Lekker Anoniem Webcammen!
Donkere Modus
Door: Jefferson
Datum: 26-01-2026 | Cijfer: 9 | Gelezen: 218
Lengte: Lang | Leestijd: 17 minuten | Lezers Online: 2
Alles Schuurt
Uiteindelijk kijk ik toch enigszins opgelucht toe hoe Elise weer naar binnen loopt. Het heeft een halfuurtje geduurd. Niet alleen omdat ze naar binnen gaat, maar omdat ik aan alles zie dat zíj opgelucht is. Haar schouders zakken net iets, haar pas wordt rustiger. Dat het goed was dat we even hebben gepraat. Dat het nodig was. En dat er, hoe onvermijdelijk ook, vast nog meer gezegd gaat worden. Het is niet zomaar voorbij tussen ons, en misschien hoeft dat ook niet. Niet op deze manier.

Ik sta op dat moment even buiten. Het dansen en de muziek ben ik al lang zat. De kou bijt in mijn wangen, maar ik heb er nauwelijks aandacht voor. Ik kijk naar binnen en zie hoe Elise Kamila op haar schouder tikt. Er vallen een paar korte woorden die ik niet kan horen, maar waarvan ik de toon wel kan raden. Dan omhelst ze Kamila — een omhelzing die langer duurt dan beleefdheid vereist. Kamila slaat haar armen zonder aarzeling om haar heen. Alsof het vanzelfsprekend is. Alsof dit precies is wat er moest gebeuren. Elise betekent nu misschien wel nog meer voor Kamila dan daarvoor. En vreemd genoeg doet dat me goed. Het stelt me gerust. Ieder een anker.

Ik zie Kamila even om zich heen kijken, zoekend. Ze lijkt te vragen waar ik ben. Elise wijst naar buiten en ik zwaai kort, bijna verlegen. Even later lachen we alledrie. Hardop zelfs. Ook al kunnen we dat niet horen. Dat is lang geleden. Of zo voelt het ten minste. In werkelijkheid zijn het maar een paar dagen geweest, maar met alles wat er speelt, rekt de tijd zich uit. Dagen voelen als weken, terwijl de gebeurtenissen elkaar juist razendsnel opvolgen.

Kamila wuift me naar binnen, maar ziet ook dat ik inmiddels weer gezelschap heb gekregen. Van iemand die ik misschien wel het minst had zien aankomen. Zo staat Nathalie opeens naast me. Haar dikke winterjas hoog dichtgeritst, een sigaret tussen haar vingers waar ze nauwelijks aan trekt. Ze oogt niet volledig op haar gemak, maar vooral nieuwsgierig — op een manier die niet per se onschuldig is.

“Zag jullie net staan,” zegt ze, doelend op mij en Elise. “Hoe zit dat nou?” Haar toon is luchtig, maar de vraag is direct. Bijna brutaal.

Ik lach kort. “Het zit.”

Nathalie grinnikt, iets te hard misschien. Haar Vlaamse accent is eigenlijk het enige wat ik echt leuk aan haar vind. Al komt dat vooral door de associatie met Jeff. En gek genoeg is ze juist daardoor nieuwsgierig. Alsof mijn aanwezigheid haar dichter bij hem brengt, of juist verder bij hem vandaan.

“Ik ga er maar vanuit dat je alles weet,” begint ze, terwijl ze even over het plein kijkt, alsof ze controleert of niemand meeluistert. “Maar ik had er veel moeite mee toen ik het hoorde. Jij ook, neem ik aan.” Het zijn nogal wat aannames — maar ze kloppen. Ik weet het. En ja, het kostte mij ook moeite. Blijkbaar haar ook. Alleen hebben we dat elk op een andere manier gedragen. Waar ik dacht dat afgesloten te hebben, word ik nu toch gedwongen dat moment weer te beleven. Maar dat vind ik niet per se erg. Heb me ook wel eens afgevraagd hoe zij hierin stond. En nu was blijkbaar het moment.

Heel even voelt het alsof we in hetzelfde schuitje zitten. Twee mensen die iets te verwerken hebben gekregen dat groter was dan ze aankonden. Al weet ik ook dat die overeenkomst maar deels klopt. Ze gaat terug naar waar het begon: Brugge. Elise, genomen door Mussa en Jeff. Een eeuwigheid geleden, en toch ligt het soms nog verrassend dichtbij. Ik zou liegen als ik zei dat het me niets meer deed. Het gesprek dat ik zojuist met Elise had, hadden we uiteindelijk toch aan dat verleden te danken. Zonder Brugge was dit gesprek er misschien nooit gekomen.

“Ik ben gelukkig nu,” zeg ik tegen Nathalie. “Dus is het niet erg meer.” Dat meen ik ergens ook echt. Al had het natuurlijk nooit zo moeten lopen. Sommige dingen laat je los, andere leer je alleen beter te dragen.

Ze gniffelt weer. “Echt een Hollander. Lekker nuchter. Je lijkt Jeff wel.” Dan, bijna achteloos, maar met een blik die blijft hangen: “Nu neem je haar beste vriendin? Is dat de oplossing?”

Eerst vind ik haar vraag vooral vreemd. Onhandig ook. Daarna kijkt ze me aan alsof het een serieus voorstel is, alsof dit voor haar een logisch vervolg zou zijn. Maar ik ben niet de beste vriend van Jeff. Integendeel. En ik speel dit soort spelletjes niet.

“Zo simpel is het niet,” zeg ik. “Al hielp haar aandacht zeker.” Ik bedoel Kamila. Dat weet Nathalie ook wel.

Nathalie blijft glimlachen, bijna grijnzen zelfs. “Je krijgt nogal wat aandacht. Ik hoor je naam overal vallen,” vertrouwt ze me toe, alsof het een geheim is dat per ongeluk ontsnapt.

“Ja?” vraag ik rustig. Ergens weet ik dat ik in meer hoofden zit dan alleen dat van Kamila. Niet uit arrogantie, maar uit ervaring. Elise was daar ook een voorbeeld van. En misschien is Nathalie dat nu wel aan het worden.

“Tja…” zegt ze slechts, alsof ze dingen hoort die ze eigenlijk niet zou mogen doorvertellen, maar het toch niet kan laten.

“Ik zou wel voorzichtig zijn,” zeg ik dan, enigszins uit het niets. “Aandacht heelt een hoop. Zeker dát soort aandacht.” Ik ga er overigens ook vanuit dat ze weet dat ik met meer vrouwen uit de groep het bed heb gedeeld. “Maar het maakt net zo goed veel kapot als je niet uitkijkt.”

Ik kijk haar strak aan. Ze humt kort, niet afwijzend, maar ook niet instemmend. Alsof ze me niet helemaal serieus neemt. En eerlijk is eerlijk: ik neem haar ook niet serieus. Ik ken haar niet. Ik weet niet of dit een spelletje is, of simpelweg nieuwsgierigheid. Ze zag me praten met Elise en werd nieuwsgierig — dat kan allemaal.

Maar wat gaat ze nu doen? Dezelfde fouten maken als ik? Vandaar mijn waarschuwing. Niet uit morele verhevenheid, maar uit ervaring.

Langzaam begin ik te begrijpen dat het in háár relatie ook nog steeds niet goed zit. En hoe kan dat ook anders? Het schuurt aan alle kanten. Dingen worden niet uitgesproken, maar ook niet vergeten. Zo blijkt maar weer. Toch ben ik verdergegaan, maar zit zij nog daar.

Samen kijken we even naar binnen. Twee aanhangen van de groep. Buitenstaanders. Binnen staan mensen dicht op elkaar, lachend, drinkend, een beetje dansend, schurend als ze niet opletten. De muziek staat net hard genoeg om gesprekken te maskeren voor elkaar. Hier horen we niks, en is alles een aanname. Ook gevaarlijk. Jeff staat ertussen. Ontspannen ogend. En een paar meiden waarvan ik weet dat hij in ze gezeten heeft dicht in de buurt. Weet Nathalie dat? Weet zij alles? Of alleen van Elise. Het boeit me zowaar niet.

Naast mij staat nu zijn vriendin. Een vriendin die dat alles nog geen plek heeft kunnen geven. Die misschien nog steeds zoekt naar een houvast dat er niet meer is.

Hebben we hier te maken met nóg een breekpunt in een relatie?

Gaat dit weekend nog echt leuk worden?

Die vraag stel ik mezelf ineens een stuk serieuzer dan me lief is.

Binnen voeg ik me weer bij de groep, alsof ik nooit echt ben weggeweest. Nathalie volgt even later, net ver genoeg achter me om geen toeval te lijken. Ik kijk om en zie haar voor zich uit staren terwijl de sigaret in haar hand langzaam opbrandt, de as te lang geworden, dreigend. Ze lijkt het niet te merken. Is dat het enige wat opgebrand is? Of is dit slechts een zichtbaar symptoom van iets dat al langer smeult?

De groep staat nu dichter bij elkaar dan eerder op de avond. Niet per se hechter, maar compacter, alsof de ruimte zelf kleiner is geworden. Elise en Mussa bevinden zich duidelijk aan de andere kant van de groep — met intentie, met overlegde afstand. Beiden willen ze niet meer bij elkaar zijn. Niet fysiek, niet mentaal. En dat is oké. Meer dan oké zelfs. Elise staat bij ons. Ze lacht weer, op een manier die niet gespeeld voelt. Ze kijkt me aan, even maar, en ik merk dat ik het opnieuw fijn vind haar in mijn nabijheid te hebben. Niet bezitterig, niet geladen zoals vroeger, maar rustig. Samen met Kamila en Hyun maken we er wel een leuke avond van. En de nacht? Die zien we dan wel weer. Zoals dat vaker gaat.

Ik zie Elise heel even vluchtig naar de bar kijken. Het is een reflex, nauwelijks zichtbaar, maar ik ken haar goed genoeg om het op te merken. Hila staat daar te praten met twee zwarte jongens, dicht op elkaar, luid lachend. Een kleine glitch in het bestaan van Elise. Een oud patroon dat nog even oplicht. Maar ze zucht, zichtbaar dit keer, en laat haar schouders zakken. Niet meer, lijkt haar lichaam te willen zeggen. Het hoeft niet meer. En ik geloof haar. Sophia danst ondertussen met vooral jongens buiten de groep. Het wordt steeds drukker in de club, warmer ook. Lichamen schuiven langs elkaar, handen raken elkaar vluchtig. Soms komt Sophia even naar ons toe, hijgend, met een blik die tegelijk uitbundig en leeg is. Ik voel aan alles dat het niet goed met haar gaat, maar ik weet niet wat ik moet zeggen. Zelfs wanneer we een fractie van tijd samen zijn, voelt het ongemakkelijk, alsof we langs elkaar heen praten zonder woorden.

Ik word gered door Joey. Shotjes met de jongens. Het moest er maar weer van komen, alsof dit een vast ritueel is waar niemand zich echt aan kan onttrekken. En ook nu is het weer leuk, op een simpele, bijna ouderwetse manier. Pawel is een stuk losser geworden door de drank. Die kan tanken als een echte Pool, zonder zijn evenwicht of zijn blik te verliezen. Maja overigens net zo; zij lacht harder, vrijer, alsof de alcohol haar toestemming geeft om even niet na te denken. Onder de jongens is de sfeer goed, bijna kameraadschappelijk, al blijft de spanning voelbaar — als een lage brom onder alles wat gezegd en gedaan wordt, nooit helemaal weg.

Hoe anders is het wanneer ik even later met Alisha sta te praten, bij de bar. Geen spelletjes, geen dubbele bodems. Gewoon praten. Over normale dingen. Alledaagse onderwerpen die niets te maken hebben met wie met wie heeft geslapen of wie wat voelt. Uit het niets vraagt ze hoe het met me gaat. Heel simpel, maar veelbetekenend. Met haar heb ik nooit echt een goede band gehad, maar ze is de hele avond al warm en ontfermend naar de groep toe — zelfs naar de aanhang, zelfs naar mensen die ze nauwelijks kent. Of moet ik dat beeld misschien loslaten? Is dit zorgzaamheid, of juist afstand?

Even later sta ik weer tussen mijn meiden. Zo wil ik ze noemen, instinctief, maar ik doe het niet. Het voelt te bezitterig, te gemakkelijk. Kamila en ik dansen. Intiem, zonder haast. We zoenen af en toe, niet om iets te bewijzen, maar omdat het vanzelf gaat. Dan sta ik weer naast Hyun, die niet zozeer jaloers is, maar ik voel dat ze het ook wil — de aandacht, de nabijheid, het spel. Elise kijkt toe, haar emoties wisselend, onrustig maar niet afwijzend. Er zit geen verwijt in haar blik, alleen observatie. Wanneer we niet veel later wat afgelegen achter in de club staan, half verscholen achter een pilaar, pakt ze mijn hand. Ze zoent me. Ik zoen terug. Zonder aarzeling, maar ook zonder belofte.

Kamila vindt ons. Natuurlijk doet ze dat. Ze doet mee, voegt zich moeiteloos in het moment. Kort en uitbundig, tot er te veel mensen kijken, tot het te zichtbaar wordt. Spannend en opwindend, precies genoeg. Dan keren we terug naar de groep, alsof er niets is gebeurd.

Nee, met ons zit het wel snor. Dat voel ik in alles.

Maar met de rest?

Die vraag blijft hangen, hardnekkig, terwijl de muziek doordreunt en de nacht langzaam verder kantelt.

Ik zie Pawel en Maja ruzie maken. Ik hoor niets. Ik zie het van een afstandje, alsof ik naar een scène kijk die zich net buiten mijn bereik afspeelt. Niet uitbundig, geen grote gebaren, geen theatrale woede, maar woorden. Veel woorden. Korte zinnen, snel uitgesproken. In het Pools, gok ik. Fel. Verwijtend. Het soort gesprek dat je niet hoeft te verstaan om te begrijpen wat er gezegd wordt. Hun lichamen staan iets te dicht op elkaar, hoofden naar voren gebogen, kaken strak. Niemand die het ziet. Niemand die zich ermee bemoeit. Maar ik voel het. Ik voel hoe oud dit conflict is, hoe vaak het al gevoerd is in andere nachten, andere kamers. Het heeft nooit echt goed gezeten tussen hen. Hoe kon dat ook? Sommige verhoudingen zijn vanaf het begin al scheefgegroeid, en wat je dan doet, is blijven duwen tot het kraakt. Triggert mijn Kamila voorstel meer dan ik verwacht had?

De uren verstrijken ongemerkt. De tijd verliest zijn scherpte, zijn richting. Minuten rekken zich uit en verdwijnen weer. Ik dans. Ik zoen. Ik raak iemand aan. Eerst voorzichtig, dan steeds makkelijker, steeds vanzelfsprekender, alsof mijn lichaam sneller besluit dan mijn hoofd. Alsof het geen toestemming meer vraagt. Gelach, muziek, warmte — alles vloeit door elkaar. Sophia is weg. Met een jongen, gok ik zo. Ze verdwijnt zonder uitleg, zonder afscheid, alsof ze hier niets meer hoeft af te ronden. Het past bij haar vanavond. Alsof ze zichzelf ergens anders nodig heeft dan hier, ergens waar niemand haar vragen stelt.

Hyun wil me zoenen. Ze komt steeds dichterbij staan, bijna terloops, maar doelgericht genoeg om geen misverstand te laten bestaan. Ze drinkt niet veel, maar heeft ook niet veel nodig. Haar ogen zijn helder, scherp zelfs, en haar intentie is niet te missen. Ze wacht niet af; ze voelt aan wanneer het moment zich aandient. Ik hou het nu af. Niet hier. Niet nu. Ik leg een hand op haar arm, buig me naar haar toe en fluister in haar oor dat haar tijd nog komt. Dat ik haar zie. Dat ik het niet vergeet. Het is geen afwijzing, eerder een belofte die tussen ons in blijft hangen. Ze glimlacht, langzaam, begrijpt het — of besluit het te begrijpen. Dat is genoeg. Ze wil ergens zijn als Elise en Kamila. Met mij.

Wanneer we uiteindelijk weer naar de appartementen lopen, is de groep uitgedund, versnipperd. Ik ben weer bij Kamila. Niet vooraan. Niet achteraan. Gewoon ergens in het midden, waar niemand de leiding neemt en niemand volgt. Haar arm zit strak in de mijne geklemd, alsof ze zich aan me verankert, alsof ze zeker wil weten dat ik hier ben. We kletsen, half onsamenhangend, zinnen die elkaar overlappen en weer verdwijnen. We zijn behoorlijk aangeschoten. De nacht is zachter geworden, minder scherp, bijna vriendelijk. Ze buigt zich naar me toe en fluistert: ''Ik ben zo geil.'' Zonder schaamte, zonder omhaal, alsof het de meest logische constatering van de avond is. Opeens overal steegjes waar het zomaar kan. Die jas iets omhoog, het rokje volgt. Maar we lopen door. Ook dit is een belofte, geen verzoek.

En op dit punt vind ik alles best. Er is geen weerstand meer in me. Ik laat het gebeuren zoals het zich aandient. Ik weet niet meer precies waar wie is, wie nog bij ons hoort en wie inmiddels ergens anders is verdwenen, in een ander appartement, een ander bed, een ander verhaal. Grenzen vervagen zonder dat iemand ze actief verlegt. Rollen schuiven zonder overleg. En terwijl we verder lopen, voel ik hoe de nacht het langzaam overneemt, niet met geweld, maar met een vanzelfsprekendheid die nauwelijks nog vragen oproept. En toch, het voelt alsof de avond nog maar net begonnen is, terwijl we de nieuwe dag al is begonnen.

-
Geef dit verhaal een cijfer:  
5   6   7   8   9   10  
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...