Door: EstherD
Datum: 16-02-2026 | Cijfer: 9.3 | Gelezen: 750
Lengte: Lang | Leestijd: 26 minuten | Lezers Online: 12
Trefwoord(en): Bibliotheek, Mysterie,
Lengte: Lang | Leestijd: 26 minuten | Lezers Online: 12
Trefwoord(en): Bibliotheek, Mysterie,

Ze liep langs de gangen die ze bijna uit haar hoofd kende. De letterkunde-afdeling, de poëziehoek, de vergeelde pockets met romantische klassiekers die ze al drie keer had gelezen. Niets nieuws. Niets dat haar nog verraste. Tot haar oog viel op een smalle plank, half verscholen achter een rij dikke kunstgeschiedenisboeken. Daar stond een boek dat er niet hoorde. Geen plastic beschermhoes. Geen barcode. Geen sticker met de naam van de bibliotheek. Het omslag was eenvoudig, bijna saai: donkerrood linnen, goudkleurige letters die bijna weggeëtst waren door tijd of aanraking. De aanraking van schaduw.
Ze trok het eruit. Het voelde zwaarder dan het eruitzag. Ze sloeg het open op een willekeurige pagina en las de eerste zin die haar ogen vonden:
“Haar huid proefde naar zout en verboden fruit toen hij zijn lippen over de binnenkant van haar dij liet glijden, langzaam, alsof hij een geheim las dat alleen in braille geschreven kon worden.”
Roos voelde haar keel samentrekken. Ze keek om zich heen. Niemand. Alleen het zachte zoemen van de tl-verlichting hoog boven haar. Ze sloeg een paar pagina’s terug, naar het begin. Het was geen gewone roman. Het was… intiem. De taal was sensueel, maar niet goedkoop. Elke zin leek te ademen, leek te pulseren. Het verhaal ging over een vrouw die in een oud huis woonde, omringd door boeken, en een vreemdeling die alleen ’s nachts kwam. Geen namen. Alleen lichamen, verlangens, aanrakingen die beschreven werden met een precisie die haar adem benam.
Ze merkte dat haar wangen warm werden. Niet alleen haar wangen.
Ze liep verder de gang in, naar een van de verste hoeken, een soort alkoof met een oud leesfauteuiltje dat bijna helemaal schuilging achter twee massieve kasten. Hier kwam bijna nooit iemand. Ze ging zitten, sloeg haar benen over elkaar, en begon te lezen.
De woorden trokken haar mee. De vrouw in het boek voelde dingen die Roos altijd had weggeduwd, dingen die ze had weggeredeneerd als overdreven, als iets voor andere vrouwen. Maar nu… nu voelde ze het zelf. Een warme gloed die begon in haar buik en zich langzaam verspreidde, als inkt die in papier trekt. Haar tepels trokken strak tegen de stof van haar dunne katoenen blouse. Ze probeerde te slikken, maar haar mond was droog.
Ze las verder. De vreemdeling in het boek liet zijn vingers over de rug van de vrouw glijden, volgde de lijn van haar ruggengraat alsof het een titelpagina was. Roos voelde een echo van die aanraking over haar eigen rug lopen. Ze leunde achterover, de rugleuning van het oude stoeltje kraakte zacht. Haar vrije hand gleed onbewust naar de bovenste knoop van haar blouse. Ze aarzelde. Toen maakte ze hem los. En de volgende. En de volgende.
De koele lucht van de bibliotheek streek langs haar ontblote huid. Haar borsten voelden zwaarder, gevoeliger. Ze legde het boek even neer op de leuning, liet beide handen over haar ribben glijden, omhoog, tot ze haar borsten omvatte. Ze kreunde zacht, verrast door hoe hard haar tepels waren, hoe gevoelig de lichte streling van haar eigen duimen. Het was alsof haar lichaam eindelijk de taal sprak die haar hoofd altijd had genegeerd.
Ze pakte het boek weer op. De zinnen werden korter, dringender. De vrouw in het verhaal spreidde haar benen op een oud Perzisch tapijt, liet de vreemdeling haar proeven, langzaam, uitgebreid, tot ze dacht dat ze zou breken. Roos voelde haar eigen dijen trillen. De hitte tussen haar benen was nu ondraaglijk. Ze trok haar rokje hoger, voelde de stof langs haar huid schuren. Haar slipje was nat, plakkerig. Ze haakte haar vingers in de rand en trok het omlaag, over haar knieën, tot het op de grond viel. De lucht voelde als een streling op haar blootgestelde schaamlippen.
Ze spreidde haar benen iets verder, liet één voet op de rand van het stoeltje rusten. Haar hand gleed tussen haar dijen. Ze was zo nat dat haar vingers meteen glad waren. Ze vond haar clitoris, begon kleine, lome cirkels te draaien, precies zoals de vrouw in het boek werd aangeraakt. Haar ademhaling werd onregelmatig. Ze las verder, maar de woorden begonnen te vervagen achter het waas van sensatie. Ze voelde alleen nog maar: de druk, de hitte, het bonzen diep vanbinnen.
Haar heupen bewogen mee, kleine stootjes tegen haar eigen hand. Ze kneep in haar borst, rolde een tepel tussen duim en wijsvinger, voelde een scherpe stroom van genot naar beneden schieten. Ze was zo dichtbij. Zo dichtbij.
Toen hoorde ze het.
Een klik.
Niet hard. Niet dichtbij. Maar duidelijk. Het geluid van een deur die in het slot valt? Of een camera die ontspan? Of gewoon een boekenkast die verzakte?
Roos verstijfde. Haar hart bonsde zo hard dat ze het in haar oren hoorde. Haar hand lag nog steeds tussen haar benen, nat en trillend. Het boek lag open op haar schoot, de pagina’s lichtjes bewegend door haar hijgende adem.
Ze luisterde.
Stilte. Alleen de verre, regelmatige piep van de scanner bij de balie.
Maar ze wist het. Iemand had haar gezien. Of gehoord. Of gefotografeerd.
Ze trok haar hand langzaam terug, voelde de koele lucht op haar vochtige vingers. Ze keek omlaag naar zichzelf: blouse open, borsten bloot, rokje opgestroopt, slipje op de grond, benen wijd. Het schaamrood kroop over haar hals, maar daaronder brandde nog steeds dat vuur, onverminderd.
Roos sloot het boek met een zachte klap, alsof ze daarmee de betovering kon verbreken. Haar vingers trilden nog steeds toen ze het voorzichtig naast zich op de leuning legde. De hitte in haar lichaam zakte niet weg; die pulseerde juist harder nu het stil was geworden in haar hoofd. Ze keek om zich heen, half verwachtend dat de schaduwen zouden bewegen.
En toen zag ze hem.
Hij stond een meter of vijf verderop, half verscholen tussen twee kasten, maar niet echt verstopt. Lang, donker haar dat net iets te lang was, een kaaklijn die scherp genoeg was om pijn te doen, en ogen die haar recht aankeken, niet geschokt, niet beschaamd, maar met een rustige, bijna vriendelijke intensiteit. In zijn rechterhand hield hij een telefoon. Het schermpje was nog aan; ze zag het zachte blauwe licht weerspiegelen in zijn pupillen. Hij glimlachte. Niet breed, niet triomfantelijk. Gewoon… tevreden.
Roos’ adem stokte. Ze greep haastig naar haar openhangende blouse, trok de stof over haar borsten, frunnikte aan de knopen terwijl ze haar rok omlaag schoof. Haar hart sloeg zo hard dat het pijn deed in haar keel. Ze keek omlaag en zag haar slipje nog steeds op de grond liggen, een klein hoopje zwart kant, beschuldigend. Ze boog zich voorover om het op te rapen, maar hij was sneller.
Met één vloeiende beweging stapte hij dichterbij, bukte zich en raapte het op. Hij hield het even tussen duim en wijsvinger, alsof hij het gewicht ervan taxeerde, en stopte het toen achteloos in de binnenzak van zijn donkere jas. Alsof het van hem was. Alsof zij het hem had gegeven.
“Alsjeblieft,” fluisterde ze, haar stem breekbaar. “Verwijder die foto. Alsjeblieft.”
Hij keek haar aan, hoofd iets schuin, alsof ze iets grappigs had gezegd.
“Ik denk dat ik hem graag wil delen,” zei hij zacht. Zijn stem was laag, warm, met een lichte heesheid die haar kippenvel bezorgde. “Met iedereen die het wil zien. En geloof me… er zijn er veel die dat willen.”
Roos voelde tranen prikken, maar daaronder, diep daaronder, brandde nog steeds die verraderlijke warmte. Ze haatte zichzelf ervoor. Ze haatte hoe haar dijen nog nat waren, hoe haar tepels strak tegen de half dichtgeknoopte blouse drukten, hoe haar lichaam weigerde te kalmeren terwijl haar hoofd schreeuwde dat ze moest vluchten.
“Wat… wat wil je?” vroeg ze, stemmetje klein.
Hij keek naar het boek dat naast haar lag. “Vertel me. Wat vond je ervan?”
Ze schudde haar hoofd. “Ik… ik wil gewoon dat je de foto verwijdert.”
Zijn glimlach verdween niet, maar zijn ogen werden donkerder. “Ik heb er drie gemaakt. Twee close-ups van je gezicht terwijl je jezelf aanraakte. Eentje waarop je benen wijd staan en je hand precies doet wat ik altijd al wilde beschrijven. Als ik nu op ‘posten’ druk, staan ze binnen een minuut op een paar fora waar mensen zoals ik… en zoals jij… graag komen. Of ik kan ze gewoon bewaren. Voor mezelf. Of voor later. Jij mag kiezen hoe eerlijk je nu bent.”
Roos slikte. Haar mond was kurkdroog. “Het boek was… het was prachtig,” fluisterde ze toen. “De taal. De manier waarop het boek beschrijft hoe iemand zich voelt vanbinnen. Niet alleen het lichaam, maar… het verlangen erachter. Het voelde echt. Alsof iemand eindelijk snapte wat ik altijd voel maar nooit durf te zeggen.”
Ze keek hem aan, geschokt over haar eigen woorden. Ze had het niet willen toegeven. Maar de dreiging hing nog steeds in de lucht.
Hij knikte langzaam, alsof hij dat antwoord had verwacht.
“Goed zo,” zei hij. “En nu de waarheid: ik heb het daar neergelegd. Voor jou. Ik zag je hier al wekenlang rondlopen. Altijd alleen. Altijd met je neus in een boek. Altijd op zoek naar iets wat je nog niet gevonden had. Ik ben de schrijver. En ik dacht… misschien begrijpt zij het.”
Roos’ ogen werden groot. Nieuwsgierigheid prikte door de angst heen. “Jij… jij hebt dit geschreven?”
“Ja. En nog veel meer. Maar dit boek… dit is het enige dat ik ooit zomaar heb achtergelaten. Zonder naam. Zonder verwachting. Tot jij het vond.”
Ze keek naar de telefoon in zijn hand. “Verwijder hem dan alsjeblieft. Nu.”
Hij schudde zijn hoofd. “Nee. Maar ik doe je een ander voorstel.”
Hij deed een stap dichterbij. Toen nog een. Tot hij vlak voor haar stond. Langzaam liet hij zich op één knie zakken, zodat hun ogen op gelijke hoogte kwamen. Zijn hand landde zacht op haar knie. Warm. Vastberaden. Niet dwingend, maar ook niet aarzelend.
Roos’ adem stokte. Ze voelde de hitte van zijn palm door de stof van haar rok heen branden.
“Ik ben bezig met een nieuw boek,” zei hij, stem nu bijna fluisterend. “En ik denk dat jij de perfecte muze zou zijn. Geen personage. Geen verzonnen vrouw. Jij. Precies zoals je nu bent. Bang. Opgewonden. Eerlijk. Ik wil schrijven wat er gebeurt als iemand zichzelf helemaal overgeeft aan wat ze altijd heeft onderdrukt. En ik denk… dat jij dat wilt weten. Hoe dat voelt.”
Zijn duim streelde langzaam een klein cirkeltje over haar knieschijf. Roos beefde.
“Ik snap het niet,” loog ze, maar haar stem trilde te veel.
“Jawel,” zei hij. “Je snapt het heel goed.”
Zijn hand gleed iets hoger, over de binnenkant van haar dij, stopte net onder de zoom van haar rok. Niet verder. Nog niet.
Roos keek in zijn ogen. Ze waren donker, maar niet kil. Er zat iets in dat haar vasthield – geen bedreiging, maar een belofte. Een uitnodiging. En ondanks de angst, ondanks de vernedering, voelde ze haar lichaam reageren. Haar benen ontspanden een fractie. Ze ademde sneller.
“Als ik ja zeg…” begon ze, stem amper hoorbaar.
“Dan schrijf ik door. Met jou. En de foto’s blijven van mij. Tot ik besluit dat ze niet meer nodig zijn.”
Ze sloot haar ogen even. Het boek lag naast haar, nog open op de pagina waar ze was gebleven. Ze dacht aan de vrouw in het verhaal. Aan hoe die zich had overgegeven, niet uit zwakte, maar uit kracht. Uit verlangen om eindelijk alles te voelen.
Roos opende haar ogen weer. Knikte. Eén klein, voorzichtig knikje.
Zijn mondhoeken krulden omhoog in een trage, bijna roofdierachtige grijns.
“Goed,” mompelde hij.
Toen boog hij zich voorover. Zijn lippen raakten de binnenkant van haar knie. Zacht. Warm. Een kus die meer was dan een kus – een begin. Hij zoende hoger. Langzaam. Elke kus een vraag. Elke kus een antwoord dat ze niet meer hoefde uit te spreken.
Roos liet haar hoofd achterovervallen tegen de stoelleuning. Haar handen grepen de armleuningen vast. Ze voelde zijn adem tegen haar dij, heet en vochtig, en ergens diep vanbinnen brak iets open.
Niet haar angst.
Maar haar weerstand.
En op dat moment wist ze dat ze niet meer terug kon.
Dat ze dat ook niet wilde.
Roos’ knikje was nog maar net gegeven of ze voelde hoe haar lichaam het overnam. Geen woorden meer nodig. Geen vragen meer. Alleen nog maar dit moment, deze man, deze plek die ineens te klein leek voor alles wat er in haar kolkte.
Zijn lippen bleven op haar binnenste dij rusten, warm en vochtig, maar hij bewoog niet verder. Nog niet. Hij kuste haar daar, zacht, bijna eerbiedig, terwijl zijn handen haar knieën iets verder uit elkaar duwden. Plagend. Altijd plagend. Zijn tong gleed een klein stukje omhoog, tekende een trage, natte lijn over haar huid, stopte net voordat hij de plek bereikte waar ze hem het hardst nodig had. Dan weer omlaag. Een kus op de gevoelige holte achter haar knie. Een lichte beet, net genoeg om haar te laten schokken. Hij wist precies wat hij deed. Hij wist precies hoe hij haar kon laten smeken zonder dat ze het hardop hoefde te vragen.
De passages uit het boek flitsten door haar hoofd als bliksemschichten. De vrouw in het verhaal had zich ook zo gevoeld: gevangen tussen schaamte en een verlangen dat zo groot was dat het pijn deed. Roos begreep het nu. Ze begreep het zó goed. Haar heupen bewogen onwillekeurig naar voren, een klein, wanhopig duwtje in zijn richting. Ze hoorde zichzelf zuchten, een geluid dat ze nooit eerder van zichzelf had gehoord – laag, rauw, smekend.
“Ooh… alsjeblieft…” fluisterde ze, stem gebroken. “Ga door…”
Dat was het moment.
Zijn mond sloot zich over haar. Geen plagen meer. Geen ontwijken. Vol overgave. Zijn tong gleed tussen haar schaamlippen, langzaam maar vastberaden, proefde haar, opende haar. Hij likte haar van onder naar boven in één lange, diepe streling, eindigde met een zachte, draaiende cirkel om haar clitoris. Roos’ rug kromde zich. Een scherpe, heldere kreet ontsnapte haar keel voordat ze hem kon tegenhouden. Haar blouse, die ze half dicht had geknoopt, viel weer open. De stof gleed van haar schouders. Haar borsten staken fier naar voren, tepels hard en donker in de schemerige lichtval van de bibliotheeklampen. Ze leunde achterover, hoofd tegen de hoge rugleuning, ogen half dicht, lippen vaneen.
Zijn tong bewoog nu ritmisch, afgewisseld met zachte zuigbewegingen. Hij nam haar knopje tussen zijn lippen, liet het even los, likte er met de platte kant van zijn tong overheen, dan weer cirkels, sneller, harder. Tegelijkertijd voelde ze een vinger – één maar – bij haar ingang. Hij duwde niet meteen naar binnen. Hij plaagde de opening, liet haar voelen hoe nat ze was, hoe ze pulseerde van verlangen. Pas toen ze haar heupen opnieuw naar voren duwde, gleed hij naar binnen. Langzaam. Diep. Hij kromde zijn vinger, vond die ene plek binnenin haar die haar hele lichaam deed samentrekken.
Roos kreunde luider dan ze wilde. Haar handen grepen in zijn haar, niet om hem weg te duwen, maar om hem dichterbij te trekken. Ze was zo dichtbij. Zo ongelooflijk dichtbij. Haar dijen trilden, haar buik spande zich, een warme golf bouwde zich op, hoger en hoger, tot ze dacht dat ze zou breken.
Toen klonk de omroep.
“De bibliotheek sluit over vijf minuten. Alle bezoekers wordt verzocht de uitgang te zoeken. De bibliotheek sluit over vijf minuten.”
De stem was blikkerig, onpersoonlijk, maar hij sneed door de hitte heen als een mes.
Roos verstijfde. Haar ogen vlogen open.
De man reageerde direct. Zonder een woord te zeggen greep hij haar bij haar middel, trok haar met een ruk uit de stoel, duwde haar achteruit de alkoof in, dieper de schaduw tussen de kasten. Zijn lichaam drukte tegen het hare, hard en warm. Zijn ene hand sloot zich over haar mond – niet ruw, maar stevig genoeg om elk geluid te smoren. Zijn andere arm lag om haar middel, hield haar rechtop terwijl haar benen nog trilden van wat er net bijna was gebeurd.
Ze keek hem aan, ogen groot van schrik. Haar hart bonsde wild tegen zijn borstkas. Ze hoorde voetstappen in de verte. De bibliothecaris die langsliep, waarschijnlijk de laatste ronde aan het doen. Een sleutelbos rammelde. Een deur piepte.
De man hield haar blik vast. Zijn ogen zeiden: stil. Vertrouw me.
Roos knikte heel lichtjes onder zijn hand. Haar adem stokte in haar keel. Ze voelde nog steeds alles: de natte hitte tussen haar benen, de vinger die nog half in haar zat, zijn duim die nu zachtjes over haar clitoris wreef – niet genoeg om haar over de rand te duwen, maar genoeg om haar gek te maken. Hij bewoog niet meer met zijn tong, maar zijn vinger bleef daar, stil maar aanwezig, een constante herinnering aan hoe dicht ze was geweest.
Minuten verstreken. Eindeloze minuten.
Eindelijk: het laatste licht dat doofde. Een voor een klikten de tl-buizen uit. De bibliotheek zakte weg in een diepe, fluweelzwarte stilte. Alleen het zachte zoemen van de noodverlichting ergens ver weg bleef over. De voetstappen stierven uit. Een laatste deur viel in het slot. De sleutel draaide om.
Stilte.
Volledige, absolute stilte.
De man liet langzaam zijn hand zakken van haar mond. Zijn duim streek over haar onderlip, alsof hij hem wilde proeven.
Roos ademde hortend uit. Haar lichaam beefde nog na. Ze keek hem aan in het schemerdonker, zag alleen de contouren van zijn gezicht, de glans in zijn ogen.
“We zijn alleen,” fluisterde hij.
De man greep haar steviger vast, zijn vingers boorden zich in haar heupen alsof hij haar nooit meer wilde laten ontsnappen. In één snelle beweging draaide hij haar om, haar rug tegen zijn borst, haar gezicht naar de donkere boekenkasten gericht. Hij pakte haar linkerarm en wrong die achter haar rug, niet pijnlijk, maar wel onontkoombaar – een stille waarschuwing dat hij de controle had. Met zijn andere hand greep hij haar rechterborst, hard en bezitterig, kneep tot ze een scherpe zucht liet ontsnappen. Hij trok haar naar achteren, dwong haar lichaam tegen het zijne, en daar voelde ze het: de harde, kloppende lengte van zijn erectie die door de stof van zijn broek heen tegen haar billen drukte, heet en ongeduldig.
Roos’ hoofd viel achterover tegen zijn schouder. Haar nek was bloot, kwetsbaar. Ze voelde zijn adem in haar oor, heet en onregelmatig, terwijl zijn hand van haar borst omlaag gleed, over haar buik, tussen haar dijen. Twee vingers drongen zonder waarschuwing bij haar naar binnen, nat en glad van alles wat eraan vooraf was gegaan. Hij bewoog ze ruw, diep, met een ritme dat haar heupen liet schokken. Ze kreunde zacht, half protest, half smeekbede.
Zijn greep op haar arm verschoof. Hij leidde haar hand omlaag, achter haar rug, naar de harde bobbel in zijn broek. Roos schrok, trok instinctief terug, maar hij liet haar niet los. Met een laag, grommend geluid ritste hij zijn broek open. De stof viel weg en zijn lid sprong vrij – heet, dik, kloppend tegen haar onderrug. Hij pakte haar heupen steviger beet, duwde haar iets voorover, en leidde zichzelf met één hand naar haar ingang.
Toen stootte hij naar binnen.
Ruw. Diep. In één beweging vulde hij haar helemaal.
Roos hapte naar adem, haar handen grepen naar de boekenkast voor haar om steun te zoeken. Enkele pockets tuimelden van de plank, vielen met zachte ploffen op de grond. Hij begon te bewegen – geen voorspel meer, geen plagen. Alleen maar harde, diepe stoten die haar lichaam lieten schudden. Elke stoot duwde haar verder naar voren, haar borsten zwiepten mee, haar tepels schuurden langs de koele rand van een plank.
Zijn ene hand liet haar heup los en greep ruw haar borst weer beet, kneep hard, draaide haar tepel tot ze een kreetje slaakte. Zijn andere hand gleed van voren tussen haar benen, vond haar clitoris en begon die te wrijven – snel, meedogenloos, precies op het ritme van zijn stoten.
De combinatie was te veel.
De hitte die al die tijd had gesmeuld, ontplofte ineens. Roos kwam klaar met een lange, gebroken kreun die door de stille bibliotheek galmde. Haar binnenste spande zich ritmisch om hem heen, golf na golf van genot sloeg door haar heen, tot haar knieën knikten en ze alleen nog maar overeind bleef door zijn greep en de boekenkast.
Maar hij stopte niet.
Hij bleef stoten, harder zelfs, alsof haar orgasme hem alleen maar aanzette. Roos voelde tranen in haar ogen prikken – niet van pijn, maar van overprikkeling. Haar lichaam was te gevoelig, te vol, te alles. Ze kon niet meer.
“Stop… alsjeblieft… ik kan niet meer…” hijgde ze, stem gebroken, smekend.
Hij luisterde niet.
In plaats daarvan trok hij zich plotseling terug, greep haar bij haar middel en gooide haar om. Ze struikelde achterover, haar rug kwam hard neer op een van de oude leestafels die in het midden van de ruimte stonden. Hij sleurde haar verder, tot haar hoofd over de rand van de tafel hing, haar hals gestrekt, haar mond open van het hijgen en de schok.
Zijn lid, glanzend van haar eigen vocht, zweefde vlak boven haar gezicht. Ze had haar mond nog open, nog aan het happen naar lucht, toen hij naar voren stootte. Hij gleed tussen haar lippen, vulde haar mond, haar keel. Roos kokhalsde even, maar hij hield haar hoofd vast met beide handen, begon te stoten – diep, ritmisch, zonder genade.
Ze probeerde mee te bewegen, probeerde de stoten op te vangen, haar tong plat te houden, te slikken rond hem heen. Tranen rolden over haar slapen, liepen in haar haar. Haar handen grepen de rand van de tafel vast, haar nagels boorden zich in het hout.
Toen kwam hij.
Met een lage, grommende kreun stootte hij diep in haar keel en spoot warm, dik zaad recht naar binnen. Roos slikte reflexmatig, voelde het langs haar keel glijden. Hij trok zich terug, nog half in haar mond, en spoot de rest over haar gezicht, haar hals, haar borsten – lange, hete stralen die over haar huid dropen in het zwakke schijnsel van de noodverlichting.
Hij ademde zwaar, liet haar los.
Toen pakte hij zijn telefoon.
Het flitslichtje ging aan, één, twee, drie keer. Roos knipperde, te verdoofd om te protesteren. Ze voelde alleen maar de warmte die over haar heen droop, de pijnlijke tinteling tussen haar benen, de leegte die hij achterliet.
Zonder een woord te zeggen ritste hij zijn broek dicht, draaide zich om en liep weg. Zijn voetstappen stierven weg tussen de kasten, tot er alleen nog stilte was.
Roos bleef liggen, hoofd nog steeds over de rand van de tafel, borstkas zwoegend. Ze proefde hem nog steeds op haar tong. Haar lichaam trilde na, uitgeput, overvoerd. Langzaam, heel langzaam, duwde ze zich overeind. Haar benen voelden als rubber. Ze veegde met de rug van haar hand over haar mond, haar kin, maar het meeste zat al op haar huid, haar blouse, haar borsten.
Ze keek om zich heen. De boekenkast stond scheef, een paar boeken lagen verspreid op de grond. Het rode boekje – De aanraking van schaduw – lag nog op de leuning van de oude stoel waar het allemaal begonnen was.
Ze strompelde ernaartoe, pakte het op. Het omslag voelde warm aan, alsof het nog leefde. Ze drukte het tegen haar borst, alsof het haar kon bedekken, kon beschermen.
Met onvaste stappen liep ze naar de nooduitgang aan de zijkant – de deur die de bibliothecaris altijd vergat op slot te doen. Ze duwde hem open. Koude nachtlucht sloeg haar in het gezicht.
Buiten regende het zachtjes.
Ze trok haar blouse zo goed en zo kwaad als het ging dicht, stopte het boek onder haar arm en begon te lopen. Naar huis. Naar de stilte van haar eigen kamer.
Maar ze wist al dat ze vannacht niet zou slapen.
Niet voordat ze het boek nog eens had gelezen.
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10

Ontdek meer over mij op mijn profiel pagina, bekijk mijn verhalen, laat een berichtje achter of schrijf je in om een mail te ontvangen bij nieuwe verhalen!
