Klik hier voor meer...
Donkere Modus
Door: Keith
Datum: 29-11-2025 | Cijfer: 9.7 | Gelezen: 437
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 53 minuten | Lezers Online: 8
Op de parkeerplaats van het pannenkoekenrestaurant zette ik de auto even stil. Even vandaag overdenken. Ja, Frank zag er ‘doorsnee’ uit, maar was verre van dat. Intelligent, empathisch, humor en ondanks zijn ‘modale’ uiterlijk had hij een lekkere body. En hij zoende heerlijk. Als hij ook zo zou vrijen… Naar huis, Gon, die vlinders willen weer een show gaan opvoeren; onhandig tijdens het rijden! Laat die beesten thuis maar even los gaan.
Rustig reed ik naar huis en eenmaal thuis was het kwart voor vijf. Nog te vroeg om te gaan koken, dus nu maar een glas wijn. En even prakkezeren. Dat glas wijn was lekker, van denken kwam niet zoveel. Om half acht schrok ik wakker. In mijn luie stoel in slaap gedonderd. Diep in slaap zelfs; op mijn telefoon kijkend stonden daar een aantal appjes in en een gemiste oproep: Annet! Die belde ik eerst maar; die appjes konden wachten.
“Hé zussie! Kom je je ein-de-lijk losmaken van je vrijer?”
“Losmaken uit m’n luie stoel thuis, zul je bedoelen, An. Om iets voor vijven was ik thuis, heb een glaasje wijn gedronken en ben toen op mijn stoel in slaap gevallen.”
Ze gierde van het lachen. “Heeft hij je zó uitgeput, schat? Arme meid…”
“Je bent soms best wel een kreng, Annet Peters…”
Ze had de telefoon op de speaker staan, want op de achtergrond hoorde ik Abe Amelink z’n stem.
“Van harte mee eens, Gonnie!”
Vinnig zei Annet: “Niet mee bemoeien, meneer Amelink senior. Dit is een serieus gesprek tussen tweelingzussen. Naar uw mening wordt niet gevraagd. Ik ga wel even boven zitten Gon. Momentje.”
Ik hoorde haar snelle voetstappen op een trap. En nog één. “Zo, daar ben ik weer. We zaten beneden, bij Margriet en Abe. En ja, dat zijn schatten, maar ik heb het vermoeden dat jij even je hartje wil luchten bij je grote zus. Of niet?”
“Zeker weten, An…”
In het kort vertelde ik hoe het vandaag was gegaan, inclusief de hele lieve vrijpartij na de wandeling en mijn gevoelens voor Frank. Het was even stil.
“En hij weet dus van de Club, Gon? Had hij daar geen problemen mee?”
“Nee. Hij staat er ongeveer net zo in als Margriet, Abe en Henk. Bijzonder nuchter. En hij heeft zelf ook relatie gehad, dat scheelt wellicht ook, ik weet het niet. Maar tijdens dat laatste halve uurtje, toen we lekker tegen elkaar aan hingen op de bank… Meid, wat heb ik genoten!”
“Fijn voor je, schat. Maar… ik begreep van Gien dat jullie morgen hierheen komen. Heb je er bezwaar tegen als je grote en minstens twaalf minuten oudere zus ook ‘toevallig’ bij Gien en Henk binnen vallen? Samen met Hans? En Cora ook?”
Ik moest lachen. “Dat is wel een hele zware testcase voor Frank. Nou ja, dan heeft hij het maar gehad ook. Dan kan hij twee dingen doen: óf jullie afbekken als dat nodig is óf gillend van ellende in z’n auto springen en terug naar Schaarsbergen scheuren… Oh shit, dan heb ik geen vervoer naar huis meer…”
Annet lachte geniepig. “Er bestaat nog zoiets als het O.V., schat. Ehh… Margriet roept van beneden dat we zo gaan eten, dus ik ga je hangen. Hoe laat zijn jullie thuis?”
“Rond een uur of twaalf.” “Oké, dan zorgen wij dat we rond één uur daar aan komen. kunnen jullie eerst rustig met Gien en Henk kletsen, goed?”
“Prima, schat. Dank je wel. Tot morgen en de groeten aan de familie Amelink!”

Ik hing op. Nou, dat zou morgen wel eens vuurwerk kunnen worden… Lachen! Snel las ik de appjes: eentje in de gezinsapp. Van Rick, onze broer.
‘Lieve mensen, ik kom zaterdag op Vliegveld Beek aan. Tijdstip weet ik nog niet, dat horen jullie nog. Maar zou iemand de moeite willen nemen om een best wel vermoeide zoon cq. broer op te halen? En natuurlijk Cora mee te nemen naar het vliegveld? Bij voorbaat dank, Rick.’
Het antwoord stond er meteen onder. Van Henk. “Regelen wij wel. Goeie reis!” De andere appjes kwamen uit onze vriendengroep: weinig spannends.
De laatste app kwam van Frank. ‘Hoi liefje. Ik wil je bedanken voor je vertrouwen. En voor vanmiddag. Ik heb genoten. Lekker slapen straks en tot morgen!’ Een hartje erbij… Even antwoorden.
“Hoi lekkere vent. Ik heb ook genoten! Dusdanig dat ik na één glaasje wijn op mijn stoel in slaap ben gedonderd. Nu net wakker. Morgen krijg je te maken met Gien, Henk, Annet, Hans, Cora en met mij. Succes en alvast sterkte gewenst. Wel te rusten…”
Ook een hartje erbij, send. En vrijwel meteen het antwoord:
“Morgen sta ik om 10:00 bij je voor de deur! Ik wil jouw optrekje ook zien!”

Shit… Ik keek snel rond. Kamer? Oké, geen rommeltje. Keuken? Zoals gewoonlijk brandschoon. Toilet: idem. Boven… Badkamer: ook schoon. Logeerkamer? Hmmm, daar mag de stofzuiger doorheen. En het bed moet voorzien worden van schoon beddengoed. Mijn slaapkamer? Kan ook wel een beurt gebruiken. Ik grinnikte. En jijzelf, Gonnie? Ja, die kan ook wel een beurt gebruiken. Kledingkasten in de gang… Hmmm.
De kast met ‘beroepskleding’ uit de Club… Wat doe ik daarmee? Niks. Alles hing of lag er netjes in. Gewoon een kast met ‘leuke kleren’ voor een dame.
De al te opvallende of doorzichtige kleding hing achteraan, afgedekt door wat nette jurkjes. En de lades met lingerie onderin… Laat ik niet merken dat iemand die ongevraagd open trekt! Enfin, die konden op slot. En dat deed ik dus maar. Het volgende uur ruimde ik op: Stoffen en zuigen. Nog even wat ‘prullen’ opbergen; Frank z’n kamer was bijna steriel geweest. Misschien hield hij niet zo van allerlei vrouwelijke dingetjes. Wél was ik blij met de grote foto van Henk en Gien, gemaakt op hun trouwdag. Henk in een mooi kostuum, Gien in een schitterende lichtblauwe jurk. En beiden stralend.
En de foto ernaast: alle familieleden in één plaatje. Beide foto’s hingen recht tegenover de kamerdeur, die zag je meteen als je binnenkwam. En om negen uur vond ik het welletjes en plofte ik in m’n stoel. Héhé… Wat een gedoe als je kersverse vrijer je op komt halen en nog even je huis wil bekijken… En op dat moment voelde ik weer iets in mijn buik tekeergaan. Geen vlinderkolonie ditmaal, maar ordinaire honger. Verhip ja, sinds onze wandeling had ik niets meer gegeten! Nu nog koken? Nee. Een paar boterhammen, een glas melk erbij en dan naar bed. Morgen zou wel eens een pittig dagje kunnen worden...

Een half uur later lag ik onder het dekbed. Douchen kwam morgenochtend wel. Ik dacht er even over om mezelf te verwennen, maar zag er van af. Als het heel heftig werd, moest morgen het bed wéér verschoond worden. Ik troostte mezelf met de herinnering aan het vrijpartijtje op de bank. Heerlijk, die warme armen om me heen. En die handen op mijn benen… En lekker zoenen met een fijne vent…

Zondagochtend: de wekker begon te zoemen. Acht uur pas… Gáááp… waarom staat dat ding überhaupt aan op zondag? Oh, verrek ja: samen met Frank naar Born! En om tien uur stond hij voor de deur… Nou Gon, geen paniek, kalm aan. Eerst een kop koffie, daarna even een plan trekken en zorgen dat je om tien uur fris en fruitig klaar staat! Ochtendjas aan, naar beneden, koffie maken. En meteen maar ontbijten… Na een paar boterhammen ging ik weer naar boven. Douchen, lekker opfrissen en optutten.
Twijfelend stond ik een half uur later voor mijn kast. Natuurlijk wilde ik er ‘leuk’ uitzien voor Frank. Maar ook weer niet té; we gingen ten slotte ook naar Born. Uiteindelijk koos ik een geel lingeriesetje. Dun, met leuke kanten randjes. Een getailleerd lichtgeel jurkje met korte mouwen, het rokje iets boven de knie. Een brede, zwarte ceintuur om m’n middel. Wineblush panty er onder, sandaaltjes met een hakje. Een groen colbertje zou over het jurkje heengaan voor als we nog naar buiten zouden gaan.
Opmaken: m’n haar kamde ik los en daar ging een gele haarband in. Ogen: een lichte oogschaduw en mijn lippen geaccentueerd met een klein beetje kleur. Tevreden keek ik in de spiegel: netjes, maar niet té uitdagend. Alleen mijn ogen verraadden me: die schitterden. Een zwart velours bandje om mijn hals voor het contrast. Zo, Gonnie… Gereed voor je date? Ja, inclusief de vlinders die weer wakker waren. Een blik op m’n horloge: zeven voor tien, keurig op tijd. Tasje pakken en klaarleggen, inclusief telefoon. En nu maar wachten…

Exact om tien uur werd er aangebeld. Ik deed de deur open en daar stond Frank. Keurig in kostuum! “Wauw… Wat zie jij er deftig uit… Gauw naar binnen jij, de dames in Renkum zouden je kunnen bespringen!” Eenmaal binnen en met de deur dicht omhelsde hij me. “Hoi, prachtige vrouw”, hoorde ik vlak bij m’n oor. En daarna hoorde ik even niets meer; we waren druk bezig met een lange zoen en ik genoot ervan! Uiteindelijk liet Frank me los. “Mag ik nu jouw optrekje bekijken?” “Ja hoor, dat mag. Inclusief slaapkamer, dan staan we quitte.” Hij trok een ondeugend gezicht. “Die dan maar eerst?” “Niks ervan, meneer Veenstra. Dan moeten we dat in Born uitleggen en daar heb ik niet zoveel zin in. Kom, naar binnen, de kamer in jij!”
Hij bleef in de deuropening staan. “Wauw…” Hij keek naar de foto’s van Gien en Henk en de familie. Toen draaide hij zich naar me om. “Dit mis ik, Gon. Zo’n gezelschap om me heen.” Ik legde een hand op zijn arm. “Als het serieus iets tussen ons wordt, lieve Frank, krijg je hen er gratis bij.” Ik giebelde. “En dan komen er vast nog wel wat momentjes waarop je spijt krijgt van je beslissing om met Gon Peters en haar familie in zee te gaan.” Hij keek me aan, bloedserieus, en schudde langzaam zijn hoofd. “Gon… Daar krijg ik geen spijt van. Nooit. Dat weet ik zeker.” Ik moest slikken en even later zag ik de wereld niet meer zo scherp door de tranen in m’n ogen.

“Sorry… Dit is een van de liefste dingen die iemand ooit tegen me heeft gezegd…”

Hij omarmde me weer en ik genoot van het gevoel: twee warme, stevige armen om me heen die me goed vasthielden. Toch zei ik even daarna: “Wil je me even loslaten, Frank?” Naast mijn oor hoorde ik: “Liever niet, schat. Waarom?” “Omdat ik je mooie colbertje nu sta te doordrenken met mijn tranen. Daarom.” Hij liet me los. “Oké, oké… Om indringende vragen over vlekken op kleding te voorkomen…” Ik haalde uit en tikte op zijn schouder. “Naarling! De gedachte alleen al…” Droog zei hij: “Het zou een wat vreemde situatie zijn, schat. Normaal komen die vlekken op de kleding van het meisje in kwestie…” Ik snauwde: “Die kans is vandaag voor je verkeken, Frank Veenstra! Met je stomme opmerkingen… Ben jij bedonderd.” Ik wilde hem boos aankijken, maar dat lukte niet; zijn gezicht stond ‘neutraal’, maar zijn ogen lachten me keihard uit en ik schoot ook in de lach.
“Kom, je hebt nu wel lang genoeg naar mijn lieve moeder, knappe zus en Cora de judobitch gekeken. Op de bank jij. Wil je koffie?” “Heb ik thuis al gehad. Nee, dank je wel. Geen trek om straks op de snelweg plotseling hoge nood te krijgen en dan bij een tankstation te moeten afwateren. Ik ken makkelijker manieren om een enorme infectie op te lopen.” “Dan geen koffie… Kom, je kwam hier voor een rondleiding in mijn optrekje. Daar gaan we nu mee beginnen. Dit is de huiskamer.”
Hij keek rond. “Gezellig… Mijn kamer is, zoals je hebt gezien, heel ‘strak’. Scheelt enorm veel tijd qua schoonmaken, maar bovendien was mijn ex Hetty een fervent verzamelaarster van rommelmarkt-spul. En daar stond de hele kamer op een gegeven moment vol mee; je kon geen poot verzetten of je brak bijna je nek over een vaasje of een Boeddhabeeld. Alles wat ze niet mee had genomen ging een dag later in Arnhem naar de gemeentewerf, bij het grof vuil. Sindsdien is mijn kamer zoals hij nu is.” Hij keek rond. “Maar dit kan ik wel waarderen: mooie planten, hier en daar iets persoonlijks…”
Ik keek hem aan. “Frank, ik verzamel geen vaasjes of Boeddhabeelden, maar ik wil wel dat mijn kamer iets persoonlijks uitstraalt. Dus je zult er rekening mee moeten houden dat onze gezamenlijke huiskamer, áls die er komt, niet zo strak geordend is als jouw kamer in Schaarbergen nu. Als jij allergisch bent voor vrouwelijke spullen…” Ik maakte mijn zin niet af. “Gon, wat ik net zei, beschreef exact de toestand van mijn huiskamer, toen Hetty en ik samenwoonden. Met name de laatste maanden kon ik bijna geen poot verzetten door de, vergeef me uitdrukking, goedkope prullen. Achteraf begreep ik het: ik was veel weg en daardoor had zij behoefte aan compensatie of zo. Een psycholoog heeft daar vast wel een mooie verklaring voor. Maar ze had beter een hond in huis kunnen halen.”
Ik hief een hand op. “Laten we Hetty maar even met rust laten. Terugdenken aan haar doet niet zo veel goeds met je humeur, zie ik wel. Kom, mee jij.” We liepen de begane grond door en Frank kon mijn inrichting wel waarderen. “Huiselijk, Gon. Gezellig.” Toen wees ik naar boven. “Jij voorop, meneer, anders kijk je alsnog onder mijn jurkje. En zover is het nog lang niet.” Hij grinnikte en liep de trap op. Logeerkamer, natte groep en toen opende ik de deur van mijn slaapkamer. “En dit is het slaapvertrek van de vrouw des huizes…”
Hij keek rond en toen naar mij. “Ik probeer me te visualiseren hoe jij je hier ’s morgens aankleed, schat.” Ik snoof. “Jaja, dat moet ik geloven? Volgens mij sta je fantaseren hoe jij me hier ’s avonds uitkleed, smeerlapje.” Met een uitgestreken gezicht zei hij: “Nou, dat hoeft niet persé ’s avonds te zijn hoor. ’s Morgens of ’s middags lijkt me ook prima.”
Ik zuchtte diep. “Kerels… Altijd hetzelfde…” Toen trok ik hem tegen me aan en kuste hem. “Geduld, Frank. Niet meteen…” Hij knikte. “Ik snap het, Gon. Geen paniek.” Even stonden we te zoenen, toen verbrak hij de kus. “Kom, naar beneden. Jij bent veel te mooi en te lief. We pakken onze spullen en gaan rustig naar het mooie zuiden.” Tien minuten daarna reden we over de Rijnbrug bij Heteren, de A50 volgend naar het zuiden.

En onderweg begon Frank over… werk! “Gon, jij bent veel te slim om alleen maar administratief werk te doen. Wat dacht je er van om je ook te verdiepen in ons softwaresysteem?” Ik dacht na en zei toen: “Frank, ik ben econome. Geen softwaregoeroe. Ja, ik ben best bedreven in alle software van Microsoft, maar ik ben ‘gebruiker’. Geen onderhoudstechnicus of ontwikkelaar.”
Hij knikte. “Dat weet ik, en dat is prima. Maar nogmaals: jij bent veel te slim om alleen maar ons achter de vodden te zitten dat we onze declaraties op tijd inleveren en zo. Dat kan een meisje van 20 met MBO bedrijfsadministratie ook prima. Maar jij bent Bachelor. Dat, én je ervaring bij die uitgeverij maakt dat je in onze optiek veel meer kan.” Ik snoof. “Jaja… de ‘ervaring’ bij de uitgeverij… Solliciteer jij naar dezelfde behandeling als meneer de junior directeur? Je hoeft het maar te zeggen hoor…”
Hij schoot in de lach. “Nou nee, dank je wel voor het aanbod, maar die laat ik even voor wat het is. Even serieus Gon: Simon en ik hebben het daar van de week over gehad. Simon heeft je ook zien werken, Yvonne ook en ze zijn beiden van mening dat jij méér voor het bedrijf kan betekenen. Ik, nee… wij, Simon en ik, doen je het volgende voorstel: jij gaat de cursus volgen voor de gebruikers van ons systeem. Die duurt een week. Je schuift aan bij een ‘in company-cursus’ die ergens in de buurt gegeven wordt. Dat zijn cursussen waar personeel van meerdere bedrijven aan deel neemt. Ook dames. Je volgt gewoon de cursus en doet examen. Als je meer dan een 8 voor de eindtoets haalt, voldoe je aan het toelatingscriterium voor ‘beheerder’.
Da’s de volgende cursus, die duurt ook een week, maar dan verdeeld over 5 weken, elke week een dag. Plus een aantal opdrachten die je in eigen tijd moet doen. Dan doe je dát examen. Heb je daarbij weer een 8 of meer als eindcijfer, heb je jezelf gekwalificeerd voor de opleiding ‘ontwikkelaar’. Die opleiding duurt een half jaar; één dag per maand een contactmoment, en vrij veel huiswerk. Voor de duidelijkheid: het niveau van die opleiding is HBO. En als je daarvoor slaagt weet je zo ongeveer bijna alle ins en outs van ons systeem. Natuurlijk houden we een paar dingetjes voor onszelf, anders gaan onze klanten met ons systeem op de loop. En die dingetjes kom je via Mike of Gerben wel te weten.
Dat heeft voor het bedrijf de volgende voordelen: we hebben er iemand bij voor de helpdesk, we hebben een ontwikkelaar erbij én jij kan, als je daar ten minste trek in hebt, ook les gaan geven. Of bij klant zitten als helpdesk.”

Ik keek even in het niets. “Poeh, Frank, dat is nogal wat… Best wel een carriéreswitch. Van econome tot softwaregoeroe… Mag ik daar even over denken?” Hij lachte. “Ja hoor. Simon en ik waren van plan je dit aanstaande woensdag voor te leggen; dan hebben we als team O&O een intervisie/supervisiedag en zijn we allemaal binnen. Ook Simon sluit altijd een uurtje aan. Nu kun je er rustig een paar dagen over denken. Over je carriéreswitch tot softwarebitch.” Hij grijnsde gemeen.
“Rotzak. Maarre… even zakelijk, Frank. Wat levert het mij op? Het salaris wat ik nu verdien is op zich prima, maar ik moet, als ik dit ga doen, behoorlijk wat tijd en energie investeren. Die uiteindelijk ten goede komt aan de firma. Hoe wordt dat geregeld?” “Da’s heel simpel, Gon. Elke cursus levert je een periodiek op. Dus ga je een jaar omhoog in salaris, binnen dezelfde schaal. Als je slaagt voor het examen ‘ontwikkelaar’, ga je een salarisschaal omhoog plus een periodiek. Je werkt nu in schaal 8, periodiek 7. Uiteindelijk kun je eindigen in schaal 9, periodiek 10. En dat binnen een jaar. En dat scheelt je zo’n 500 euro in de maand. Netto. Best wel de moeite, zou ik zeggen.”
Ik rekende snel. Dat zou neerkomen op een salaris van meer dan 3.500 euro netto per maand, nog los van vakantiegeld en eindejaarsuitkering… Dat was beduidend meer dan ik bij die uitgeverij verdiende; daar lag het salaris op krap 2.500 euro per maand. “Ik ga hier serieus over nadenken, Frank. En morgen met Mike over praten; volgens mij weet hij als geen ander wat het inhoudt. Want jou wil ik er even buiten houden, wegens ‘chronische subjectiviteit’, zullen we maar zeggen.”
Ik glimlachte liefjes en trok mijn jurkje iets op, zodat een groter stuk van mijn bovenbenen zichtbaar werden. Frank bromde. “Wilt u mij niet zo afleiden, mevrouw Peters? Dit uitzicht op uw benen is een stuk interessanter dan die blauwe Audi die ons zo dadelijk in gaat halen.” Ik mopperde: “Mooie vergelijkingen heb jij… Mijn benen vergelijken met een Duits koekblik met een overdaad aan testosteron… Complimenteus is anders, meneer Veenstra!”
Hij gniffelde, werd toen weer serieus. “Gon, denk er goed over na. Klets met Mike; die heeft twee jaar geleden ditzelfde traject doorlopen. En Mike was weliswaar docent, maar in de veiligheidswereld. Gaf les in VCA, heftruck, verreiker, autolaadkraan en zo. Hij had een MBO-opleiding in de techniek, en is later Middelbaar Veiligheidskundige geworden. Toen solliciteerde hij bij ons en moest zich ook compleet om laten scholen. En als ik zie waar hij nu staat…” Ik knikte. Ik had een aantal van zijn gesprekken met klanten proberen te volgen, maar raakte halverwege de draad al kwijt. “Is goed. Ik ga intensief met Mike kletsen. Maar nu een ander heikel punt, Frank. Wij hebben nu een relatie. Jij bent formeel mijn chef. Hoe denk je dat Simon en vooral de directe collega’s daar tegenaan kijken?”

Hij gniffelde verdacht en ik rook lont. “Vertel! Jij houdt iets achter, ik zie het!” “Hoe heet Simon, Gonnie?” Ik groef in mijn geheugen. “De Laat.” “Goed zo. En hoe heet Yvonne?” Ik fronste. “Weet ik zo niet meer. In ieder geval niet De Laat, dat weet ik zeker.” “Klopt. Ze heet Yvonne Makinga. Want ze wilde haar eigen naam houden, toen ze met Simon trouwde.” “Wááááát? Zijn die twee… Dat meen je niet!”
Frank bleef grijnzen. “Yvonne kwam binnen als receptioniste. Twee en een half jaar geleden. Enfin, na een paar maanden kregen ook zij een relatie en ze zijn ruim een jaar terug getrouwd. En op het werk houden ze bewust afstand; geen van onze klanten weet dat meneer de Laat en mevrouw Makinga getrouwd zijn. En dat willen ze graag zo houden; is soms wel eens handig. Als iemand bij de receptie staat en hij of zij behandelt Yvonne als een dweil, worden er géén zaken gedaan. Een soort lakmoesproef.
De dame die vóór jou op sollicitatiegesprek kwam, is kei-, maar dan ook keihard door de mand gevallen bij Yvonne; ze kwam binnen en behandelde Yvonne als een kleuter. Vervolgens stelde ze nogal wat eisen tijdens het sollicitatiegesprek die nergens op sloegen; ze gedroeg zich alsof wij kwajongens waren die de Heer op hun blote knieën moesten danken dat zij haar gaven aan ons wilde spenderen.
Kortom: onze brave directeur moet geen opmerkingen maken over onze relatie, want dan krijgt hij de wind van voren. Van mij, maar ook van Yvon, denk ik. En ik weet wat erger is…”
Ik lachte. “Oké… En de collega’s? Mike, Gerben, Ben en Alex?” Hij haalde zijn schouders op. “Ik denk dat die jou een knuffel geven en héél veel sterkte wensen en mij een hand geven en geluk wensen. Niet bang zijn voor jaloezie.” Dat nam ik dan maar aan; aanstaande woensdag, als de meute compleet was, zou ik het wel merken. Al kletsend, met af en toe een geintje er tussendoor naderden we Born. “Bij afslag 47 er af, Frank.” Hij wees op de middenconsole met de digitale kaart. “Mijn vriendin weet waar ik moet zijn, schat.” Snelweg af, langs het tankstation evenwijdig langs de snelweg en even later: “Kijk… Dáár staat het huis.” “Dat ligt daar mooi, zo tegen het bos aan”, was zijn antwoord. Frank reed rustig de oprit op en parkeerde naast de auto van Gien. “Zo. Nou, laat het kruisverhoor maar komen!” Ik kuste hem snel. “Niks kruisverhoor. Dit meisje bepaalt haar zaken zelf wel. Ze hebben het maar te accepteren.” Hij grinnikte en we stapten uit…

De eerste die we tegenkwamen was Gien, met Henk er vlak achter. “Hé, mijn jongste dochtertje… Hoi schat.” We knuffelden elkaar, toen knuffelde ik Henk. “Hé, mooie stiefpapa…” Hij bromde: “Zo, rooie lastpost. Ben je er weer eens?” Ik knikte. “Ja. En ik heb iemand meegenomen. Gien, Henk, dit is Frank.” Frank gaf hen een hand. “Frank Veenstra. Aangenaam, meneer en mevrouw Klok.” “Dus jij bent Gonnie d’r chef?” Gien keek hem onderzoekend aan en Frank trok een wenkbrauw op. “Nou… chef… Formeel valt uw dochter sinds vorige week vrijdag inderdaad binnen het bureau waar ik de beslissingen mag nemen, maar ik vrees dat Gon nogal gaat sputteren als ik me voorstel als ‘haar chef’. En dat risico wil ik voorlopig niet nemen, als u het niet erg vindt.”
Gien lachte. “Goed antwoord! Lekker diplomatiek ook, daar houden we hier wel van. En voor de duidelijkheid: onze kinderen spreken ons met de voornamen aan; hun partners mogen dat ook. Ik ben Gien, die mooie vent naast me heet Henk.” Frank lachte. “Dank je wel. En ik ben dus Frank.” Ik greep hem bij de arm. “En sinds gisteren geef ik hem soms wat andere namen, maar dat merken jullie vanzelf.” Gien knikte. “We hadden al zoiets vernomen. Nou, welkom in Born, Frank. Wat willen jullie drinken?”
Ondertussen liepen we naar de achtertuin, naar het terras. Daar stonden al vier stoelen klaar. “Ga zitten, Frank.” Henk gebaarde en vervolgde: “In feite heb ik hier niks te vertellen, want ik ben sinds anderhalf jaar met Gien getrouwd en ben bij haar ingetrokken. Het is háár huis; ik ben slechts…” Verder kwam hij niet. Gien kwam het terras op lopen. “Wil jij geen onzin lopen verkondigen, Henk Klok? Jij bent mijn vent. En da’s méér dan genoeg om hier iets te vertellen te hebben!” “Ja schat, dat probeer ik al anderhalf jaar, maar…” “Káppen met die onzin!” Ma keek nu boos en Henk keek zielig.
Frank grinnikte, ik ook en Henk lachte. “Háp! Op de kast!” Ma bromde wat onduidelijks en liep weer naar binnen. Ik keek van Henk naar Frank. Ja, die twee hadden wel iets van elkaar weg. Beiden op het oog ‘doorsnee mannen’, maar keek je goed dan zag je Henk z’n doordringende ogen. ‘Plasmasnijders’ hadden Annet en ik ze wel eens genoemd, als we Henk boos hadden gemaakt of als we hem zaten te pesten. Frank z’n ogen waren bruin, iets minder opvallend, maar ze konden ook nogal nadrukkelijk kijken. En beiden hadden op het oog een modaal postuur, maar ik had in Schaarsbergen wat foto’s van Frank in zwembroek gezien op zo’n digitaal fotolijstje; hij was behoorlijk gespierd. En Henk z’n body hadden we voor het eerst na het huwelijk kunnen bekijken; ook hij was pezig. Weinig vet, en waar spieren moesten zitten, zaten ze ook.

Henk betrapte me. “Zit jij nou je stiefvader met je vriend te vergelijken, Gon? Jouw ogen flitsten tussen ons heen en weer… Vertel!” Ik giebelde. “Jullie lijken wel een beetje op elkaar. Op het eerste gezicht saaie doorsnee types. Sukkelen in de C&A dociel achter hun echtgenotes aan. Totdat iets of iemand jullie wakker schudt en dan heb je de poppen aan het dansen…”
“Nou die poppen zijn nú al aan het dansen, dochtertje!” De boze stem van Gien achter me. “Zit jij mijn echtgenoot nou voor ‘dociele sukkel’ uit te maken? Ben je helemaal van de pot gerukt… En je vriendje ook? Frank, dáár ligt de tuinslang; als je die wilt gebruiken: mijn toestemming heb je!” “En de mijne ook, Frank”, vulde Henk pesterig aan.
Frank bleef echter rustig zitten. “Gien, Henk: als ik die tuinslang ga gebruiken moet mevrouw jullie dochter zich omkleden. Waarschijnlijk in een oud T-shirt en een verschoten spijkerbroek. Zou ik een beetje jammer vinden; dit jurkje staat haar best leuk.” Ik keek hem aan. “Ik heb hier nog wel andere kleding dan een oud T-shirt en een rafelige spijkerbroek, hoor. Vergeet niet dat mijn lieve tweelingzus hier nog steeds woont. Wij hebben dezelfde maten en haar garderobe is altijd wat uitgebreider dan de mijne geweest.” “Oh, in dat geval…” Frank stond op en liep richting kraan.
“Heb het lef, Frank Veenstra!” snauwde ik en hij ging grijnzend weer zitten. “Zo. Jij ook op de kast. Net als Gien.” Henk gniffelde. “Je mag hier vaker komen, Frank.” “Ik denk dat ik van dat aanbod graag gebruik zal maken, Henk.” “Daar zouden we blij mee zijn!” hoorde ik de stem van Gien. En ze vervolgde: “Deze week hebben we al iets over je vernomen, dat klonk al goed; maar nu we je ‘live’ zien en horen is die indruk alleen maar beter geworden. Maar voor de duidelijkheid: daar hebben wij niets over te zeggen; jouw meissie is ondertussen oud en wijs genoeg om haar eigen beslissingen te nemen.”
Frank knikte en zei toen: “Hoorde ik je nu net ‘eigenwijs genoeg’ zeggen, Gien? Ja, daar kan ik me wel in vinden, geloof ik…” Ik sputterde. “Zeg Frank… Bij het welkom heten werd gezegd dat hier normaal voornamen gebruikt worden. Als er achternamen gebruikt gaan worden, is het tijd om enorm op te passen, want er zou zo maar eens iets engs met je kunnen gebeuren. Goed begrepen, menéér Veenstra?”

Gien hief haar hand op. “Gon, even genoeg… Frank, je bent hier welkom. Punt. En ja, ik ben de moeder van Gon; Henk is niet haar vader, maar haar stiefvader en méér dan een hele goede vriend. Haar biologische vader speelt geen rol meer in haar leven. Ik neem aan dat je die geschiedenis ondertussen kent.” Ze keek nu serieus en Frank knikte. “Die weet ik. En voor de duidelijkheid: Gonnie heeft me ondertussen alles verteld wat zich hier én in een zekere Club op de Veluwe heeft afgespeeld de afgelopen jaren. Nog voordat ik überhaupt de kans had gehad om haar te vertellen dat ik meer dan smoorverliefd op haar ben. En ik kan jullie verzekeren: ondanks dat het behoorlijk schrikken was…
Wie ben ik om jullie te veroordelen? Uit wat ik hoorde gaan jullie op een hele liefdevolle manier met elkaar om. Prima. En dat is het meest belangrijke wat ik er over te zeggen heb. En Gon is hartstikke blij met de combi Gien en Henk, voor het geval jullie dat nog niet wisten.”

Ik moest blozen en Henk zei droogjes: “Dat zal best… Nadat mevrouw en haar lieve zusje mij nogal op de proef hadden gesteld, de eerste keer dat ik hier kwam.” Ik moest hard lachen. “Nog steeds last van, Henk?” Hij gromde: “Die eerste avond hier was vlak nadat Gien en ik een nogal intensieve cursus in Amerika hadden doorlopen. Een paar dagen daarna moest ik bij een klant in het zuiden zijn en dat liep nogal uit. Enfin, ik wist dat Gien hier ergens woonde en ik had honger. Dus bel ik op om te vragen of ze nog een boterham over had voor een hongerige reiziger. Een half uur later sta ik aan de deur, blijkt de familie lekker aan het barbecueën te zijn. Nou, dat sla je natuurlijk niet af. We kletsen wat en Gien begint iets te vertellen. Maar die rooie rakker daar en haar even rooie zus proberen me af te leiden door met hun schoentjes te spelen… Ik moest enorm mijn best doen om op Gien gefocust te blijven, met die twee vamps naast haar!”
Frank keek me aan. “Jij bent af en toe best wel een krengetje, mevrouw Peters Junior!” Gien snoof. “Af en toe? Wacht maar tot je haar samen met haar zus bezig ziet! Dan is de boot helemaal aan.” Ik gaf Frank een zoentje. “En dat ga je zo dadelijk zien, meneertje. Annet komt straks ook hier, samen met Hans, haar vrijer en Cora, de vriendin van Rick en ondertussen ook een hele goeie vriendin van ons. Bereid je maar vast voor!” Hij keek gespeeld wanhopig, totdat Gien zei: “Kalm maar, Frank. Annet wordt wel in bedwang gehouden door Hans. Op het oog een hele rustige goeie lobbes, maar kijk uit als hij los gaat; dan zijn mijn dochters allebei best wel mak. En over Cora zeg ik niks; daar heb ik ook niks over te zeggen, behalve dat ze ook een schat is. Oh ja, wellicht goed om te weten: ze heeft een zwarte band judo. Eén verkeerd woord en je pezen en gewrichten doen nogal pijn.”
Frank gniffelde verdacht en ik keek hem aan. “Jij hebt iets op je lever, vriendje van me! Vertel!” “Ik heb ook een aantal jaren de edele judosport beoefend, liefje. Tot vier jaar terug, toen waren er andere prio’s. Maar goed: de geheimzinnige Cora en ik kunnen wellicht wel eens een wedstrijdje doen.” Henk zei: “Dan zou ik vooraf de polis van je ziektekostenverzekering eens goed gaan lezen. Ik dacht dat ik een aardig potje Taekwondo kende; ze had me binnen een minuut in een houdgreep, die o zo lief uitziende bruine krullenbol.”
Pesterig zei ik: “Maar jij bent ondertussen aardig op leeftijd, stiefpapa van me. Nog even doorbijten en je kunt met pensioen…” “Hé!! Oppassen jij! Je hebt het wel over mijn man, Gonnepon!” Gien gebruikte het verkleinwoordje van mijn naam, iets waar ik in mijn pubertijd een dodelijke hekel aan had gehad.
En natuurlijk moest Frank er om lachen. “Gonnepon… Die ga ik woensdag op kantoor lanceren, denk ik. Is dat met één of met twee ‘ennen’ op het eind, Gien? AU, gemeen loeder!” Ik kneep hard in zijn bovenbeen. “Denk er aan: ik heb geen judo gedaan, maar ben uitstekend op de hoogte van de plaatsjes waar het bij kerels behoorlijk pijn doet als je knijpt. Vraag maar een junior-directeur van een bepaalde uitgeverij in Ede. De volgende keer knijp ik hoger en harder, vriendje. En als je het in je hersens haalt om het lievelingswoordje van mijn moeder op kantoor ten berde te brengen, kun je die junior-directeur ontmoeten op de afdeling urologie van het ziekenhuis in Ede.
Jij als je daar nog ligt, hij als hij op controle komt, zeg maar.” Ik keek eerst woest, maar eindigde met een knipoog. Frank zuchtte. “Het is hier nogal fysiek bij jullie…”
Ik keek hem ondeugend aan. “Ja. En zeg niet dat je dat erg vind. Gistermiddag merkte ik daar ten minste niets van.” Gien keek op en ook Henk keek wat waakzamer. “Zeg dochtertje… Vertel eens?” Frank werd wat rood en gromde: “Hé… Moet dat nou?” Ik knikte. “Ik mag toch wel vertellen dat ik gisteren een tijdje heerlijk met jou heb liggen zoenen? Op jouw bank, midden in de rimboe van Schaarsbergen?” Ik kuste hem even en zei toen tegen Gien en Henk: “En dat was een heerlijk half uurtje. En nee, we zijn niet all the way gegaan. Vonden we beiden nog wat vroeg, zeg maar.”

Henk knikte. “Mooi.” Gien zei niets, knipoogde alleen maar. Zo kletsten we een tijdje ontspannen verder, zonder al teveel toespelingen. Ik kon zien dat Frank zich wat meer op z’n gemak begon te voelen en wat ‘vrijer’ werd in zijn conversatie. Prima. En even later ging hij een technische discussie aan met Henk over bepaalde software. En Gien mengde zich er ook in; die kon er ook over meepraten. Ik stond op. “Ik maak nog even een volgend bakje koffie.” Zo kon ik vanuit de achtergrond Frank goed observeren nu hij met anderen aan het discussiëren was.
En die discussie ging behoorlijk de diepte in. Frank legde beknopt uit hoe de software van ons bedrijf werkte en Gien had daar wat kritische opmerkingen over. En Henk ook. Ze legden hem het vuur behoorlijk aan de schenen. Frank bleef rustig en probeerde hun argumenten te weerleggen.
Soms lukte dat; bij enkele dingen echter niet. En uiteindelijk keek hij op, zag mij in de keuken staan en mopperde: “Dit had je me wel eens mogen vertellen, Gon… Dat ik hier een beetje doorgezaagd zou worden door twee IT-goeroe’s.” Ik lachte. “Lakmoesproef, liefje. Zo dadelijk word je nóg een keer doorgezaagd; door mijn lieve zus en haar vriend en onze vriendin. Maar of dat met IT te maken heeft? Ik betwijfel het.” Gien keek me aan. “Komen Annet, Hans en Cora hierheen? Dat had je wel eens mogen vertellen, dan had ik wat meer eten ingeslagen.” Ik haalde mijn schouders op. “Dan halen we toch gewoon Chinees?” Gien zuchtte en Henk stak een duim op. “Lekkere ideeën heb jij, Gon!” Gien gaf hem een tik.
“Je bent een vreetzak, Henk Klok.” Hij haalde zijn schouders op. “Een beetje compensatie voor al die jaren buitenland, schat. Dat mag toch wel, zo af en toe? Jij miste ook de pindakaas en de spruitjes toen je in Amerika was, dat heb je daar wel twintig keer tegen me gezegd als weer eens in de lucht van franse frietjes en hamburgers zaten en wij onze honger stilden met rauwkost.” Hij keek gemeen. “In jouw geval: véél rauwkost, toen-nog-mevrouw-Peters.” Gien kleurde zowaar en mopperde: “Rotzak.”

Terwijl ik het tweede kopje koffie inschonk, klonk het bewegingsalarm van de oprit. Ik keek: Jawel, Annet, Hans en Cora! En achter Cora liepen twee honden: Bowy en Lovely. Dat gezelschap kwam even later de achterdeur in, Annet voorop. “Zusje!!!” Ze rende op me af en we knuffelden even. Daarna Cora: ook zij gaf me een dikke zoen en ook Hans liet zich met een zoen niet onbetuigd.
“Hallo zuster Corina… Ontsnapt uit het klooster in Renkum?” Ik wees op Frank. “Ja. Een aardige pater heeft me bevrijdt.” Frank trok een wenkbrauw op. “Pater? Ikke? Da’s de eerste keer dat… Nou ja, laat maar…”
Hij keek naar Annet. “Zo te zien heb jij aardig wat gemeenschappelijke chromosomen met mijn vriendin, dus ik neem aan dat jij Annet bent. Hoi, ik ben Frank.” Ze gaven elkaar een hand, toen keek hij naar Hans. “En jij bent haar vriend? Binnenkort moeten we eens praten, denk ik.” Hans grijnsde. “Ik weet niet of beide dames daar toestemming voor geven, maar het lijkt me wel een goed plan. Hoi, ik ben Hans.”
Weer een hand en toen was Cora aan de beurt. “En jij bent een hele goeie vriendin van die twee rooie dames, heb ik gehoord…” Cora knikte. “Klopt. En de vriendin van Rick, hun broer. Hallo Frank.” Weer een hand. Ondertussen haalde ik Bowy aan, en toen Lovely. “Dit zijn twee honden die hier vaak komen, Frank. Bowy, die Lab, is de persoonlijke waakhond van Cora en Lovely, die Chowchow is het tweede liefje van mijn broer Rick. Eigendom van Cora’s moeder, en daar voelt ze zich ook prima thuis, maar als Rick weer terug is in Nederland is Lovely binnen één meter afstand.” Frank haalde Bowy rustig aan. Bij Bowy geen probleem; dat was een allemansvriend. Lovely was iets gereserveerder en ging naar achteren toen Frank haar wilde aaien. Cora zei: “Laat haar maar rustig even snuffelen en aan je wennen, Frank. Dat werkt bij een Chow het beste.”

Gien tikte op tafel. “Zo… Op Rick na zijn we compleet, maar dat wordt binnenkort opgelost als hij weer thuis komt. En om te voorkomen dat Frank vreselijk door de mangel gehaald wordt door Annet, Coor en Hans: dat hebben wij al gedaan net. Dus hou het een beetje beschaafd graag.” “Da’s nou jammer Gien… Annet en ik hadden al wat plannetjes.” Cora keek ondeugend en ik greep in. “Niks ervan Cora Amelink! Er wordt hier niet met schoentjes gespeeld; dat heb ik al gedaan! Vandaar dat Frank nu hier zit.” Hans bromde: “Jammer… ik had die show graag nog een keer gezien.”
“Dat vraag je maar aan mijn zus, bijna-zwager! Als Frank er niet bij is, potverdrie!” Ik keek gespeeld boos naar hem en Hans grinnikte. Frank merkte op: “En ik weet ondertussen wat die opmerking inhoudt; als Gonnie daar moeite mee heeft, mag hij achterwege blijven.” Hij grinnikte en vervolgde: “Gon heeft een en ander al gedemonstreerd…”

Annet snoof. “Gon heeft het gedemonstreerd? Nou, dan mis je de helft. Wacht maar eens af…” Gien greep in. “Niks ervan, dochtertje. Je houdt je maar eens in. Zal Hans ook wel op prijs stellen.” Die knikte. “Dank je wel, Gien.” Na dit gepest gingen ze er lekker bij zitten en ik schonk ook hen koffie in.
En toen zei Frank: “Mag ik even de aandacht? Annet, Cora, Hans: ik ben compleet op de hoogte van jullie gezamenlijke geschiedenis. Zowel op de Veluwe als hier, tussen jullie families en de families onderling. Dus bespaar je de moeite om daar krampachtig omheen te draaien; dat hoeft niet. Gon heeft me in z’n algemeenheid op de hoogte gebracht. Ze wilde dat éérst kwijt, voor we iets zeiden dat we meer voor elkaar voelden dan alleen maar ‘een goeie collega’. En dat waardeer ik bijzonder. Maakte mijn gevoel voor haar alleen maar groter. En dat verhaal is ook bij mij veilig.” Hij keek rond. “Dat moest ik even kwijt.”
Annet stond op, liep naar hem toe en gaf hem een zoen op zijn wang. En toen mij. Héél zachtjes hoorde ik: “Zuinig op zijn, zus.” Even later zaten we lekker te kletsen. En natuurlijk werd Frank uitgehoord en vervolgens geplaagd. “En jij bent Gon z’n chef? Nou, dan weet ik zeker dat mijn aanstaande schoonzus weinig presteert. Kijk uit met die zussen joh; als je ze even uit het oog verliest voeren ze niks uit!”
Hans gniffelde.
“Oh, maar Gon hoeft ook niets uit te voeren, hoor. De afdeling ‘buitenland’ doe ik zelf namelijk”, antwoordde Frank. “Morgen moet ik naar Eemshaven, da’s al bijna buitenland en van daaruit rij ik door naar Bremen, daar moet ik dinsdag een cursus geven.” Cora keek op. “En dat is jouw gewone werk? Poeh… Autorijden vind ik best leuk, maar zoveel kilometers vreten… Nee, niks voor mij.” Frank haalde zijn schouders op. “Dat rijden is nog het minst. Werkt ook ontspannend voor mij, als ik ten minste niet naar de randstad hoef. Da’s géén ontspanning op de weg.” Henk knikte instemmend. “Ik weet er alles van, Frank. Overmorgen mag ik weer naar Haarlem. ’s Morgens om acht uur daar zijn, nou dan weet je wel hoe laat ik op moet.”
“Ja, en ik dus ook”, bromde Gien. “Een goeie kop koffie zetten voor meneer en zorgen dat zijn stropdas recht zit. Daarna kan ík ten minste nog lekker een uurtje mijn bed induiken.” Ze stak haar tong uit naar Henk. “Troost je Henk; morgen moet ik dus ook vroeg m’n bedje uit; een dagje coachen in Eemshaven. En Dinsdag dus naar Bremen, een dag les geven. Oók in pak en stropdas, want ‘Herr Diplomingenieur Veenstra’ moet er wel ‘Ordentlich’ bij lopen, anders is hij in Duitsland niet geloofwaardig. Volgens mij krijg je in Duitsland een stropdas cadeau als je een HBO-opleiding met succes hebt afgerond. Oh ja, en de lessen om die te strikken maken deel uit van het Curriculum.”
Ondertussen lag Lovely lekker aan de voeten van Frank, die haar rustig aanhaalde. “Ze voelt zich prima bij jou thuis, Frank”, merkte Cora op. “Normaal is Lovely een stuk afstandelijker naar vreemden.” Hij keek ondeugend. “Dat zal wel komen omdat ik een beetje naar Gonnie ruik, denk ik. Helpt vast.”
Ik schoot uit. “Oh ja? Zullen we de proef op de som eens nemen, meneer Veenstra? Trek je schoenen maar eens uit dan. Volgens mij vliegt die mooie hond dan de kamer uit en kijkt je nooit meer aan!” Frank haalde zijn schouders op en trok doodgemoedereerd zijn schoenen uit. En Lovely keek nieuwsgierig wat hij deed en stak even haar neus in de schoenen. En bleef gewoon liggen. “Niks mis met mijn voeten hoor, Gon. Ruiken waarschijnlijk ook naar jou…” Ik zuchtte demonstratief.
Annet schoot me te hulp. “Je zit mijn lieve tweelingzus nu behoorlijk te pesten, Frank! Dat is niet zo aardig. Pas op; nog even zo doorgaan en ik ga m’n nagels slijpen. En je kunt er niks tegen doen, want je bent geen chef van mij.” Frank keek gemeen. “Dat klopt. Maar ik kan mijn woede wel botvieren op je kleine zusje, denk er aan!” Annet keek me aan. “Pik jij dat? ‘kleine zusje’… Is die vent helemaal gek geworden?”
Ik knikte.
“Ja. Op mij. En persoonlijk heb ik daar niks op tegen, grote zus.”

We grinnikten samen. Na de koffie stelde Henk voor om een wandeling door het bos achter het huis te gaan lopen. “Even de benen strekken en de hondjes te laten dollen.” En even later liepen we paarsgewijs door het bos. Alleen Cora liep zonder partner, maar die was veel bezig met de honden. Ik liet Frank even los en haalde haar in.
“Hé Coor… Over een week is die piloot van je weer hier. Dan loop ook jij weer gearmd.” Ze lachte. “Weet ik en dank je wel. Maar ik ben blij dat jij nu ook gearmd kan lopen, schat.” Ze boog zich naar me toe en fluisterde: “Laat hem niet los, Gon. Prima vent!” Ik trok haar hoofd verder naar me toe. “Echt niet, schat. Die vent is voor mij. Zeker weten!” We knipoogden naar elkaar en toen ging Cora weer met de honden verder en wachtte ik even op Frank.
Op zijn vragende blik antwoordde ik: “Meisjespraat onderling. Moet af en toe, als tegenwicht voor al die technische dingen en het voetbalgezeur waar mannen het altijd over hebben.” “Hé mevrouw, je zult mij nooit over voetbal horen. Interesseert me geen lor. Al die overbetaalde en arrogante blaaskaken die achter een bal aan rennen… En als er eentje onderuit gehaald wordt, ligt zo’n grote vent meteen te janken. Alles voor een strafschop natuurlijk. Zo’n jochie moet eens een paar lesjes vechtsport krijgen. Dán leer je incasseren, in plaats van meteen om je mammie te roepen… Wátjes.”
Het laatste woord kwam er op een toon uit die ik nog niet van hem gehoord had. “Jij bent dus niet zo’n fan van voetbal?” “Voetbal?” Hij spoog het woord nog net niet uit. “Als er één sport is die compleet verziekt is, is het wel voetbal. Door de spelers, maar ook door de zogenaamde ‘supporters’. En niet te vergeten de FIFA, hun wereldorganisatie. Waar de maffia nog wat van kan leren, zo’n corrupte bende is het…”

Ik legde een hand op zijn arm. “Hé Frank… Rustig maar. We lopen hier voor de gezelligheid. Je gal spuwen heeft daar geen positieve invloed op. En troost je: in mijn familie én schoonfamilie is er nergens een voetbalfan te vinden.” Hij blies demonstratief uit. “Dát is een grote opluchting. Welke sporten dan wel?”
We liepen achteraan en ik wees op Cora. “Ziedaar Cora de judoduivel. Legt binnen de seconde een volwassen vent in een knoop.
Mijn lieve stiefschoonpapa: wil nog wel eens in de sporthal hier een potje Taekwondo doen.
Mijn broertje Rick: Zwemt als een orca. Was lid van het waterpoloteam hier, voordat hij naar Afrika ging.
En Annet en ik kunnen hem nét niet bijhouden in het water, dus ja, wij kunnen ook wel een aardig potje zwemmen.
Cora en Gien ook trouwens; we lagen elke week minimaal één avond in het zwembad.”
Ik zag hem grijnzen. “Nee, meneer Veenstra, dat was niet om het andere geslacht te imponeren met onze fraaie figuurtjes en lange benen! Dat was gewoon om een stevig robbertje te zwemmen! En de enigen die ons bij konden houden waren de leden van de waterpoloclub hier in Born. De rest van de heren kreeg, als ze wilden aanpappen, steevast het antwoord:
“Probeer ons eerst maar eens bij te houden in het water, gast. Daarna kletsen we verder.” En steevast gingen ze af als een vergiet.” Frank keek nu sip. “Verdorie… Ja, ik kan zwemmen, maar ben er niet vreselijk goed in. Ik kan me redden in het water en hou het best een tijdje vol, maar wedstrijdzwemmen? Op de honderd meter vrije slag zou ik een bijzonder eervolle laatste plaats behalen: als nummer één de honderd meter aantikte, zou ik nét gekeerd zijn op de vijftig meter, denk ik.”

Ik trok hem tegen me aan. “Ik ken nog een andere sport. Ben ik ook heel goed in. En die wil ik vanavond met jou gaan beoefenen.” Ik stopte, trok Frank naar me toe en gaf hem een lange zoen totdat Gien riep: “Hé tortelduifjes… Lopen jullie nog mee of…?” Frank kleurde. “Coming!” We zetten de pas er in en terwijl we de achterstand inliepen vroeg hij zachtjes:
“Weet je dat zeker, Gonnie?” Ik knikte. “Ja. Nu wel. Leg ik in de auto wel uit. Nu doorlopen, anders krijgen we cynisch en platvloers commentaar. Ga je niet willen.” “Ik bijt dan wel van me af, mevrouw Peters. Een kant van Frank die ze nog niet kennen”
Hij keek me ondeugend aan en ik moest lachen. “Wacht daar maar een paar weken mee. Ze kennen je nu als een sympathieke vent, hou dat nog even zo.”
En nu was het mijn beurt om ondeugend te kijken. “In ieder geval tot vanavond.” Hij knipoogde.
Geef dit verhaal een cijfer:  
5   6   7   8   9   10  
Klik hier voor meer...
Durf jij met oma te flirten?