Door: Johan en Suzan
Datum: 08-05-2026 | Cijfer: 8.7 | Gelezen: 632
Lengte: Lang | Leestijd: 17 minuten | Lezers Online: 19
Trefwoord(en): Jong En Oud, Prostitutie, Vreemdgaan,
Lengte: Lang | Leestijd: 17 minuten | Lezers Online: 19
Trefwoord(en): Jong En Oud, Prostitutie, Vreemdgaan,
Het was een rustige middag in het late voorjaar toen Jan en Marie met hun oude Volvo stationcar over de E70 in Roemenië reden. Ze waren al twee weken onderweg, een roadtrip die ze al jaren hadden uitgesteld. Jan, zevenenzestig, met zijn grijze haar dat nog steeds dik was en een buikje dat hij goedmoedig droeg, had altijd gedroomd van zo’n avontuur. “We zien de wereld nog een keer voordat we te oud zijn,” had hij tegen Marie gezegd. Marie, vierenzestig, met haar korte grijze krullen en een praktische bril op haar neus, was meegegaan omdat ze van haar man hield. Ze hield van de kleine dingen: een thermosfles koffie op de passagiersstoel, een deken over haar knieën en de radio zachtjes aan met klassieke muziek uit de jaren zestig.
De weg strekte zich uit door het heuvelachtige landschap van Zuid-Roemenië. Links en rechts graasden schapen op groene hellingen, af en toe onderbroken door een dorpje met lage huizen en een kerk met een blauwe koepel. Het was warm, maar niet te heet. Jan reed kalm, honderd kilometer per uur, zijn handen ontspannen op het stuur. Ze hadden net een lunchpauze gehad bij een klein wegrestaurant waar ze mamaliga hadden gegeten en een flesje lokaal bier hadden gedeeld. Marie had een beetje gemopperd dat het bier haar slaperig maakte, maar ze glimlachte erbij.
Ineens zag Jan haar. Ze stond aan de kant van de weg, net voorbij een afslag naar een tankstation dat er verlaten uitzag. Een meisje, hooguit achttien, met lang donker haar dat los over haar schouders viel. Ze droeg een kort, strak jurkje dat haar benen bloot liet tot halverwege haar dijen, en een dun topje dat weinig aan de verbeelding overliet. Haar duim was omhoog, klassiek liftergebaar. Ze had een kleine rugzak bij haar voeten en keek met een vriendelijke, bijna verlegen glimlach naar de auto’s die voorbijreden.
“Moet je dat zien,” zei Jan zacht, terwijl hij vaart minderde. “Arm kind. Zo jong en dan liften langs de snelweg. Wie weet hoe lang ze daar al staat.”
Marie tuurde door de voorruit. “Het is een meisje, ja. Maar ze is wel erg… bloot gekleed voor hier. Weet je zeker dat we haar moeten meenemen? In Roemenië hoor je verhalen.”
“Ach, kom op, Marie. We zijn geen watjes. Ze ziet er niet gevaarlijk uit. Misschien gaat ze gewoon naar huis, naar Boekarest of zo. We kunnen haar een lift geven tot de volgende stad. Dat is toch christelijk?”
Marie zuchtte, maar knikte. Ze waren altijd mensen geweest die anderen hielpen. In hun dorp in Brabant hadden ze jarenlang de buren geholpen met boodschappen en klusjes. Jan zette de richtingaanwijzer aan en stopte op de vluchtstrook. Het meisje liep snel naar de auto, haar hakken klikkend op het asfalt. Ze boog zich voorover naar het open raam aan Jans kant.
“Hallo,” zei ze in gebroken Engels met een zwaar accent. “Jullie naar Boekarest? Ik lift mee? Alstublieft?”
Jan glimlachte breed. “Natuurlijk, stap maar in. Wij gaan die kant op.” Hij opende het achterportier. Het meisje gleed soepel naar binnen, haar jurkje schoof een stukje omhoog. Ze rook licht naar goedkoop parfum en sigarettenrook, maar niet onaangenaam.
“Dank u wel,” zei ze, terwijl ze haar rugzak naast zich zette. “Ik ben Ana.”
Jan stelde zichzelf en Marie voor. Marie draaide zich half om en gaf een beleefde glimlach. “Hallo Ana. Waar moet je precies naartoe?”
Ana haalde haar schouders op. “Naar de stad. Of waar jullie stoppen. Ik zoek werk.” Ze sprak langzaam, zoekend naar woorden. Haar stem was zacht, bijna verleidelijk zonder dat ze het leek te doen. Ze had grote donkere ogen en een volle mond die licht glimlachte.
De eerste kilometers waren stil. Jan keek af en toe in de achteruitkijkspiegel. Ana zat ontspannen, haar benen over elkaar geslagen. Marie rommelde in haar tas op zoek naar een pepermuntje. “Wil je er een?” vroeg ze, en stak er een naar achteren.
“Dank u,” zei Ana. Ze nam het aan en zoog er langzaam op. “Jullie zijn aardig. Veel mensen hier stoppen niet voor meisjes zoals ik.”
“Waarom niet?” vroeg Jan, oprecht verbaasd.
Ana lachte zacht. “Omdat ze denken dat ik… hoe zeg je dat… een probleem ben. Maar ik ben gewoon een meisje dat geld nodig heeft. Voor familie.”
Marie knikte begrijpend. “Dat kennen we. In Nederland hebben we ook mensen die het moeilijk hebben. Waar komt je familie vandaan?”
“Een klein dorp in het oosten,” zei Ana vaag. Ze leunde iets naar voren tussen de stoelen. Haar topje trok strak over haar borsten. Jan merkte het op, maar zei niets. Hij voelde een lichte warmte in zijn buik die hij al jaren niet meer had gevoeld. Marie keek naar buiten, naar de velden.
De zon zakte langzaam lager. Ze praatten wat over het weer, over de reis van Jan en Marie. Ana luisterde aandachtig, knikte en stelde af en toe een vraag. “Jullie zijn al lang getrouwd?” vroeg ze na een tijdje.
“Vierenveertig jaar,” zei Marie trots. “En we zijn nog steeds samen op pad.”
“Mooi,” zei Ana. Ze liet haar hand even op Jans schouder rusten toen ze zich weer naar achteren liet zakken. Het was een terloops gebaar, maar Jan voelde het tot in zijn tenen. Marie zag het niet, of deed alsof.
Na een half uur stelde Jan voor om te stoppen bij een klein motel langs de weg. “Het wordt zo donker en ik ben moe. Laten we hier overnachten. Ana, jij kunt vast wel een kamer delen of zo. We betalen het wel.”
Ana glimlachte. “Dank u. Dat is heel aardig. Misschien kan ik… iets terugdoen.”
Ze parkeerden de auto voor het motel. Het was een eenvoudig gebouw met een restaurantje ernaast. De kamers waren schoon maar basic: twee bedden, een douche en een klein tv’tje. Ze aten samen in het restaurant. Marie bestelde een salade en een glas wijn. Jan nam een biefstuk en een biertje. Ana at weinig, maar dronk een cola. Ze zat tegenover Jan en haar knie raakte af en toe de zijne onder tafel. Marie was druk met haar telefoon, ze stuurde een berichtje naar hun dochter thuis.
Na het eten gingen ze naar de kamer. Twee bedden, zoals verwacht. Marie trok haar nachtpon aan in de badkamer en kroop meteen onder de dekens. “Ik ben kapot,” zei ze. “Jij ook, Jan?”
Jan aarzelde. “Ik blijf nog even zitten. Even een sigaretje buiten. Ana, wil je mee een luchtje scheppen?”
Ana knikte meteen. “Graag.”
Ze liepen naar buiten, het parkeerterrein op. Het was donker nu, alleen de lantaarns van het motel brandden. Ana leunde tegen de auto. “Jullie zijn echt lief,” zei ze zacht. “Niet veel mensen stoppen voor mij. Meestal… willen ze iets anders.”
Jan inhaleerde de rook van zijn sigaret. “Iets anders?”
Ana keek hem recht aan. Haar ogen glinsterden in het lamplicht. “Ik werk langs de weg. Begrijp je? Ik lift niet alleen. Ik… verkoop mezelf. Voor geld. Voor mijn moeder en mijn broertje. Het is geen leuk werk, maar het is wat ik heb.”
Jan bleef stil. Hij voelde zijn hart sneller kloppen. Hij had in zijn leven nooit zoiets gedaan. Nooit bedrogen. Maar hier, ver van huis, met een mooi jong meisje dat hem aankeek alsof hij de enige man op aarde was… “Hoeveel?” vroeg hij, bijna fluisterend.
Ana glimlachte zacht. “Vijftig euro. Voor een half uur. Meer als je wilt. Maar alleen jij. Niet je vrouw.”
Jan keek om naar de motelkamer. Het gordijn was dicht. Marie sliep waarschijnlijk al. Hij voelde zich schuldig, maar ook opgewonden. “Goed,” zei hij. “Maar we moeten stil zijn. Marie mag het niet weten.”
Ana knikte. “Natuurlijk. We doen het hier, in de auto? Of in mijn kamer? Ik heb geen kamer, maar misschien de jouwe als je vrouw slaapt.”
Ze gingen terug naar binnen, maar in plaats van de kamer namen ze de auto. Jan reed een stukje het terrein af, naar een donker plekje achter het gebouw. Ana kroop naar de achterbank. Jan volgde. Het was krap, maar dat maakte het op een vreemde manier spannender.
Ze begon langzaam. Haar handen gleden over zijn borst, ze trok zijn overhemd open. “Je bent een knappe man,” fluisterde ze. Jan liet het gebeuren. Hij kuste haar, eerst aarzelend, toen gretiger. Haar lichaam was warm en soepel onder zijn handen. Ze trok haar jurkje omhoog, geen ondergoed eronder. Jan voelde zich als een tiener, onhandig maar gretig. Hij betaalde haar eerst, stopte de briefjes in haar hand. Toen liet hij zich gaan. Het was geen wilde passie, geen filmscène. Het was rustig, bijna teder. Ana wist precies wat ze deed. Ze fluisterde lieve woordjes in het Roemeens en Engels. Jan kwam klaar met een zachte kreun, zijn handen in haar haar. Het duurde niet lang. Daarna zaten ze even naast elkaar, hijgend.
“Bedankt,” zei Ana zacht. “Je bent lief.”
Jan knikte, trok zijn broek omhoog. De schuld kwam al opzetten. “Ik moet terug. Marie…”
Ze stapten uit. Ana gaf hem een kus op zijn wang. “Als je wilt, morgen weer. Ik blijf bij jullie tot Boekarest.”
Jan liep terug naar de kamer. Marie lag te slapen, haar rug naar hem toe. Hij kroop voorzichtig naast haar, zijn hart bonkend. Hij rook nog een beetje naar Ana’s parfum, maar Marie snurkte zachtjes. Hij viel in slaap met een mengeling van voldoening en spijt.
De volgende ochtend was alles normaal. Marie maakte koffie in het kleine apparaat op de kamer. Ana zat al buiten op een bankje, haar rugzak naast zich. “Goedemorgen,” zei ze vrolijk. “Hebben jullie goed geslapen?”
Marie knikte. “Als een roos. En jij, Jan?”
“Ja hoor,” zei Jan, een beetje te snel. Hij vermeed Ana’s blik.
Ze reden verder. De sfeer in de auto was anders. Ana zat weer achterin, maar nu leunde ze vaker naar voren. Ze raakte Jans arm aan als ze iets zei. Marie merkte het op, maar zei niets. Ze praatten over gewone dingen: het landschap, de steden die ze zouden passeren. Ana vertelde wat meer over haar leven – niet te veel, maar genoeg om sympathie te wekken. Haar moeder was ziek, haar broertje ging naar school. “Dit is tijdelijk,” zei ze. “Tot ik genoeg heb.”
Halverwege de middag stopten ze weer voor een pauze bij een tankstation met een klein café. Marie ging naar het toilet. Jan en Ana bleven bij de auto.
“Gisteravond was fijn,” fluisterde Ana. “Wil je vanavond weer? Ik kan je meer laten zien. Langzamer.”
Jan aarzelde. “Marie is er altijd bij.”
“We vinden wel een moment,” zei Ana. Ze liet haar vinger over zijn hand glijden.
Marie kwam terug. Ze had een frons op haar gezicht. “Zeg, Ana,” begon ze toen ze weer reden. “Je bent een lief meisje, maar… hoe oud ben je eigenlijk? En waarom draag je zulke kleren langs de weg?”
Ana lachte onschuldig. “Ik ben achttien. En de kleren… het is warm. En mannen kijken graag.”
Marie zei niets meer, maar haar lippen waren dunner dan normaal.
Die avond boekten ze opnieuw een motel. Twee kamers deze keer – Jan had voorgesteld dat Ana haar eigen kamer kreeg, op hun kosten. “Ze kan niet de hele tijd bij ons slapen,” had hij gezegd. Marie had ingestemd, maar keek hem vreemd aan.
Na het eten ging Marie vroeg naar bed. “Mijn rug doet zeer van al dat zitten,” zei ze. “Ik neem een pilletje en ga slapen.”
Jan en Ana wachtten tot ze weg was. Toen liepen ze naar Ana’s kamer, een paar deuren verder. Het was kleiner dan de hunne, maar schoon. Ana sloot de deur en trok Jan tegen zich aan. Deze keer was het langzamer. Ze kleedde hem uit, kuste zijn borst, zijn buik. Ze ging op haar knieën voor hem zitten en nam hem in haar mond. Jan kreunde zacht, zijn handen in haar haar. Daarna duwde ze hem op het bed en ging bovenop hem zitten. Ze bewoog traag, ritmisch, haar borsten deinend in het zachte licht van de lamp. Jan keek naar haar, naar haar gezicht dat genot veinsde – of was het echt? Hij wist het niet. Hij kwam harder klaar dan de avond ervoor, zijn lichaam schokkend. Ana glimlachte en veegde zichzelf schoon met een tissue. “Je bent een goede man,” zei ze. “Niet zoals de anderen.”
Jan betaalde haar weer, meer deze keer. Honderd euro. “Voor de hele nacht,” zei hij. Maar hij ging niet blijven slapen. Hij kuste haar en sloop terug naar zijn kamer.
Marie was wakker. Ze zat rechtop in bed, haar armen over elkaar. Het licht was aan.
“Waar was je?” vroeg ze kalm, maar haar stem trilde een beetje.
Jan schrok. “Buiten. Even roken.”
“Jan, lieg niet tegen me. Ik ruik haar aan je. Die goedkope parfum. En je overhemd zit scheef.”
Hij bleef staan, midden in de kamer. Zijn hart bonkte. “Marie… het is niet wat je denkt.”
“Het is precies wat ik denk,” zei ze. Haar ogen werden vochtig, maar ze huilde niet. “Je bent met dat meisje meegegaan. Met die hoer. Terwijl ik hier lag te slapen. Na vierenveertig jaar.”
Jan ging op de rand van het bed zitten. “Het was… eenmalig. Ze had geld nodig. Ik… ik weet niet wat me bezielde. Het spijt me.”
Marie stond op. Ze trok haar ochtendjas aan, pakte haar tas en begon haar spullen erin te stoppen. “Het spijt je. Natuurlijk. Je bent een man, hè? En zij is jong en mooi. Ik ben oud. Grijs. Niet spannend meer.”
“Marie, toe nou. Het was stom. Laten we praten.”
Ze ritste haar tas dicht. “Praten? Nu? Terwijl je net uit haar bed komt? Ik heb het gezien, Jan. Hoe je naar haar keek in de auto. Hoe je haar aanraakte. Ik ben niet blind.”
Ze liep naar de deur. Jan stond op, greep haar arm. “Blijf. Alsjeblieft. We zijn al zo lang samen.”
Marie trok zich los. Haar stem was nu harder, maar nog steeds beheerst. Geen geschreeuw, geen drama. Gewoon kille woede. “Ik ga naar de receptie. Ik vraag een andere kamer. Morgen neem ik de bus naar Boekarest en dan vlieg ik naar huis. Jij kunt doen wat je wilt met dat kind. Maar zonder mij.”
Ze opende de deur. In de gang stond Ana, in haar korte jurkje, een sigaret in haar hand. Ze had alles gehoord.
Marie keek haar aan, één lange seconde. “Jij. Jij hebt hem kapotgemaakt. Maar weet je? Hij heeft het zelf gedaan.” Toen liep ze weg, haar tas over haar schouder. Haar slippers schuifelden over het linoleum.
Jan stond in de deuropening, halfnaakt, verslagen. Ana legde een hand op zijn schouder. “Het spijt me,” zei ze zacht. “Maar… blijf je bij mij? Tot Boekarest?”
Jan gaf geen antwoord. Hij keek Marie na, hoe ze de hoek om sloeg naar de receptie. De deur van hun kamer viel dicht achter hem. Buiten reed een vrachtwagen voorbij, de lichten flitsten over het parkeerterrein.
De nacht was stil. Marie sliep niet in de nieuwe kamer. Ze zat op de rand van het bed, haar telefoon in haar hand, en huilde eindelijk. Stilletjes, zonder geluid. Jan lag alleen in het oude bed, de geur van Ana nog in de lakens. Ana zelf was terug naar haar kamer gegaan, met het geld in haar tas.
De volgende ochtend zou de weg verdergaan. Maar voor Jan en Marie was de reis voorbij. Niet met een klap, niet met geschreeuw. Gewoon met een deur die dichtviel en een vrouw die wegliep, omdat ze genoeg had gezien.
De weg strekte zich uit door het heuvelachtige landschap van Zuid-Roemenië. Links en rechts graasden schapen op groene hellingen, af en toe onderbroken door een dorpje met lage huizen en een kerk met een blauwe koepel. Het was warm, maar niet te heet. Jan reed kalm, honderd kilometer per uur, zijn handen ontspannen op het stuur. Ze hadden net een lunchpauze gehad bij een klein wegrestaurant waar ze mamaliga hadden gegeten en een flesje lokaal bier hadden gedeeld. Marie had een beetje gemopperd dat het bier haar slaperig maakte, maar ze glimlachte erbij.
Ineens zag Jan haar. Ze stond aan de kant van de weg, net voorbij een afslag naar een tankstation dat er verlaten uitzag. Een meisje, hooguit achttien, met lang donker haar dat los over haar schouders viel. Ze droeg een kort, strak jurkje dat haar benen bloot liet tot halverwege haar dijen, en een dun topje dat weinig aan de verbeelding overliet. Haar duim was omhoog, klassiek liftergebaar. Ze had een kleine rugzak bij haar voeten en keek met een vriendelijke, bijna verlegen glimlach naar de auto’s die voorbijreden.
“Moet je dat zien,” zei Jan zacht, terwijl hij vaart minderde. “Arm kind. Zo jong en dan liften langs de snelweg. Wie weet hoe lang ze daar al staat.”
Marie tuurde door de voorruit. “Het is een meisje, ja. Maar ze is wel erg… bloot gekleed voor hier. Weet je zeker dat we haar moeten meenemen? In Roemenië hoor je verhalen.”
“Ach, kom op, Marie. We zijn geen watjes. Ze ziet er niet gevaarlijk uit. Misschien gaat ze gewoon naar huis, naar Boekarest of zo. We kunnen haar een lift geven tot de volgende stad. Dat is toch christelijk?”
Marie zuchtte, maar knikte. Ze waren altijd mensen geweest die anderen hielpen. In hun dorp in Brabant hadden ze jarenlang de buren geholpen met boodschappen en klusjes. Jan zette de richtingaanwijzer aan en stopte op de vluchtstrook. Het meisje liep snel naar de auto, haar hakken klikkend op het asfalt. Ze boog zich voorover naar het open raam aan Jans kant.
“Hallo,” zei ze in gebroken Engels met een zwaar accent. “Jullie naar Boekarest? Ik lift mee? Alstublieft?”
Jan glimlachte breed. “Natuurlijk, stap maar in. Wij gaan die kant op.” Hij opende het achterportier. Het meisje gleed soepel naar binnen, haar jurkje schoof een stukje omhoog. Ze rook licht naar goedkoop parfum en sigarettenrook, maar niet onaangenaam.
“Dank u wel,” zei ze, terwijl ze haar rugzak naast zich zette. “Ik ben Ana.”
Jan stelde zichzelf en Marie voor. Marie draaide zich half om en gaf een beleefde glimlach. “Hallo Ana. Waar moet je precies naartoe?”
Ana haalde haar schouders op. “Naar de stad. Of waar jullie stoppen. Ik zoek werk.” Ze sprak langzaam, zoekend naar woorden. Haar stem was zacht, bijna verleidelijk zonder dat ze het leek te doen. Ze had grote donkere ogen en een volle mond die licht glimlachte.
De eerste kilometers waren stil. Jan keek af en toe in de achteruitkijkspiegel. Ana zat ontspannen, haar benen over elkaar geslagen. Marie rommelde in haar tas op zoek naar een pepermuntje. “Wil je er een?” vroeg ze, en stak er een naar achteren.
“Dank u,” zei Ana. Ze nam het aan en zoog er langzaam op. “Jullie zijn aardig. Veel mensen hier stoppen niet voor meisjes zoals ik.”
“Waarom niet?” vroeg Jan, oprecht verbaasd.
Ana lachte zacht. “Omdat ze denken dat ik… hoe zeg je dat… een probleem ben. Maar ik ben gewoon een meisje dat geld nodig heeft. Voor familie.”
Marie knikte begrijpend. “Dat kennen we. In Nederland hebben we ook mensen die het moeilijk hebben. Waar komt je familie vandaan?”
“Een klein dorp in het oosten,” zei Ana vaag. Ze leunde iets naar voren tussen de stoelen. Haar topje trok strak over haar borsten. Jan merkte het op, maar zei niets. Hij voelde een lichte warmte in zijn buik die hij al jaren niet meer had gevoeld. Marie keek naar buiten, naar de velden.
De zon zakte langzaam lager. Ze praatten wat over het weer, over de reis van Jan en Marie. Ana luisterde aandachtig, knikte en stelde af en toe een vraag. “Jullie zijn al lang getrouwd?” vroeg ze na een tijdje.
“Vierenveertig jaar,” zei Marie trots. “En we zijn nog steeds samen op pad.”
“Mooi,” zei Ana. Ze liet haar hand even op Jans schouder rusten toen ze zich weer naar achteren liet zakken. Het was een terloops gebaar, maar Jan voelde het tot in zijn tenen. Marie zag het niet, of deed alsof.
Na een half uur stelde Jan voor om te stoppen bij een klein motel langs de weg. “Het wordt zo donker en ik ben moe. Laten we hier overnachten. Ana, jij kunt vast wel een kamer delen of zo. We betalen het wel.”
Ana glimlachte. “Dank u. Dat is heel aardig. Misschien kan ik… iets terugdoen.”
Ze parkeerden de auto voor het motel. Het was een eenvoudig gebouw met een restaurantje ernaast. De kamers waren schoon maar basic: twee bedden, een douche en een klein tv’tje. Ze aten samen in het restaurant. Marie bestelde een salade en een glas wijn. Jan nam een biefstuk en een biertje. Ana at weinig, maar dronk een cola. Ze zat tegenover Jan en haar knie raakte af en toe de zijne onder tafel. Marie was druk met haar telefoon, ze stuurde een berichtje naar hun dochter thuis.
Na het eten gingen ze naar de kamer. Twee bedden, zoals verwacht. Marie trok haar nachtpon aan in de badkamer en kroop meteen onder de dekens. “Ik ben kapot,” zei ze. “Jij ook, Jan?”
Jan aarzelde. “Ik blijf nog even zitten. Even een sigaretje buiten. Ana, wil je mee een luchtje scheppen?”
Ana knikte meteen. “Graag.”
Ze liepen naar buiten, het parkeerterrein op. Het was donker nu, alleen de lantaarns van het motel brandden. Ana leunde tegen de auto. “Jullie zijn echt lief,” zei ze zacht. “Niet veel mensen stoppen voor mij. Meestal… willen ze iets anders.”
Jan inhaleerde de rook van zijn sigaret. “Iets anders?”
Ana keek hem recht aan. Haar ogen glinsterden in het lamplicht. “Ik werk langs de weg. Begrijp je? Ik lift niet alleen. Ik… verkoop mezelf. Voor geld. Voor mijn moeder en mijn broertje. Het is geen leuk werk, maar het is wat ik heb.”
Jan bleef stil. Hij voelde zijn hart sneller kloppen. Hij had in zijn leven nooit zoiets gedaan. Nooit bedrogen. Maar hier, ver van huis, met een mooi jong meisje dat hem aankeek alsof hij de enige man op aarde was… “Hoeveel?” vroeg hij, bijna fluisterend.
Ana glimlachte zacht. “Vijftig euro. Voor een half uur. Meer als je wilt. Maar alleen jij. Niet je vrouw.”
Jan keek om naar de motelkamer. Het gordijn was dicht. Marie sliep waarschijnlijk al. Hij voelde zich schuldig, maar ook opgewonden. “Goed,” zei hij. “Maar we moeten stil zijn. Marie mag het niet weten.”
Ana knikte. “Natuurlijk. We doen het hier, in de auto? Of in mijn kamer? Ik heb geen kamer, maar misschien de jouwe als je vrouw slaapt.”
Ze gingen terug naar binnen, maar in plaats van de kamer namen ze de auto. Jan reed een stukje het terrein af, naar een donker plekje achter het gebouw. Ana kroop naar de achterbank. Jan volgde. Het was krap, maar dat maakte het op een vreemde manier spannender.
Ze begon langzaam. Haar handen gleden over zijn borst, ze trok zijn overhemd open. “Je bent een knappe man,” fluisterde ze. Jan liet het gebeuren. Hij kuste haar, eerst aarzelend, toen gretiger. Haar lichaam was warm en soepel onder zijn handen. Ze trok haar jurkje omhoog, geen ondergoed eronder. Jan voelde zich als een tiener, onhandig maar gretig. Hij betaalde haar eerst, stopte de briefjes in haar hand. Toen liet hij zich gaan. Het was geen wilde passie, geen filmscène. Het was rustig, bijna teder. Ana wist precies wat ze deed. Ze fluisterde lieve woordjes in het Roemeens en Engels. Jan kwam klaar met een zachte kreun, zijn handen in haar haar. Het duurde niet lang. Daarna zaten ze even naast elkaar, hijgend.
“Bedankt,” zei Ana zacht. “Je bent lief.”
Jan knikte, trok zijn broek omhoog. De schuld kwam al opzetten. “Ik moet terug. Marie…”
Ze stapten uit. Ana gaf hem een kus op zijn wang. “Als je wilt, morgen weer. Ik blijf bij jullie tot Boekarest.”
Jan liep terug naar de kamer. Marie lag te slapen, haar rug naar hem toe. Hij kroop voorzichtig naast haar, zijn hart bonkend. Hij rook nog een beetje naar Ana’s parfum, maar Marie snurkte zachtjes. Hij viel in slaap met een mengeling van voldoening en spijt.
De volgende ochtend was alles normaal. Marie maakte koffie in het kleine apparaat op de kamer. Ana zat al buiten op een bankje, haar rugzak naast zich. “Goedemorgen,” zei ze vrolijk. “Hebben jullie goed geslapen?”
Marie knikte. “Als een roos. En jij, Jan?”
“Ja hoor,” zei Jan, een beetje te snel. Hij vermeed Ana’s blik.
Ze reden verder. De sfeer in de auto was anders. Ana zat weer achterin, maar nu leunde ze vaker naar voren. Ze raakte Jans arm aan als ze iets zei. Marie merkte het op, maar zei niets. Ze praatten over gewone dingen: het landschap, de steden die ze zouden passeren. Ana vertelde wat meer over haar leven – niet te veel, maar genoeg om sympathie te wekken. Haar moeder was ziek, haar broertje ging naar school. “Dit is tijdelijk,” zei ze. “Tot ik genoeg heb.”
Halverwege de middag stopten ze weer voor een pauze bij een tankstation met een klein café. Marie ging naar het toilet. Jan en Ana bleven bij de auto.
“Gisteravond was fijn,” fluisterde Ana. “Wil je vanavond weer? Ik kan je meer laten zien. Langzamer.”
Jan aarzelde. “Marie is er altijd bij.”
“We vinden wel een moment,” zei Ana. Ze liet haar vinger over zijn hand glijden.
Marie kwam terug. Ze had een frons op haar gezicht. “Zeg, Ana,” begon ze toen ze weer reden. “Je bent een lief meisje, maar… hoe oud ben je eigenlijk? En waarom draag je zulke kleren langs de weg?”
Ana lachte onschuldig. “Ik ben achttien. En de kleren… het is warm. En mannen kijken graag.”
Marie zei niets meer, maar haar lippen waren dunner dan normaal.
Die avond boekten ze opnieuw een motel. Twee kamers deze keer – Jan had voorgesteld dat Ana haar eigen kamer kreeg, op hun kosten. “Ze kan niet de hele tijd bij ons slapen,” had hij gezegd. Marie had ingestemd, maar keek hem vreemd aan.
Na het eten ging Marie vroeg naar bed. “Mijn rug doet zeer van al dat zitten,” zei ze. “Ik neem een pilletje en ga slapen.”
Jan en Ana wachtten tot ze weg was. Toen liepen ze naar Ana’s kamer, een paar deuren verder. Het was kleiner dan de hunne, maar schoon. Ana sloot de deur en trok Jan tegen zich aan. Deze keer was het langzamer. Ze kleedde hem uit, kuste zijn borst, zijn buik. Ze ging op haar knieën voor hem zitten en nam hem in haar mond. Jan kreunde zacht, zijn handen in haar haar. Daarna duwde ze hem op het bed en ging bovenop hem zitten. Ze bewoog traag, ritmisch, haar borsten deinend in het zachte licht van de lamp. Jan keek naar haar, naar haar gezicht dat genot veinsde – of was het echt? Hij wist het niet. Hij kwam harder klaar dan de avond ervoor, zijn lichaam schokkend. Ana glimlachte en veegde zichzelf schoon met een tissue. “Je bent een goede man,” zei ze. “Niet zoals de anderen.”
Jan betaalde haar weer, meer deze keer. Honderd euro. “Voor de hele nacht,” zei hij. Maar hij ging niet blijven slapen. Hij kuste haar en sloop terug naar zijn kamer.
Marie was wakker. Ze zat rechtop in bed, haar armen over elkaar. Het licht was aan.
“Waar was je?” vroeg ze kalm, maar haar stem trilde een beetje.
Jan schrok. “Buiten. Even roken.”
“Jan, lieg niet tegen me. Ik ruik haar aan je. Die goedkope parfum. En je overhemd zit scheef.”
Hij bleef staan, midden in de kamer. Zijn hart bonkte. “Marie… het is niet wat je denkt.”
“Het is precies wat ik denk,” zei ze. Haar ogen werden vochtig, maar ze huilde niet. “Je bent met dat meisje meegegaan. Met die hoer. Terwijl ik hier lag te slapen. Na vierenveertig jaar.”
Jan ging op de rand van het bed zitten. “Het was… eenmalig. Ze had geld nodig. Ik… ik weet niet wat me bezielde. Het spijt me.”
Marie stond op. Ze trok haar ochtendjas aan, pakte haar tas en begon haar spullen erin te stoppen. “Het spijt je. Natuurlijk. Je bent een man, hè? En zij is jong en mooi. Ik ben oud. Grijs. Niet spannend meer.”
“Marie, toe nou. Het was stom. Laten we praten.”
Ze ritste haar tas dicht. “Praten? Nu? Terwijl je net uit haar bed komt? Ik heb het gezien, Jan. Hoe je naar haar keek in de auto. Hoe je haar aanraakte. Ik ben niet blind.”
Ze liep naar de deur. Jan stond op, greep haar arm. “Blijf. Alsjeblieft. We zijn al zo lang samen.”
Marie trok zich los. Haar stem was nu harder, maar nog steeds beheerst. Geen geschreeuw, geen drama. Gewoon kille woede. “Ik ga naar de receptie. Ik vraag een andere kamer. Morgen neem ik de bus naar Boekarest en dan vlieg ik naar huis. Jij kunt doen wat je wilt met dat kind. Maar zonder mij.”
Ze opende de deur. In de gang stond Ana, in haar korte jurkje, een sigaret in haar hand. Ze had alles gehoord.
Marie keek haar aan, één lange seconde. “Jij. Jij hebt hem kapotgemaakt. Maar weet je? Hij heeft het zelf gedaan.” Toen liep ze weg, haar tas over haar schouder. Haar slippers schuifelden over het linoleum.
Jan stond in de deuropening, halfnaakt, verslagen. Ana legde een hand op zijn schouder. “Het spijt me,” zei ze zacht. “Maar… blijf je bij mij? Tot Boekarest?”
Jan gaf geen antwoord. Hij keek Marie na, hoe ze de hoek om sloeg naar de receptie. De deur van hun kamer viel dicht achter hem. Buiten reed een vrachtwagen voorbij, de lichten flitsten over het parkeerterrein.
De nacht was stil. Marie sliep niet in de nieuwe kamer. Ze zat op de rand van het bed, haar telefoon in haar hand, en huilde eindelijk. Stilletjes, zonder geluid. Jan lag alleen in het oude bed, de geur van Ana nog in de lakens. Ana zelf was terug naar haar kamer gegaan, met het geld in haar tas.
De volgende ochtend zou de weg verdergaan. Maar voor Jan en Marie was de reis voorbij. Niet met een klap, niet met geschreeuw. Gewoon met een deur die dichtviel en een vrouw die wegliep, omdat ze genoeg had gezien.
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10

Ontdek meer over mij op mijn profiel pagina, bekijk mijn verhalen, laat een berichtje achter of schrijf je in om een mail te ontvangen bij nieuwe verhalen!
