Door: Jason25580
Datum: 02-05-2026 | Cijfer: 6 | Gelezen: 615
Lengte: Lang | Leestijd: 26 minuten | Lezers Online: 15
Trefwoord(en): Verjaardag, Young Adult,
Lengte: Lang | Leestijd: 26 minuten | Lezers Online: 15
Trefwoord(en): Verjaardag, Young Adult,
Voorstuk
Lena schrikt wakker. Het eerste wat ze voelt, is dat haar handen er nog zijn.
Dat klinkt vreemd, alsof je zou moeten controleren of ze er nog zitten. Maar zo voelt het. Haar vingers bewegen, langzaam, stroef, alsof ze door dikke lucht gaan. Iets snijdt in haar huid, strak om haar polsen. Geen scherpe pijn. Eerder een constante druk, een herinnering dat ze ergens aan vastzit.
Ze opent haar ogen.
Donker.
Niet het soort donker van een kamer zonder licht, maar het soort dat dieper zit. Alsof het licht hier ooit was, maar besloten heeft niet meer terug te komen.
Haar ademhaling klinkt te luid in haar eigen oren.
Ze ligt zacht.
Dat is het tweede wat ze opmerkt. Een matras. Bekend. Haar lichaam zakt er een beetje in, alsof het haar wil vasthouden. Alsof het wil doen alsof alles normaal is.
Maar niets voelt normaal.
Er zit stof aan haar wang geplakt. Of misschien zweet. Haar keel is droog. Haar hoofd zwaar, alsof er iets in rondklotst wat daar niet hoort.
Steunend op haar ellebogen probeert ze haar armen te bewegen. Een beetje vrijheid heeft ze. Net genoeg
De spanning om haar polsen trekt aan. Iets ruws. Geen touw dat ze herkent. Iets geïmproviseerd. Iets dat te strak zit om per ongeluk te zijn.
Ze ademt sneller.
“Hallo?” Haar stem komt er schor uit. Breekbaar. Alsof iemand anders praat.
Geen antwoord.
Van achter de deur hoort ze het geroezemoes. Mensen die lachen. Een feest. Haar feest. Langzaam komt het allemaal weer terug.
Ze probeert rechtop te komen. Het lukt half. Haar hoofd draait. De kamer—als dit een kamer is—lijkt te bewegen zonder dat er iets te zien is.
En dan voelt ze iets in haar hand.
Haar telefoon. Ze verstijft even. Alsof ze bang is dat het verdwijnt als ze het te snel beweegt.
Langzaam draait ze haar pols. Het scherm licht op. Te fel in de duisternis. Het snijdt door haar ogen heen.
Batterij: 47%. Geen bereik. Of… bijna geen. Een dun streepje dat verschijnt en weer verdwijnt, alsof het twijfelt.
Haar vingers trillen terwijl ze over het scherm gaat. Patronen die ze blind kent, maar die nu vreemd aanvoelen. Alsof haar handen niet meer helemaal van haar zijn.
Ze opent Snapchat.
Het icoontje voelt ineens… belangrijker dan alles.
Berichten. Snapmap. Namen.
Ze scrolt.
Wie?
Niet haar ouders. Dat kan niet. Dat durft ze niet. Of misschien… misschien kan het gewoon niet.
Ze weet niet waarom.
Ze weet alleen dat ze het niet doet.
Haar ademhaling versnelt weer. Ze voelt hoe haar hart ergens in haar keel klopt.
Nieuwe vriendverzoeken.
Onbekende namen. Mensen van school. Mensen die ze vaag kent. Of helemaal niet.
Eén naam blijft hangen.
Ze kent hem niet.
Geen profiel dat iets zegt. Geen duidelijke foto.
Gewoon… iemand.
Haar duim blijft er een seconde boven hangen.
Dan drukt ze.
Toevoegen.
Wachten.
Het duurt te lang. Of misschien maar een paar seconden.
Geaccepteerd.
Ze opent het chatvenster.
Het lege scherm kijkt haar aan. Alsof het wacht.
Haar vingers bewegen sneller nu. Onhandig. Te snel voor haar hoofd om bij te houden.
“ik weet niet waar ik ben”
Ze staart naar de zin.
Verwijdert hem niet.
Stuurt.
De drie puntjes verschijnen.
Iemand typt.
Haar adem stokt.
“wie is dit?”
Ze slikt. Haar keel voelt rauw.
Haar vingers gaan weer.
“ik ben lena ik vierede mijn verjaardag en ik ben thuis maar ook niet thuis ik denk”
Typfouten. Ze ziet ze. Corrigeert ze niet.
Stuurt.
Haar ogen beginnen te prikken.
Ze kijkt om zich heen.
Nog steeds niets.
Alleen dat donker.
En het gevoel dat er iets is.
Niet zichtbaar.
Maar aanwezig.
Altijd net buiten haar blik.
“rustig vertel wat er is gebeurd” verschijnt op haar scherm.
Rustig.
Dat woord voelt verkeerd.
Maar het is alles wat ze heeft.
Haar duimen zweven even boven het scherm.
En dan begint ze te typen.
12 uur eerder:
Vrijdagmiddag. Er hing iets in de lucht dat je niet kon aanwijzen, maar wel kon voelen. Alsof de dag net iets te stil was voor een schooldag, alsof zelfs de gangen van de school hun adem inhielden.
Lena merkte het al bij haar kluisje. Het metaal voelde kouder dan normaal tegen haar vingers, ondanks dat het buiten zacht lenteweer was. Iemand lachte verderop en het galmde door de gang alsof het nergens tegenaan botste.
“Vanavond toch?” vroeg Noor terwijl ze tegen het kluisje naast haar leunde.
Lena haalde haar schouders op, maar haar glimlach bleef hangen, net iets te lang.
“Ja… gewoon chill. Klein. Alleen jullie.”
Ze hoorde zelf hoe dat klonk. Alsof ze het probeerde te overtuigen.
Noor trok een wenkbrauw op. “Iedereen zegt dat ze komen.”
Iedereen. Dat woord bleef even tussen hen in hangen.
Lena sloeg haar kluisje dicht. De klap klonk harder dan bedoeld.
“Maakt niet uit lachte ze. Mijn ouders zijn toch weg.”
Maar toen ze wegliep, voelde ze het weer. Dat dunne, bijna onzichtbare draadje van spanning dat ergens achter haar ribben bleef haken.
---
Thuis rook het huis deze middag anders dan normaal.
Niet leeg, niet verlaten… maar alsof het wachtte.
Haar moeder stond in de keuken, een tas half dichtgeritst op het aanrecht. Haar vader liep heen en weer met sleutels, opladers, dingen die altijd op het laatste moment nog gezocht moesten worden.
“Alles staat in de koelkast,” zei haar moeder, zonder echt naar haar te kijken. “Niet vergeten te eten. En voor vanavond staat de punch al klaar”
Haar broertjes renden langs haar heen, opgewonden, rumoerig, hun stemmen vulden nog even de ruimtes die straks stil zouden zijn.
“En geen gekke dingen, hè?” zei haar vader, luchtig, maar met dat randje dat ouders altijd hebben als ze iets zeggen wat ze niet helemaal vertrouwen.
Lena knikte. “Komt goed.”
Ze meende het ook. Op dat moment.
De voordeur ging open. Koude lucht schoof even naar binnen. Jassen werden aangetrokken, tassen opgepakt. Er volgde een kort, rommelig afscheid—kus op haar wang, een half omhelzen, een “bel ons als er iets is. Fijne verjaardag schat!”.
Toen stonden ze buiten.
De auto startte. Motorgeronk. Grind dat kraakte onder banden.
Lena stond in de deuropening en zwaaide. Haar arm voelde ineens zwaar, alsof het niet alleen zwaaien was, maar iets anders—iets definitiefs voor dat weekend.
De auto reed weg. De straat werd stil.
Ze sloot de deur.
Het klikje van het slot klonk harder dan het had moeten doen.
Even gingen haar gedachten terug naar afgelopen woensdag. Haar verjaardag. Ze had een scooter gekregen van haar ouders. Al zou ze nog een jaar moeten wachten voor ze er echt op mocht rijden.
En vanavond zou ze het echt vieren. Met Noor, Sanne en Noëlla.
---
Het duurde misschien vijf minuten voordat de eerste bel ging.
Noor en Sanne stonden voor de deur, hun stemmen al hoorbaar voordat Lena hem open had.
“Oké, dit voelt dus illegaal,” zei Sanne terwijl ze haar schoenen uitschopte.
“Het is jouw huis,” zei Noor tegen Lena, “maar het voelt niet als jouw huis.”
Lena lachte. “Wacht maar tot straks” fluisterde Noor toen ze Lena een knuffel gaf.”
Ze zette muziek aan. Niet te hard. Gewoon genoeg om het huis te vullen.
Nog een bel. Noëlla was er. Nu konden ze echt beginnen.
En nog één.
Jassen stapelden zich op. Tassen belandden in hoeken. Stemmen begonnen door elkaar te lopen, eerst herkenbaar, daarna steeds minder.
Tien mensen. Vijftien.
Twintig.
Het ging snel. Te snel om bij te houden.
“Wie heeft die uitgenodigd?” fluisterde Noor een keer.
Lena haalde haar schouders op. Ze wist het niet meer precies.
Er kwamen jongens die ze vaag kende. Vrienden van vrienden. Oudere jongens ook. Met stemmen die al zwaarder klonken, met blikken die langer bleven hangen dan prettig was.
En het geluid… het veranderde.
Waar het eerst gelach was, werd het iets anders. Grover. Harder. Alsof iedereen net iets meer ruimte innam dan er eigenlijk was.
De lucht werd warm. Dik.
Iemand zette de muziek harder zonder te vragen. De bas begon door de vloer te trillen.
“Dit wordt groot,” zei Sanne, half lachend.
Lena knikte, maar haar ogen gingen naar de gang.
Er stonden schoenen tot aan de deur. Onbekende schoenen. Te veel.
---
Rond een uur of tien was het huis vol.
Niet druk, echt vol.
Mensen stonden in deuropeningen, zaten op de trap, leunden tegen muren. Het voelde alsof het huis een ademhaling had gekregen die niet meer synchroon liep met de hare.
En wat Lena ineens opviel, bijna alleen maar jongens.
Ze zag haar vriendinnen nog wel. Hier en daar. Maar de rest… schouders, stemmen, gelach dat lager klonk, zwaarder.
Er hing bravoure in de lucht. Dat typische, opgeklopte gedrag—een soort wedstrijd zonder regels.
“Wie durft—” hoorde ze ergens.
“Doe normaal, man.”
Glas dat ergens te hard werd neergezet.
Lena liep naar de keuken. Haar hand gleed langs het aanrecht. Het oppervlak voelde plakkerig, al wist ze niet wanneer dat gebeurd was.
Ze draaide zich om.
En voor een fractie van een seconde—niet langer—had ze het gevoel dat niemand haar zag.
Niet echt.
Alsof ze onderdeel was geworden van het huis zelf. Van de muren. Van de ruimte die gevuld werd, maar niet meer van haar was.
---
Toen sloeg de sfeer om.
Niet met een knal. Niet met een ruzie.
Maar langzaam.
Zoals licht dat verschuift als de zon ondergaat.
De muziek werd harder, maar het gelach minder. Blikken bleven langer hangen. Stemmen werden korter, scherper.
Er ontstonden kleine groepjes. Hoekjes waar dingen gebeurden die net buiten haar zicht vielen.
Ze hoorde haar naam een keer.
En nog een keer.
Niet vijandig. Maar ook niet vriendelijk.
Gewoon… aanwezig.
Te aanwezig.
Noor pakte haar arm. “Hé… dit voelt raar.”
Lena knikte langzaam.
“Ja.”
Ze keek naar de voordeur.
Nog steeds dicht.
Maar het voelde niet meer als haar deur.
Ze draaide zich om. Maar Noor was al weer weg.
Boven, op de overloop, was het stiller.
Ze stond daar even. Alleen.
Beneden bewoog het huis. Geluid, stemmen, muziek—alles leek van onder de trap omhoog te kruipen, maar hier was het dunner, kouder.
Ze liep haar kamer in.
Alles stond zoals ze het had achtergelaten. Bed opgemaakt. Bureau netjes. Een wereld die nog van haar was.
Ze ging op de rand van haar bed zitten.
En luisterde.
Er zat iets in het geluid beneden. Iets wat ze niet kon benoemen. Geen woorden. Geen specifieke stemmen.
Maar het klonk… anders.
Alsof het feest iets was geworden dat losstond van haar. Iets dat zichzelf voortbewoog.
Ze stond op.
Liepen terug naar de trap.
En toen ze naar beneden keek—
had ze heel even het gevoel dat het huis haar niet meer kende.
Ze bleef nog even staan op de overloop.
Er hing daar een spiegel—niet eens zo groot, maar groot genoeg om haar helemaal te vangen. Van haar blote knieën tot de losse pluk haar die steeds over haar gezicht viel.
Ze stapte ernaartoe.
Even gewoon kijken. Controleren.
Het licht boven was koeler dan beneden, witter, eerlijker. Het sneed als het ware door de zachtere gloed van het feest daaronder. In die spiegel zag alles er net iets scherper uit.
Haar rokje zat hoog. Korter dan ze zich herinnerde toen ze het vanmiddag aantrok. Haar topje sloot strak aan, trok licht bij haar schouders als ze ademhaalde. Haar ogen gleden over haar ronde borsten en priemende tepeltjes.
Even voelde ze schaamte. Toen de trost. Noor had haar gewed dat ze niet zonder bh durfde. En nu stond ze hier. Maar nu kon iedereen het zien. Elke jongen die ze kende. Elke jongen ze niet kende.
Ze draaide een beetje, van links naar rechts.
“Het kan,” mompelde ze zacht. Het was toch te laat om er nu iets aan te doen.
Haar vriendinnen liepen er ook luchtig. Het was mei. De lucht buiten had die eerste echte belofte van zomer—warm asfalt, open ramen, stemmen die tot laat buiten bleven hangen.
En het was haar verjaardag..
Dat moest gevierd worden. Toch?
Ze streek met haar handen langs haar heupen, alsof ze iets glad wilde strijken dat niet zichtbaar was. Iets onder de oppervlakte.
Voor een seconde. weer zo’n korte, glijdende seconde, herkende ze zichzelf niet helemaal in de spiegel. Alsof het beeld een fractie achterliep. Alsof het meisje daar al iets verder was dan
Van beneden klonk een plons. Hard gelach volgde. Iemand schreeuwde iets onverstaanbaars. Het geluid van glas dat tegen elkaar tikte.
Ze liep naar de trap en keek naar beneden, richting de achterdeur.
Die stond open.
De tuin was verlicht door een paar lampen en het zwakke, blauwige licht van het zwembad. Figuren bewogen daar—schaduwen die sprongen, doken, tegen elkaar botsten. Water dat opspatte, glinsterde, weer verdween.
Ze had geen idee wie er allemaal buiten waren.
En ergens—heel ergens—wist ze dat het er te veel waren.
Beneden rook het zoet.
De punch. Die grote schaal stond nog steeds op tafel. Dezelfde die haar moeder had klaargezet. Het standaard recept. Een beetje sap, fruit, misschien een beetje fris.
“Hier,” zei iemand, en er werd een plastic beker in haar hand gedrukt.
Ze keek ernaar. Rood. Glanzend. Stukjes fruit die tegen de rand dreven.
Ze nam een slok.
Het brandde een beetje.
Niet veel. Net genoeg om haar wenkbrauwen even te laten fronsen.
“Sterker dan verwacht, hè?” zei een jongen naast haar. Ze kende hem vaag, maar ze kom niet op zijn naam komen.
Ze haalde haar schouders op. “Valt mee.”
Maar haar keel voelde warm. Haar borst ook.
Ze nam nog een slok.
Het ging langzaam. Dat was het verraderlijke.Niet ineens. Niet duidelijk.
Gewoon… zachter worden. De randen van dingen die vervaagden.
De muziek klonk dieper, alsof het dichter bij haar lichaam zat dan bij haar oren. Het licht werd dikker, stroperiger bijna.
Iemand anders trok haar mee richting de woonkamer.
“Kom, dansen.”
Ze lachte. Of dacht dat ze lachte.
Haar voeten bewogen. Haar lichaam volgde. Niet helemaal bewust. Niet helemaal onbewust.
Handen.
Eerst vluchtig.
Een arm die langs haar schouder gleed. Een hand die haar even bij haar middel pakte om haar te draaien. Een andere hand op haar rokje. Ze voelde hoe een hand zacht in haat bil kneep
Dat hoorde erbij. Toch? Maar daarna bleven ze net iets langer hangen.
Iets steviger. Iets brutaler. Meer handen ook. Meer dan 2.
Ze voelde vingers die niet meteen loslieten. Haar rokje schoof langzaam omhoog. Ze voelde vingers op haar huid. Een druk op haar onderrug die haar iets dichter naar iemand toe trok.
Ze draaide zich om.
Gezichten.
Te dichtbij. Te veel.
Ze glimlachte weer. Automatisch.
“Rustig,” zei iemand lachend. Maar het klonk niet als een grap.
Nog een slok uit haar beker. Ze wist niet meer wanneer ze die opnieuw had gevuld.
De punch was zoeter geworden. Of zij was minder scherp.
De lucht was warm, zwaar van adem en drank en iets anders—iets dat leek op spanning, maar dan dikker, minder onschuldig.
“Jarig, toch?” zei een stem dicht bij haar oor.
Ze knikte.
“Gefeliciteerd,” zei hij, en zijn hand lag alweer op haar heup voordat ze iets kon zeggen.
Ze stapte een beetje achteruit. Of probeerde dat.
Maar er was iemand achter haar.
En naast haar.
En voor haar.
Het voelde niet als vastzitten.
Nog niet.
Maar ook niet meer als vrij bewegen
Noor verscheen even naast haar. Haar gezicht was rood, haar ogen glazig maar blij. Ze keek trots.
“Ik heb gezoend met Jason”
Lena wilde wat zeggen. Maar de zin bleef ergens hangen.
“Ik—” begon ze.
En toen lachte iemand hard naast haar. Iemand stootte tegen haar aan. Haar beker klotste over heup. Haar rokje was nat. Haar been was koud en plakkerig. Iemand fluisterde “sorry” en drukte een servetje op haar bovenbeen.
Ze keek weer naar Noor.
“Was het fijn?,” vroeg ze. “Heerlijk.” hoorde ze zeggen. Maar het geluid kwam van achter.
Ze draaide zich om en zag hoe Jorik naar haar toe boog. “Gefeliciteerd!” Zei hij en drukte zijn lippen op haar mond. Ze voelde zijn lippen open gaan, en haar lippen gleden automatisch mee.
Tijdens haar eerste zoen loste even alles op. Tot het moment dat ze besefte dat de punch op haar been nog steeds werd schoon geveegd. Al voelde dit niet meer als een servetje. Ze wilde achter zich kijken. Maar haar ogen zaten dicht.
De zoen van Jorik was veel te lekker. Ze nacht aan Noor en schrok. Ze opende haar ogen en duwde Jorik weg.
En in eens was alles weg. De zoen, Jorik, de hand op haar been, Noor.
Even was ze verdwaald, de weg kwijt. Midden in haar eigen woonkamer.
En ineens—heel even—had ze het gevoel dat de vloer onder haar voeten niet helemaal stevig was. Niet dat ze viel, maar alsof het huis zelf iets verschoof. Iets kleins. Iets wat niemand anders leek te merken.
Ze keek om zich heen.
Mensen lachten. Dansten. Praatten.
Maar het klonk… vlakker nu. Alsof het van verder weg kwam. Alsof zij degene was die zich verplaatste, zonder te bewegen.
Een hand gleed weer langs haar arm. “Kom mee,” zei iemand. Ze wist niet wie. Ze wist niet waarheen. En ze wist niet zeker of ze het wilde.
Maar haar lichaam bewoog al.
Ze voelde het
Haar voeten die de maat van de muziek misten, maar toch vooruit gingen. Haar lichaam dat draaide, langs schouders schoof, tussen mensen door gleed die te dichtbij stonden. Iemand lachte ergens naast haar oor. Een adem die warm tegen haar nek sloeg.
“Kom,” zei een stem. Niet dwingend. Niet vragend. Gewoon… vanzelfsprekend.
En haar lichaam volgde. Ze probeerde nog iets te zeggen. Iets kleins. Een grapje misschien. Of een “wacht even”.
Maar haar mond vormde geen woorden die bleven hangen. Ze losten op voordat ze de lucht bereikten.
De woonkamer werd de gang. De gang werd smaller dan ze zich herinnerde. De muren leken dichterbij te staan, alsof ze een beetje naar binnen waren geschoven.
Haar schouder raakte iets. Iemands hand lag daar meteen, corrigerend, sturend.
“Rustig,” zei iemand weer.Dat woord bleef terugkomen.
Rustig.
Alsof zij degene was die te snel ging.
Er werd gelachen achter haar. Niet gemeen. Niet vriendelijk. Gewoon… luid.
Ze draaide haar hoofd een beetje, probeerde gezichten te vinden die ze kende. Maar ze zag alleen flarden. Ogen. Monden. Schaduwen die bewogen in het warme licht. Het bewoog mee met haar. Mee met hen door de gang.
Alles liep door elkaar.Haar hoofd voelde licht en zwaar tegelijk. En ergens, diep vanbinnen, zat een gedachte die niet helemaal naar boven kwam, maar bleef duwen: Dit gaat niet zoals het moet.
De trap. Ze merkte pas dat ze omhoog ging toen haar voet een trede miste en iemand haar vastgreep. “Pas op,” zei een stem dichtbij.
Een hand om haar arm. Stevig. Te stevig.
Ze knikte, alsof ze begreep wat er gebeurde.Alsof zij degene was die struikelde.
Boven was het donkerder. Of misschien stiller. Het geluid van beneden kwam gefilterd omhoog. Gedempt. Alsof het door water ging.
Ze bleef even staan. Of dacht dat ze stil stond. Maar iemand achter haar duwde zacht tegen haar rug. Haar hand werd door iemand anders voort getrokken.
“Doorlopen.” Niet hard. Maar duidelijk.
De overloop over. De spiegel hing er nog. Ze zag zichzelf even, vluchtig, terwijl ze langs liep.
Een glimp. Haar ogen iets te glanzend. Haar bewegingen net niet synchroon met wat ze voelde. Alsof ze iemand anders nadeed. Ze wilde stoppen. Even blijven staan. Kijken. Controleren.
Maar haar lichaam deed dat niet. En de handen lieten het niet toe. Ze voelde niet hoe veel het er waren. Maar voelde hoe ze werd gestuurd door de ruimte.
Een deur ging open. Ze wist niet meer welke. Een kamer. Haar kamer? Misschien.
Het rook bekend. Dat was het eerste wat ze herkende. Haar bed. Haar spullen. Iets dat van haar was.
Maar er waren te veel mensen. Of misschien maar een paar. Het voelde als meer.
De ruimte werd kleiner toen ze binnenkwam. De lucht was warmer en voelde dikker.
“Ga even zitten,” zei iemand.
Haar knieën bogen voordat ze besloot dat te doen. Het matras gaf mee onder haar gewicht. Zacht. Vertrouwd. Dat was bijna het ergste. Dat het vertrouwd voelde.
Ze probeerde zich op te richten.
“Wacht” zei ze.
Of dacht dat ze het zei.
Een hand drukte haar schouder naar beneden. Niet hard. Maar genoeg.
“Rustig,” weer dat woord. Altijd dat woord.
Ze lachte, haast automatisch. Omdat iedereen lachte. Omdat dat makkelijker was. Maar het geluid dat uit haar kwam, klonk dun. Los van haarzelf.
Ze voelde vingers langs haar pols. Eerst vluchtig. Toen langer.
Ze keek omlaag. Probeerde scherp te stellen. Er zat iets om haar arm. Stof? Een mouw? Iets dat daar niet hoorde.
“Wat—” begon ze. Haar stem verdween weer.
“Gewoon even,” zei iemand. "Het komt goed.”
Altijd die woorden die niets zeiden. Maar alles afsloten.
Haar andere hand werd ook vastgepakt. Iets trok. Strakker.
Ze probeerde haar armen te bewegen. Niet ver. De weerstand kwam meteen.
Ze fronste.Dit klopte niet.Dit hoorde niet. Ze wist het. Ergens. Maar die gedachte kwam te laat. Of te langzaam.
“Stop even,” zei ze. Dit keer harder. Dat dacht ze ten minste. Maar niemand stopte. Of misschien hoorde niemand het.
Of misschien..
wilden ze het niet horen.
De kamer draaide een beetje, en zag gezichten boven haar. Voor haar. Overal rondom haar heen nu.
“Ga maar even liggen” en voor ze het wist drukten twee handen haar achter over op bed.
Toen haar lichaam het matras raakte waren de handen al verdubbeld. Ze drukten op haar buik. Gleden over haar benen.
Wat.. nee dit.. Lena kwam niet uit haar woorden. Alles draaide. Alles voelde. Anders. Net als de zoen van Jorik. Ze zuchte.
Er ging een klein gejuich op in de kamer. Lena kon goed uitvogelen hoeveel het er warmen. 6 leek nu te weinig. Stond de deur nog open? Even probeerde ze scherp te stellen. Ze zag blonde haren in de deuropening. “Noor? Ik.. Jorik deed het.. ze voelde schaamte. Ze wilde nog iets zeggen. Maar de handen gleden onder haar rokje en alles wat er uit kwam was een kreunde.
Dit keer voelde ze vingers. Niet zomaar onder haar rokje. De vingers gleden langs haar slipje. Drukten tegen haar schaamlipjes. Ze kon voelen dat ze nat was. Ze voelde hoe de stof plakte aan haar huid.
Haar mond zakte open. Voor ze de volgende kreun uit kon slaan voelde ze weer lippen op haar mond. Een tong zakte tegen de hare. Haar tweede zoen was heftiger. Smaakte zoeter, haast als kokos.
Ze probeerde hem aan te kijken, uit te vinden wie het was. Maar zijn blonde haar zakte voor haar ogen. Ze kreunde weer en zoende terug. De vingers waren onder de stof van haar slipje gezakt en hadden haar clitje gevonden.
Ze snakte naar adem. De zoen hield op en even zag ze in een vlaag hoe Noor in haar ogen keek. “We spelen truth or dare” fluisterde Noor. “Het spijt me”
Voor ze het wist was Noor weg.
Maar de kamer was niet leeg. De handen waren er nog. Ze bleven haar belasten. Haar benen. Haar buik. Haar borsten.. eerst nog door de stof. Maar toen brutaler. De stof werd weg getrokken. Omlaag. Een bandje knapte. Het andere ook.
De handen waren nu echt overal. Haar borsten werden gekneed. Ze voelde hoe er in haar tepeltjes werd geknepen.
Haar slipje was er niet meer. Haar rokje was op haar buik geschoven. Ze voelde hoe iemand op het bed was gekropen. Haar benen werden gespreid. Ze wilde wat zeggen. Tegenstribbelen.
Maar toen de eerste woorden over haar lippen probeerden te rollen voelde ze iets tegen haar lippen.
Haast automatisch zakte haar mond verder open. Alsof ze wist dat het erbij hoorde. Iemand naast haar had brutaal zijn broek laten zakken en zijn pik tegen haar kreunde mondje aan gedrukt.
Lena deed haar best de grote pik tussen haar lippen te nemen. Ondertussen voelde ze hoe er voor het eerst een tong tegen haar gleufje werd gedrukt.
Ze probeerde te kreunen. Maar voelde alleen maar hoe haar mondje meer gevuld werd door de pik.
Inmiddels was de kamer gevuld en stonden jongens klaar om de volgende te zijn. Gejuich klonk op bij elke stoot in het mondje van de jonge Lena.
De eerste jongen spoot na een paar stevige halen zijn zaad in haar mondje. Het krijtbord met de mooie zelfgeschreven tekst die altijd boven haar bed hing werd schoon geveegd.
De jongen schreef Hoofd: en zette een streepje.
Lena had haar mond nog vol. Ze wist niet wat ze moest doen probeerde het door te slikken, wat half lukte. De rest zakte langzaam langs haar kin omlaag.
Ze kreunde in eens hard. Een tong drukte op haar clitje terwijl vingers nu diep in haar maagdelijke kutje gleden.
Handen drukten haar benen verder uit elkaar. De volgende kreun werd ruw onderbroken door een nieuwe ziltige pik die haar mondje in ging. Een kleinere dit keer. Maat met net zoveel kracht.
Deel 2 volgt snel
Lena schrikt wakker. Het eerste wat ze voelt, is dat haar handen er nog zijn.
Dat klinkt vreemd, alsof je zou moeten controleren of ze er nog zitten. Maar zo voelt het. Haar vingers bewegen, langzaam, stroef, alsof ze door dikke lucht gaan. Iets snijdt in haar huid, strak om haar polsen. Geen scherpe pijn. Eerder een constante druk, een herinnering dat ze ergens aan vastzit.
Ze opent haar ogen.
Donker.
Niet het soort donker van een kamer zonder licht, maar het soort dat dieper zit. Alsof het licht hier ooit was, maar besloten heeft niet meer terug te komen.
Haar ademhaling klinkt te luid in haar eigen oren.
Ze ligt zacht.
Dat is het tweede wat ze opmerkt. Een matras. Bekend. Haar lichaam zakt er een beetje in, alsof het haar wil vasthouden. Alsof het wil doen alsof alles normaal is.
Maar niets voelt normaal.
Er zit stof aan haar wang geplakt. Of misschien zweet. Haar keel is droog. Haar hoofd zwaar, alsof er iets in rondklotst wat daar niet hoort.
Steunend op haar ellebogen probeert ze haar armen te bewegen. Een beetje vrijheid heeft ze. Net genoeg
De spanning om haar polsen trekt aan. Iets ruws. Geen touw dat ze herkent. Iets geïmproviseerd. Iets dat te strak zit om per ongeluk te zijn.
Ze ademt sneller.
“Hallo?” Haar stem komt er schor uit. Breekbaar. Alsof iemand anders praat.
Geen antwoord.
Van achter de deur hoort ze het geroezemoes. Mensen die lachen. Een feest. Haar feest. Langzaam komt het allemaal weer terug.
Ze probeert rechtop te komen. Het lukt half. Haar hoofd draait. De kamer—als dit een kamer is—lijkt te bewegen zonder dat er iets te zien is.
En dan voelt ze iets in haar hand.
Haar telefoon. Ze verstijft even. Alsof ze bang is dat het verdwijnt als ze het te snel beweegt.
Langzaam draait ze haar pols. Het scherm licht op. Te fel in de duisternis. Het snijdt door haar ogen heen.
Batterij: 47%. Geen bereik. Of… bijna geen. Een dun streepje dat verschijnt en weer verdwijnt, alsof het twijfelt.
Haar vingers trillen terwijl ze over het scherm gaat. Patronen die ze blind kent, maar die nu vreemd aanvoelen. Alsof haar handen niet meer helemaal van haar zijn.
Ze opent Snapchat.
Het icoontje voelt ineens… belangrijker dan alles.
Berichten. Snapmap. Namen.
Ze scrolt.
Wie?
Niet haar ouders. Dat kan niet. Dat durft ze niet. Of misschien… misschien kan het gewoon niet.
Ze weet niet waarom.
Ze weet alleen dat ze het niet doet.
Haar ademhaling versnelt weer. Ze voelt hoe haar hart ergens in haar keel klopt.
Nieuwe vriendverzoeken.
Onbekende namen. Mensen van school. Mensen die ze vaag kent. Of helemaal niet.
Eén naam blijft hangen.
Ze kent hem niet.
Geen profiel dat iets zegt. Geen duidelijke foto.
Gewoon… iemand.
Haar duim blijft er een seconde boven hangen.
Dan drukt ze.
Toevoegen.
Wachten.
Het duurt te lang. Of misschien maar een paar seconden.
Geaccepteerd.
Ze opent het chatvenster.
Het lege scherm kijkt haar aan. Alsof het wacht.
Haar vingers bewegen sneller nu. Onhandig. Te snel voor haar hoofd om bij te houden.
“ik weet niet waar ik ben”
Ze staart naar de zin.
Verwijdert hem niet.
Stuurt.
De drie puntjes verschijnen.
Iemand typt.
Haar adem stokt.
“wie is dit?”
Ze slikt. Haar keel voelt rauw.
Haar vingers gaan weer.
“ik ben lena ik vierede mijn verjaardag en ik ben thuis maar ook niet thuis ik denk”
Typfouten. Ze ziet ze. Corrigeert ze niet.
Stuurt.
Haar ogen beginnen te prikken.
Ze kijkt om zich heen.
Nog steeds niets.
Alleen dat donker.
En het gevoel dat er iets is.
Niet zichtbaar.
Maar aanwezig.
Altijd net buiten haar blik.
“rustig vertel wat er is gebeurd” verschijnt op haar scherm.
Rustig.
Dat woord voelt verkeerd.
Maar het is alles wat ze heeft.
Haar duimen zweven even boven het scherm.
En dan begint ze te typen.
12 uur eerder:
Vrijdagmiddag. Er hing iets in de lucht dat je niet kon aanwijzen, maar wel kon voelen. Alsof de dag net iets te stil was voor een schooldag, alsof zelfs de gangen van de school hun adem inhielden.
Lena merkte het al bij haar kluisje. Het metaal voelde kouder dan normaal tegen haar vingers, ondanks dat het buiten zacht lenteweer was. Iemand lachte verderop en het galmde door de gang alsof het nergens tegenaan botste.
“Vanavond toch?” vroeg Noor terwijl ze tegen het kluisje naast haar leunde.
Lena haalde haar schouders op, maar haar glimlach bleef hangen, net iets te lang.
“Ja… gewoon chill. Klein. Alleen jullie.”
Ze hoorde zelf hoe dat klonk. Alsof ze het probeerde te overtuigen.
Noor trok een wenkbrauw op. “Iedereen zegt dat ze komen.”
Iedereen. Dat woord bleef even tussen hen in hangen.
Lena sloeg haar kluisje dicht. De klap klonk harder dan bedoeld.
“Maakt niet uit lachte ze. Mijn ouders zijn toch weg.”
Maar toen ze wegliep, voelde ze het weer. Dat dunne, bijna onzichtbare draadje van spanning dat ergens achter haar ribben bleef haken.
---
Thuis rook het huis deze middag anders dan normaal.
Niet leeg, niet verlaten… maar alsof het wachtte.
Haar moeder stond in de keuken, een tas half dichtgeritst op het aanrecht. Haar vader liep heen en weer met sleutels, opladers, dingen die altijd op het laatste moment nog gezocht moesten worden.
“Alles staat in de koelkast,” zei haar moeder, zonder echt naar haar te kijken. “Niet vergeten te eten. En voor vanavond staat de punch al klaar”
Haar broertjes renden langs haar heen, opgewonden, rumoerig, hun stemmen vulden nog even de ruimtes die straks stil zouden zijn.
“En geen gekke dingen, hè?” zei haar vader, luchtig, maar met dat randje dat ouders altijd hebben als ze iets zeggen wat ze niet helemaal vertrouwen.
Lena knikte. “Komt goed.”
Ze meende het ook. Op dat moment.
De voordeur ging open. Koude lucht schoof even naar binnen. Jassen werden aangetrokken, tassen opgepakt. Er volgde een kort, rommelig afscheid—kus op haar wang, een half omhelzen, een “bel ons als er iets is. Fijne verjaardag schat!”.
Toen stonden ze buiten.
De auto startte. Motorgeronk. Grind dat kraakte onder banden.
Lena stond in de deuropening en zwaaide. Haar arm voelde ineens zwaar, alsof het niet alleen zwaaien was, maar iets anders—iets definitiefs voor dat weekend.
De auto reed weg. De straat werd stil.
Ze sloot de deur.
Het klikje van het slot klonk harder dan het had moeten doen.
Even gingen haar gedachten terug naar afgelopen woensdag. Haar verjaardag. Ze had een scooter gekregen van haar ouders. Al zou ze nog een jaar moeten wachten voor ze er echt op mocht rijden.
En vanavond zou ze het echt vieren. Met Noor, Sanne en Noëlla.
---
Het duurde misschien vijf minuten voordat de eerste bel ging.
Noor en Sanne stonden voor de deur, hun stemmen al hoorbaar voordat Lena hem open had.
“Oké, dit voelt dus illegaal,” zei Sanne terwijl ze haar schoenen uitschopte.
“Het is jouw huis,” zei Noor tegen Lena, “maar het voelt niet als jouw huis.”
Lena lachte. “Wacht maar tot straks” fluisterde Noor toen ze Lena een knuffel gaf.”
Ze zette muziek aan. Niet te hard. Gewoon genoeg om het huis te vullen.
Nog een bel. Noëlla was er. Nu konden ze echt beginnen.
En nog één.
Jassen stapelden zich op. Tassen belandden in hoeken. Stemmen begonnen door elkaar te lopen, eerst herkenbaar, daarna steeds minder.
Tien mensen. Vijftien.
Twintig.
Het ging snel. Te snel om bij te houden.
“Wie heeft die uitgenodigd?” fluisterde Noor een keer.
Lena haalde haar schouders op. Ze wist het niet meer precies.
Er kwamen jongens die ze vaag kende. Vrienden van vrienden. Oudere jongens ook. Met stemmen die al zwaarder klonken, met blikken die langer bleven hangen dan prettig was.
En het geluid… het veranderde.
Waar het eerst gelach was, werd het iets anders. Grover. Harder. Alsof iedereen net iets meer ruimte innam dan er eigenlijk was.
De lucht werd warm. Dik.
Iemand zette de muziek harder zonder te vragen. De bas begon door de vloer te trillen.
“Dit wordt groot,” zei Sanne, half lachend.
Lena knikte, maar haar ogen gingen naar de gang.
Er stonden schoenen tot aan de deur. Onbekende schoenen. Te veel.
---
Rond een uur of tien was het huis vol.
Niet druk, echt vol.
Mensen stonden in deuropeningen, zaten op de trap, leunden tegen muren. Het voelde alsof het huis een ademhaling had gekregen die niet meer synchroon liep met de hare.
En wat Lena ineens opviel, bijna alleen maar jongens.
Ze zag haar vriendinnen nog wel. Hier en daar. Maar de rest… schouders, stemmen, gelach dat lager klonk, zwaarder.
Er hing bravoure in de lucht. Dat typische, opgeklopte gedrag—een soort wedstrijd zonder regels.
“Wie durft—” hoorde ze ergens.
“Doe normaal, man.”
Glas dat ergens te hard werd neergezet.
Lena liep naar de keuken. Haar hand gleed langs het aanrecht. Het oppervlak voelde plakkerig, al wist ze niet wanneer dat gebeurd was.
Ze draaide zich om.
En voor een fractie van een seconde—niet langer—had ze het gevoel dat niemand haar zag.
Niet echt.
Alsof ze onderdeel was geworden van het huis zelf. Van de muren. Van de ruimte die gevuld werd, maar niet meer van haar was.
---
Toen sloeg de sfeer om.
Niet met een knal. Niet met een ruzie.
Maar langzaam.
Zoals licht dat verschuift als de zon ondergaat.
De muziek werd harder, maar het gelach minder. Blikken bleven langer hangen. Stemmen werden korter, scherper.
Er ontstonden kleine groepjes. Hoekjes waar dingen gebeurden die net buiten haar zicht vielen.
Ze hoorde haar naam een keer.
En nog een keer.
Niet vijandig. Maar ook niet vriendelijk.
Gewoon… aanwezig.
Te aanwezig.
Noor pakte haar arm. “Hé… dit voelt raar.”
Lena knikte langzaam.
“Ja.”
Ze keek naar de voordeur.
Nog steeds dicht.
Maar het voelde niet meer als haar deur.
Ze draaide zich om. Maar Noor was al weer weg.
Boven, op de overloop, was het stiller.
Ze stond daar even. Alleen.
Beneden bewoog het huis. Geluid, stemmen, muziek—alles leek van onder de trap omhoog te kruipen, maar hier was het dunner, kouder.
Ze liep haar kamer in.
Alles stond zoals ze het had achtergelaten. Bed opgemaakt. Bureau netjes. Een wereld die nog van haar was.
Ze ging op de rand van haar bed zitten.
En luisterde.
Er zat iets in het geluid beneden. Iets wat ze niet kon benoemen. Geen woorden. Geen specifieke stemmen.
Maar het klonk… anders.
Alsof het feest iets was geworden dat losstond van haar. Iets dat zichzelf voortbewoog.
Ze stond op.
Liepen terug naar de trap.
En toen ze naar beneden keek—
had ze heel even het gevoel dat het huis haar niet meer kende.
Ze bleef nog even staan op de overloop.
Er hing daar een spiegel—niet eens zo groot, maar groot genoeg om haar helemaal te vangen. Van haar blote knieën tot de losse pluk haar die steeds over haar gezicht viel.
Ze stapte ernaartoe.
Even gewoon kijken. Controleren.
Het licht boven was koeler dan beneden, witter, eerlijker. Het sneed als het ware door de zachtere gloed van het feest daaronder. In die spiegel zag alles er net iets scherper uit.
Haar rokje zat hoog. Korter dan ze zich herinnerde toen ze het vanmiddag aantrok. Haar topje sloot strak aan, trok licht bij haar schouders als ze ademhaalde. Haar ogen gleden over haar ronde borsten en priemende tepeltjes.
Even voelde ze schaamte. Toen de trost. Noor had haar gewed dat ze niet zonder bh durfde. En nu stond ze hier. Maar nu kon iedereen het zien. Elke jongen die ze kende. Elke jongen ze niet kende.
Ze draaide een beetje, van links naar rechts.
“Het kan,” mompelde ze zacht. Het was toch te laat om er nu iets aan te doen.
Haar vriendinnen liepen er ook luchtig. Het was mei. De lucht buiten had die eerste echte belofte van zomer—warm asfalt, open ramen, stemmen die tot laat buiten bleven hangen.
En het was haar verjaardag..
Dat moest gevierd worden. Toch?
Ze streek met haar handen langs haar heupen, alsof ze iets glad wilde strijken dat niet zichtbaar was. Iets onder de oppervlakte.
Voor een seconde. weer zo’n korte, glijdende seconde, herkende ze zichzelf niet helemaal in de spiegel. Alsof het beeld een fractie achterliep. Alsof het meisje daar al iets verder was dan
Van beneden klonk een plons. Hard gelach volgde. Iemand schreeuwde iets onverstaanbaars. Het geluid van glas dat tegen elkaar tikte.
Ze liep naar de trap en keek naar beneden, richting de achterdeur.
Die stond open.
De tuin was verlicht door een paar lampen en het zwakke, blauwige licht van het zwembad. Figuren bewogen daar—schaduwen die sprongen, doken, tegen elkaar botsten. Water dat opspatte, glinsterde, weer verdween.
Ze had geen idee wie er allemaal buiten waren.
En ergens—heel ergens—wist ze dat het er te veel waren.
Beneden rook het zoet.
De punch. Die grote schaal stond nog steeds op tafel. Dezelfde die haar moeder had klaargezet. Het standaard recept. Een beetje sap, fruit, misschien een beetje fris.
“Hier,” zei iemand, en er werd een plastic beker in haar hand gedrukt.
Ze keek ernaar. Rood. Glanzend. Stukjes fruit die tegen de rand dreven.
Ze nam een slok.
Het brandde een beetje.
Niet veel. Net genoeg om haar wenkbrauwen even te laten fronsen.
“Sterker dan verwacht, hè?” zei een jongen naast haar. Ze kende hem vaag, maar ze kom niet op zijn naam komen.
Ze haalde haar schouders op. “Valt mee.”
Maar haar keel voelde warm. Haar borst ook.
Ze nam nog een slok.
Het ging langzaam. Dat was het verraderlijke.Niet ineens. Niet duidelijk.
Gewoon… zachter worden. De randen van dingen die vervaagden.
De muziek klonk dieper, alsof het dichter bij haar lichaam zat dan bij haar oren. Het licht werd dikker, stroperiger bijna.
Iemand anders trok haar mee richting de woonkamer.
“Kom, dansen.”
Ze lachte. Of dacht dat ze lachte.
Haar voeten bewogen. Haar lichaam volgde. Niet helemaal bewust. Niet helemaal onbewust.
Handen.
Eerst vluchtig.
Een arm die langs haar schouder gleed. Een hand die haar even bij haar middel pakte om haar te draaien. Een andere hand op haar rokje. Ze voelde hoe een hand zacht in haat bil kneep
Dat hoorde erbij. Toch? Maar daarna bleven ze net iets langer hangen.
Iets steviger. Iets brutaler. Meer handen ook. Meer dan 2.
Ze voelde vingers die niet meteen loslieten. Haar rokje schoof langzaam omhoog. Ze voelde vingers op haar huid. Een druk op haar onderrug die haar iets dichter naar iemand toe trok.
Ze draaide zich om.
Gezichten.
Te dichtbij. Te veel.
Ze glimlachte weer. Automatisch.
“Rustig,” zei iemand lachend. Maar het klonk niet als een grap.
Nog een slok uit haar beker. Ze wist niet meer wanneer ze die opnieuw had gevuld.
De punch was zoeter geworden. Of zij was minder scherp.
De lucht was warm, zwaar van adem en drank en iets anders—iets dat leek op spanning, maar dan dikker, minder onschuldig.
“Jarig, toch?” zei een stem dicht bij haar oor.
Ze knikte.
“Gefeliciteerd,” zei hij, en zijn hand lag alweer op haar heup voordat ze iets kon zeggen.
Ze stapte een beetje achteruit. Of probeerde dat.
Maar er was iemand achter haar.
En naast haar.
En voor haar.
Het voelde niet als vastzitten.
Nog niet.
Maar ook niet meer als vrij bewegen
Noor verscheen even naast haar. Haar gezicht was rood, haar ogen glazig maar blij. Ze keek trots.
“Ik heb gezoend met Jason”
Lena wilde wat zeggen. Maar de zin bleef ergens hangen.
“Ik—” begon ze.
En toen lachte iemand hard naast haar. Iemand stootte tegen haar aan. Haar beker klotste over heup. Haar rokje was nat. Haar been was koud en plakkerig. Iemand fluisterde “sorry” en drukte een servetje op haar bovenbeen.
Ze keek weer naar Noor.
“Was het fijn?,” vroeg ze. “Heerlijk.” hoorde ze zeggen. Maar het geluid kwam van achter.
Ze draaide zich om en zag hoe Jorik naar haar toe boog. “Gefeliciteerd!” Zei hij en drukte zijn lippen op haar mond. Ze voelde zijn lippen open gaan, en haar lippen gleden automatisch mee.
Tijdens haar eerste zoen loste even alles op. Tot het moment dat ze besefte dat de punch op haar been nog steeds werd schoon geveegd. Al voelde dit niet meer als een servetje. Ze wilde achter zich kijken. Maar haar ogen zaten dicht.
De zoen van Jorik was veel te lekker. Ze nacht aan Noor en schrok. Ze opende haar ogen en duwde Jorik weg.
En in eens was alles weg. De zoen, Jorik, de hand op haar been, Noor.
Even was ze verdwaald, de weg kwijt. Midden in haar eigen woonkamer.
En ineens—heel even—had ze het gevoel dat de vloer onder haar voeten niet helemaal stevig was. Niet dat ze viel, maar alsof het huis zelf iets verschoof. Iets kleins. Iets wat niemand anders leek te merken.
Ze keek om zich heen.
Mensen lachten. Dansten. Praatten.
Maar het klonk… vlakker nu. Alsof het van verder weg kwam. Alsof zij degene was die zich verplaatste, zonder te bewegen.
Een hand gleed weer langs haar arm. “Kom mee,” zei iemand. Ze wist niet wie. Ze wist niet waarheen. En ze wist niet zeker of ze het wilde.
Maar haar lichaam bewoog al.
Ze voelde het
Haar voeten die de maat van de muziek misten, maar toch vooruit gingen. Haar lichaam dat draaide, langs schouders schoof, tussen mensen door gleed die te dichtbij stonden. Iemand lachte ergens naast haar oor. Een adem die warm tegen haar nek sloeg.
“Kom,” zei een stem. Niet dwingend. Niet vragend. Gewoon… vanzelfsprekend.
En haar lichaam volgde. Ze probeerde nog iets te zeggen. Iets kleins. Een grapje misschien. Of een “wacht even”.
Maar haar mond vormde geen woorden die bleven hangen. Ze losten op voordat ze de lucht bereikten.
De woonkamer werd de gang. De gang werd smaller dan ze zich herinnerde. De muren leken dichterbij te staan, alsof ze een beetje naar binnen waren geschoven.
Haar schouder raakte iets. Iemands hand lag daar meteen, corrigerend, sturend.
“Rustig,” zei iemand weer.Dat woord bleef terugkomen.
Rustig.
Alsof zij degene was die te snel ging.
Er werd gelachen achter haar. Niet gemeen. Niet vriendelijk. Gewoon… luid.
Ze draaide haar hoofd een beetje, probeerde gezichten te vinden die ze kende. Maar ze zag alleen flarden. Ogen. Monden. Schaduwen die bewogen in het warme licht. Het bewoog mee met haar. Mee met hen door de gang.
Alles liep door elkaar.Haar hoofd voelde licht en zwaar tegelijk. En ergens, diep vanbinnen, zat een gedachte die niet helemaal naar boven kwam, maar bleef duwen: Dit gaat niet zoals het moet.
De trap. Ze merkte pas dat ze omhoog ging toen haar voet een trede miste en iemand haar vastgreep. “Pas op,” zei een stem dichtbij.
Een hand om haar arm. Stevig. Te stevig.
Ze knikte, alsof ze begreep wat er gebeurde.Alsof zij degene was die struikelde.
Boven was het donkerder. Of misschien stiller. Het geluid van beneden kwam gefilterd omhoog. Gedempt. Alsof het door water ging.
Ze bleef even staan. Of dacht dat ze stil stond. Maar iemand achter haar duwde zacht tegen haar rug. Haar hand werd door iemand anders voort getrokken.
“Doorlopen.” Niet hard. Maar duidelijk.
De overloop over. De spiegel hing er nog. Ze zag zichzelf even, vluchtig, terwijl ze langs liep.
Een glimp. Haar ogen iets te glanzend. Haar bewegingen net niet synchroon met wat ze voelde. Alsof ze iemand anders nadeed. Ze wilde stoppen. Even blijven staan. Kijken. Controleren.
Maar haar lichaam deed dat niet. En de handen lieten het niet toe. Ze voelde niet hoe veel het er waren. Maar voelde hoe ze werd gestuurd door de ruimte.
Een deur ging open. Ze wist niet meer welke. Een kamer. Haar kamer? Misschien.
Het rook bekend. Dat was het eerste wat ze herkende. Haar bed. Haar spullen. Iets dat van haar was.
Maar er waren te veel mensen. Of misschien maar een paar. Het voelde als meer.
De ruimte werd kleiner toen ze binnenkwam. De lucht was warmer en voelde dikker.
“Ga even zitten,” zei iemand.
Haar knieën bogen voordat ze besloot dat te doen. Het matras gaf mee onder haar gewicht. Zacht. Vertrouwd. Dat was bijna het ergste. Dat het vertrouwd voelde.
Ze probeerde zich op te richten.
“Wacht” zei ze.
Of dacht dat ze het zei.
Een hand drukte haar schouder naar beneden. Niet hard. Maar genoeg.
“Rustig,” weer dat woord. Altijd dat woord.
Ze lachte, haast automatisch. Omdat iedereen lachte. Omdat dat makkelijker was. Maar het geluid dat uit haar kwam, klonk dun. Los van haarzelf.
Ze voelde vingers langs haar pols. Eerst vluchtig. Toen langer.
Ze keek omlaag. Probeerde scherp te stellen. Er zat iets om haar arm. Stof? Een mouw? Iets dat daar niet hoorde.
“Wat—” begon ze. Haar stem verdween weer.
“Gewoon even,” zei iemand. "Het komt goed.”
Altijd die woorden die niets zeiden. Maar alles afsloten.
Haar andere hand werd ook vastgepakt. Iets trok. Strakker.
Ze probeerde haar armen te bewegen. Niet ver. De weerstand kwam meteen.
Ze fronste.Dit klopte niet.Dit hoorde niet. Ze wist het. Ergens. Maar die gedachte kwam te laat. Of te langzaam.
“Stop even,” zei ze. Dit keer harder. Dat dacht ze ten minste. Maar niemand stopte. Of misschien hoorde niemand het.
Of misschien..
wilden ze het niet horen.
De kamer draaide een beetje, en zag gezichten boven haar. Voor haar. Overal rondom haar heen nu.
“Ga maar even liggen” en voor ze het wist drukten twee handen haar achter over op bed.
Toen haar lichaam het matras raakte waren de handen al verdubbeld. Ze drukten op haar buik. Gleden over haar benen.
Wat.. nee dit.. Lena kwam niet uit haar woorden. Alles draaide. Alles voelde. Anders. Net als de zoen van Jorik. Ze zuchte.
Er ging een klein gejuich op in de kamer. Lena kon goed uitvogelen hoeveel het er warmen. 6 leek nu te weinig. Stond de deur nog open? Even probeerde ze scherp te stellen. Ze zag blonde haren in de deuropening. “Noor? Ik.. Jorik deed het.. ze voelde schaamte. Ze wilde nog iets zeggen. Maar de handen gleden onder haar rokje en alles wat er uit kwam was een kreunde.
Dit keer voelde ze vingers. Niet zomaar onder haar rokje. De vingers gleden langs haar slipje. Drukten tegen haar schaamlipjes. Ze kon voelen dat ze nat was. Ze voelde hoe de stof plakte aan haar huid.
Haar mond zakte open. Voor ze de volgende kreun uit kon slaan voelde ze weer lippen op haar mond. Een tong zakte tegen de hare. Haar tweede zoen was heftiger. Smaakte zoeter, haast als kokos.
Ze probeerde hem aan te kijken, uit te vinden wie het was. Maar zijn blonde haar zakte voor haar ogen. Ze kreunde weer en zoende terug. De vingers waren onder de stof van haar slipje gezakt en hadden haar clitje gevonden.
Ze snakte naar adem. De zoen hield op en even zag ze in een vlaag hoe Noor in haar ogen keek. “We spelen truth or dare” fluisterde Noor. “Het spijt me”
Voor ze het wist was Noor weg.
Maar de kamer was niet leeg. De handen waren er nog. Ze bleven haar belasten. Haar benen. Haar buik. Haar borsten.. eerst nog door de stof. Maar toen brutaler. De stof werd weg getrokken. Omlaag. Een bandje knapte. Het andere ook.
De handen waren nu echt overal. Haar borsten werden gekneed. Ze voelde hoe er in haar tepeltjes werd geknepen.
Haar slipje was er niet meer. Haar rokje was op haar buik geschoven. Ze voelde hoe iemand op het bed was gekropen. Haar benen werden gespreid. Ze wilde wat zeggen. Tegenstribbelen.
Maar toen de eerste woorden over haar lippen probeerden te rollen voelde ze iets tegen haar lippen.
Haast automatisch zakte haar mond verder open. Alsof ze wist dat het erbij hoorde. Iemand naast haar had brutaal zijn broek laten zakken en zijn pik tegen haar kreunde mondje aan gedrukt.
Lena deed haar best de grote pik tussen haar lippen te nemen. Ondertussen voelde ze hoe er voor het eerst een tong tegen haar gleufje werd gedrukt.
Ze probeerde te kreunen. Maar voelde alleen maar hoe haar mondje meer gevuld werd door de pik.
Inmiddels was de kamer gevuld en stonden jongens klaar om de volgende te zijn. Gejuich klonk op bij elke stoot in het mondje van de jonge Lena.
De eerste jongen spoot na een paar stevige halen zijn zaad in haar mondje. Het krijtbord met de mooie zelfgeschreven tekst die altijd boven haar bed hing werd schoon geveegd.
De jongen schreef Hoofd: en zette een streepje.
Lena had haar mond nog vol. Ze wist niet wat ze moest doen probeerde het door te slikken, wat half lukte. De rest zakte langzaam langs haar kin omlaag.
Ze kreunde in eens hard. Een tong drukte op haar clitje terwijl vingers nu diep in haar maagdelijke kutje gleden.
Handen drukten haar benen verder uit elkaar. De volgende kreun werd ruw onderbroken door een nieuwe ziltige pik die haar mondje in ging. Een kleinere dit keer. Maat met net zoveel kracht.
Deel 2 volgt snel
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10

Ontdek meer over mij op mijn profiel pagina, bekijk mijn verhalen, laat een berichtje achter of schrijf je in om een mail te ontvangen bij nieuwe verhalen!
