoet in de supermarkt, en ook nu ik vaak na het werk kom heb ik vaak mijn naamkaartje nog op, ondanks dat het eigenlijk de bedoeling is dat je hem in de supermarkt laat.
“Maar hoe nu verder?”, onderbreekt Nadia.
“We gaan een MRI-scan op te kijken of ik nog uitzaaiing heb in de hersenen, en waarschijnlijk word ik daarna bestraald.”
“Nog genoeg te doen dus…”
“Yep.” Stil rijden we verder richting Walters huis.
Het is begin van de middag, Nadia rijdt gelijk terug naar de club om nog wat te werken. Ik heb nergens meer energie voor en ga samen met Walter op bed liggen. Hij laat nu ook zijn tranen de vrije loop en ik kruip tegen hem aan. Samen janken we verder.
“Ik wil je niet kwijt”, fluister ik.
“Ik wil jou niet kwijt”, hoor ik en krijg een zoen om mijn voorhoofd.
“Heb je geen andere vrienden dan Piet of mij? Of familie?”
“De meeste vrienden zijn verdwenen toen mijn vrouw overleed. Zij was enig kind. Maar ik heb nog een zus, Greetje, maar die woont in het noorden, drie uur rijden van Rotterdam.”
“Moet je die niet bellen dan?”
“Ja, daar heb je gelijk in. Ik bel haar vanavond wel even.”
Ik heb Piet met het schaamrood op mijn kaken verteld wat we hebben uitgespookt tijdens het feestje in zijn huis. Als aanvulling op mijn bekentenis aan het einde van het feest. Piet nam het gelukkig sportief op. Hij kon eigenlijk wel lachen om ons baldadige gedrag. Als kleine goedmaker heb ik mijn eerstvolgende bezoekje voor niets gedaan. Ik heb de verdiensten van de avond eerlijk gedeeld met Nadia. De weken erna ga ik iedere maandag weer naar Piet of Walter. De mannen zijn inmiddels een vaste inkomstenbron geworden. Met name Walter vindt het heerlijk als ik kom en hij vindt het ook leuk als ik langer blijf om te lunchen of even te wandelen. En ondanks mijn protesten staat hij erop alle uren te betalen. Ik beschouw hem inmiddels meer als vriend dan als klant, ondanks het leeftijdsverschil.
Maandag
Walter is op dreef, hij verwent mij heerlijk. Ik kom heerlijk klaar en hijzelf ook. Ik prijs me echt gelukkig met zo'n klant. Lekkere seks, fijne gesprekspartner en er nog voor betaald krijgen ook. Hij voelt meer als vader dan als, ja als wat eigenlijk?
We liggen naast elkaar op bed, ik lekker tegen hem aan. Als Walter begint te praten.
“Ik moet je nog wat laten zien, kom.” Hij staat op en begint zich aan te kleden. Ik doe hetzelfde. Als we beiden aangekleed zijn lopen we de trap af naar de hal. In de hal zit een deur die er meer uitziet als een kastdeur dan als een deur naar een andere ruimte. Achter de deur is een klein portaal met een trap naar beneden.
“Deze kelder heeft ook een ingang vanaf buiten, dat is de eigenlijk ingang", vertelt hij.
We dalen de trap af en komen daar in een soort hal. Er hangen kapstokken om jassen op te hangen. Vanuit de hal zijn een aantal deuren.
“Achter die deur is een kleedkamer, daar is niet zoveel te zien. Wat ik je wilde laten zien is dit.” Hij opent een deur en we komen in een flinke kamer met een enorm bed, en dan bedoel ik echt een enorm bed. Alle wanden en ook het plafond zijn zwart glimmend. De deur waar door we binnen zijn gekomen zit in de hoek van de kamer, in de wand het verst van het bed. In dezelfde wand, maar dan in de andere hoek is nog een deur. De kamer is voor de rest vrij donker, er brand alleen wat minieme noodverlichting.
“Momentje, wacht hier", zegt Walter en hij verdwijnt door de andere deur. Even later lichten alle wanden op. De zwarte glimmende wand blijkt een enorme videowal te zijn, zelfs het plafond bestaat uit beeldscherm. De wanden knipperen even, als een computer die opstart en dan waan ik mij midden in een bos. Aan alle kanten bomen en als ik naar boven kijk zie ik wolken. Het bed staat niet meer in een kamer maar op een open plek.
“Wow, wat gaaf!", roep ik uit. Walter komt weer terug door de deur.
“Dit was onze hobbykamer", zegt hij met een brok in zijn keel. “Het was onze favoriete kamer waar mijn vrouw en ik onze seksuele fantasieën uitspeelden, en waar we ook vaak gasten uitnodigden.”
“Nu niet meer?", vraag ik, omdat hij de hele tijd in de verleden tijd praat.
"Nee, het roept te veel emotie bij mij op. Ik heb de boel wel onderhouden en schoongehouden, alles werkt nog maar ik gebruik het eigenlijk niet meer. Het was ook een idee van mijn vrouw, zei heeft het bedacht en laten uitvoeren. Kom laat ik je de controlekamer zien.” We gaan door de deur en komen in een soort regiekamer van een televisiestudio. Aan de wand acht schermen die de ruimte vanuit alle hoeken tonen. “Ik kan alles opnemen, bijvoorbeeld voor als we gasten hebben die een filmpje willen maken voor thuis, we kunnen zelfs automatisch alle gezichten vervagen zodat mensen onherkenbaar zijn mochten ze bang zijn dat de filmpjes uitlekken of als ze bedoeld zijn om op internet gezet te worden.”
“En waarom laat je dit aan mij zien?”
“Nou, jij doet ook aan seksuele avonturen, dus ik dacht misschien dat je hier gebruik van kunt maken.”
“Samen met jou?”
“Nee, voorlopig niet, ik heb te veel herinneringen aan deze plek. Misschien in de toekomst. Maar ik vind het zonde dat deze plek niet gebruikt wordt, dus vandaar.”
“Okay, ik heb nog geen idee, maar misschien bedenk ik nog wat.”
“Denk er maar eens over.”
Maandag twee weken later
Vandaag ziet Walter wat bleekjes als ik kom.
“Voel je je wel lekker?”, vraag ik bezorgd.
“Het gaat, ik ben wat kortademig vandaag, maar voor de rest gaat het wel.” We nemen een bak koffie en gaan naar de slaapkamer, wat ons vaste ritueel is geworden. Ik merk dat hij moeite heeft om de trap op te komen.
“Weet je het wel zeker? Misschien moeten we het afblazen en alleen rustig koffie gaan drinken?”
“Nee, het is goed, als ik lig ben ik zo weer de oude. Ik heb mij zo verheugd op je komst.” Walter is altijd blij dat ik kom, dat heb ik ondertussen wel gemerkt. Ik heb niet zoveel ervaring maar hij is ongetwijfeld mijn meest dankbare klant.
Als we in bed liggen moet hij duidelijk even bijkomen. Ik aai zijn ballen en zoen hem op zijn wangen. Als er nog weinig respons komt kruip ik naar zijn lul en begin deze te masseren en ondertussen te pijpen. Het kost enige moeite maar langzaam wordt hij toch stijver. Ik merk dat hij het lekker vindt en begint te hijgen. Dus ik voer het tempo langzaam wat op. Hij aait mij langzaam door mijn haar. Opeens voel ik dat zijn hand slapper wordt en van mijn hoofd afglijdt. Ik kijk langs zijn lijf naar zijn gezicht en hij ligt met gesloten ogen.
“Walter?” Geen reactie. “Walter!” Nog geen reactie. Ik kruip omhoog en pak zijn gezicht. “WALTER!”, roep ik. Ik luister aan zijn mond, hij ademt nog wel en ik voel ook nog een hartslag, maar goed is het lang niet. Ik bel 112 en leg de toestand van hem uit. Er wordt gelijk een ambulance gestuurd. Ik krijg instructie de deur open te zetten en dan gelijk terug te gaan naar Walter. Ik doe snel mijn kleren aan en nog geen tien minuten later komen de ambulancemedewerkers de kamer binnen. Al die tijd is Walter niet bij kennis geweest. Ze constateren dat hij geen hartaanval heeft maar ook dat zijn saturatie abnormaal laag is. Hij krijgt zuurstof en komt weer langzaam bij kennis. Langzaam komt er weer leven in hem. Besloten wordt dat hij mee moet naar het ziekenhuis, want zijn saturatie blijft aan de lage kant zodra hij geen zuurstof meer toegediend krijgt.
“Ga je mee?”, kijkt hij met smekende ogen aan.
“Tuurlijk!”, zeg ik en samen met Walter ga ik in de ambulance naar het ziekenhuis.
In het ziekenhuis krijgt Walter gelijk allerlei onderzoeken. Zijn longen blijken niet helemaal in orde. Hij krijgt pijnstilling en er wordt een scan van zijn longen gemaakt. Hij heeft vocht in zijn longen, dat wordt weg geprikt. Het geeft hem veel meer lucht. Ik ben bij hem waar mogelijk, en ik merk dat hij dit erg waardeert. De uren verstrijken. Langzaam begint Walter zich beter te voelen. De pijnstillers en het verwijderen van het vocht doet zijn werk. Aan het einde van de dag mag hij naar huis. Wel moet hij terugkomen voor een vervolgonderzoek.
We zijn met de ambulance gekomen, dus ik bel Nadia of ze ons kan komen halen. Walter mag zich dan een stuk beter voelen, ik merk dat hij nog lang niet de oude is. Ik maak me wel wat zorgen om hem, als hij alleen thuis is. Wie past er op hem.
“Wat eet je vanavond?”, vraag ik hem als we in de auto zitten naar zijn huis.
“Ik heb geen honger, ik weet niet of ik wel wil eten.”
“Je moet wel wat eten…” Hij haalt schouders op.
“Ik ga zo naar huis, en dan kook ik eten voor mijn huisgenoten en mij en dan maak ik ook wat voor jou.” Ik laat merken dat ik geen tegenspraak duld.
“Dat is lief”, zegt hij, en ik voel de emotie in zijn stem. Zo gezegd, zo gedaan. We zetten Walter af bij zijn huis en ik begeleid hem nog even naar binnen.
“Tot zo”, zeg ik. We gaan naar huis, ik maak eten en we eten samen. Dan doe ik alles in een paar bakjes en Nadia brengt me weer naar Walter, want daar staat mijn fiets nog steeds.
Als ik bij Walter ben geef ik hem eerst een innige knuffel.
“Hoe gaat het?”
“Op zich voel ik mij goed, ik ben alleen erg vermoeid. Ik heb de hele tijd gelegen nadat je weg was.”
“Okay, ik heb wat eten voor je meegebracht.” Ik ga samen met Walter naar de keuken en warm het eten voor hem op. We kletsen wat over de gebeurtenissen in het ziekenhuis. Volgende week moet hij weer terugkomen voor nader onderzoek naar de oorzaken. Ik vertrouw het niet helemaal, en wil hem in de gaten houden.
“Ik kom morgen na mijn werk wel even langs, kijken hoe het gaat.” Ik deel het hem mede, zodat hij niet kan ontkennen. Toch probeert hij het.
“Dat hoeft niet hoor.”
“Dit is geen vraag, dit is een mededeling”, maak ik hem duidelijk.
“Je bent veel te lief”, zegt hij zachtjes.
“Als je nu bedenkt wat je nodig hebt, dan kan ik het gelijk meenemen uit de supermarkt. Ik bel je morgen wel even als ik klaar ben met werk, voor je lijstje.” Walter begrijpt dat protesteren geen zin heeft.
“Okay, zal ik doen”, zegt hij met een lach. Ik zie blijdschap in zijn ogen.
Dinsdag
Ik moet vandaag werken in de supermarkt. Gelukkig werk ik het grootste gedeelte van de dag met Julian, dan kan ik mijn verhaal kwijt en het leidt ook af. Ik vertel hem wat er gisteren is gebeurd. Aan het einde van de dag bel ik Walter. Gelukkig is hij verstandig geworden en heeft hij een lijstje gemaakt. Ik koop de boodschappen en ga dan naar hem toe.
“Hoe ging het vandaag?”
“Het ging, ik heb wat pijn op mijn borst maar met paracetamol kwam ik de dag wel door. Ik ben alleen heel snel buiten adem, dat maakte de dag erg vermoeiend. Ik heb het grootste gedeelte op bed gelegen.”
“Goed dat we volgende week weer naar het ziekenhuis kunnen voor nader onderzoek.” We kletsen nog even en dan maak ik snel wat eten voor hem klaar. Ik merk dat hij alweer moe is en beloof morgen weer langs te komen.
Woensdag
Vandaag is een herhaling van gisteren. Ik koop nog wat kleine dingetjes voor Walter, maak wat voor hem klaar als ik bij hem thuis ben en laat hem dan weer in bed achter. Ik merk dat mijn bezoekjes hem erg goed doen, dus ik beloof morgen overdag te komen. Ik ben donderdag vrij, deze week hoef ik alleen nog vrijdag te werken.
Donderdag
Ik ben wat eerder dan op dinsdag en woensdag en kom halverwege de middag bij zijn huis. Walter lijkt wat aan de beterende hand. Hij is in ieder geval uit bed vandaag. Ik geef hem bij binnenkomst een knuffel en we drinken in de keuken een kopje thee. We besluiten even naar buiten te gaan om een wandeling te maken. Dit blijkt toch een te zware opgave. De gebeurtenissen van de laatste dagen hebben duidelijk hun weerslag. Na tien minuten, we zijn nog geen kilometer weg, keren we weer om. Walter gaat op bed liggen in kom naast hem liggen. We knuffelen en zoenen even, zonder echte seks, dat is (nog) te veel gevraagd.
Ik ga naar beneden en ruim op. Ik stofzuig, ruim de vaatwasser uit en begin aan het eten. Ik blijf eten bij Walter. Na het eten komt Nadia. Ze blijft ook even kletsen en dan gaan we aan onze wekelijkse wandeling beginnen. Na afloop eindigen we weer bij Walter en na nog een kop koffie en een uitgebreide knuffel stappen we weer op de fiets naar huis.
De dagen erna gaan in hetzelfde ritme door. Ik doe boodschappen, maak af en toe schoon en zorg dat er eten op tafel is. Piet, de buurman heeft nu ook door dat Walter serieuze problemen heeft en komt vaak 's ochtends. Ik kom dan halverwege of aan het einde van de middag, en Nadia komt af en toe ook mee. Maarten en Rod hebben er gelukkig geen problemen mee. De maandag na het weekend worden we in het ziekenhuis verwacht voor verder onderzoek. Walter en ik gaan er samen heen. Ondanks dat het een stuk beter gaat dan de week ervoor, goed gaat het nog lang niet met Walter. Er worden een aantal scans gemaakt en er wordt een biopsie genomen van longweefsel. Twee dagen later komt de uitslag. Maandag heeft Walter nog zelf gereden, woensdag is dat toch te veel gevraagd. Nadia brengt ons voor ze naar de club gaat. Ze belooft ons ook weer op te komen halen als we weten hoe laat Walter klaar is met de onderzoeken. Na alle onderzoeken mogen we wachten op de uitslag. Na een uurtje mogen we bij de longarts komen voor de uitslag.
“Ik heb niet zo goed nieuws", zegt hij gelijk bij binnenkomst nadat we elkaar een hand hebben gegeven. We moeten nog uitslag krijgen van de biopsie, maar het lijkt heel erg op uitgezaaide longkanker, dat staat voor mij wel voor 99 procent vast. Ik kijk Walter aan en voel gelijk de tranen opkomen.
“Wat betekent dat? Wat betreft genezing en levensverachting?”, vraagt Walter.
“De kans op genezing is heel klein. We kunnen wel proberen de ziekte vertragen. Afhankelijk hoe goed dat lukt en hoe langzaam de ziekte vordert, schat ik je levensverwachting in tussen een paar weken en een paar jaar. Je merkt daar zit een grote tijdsspannen in omdat we niet weten hoe snel de ziekte bij jou ontstaan is. Verder is het zo dat we nog willen controleren of er uitzaaiingen naar de hersenen zijn. Dit kunnen we verminderen door bestralingen, zowel van de longen als eventueel van de hersenen. Hiervoor moeten we een MRI-scan maken. Die kan u alvast in laten plannen en mocht de biopsie uitslag binnen zijn en mocht het toch geen kanker zijn, wat ik niet verwacht. Dan kan de afspraak afgezegd worden.” Walter hoort het nieuws gelaten aan. Ik heb er meer moeite mee en laat mijn tranen de vrije loop.
Als we klaar zijn bij de longarts gaan we gelijk door naar de afsprakenbalie om een afspraak te maken voor de MRI-scan. Twee weken later is Walter aan de beurt. Walter krijgt nog pijnstilling mee van de ziekenhuisapotheek en dan bel ik Nadia op of ze ons kan komen halen. Ik durf niets te zeggen over de uitslag, ondanks dat ze er wel om vraagt.
“We vertellen het wel in de auto", zeg ik, maar ik vermoed dat ze aan mijn stem wel kan horen dat het niet in orde is.
Even later verschijnt de auto van Nadia voor de ingang van het ziekenhuis. We lopen naar buiten en stappen in. Walter gaat naast Nadia zitten, ik stap achterin in.
“Hoe is het gegaan?”, vraagt ze bezorgd. Ik wil beginnen met praten maar ik krijg geen woord over mijn lippen, er komen alleen maar tranen uit mijn ogen.
“Ik heb niet zo heel lang meer te leven”, zegt Walter nuchter, “ik heb uitgezaaide longkanker. Behandeling is nog wel mogelijk maar alleen om het naderende einde uit te stellen, niet om te genezen.” Ik zie dat Nadia schrikt.
“Oh wat verschrikkelijk!”, kan ze alleen maar uitbrengen. Ze heeft even nodig om zich te herpakken. “Hoe dat zo? Waarom is dat niet eerder ontdekt?”, vraagt ze enigszins boos. Er verschijnt een glimlach op Walters gezicht.
“Als je niet naar de dokter gaat, kun ze ook niets vinden.”
“Waarom ben je niet naar de dokter gegaan?” Walter haalt zijn schouders op.
“Ik had nergens last van. Ik merkte dat ik wel snel buiten adem was, maar dat weet ik aan een slechte conditie. Pas samen met Angel ging het echt fout.” Ik leg vanaf achteren mijn armen op zijn schouders. Angel, hij noemt mij Angel. Die naam voelt al zo vertrouwd maar in de buurt van Nadia klinkt het toch vreemd.
“Ik heet eigenlijk Pandora, je mag me wel Pandora noemen.”
“Weet ik allang, maar ik je bent mijn engel, dus ik blijf je gewoon Angel noemen.”
“Hoe wist je dat?”, vraag ik verbaasd.
“Het staat op je naamkaartje bij de supermarkt.”
“Fuck, natuurlijk.” Walter heeft mij voor het eerst ontmoet in de supermarkt, en ook nu ik vaak na het werk kom heb ik vaak mijn naamkaartje nog op, ondanks dat het eigenlijk de bedoeling is dat je hem in de supermarkt laat.
“Maar hoe nu verder?”, onderbreekt Nadia.
“We gaan een MRI-scan op te kijken of ik nog uitzaaiing heb in de hersenen, en waarschijnlijk word ik daarna bestraald.”
“Nog genoeg te doen dus…”
“Yep.” Stil rijden we verder richting Walters huis.
Het is begin van de middag, Nadia rijdt gelijk terug naar de club om nog wat te werken. Ik heb nergens meer energie voor en ga samen met Walter op bed liggen. Hij laat nu ook zijn tranen de vrije loop en ik kruip tegen hem aan. Samen janken we verder.
“Ik wil je niet kwijt”, fluister ik.
“Ik wil jou niet kwijt”, hoor ik en krijg een zoen om mijn voorhoofd.
“Heb je geen andere vrienden dan Piet of mij? Of familie?”
“De meeste vrienden zijn verdwenen toen mijn vrouw overleed. Zij was enig kind. Maar ik heb nog een zus, Greetje, maar die woont in het noorden, drie uur rijden van Rotterdam.”
“Moet je die niet bellen dan?”
“Ja, daar heb je gelijk in. Ik bel haar vanavond wel even.”
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10

Ontdek meer over mij op mijn profiel pagina, bekijk mijn verhalen, laat een berichtje achter of schrijf je in om een mail te ontvangen bij nieuwe verhalen!
