Door: Ba(a)sje
Datum: 30-04-2026 | Cijfer: 9.2 | Gelezen: 119
Lengte: Lang | Leestijd: 17 minuten | Lezers Online: 6
Trefwoord(en): Bdsm, Gevangen,
Lengte: Lang | Leestijd: 17 minuten | Lezers Online: 6
Trefwoord(en): Bdsm, Gevangen,
Vervolg op: Grad Taljenje - Gevoelens Geofferd 6.22

Juliette bewoog zich door de diepste geheimen van het kasteel. Betrapt door de stoere jongeman, die haar nu resoluut door het kasteel leidde. Half struikelend terwijl Nikolas haar met vaste hand door de flakkerende gang duwde. Haar hart bonkte zo hard dat ze nauwelijks adem kon halen. “Waar breng je me naartoe?” vroeg ze, haar stem hoger dan ze wilde. Nikolas gaf geen antwoord. Zijn greep om haar bovenarm was kalm, maar onverbiddelijk. De fakkels wierpen dansende schaduwen op de stenen muren, waardoor elke stap langer en dreigender leek.
Ze passeerden de cel waarin ze de naakte man had gezien. Hij zat nog steeds ineengedoken in de hoek, handen voor zijn kruis, en keek hen met grote, verslagen ogen na. Juliette voelde een nieuwe golf van hitte en schaamte door zich heen slaan. Nikolas leidde haar dieper het gangenstelsel in, tot ze bij een zware, donkere houten deur kwamen. Hij duwde de deur open zonder aarzeling. De kamer erachter was klein, kil en kaal. Een echte cel. Een smalle houten bank achter een stevig eiken bureau. Eén stoel. Verder niets. Geen raam. Geen uitweg.
Nikolas duwde haar zacht maar beslist naar binnen. Juliette draaide zich om, haar rug tegen de koude stenen muur. Haar adem kwam in korte stoten. “Dit… dit is een vergissing,” stamelde ze. “Ik wilde alleen maar kijken. Ik ben journaliste, ik…” Nikolas sloot de deur achter zich. Het zware hout viel met een doffe, definitieve bons in het slot.
Zonder iets te zeggen begeleidden zijn sterke handen haar lichaam richting de bank. Hij liet haar zitten op het ruwe hout. Terwijl zij nog praatte, pakte hij haar pols vast en maakte die vast aan de smeedijzeren boeien die in het bureau verankerd waren. Daarna volgde de andere pols. Rustig. Methodisch. Alsof hij alle tijd van de wereld had. Juliette staarde naar haar vastgeketende handen. Haar hart sloeg over. Nikolas ging recht voor haar staan en keek op haar neer. Zijn stem was laag, rustig en zonder enige emotie: “Je bent geen journaliste meer, Juliette”, zei hij zacht, “Vanaf nu ben je slechts onze onderworpene”
Zo zat ze daar. Geen besef van tijd. De avond was allang overgegaan in diepe nacht. Eerst had ze hard geroepen. Geschreeuwd tot haar keel rauw was. Tot ze besefte dat het niets uithaalde, alleen maar energie kostte. Daarna kwam de angst. Niemand wist waar ze was. Thomas zou twee dagen in de bergen zijn. Dagen waarin ze niet gemist zou worden.
Ze trok nogmaals aan de boeien. Tevergeefs. Ze verschoof licht op de harde houten bank. Het ruwe hout beet in haar billen, pijnigde haar. Elk ongemak herinnerde haar eraan hoe machteloos ze was. Ze kon niet eens een andere houding aannemen.
Tot haar eigen verbazing raakte ze er niet van in paniek. Zodra de eerste schrik was weggeëbd, overkwam haar een onbekend gevoel. Alsof dit onoverkomelijk was. Niet alleen vanwege de boeien, maar omdat dit ergens bij haar hoorde. Het woord ‘onderworpene’ bleef in haar hoofd rondzingen. Een ouderwets, zwaar woord. Passend bij dit kasteel, bij deze cel. En bij haar? Ze wist het niet. Maar het woord gaf precies weer hoe ze zich voelde. Onderworpen. En dat gevoel verdrong langzaam de angst. Alsof dit voorbestemd was. Alsof het haar, hoe vreemd ook, rust schonk.
Ze schrok op toen de deurklink naar beneden ging. Langzaam opende de zware houten deur. Een gedaante betrad de cel, gehuld in een dieppaarse cape. Juliette herkende haar meteen. Elize. Ze wilde iets zeggen, roepen, maar haar stem zat dichtgeknepen. De rituele cape, de beheerste manier waarop Elize binnenkwam, de kalme blik die ze uitstraalde; alles zorgde ervoor dat Juliette zich nog kleiner voelde. Onbewust boog ze licht voorover, kromp haar lichaam in elkaar. Schuchter. Haar lichte zomerjurk was gekreukt en zat iets omhoog geschoven door de manier waarop ze op de harde bank zat. De dunne stof voelde nu veel te kwetsbaar, te bloot voor deze kille stenen cel, te bloot tegenover deze machtige vrouw
De deur viel niet in het slot. Alsof dat niet nodig was. Elize bleef even staan, liet de stilte zich opnieuw vullen. Haar blik gleed over Juliette, niet haastig, maar aandachtig. Alsof ze haar las. Toen zette ze een paar rustige passen naar voren, het zachte schuren van stof over steen het enige geluid in de ruimte.
“Je hebt je verzet”, zei ze uiteindelijk, zonder oordeel. Haar stem laag, warm bijna. “Dat hoort zo in het begin.” Juliette slikte, voelde hoe haar keel nog steeds weigerde zich volledig te openen. Haar handen trokken onwillekeurig aan de boeien, maar zonder overtuiging ditmaal. Elize knielde niet, maar bukte licht, precies genoeg om op ooghoogte te komen. Haar vingers raakten Juliette’s kin, niet dwingend, eerder leidend. Ze tilde haar gezicht een fractie op. “En nu?” vroeg ze zacht.
Het was geen vraag die om een snel antwoord vroeg. Eerder één die al beantwoord was, ergens dieper. Juliette aarzelde. Haar ademhaling stokte even, maar vond toen een trager ritme. “Ik…” Haar stem brak, maar ze herpakte zich. “Ik denk dat het geen zin heeft.” Een schaduw van iets dat op goedkeuring leek, gleed over Elize’s gezicht. “Niet omdat het geen zin heeft,” corrigeerde ze mild, terwijl haar duim kort, bijna troostend, langs Juliette’s kaak streek. “Maar omdat je begint te begrijpen.”
Ze kwam weer recht, nam een stap achteruit, alsof ze ruimte gaf. Ruimte die niet als vrijheid voelde. “Vertel me,” vervolgde ze, nog steeds rustig, bijna geduldig. “Wat is het dat je voelt, hier?” Haar blik daalde kort naar de boeien, toen weer omhoog. “Noem het.” Juliette sloot haar ogen even. Het woord lag al klaar, had zich vastgezet. “Onderworpen,” fluisterde ze. Elize knikte langzaam, alsof ze precies dat had verwacht. “Ja,” zei ze. “Dat is precies wat je bent.”
Ze liet een korte stilte vallen, waarin haar woorden konden landen. “Onderworpenheid,” ging ze verder, “is geen straf op zichzelf. Het is een vorm. Een plaats.” Haar stem werd nog zachter, maar verloor niets aan helderheid. “En jij… wordt daarin gezet.” Haar hand gleed nu naar Juliette’s pols, waar het metaal haar huid raakte. Ze drukte er niet op, maar liet haar vingers er rusten. “Voel je het verschil?” vroeg ze. Juliette opende haar ogen weer. De pijn was er nog. Het ongemak ook. Maar daaronder zat iets anders, iets dat ze nog niet kon benoemen zonder dat het haar overspoelde. Ze knikte, klein, bijna onmerkbaar. Elize glimlachte niet, maar haar blik verzachtte. “Goed,” zei ze. “Dan kunnen we beginnen.”
Juliettes lichaam verstrakte. Een instinctieve, verdedigende reactie. Haar schouders trokken iets omhoog, haar ogen zakten dieper in hun kassen, haar houding schoof onbewust iets naar achteren op de harde bank. Elize bleef kalm zitten. Haar blik was uitnodigend, bijna geduldig, maar er lag ook iets scherps in. Ze wachtte. “Ga je me…” haperde Juliette, haar stem dun en onvast, “net als die man… slaan? Martelen?”
Nu legde Elize haar warme handen over die van Juliette. Kalmerend. Stevig genoeg om te laten voelen dat ze er was, zacht genoeg om geen dreiging uit te stralen. “Ik zal doen wat bij jou past,” antwoordde ze met een zachte, bijna moederlijke stem. “Wat je gezien hebt, past bij die man. Diep vanbinnen wil hij dit. En daarom willen wij dit voor hem. Jouw diepste gevoelens… die gaan we nog ontdekken.” Elize keek haar nu recht en diep in de ogen. Niet bedreigend, maar onderzoekend. “De vraag is, Juliette,” zei ze rustig, “durf je die ontdekkingsreis aan?”
Het bleef lang stil. Juliette staarde naar hun verstrengelde handen. Ze verwerkte de woorden, maar iets in haar kwam fel in opstand. Dit was waanzin. Ze was ontvoerd. Vastgeketend in een cel. En nu zat deze vrouw hier alsof ze een rustig gesprek voerden over een vakantie. “Nee,” zei ze plotseling, harder dan ze had verwacht. Haar stem trilde, maar ze duwde door. “Dit… dit is krankzinnig. U kunt me niet vasthouden. Ik ben journaliste. Ik zal dit naar buiten brengen. Het hotel, het kasteel… alles. Dit is ontvoering. Dit is misdadig.” Ze trok aan de boeien, harder nu, alsof ze zichzelf wilde bewijzen dat ze nog vocht.
Elize luisterde rustig. Ze maakte een klein, bijna onmerkbaar hoofdknikje, dat haar lichte teleurstelling verraadde. Ze bleef Juliette even aankijken, geduldig, zonder boosheid of haast. “Je bent bang,” zei ze zacht, bijna begripvol. “Dat is normaal. Je bent net door Nikolas vastgezet. Je weet niet wat er met je gaat gebeuren. Je voelt je machteloos.” Juliette slikte. Haar keel was droog. Ze wilde iets scherps terugzeggen, maar de woorden bleven steken. Elize’s kalmte maakte haar eigen verzet plotseling klein en kinderachtig. “Maar onder die angst,” ging Elize verder, haar stem nog steeds warm en rustig, “zit iets anders. Iets dat je probeert weg te duwen. Ik zie het. Je voelt het ook. Je wilt het niet voelen… maar het is er.”
Juliette schudde verwoed haar hoofd. Ze duwde het gevoel weg met alles wat ze in zich had. Die hitte laag in haar buik. Die vreemde tinteling. Die beelden van de naakte man met striemen die steeds weer terugkwamen. “Nee,” fluisterde ze, meer tegen zichzelf dan tegen Elize. “Je praat mij niets aan. Dit is niet wie ik ben. Dit… dit wil ik niet.” Elize glimlachte heel licht, bijna triest. “Dat zeg je nu. En dat mag. Maar diep vanbinnen weet je al dat dit geen gewone cel is. Dit is geen gewone ontvoering.” Ze boog zich iets dichter naar voren. “Dit is een uitnodiging, Juliette. Een uitnodiging om te ontdekken wat er werkelijk in je leeft.”
Juliette zweeg. Haar ademhaling was onregelmatig. Ze vocht tegen de opkomende gevoelens, duwde ze weg, probeerde ze te haten. Maar ze bleven smeulen. Klein, verraderlijk, en steeds moeilijker te negeren. Ze schoof ongemakkelijk op de harde houten bank. Haar lichte zomerjurk was gekreukt en zat iets omhoog geschoven. De dunne stof voelde belachelijk kwetsbaar in deze kille cel. Ze zuchtte diep, probeerde de woorden van Elize niet op zich te laten inwerken. Hoewel ze zo goed pasten bij haar gevoelens, moest ze die woorden negeren. Zij was niet zo. Zij liet zich niet breken. Niet door deze vrouw.
Elize keek slechts toe. Bijna moederlijk aanschouwde ze de innerlijke strijd bij dit meisje. Haar hand gleed even over de zachte wang van Juliette. Liefkozend. Strelend. Ze zag de verwardheid, het contrast tussen de verborgen gevoelens en de reële strijd tegen haar gevangenschap. Langzaam stond ze op, aaide nog eenmaal zorgzaam een lok haar uit Juliettes gezicht, boog zich voorover en gaf het meisje een zachte kus op haar voorhoofd. “We gaan beginnen…” fluisterde ze.
Elize liet de stilte even zwaar tussen hen in hangen. Toen liep ze langzaam om Juliette heen en ging achter haar staan. Ze legde haar handen rustig op de schouders van het jonge meisje. Juliette verstarde. Haar lichaam spande zich als een veer. Ze wist niet wat er ging komen. Een angstige rilling schoot door haar ruggengraat en drong koud door tot in haar buik, tot laag in haar schaamstreek. Ze verbeet zich. Ze moest sterk blijven.
Elize trok haar licht naar achteren, zodat Juliettes schouders zacht tegen haar borsten kwamen te rusten. De houding voelde tegenstrijdig veilig, warm. Juliette schudde verwoed haar hoofd, alsof ze die verraderlijke gedachte van zich af kon schudden. Ze was niet veilig. Ze was ontvoerd. “Vertel me,” zei Elize rustig, haar stem laag en beheerst, “wat je precies zag toen je die cel in keek.”
Juliette klemde haar kaken op elkaar. Ze zweeg. Lang. Tot de stilte te zwaar werd. Het bijna onmogelijk werd de stilte te doorstaan. Haar polsen trokken aan de boeien. “Ik zag een man. Naakt. In een cel. Meer niet.” Elize’s handen gleden langzaam van Juliettes schouders naar beneden, tot ze de jonge borsten raakten. Haar vingers lagen warm en rustig om de rondingen, als een stille thermometer. “Je zag meer,” sprak Elize kalm. “Vertel het me...”
Weer die stilte. Een verstikkende leegte waar niet van te winnen viel. Ze zuchtte diep.. “Ik… ik zag striemen,” perste Juliette er uiteindelijk uit, haar stem scherp van verzet. “Rode striemen op zijn borst. Op zijn billen. Hij zat daar als een dier. Vernederd… geslagen. Dat is wat ik zag.” Elize’s vingers voelden hoe Juliettes borsten zich spanden. Hoe haar tepels harder werden onder de dunne stof. Ze knikte in zichzelf en liet haar handen daar liggen, rustig, maar aandachtig. “En wat voelde jij toen je die striemen zag?”
Juliette schudde fel haar hoofd. “Niets. Schrik. Walging. Wat dacht je dan?” Elize’s vingers knepen nu heel licht in de tepels, niet hard, maar genoeg om ze te voelen reageren. “Je liegt,” zei ze kalm. “Je lichaam liegt niet. Vertel me wat je écht voelde. Nu.” Juliette baalde. Ze wist dat Elize gelijk had. Ze voelde haar tepels harder worden onder die rustige vingers. Ze haatte het. Ze haatte dat haar lichaam haar verraadde. “Ik zeg niets meer,” fluisterde ze koppig, maar haar stem klonk al minder overtuigd.
Elize’s handen bleven de borsten omvatten, haar duimen streelden nu heel licht over de harde tepels. “Je gaat het wél vertellen, Juliette. Woord voor woord. Hoe die striemen eruitzagen. Hoe zijn lichaam eruizag. En wat er op dat moment door jou heen ging.” Juliette’s ogen schoten vuur. Ze vocht, ze verzette zich met alles wat ze in zich had. Maar de handen om haar borsten, de boeien, de kalme, onverzettelijke toon van Elize drukten langzaam op haar. Haar stem brak toen ze eindelijk begon te praten, de woorden kwamen met tegenzin.
“Hij… hij zat daar. Naakt. Zijn borst was rood. Er liepen dikke, verse striemen overheen. Zijn billen… ook. Hij probeerde zich te verstoppen, maar hij kon nergens heen. Hij schaamde zich. Hij was… hulpeloos.” Elize’s vingers voelden hoe Juliettes tepels nog harder werden. Ze knikte langzaam. “En jij? Wat voelde jij toen je dat zag?” Juliette’s lippen trilden. Ze wilde het niet zeggen. Ze wilde het niet toegeven. Maar de handen, de stilte, de boeien… het was te veel.
“Ik… ik haatte het,” fluisterde ze, haar stem brak. “Ik wilde wegkijken, maar ik kon het niet. Ik zag hoe hij daar zat… overgeleverd. En ik… ik voelde… Ik had geen medelijden. Ik... wilde hem niet helpen. Ik keek alleen maar…” Haar stem brak volledig. Tranen schoten in haar ogen. Haar wangen brandden van schaamte. Ze trok wanhopig aan de boeien, maar het metaal gaf niet mee. Elize’s handen bleven rustig liggen, voelden de nu pijnlijk harde tepels. Haar stem was nog zachter, bijna teder, “Was je opgewonden?”
Bijna huilend, kermend, bekende ze wanhopig. “ja”, snikte ze, ”ja, ik voelde iets dat ik nooit gevoeld had… ik…” Ze hield in. Tranen in haar ogen. Haar lichaam warm tegen dat van Elize. Haar borsten nog steeds gestreeld. Het snikken doorbrak de zengende stilte, “Ik wilde hem zijn”, fluisterde ze ten slotte. “Maar ik wil dit niet…” fluisterde ze, maar haar stem was zwak, bijna smekend. “Ik wil niet… laat me gaan.” Elize streelde nu het zachte lange haar, streelde zacht de rode wangen met haar duim. “Je hoeft het niet te willen. Je hoeft het alleen maar te voelen. En dat doe je al.”
Juliette’s borst ging snel op en neer. Haar tepels waren nu pijnlijk hard. Een warme, verraderlijke opwinding verspreidde zich tussen haar dijen. Ze haatte het. Ze haatte hoe ze zich voelde. Hoe het voelde om overgeleverd te zijn. Om de onderwerping, vernedering en de pijn die misschien zou komen, niet te kunnen tegenhouden. Ze sloot haar ogen. Een enkele traan rolde over haar wang.
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10

Ontdek meer over mij op mijn profiel pagina, bekijk mijn verhalen, laat een berichtje achter of schrijf je in om een mail te ontvangen bij nieuwe verhalen!
