Klik hier voor meer...
Donkere Modus
Door: Keith
Datum: 30-08-2025 | Cijfer: 9.8 | Gelezen: 2370
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 46 minuten | Lezers Online: 2
Vervolg op: Mini - 383
Even daarna waren we allemaal aan onze deelopdrachten bezig. Samen met Marion lichtte ik Frits en Gerben in; deels had Willem dat al gedaan, maar ik maakte het plaatje compleet. Daarna hielpen Frits, Willem en Rogier Marion nog even met haar uitzoekwerk. Dat ging redelijk vlot: Marion noemde de specificaties van een component, en de heren zichten de prijs op op de diverse websites. Dat kostte nu ongeveer één minuut per item. A.I. won die wedstrijd dus met glans.
Ondanks dat ik altijd een aversie tegen A.I. had gehad, begon de wetenschap nu wel zijn vruchten af te werpen. Maar ik was blij dat A.I. nog niet zijn huidige omvang en prestaties had gehad toen ik nog als docent aan de TU werkzaam was… Enfin, eerst dit hele verhaal maar eens leesbaar samenvatten en op papier zetten. Dat kon A.I. dan weer niet.
Om tien uur was ik daarmee klaar; drie A4tjes met tekst. Geen literair hoogstandje, meer een droge puntsgewijze opsomming van feiten. Het had me wél geholpen om het hele drama van alle zijden te bekijken. En ja, me ook laten inzien dat het fysiek bedreigen van meneer van Henegouwen niet zo’n slimme actie was geweest. Misschien moest ik daarvoor nog wat vragen van een rechter beantwoorden. Of de advocaat van meneer. Enfin, wie dan leeft, wie dan zorgt, Kees.

Samen dronken we koffie en natuurlijk werd er over de ziekenhuizen gesproken. Rogier lag natuurlijk mijlen ver op de rest voor; die was al bezig om samen met Ane en z’n technici in Nijmegen zaken te renoveren. Sommige dingen konden ze zelf; voor de grotere zaken moesten ze wachten tot de installateur tijd had. Frits en Gerben waren in ‘hun’ ziekenhuizen nog druk bezig met inventariseren. In Gorinchem had Gerben het niet moeilijk: men werkte daar bijzonder goed mee en hij had overal toegang. Maar ook hij had ‘vreemde zaken’ in de installatie opgemerkt, daar had hij me gisteren al verteld. Ondertussen was hij op alle afdelingen geweest.
En gemeen grijnzend zei hij terloops: “Oh, je moet de groeten hebben van zuster Zondervan, Kees! Die vroeg speciaal naar jou…” Meteen keken Frits en Willem me aan. “Een verpleegkundige die speciaal naar jou vroeg, Kees? Weet Joline dat al?” Ik keek Gerben vuil aan. “In feite zou ik je nu bij kop en kont moeten pakken en het raam uit flikkeren, meneer van Wiers. Helaas heeft dat weinig zin; ons bureau bevindt zich op de begane grond. Vanaf de vierde verdieping had het meer impact gemaakt, denk ik.
Maar heren: ‘Zuster Zondervan’, Anita voor intimi, is de liefde van haar leven van Opperwachtmeester Greet, die zoals jullie wellicht weten, nogal overtuigd lesbienne is. Beide dames trouwen op Oudejaarsdag. En wij, Joline en ik, kennen hen ondertussen vrij goed, ook Anita. Beide dames laten zich de kaas niet van het brood eten.
Ze lijken wel wat op Miranda: bijzonder toffe dames als ze je mogen, bitches als je niet in hun comfortzone past. Haal het niet in je kop om een van hen verkeerd te benaderen, want dan heb je een héél groot probleem. Anita vertelde me recent een verhaal dat een coassistent haar had uitgemaakt voor ‘die pot’. Tegen een patiënt, notabene. Enfin, dat komt Anita ter ore en meneer de dokter-in-opleiding moest bij haar op het matje komen. Sinds die tijd heeft hij het keurig over ‘Zuster Zondervan’.”

Gerben knikte. “Ik had van Mar en Lot ook al wat over haar gehoord. Een mooi mens, Kees. Een paar minuten met haar zitten kletsen, toen werd ze opgeroepen. En dus een paar minuten zitten lachen.” Ik bromde: “En ik denk dat ik weet wie het onderwerp van jullie gesprekje was…” Gerben grijnsde, maar zei niks.
Met de koffie op verdween ik weer in m’n eigen hok. Nou, dan de plaatsvervangend SG maar weer eens bellen… De echtgenote van Bas. Ik belde het nummer, ondertussen onder LvL opgeslagen in mijn telefoon.

Ik hoorde een andere stem. “Ministerie van Volksgezondheid, receptie ambtelijke top, goedemorgen.”
Een dame.
“Goedemorgen mevrouw. U spreekt met Kees Jonkman uit Veldhoven. Graag zou ik de plaatsvervangend SG willen spreken.”
“Heeft u een afspraak, meneer Jonkman?”
“Nee, die heb ik niet. Het gaat over een nogal onfrisse zaak bij het LUMC, mevrouw.”
Even was het stil. “Zal ik haar vragen u terug te bellen, meneer Jonkman?”
“Dat zou fijn zijn, mevrouw. Alleen vanavond na 19:45 graag niet meer, dan sta ik op de dansvloer.”
Ik hoorde een lachje. “Ook een plaatsvervangend SG heeft recht op een ongestoord weekend, meneer Jonkman. Zo af en toe.”
“Dat neem ik dan maar van u aan, mevrouw. Dank alvast voor de moeite!”
“Graag gedaan meneer Jonkman. En doe uw best op die dansvloer!” Klik, wég verbinding.

Nou, dat was nog eens een alerte dame… Nou ja, op dat niveau wel nodig, denk ik. Oké, wat nu? Ik las mijn verhaal nog maar eens door, maar ik kon er geen blunders in ontdekken. Wel vier typfouten en zelfs een grammaticafout. Teken dat ik er niet helemaal bij was geweest, want normaal lette ik bijzonder goed op fouten in mijn teksten. Nou ja, ik hoefde ten minste niet met Tipp-ex aan de slag. ‘Officiers-inkt’ of ‘blunderkalk’ noemden de oudgedienden bij Defensie dat spul. Als je het tegen iemand van de jongere generatie zou zeggen, zouden ze je aankijken als een aap in een roestig horloge…
“Kees! Kun je even komen?” Een brul van Rogier uit de groepsruimte. “Coming…” Ik liep bij hen naar binnen. “Zojuist even onze uitkomsten tegen die van Zelda gehouden: op een paar centen na exact dezelfde uitkomsten. We hebben 18 componenten vergeleken: in z’n totaliteit scheelt het wel 0,80 Euro met de uitkomsten van Zelda’s A.I.-vriendjes. Kortom: uiterst betrouwbaar.”
“Mooi. Dáár kunnen we wat mee. En nu heren… Wanneer kan ik volgende week bij jullie langskomen?”
Samen maakte we schema en ik noteerde zaken die we eventueel samen moesten bekijken.

Voor dat ik het wist was het kwart voor twaalf en moesten we ons bliksemsnel omkleden in sporttenue. Joline nam ons met een sprintje mee naar Mariëtte. En na de gebruikelijke warming up verraste ze ons weer eens.
“Mocca: zit.”
En de hond gehoorzaamde zonder problemen. Mariëtte was de enige die dat kon; bij anderen keek Mocca eerst naar Joline of naar mij. Mariëtte zette ons op een rij en telde af. “Één, twee, één twee, één twee…” Ik stond naast Irene, die had nummer één en ik twee.
Daarna kwam ze met de ondertussen bekende blinddoeken. “Iedereen een blinddoek opdoen. En zorgen dat je niets ziet.” Dat was vlot geregeld.
Toen zei ze: “Ik leid de nummers één weg. Die staan ergens in de zaal. De nummers één en twee moeten elkaar vinden. Iedereen mag lopen, ik wil alleen niets, maar dan ook niets meer horen. Hoe jullie elkaar vinden? Jullie probleem. Los het maar op. Maar over tien minuten staan alle paren bij elkaar. Mensen die hun buddy nog niet gevonden hebben, daar heb ik wel wat leuks voor. Nummers één: bij mij komen.”
Oké… De zaal was weliswaar niet zo groot, zo’n 15 bij 20 meter, maar je partner vinden? Waar aan kon ik Irene herkennen?
In gedachten haalde ik haar voor me. Iets kleiner dan ik, een dikke bos haren die in haar nek in één lijn waren geknipt…
Oké, een blote nek dus. Verder… Wat had ze aan?
Trainingspak. Nee, dat hielp. Iedereen droeg een trainingspak…
Oh, wacht even: Irene’s trainingspak had een ritssluiting met daar aan een pluche beertje… Verder kwam ik niet.

“DT, vanaf nu: stil. Ik wil niets horen. De tijd loopt, gaat uw gang.” Potdomme… Ik kon toch niet iedereen zomaar gaan betasten? Nou ja, eerst maar eens zien dat ik iemand ‘tegen kwam’. Dat duurde niet zo lang: ik rook Marion d’r parfum. Of deo, in ieder geval liep ik tegen haar op. En meteen gleed een hand over mijn hoofd. En ze verdween.
Even later: bonk. Een vent, kon niet missen. Net zo lang als ik, klein buikje. Frits. Een aantal minuten gingen voorbij, en ik had al een aantal ‘ontmoetingen’ gehad met collega’s waarvan ik geen flauw benul had wie het was, maar geen Irene. En ik had écht geen zin om me twintig keer op te drukken of zo.
Bonk. Wéér iemand. Tasten naar een hoofd: op mijn schouderhoogte. Handen tasten naar mijn hoofd, over mijn kin en schouders. Even in de nek voelen: Hé, een boblijn-kapsel. Klopte ook. En dan nu de lakmoesproef.
Met het risico dat ze zou gaan gillen omdat ik haar onzedelijk betastte… Handen over de schouders, naar haar hals en dan voorzichtig omlaag bij haar rits… De sluiting van haar rits… Aha, het beertje! Ik bedwong de neiging om ‘Bingo!’ te roepen. En naast me hoorde ik een héél zacht lachje. Irene was blijkbaar ook opgelucht; ze bleef naast me staan.
Om ons heen hoorden we nog mensen schuifelen; we waren dus niet de laatsten…

“Blinddoeken af!” klonk plotseling de stem van Mariëtte en we keken om ons heen. Inderdaad Irene naast me. “Poeh, schoonheid. Wat een opluchting om jou hier tegen te komen!” “Eensgelijks, Kees.” Ik keek om, naar Mocca. Die zat nog keurig op zijn plaats. “Mariëtte: geef Mocca even z’n vrijheid terug, alsjeblieft.” Ze knikte. “Mocca: release!” De hond sprintte naar Joline.
Angelique, Frits, André en Marion stonden nog alleen. En natuurlijk volgden de grappen.
“André, kon jij je meissie niet vinden? Wat ben jij voor een namaak-minnaar?”
“Marion, jij had een makkie! Hoefde alleen maar op de geur van pindakaas af te gaan… Hoe kun je je vent nou missen?”
Ze snibde: “Wellicht is het jullie ontgaan, maar ik had Frits als bud. En niet m’n eigen vent. Prutsers.”
“Had dat even gezegd, Marion. Ik ben Frits wel tegengekomen. Voelde in ieder geval een buikje bij een vent…”
"Kijk je een beetje uit, Kees? Voor hetzelfde geld was het Theo geweest.”
Die trok, naast Denise staande, demonstratief zijn buik in. “Echt niet, Frits. Een jaar geleden misschien, maar nu? 84 kilo, schoon aan de haak. Niks buik, piraat.” Mariëtte liet ons even begaan. Zo te zien vond ook zij het nogal vermakelijk. Tot ze in haar handen klapte.
“Oké, DT. Weer een oefeningetje in concentratie. En mijn complimenten: jullie waren inderdaad muisstil. Keurig. Maar… Ik doe deze oefening alleen maar bij groepen waarvan ik weet dat die elkaar voor de volle honderd procent vertrouwen. Want je ontkomt er niet aan dat je elkaar letterlijk ‘aftast’. En dat kan alleen als er vertrouwen is. Ik ken jullie nu ruim een jaar: dat vertrouwen is er. Wees daar héél zuinig op, dat is het enige wat ik er over zeg. Dank voor de concentratie; volgende week zie ik jullie graag weer. Joline, neem jij de meute mee naar buiten?”

“Hoho, Mariëtte… En dat ‘wat leuks’ voor de lui die elkaar nog niet gevonden hadden?” Rogier keek vragend. “Die mogen achter Joline aan lopen, Rogier. Beloning genoeg, zou ik zo zeggen…”
Ze giebelde en Joline stak een duim op. “Jullie hoorden het. Frits, André, Marion en Angelique: Achter mij aansluiten en bijblijven! De rest zoekt het maar uit.” En ze sprintte er met een rotgang vandoor. Fred keek me aan. “Kees: de volgende keer…” “Niks ervan, meneer van Laar! De volgende keer ga jij weer gewoon je uiterste best doen!” Ingrid keek hem nogal doordringend aan. “Niet er met je pet naar gooien omdat je zo nodig achter mevrouw Jonkman aan wil rennen! Dat doe je maar bij meneer Jonkman, goed begrepen?” Hij gromde:
“Daar heb ik al veel te vaak achteraan moeten rennen, tutje. Met rugzak van 30 kilo op mijn nek en die klote-mitrailleur in m’n handen helling op, helling af. Met af en toe een of andere dreksloot waar het halve dorp in had zitten poepen en waar Kees dan zo nodig weer doorheen moest rennen. No, thank you.”
Ik grinnikte. “Blij toe dat ik zo’n indruk op je maakte, makker…” Hij gromde wat onverstaanbaars. Ik keek Irene aan. “En hoe wist jij dat ik het was, Ireen?” Ze grinnikte. “Tijdens de koffie vanochtend viel het me op dat je onder je kin niet zo goed geschoren had. Bij alle kerels die ik zojuist ‘tegen het lijf liep’ en die qua lengte met jou overeen kwamen, voelde ik aan hun kin. Bij jou was het raak.” Ik voelde en inderdaad: precies onder mijn kin had ik een stukje vergeten te scheren. “Goed gezien, dame. Netjes!”
“En jij, Kees?” “Je lengte, je kapsel en dat beertje aan je ritssluiting. En ik moet eerlijk bekennen dat ik op weg naar dat beertje best wel héél voorzichtig was om geen ‘Me too’-toestanden te veroorzaken. Voor hetzelfde geld had je je ritssluiting helemaal open gehad…” Ze giebelde. “Misschien had ik dat niet zo erg gevonden, Kees. Joline keek toch niet… ‘De knapste hunk van DT…’ Zo noemde Angelique jou toch?”
Ik zuchtte. “Jaja… En voordat Kees bij jou kwam eerst de handen van alle andere mannelijke medewerkers van DT op zoek naar dat beertje. Ja, dat zal genieten geweest zijn voor jou!” Ze keek sip. “Bah, je hebt me door.”

Geinend kwamen we bij DT aan en doken we onder de douche. En na de douche verzamelden we ons fris in de gemeenschappelijke ruimte. Mocca mocht tijdens de pauze 'vrij' rondlopen, dus die kreeg geen aandacht tekort. En er werden zoals gewoonlijk weer grappen gemaakt over de les bij Mariëtte. Totdat… Marion met een lepeltje tegen een beker tikte.

“Lieve collega’s… Mag ik, mogen wij even de aandacht?”
André stond ook op en sloeg een arm om Marion heen. “Vorige week vrijdag brachten wij de jongens om een uur of acht naar bed. En natuurlijk: vertragingstactieken bij de vleet, maar om half negen was het rustig boven.
Dus werd het tijd voor een kop koffie. Dacht ik. Dat liep even anders; toen ik wilde opstaan om naar de keuken te gaan, werd ik door André verzocht om nog even te blijven zitten. En toen vroeg hij, op één knie gezeten, of ik het zag zitten om met hem te trouwen.
Mijn antwoord was een heel overtuigd ‘Ja!’ Volgend jaar gaan we ergens in Mei trouwen!”

Er werd gejoeld en gefloten en natuurlijk werden ze allebei gefeliciteerd met zoenen en harde handdrukken. Toen het lawaai enigszins geluwd was, klonk de stem van Theo.
“Mag ik ook even wat roepen? Allereerst: André en Marion van harte proficiat. DT is blij dat jullie elkaar zodanig aanvullen dat je met elkaar verder wil. En ik denk dat jullie jongens het ook heel fijn vinden…”
Marion knikte. “We hebben het ze de volgende ochtend verteld, en ik had meteen twee hele dikke knuffels te pakken van die boeven!”
Theo glimlachte. “Mooi. Maar… Je was net aan het vertellen hoe die avond verliep, Marion. Kun je daar verder mee gaan?”
Het gezicht van Marion veranderde binnen een kwart seconde. “Kun je schrijven, ome Theo? Schrijf het maar op je buik! Ben jij gek…”
Een lachsalvo volgde.
André trok haar naar zich toe. “Kom maar, schat. We geven de samenvatting wel…” Ze zoenden elkaar kort en draaiden zich toen weer naar de rest. “Zo. Dit was de samenvatting van de rest van die avond. De rest laten we graag aan jullie fantasie over.”
En Marion vulde aan: “Die is daar prima toe in staat, denken wij.”
“Ik stel voor dat iedereen dat vanavond op schrift zet”, zei Miranda droogjes. “Minimaal vier pagina’s, lettergrootte 10. En die verhalen laten we netjes inbinden en geven het jullie als cadeau op jullie huwelijksdag. Wie weet halen jullie daar nog inspiratie uit.”
Het was even doodstil, toen knálde de stem van Marion de ruimte in. “Soms, mevrouw Kamerman, soms ben jij compleet gestoord!”
“Nou, Marion…” Ik keek afwisselend haar en Miranda aan. “… Ze is nog soepel. Op de TU moest een werkstuk minimaal 40 pagina’s kale tekst bevatten. Geen plaatjes, geen schema’s, geen verwijzingen, nee kale tekst. Vandaar haar bijnaam: Mrs. 40+. Dus Miranda is vandaag best coulant, moet ik zeggen…”
“Veertig pagina’s tekst over één gezellige avond?” Rob keek waarderend. “Dan hebben jullie wel uithoudingsvermogen zeg…”
André keek triomfantelijk. “Goed hé? En dat op mijn leeftijd…” Marion trok hem naar zich toe. “Ja hoor, je bent geweldig, schat.”
Na-geinend aten we onze lunchpakketten op, daarna ging iedereen weer aan het werk. Tot om kwart voor drie mijn telefoon ging. ‘LvL’ stond op de display, dus: de plaatsvervangend SG van Volksgezondheid. Ik nam netjes op.

“Goedemiddag, Developing Technics, met Kees Jonkman spreekt u.”
“Dag Kees. Je spreekt met Linda. Ik moest jou bellen?”
“Dag mevrouw. Ja, wij denken hier op het spoor te zijn van in ieder geval één firma die nogal enthousiast meewerkte aan het bedonderen van het LUMC. De installateur die hun noodstroomsysteem heeft aangelegd, ontworpen door de firma Duyvestein. Daar hebben we hard bewijs van gevonden door mijn bud Fred van Laar. En de installateur die in Gorinchem bezig is geweest verdenken we er ook van. We zien overeenkomsten in de manier van handelen. En het leek ons goed dat u daar ook van op de hoogte bent, vandaar mijn belletje.”
Even was het stil. “Kun jij dat mondeling toelichten, Kees? Niet via de mail of de telefoon, maar face to face?”
Ik knikte, maar dat zag zij natuurlijk niet. “Dat mag op zich geen probleem zijn, mevrouw. De vraag is alleen: wanneer?”
Ze moest lachen. “Vanavond in ieder geval niet, want dan sta je op de dansvloer…”
“Wel potdomme!”
Het ontschoot me en ik hoorde nu een duidelijker lach.
“Had ik je mooi tuk mee, hé?”
Ik zuchtte diep. “Mevrouw, zo langzamerhand begin ik de neiging te krijgen om altijd en overal héél schichtig achterom te kijken. Ik weet dat uw echtgenoot een nogal omvangrijk dossier heeft met mijn handel en wandel, tot en met foto’s van onze bruiloft aan toe, maar dat hij ook weet dat wij op vrijdagavond dansles hebben… Ik ga eens een hartig woordje met hem wisselen, denk ik. Als majoor tegen een eerste luitenant. En dat hij z’n groene baret heeft verdiend: het zal me op dat moment een biet zijn!”
“Lijkt me wel een interessant gesprekje te worden, Kees. Wat dacht je ervan: morgenochtend rond een uur of elf bij ons thuis? Wij wonen niet al te ver bij jullie vandaan, in Liempde.”
“Elf uur? Dat lijkt me geen punt, mevrouw.”
“Mooi. Neem alle relevante documentatie maar mee. Op papier, niet digitaal. Zie jij een kans dat jouw bud ook meekomt?”
Nu was het mijn beurt om te lachen. “Dát stelt me weer een beetje gerust, mevrouw. Ik had gedacht dat u wel zou weten dat hij en zijn echtgenote vanavond, na de dansles, bij ons overnachten.”
Ze sputterde: “Soms laten we mensen denken dat ze nog een privéleven hebben, Kees. Maar kan Fred ook meekomen?”
“Ja, lijkt me geen punt. Maar wellicht is het ook handig als mijn lieve echtgenote én die van Fred ook meekomen. Beide dames zijn op economisch gebied véél slimmer dan Fred en ik. En mag Mocca ook meekomen?”
"Mocca? Bas en ik eten weinig taart, Kees."
"Mocca is onze hulphond-in-opleiding. Een schat van een beest en bijzonder braaf. Geeft nul komma nul overlast."
“Prima plan. Ik stuur je zo dadelijk een appje met ons adres. Zonder aanhef en dit nummer. En als laatste: Je hebt me nu vijf keer ‘mevrouw’ genoemd én een nogal duidelijke krachtterm laten vallen: dat levert 30 keer opdrukken op. Morgenochtend bij ons thuis uit te voeren. En Bas controleert je. Tot morgen, Kees.” Tuut-tuut-tuut…

Ik zat nog appelig naar m’n telefoon te kijken, toen er een appje verscheen met een adres. Hezelaarsestraat, iets ten oosten van Liempde. Even kijken op Google Earth: een huis op een rechthoekig stuk bosgrond. Zo te zien met wat grasvelden tussen de bomen, het huis niet direct aan de weg. Streetview liet niet veel van het huis zelf zien: tussen de bomen door ontwaarde ik een redelijk ruim, modern huis van twee woonlagen met een vrij nieuw rieten dak. Een nogal stevig hekwerk dat de oprit afsloot. Tussen de bomen door was nog nét een camera te ontwaren. Daar kwam je niet zomaar binnen…
Nou ja, een voormalig lid van het Korps Commandotroepen zou wel weten hoe hij zijn eigen terrein kon beveiligen… Nu Fred en Joline maar eens verrassen.
Ik liep naar Fred. “Hé makker, kun je even meekomen naar Jolien? Even de koppen bij elkaar steken.” “Liever haar kop dan die van jou, Kees…” “Je hebt niks te kiezen; gewoon doen wat er gezegd wordt, anders krijg je weer een schop onder je hol. Mee jij!”
Ingrid giebelde, samen met Zelda. “Oei… Kees op de directieve toer! Moeders, hou je dochters binnen!” We liepen Joline’s bureau binnen. “Hé… Mijn twee knappe bruidegoms! Daar kan ik wel wat mee, denk ik…”
“We zijn hier niet in Doorwerth en de klok heeft al lang half vijf ’s ochtends geslagen, dus maak je geen illusies, schat. Iets heel anders. Wij worden, samen met Wilma, morgenochtend om 11:00 in Liempde verwacht. In het optrekje van ene Bas en Linda. Laatstgenoemde had ik net aan de telefoon; die wil dat wij in persoon dingen komen vertellen. Niet via de mail of de app: nee, face to face. En alle info op papier, niet digitaal. En oh ja: ik moet me daar 30 keer opdrukken, want ik had haar 5 keer met ‘mevrouw’ aangesproken en ik liet een krachtterm vallen. Dus voor jullie zit er ook nog een lollig kantje aan, zeg maar.”
Fred grinnikte: de stoomwals kwam weer eens langs. Joline keek zuinig. “Elf uur morgenochtend? In Liempde? Dat houdt in om uiterlijk half elf vertrek. Ontbijten, opdoffen, nette kleren aan, make-up doen… Uiterlijk negen uur op dus. En dat een nogal inspannende avond met dansles, voorbereidingen voor een lezing en wat erna komt… Tot een uur of half vijf… Pittige zaterdag, Kees!”
“Je slaat je er maar doorheen, meisje Jonkman-ooit Boogers. Ik denk dat onze gastheer en -vrouw wel iets te bikken hebben tussen de middag, dat scheelt weer inkopen voor de lunch.”
Fred bromde: “Ja vast. Een levende kip waarschijnlijk. Die je zelf mag slachten, vervolgens mag gaan vangen omdat het kreng letterlijk zonder kop in het rond rent en schoonmaken. Ik heb nog wat minder fijne herinneringen aan dat tentenkamp.”
Hij refereerde aan de oefening ‘Pantserstorm’, een bepaalde, 14-daagse oefening bij het Korps Commandotroepen die elke Infanterie-eenheid moest ondergaan.
Nachten van vier uur slaap, eindeloze speedmarsen, de stormbaan ‘Hollandia’ die je groepsgewijs moest nemen binnen een bepaalde tijd en, na tien dagen afzien, een dagje varen op de ‘Vaarschool’ aan de Bergse Maas, tegenover Raamsdonksveer. En dat dagje varen bestond uit varen met lompe aanvalsboten, voortgedreven door roeispanen die je zelf mocht bedienen.
En het maken van een ‘drijfpakket’, wat je zelf moest testen op waterdichtheid. In je onderbroek in de best wel koude Bergse Maas… Meteen gevolgd door een ‘bielzenmars’ van acht kilometer over een verlaten stuk spoorlijn.
Die mars eindigde ergens bij Drunen, gevolgd door de opdracht: verplaats je, groepsgewijs, ongezien naar het Mastbos in Breda om daar een ‘gewonde partizaan’ op te pikken die in veiligheid gebracht moet worden. En in het hele stuk tussen Drunen en Breda werd gepatrouilleerd door de instructeurs van het KCT. Als die je ontdekten, werd je zonder pardon een paar kilometer teruggezet…
“Niet goed is opnieuw’ werd daar nogal rigoureus toegepast. En was je eenmaal op het punt aangekomen dat je die ‘gewonde partizaan’ moest oppikken, werd één van de groepsleden plotseling tot partizaan benoemd en kon je die de laatste drie kilometer gaan dragen op een geïmproviseerde brancard. Op het eindpunt gekomen werd de ‘gewonde’ bij sommige groepen nogal hardhandig van de brancard geflikkerd. Enfin, de commando-sergeant die onze instructeur was, had in ieder geval het benul om niet Fred aan te wijzen als ‘gewonde partizaan’, dat scheelde…

“Hé echtgenoot, je staat te dromen!” Joline haalde me weer bij de les. “Sorry schat. Ik mijmerde even over een oefeningetje bij het KCT…” Fred keek me aan. “Als jij daarover droomt, weet ik zeker dat je aan PTSS lijdt, makker. Die weken probeer ik uit alle macht uit m’n systeem te verwijderen!”
Joline werd praktisch. “Wat hebben nodig? Tekeningen van Leiden en Gorinchem. De vergelijkingstabellen van Zelda, én die van Marion, als contra-expertise, de resultaten van jouw uitzoekerij, Fred…” Ik vulde aan: “Ik heb vanochtend een paar A4tjes gevuld met onze bevindingen tot nu toe, Jolien.” Ze knikte. “Mooi. Fred, heeft Wilma nog iets boven water kunnen halen?”
Hij schudde zijn hoofd. “Nee. Geen van die installateurs, noch de ziekenhuizen hadden verzekeringen bij Wilma d’r firma lopen. Dus mijn lieve echtgenote kan weinig bijdragen, Jolien.” Joline keek twijfelend. “Nou, jouw lieve echtgenote is ook niet op haar achterhoofd gevallen; als we een denktank moeten vormen heb ik haar er graag bij.”

Ze zag mijn gezicht vertrekken. “Kéés! Nu geen vuile opmerkingen over Wilma haar figuur en het woord ‘tank’, denk er aan! Ik zag wat je dacht!”
Ze keek streng en Fred boog zich over me heen. “Kijk jij een beetje uit, majoor Jonkman? Mijn meissie is nogal gevoelig als er opmerkingen over haar best wel fraaie figuur worden gemaakt. Als ik er iets van zeg krijg ik hele lieve ‘dank-je-wel-schatje-zoenen’, als iemand anders er iets over zegt, krijgt hij of zij meestal een vuile snauw of een eind hout op zijn of haar kop. En aangezien jij daar al ervaring mee hebt, weet je hoeveel pijn dat doet!” Ik keek voor de veiligheid maar even onschuldig.
Joline wees. “Uitprinten die handel. Kees jij neemt het mee in je koffer. En morgenochtend zijn we stipt op tijd bij Bas en Linda hun optrekje…” Ik zag dat ze nadacht. “Fred, jij belt Anna van Helvoort. En vraagt of zij óók daarheen komt. En als ze kan, moet Kees dat even doorgeven. Dan kunnen we de hele bewijslast in één keer aan de politie overdragen. Want daar moet het toch heen. Scheelt ons weer een paar uur uitleg geven op een of ander politiebureau. Dus print alles wat er te printen valt maar in tweevoud. En licht Theo in waar we morgen lunchen.” Fred stak zijn duim op. “En nu opbokken; dit meisje heeft nog wat werk liggen wat af moet voor het vrijdagmiddag-corvee.”
Ik knipoogde. “Zeker mevrouw. U bent weer eens goed bezig. Met u wil ik vanavond wel een opzwepende tango dansen, mevrouw.” En Fred vulde aan: “Dan ga ik wel met een biertje in de hand aan de kant zitten kijken, Kees. Lijkt me wel een leuk gezicht.” Joline kneep haar ogen samen en wees naar de deur. “Er uit. Stelletje…” Ze maakte haar zin niet af, maar we konden ongeveer zien hoe ze over ons dacht. Dat varieerde waarschijnlijk van ‘idioten’ via ‘mafklappers’ tot ‘vieze voyeurs’

“Loop jij maar naar Theo, Kees. Ik ga Anne bellen en die printer aan het werk zetten.” Fred dook zijn eigen bureau in en ik liep naar Theo. “Hé chef…” Beknopt vertelde ik van het telefoontje en het gevolg er op. Hij knikte. “Prima. Laat de politie en het ministerie dit vuiltje maar overnemen. Jullie zijn er toch al veel te veel tijd aan kwijt.” Hij leunde met zijn ellebogen op tafel. “Gooi die deur eens dicht, Kees.” Ik zuchtte. Waarschijnlijk kwam er weer een preek.

Theo wees. “Zitten.” Hij kwam er bij en keek me aan. “Kees… Ik ben zakenman geworden omdat het me zwaar tegenstond hoe andere bedrijven werkten. Veel beloven, weinig geven, doet de klant in vreugde leven en zo… Enfin, de werkwijze die wij bij Duyvestein zagen. Wellicht iets ‘beschaafder’, maar toch. Ik wilde bewijzen dat het anders kon en dat is me gelukt, dankzij het personeel van DT. Wij leveren snel, wij leveren kwaliteit en we leveren prima after-sales. En ja, DT is niet goedkoop, maar als er ergens een ontwerp van ons staat, functioneert het goed en blijft dat doen. Daardoor heeft DT, na acht jaar bestaan een meer dan uitstekende naam. En dat is aan het personeel te danken. Jullie kijken verder dan je neus lang is.
Niet alleen de Piraten, nee: iedereen. In het belang van de klant, maar ook in het belang van DT. Daarom, en daarom alleen accepteer ik dit gespeur. DT komt hierdoor in de picture binnen de ziekenhuiswereld en dat levert wellicht nieuwe klanten op. De vraag is alleen: kan DT dat aan? Hoe denk jij er over?”
Ik dacht even na. “Theo, je hebt de piraten vrijgespeeld van andere projecten. Prima, zolang dit ziekenhuisgedoe loopt. Maar structurele opdrachten bij andere ziekenhuizen kunnen we nu niet aan. Als het Radboud UMC in Nijmegen nu aan DT vraagt om hun noodstroomvoorziening eens door te lichten zijn we daar minimaal twee man een paar maanden aan kwijt. Die twee man hebben we niet. Kortom: als je dat wilt, hebben we meer mensen nodig. In feite een compleet extra team.
De vraag is: wil je dat? Want ik heb wel gemerkt dat de medische wereld best wel ver af staat van onze corebusiness: offshore, schepen, petrochemie en het ‘gewone’ bedrijfsleven. Het is een wereld apart. Als je een ‘medisch team’ wil oprichten, moeten die ontwerpers écht uit de medische wereld komen, anders gaat DT de mist in. Rogier heeft ons ondertussen al voor een paar blunders behoed, mij in ieder geval wel en wie weet andere piraten ook. Hij weet van de hoed en de rand en daar plukken wij de vruchten van. Zonder Rogier waren we al een paar keer de geneeskundige mist ingegaan, Theo.
Jij wil advies? Mooi, dat volgt dan nu: voorlopig niet doen. We hebben er momenteel de expertise niet voor, noch de mankracht. Bovendien merk ik aan mijn kerels dat ze die verpleegstertjes best wel leuk vinden en zo, maar soms ook terugverlangen naar een smerig booreiland op de Noordzee bij windkracht acht. Met name Frits liet vanochtend tijdens de koffie zoiets vallen, maar dat zal komen omdat hij op zo’n platform ongehinderd kan lopen vloeken en tieren. In een ziekenhuis is dat ‘not done’.”
Om Theo’s mond krulde een lachje. “Jaja… Behalve als je een traumachirurg uit moet vloeken, natuurlijk.” Ik knikte. “Oké, één – nul voor jou, Theo.” Hij stond op. “Dank voor het sparren, Kees. Je zet me aan het denken. Vanavond eens met Gertie over kletsen.” “Ik zal maar niet vragen waar dat gesprek…”
Verder kwam ik natuurlijk niet. “Er uit, kletsmajoor!” Ik deed de deur open en keek recht in het lachende gezicht van Irene. “Is het weer zover, Theo? Heb je nazorg nodig?” “Lief aangeboden, Ireen, maar die krijg ik vanavond thuis wel… Kees: kop dicht!” Met een knipoog liep ik het Piratenest binnen.
Hmmm... over Piraten gesproken... Toch eens vragen of Gonnie de koppen van de huidige piraten zou willen tekenen. En dan Henry en André op een of andere manier wel terug laten komen, maar ergens op de achtergrond… En verdomme, Rob ook! Rob was ook Piraat. De huidige Piraten op een zeilschip, en de ex-piraten op een roeibootje er achter of zo… En het hoofd van Joline… door een patrijspoort? Nee. Margot en Charlotte hoorden er, als partners van Gerben en Rogier ook bij. Moest ik nog een modus voor verzinnen. Of Gonnie, die kon dat ook prima…

Even later stond ook ik met een bezem in de hand mee te doen aan het vrijdagmiddag-corvee. En om half vijf stapten we in de auto. Zelda en Joline kletsend op de achterbank, ik achter het stuur, Fred in zijn Landrover achter de Volvo aan. Nadat we Zelda thuis hadden afgezet stapte Joline bij Fred in Ik reed via de supermarkt naar huis. Snel deed ik de boodschappen: pasteibodems, verse spinazie, 4 Duitse biefstukjes, voor het gemak een zak geschilde aardappelen en een literpak simpele vanillevla.
Het echtpaar van Laar moest er maar genoegen mee nemen! Eenmaal thuis begon ik meteen met koken. Fred en Joline kletsten, op de bank gezeten, met elkaar. Ik ving er weinig van op, behalve als Fred weer eens moest lachen. Om kwart over zes meldde Wilma zich via de benedenbel en om half zeven was het eten gereed. En zoals gewoonlijk ging dat schoon op, ondanks dat Joline en Wilma Fred maanden om het een beetje rustig aan te doen met eten. “Sorry meiden… Straks moet ik weer aan de bak, dan moet de brandstoftank wel vol zijn!”

De afwas verdween in de machine; die zetten we wel aan als we terugkwamen van dansles. Ik hield er niet van om het ding te laten draaien als we weg waren, net als de wasmachine of de droger. Omkleden! Carlos had gemaild dat we vanavond een beetje konden ‘uithijgen’ van het afdansen; even ontspannen. “Mooi”, zei Fred. “Dan kunnen wij het ook eens rustig aan doen. Niet de hele tijd mijn lieve bruid de zaal rondslingeren.” Wilma keek hem aan. “Macho…”
De dansles was inderdaad ontspannen. Géén nieuwe moves, gewoon lekker dansen met Joline, afgewisseld met Mel, Claar, Lot, Mar en Marije. Die vertelde tijdens het dansen dat ze onze ‘klas’ ging verlaten.
“Volgende week doe ik hier voor het laatst mee, Kees. Ik ben door Carlos en Juanita geïntroduceerd bij een andere dansschool. Hoger niveau. Aan de ene kant heel jammer, aan de andere kant: samen met mijn huidige danspartner kunnen we ons dan samen opwerken richting Nederlandse top.”
Ik knikte. “Ik begrijp jullie volkomen, Marije. Want door blijven gaan met deze klas stuntels zou jullie prestaties teniet doen. Maar wij vinden het wel jammer.”
“Ik ook, Kees. Want, en dat heeft niks met dansen te maken, jullie hebben mijn zelfbewustzijn een behoorlijke boost gegeven. En jullie hele clubje is gewoon een mooie verzameling gestoorden.”
Ze lachte om mijn opgetrokken wenkbrauw. “Gestoorden? Ik denk dat ik mijn bud er even bij haal, Marije. Zou je wel een beetje op niveau kunnen dansen met rose loopgips, denk je?”
“Gestoord, ik zei het al.” Ze keek me aan. “Maar… Dank je wel dat je me op m’n zielement gaf vorig jaar. En omdat je voor me in de bres sprong bij die vorige barkeeper.”
“Graag gedaan, meid. Zeker dat ‘op je zielement geven’. Heb ik best wel van genoten.”

Ik kreeg een stomp, toen was de dans afgelopen en leidde ik haar naar de kant. Doordat we niet hoefden te presteren, kon ik ook van het dansen genieten. Lekker ontspannen, geen al te moeilijke bewegingen… Zoals men bij de Luchtmacht zou zeggen: ‘The dance passed uneventful.’ En om vijf over tien liepen Wilma, Joline, Fred Mocca en ik naar buiten. Joline had ons geëxcuseerd bij de rest en daar volgen natuurlijk een aantal toespelingen op.
“Houden jullie het wel netjes vannacht?”
“Slapen met de handjes boven de dekens, dames en heren!”
“Niet 'toevallig' van bed verwisselen! Daar krijg je praatjes van!”
Wilma draaide zich om en snauwde: “Wij zijn getrouwd! Wij mogen dat, stelletje jaloerse pubers!” Een schaterlach achtervolgde ons. “Laat ze maar, Wilma. Volgende week vertellen we wel wat we vanavond gedaan hebben.” “En waar we morgen lunchen!” zei Fred. “Ja, dat ook”, zei ik somber. “Maar ook: Waarmee we morgen lunchen. Zelf-geslachte kip of zo.”
“Wát?? ”Wilma keek me nogal verwonderd aan. “Vertel ik thuis wel, Wilma. Nu eerst rijden.” Eenmaal thuis liet ik eerst Mocca uit, daarna bogen Fred en ik ons over onze bijdrage aan de ‘lezing’ van Ivo.

Na even discussiëren waren we het er snel over eens: Fred zou mij introduceren, en ik zou vertellen wie en wat Fred was. Tenzij dat Ivo zou vertellen wie en wat wij waren; dan verviel dat stukje.

Inhoudelijk: ik zou het verhaal vertellen van die sergeant die het in Oirschot had gewaagd om twee Picanto’s van Fred z’n bord te jatten. En Fred zou het aanvullen met de reactie van sergeant Grad Dekker én de mededeling dat we op die avond Grad als ‘onze’ groepscommandant hadden omarmd en samen één groep waren geworden.

Vervolgens zou ik weer verder gaan met mijn besluitvorming bij het incident bij de brug, weer door Fred aangevuld met een korte bloemlezing van zijn vloeken en verwensingen toen ik opdracht gaf voor een doorwading. “Daar moeten we wel een tactisch plaatje bij hebben, Kees. En Google Earth gaat je niet helpen.” Ik haalde m’n schouders op. “Dan een simpele schets in Word, Fred. Da’s twee minuten werk. Nog meer mooie verhalen die we kunnen vertellen?”

Hij keek me lang en peinzend aan. “Ik weet niet of je het kán, Kees, maar… Jouw verhaal over onze laatste patrouille? Jouw gewetenswroeging over dat jochie, wat je neergeschoten hebt? De gewetenswroeging van Harry, toen hij die laatste Talib in z’n rug had geschoten? Hij kwam bij mij uitjanken… Zou je dat kunnen, zonder meteen in de vlekken te schieten en zakdoeken te doordrenken?”
Joline keek op. “Ja. Dat kan hij nu. En jij vertelt het verhaal hoe je Harry even terug op de wereld hebt gezet, nadat hij van Kees een klap en op z’n flikker kreeg. Beide… ehhh… motivatiespeeches hebben nogal indruk op Harry gemaakt, vertelde hij me op onze bruiloft.” Ze glimlachte. “Zodanig veel indruk dat hij naar de KMA ging en nu ergens in Polen ligt te blauwbekken, als PC van een infanteriepeloton.” Ik knikte. “Ja, da’s wel een mooie afsluiting van het geheel. Dank je wel schat en ja, ik kan het nu.”
Fred knikte. “Prima. Maar er moet ook wat te lachen zijn, Kees.” “Nou… al dat getier van jou is al vermakelijk om te horen, vriend…”

Hij schudde zijn hoofd. “Nee. Als besluit vertellen we het verhaal van die traangasaanval op de Australische SAS. En dat de luit ons toen heeft beschermd tegen de CC, toen die er van hoorde. Want de CC wilde ons wél een douw geven. En daar is onze luit voor gaan staan. Dát is ook leiderschap, Kees. Je lui beschermen.”
Ik knikte langzaam. “Ja. Twee vliegen in één klap: een stukje lol, gevolgd door de taak van een leider: niet alleen je lui op hun flikker geven, maar hen ook beschermen tegen buitenstaanders. Want onze CC was best goed in z’n vak, maar hij was wel bijzonder ‘formeel’. Soms wel eens té. En Fred: jij gaat dát verhaal vertellen. Jij kunt dat beter dan ik. Ik zet dit weekend mijn stukjes wel op papier, Fred. Als jij dat doorleest en zelf jouw verhaal er aan vast breit… Komt goed.”

Wilma keek ons aan. “En jullie belevenissen met dat 2e Kamerlid? Die niet?” Fred en ik schudden samen onze hoofden. “Nee Wilma. Dat heeft niks met leiderschap te maken. Eerder met 'een grote bek hebben en op je flikker krijgen'. Nou, daar hebben die cadetten waarschijnlijk al ruime ervaring mee, denk ik. Met name het hoofdstukje ‘op je flikker krijgen’.” Fred grijnsde.

“Daar hebben jullie sinds 2 Juni óók in ruime mate ervaring mee, kereltjes!” Joline keek strijdlustig. “Ja, schat. Maar wij staan te allen tijde achter jullie, schat. Je moet alleen geen zeepje laten vallen.” Joline keek verontwaardigd, Wilma proestte het uit en Fred gaf me een high five. “Prima, Kees!”
“Etters…” gromde Joline. “Schenk maar eens een wijntje in. Eéntje, en dan gaan we naar bed. Hebben we al het spul gereed voor morgen?” We knikten en Fred zei: “Oh, Anne komt morgen ook naar Liempde.” Ik stak mijn duim op.
“Goed zo. Kees, waar blijft die wijn?” “Ik vlieg al, schat. Fred?” “Jägermeister, Kees.” Even later kletsten we even over de laatste dansles en het feit dat Marije elders ging dansen.
“Da’s prima voor haar, jongens. Als ze met een van jullie danst, danst die meid vér onder haar niveau.” Wilma keek vastbesloten en Fred knikte. Joline giebelde: “Nou ja… mijn lieve broertjes compenseerden dat prima, hoor. Daar kon ze prima mee dansen. Wel eens nodig na dat gestuntel van jullie.” En Joline vertelde dat Greet mij een beetje los ging laten.
Wilma keek me aan. “Hoe denk jij daar over, Kees?” Ik dacht na. “Ik vind het heel jammer dat ik niet meer samen met haar de gemeentezang kan ondersteunen. Aan de andere kant: Met Brecht kan ik ook prima spelen, heb ik gisteren gemerkt. En Greet blijft ons de eerstkomende weken ondersteunen, én ik blijf les van haar hebben. Dat stelt gerust.”
Ze knikte en keek naar Fred. “Zullen wij zondag ook eens…” Fred knikte. “Prima plan. Volgens Kees is die dominee ook een prima vent, dus… Hoe laat begint die dienst, Kees?” “Tien uur, makker. Jullie moeten dus vroeg uit de veren.” “Niks veren”, zei Wilma. “Veren zijn zóó 2003… Wij maken ons ’s morgens vroeg met moeite los van ons waterbed.”
Ze giechelde. “Bovendien spreidt een waterbed het gewicht wat beter.” Fred keek haar nogal doordringend aan. “Maak jij nou toespelingen op mijn gewicht, kleintje?” Wilma zei niets, maar knipoogde. Met de borrel en de wijn op, maakten Wilma en Fred de bank gereed om te slapen. Ik haalde een paar matjes voor Fred; die wilde op de grond slapen, naast Wilma. “Acht uur loopt de wekker af, dame en heren! Een lekker kopje thee op bed is toegestaan, mits dit na 07:45 geserveerd wordt. Tot die tijd: Lekker slapen, oké?”

In de slaapkamer sloeg Joline haar armen om me heen. “Dat wordt weer een pittig weekend, Kees. Vanavond even geen inspannende spelletjes; we gaan nu lekker slapen. Morgenavond, anders zondagmiddag doen we wel leuke spelletjes, oké?”
“Prima, Jolien. M’n kop staat er nu ook even niet naar, ondanks dat je er op de dansvloer weer heerlijk uitzag. Ik heb van je genoten.”
“Mooi. Bedoeling geslaagd. Dan nu uitkleden, tandjes poetsen en lekker slapen.” Een lange zoen volgde. Even later gleden we in bed en kroop Joline tegen me aan.
“Lekker plekje, Kees. Welterusten…” Al snel werd het stil op de slaapkamer. Morgen naar Bas en Linda. Ben benieuwd…
Geef dit verhaal een cijfer:  
5   6   7   8   9   10  
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...