Door: Jefferson
Datum: 02-05-2026 | Cijfer: 9.2 | Gelezen: 274
Lengte: Lang | Leestijd: 21 minuten | Lezers Online: 8
Lengte: Lang | Leestijd: 21 minuten | Lezers Online: 8
Zit ik dan. Op de grond. Op m'n knieën. Een zacht kussen onder m'n knieën. De zoom van de rok er net boven, vochtig van mijn handen die erin knijpen. Het is heel warm. Benauwend warm. De lucht hangt stil. Alsof er geen plek is waar het naartoe kan. Alsof alles hier blijft.
Bonkende muziek op de achtergrond. Ik hoor stemmen buiten de ruimte. Mannen. Gelach en bravoure. Het komt in golven. Harder. Zachter. Weer harder. Ik wacht. Ik kan niet meer terug. Of toch wel? Nee, ik wil dit. Dat zeg ik tegen mezelf. Nog een keer. Ik wil dit.
Vier wanden. Hout. Warm. Niet knus. Het heeft iets zakelijks. Iets dat zegt dat dit vaker gebeurt. Dat ik niet de eerste ben. Dat ik ook niet de laatste zal zijn. Het hout lijkt het te weten. Transacties worden hier verricht.
Ik adem diep in. Blaas lang uit. Nog een keer. Dieper. Langzamer. M'n rug recht. M'n schouders strak. Zien ze me? Ik weet het niet zeker. Voelen ze dat ik hier zit? Dat ik wacht? Waarom duurt het zo lang?
Mijn handen bewegen weer. Dezelfde plek. Dezelfde stof. Ik knijp erin. Laat los. Knijp weer. Kleine beweging. Grote reactie. Mijn adem schiet omhoog. Ik dwing hem terug naar beneden.
En dan. Voor me gebeurt het. Een rondje op de muur. Een schuifje. Het bleef al die tijd dicht. Ik heb er al die tijd naar gekeken. Alsof het uit zichzelf zou bewegen. Alsof ik het kon laten gebeuren door te blijven kijken. En nu gaat het langzaam open. Het schuivende geluid is tergend. Te langzaam. Alsof het expres is. Zwart. Meer zie ik niet.
Ik slik. Ik ga rechter zitten. Nog rechter. Alsof dat iets verandert. Ik krijg het nog warmer. Mijn knieën drukken harder in het kussen. Ik voel het nu pas echt. De druk. De spanning.
Langzaam schuift het door het gat heen. Het past net. Een eikel. Lichtbruin. Trillend. Langzaam mijn kant op. Niet gehaast. Geen twijfel. Tot vlak voor mijn neus. Ter hoogte van mijn mond. Daar waar de transactie plaats gaat vinden. Het blijft daar. Wachtend.
Achter die lichtbruine eikel een donkere schacht. Dieper van kleur. Zwart. Halverwege nog dikker dan de eikel zelf. Voorhuid strak naar achteren getrokken. De huid gespannen. Aders zichtbaar, licht verheven, kronkelend langs de lengte. Het beweegt nauwelijks, maar leeft. Het reageert op elke adem die ik uitblaas.
M'n mond valt automatisch open, maar van verwondering. Mijn ogen blijven erop gericht. Ik knipper bijna niet. Dit is wat ik wilde. Dit is waar ik voor ben gaan zitten. Dus zit ik hier... En geen idee wie daar staat.
Hij trilt. Mijn adem botst ertegen en het reageert. Een klein sprongetje. Alsof het leeft. Alsof het op mij reageert. Een minimale druppel voorvocht glinstert tevoorschijn, aan de rand van de eikel. Klein. Maar zichtbaar. De rest is zo groot. Ik kan dit niet. Te groot. Te veel. Wat doe ik hier? Wat dacht ik dat dit was?
En toch blijf ik zitten. Ik beweeg niet weg. Ik kijk niet weg. M'n lichaam kriebelt. Daar beneden. Laag. Diep. Dit is waarom ik hier zit. Dit is waarom ik ben gebleven.
Mijn adem gaat sneller. Ik probeer hem te tellen. Eén. Twee. In. Uit. Het helpt niet. Mijn handen bewegen weer. Zonder dat ik het echt besluit.
Dan heeft nog maar één hand de zoom van m'n rokje vast. De ander beweegt. Langzaam. Voorzichtig. Alsof ik het uitstel. Alsof ik het juist niet wil versnellen. Alsof tijd hier anders loopt.
Alsof ik er geen controle over heb. Mijn vingers raken het. Net achter de eikel. Warm. Strak. Mijn huid tegen die van hem. Hij reageert weer. Een kleine beweging. Genoeg om me te laten voelen dat het echt is.
Het wordt stiller buiten het hokje. Of ik hoor het minder. De muziek zakt weg. De stemmen verdwijnen naar de achtergrond. Alles zit hier. In dit moment.
Mijn vingers glijden door, totdat ik m'n hand erom heb liggen. Te groot om te omsluiten. Mijn hand sluit niet volledig. Dat voel ik meteen. De spanning is ondragelijk. In mijn hand. In mijn lichaam. In mijn hoofd.
Ik kan niet meer terug.
Avondje uit met vriendinnen. We hadden het er al eerder over gehad. Die ene club. Dat ene soort jongen. Waar meisjes zoals wij niks te zoeken hadden. Tenzij we dit zochten. Tenzij we precies wisten waar we aan begonnen. Waar de rest is weet ik niet. Misschien zitten ze hier ook. Achter een deur. Net als ik. Ik werd uitgenodigd. Als ik het wilde, dan kon ik mee. Dus ging ik mee. Alsof het niets was. Alsof ik wist wat me te wachten stond.
Een ruimte achter in de club. Nauwe gangetjes. Te smal om elkaar fatsoenlijk te passeren. Deurtjes. Allemaal hetzelfde. Zonder namen. Zonder tekens. Ik ging door zo'n deurtje. Gewoon één van de velen. Nu zat ik hier. Zat de rest ook achter een deurtje? Of stonden ze nog buiten? Lachten ze nog? Dachten ze aan mij?
Ik opende mijn mond. Ik sloot m'n ogen. M'n gedachten werden leeg. Of probeerden leeg te worden. Terugkrabbelen was geen optie. Dat voelde als falen. Alsof ik iets had beloofd. Aan hen. Aan mezelf. Ik moest het gewoon doen. Dan ging het ook weer voorbij. En dat ik het leuk vond, terwijl ik het deed, was de bonus, de kick, de reden waarom ik hier echt zat. Niet voor hen. Voor mij.
Met één hand wreef ik over de dikte van zijn schacht. Mijn lippen had ik vochtig gemaakt en schoven over zijn eikel. Tot halverwege. Ik begon rustig. Langzaam. Alsof ik het wilde leren kennen. Alsof ik tijd had. Ik zoog wel eens jongens af. Dat wist ik. Dat kon ik. Maar dit was wel iets anders. Zo fout. Zo onbekend. Donker en groot. Anders dan alles wat ik kende. Ik hoorde hem niet kreunen of zuchten. Het geluid van buiten was te luid. Die opzwepende muziek waarop we nog hadden gedanst en hadden gesjanst. Gevaarlijk. Maar van wie deze grote penis was? Ik wist het niet. Het maakte niet meer uit. Misschien wilde ik het ook niet weten.
Mijn lippen wennen langzaam aan de hitte van zijn eikel. Het voelt anders dan verwacht. Warmer. Zachter. Ik zuig het druppeltje voorvocht naar binnen. Voel meer eruit sijpelen. Mijn ademhaling is rustig. Door m'n neus. Maar hoorbaar. Te horen voor hem. Voor mij. M'n lippen gaan steeds iets verder. Naar de rand toe. Steeds meer eikel op m'n tong. De smaak is niet te weerstaan. Anders. Sterker. Ik proef het en wil meer. En wanneer mijn onderlip voor het eerst voorbij de eikel gaat, laat ik plots een zacht kreuntje uit. Onbewust. Zijn schacht beweegt in m'n hand. Ik voel hoe zijn eikel wil opwippen, maar m'n mond houdt hem tegen.
Dit geeft vertrouwen. Ik kan dit. Ik kan hem aan. Ik wil hem aan. Kort laat ik hem uit m'n mond. M'n hand ontfermt zich over de eikel, neemt m'n speeksel mee en laat de bruine eikel en de zwarte schacht glimmen. Ik kijk ernaar. Hoe het contrasteert met m'n hand. In kleur. In grootte. Het windt me enorm op. Meer dan ik had verwacht.
En als ik dan weer vooroverbuig, open ik m'n mond verder. Neem ik hem helemaal in m'n mond. Zo ver als ik kan. En ga rustig heen en weer. Ik laat speeksel achter wat mijn hand meeneemt. Het glijdt makkelijker. Natuurlijker. Ik steun met m'n andere hand tegen de wand onder het gat. Een gat in de muur. En een grote penis. Meer was er dus niet voor nodig. Meer was er niet.
Mijn haar hangt los en beweegt rustig mee met m'n bewegingen. Af en toe kam ik het achter m'n oor. Automatisch zoek ik oogcontact en kijk ik af en toe omhoog. Daar is niemand. Alleen een muur. Leeg. Toch voelt het niet leeg. Sinds ik begonnen ben zijn de mannelijke stemmen buiten het hokje afgezwakt. Maar ik hoor ze nog wel. Op de achtergrond. Alsof ze luisteren. Alsof ze wachten. Alsof ze kijken. Ik weet niet hoe. Maar het voelt alsof ze me zien. Alsof ik bekeken word. Door meerdere jongens zoals hij. En dat doet veel met me. Hun stilte wekt de indruk dat ze van mij onder de indruk zijn. Mijn vertrouwen groeit met dit soort details alleen maar verder.
Ik voel de penis zich aanspannen in mijn hand. M'n vingers glijden over de strakke huid. Dat bonkende vlees eronder. Elk reliëf is voelbaar. Elke ader. Elke verandering. Toch voelt het met elke gang die mijn hand maakt nooit helemaal hetzelfde. Net als zijn eikel spant hij zo nu en dan aan. Iets groter. Dan zakt het weer langzaam weg. Nooit klein. Nooit slap. Altijd aanwezig.
Omdat ik hem niet kan zien, is het soms even gissen. Is dit goed? Is het lekker? Doe ik het goed? Maar het voelt zo goed. Bij mij al. Het gaat bijna vanzelf. Alsof mijn lichaam het overneemt. Zijn eikel tegen m'n gehemelte nu. Ik ga door. Dan andere vragen. Hoelang nog? Is hij er bijna? Ook dat zie ik niet. Zijn stang trilt soms even. En ik ben ook een paar keer gestopt toen ik dacht dat hij zou klaarkomen. Niet dat ik niet wilde. Maar was het te snel? En wat dan? Wat gebeurt er daarna? Ergens betekende hier blijven zitten, hem afzuigen, iets veiligs. Gek, hè. Veilig. Terwijl alles eraan fout voelt.
Niemand zou dit achter mij zoeken. Niemand. Toch zit ik hier. Kan blijkbaar niet stoppen. Geniet er blijkbaar te veel van. Waarom? Het slaat nergens op. En dat hij zwart is ook niet, dat dat zoveel met me doet. Maar dit doet het met me. Dat ik dingen wil doen met hem. Wie hij ook is. Ik kan stoppen. Dat weet ik. Dat weet ik heel goed. Maar ik ga door.
Neem hem volledig in m'n mond. Zuig op zijn eikel. Lik eraan. Binnensmonds. En daarbuiten. Langs de schacht een keer. Voel de lengte. De dikte. De spanning. De dikte van die schacht liet geen ruimte over bij het gat om doorheen te kijken. Geen zicht. Alleen gevoel. Maar al snel zoog ik hem weer soepel in m'n mond. Heen en weer. Zachtjes kreunend en zuchtend. Warmer dan ooit. Natter dan ooit.
Begrijpende dat er ooit een einde aan moest komen. Dat dit niet oneindig door kon gaan. Deed ik dit al vijf minuten? Of al dertig? Tijd voelt anders hier. Trager. Of sneller. Ik weet het niet meer.
Maar alle gedachten kennen geen bestaansrecht. Mijn lichaam reageert altijd eerder. Altijd sneller. Ik beweeg alweer naar voren. Laat hem naar m'n keel glijden, terwijl ik dat niet aankan. Proest hem uit. Harder dan verwacht. Mijn ogen wateren. Ik slik. Ik kijk naar mijn speeksel. Gebruik het. Herhaal het. Zonder na te denken. Zonder te stoppen.
En dan: het echte punt waarom terugkeer niet meer mogelijk is. Ik merk dat hij meer meebeweegt. Af en toe gaf hij al een rukje of duwtje m'n mond in, klein, zoekend. Maar nu, nadat ik hem weer minutenlang afzuig en beide handen op zijn dikke, glimmende schacht gebruik, begint het op stoten te lijken. Hij trekt zich niet helemaal terug. Het gaat maar om centimeters. Maar wel constanter nu. Regelmatiger. Dwingender.
Dus open ik mijn mond nog verder. Laat hem toe. Voel en hoor hem klotsen in m'n keel, waar mijn speekselklieren overwerken zonder moeite. Het geluid is nat, zwaar, onmiskenbaar. Ik steek m'n tong uit, als een rode loper voor zijn schacht. Mijn tongpunt trilt een beetje, maar blijft liggen. Speeksel druipt uit m'n mondhoeken, klotst mee als hij zich iets terugtrekt. Het voelt alsof alles in mij meewerkt, vanzelf.
Ik hou m'n ogen open. Zie de beweging steeds op me afkomen. Sneller. Niet dieper. Wel harder. Elke keer net iets nadrukkelijker. En ik blijf zitten. Ik trek me niet terug. Ik laat hem niet langer lijden. Ik laat het gebeuren. Ik werk mee.
Alles vertraagt. M'n handen heb ik op de muur onder hem liggen. Zijn gestoot zorgde ervoor dat vasthouden hem tegenwerkte. Dus hou ik me vast. Aan het enige wat ik kan verzinnen. Mijn vingers spreiden zich tegen het hout. Ik voel de nerven onder m'n vingertoppen. Buig iets verder naar voren. Maak meer ruimte in m'n keel. Laat hem toch dieper toe. Millimeter voor millimeter. Ik slik mee, probeer te ontspannen, probeer ruimte te maken waar die er niet lijkt te zijn.
Ik hoor hem niet zuchten. Niet kreunen. Maar ik voel die vibraties wel door zijn lichaam gaan, door die penis. Kleine trillingen die doorlopen in mijn mond, in mijn kaak, in mijn keel. En als ik m'n lippen weer sluit, zonder te zuigen, schokt hij plots.
Ik weet dat het nu komt. Kan niet weinig zijn. Mag niet weinig zijn. Ik sluit m'n ogen. Hoor een bonk tegen het hout. Hij slaat z'n buik er een laatste keer hard tegenaan, zijn eikel achter mijn lippen, en begint dan te spuiten.
Ik knijp m'n ogen nog harder dicht. Zet me echt schrap om hem daar te houden. Terwijl lange, dikke slierten tegen m'n gehemelte vliegen. Warm. Zwaar. Na drie slierten is m'n mond vol. Maar het blijft komen. Het blijft doorgaan. Ik had moeten slikken. Meteen al. Maar het overvalt me.
Mijn keel trekt samen. Mijn tong probeert te sturen. Mijn lippen sluiten strakker. Ik probeer het binnen te houden. Te verwerken. Maar het is te veel.
Vlak voordat het via m'n neus eruit wil, laat ik hem los, proest ik het naar buiten. Zijn eikel. En zijn zaad.
Het spat. Druipt. Ligt warm op m'n lippen, op m'n kin. Ik hap naar adem. Mijn borst beweegt snel op en neer.
Meteen de geur. Er hing al een interessante geur. Maar de musk overvalt me. Zijn zaad ruikt sterk. Smaakt ook sterk. Bedwelmend. Dicht. Aanwezig. Het blijft hangen in m'n mond, in m'n neus.
Hij was pas halverwege zijn climax, blijkt als hij, bungelend voor mijn gezicht, nog wat salvo's loslaat, landend in m'n haar omdat ik met de handen op m'n knieën nog aan het proesten ben. Het voelt zwaar. Mijn haar plakt tegen mijn gezicht. Tegen mijn nek.
Ik veeg niets weg. Ik laat het zitten. Ik voel het.
Als ik opkijk, is hij klaar. Een enkele sliert hangt nog aan zijn eikel. Zijn penis trilt. Zwakt heel langzaam af. Het ritme verdwijnt. De spanning zakt weg.
Ik kan het niet laten. Raak hem nog één keer aan. Voorzichtig. Alsof ik test of het echt voorbij is. Breng hem nog één keer naar m'n mond. En zuig op z'n eikel totdat er niks meer aanhangt. Langzaam. Rustig. Alsof ik afrond.
Mijn lippen sluiten. Mijn tong glijdt erlangs. Ik neem de laatste restjes mee. Proef opnieuw. Bewust.
En dan wordt het pas echt stil. Ik hoor de rest niks. Ik voel de bas van de muziek nog wel. Die trilt door de vloer. Door mijn knieën. Maar ik zit daar. Hijgend. Met een mond vol smaak.
Ik slik het weg. Maar een fractie van wat hij me had gegeven. De rest zit nog op mijn huid. In mijn haar. In de lucht.
Ik hijg. Mijn adem komt in korte stoten. Ik kijk omhoog. Het schuifje blijft open...
Ik beweeg niet meteen. Blijf nog zitten. Voel hoe mijn lichaam langzaam tot rust probeert te komen. Mijn handen trillen licht. Mijn knieën drukken nog steeds in het kussen. De warmte is niet weg. Integendeel.
Ik slik nog een keer. Mijn mond voelt anders. Mijn keel ook. Alles voelt anders.
En toch blijf ik zitten.
Nog even.
Nu was het gebeurd, maar ik voel me niet leeg. Ik weet niet goed wat ik voel, of wat ik zou moeten voelen, alleen dat het ergens wringt, alsof er iets mist. Alsof ik iets tekortkom, terwijl ik tegelijkertijd het gevoel heb dat ik te veel heb gegeven. Ik had alleen maar gegeven, alleen maar genomen wat hij bracht, maar niets echt van mijzelf teruggekregen. Of misschien juist wel, maar op een manier die ik nog niet kan plaatsen.
Ik zit daar nog steeds op dezelfde plek, mijn knieën diep in het kussen gedrukt, mijn handen op mijn bovenbenen, maar ze voelen niet stil. Alles in mij beweegt nog na. Langzaam komt het geluid van buiten weer terug. Eerst gedempt, daarna iets duidelijker. Stemmen. Gelach. Het luikje is nog open, en omdat ik blijf zitten, omdat ik niet beweeg, gaat het verder.
Nu versteen ik wel, maar niet uit angst. Eerder uit besef.
Een andere schuift er doorheen, langzamer deze keer, alsof hij weet dat ik er nog zit, alsof hij de tijd neemt om zich te laten zien zonder zich echt te tonen. Deze is anders. De eikel is donkerder, dieper van kleur, en de schacht is echt zwart, dik, lang en gezwollen, nog voller dan de vorige. Hij hangt daar niet alleen, hij wacht. Op mij.
En de reden dat ik versteen, is niet omdat ik niet kan bewegen, maar omdat ik niet wil. Dat besef komt direct en helder binnen. Ik kan opstaan, ik kan weg, ik kan stoppen. Maar ik doe het niet.
Meteen krijg ik het gevoel dat ik nog niet klaar ben.
Mijn keuze om mee te gaan heeft me hier gebracht, tot dit punt, tot dit moment waarin blijven zitten geen toeval meer is maar een keuze. Het voelt bijna alsof ik mijn plek heb gevonden, hier in deze kleine ruimte, anoniem voor zover ik weet, op mijn knieën, bezig met iets wat ik eerder niet voor mogelijk had gehouden.
En toch doe ik het weer.
De smaak zit nog in mijn mond, zwaar en aanwezig, en mijn haar voelt nat en plakkerig terwijl het langs mijn slaap naar beneden trekt. Ik veeg het niet weg. Ik laat het zitten, alsof het bij me hoort, alsof het onderdeel is van wat hier gebeurt en van wie ik hier ben.
Ik adem diep in door mijn neus en de geur is er nog steeds, sterk en onmiskenbaar, en zonder aarzeling laat ik mijn mond weer werken. Mijn tong, mijn handen, alles beweegt vanzelf, met minder nadenken en meer overgave.
De avond blijkt nog maar net begonnen te zijn.
Ik doe wat ik kan en neem wat hij geeft, weer een mond vol, anders dan de vorige, dikker, meer aanwezig. Ik laat hem eerder los, waardoor het in mijn gezicht spat, warmer en directer dan daarvoor. Ik knipper, maar trek me niet terug.
In plaats daarvan lik ik het langzaam en bewust weg, proef het opnieuw en slik het door, zonder haast.
Daarna blijf ik zitten, net iets te lang, maar precies lang genoeg om te voelen wat er gebeurt.
Ik slik nog een keer en merk hoe mijn keel gevoelig is geworden en mijn mond zwaar aanvoelt. Mijn lichaam begint moe te worden, in mijn kaak, mijn nek, mijn schouders, maar tegelijkertijd merk ik dat ik nog niet klaar ben.
Dat dit niet zomaar iets is dat gebeurt, maar iets waar ik middenin zit.
Niet alleen vanavond. Dit gebeurt vaker hier.
Maar juist vanavond maak ik er deel van uit.
Meisjes zoals ik, jongens zoals zij, en mannen ook.
Ik zie het aan de vorm, aan de dikte, aan de manier waarop het beweegt. Het verschil is voelbaar, zelfs zonder dat ik het kan zien.
Ze zijn allemaal groot, allemaal zwart, en stuk voor stuk vullen ze mijn mond met zaad, terwijl ik ze een voor een afzuig zonder echt te stoppen.
Totdat ik de tel kwijt ben en tijd geen betekenis meer heeft, en het alleen nog dit is.
Dit gevoel, deze plek, en ik.
Die blijft.
-
Bonkende muziek op de achtergrond. Ik hoor stemmen buiten de ruimte. Mannen. Gelach en bravoure. Het komt in golven. Harder. Zachter. Weer harder. Ik wacht. Ik kan niet meer terug. Of toch wel? Nee, ik wil dit. Dat zeg ik tegen mezelf. Nog een keer. Ik wil dit.
Vier wanden. Hout. Warm. Niet knus. Het heeft iets zakelijks. Iets dat zegt dat dit vaker gebeurt. Dat ik niet de eerste ben. Dat ik ook niet de laatste zal zijn. Het hout lijkt het te weten. Transacties worden hier verricht.
Ik adem diep in. Blaas lang uit. Nog een keer. Dieper. Langzamer. M'n rug recht. M'n schouders strak. Zien ze me? Ik weet het niet zeker. Voelen ze dat ik hier zit? Dat ik wacht? Waarom duurt het zo lang?
Mijn handen bewegen weer. Dezelfde plek. Dezelfde stof. Ik knijp erin. Laat los. Knijp weer. Kleine beweging. Grote reactie. Mijn adem schiet omhoog. Ik dwing hem terug naar beneden.
En dan. Voor me gebeurt het. Een rondje op de muur. Een schuifje. Het bleef al die tijd dicht. Ik heb er al die tijd naar gekeken. Alsof het uit zichzelf zou bewegen. Alsof ik het kon laten gebeuren door te blijven kijken. En nu gaat het langzaam open. Het schuivende geluid is tergend. Te langzaam. Alsof het expres is. Zwart. Meer zie ik niet.
Ik slik. Ik ga rechter zitten. Nog rechter. Alsof dat iets verandert. Ik krijg het nog warmer. Mijn knieën drukken harder in het kussen. Ik voel het nu pas echt. De druk. De spanning.
Langzaam schuift het door het gat heen. Het past net. Een eikel. Lichtbruin. Trillend. Langzaam mijn kant op. Niet gehaast. Geen twijfel. Tot vlak voor mijn neus. Ter hoogte van mijn mond. Daar waar de transactie plaats gaat vinden. Het blijft daar. Wachtend.
Achter die lichtbruine eikel een donkere schacht. Dieper van kleur. Zwart. Halverwege nog dikker dan de eikel zelf. Voorhuid strak naar achteren getrokken. De huid gespannen. Aders zichtbaar, licht verheven, kronkelend langs de lengte. Het beweegt nauwelijks, maar leeft. Het reageert op elke adem die ik uitblaas.
M'n mond valt automatisch open, maar van verwondering. Mijn ogen blijven erop gericht. Ik knipper bijna niet. Dit is wat ik wilde. Dit is waar ik voor ben gaan zitten. Dus zit ik hier... En geen idee wie daar staat.
Hij trilt. Mijn adem botst ertegen en het reageert. Een klein sprongetje. Alsof het leeft. Alsof het op mij reageert. Een minimale druppel voorvocht glinstert tevoorschijn, aan de rand van de eikel. Klein. Maar zichtbaar. De rest is zo groot. Ik kan dit niet. Te groot. Te veel. Wat doe ik hier? Wat dacht ik dat dit was?
En toch blijf ik zitten. Ik beweeg niet weg. Ik kijk niet weg. M'n lichaam kriebelt. Daar beneden. Laag. Diep. Dit is waarom ik hier zit. Dit is waarom ik ben gebleven.
Mijn adem gaat sneller. Ik probeer hem te tellen. Eén. Twee. In. Uit. Het helpt niet. Mijn handen bewegen weer. Zonder dat ik het echt besluit.
Dan heeft nog maar één hand de zoom van m'n rokje vast. De ander beweegt. Langzaam. Voorzichtig. Alsof ik het uitstel. Alsof ik het juist niet wil versnellen. Alsof tijd hier anders loopt.
Alsof ik er geen controle over heb. Mijn vingers raken het. Net achter de eikel. Warm. Strak. Mijn huid tegen die van hem. Hij reageert weer. Een kleine beweging. Genoeg om me te laten voelen dat het echt is.
Het wordt stiller buiten het hokje. Of ik hoor het minder. De muziek zakt weg. De stemmen verdwijnen naar de achtergrond. Alles zit hier. In dit moment.
Mijn vingers glijden door, totdat ik m'n hand erom heb liggen. Te groot om te omsluiten. Mijn hand sluit niet volledig. Dat voel ik meteen. De spanning is ondragelijk. In mijn hand. In mijn lichaam. In mijn hoofd.
Ik kan niet meer terug.
Avondje uit met vriendinnen. We hadden het er al eerder over gehad. Die ene club. Dat ene soort jongen. Waar meisjes zoals wij niks te zoeken hadden. Tenzij we dit zochten. Tenzij we precies wisten waar we aan begonnen. Waar de rest is weet ik niet. Misschien zitten ze hier ook. Achter een deur. Net als ik. Ik werd uitgenodigd. Als ik het wilde, dan kon ik mee. Dus ging ik mee. Alsof het niets was. Alsof ik wist wat me te wachten stond.
Een ruimte achter in de club. Nauwe gangetjes. Te smal om elkaar fatsoenlijk te passeren. Deurtjes. Allemaal hetzelfde. Zonder namen. Zonder tekens. Ik ging door zo'n deurtje. Gewoon één van de velen. Nu zat ik hier. Zat de rest ook achter een deurtje? Of stonden ze nog buiten? Lachten ze nog? Dachten ze aan mij?
Ik opende mijn mond. Ik sloot m'n ogen. M'n gedachten werden leeg. Of probeerden leeg te worden. Terugkrabbelen was geen optie. Dat voelde als falen. Alsof ik iets had beloofd. Aan hen. Aan mezelf. Ik moest het gewoon doen. Dan ging het ook weer voorbij. En dat ik het leuk vond, terwijl ik het deed, was de bonus, de kick, de reden waarom ik hier echt zat. Niet voor hen. Voor mij.
Met één hand wreef ik over de dikte van zijn schacht. Mijn lippen had ik vochtig gemaakt en schoven over zijn eikel. Tot halverwege. Ik begon rustig. Langzaam. Alsof ik het wilde leren kennen. Alsof ik tijd had. Ik zoog wel eens jongens af. Dat wist ik. Dat kon ik. Maar dit was wel iets anders. Zo fout. Zo onbekend. Donker en groot. Anders dan alles wat ik kende. Ik hoorde hem niet kreunen of zuchten. Het geluid van buiten was te luid. Die opzwepende muziek waarop we nog hadden gedanst en hadden gesjanst. Gevaarlijk. Maar van wie deze grote penis was? Ik wist het niet. Het maakte niet meer uit. Misschien wilde ik het ook niet weten.
Mijn lippen wennen langzaam aan de hitte van zijn eikel. Het voelt anders dan verwacht. Warmer. Zachter. Ik zuig het druppeltje voorvocht naar binnen. Voel meer eruit sijpelen. Mijn ademhaling is rustig. Door m'n neus. Maar hoorbaar. Te horen voor hem. Voor mij. M'n lippen gaan steeds iets verder. Naar de rand toe. Steeds meer eikel op m'n tong. De smaak is niet te weerstaan. Anders. Sterker. Ik proef het en wil meer. En wanneer mijn onderlip voor het eerst voorbij de eikel gaat, laat ik plots een zacht kreuntje uit. Onbewust. Zijn schacht beweegt in m'n hand. Ik voel hoe zijn eikel wil opwippen, maar m'n mond houdt hem tegen.
Dit geeft vertrouwen. Ik kan dit. Ik kan hem aan. Ik wil hem aan. Kort laat ik hem uit m'n mond. M'n hand ontfermt zich over de eikel, neemt m'n speeksel mee en laat de bruine eikel en de zwarte schacht glimmen. Ik kijk ernaar. Hoe het contrasteert met m'n hand. In kleur. In grootte. Het windt me enorm op. Meer dan ik had verwacht.
En als ik dan weer vooroverbuig, open ik m'n mond verder. Neem ik hem helemaal in m'n mond. Zo ver als ik kan. En ga rustig heen en weer. Ik laat speeksel achter wat mijn hand meeneemt. Het glijdt makkelijker. Natuurlijker. Ik steun met m'n andere hand tegen de wand onder het gat. Een gat in de muur. En een grote penis. Meer was er dus niet voor nodig. Meer was er niet.
Mijn haar hangt los en beweegt rustig mee met m'n bewegingen. Af en toe kam ik het achter m'n oor. Automatisch zoek ik oogcontact en kijk ik af en toe omhoog. Daar is niemand. Alleen een muur. Leeg. Toch voelt het niet leeg. Sinds ik begonnen ben zijn de mannelijke stemmen buiten het hokje afgezwakt. Maar ik hoor ze nog wel. Op de achtergrond. Alsof ze luisteren. Alsof ze wachten. Alsof ze kijken. Ik weet niet hoe. Maar het voelt alsof ze me zien. Alsof ik bekeken word. Door meerdere jongens zoals hij. En dat doet veel met me. Hun stilte wekt de indruk dat ze van mij onder de indruk zijn. Mijn vertrouwen groeit met dit soort details alleen maar verder.
Ik voel de penis zich aanspannen in mijn hand. M'n vingers glijden over de strakke huid. Dat bonkende vlees eronder. Elk reliëf is voelbaar. Elke ader. Elke verandering. Toch voelt het met elke gang die mijn hand maakt nooit helemaal hetzelfde. Net als zijn eikel spant hij zo nu en dan aan. Iets groter. Dan zakt het weer langzaam weg. Nooit klein. Nooit slap. Altijd aanwezig.
Omdat ik hem niet kan zien, is het soms even gissen. Is dit goed? Is het lekker? Doe ik het goed? Maar het voelt zo goed. Bij mij al. Het gaat bijna vanzelf. Alsof mijn lichaam het overneemt. Zijn eikel tegen m'n gehemelte nu. Ik ga door. Dan andere vragen. Hoelang nog? Is hij er bijna? Ook dat zie ik niet. Zijn stang trilt soms even. En ik ben ook een paar keer gestopt toen ik dacht dat hij zou klaarkomen. Niet dat ik niet wilde. Maar was het te snel? En wat dan? Wat gebeurt er daarna? Ergens betekende hier blijven zitten, hem afzuigen, iets veiligs. Gek, hè. Veilig. Terwijl alles eraan fout voelt.
Niemand zou dit achter mij zoeken. Niemand. Toch zit ik hier. Kan blijkbaar niet stoppen. Geniet er blijkbaar te veel van. Waarom? Het slaat nergens op. En dat hij zwart is ook niet, dat dat zoveel met me doet. Maar dit doet het met me. Dat ik dingen wil doen met hem. Wie hij ook is. Ik kan stoppen. Dat weet ik. Dat weet ik heel goed. Maar ik ga door.
Neem hem volledig in m'n mond. Zuig op zijn eikel. Lik eraan. Binnensmonds. En daarbuiten. Langs de schacht een keer. Voel de lengte. De dikte. De spanning. De dikte van die schacht liet geen ruimte over bij het gat om doorheen te kijken. Geen zicht. Alleen gevoel. Maar al snel zoog ik hem weer soepel in m'n mond. Heen en weer. Zachtjes kreunend en zuchtend. Warmer dan ooit. Natter dan ooit.
Begrijpende dat er ooit een einde aan moest komen. Dat dit niet oneindig door kon gaan. Deed ik dit al vijf minuten? Of al dertig? Tijd voelt anders hier. Trager. Of sneller. Ik weet het niet meer.
Maar alle gedachten kennen geen bestaansrecht. Mijn lichaam reageert altijd eerder. Altijd sneller. Ik beweeg alweer naar voren. Laat hem naar m'n keel glijden, terwijl ik dat niet aankan. Proest hem uit. Harder dan verwacht. Mijn ogen wateren. Ik slik. Ik kijk naar mijn speeksel. Gebruik het. Herhaal het. Zonder na te denken. Zonder te stoppen.
En dan: het echte punt waarom terugkeer niet meer mogelijk is. Ik merk dat hij meer meebeweegt. Af en toe gaf hij al een rukje of duwtje m'n mond in, klein, zoekend. Maar nu, nadat ik hem weer minutenlang afzuig en beide handen op zijn dikke, glimmende schacht gebruik, begint het op stoten te lijken. Hij trekt zich niet helemaal terug. Het gaat maar om centimeters. Maar wel constanter nu. Regelmatiger. Dwingender.
Dus open ik mijn mond nog verder. Laat hem toe. Voel en hoor hem klotsen in m'n keel, waar mijn speekselklieren overwerken zonder moeite. Het geluid is nat, zwaar, onmiskenbaar. Ik steek m'n tong uit, als een rode loper voor zijn schacht. Mijn tongpunt trilt een beetje, maar blijft liggen. Speeksel druipt uit m'n mondhoeken, klotst mee als hij zich iets terugtrekt. Het voelt alsof alles in mij meewerkt, vanzelf.
Ik hou m'n ogen open. Zie de beweging steeds op me afkomen. Sneller. Niet dieper. Wel harder. Elke keer net iets nadrukkelijker. En ik blijf zitten. Ik trek me niet terug. Ik laat hem niet langer lijden. Ik laat het gebeuren. Ik werk mee.
Alles vertraagt. M'n handen heb ik op de muur onder hem liggen. Zijn gestoot zorgde ervoor dat vasthouden hem tegenwerkte. Dus hou ik me vast. Aan het enige wat ik kan verzinnen. Mijn vingers spreiden zich tegen het hout. Ik voel de nerven onder m'n vingertoppen. Buig iets verder naar voren. Maak meer ruimte in m'n keel. Laat hem toch dieper toe. Millimeter voor millimeter. Ik slik mee, probeer te ontspannen, probeer ruimte te maken waar die er niet lijkt te zijn.
Ik hoor hem niet zuchten. Niet kreunen. Maar ik voel die vibraties wel door zijn lichaam gaan, door die penis. Kleine trillingen die doorlopen in mijn mond, in mijn kaak, in mijn keel. En als ik m'n lippen weer sluit, zonder te zuigen, schokt hij plots.
Ik weet dat het nu komt. Kan niet weinig zijn. Mag niet weinig zijn. Ik sluit m'n ogen. Hoor een bonk tegen het hout. Hij slaat z'n buik er een laatste keer hard tegenaan, zijn eikel achter mijn lippen, en begint dan te spuiten.
Ik knijp m'n ogen nog harder dicht. Zet me echt schrap om hem daar te houden. Terwijl lange, dikke slierten tegen m'n gehemelte vliegen. Warm. Zwaar. Na drie slierten is m'n mond vol. Maar het blijft komen. Het blijft doorgaan. Ik had moeten slikken. Meteen al. Maar het overvalt me.
Mijn keel trekt samen. Mijn tong probeert te sturen. Mijn lippen sluiten strakker. Ik probeer het binnen te houden. Te verwerken. Maar het is te veel.
Vlak voordat het via m'n neus eruit wil, laat ik hem los, proest ik het naar buiten. Zijn eikel. En zijn zaad.
Het spat. Druipt. Ligt warm op m'n lippen, op m'n kin. Ik hap naar adem. Mijn borst beweegt snel op en neer.
Meteen de geur. Er hing al een interessante geur. Maar de musk overvalt me. Zijn zaad ruikt sterk. Smaakt ook sterk. Bedwelmend. Dicht. Aanwezig. Het blijft hangen in m'n mond, in m'n neus.
Hij was pas halverwege zijn climax, blijkt als hij, bungelend voor mijn gezicht, nog wat salvo's loslaat, landend in m'n haar omdat ik met de handen op m'n knieën nog aan het proesten ben. Het voelt zwaar. Mijn haar plakt tegen mijn gezicht. Tegen mijn nek.
Ik veeg niets weg. Ik laat het zitten. Ik voel het.
Als ik opkijk, is hij klaar. Een enkele sliert hangt nog aan zijn eikel. Zijn penis trilt. Zwakt heel langzaam af. Het ritme verdwijnt. De spanning zakt weg.
Ik kan het niet laten. Raak hem nog één keer aan. Voorzichtig. Alsof ik test of het echt voorbij is. Breng hem nog één keer naar m'n mond. En zuig op z'n eikel totdat er niks meer aanhangt. Langzaam. Rustig. Alsof ik afrond.
Mijn lippen sluiten. Mijn tong glijdt erlangs. Ik neem de laatste restjes mee. Proef opnieuw. Bewust.
En dan wordt het pas echt stil. Ik hoor de rest niks. Ik voel de bas van de muziek nog wel. Die trilt door de vloer. Door mijn knieën. Maar ik zit daar. Hijgend. Met een mond vol smaak.
Ik slik het weg. Maar een fractie van wat hij me had gegeven. De rest zit nog op mijn huid. In mijn haar. In de lucht.
Ik hijg. Mijn adem komt in korte stoten. Ik kijk omhoog. Het schuifje blijft open...
Ik beweeg niet meteen. Blijf nog zitten. Voel hoe mijn lichaam langzaam tot rust probeert te komen. Mijn handen trillen licht. Mijn knieën drukken nog steeds in het kussen. De warmte is niet weg. Integendeel.
Ik slik nog een keer. Mijn mond voelt anders. Mijn keel ook. Alles voelt anders.
En toch blijf ik zitten.
Nog even.
Nu was het gebeurd, maar ik voel me niet leeg. Ik weet niet goed wat ik voel, of wat ik zou moeten voelen, alleen dat het ergens wringt, alsof er iets mist. Alsof ik iets tekortkom, terwijl ik tegelijkertijd het gevoel heb dat ik te veel heb gegeven. Ik had alleen maar gegeven, alleen maar genomen wat hij bracht, maar niets echt van mijzelf teruggekregen. Of misschien juist wel, maar op een manier die ik nog niet kan plaatsen.
Ik zit daar nog steeds op dezelfde plek, mijn knieën diep in het kussen gedrukt, mijn handen op mijn bovenbenen, maar ze voelen niet stil. Alles in mij beweegt nog na. Langzaam komt het geluid van buiten weer terug. Eerst gedempt, daarna iets duidelijker. Stemmen. Gelach. Het luikje is nog open, en omdat ik blijf zitten, omdat ik niet beweeg, gaat het verder.
Nu versteen ik wel, maar niet uit angst. Eerder uit besef.
Een andere schuift er doorheen, langzamer deze keer, alsof hij weet dat ik er nog zit, alsof hij de tijd neemt om zich te laten zien zonder zich echt te tonen. Deze is anders. De eikel is donkerder, dieper van kleur, en de schacht is echt zwart, dik, lang en gezwollen, nog voller dan de vorige. Hij hangt daar niet alleen, hij wacht. Op mij.
En de reden dat ik versteen, is niet omdat ik niet kan bewegen, maar omdat ik niet wil. Dat besef komt direct en helder binnen. Ik kan opstaan, ik kan weg, ik kan stoppen. Maar ik doe het niet.
Meteen krijg ik het gevoel dat ik nog niet klaar ben.
Mijn keuze om mee te gaan heeft me hier gebracht, tot dit punt, tot dit moment waarin blijven zitten geen toeval meer is maar een keuze. Het voelt bijna alsof ik mijn plek heb gevonden, hier in deze kleine ruimte, anoniem voor zover ik weet, op mijn knieën, bezig met iets wat ik eerder niet voor mogelijk had gehouden.
En toch doe ik het weer.
De smaak zit nog in mijn mond, zwaar en aanwezig, en mijn haar voelt nat en plakkerig terwijl het langs mijn slaap naar beneden trekt. Ik veeg het niet weg. Ik laat het zitten, alsof het bij me hoort, alsof het onderdeel is van wat hier gebeurt en van wie ik hier ben.
Ik adem diep in door mijn neus en de geur is er nog steeds, sterk en onmiskenbaar, en zonder aarzeling laat ik mijn mond weer werken. Mijn tong, mijn handen, alles beweegt vanzelf, met minder nadenken en meer overgave.
De avond blijkt nog maar net begonnen te zijn.
Ik doe wat ik kan en neem wat hij geeft, weer een mond vol, anders dan de vorige, dikker, meer aanwezig. Ik laat hem eerder los, waardoor het in mijn gezicht spat, warmer en directer dan daarvoor. Ik knipper, maar trek me niet terug.
In plaats daarvan lik ik het langzaam en bewust weg, proef het opnieuw en slik het door, zonder haast.
Daarna blijf ik zitten, net iets te lang, maar precies lang genoeg om te voelen wat er gebeurt.
Ik slik nog een keer en merk hoe mijn keel gevoelig is geworden en mijn mond zwaar aanvoelt. Mijn lichaam begint moe te worden, in mijn kaak, mijn nek, mijn schouders, maar tegelijkertijd merk ik dat ik nog niet klaar ben.
Dat dit niet zomaar iets is dat gebeurt, maar iets waar ik middenin zit.
Niet alleen vanavond. Dit gebeurt vaker hier.
Maar juist vanavond maak ik er deel van uit.
Meisjes zoals ik, jongens zoals zij, en mannen ook.
Ik zie het aan de vorm, aan de dikte, aan de manier waarop het beweegt. Het verschil is voelbaar, zelfs zonder dat ik het kan zien.
Ze zijn allemaal groot, allemaal zwart, en stuk voor stuk vullen ze mijn mond met zaad, terwijl ik ze een voor een afzuig zonder echt te stoppen.
Totdat ik de tel kwijt ben en tijd geen betekenis meer heeft, en het alleen nog dit is.
Dit gevoel, deze plek, en ik.
Die blijft.
-
Er zijn nog geen trefwoorden voor dit verhaal. Welke trefwoorden passen volgens jou bij dit verhaal?
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10

Ontdek meer over mij op mijn profiel pagina, bekijk mijn verhalen, laat een berichtje achter of schrijf je in om een mail te ontvangen bij nieuwe verhalen!
