Klik hier voor meer...
Donkere Modus
Door: Keith
Datum: 28-01-2026 | Cijfer: 9.7 | Gelezen: 603
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 52 minuten | Lezers Online: 11
Een Heerlijke Avond En Een Rare Dag
Hij wreef zich tegen me aan en ik voelde zijn harde pik tegen mijn buik. En werd in no-time geil. En nog meer toen zijn handen over mijn billen streelden. “Dat is heerlijk, Frank…”, kreunde ik “Ga daar eens mee door. Jouw lekkere warme handen op mijn kont… Streel eens lekker over mijn sterretje… Daar geniet ik van, schatje. Jouw harde staaf tegen me aan, jouw handen… OH! Lekker!”

Ik voelde een vinger dwingend en tastend onder mijn rokje, tegen mijn ster. Ik zette mijn benen verder uit elkaar om Frank te laten weten dat hij door mocht gaan en wreef nu mezelf hevig tegen hem aan. En ik kuste hem: mijn tong drong in zijn mond en hij hijgde: “Ik zei toch dat ik je op ging vreten, lekkere geile meid van me… Ik wil je in je kontje naaien en tegelijk je lekkere kut betasten… Jou lekker nat voelen worden… Je geil uit je kut voelen spuiten en je geile lijf ermee insmeren…” Zijn fantasie maakte me nóg meer opgewonden en ik voelde geil in mijn slipje lopen. “Voel mijn natte kut eens…”

Zijn hand gleed tussen mijn benen en hij gromde. “Wát een lekker nat poesje voel ik hier… Volgens mij verlangt de eigenaresse ervan om eens lekker genaaid te worden. Diep in haar sexy kont!” Ik gromde toen hij me stevig over mijn slipje betastte. “Ja… Die heerlijke harde pik van jou diep in mijn slettenkontje… Doé het! Naai me, rand me aan… Naai me in m’n geile kont!” Ik maakte me van hem los, kroop mijn knieën op bed en trok mijn rokje omhoog. “Hier! Allemaal voor jou…”

Hij rukte mijn slipje omlaag, trok toen zijn boxer uit en ging achter me staan. “Eerst even lekker in je natte kutje, meisje…” Hij was nu niet lief meer; hij eiste me op en drong bij me naar binnen. Ik voelde mijn kutwanden opgerekt worden en toen hij mijn G-spot aantikte was ik verloren. “Ohhh Frááánk…” Hevig kwam ik klaar en voelde mijn geil langs mijn benen druipen. Maar ik wilde meer! Ik kroop naar voren en hij floepte uit me. “M’n kont, Frank! Naai m’n kont en vinger mijn natte, geile kut, schatje… Helemaal voor jou! Neem me! Hard!” Ik trok mijn billen uit elkaar en hij gromde. “Zo’n lekkere kont, Gon… Je hebt zo’n heerlijk kontje… Dat wil ik bezitten!”

“Toe dan! Naai me! Spuit je zaad diep in mijn ko….” Hij drong bij me binnen. Niet rustig, niet zacht: ik had nauwelijks de tijd om te ontspannen! Het ene moment voelde ik zijn pik tegen mijn ster, het volgende moment drong hij bij me binnen. “Ahhh…. Zo hard…” Ik voelde een hand tussen mijn benen en een vinger die in mijn poes drong. De andere hand greep mijn haren en trok me achterover. “Ik ga je hard neuken, meisje. Je maakt me helemaal gek met je lange benen… Gisteravond heb ik mezelf verwend toen ik naar jouw foto’s keek… Er over gefantaseerd dat ik je weer in je geile kont zou naaien…” Zijn stem was laag, vlak bij mijn oor. Ik genoot van zijn vingers in mijn kut, zijn pik in mijn kont, van zijn geile praat, van de pijn toen hij wat steviger aan m’n haren trok…

“Fráááánk… Ik… Ik kóm! Jij ook! Spuit lekker diep in mijn geile meisjeskontje…”

Mijn poes trok samen, mijn ster ook en ik voelde zijn pik omhoog komen. “Ja! Lekker samen klaarkomen! Ik word zó nat…” Ik pakte het slipje en drukte dat tegen mijn poes aan. Frank pakte het over en wreef het hard over mijn kut en clit. “Lekker hé, dat dunne nylon over je clit? En mijn pik tussen je bi… Gon, ik kóm! Lekker in je spuiten, geile meid van me!” Ik voelde het: zijn pik schokte in me en ik genoot ervan, voelde zijn sperma in me spuiten en tegelijk schokte ik hevig; ook ik kwam hárd klaar met die lekkere pik diep in me en het gevoel van een nat, geil slipje over mijn kut…

Even later liet hij mijn haren los. “Sorry schatje… Heb ik je pijn gedaan?” Ik keek om en knipoogde. “Néé! Het was heerlijk om ‘genomen’ te worden, Frank. Jouw sletje te zijn… mijn hoerige kutje en kontje aan jou te geven…” Zijn gezichtsuitdrukking veranderde. “Voel je dat zo? Die indruk wil ik je niet geven, schat.” Ik glimlachte. “Het is heerlijk om dat bij jou te voelen, mooie Frank. Kom, laten we onszelf even schoonpoetsen. Daarna leg ik je het uit.”

Wat moeizaam stond ik op. Rokje en blouse uit… Mijn nylons liet ik nog even aan en op mijn ‘gewone’ schoenen liep ik naar boven, Frank achter me aan. “Ik ruik je, Gonnie… Lekker!” Onder de douche waste ik zijn pik zorgvuldig. “Ik had mezelf niet echt grondig schoongemaakt, schatje. Dus nu even goed wassen, anders krijg je er last van.” Hij knipoogde. “Niet echt vervelend, zuster…” “Wacht maar meneer. De behandeling is nog niet klaar. Je hebt mij net een injectie gegeven, maar dat is niet hoe dit ziekenhuis normaal werkt.” We droogden ons af en gingen weer naar de slaapkamer. Ik trok een dun nachthemdje aan en zag Frank kijken. Ik glimlachte naar hem. “Sta je me nu alweer uit de kleren te kijken, Frank Veenstra? Je bent een onverzadigbaar seksbeest.” Hij trok me naar zich toe. “Ja. Bij jou wel, mooie Rooie.” Ik kuste hem. “Jij mag dat. Het is heerlijk om met jou te vrijen. Kan ik geen genoeg van krijgen.”

Samen ruimden we het bed even op en gingen er toen weer in liggen; benen om en om, armen om elkaar heen en zachtjes elkaar kussend. “Gon… Jij zou nog wat uitleggen. Vertel eens…” Zijn stem was zacht en ik keek in die mooie bruine ogen. “Frankieboy… Jij kunt me helemaal gek maken. Bij jou wil ik soms een geil hoertje zijn… Een hoertje wat exact doet wat haar klant wil en hem helemaal gek maakt. Vanavond was ik in zo’n stemming. Ik wilde maar één ding: ‘genomen worden’. Door jou. Je bent tot nu toe altijd heel lief voor me geweest, voorzichtig bijna. Maar vanavond was je een heerlijk ruig beest wat maar één ding wilde: zijn teefje dekken. En dat teefje, dat ben ik. En daar ben ik trots op, Frank.”

Lang keek hij me aan, toen schudde hij zijn hoofd. “Ik begrijp nog steeds weinig van de vrouwelijke psyche, Gon. Je zou denken dat je beroerde herinneringen had aan je tijd op de Veluwe… Gasten die dingen deden die je niet leuk vond. Lelijke kerels of kerels die rottig behandelden…” Ik knuffelde hem. “Frank, ik heb je al een paar keer verteld: We deden niets tegen onze wil. De gast besprak wat hij wilde en als dat niet in mijn comfortzone lag, ging het feest niet door. Niet bij mij in ieder geval. En er zijn maar weinig kerels geweest die mij of Annet, of een van de andere gastvrouwen, rot behandelden. En die konden meteen hun spullen pakken en werden in het ‘aankleedhok’ gezet door onze twee mannetjesputters. Daar zaten twee deuren in: eentje van het huis het hok in; die ging achter hen meteen op slot en de andere deur kwam uit op de parkeerplaats. En als ze in het ‘aankleedhok’ hun kleren aantrokken, kregen ze een bandje te horen waarin exact werd omschreven dat ze green gekke dingen moesten doen, want dat lag hun reputatie op straat. En om ze te overtuigen werd er een filmpje afgespeeld waarin te zien was hoe ze zich hadden misdragen. Op ééntje na haalden ze allemaal bakzeil.” Ik giebelde en Frank keek vragend.

“Tijdens die zomervakantie waarin Rick ontmaagd was en vervolgens verkering kreeg met Coor, waren we gaan zwemmen met z’n vieren. En we lagen op de zonneweide lekker even uit te puffen van zo’n fijne training van Rick, toen er een gezinnetje het zwembad binnenkwam. Man, vrouw, een meisje van een jaar of vijf en een baby. En die vent kenden wij! Die had mij een paar maanden daarvoor ‘geboekt’ en wilde meteen zonder condoom. Want ‘daar heb ik voor betaald!’ Nou, ik maakte duidelijk dat dat niét in de kleine lettertjes stond en meneer werd woest. Greep me beet en wilde alsnog z’n zin doordrijven. Enfin, ik gaf hem een klap en dook de badkamer in, draaide de deur op slot en drukte de alarmknop in. En terwijl hij in z’n nakie stond te tieren kwamen onze beide bodyguards annex portiers annex klusjesmannen annex uitsmijters de suite binnen, grepen hem bij z’n lurven en smeten hem in het ‘aankleedhok’. Z’n kleren kwamen er achteraan. Kortom: hij moest optyfen.

En precies die vent kwam, met zijn vrouw en kinderen het zwembad binnen. Zag ons, schok zich wezenloos en wilde meteen aan de andere kant van de zonneweide gaan liggen. Maar zijn vrouw, een redelijk doortastend type, zei: ‘Onzin. Schaduw is schaduw. Hier onder de boom is een prima plekje.’ En aan de andere kant van de boom lagen Rick, Coor, Annet en ik. Annet en ik stikkend van het lachend natuurlijk…” Frank bromde: “Ja, dat zal wel… Arme kerel.” “Niks ‘arme kerel’. Hij was zo’n type wat de diepere betekenis van het woord ‘Nee!’ nog steeds niet kent. Enfin, toen zijn vrouw met de baby en de kleuter richting pierenbadje liep snauwde hij ons toe dat we niets moesten laten merken, anders… We zijn hem daar nog een paar keer tegen gekomen; Rick en Coor hebben dat meisje, Anna, uit het diepe bad gevist toen hij moest pissen. En uiteindelijk liep het uit op een confrontatie en heeft Cora hem in een houdgreep genomen en even verteld dat hij zich gedeisd moest houden, anders zou zijn werkgever wat filmpjes vanaf de Veluwe krijgen. Dat was de laatste keer dat we hem zagen.

Zijn vrouw was overigens een heel aardig mens. Een voormalig provinciaal kampioene schoonspringen. En die kon ook een aardig potje zwemmen; ze klopte Coor, Annet en mij tijdens zo’n 250 meter wedstrijdje en het scheelde weinig of ze had Rick ook achter zich gelaten…” Ik dacht even na. “Ben in feite wel benieuwd wat er van hem geworden is en of zijn vrouw nog bij hem is…” Ik pakte mijn telefoon en typte de naam ‘Wim van Haften’ in. Google verwees me naar een artikel in een plaatselijk krantje uit Ridderkerk. Een artikel van drie jaar geleden, waarin hij trots in een kantoor stond als directeur van een logistiek bedrijf. En een interview: meneer was weggegaan bij het bouwbedrijf en voor zichzelf begonnen. ‘Een nieuwe start!’ was de kop van het artikel. Geen echtgenote naast hem, geen kinderen te zien… Dat zou je toch wel verwachten. “Nou, ik denk dat meneer van Haften niet meer bij zijn vrouw is. Beter voor haar trouwens.” Ik klapte mijn telefoon dicht. “Nou, tot zover de beroerdste klant die ik ooit heb gehad, Frank. De rest? Soms leuk, soms gezellig, soms saai, soms ‘best wel lekker voor een keertje’, maar altijd hadden we in ons achterhoofd: ‘Het is een gast. Niks meer. Die wil hier z’n kwakkie lozen en gaat daarna door met z’n leven. No strings attached.’

De enige gast waar Annet en ik altijd van genoten was een emeritus professor van de Universiteit Groningen. Ruim in de zeventig, maar nog steeds viriel. En die boekte ons altijd samen. Ongeveer één keer per maand, een hele avond. En dan lag hij tussen ons in. Hij noemde dat altijd ‘Een sandwich Gingerbread’…” Frank grinnikte. “Ja, daar zou ik ook van genieten als ik ruim zeventig was.” Ik zuchtte en vervolgde: “Wij hadden ons dan lekker romantisch gekleed en hij werd zachtjes en lief verwend. En ondertussen kletsten we over van alles en nog wat, tot en met de economische vraagstukken waar het kabinet Rutte 3 mee te dealen had. En pas om een uur of elf, wilde hij met eens van ons neuken. Nou ja… Een van ons neukte hem. Hij lag lekker op zijn rug te genieten: Annet of ik zat bovenop hem en de ander streelde hem lekker. Als hij vertrok zei hij altijd: ‘De volgende keer neuk ik jullie allebei helemaal te pletter, lieve meiden!” En wij gniffelden dan; we wisten alle drie dat dat grote bluf was. Eén keer per avond, meer kon hij niet opbrengen.” Frank zuchtte diep. “Nee, daar zou ik ook moeite mee hebben als ik een avond tussen twee van die rooie grieten had gelegen. Puur afzien.”

Ik kuste hem. “Ik zal die grote spiegel uit mijn slaapkamer naast dit bed neerzetten. Dan heb je een kleine indicatie hoe het zou zijn, met Annet en mij samen in één bed…” Ik schoot in de lach en Frank trok een wenkbrauw op. Ik hikte: “Vraag… vraag anders maar… aan Rick! Die praat… je wel even bij.” Hij zuchtte. “Oh ja… Nou ik weet niet of Rick tegen zijn aanstaande zwager uit de school klapt. Maar misschien dat Cora…” Verder kwam hij niet: ik legde een hand op zijn mond. “Niks ervan! Jij gaat niet onze lieve schoonzus uithoren hoe het is om met die twee rooie grieten in bed te liggen. Da’s een privilege voor ons meisjes.”

Ik kon er niks aan doen: een brede glimlach kwam op mijn gezicht. “De avond na mijn solliciatiegesprek met Simon en jou hebben An, Coor en ik een nacht heerlijk met elkaar gevreeën, Frank. Heerlijk. Lekker zacht, romantisch en meisjesachtig. Elkaar lekker strelen, voelen, likken vingeren… Lekker in geile lingerie… Je zou er zomaar van genoten hebben, schat. Helaas zijn er geen video-opnamen van.” Zijn gezicht betrok. “Hé, verdorie… Da’s nou jammer.” Ik tikte op zijn neus. “Had je gewild, makker. Jouw meisje tussen de benen van Annet of Coor liggend en elkaar heerlijk bevredigen… En jij kijken? In your wet dreams, mister.”

Ik fronste even. “Er is wel iets anders Frank. En dat moét ik je vragen.” Hij had door dat ik serieus was. “Zeg het eens, Gon…” Ik kwam een beetje overeind. “Toen wij mededeelden dat we trouwplannen hadden, omhelsde Annet mij en feliciteerde me. Maar vroeg ook: ‘Maar wij blijven toch wel vriendinnetjes?’ Oftewel: ze vroeg of ik nog steeds met haar wilde vrijen. Hans en Rick hebben daar nooit bezwaar tegen gemaakt als wij weer eens een ‘meidenavond’ hadden; Hans ging dan wel vissen en Rick ging studeren of een ergens naar een vliegveld. Hoe sta jij er in?” Frank kuste me. “Lieve schat, ik had al meteen door dat Annet, Coor en jij een hele speciale band hebben. Annet en jij: ja, dat is logisch, jullie zijn tweelingen. Maar Cora past daar naadloos bij. En ik begrijp best dat jullie eens in de zoveel tijd eens willen vrijen zónder testosteronbommen in de buurt. Natuurlijk heb ik daar géén bezwaar tegen. Zowel An als Coor zijn schatten; ik begrijp dat je er vreselijk van geniet als je met hun samen in dat mooie grote bed van jullie ligt. En om jou gerust te stellen: ik heb er geen behoefte aan om met Hans en/of Rick de nacht door te brengen in één bed. Dan liever solo, kijkend naar een foto van het mooiste meisje van Renkum…”

“Kijk maar uit dat er geen spetters op je mooie beeldscherm komen, Frank Veenstra!” Hij gniffelde en kuste me. “Om dat te voorkomen wil ik binnenkort een eens onderjurkje van je lenen, schatje.” Ik mopperde: “Jaja, een onderjurkje, zegt meneer Veenstra. Weet je zeker dat je niet liever een stel nylons wilt?” Hij schudde zijn hoofd. “Nee. Want die zijn A: te duur voor een simpele softwaregoeroe als ik en B: waarschijnlijk niet voldoende om alles op te vangen. Als ik aan jou denk, werkt dat uiterst bevorderlijk op mijn productie. En dat mag je als compliment opvatten, schatje.” Ik keek twijfelend en hij kuste me. Lang, lief en zachtjes.

En daarna hoorde ik in mijn oor: “Ik hou van jou, Gonnie Peters. En niet alleen omdat je een hele mooie vrouw bent, maar vanwege je persoonlijkheid. Je bent enorm slim, je hebt lekkere humor, soms ben je een bitch, maar daarna ben je weer heel lief voor deze simpele softwarevent. Door jouw aanwezigheid is dit huis weer een ‘thuis’ geworden voor mij. En niet alleen een plek waar ik kon eten en slapen. Dank je wel, schat.” Ik keek hem aan: die bruine ogen keken lief terug. Ik kuste hem. “Dank je wel, Frank. Ik wil graag verder gaan met dit huis een ‘thuis’ te maken. Maar dan voor ons beiden. Een thuis waar wij ons kunnen terugtrekken en er voor elkaar zijn.”

Hij legde zijn hoofd tegen mijn schouder en streelde me zachtjes in mijn hals. “Lekker, lover… Maar als jij zo doorgaat val ik heel snel in slaap, Frankieboy…” Hij bromde: “Dat mag. Ik denk dat ik dan net zo snel volg, Gonnepon.” Ik zuchtte. “Pas je een beetje op?” Hij ging verder. “Wat nou? Je heet Gon en draagt een nachtpon. Dus…” “Dit is een keurig nachthemdje, meneer. Met een even keurig meisje er in. Gonnie Peters, de voormalige natte droom van het economisch studentenkorps uit Utrecht. Ongenaakbaar voor de doorsnee student. Samen met haar zus het toonbeeld van preutse degelijkheid.” Ik giechelde. “Totdat die voormalig student met een zak geld een bepaalde gelegenheid op de Veluwe binnen liep…” Frank bromde: “Ja, dat zal schrikken geweest zijn voor zo’n jong… Is dat wel eens gebeurd, Gon? Dat er bekenden binnenliepen op de Club?”

“Nee. En bovendien: je kon niet ‘zomaar’ binnenlopen. Een gast moest, zeker als hij voor de eerste keer bij ons wilde komen, reserveren. En in de ‘meidenkamer’ hing een beeldscherm: iedereen die binnenkwam konden we zien. Eén keer schrok een van de meiden zich een hoedje: een oom van haar kwam binnen. Gelukkig had die een afspraak met een van de andere meiden en kwamen ze elkaar niet tegen. Een paar maanden later vertelde ze gierend van de lach dat ze haar oom een paar moeilijke ogenblikken had bezorgd door langs haar neus weg te vragen hoe het hem was bevallen, daar in de bossen ten zuiden van Apeldoorn… ‘Een vriendin van mij werkt daar af en toe en die vroeg of u familie van mij was. En toen ze vertelde hoe u eruit zag, wist ik genoeg…’ Wat hebben we die avond gelachen! Die oom is trouwens nooit meer teruggekomen.”

Frank streelde mijn linkerborst. “Soms… soms zijn jullie vrouwen gewoon krengen, schat.” “Ja hé? Dat vinden sommige lui in Terschuur nu ook. Ga maar eens met ze praten.” Hij kuste me weer. “Laat maar. Dan praat ik liever met Rick en Hans. Oh ja, en Henk natuurlijk…” “Dat mag. En nu, meneertje: wij gaan lekker slapen. Het is bijna tien uur; morgen weer naar Terschuur. Oh, wat zijn ze daar blij: Gonnie en Mariëlle komen voorbij.” Frank schudde zijn hoofd. “Rare Rooie… Lekker slapen, mooie dame. Als ik snurk, mag je me wakker maken. Maar of jij daarna nog kunt slapen… Ik betwijfel het.” Ik snoof. “Dan pak je dat rokje maar wat ik vanavond aan had. Samen met een paar nylons kun je daar je boodschapje in kwijt. Welterusten, maffe kerel van me.” Weer een lange zoen, en daarna draaide ik me om. Frank streelde mijn rug zachtjes. “Lekker, lover… Mag je mee doorgaan tot ik slaap…” En dat duurde niet zo lang.

De woensdagochtend begon goed. Ik was vroeg wakker, Frank sliep nog. Mijn beurt om een ontbijtje te maken! Ik sloop naar boven. Theewater opzetten, muesli maken, beschuitjes smeren… Met een volgeladen dienblad liep ik de slaapkamer weer in. “Goeiemorgen schone slaper! Wakker worden, overeind komen en genieten van een ontbijtje!” Frank rekte zich uit. “Heee… Dat is fijn wakker worden! Kom eens hier jij, dan ga ik je eens uitgebreid belonen voor deze service…” Ik zette het blad neer. “Niks ervan. Die beloningen van jou ken ik ondertussen. Die duren dusdanig lang dat de thee koud is, de muesli warm en de beschuitjes beschimmeld zijn. Zitten jij en eten. We moeten vandaag weer hard aan ’t werk, dan moet je ook goed eten.” Frank ging het bed uit. “Eerst even ruimte maken voor die thee, schat.” Hij liep naar boven en kwam even later terug. “Zo. En nu lekker genieten.”

Hij kroop weer in bed en duwde zijn voeten even tussen mijn benen. Koud!! Ik schoof opzij. “Hou jij je kouwe poten eens bij je, Frank Veenstra! Dit meisje is net weer op temperatuur.” Hij grinnikte. “Ik wilde controleren of je echt wakker was, Gon.” Ik bitste: “Nee. Ik sta dromend heet theewater in te schenken, nou goed? En slaapwandelend die fijne trap af met twee bekers hete thee op een dienblad? Zie je het voor je? Nou, ik niet.” Frank legde een hand op mijn arm. “Kalm maar… Ontspan. Bewaar je snauwen maar voor in Terschuur. Je zult ze wel nodig hebben vandaag.” “Jazeker. Vandaag gaat die mevrouw van HR onder het mes…” Ik zuchtte. “Dat wordt waarschijnlijk een confrontatie met vuurwerk. En liefst wil ik meteen daarna meneer Joziassen aanpakken, zodat die twee niet de koppen bij elkaar kunnen steken om hun verhalen te synchroniseren. Een pittig dagje dus.”

Even was het stil, toen vroeg ik: “En jij? Wat ga jij vandaag doen?” Frank dacht even na. “Ik ga vandaag mijn bezoekjes van gister en eergister even uitwerken, telefonisch wat klanten helpen en daarna nog wat aquisitie doen. Misschien moet ik nog even naar Harderwijk; een potentieel nieuwe klant. Kortom: een lekker rustig dagje thuiswerken.” Ik zette mijn lege kom muesli op het nachtkastje en zwaaide mijn benen buitenboord. “Sommige mensen hebben maar mazzel… Ondergetekende moet keihard werken en meneer hier kan gewoon in z’n nest blijven liggen. ’t Is oneerlijk verdeeld in de wereld!” Een lachje gleed over zijn gezicht.

“Ik ken anders iemand die haar geld ook in bed verdiende, rooie schoonheid. Sterker nog: ik ken er twee.” Ik pakte een kussen en sloeg hem er mee. “Rotzak. Lompe informatica-boer. En jij bent mijn chef? Tijd voor een functioneringsgesprek, denk ik. En dat is een twéé-richtingsgesprek, Frankie Veenstra!” Zijn lachje was nu een brede lach geworden en hij pakte mijn hand en trok me op bed. “Nou, laat me dat twee-richtingsgesprek dan maar eens voelen, mooie Rooie…” Hij kuste me langzaam en ik zuchtte. Heerlijk om zo gezoend te worden… Langzaam aandachtig en vooral: het gevoel dat er écht van je gehouden werd. “Frank…” zei ik, toen hij de zoen verbrak. “Weet je dat ik van je hou?” Hij keek me aan. “Geen grapjes nu, schat. Ik voelde, toen jij me net zo lief zoende, een heerlijk gevoel van rust over me heenkomen. Een gevoel van ‘dit is mijn plekje, hier wil ik nooit meer weg’. Snap je dat?”

Hij knikte langzaam.

“Ben ik blij mee, Gonnie. Je wilt niet weten hoé blij.” Een lange zoen volgde, toen maakte ik me van hem los. “Dit meisje gaat even douchen, schat. Daarna de rest van het ontbijt, een lunchpakket smeren en dan wordt het tijd om te vertrekken.” Hij knipoogde. “Wil je nog een kop thee?” Ik schudde mijn hoofd. “Nee. Maak, als je de douche hoort stoppen, maar een mok lawaaikoffie. Want de rest van de dag zal ik geen koffie meer aanraken, denk ik.” Hij fronste even. “Hoezo? Oh ja, wacht… Terschuur-koffie. Nee, dan snap ik het wel.” Toen ik eenmaal aangekleed aan tafel kwam, stond daar een dampende mok koffie. “Lekker. Dank je wel, Frank.” Hij trok me even tegen zich aan. “En jij óók dank je wel, Gon. Voor het feit dat jij je hier blijkbaar thuis voelt en met deze simpele jongeman verder wilt.” Ik keek hem aan. “Zeker weten.” En bezegelde dat met een zoen. “En nu eten!” “Heb jij Vondel bestudeerd, schat? Gisteren was je dichtader al aan het vloeien, nu ga je weer beginnen? Zeg het dan even, dan ga ik ook even tekeer. Over een maand of vier is het Sinterklaas; dan verwacht ik natuurlijk wel een paar mooie gedichten van jou…”

“Gedichten?” vroeg ik “Nee, dank je. Ik ben meer van de surprises. Lekker makkelijk: op Sinterklaasavond me even omkleden in een lekker sexy outfit en dan mag jij me uitpakken en met je surprise spelen…” Ik gierde van het lachen om zijn gezicht. “Rare Rooie… En dat terwijl de hele familie Peters en Klok toekijkt? En misschien de ouders van Cora en Hans ook? Of wilde je dat op de zaak doen? Zullen de jongens wel op prijs stellen, denk ik… Misschien helpen ze wel mee met uitpakken, wie weet…”

Binnen één seconde verdween mijn lach en beet ik hem toe: “When hell freezes over, meneer Veenstra! Ben jij helemaal belazerd… Mij uitkleden terwijl Mike, Alex, Ben en Gerben staan te kijken? Of Martin en z’n club nerds?” “En Mariëlle, niet te vergeten…” vulde hij met een stalen gezicht aan en ik zuchtte. “Het arme wicht. Kappen met je idiote ideeën, Frank!” We gniffelden samen. “Je pakt je surprise hier maar uit, lover. Ze zal ervan genieten. Net als gisteravond.” Toen schoven we aan tafel voor het ontbijt. Ik at nog twee boterhammen, smeerde mijn lunchpakket en pakte mijn spullen. “Tot vanavond, lover. Ik hoop hier rond een uur of vijf weer te zijn.”

“Wacht even, Gon…” Frank liep naar een keukenkastje. En kwam terug met een sleutel. “Alsjeblieft. De voordeursleutel. Ik hoop dat je die nog héél lang nodig hebt, schat.” Ik omhelsde hem. “Dat hoop ik ook, mooie vent. Dank je wel. Voor het vertrouwen.” Ik liet hem los. “Tot vanavond!” En liep de deur uit, naar mijn auto. Ik reed vlot weg, maar 500 meter verder zette ik auto even aan de kant en pakte mijn zakdoek. Even een paar tranen wegwerken; het overhandigen van de sleutel had me meer gedaan dan ik dacht. Wát een schat…

Bij haar huis stond Mariëlle al te wachten. Ik parkeerde mijn Golf en stapte over in de Landcruiser. Even wennen, zo’n hoge instap… “Goeiemorgen, Mar… Goed geslapen?” “Hoi… Nee, niet echt. Teveel nagedacht over gisteren en wat we vandaag tegenkomen. En jij? Oh ja, Schaarsbergen hé?” Ze giebelde. “Ik zal maar niet verder vragen…” “Nee, doe maar niet. Je zou kunnen gaan blozen. De samenvatting is: toen ik eenmaal sliep, sliep ik goed. En het opstaan was ook wel prettig. Met een kopje goeie koffie en een paar beschuiten. Op bed.” Ze lachte en reed weg. Vijf minuten later parkeerde ze bij de Weever. Op de plaats die vroeger gereserveerd was voor Junior. Ik wilde naar binnen lopen, maar Mariëlle draalde nog even, pakte haar mobiel en maakte een foto van de auto. “Zo. Voor het archief.”

Vlak voor ons liep meneer Joziassen het gebouw in. “Meneerr Joziassen… Graag willen wij rond één uur een uurtje met u praten.” Ik liet mijn stem expres ‘lief’ klinken. Hij bromde wat en knikte met duidelijke tegenzin. “Dank u wel. Tot straks!” Toen liepen we naar binnen. In de ‘kantine’ was het, op twee medewerkers na, stil. “Loopt iedereen meteen naar de werkplek, Mar?” Ze knikte. “Vrijwel niemand gaat hier zitten. Ongezellig hok.”

Ik maakte in gedachten een notitie. De kantine moest ook veranderen. Gezelliger worden en op den duur wellicht nieuwe en betere stoelen. Ik keek rond: geen sprietje groen te zien, kale wanden zonder versiering, linoleumvloer en een ‘hard’ plafond. Geen wonder dat je bij een beetje geroezemoes elkaar nauwelijks kon verstaan… We tapten een beker thee en ik keek Mariëlle aan. “Eerst maar eens bij mevrouw Garrets langs. En oh ja: is jouw laptop aangesloten op de Wifi hier?”

Mariëlle knikte. “Onmiddellijk die verbinding verbreken. Geen contact maken met Wifi, Bluetooth of wat dan ook en het ding in ‘vliegtuigmodus’ zetten. Ik wil dat er geen enkel elektronisch piepje uit jouw laptop komt. Wie weet zit iemand hier te luistervinken en mee te lezen. En het vervolgens aan Teun door te brieven. Geen zin in, dat maakt kwetsbare mensen nóg kwetsbaarder.” Mariëlle knikte, zei het aarzelend. “Jij ben wel érg wantrouwend, Gon. Ik knikte. “En weet je waarom? Voor het geval je het nog niet wist: je zit hier in een softwarebedrijf. Onder jullie programmeurs is er vast wel iemand die kan zien dat de laptop van ene mevrouw Steenbeke op het netwerk aangesloten is. En zo’n type kan wellicht ook makkelijk op jouw laptop inbreken. En zien wat jij aan notulen zit te maken tijdens onze gesprekken.” Ik zweeg even en zei toen, om het een beetje luchtig te houden: “En je dagboeken te downloaden en te lezen, zodat hij weet op wie jij een crush hebt…”

Ze keek geschokt en ik lachte haar uit. “Kom, we gaan naar mevrouw Garrets.” We liepen naar de hal en ik klopte aan de deur met het naamplaatje ‘Mw. A.J. Garrets’. “Ja?”

We liepen naar binnen. “Goedemorgen mevrouw Garrets. Heeft u een uurtje tijd voor ons of moet u eerst nog dingen doen?”

Ze keek me aan. “Ik heb jullie niets te zeggen, mevrouw Peters. En zeker juffrouw Steenbeke niet.”

Ik deed de deur verder open en stapte uitnodigend opzij. Wilt u dat zélf tegen Gerrit zeggen of moet ik het even doen? Volgens mij was ik vrij duidelijk gisteren.”

Ze bleef koppig. “Personeelszaken zijn vertrouwelijk mevrouw Peters. Als u goed op de hoogte bent, weet u dat.”

Ik zei zachtjes: “Mevrouw Garrets: ik vraag u niet om sofinummers, adresgegevens of welke personeelsvertrouwelijke informatie dan ook. Ik wil weten welke procedures op personeelsgebied dit bedrijf heeft en of die ook daadwerkelijk gevolgd worden. En of dat een beetje strookt met de diverse regelingen die daarvoor zijn. Punt. Dat is géén personeelsvertrouwelijke informatie; u kunt dit gewoon als een audit beschouwen. Dus… wat zal het zijn?”

Met een gezicht op storm stond ze op. “Waar wilt u dat gesprek voeren?”

Ik wees naar boven. “In het voormalig kantoor van de Weever junior, mevrouw. Hier is wat weinig plaats. Gaat u maar voor.”

Eenmaal daar aangekomen en gezeten opende ik het gesprek. “Mevrouw Garrets: het afgelopen halve jaar is de bedrijfsvoering hier tot vrij dicht bij het vriespunt gedaald. Ik wil graag van u weten welke instructies u van Teun de Weever heeft gekregen. Met een paar heb ik al kennis gemaakt: ontslag op staande voet zonder opgaaf van legale reden, het achterhouden van de wettelijk vereiste ontslagvergoeding, het gijzelen van persoonlijke documenten van medewerkers, zoals diploma’s. Nog meer?”

Ze beet op haar lippen en zweeg.

Ik begon er een beetje genoeg van te krijgen. “Mevrouw, u kunt zwijgen, maar als er nog meer is: ik kom er toch wel achter als ik met de medewerkers spreek. U kunt kiezen: óf u maakt schoon schip en vertelt mij wat u wel of niet moest doen op personeelsgebied, óf u zwijgt nu en wordt er later mee geconfronteerd. En dan zit u niet meer tegenover Gon Peters en Mariëlle Steenbeke, maar dan is uw gesprekspartner een inspecteur van de Nederlandse Arbeidsinspectie, voorheen ISZW. En dan spreekt u met een bijzonder opsporingsambtenaar en krijgt u de cautie voor uw kiezen.” Ze keek vragend en ik zei droogjes: “Dan krijgt u op enig moment te horen: ‘Mevrouw, vanaf dit moment bent u niet meer tot antwoorden verplicht; alles wat u zegt zal indien nodig tegen u gebruikt worden.’ Nou, dan weet u wel hoe laat het is…”

Ze perste haar lippen op elkaar, maar barstte na een paar seconden uit: “Als ik tegen zou werken, zou hij me helemaal kapot maken! Dan zou ik geen leven meer hebben, daar zorgde hij wel voor!” Ik knikte. “Ik neem aan dat u met ‘hij’ Teun de Weever bedoelt? Hij chanteerde u dus, begrijp ik. Mevrouw, ik hoef niet te weten waarmee hij chanteerde; ik stel vast dat hij u en waarschijnlijk iedere leidinggevende in dit bedrijf in zijn zak had. Op welke manier dan ook.”

Haar ogen werden rood en ze knikte langzaam. “Da’s goed om te weten. Mevrouw Garrets: Teun de Weever kan u niets meer maken. Hij zit nu te kniezen in een bijgebouwtje van een boerderij. Geen directeurtje meer spelen, geen afgemaakte studie, waarschijnlijk weinig tot geen geld meer en een huwelijk wat naar de knoppen is. En zodra zijn activiteiten hier openbaar zijn, wordt hij uitgekotst en durft hij z’n snoet nooit meer in Terschuur te laten zien. Dit is uw kans om schoon schip te maken voor uzelf en voor hem het sop te maken waar hij in mag gaarkoken. Denk daar even over na.”

Het werd stil in het bureau; het enige wat te horen was, was een klok die irritant luid aan het tikken was. Na een minuut keek ze op en snoot haar neus. “Vraagt u maar. Als ik het weet geef ik het antwoord…”

Héhé… Ik probeerde neutraal te blijven kijken en stelde eerst vragen naar zaken die we wisten: het inhouden van diploma’s. Ze gaf redelijk samenhangend antwoord en wat ik al vermoedde, klopte: personeelsleden die ontslag wilden nemen, moesten hemel en aarde bewegen om hun papieren terug te krijgen. Dat proces duurde vaak weken, expres vertraagd op uitdrukkelijk bevel van Junior. Vervolgens moesten ze een concurrentiebeding tekenen wat ronduit onbeschoft was: het kwam erop neer dat ze in feite nergens in Nederland aan de bak mochten in de automatisering. Voor de tijd van vijf jaar. En zouden ze dat toch doen, zouden ze een civiele rechtszaak aan de broek krijgen.

Ik lachte schamper. “En… Heeft iemand het zover laten komen?”

Mevrouw Garrits knikte. “Een van de programmeurs. Die liet zich niet intimideren en ging zelf naar zo’n bureau voor rechtshulp. Het resultaat was dat hij binnen een week aan de slag was bij een van onze concurrenten en zich niets aantrok van dat concurrentiebeding. Tijdens een telefoongesprek met mij zei hij lachend: ‘Als Teun hier een zaak van wil maken: vooral doen! Mijn adviseur lust hem rauw.’ En die boodschap moest ik even later in dit bureau overbrengen… Meneer de Weever junior vloekte alles en iedereen bij elkaar.”

Ze keek schichtig rond, alsof Teuntje plotseling achter haar zou staan. En langzaam maar zeker kwam ze los. Het gesprek duurde ruim twee uur. Twee uur waarin Mariëlle hevig zat te typen op haar laptop en ik m’n uiterste best moest doen om me te beheersen. Alle shit die ik hoorde…

Om tien uur breide ik er een eind aan. “Mevrouw Garrets: dank voor uw openheid. Ik begrijp waar uw angst vandaan kwam, maar nogmaals: hij kan u niets meer maken. En als hij dat tóch probeert, bijvoorbeeld met een lastercampagne: één telefoontje naar Gerrit en hij wordt afgestraft. Gerrit is helemaal klaar met z’n lieve zoontje.” Ik keek grimmig. “En anders ik wel. Ik stel voor dat we een bakje koffie of thee gaan drinken. Mocht u nog iets te binnen schieten wat van belang is: Gerrit heeft mijn telefoonnummer.”

We liepen omlaag, mevrouw Garrets voorop. Ik knipoogde naar Mariëlle. In de kantine zaten zowaar een aantal mensen koffie te drinken. En: in ‘gewone’ kleren! Een klein succesje. Om mijn smaakpapillen te behoeden koos ik thee. Gewone thee; ik had al gezien dat de zakjes van de smaakjesthee vrijwel onaangeroerd waren. Niet nóg een keer zo’n ervaring als mijn eerste dag in Ede, dank je wel…

Het gesprek met de medewerkster van mevrouw Garrets verliep gelukkig meer ontspannen. Het meisje was vrij nieuw, pas in April aangenomen, maar wel meteen geïndoctrineerd en geïntimideerd door Teun. Ze vertelde ons echter weinig nieuws en om elf uur was dat gesprek afgelopen.

“Heb jij de gespreksverslagen van gisteren geprint, Mar?” Ze knikte. “Ja. Thuis.” Ik stak een duim op. “Uitstekend. Dat moet je blijven doen. Niets hier printen. We lopen even langs jouw collegaatjes en meneer Vaassen. Daarna gaan we een luchtje scheppen buiten en eten meteen onze lunch op. En na de lunch: meneer Joziassen.”

De collega’s van Mariëlle, noch meneer Vaassen hadden geen op- of aanmerkingen op de notulen van hun gesprekken. Ik las ze tijdens de lunch buiten ook door en maakte Mariëlle mijn complimenten. “Dat zijn nog eens notulen, Mar! Sjongejonge… Bijna letterlijk. Dat lukt me niet, hoor. Als jij ooit ergens gaat solliciteren als directiesecretaresse mag je mij opgeven als referentie.”

Ze lachte. “Ik als secretaresse? Nooit meer, Gon. Zelfs niet als directiesecretaresse. Dan liever de lucht in!”

Na de lunch liepen we naar het kantoor van meneer Joziassen en klopten aan. Geen gehoor. Ik probeerde de deur te openen: op slot. Vreemd. Ik keek Mariëlle aan: die keek ook verwonderd. We liepen naar buiten om via de ramen naar binnen te kijken. Niets… Wacht even…

Naast het bureau zag ik een stuk van een onderbeen en een schoen! Ik sprintte naar de receptie, Mariëlle achter me aan. En tegen de receptioniste snauwde ik: “De sleutel van het bureau van Joziassen. Nú!” Ze keek verwonderd. “Mevrouw, die mag ik n…” “Sleutel!” grauwde ik. “Hij ligt naast z’n bureau op de grond en de deur is op slot. Bel 112. Ambulance én politie.”

Ze griste een sleutel uit een kast, gaf me die en zei: “Ik ben de BHV-er. Ik ga mee.” Ik wees op Mariëlle. “Mar, bel jij 112. Daarna Gerrit halen en zorgen dat er niemand verder in dat bureau komt.” Ze knikte en pakte de telefoon. De receptioniste en ik renden naar het bureau van Joziassen. Gelukkig had hij de sleutel niet in de deur laten zitten en konden we, na het openen met de reservesleutel naar binnen.

Hij lag naast zijn bureau op de grond. Zijn gezicht witter dan een schoon beddenlaken, behalve de onderkant, die was blauw-grijs. Ik pakte zijn pols: niks. Voelde zijn hals: ook niets. Een harde kneep in de monnikskapspier: Geen reactie. Zijn lichaam was koud. Ik keek de receptioniste aan en schudde mijn hoofd. “Hier is niets meer te doen voor ons, behalve te wachten op de ambulance en waarschijnlijk een dokter. Laten we het bureau maar afsluiten; dit is vanaf nu verboden gebied voor iedereen. Zelfs meneer de Weever.”

Ze was lijkbleek, bijna dezelfde kleur als Joziassen en stond op het punt in elkaar te zakken. Als BHV-er niet zo’n beste keuze, blijkbaar… Maar ik moest haar aan het werk houden. Afleiden. “Hoe heet je?” “Dominique, mevrouw…” “Mooi. Dominique, ik ben Gonnie, maar dat wist je al. Ga terug naar de receptie en vang het ambulancepersoneel en de politie op. Als die binnen zijn: naar de kantine en koffie en thee maken. Voor al het personeel. Ik denk dat meneer de Weever het hele spulletje gaat toespreken vanmiddag. Hup, wegwezen. En als je Mariëlle tegenkomt: vraag je ze hierheen komt. Mét meneer de Weever.” Ze liep langzaam weg, een zakdoek tegen haar ogen. Nou, daar had je ook niet zoveel aan als BHV-er…

Eén van de automatiseerders liep door de gang en wilde bij Joziassen naar binnen. “Hé, laat me er even door!” Ik schudde mijn hoofd. “Nee. Je hebt hier even niets te zoeken.”

Hij keek me aan. “Juffrouw, je mag dan vriendjes zijn met meneer de Wee…”

Ik sneed hem de pas af. “Allereerst ben ik geen juffrouw maar mevrouw en ten tweede ben ik geen vriendje met meneer de Weever. En ten derde: ga terug naar waar je vandaan kwam en loop me niet in de weg.”

Hij wilde nog wat zeggen, maar op dat moment kwam Gerrit de gang door. Achter hem Mariëlle.

De knul koos eieren voor zijn geld en verdween mokkend.

“Gon?” Gerrit keek vragend. Ik wees achter me. “Meneer Joziassen heeft ons verlaten. Of dat vrijwillig is gegaan of een natuurlijke oorzaak heeft weet ik niet, maar hij ligt er al een tijdje. Geen hartslag en steenkoud. Ik ben geen dokter, maar kan wel stellen dat reanimeren zinloos geweest zou zijn.” Hij werd ook bleek. “Laat me even kijken.”

Ik schudde mijn hoofd. “Niet verstandig. Dominique en ik zijn al binnen geweest; nog meer mensen zouden sporen kunnen vernietigen. Dit is nu een…” Ik groef in mijn geheugen. “…een ‘plaats delict’. Geen verder volk naar binnen, Gerrit. Sorry.”

In de verte hoorden we een sirene die snel dichterbij kwam. En even later nóg een. De ambulance was er het eerst. Dominique liep de gang in, gevolgd door een ambulance-verpleegkundige en ik opende de deur van het kantoor. Hij liep snel naar binnen, om er na een minuut weer uit te komen. “Hier is voor mij niets meer te doen, mensen. Deze meneer is al een paar uur dood. Vanaf nu: alleen maar politie naar binnen. Niemand anders.” Ik knikte. Had ik al geregeld.”

Twee agenten kwamen nu de gang door, voorafgegaan door Dominique. “Goedemiddag. Waar…” De ziekenbroeder wees. Hier. Is volgens mij al een paar uur geleden overleden.” Ze liepen naar binnen, keken even en zeiden toen: “Wie heeft hier de leiding?” Gerrit stapte naar voren. “Ik ben Gerrit de Weever, de directeur.” De agent knikte. “Mooi. Meneer, wilt u zorgen dat er, tot de komt van de schouwarts en de recherche, niemand, maar dan ook niemand meer in dit kantoor komt?” Ik liet de sleutel zien. “Er zijn drie mensen in het kantoor geweest: de receptioniste Dominique als BHV-er, ikzelf en deze ambulanceverpleegkundige. Voor die tijd had meneer zijn bureau op slot. Ik heb geconstateerd dat reanimatie geen zin zou hebben: geen pols, geen hartslag te voelen in zijn hals, geen ademhaling, lijkbleek en steenkoud. Daarna zijn wij hier uit gegaan en heb ik heb bureau weer op slot gedaan. We zijn verder nergens aan geweest.”

De politieman knikte. “Ik neem straks uw verklaringen wel op. Nu even andere dingen te doen. Roger, blijf jij hier voor de deur staan en zorg dat er niemand naar binnen gaat. Meneer de Weever: er zal vast wel commotie zijn ontstaan nu iedereen onze sirenes heeft gehoord. Graag had ik dat u al het personeel… Heeft u een kantine?” Gerrit knikte. “Mooi. Al het personeel in de kantine verzamelen, zodat niemand ons hier voor de voeten loopt. Als u wilt inventariseren wie deze meneer vanochtend nog gesproken heeft; die mensen willen wij graag spreken. De rest… Ach, van productie zal waarschijnlijk geen sprake meer zijn vanmiddag; wees verstandig en stuur de rest naar huis. Dan loopt men ons niet voor de voeten tijdens ons onderzoek.”

Gerrit knikte. “Doe ik. Ik zal zelf ook in de kantine zijn. Dominique: waarschuw iedereen via het omroepsysteem om in de kantine te verzamelen. Bureau’s afsluiten, alles meenemen om naar huis te gaan, maar eerst: in de kantine.” Het volgende uur was deels chaotisch, deels wachten.

Joziassen werd opgehaald met een lijkauto, de politie was bezig met onderzoek op zijn bureau en na een uurtje kwam een man in burger de kantine binnen die zich voorstelde als rechercheur Overdam. En die wilde het overgebleven personeel spreken.Eén voor één werden we geroepen; de gesprekken duurden zo’n vijf minuten. Ik was de laatste. Na het opnemen van mijn personalia vertelde ik was mijn rol was bij het bedrijf.

De man keek mij aan. “Ik begreep van de heren van automatisering dat u en de heer Joziassen elkaar niet zo mochten… Klopt dat?”

Ik knikte. “We hebben een paar aanvaringen gehad en ik wist dat hij nogal vriendjes was met de zoon van meneer de Weever, die hier het afgelopen jaar een waar schrikbewind heeft uitgevoerd. En hij heeft nogal meegeholpen aan dat bewind. Voor mij reden genoeg om hem niet zo te mogen. Ik zou vanmiddag met hem in gesprek zijn gegaan om te achterhalen wat exact zijn rol in dat schrikbewind was.”

De rechercheur knikte. “En vertelt u eens: wat heeft u exact gedaan toen u naar hem toe wilde?” Zakelijk vertelde ik het verhaal vanaf dat Mariëlle en ik voor een gesloten deur stonden tot en met het afsluiten van het bureau in afwachting van de politie.

Hij bromde: “Duidelijk. U heeft hem vanochtend niet gesproken?”

“Behalve de mededeling rond 07:30 bij de buitendeur dat ik na de lunchpauze met hem wilde praten: nee. En vanaf het moment dat wij hier naar binnen gingen tot de ontdekking dat hij naast zijn bureau lag, zijn mevrouw Steenbeke en ik constant bij elkaar geweest. En toen ik uiteindelijk het bureau binnen ging, was de receptioniste, Dominique… haar achternaam weet zo niet, er bij.”

Hij bekeek zijn aantekeningen. “Klopt. Heeft u verder wel eens contact gehad met meneer Joziassen?”

“Behalve een paar besprekingen hier, een presentatie aan de directie waar hij bij was en een verhaal wat ik hier in de kantine hield voor al het personeel: nee.”

“En wat was uw indruk van meneer?”

Ik keek hem aan. “Men zegt wel eens: ‘Over de doden niets dan goeds’, maar sorry, dat kan ik nu niet doen. Ik weet een beetje wat hij gedaan heeft in dit bedrijf en ik kan daar nog steeds woedend om worden. Hij was de hielenlikker van de Weever junior. Vernederde met name het vrouwelijk personeel en voerde het schrikbewind van de Weever Junior uit. Het gesprek wat wij gehad zouden hebben, zou geen prettig onderonsje geweest zijn, meneer Overdam.”

Weer een knik. “Dank u wel. Dat was alles, mevrouw Peters.” Ik stond op en toen ik de deur door ging, riep hij me terug. “Ehh mevrouw, nog één vraag: Waarom wilt u niet weten hoe meneer aan zijn eind is gekomen?”

Ik draaide me om en deed de deur achter me dicht. “Meneer Overdam: recht voor z’n raap? Het interesseert mij niet. Meneer Joziassen is nu op een plek waar hij niemand meer kwaad kan doen. Geen dames meer kan kleineren, hen in een bepaald uniform kan dwingen of de mogelijkheden tot verdere ontwikkeling kan dwarsbomen. Dit bedrijf is een kwelgeest kwijt. Dát is voor mij het enige punt wat telt.”

Hij keek me nadenkend aan. “U zegt daar nogal wat, mevrouw…”

Ik knikte. “Ja. En ik begrijp dat als zeer belastend overkomt, maar ik ga er niet om liegen, meneer Overdam.”

Zijn mondhoeken gingen iets omhoog. “Dank voor uw eerlijkheid, mevrouw Peters.”

“Tot ziens, meneer Overdam.”

Ik trok de deur achter me dicht en liep naar Mariëlle. “Fijn dat je op me wachtte, chauffeuse.” Ze knikte stil. “Ga je nog even met me mee naar binnen, thuis?” “Natuurlijk.” In de auto was het stil, tot ze bij de boerderij parkeerde.

“Gon… Hoe denk jij er over? Dat hij nu dood is?”

“Op het gevaar af dat ik nu als een hele botte trut overkom, Mar: ik zal er geen traan om laten. Hij was de schaduw van Teun en heeft onder andere jouw leven gedurende een half jaar tot een hel gemaakt. Genoeg reden voor mij om niet te gaan janken, schat. Ik heb alleen zwaar medelijden met zijn vrouw. Je zult maar met zo’n type getrouwd zijn…”

“Hij was niet getrouwd, Gon. Geen vrouw, geen kinderen. Gelukkig maar.”

Ik knikte. “Inderdaad.”

We stapten uit en Libby kwam ons kwispelend tegemoet. “He, brave hond…”

Ik aaide het beest toen hij ook naar mij toe kwam. “Gelukkig. Iemand die wél blij is als hij Mariëlle Steenbeke en Gonnie Peters ziet…”
Geef dit verhaal een cijfer:  
5   6   7   8   9   10  
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...