Lekker Anoniem Webcammen!
Donkere Modus
Door: Keith
Datum: 16-02-2026 | Cijfer: 9.7 | Gelezen: 549
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 73 minuten | Lezers Online: 10
Trefwoord(en): Maagd,
Een Maagd In Bed
De maandag ging op het werk als een sneltrein voorbij. Na het afscheid van Frank ruimde ik het huis een beetje op. De afwas uit de machine en het spul op z’n plaats, ik ruimde de slaapkamer nog even wat op en sloeg het bed schuin open, net als op een hotelkamer. Ik legde een briefje op het hoofdkussen met de tekst: ‘Slaap lekker, schatje’ met een paar hartjes er onder. Wat losse spulletjes in de woonkamer op hun plaats leggen en toen was het zeven uur geweest; tijd om te vertrekken. In Ede kletsten Mike, Mariëlle en ik nog even met elkaar en toen gingen we aan het werk. Mike achter de ‘helpdeskcomputer’, Mariëlle in de hal en ik aan m’n eigen bureautje.

Ik merkte wel dat mijn ‘normale werk’ zich opstapelde, nu ik twee dagen in Terschuur geweest was. Dus: weinig tijd voor prietpraat. Om half vier nam ik met Mariëlle nog even door wat we morgen en overmorgen in Terschuur zouden gaan doen; we lagen door de gebeurtenissen van vorige week nú al achter op ons schema. En voor ik het wist was het half vijf, terwijl we nog niet gereed waren! Ik dacht even na. “Mariël, heb jij vanavond wat te doen?” Hoofdschudden. “Nee. Hoezo?” “Zullen we dan bij mij thuis verder gaan? Dan eet je bij mij, we gaan daarna even verder tot… zeg een uur of negen. Lijkt je dat wat?” Ze knikte. “Prima. Anders moeten we morgen improviseren, en dat is niet goed.” “Oké. Daarna kun je kiezen: of je rijdt naar huis, óf je blijft bij mij slapen.”

Ze keek aarzelend. “Dan moet ik wel iets regelen voor de auto van mijn moeder, Gon. Die heeft ze morgen nodig; ze zou mij morgen hierheen rijden.” “Dan rijden we zo dadelijk naar Terschuur, jij brengt die lompe Landcruiser terug en rijdt dan met mij mee naar Renkum.” Ze knikte. “Goed plan! Dan kan ik thuis ook even wat kleren pakken voor morgen. En toiletspullen voor vanavond.” Oh ja… daar had ik nog niet eens aan gedacht… Kortom: we reden naar Terschuur, Mariëlle voorop, zetten daar de Landcruiser neer en Mariëlle verdween naar boven terwijl ik even met haar vader zat te kletsen en ondertussen de hond aaide. Die vond dat prima, rolde op zijn rug en liet zich lekker aanhalen.

“Nou Gonnie, jij bent wel héél erg populair bij Libby. Dit heeft ze nog nooit gedaan bij iemand die niet bij ons gezin hoorde.” Ik keek op. “Het is een reu. Die vallen als bosjes voor een knappe vrouw.” Hij grinnikte. “Ja, dat is waar. Maar de vriendin van onze oudste zoon moet niets van Libby hebben. Die is gewoon bang voor haar. En omgekeerd klikt het ook niet; Libby blijft uit haar buurt, gaat écht niet naast haar zitten. Jammer, want het is een leuke meid.” Mariëlle kwam naar beneden. “Zo. Ik ben klaar voor een logeerpartijtje bij tante Gonnie.” Ik zuchtte. “Tante Gonnie? Dat klinkt alsof ik ruim 50 ben, verdorie… Ehh… Neem afscheid van die sympathieke pa van je en van Libby, daarna instappen. Allard: tot morgen, dan kom ik je dochtertje weer hier afleveren.” Tot ziens Gonnie. Lekker slapen, Mar.”

Eenmaal in de auto en op de A30 ze ik: “Je hebt een prima stel ouders, Mariël.” Ze knikte. “Ja. En daar ben ik reuze blij mee, ook al zijn ze soms best wel streng voor ons. Maar als het erop aankomt…” In Renkum reed ik nog even langs de supermarkt. Pasta, groenten, vlees… Melk, had ik ook nodig. Snel ging het spul in een karretje en niet lang daarna stopten we voor mijn huisje. “Welkom in mijn bescheiden optrekje Mariëlle. Waarschijnlijk de enige keer dat je hier komt; over een week of twee trek ik bij Frank in.” Ze keek me aan, mond open. “Jij gaat bij Frank wonen? Zo snel al?” Ik haalde mijn schouders op. “Wat is snel? Frank en ik zijn voor elkaar gemaakt, schat. Dat wisten we binnen een week al.” Ze dacht even na en knikte toen. “Ja. Volgens mij ook. Hij met z’n rust, jij als rooie wervelwind. Maar op de een of andere manier werkt dat goed.” “Noemde je mij nou een ‘rooie wervelwind’? Wilde je vanavond nog een lekker bord pasta, of ga je liever lopend naar Terschuur terug?” Ze stak haar tong uit. “Ik moest toch wat assertiever worden? Nou, op jou kan ik lekker oefenen… Jij zit tóch nergens mee, Gon.” Ik mopperde iets over ‘Terschuurse troela’s’ en ze lachte. “Eerst maar eens eten maken. Ik heb trek en als ik trek heb, werk ik niet zo lekker.”

Tijdens het eten kletsten we lekker over van alles en nog wat, na het eten gingen we aan de slag. Een plan voor de interviews, en wat plannen om de inrichting van het bedrijf te verbeteren. Mariëlle had daar een aantal goede ideeën voor die op zich niet zo duur hoefden te zijn. Alleen de planten voor de ‘kantoortuin’… dat bleek een kostbare zaak te worden. Planten ‘huren’ was sowieso schreeuwend duur; een contract met een bedrijf wat die planten ook onderhield kostte meer dan 1000 euro in de maand. “Dat gaat Gerrit niet betalen, Gonnie. Kan er niet uit; de Weever staat er financieel niet zo best voor. Het bedrijf zit nog niet in de rode cijfers, maar…” Ik keek Mariël aan en vulde aan: “…het scheelt weinig?”

Ze knikte. “De laatste twee maanden zijn er een aantal klanten afgehaakt, omdat Teun hen het financiële mes op de keel zette. Hij wilde persé dat de klanten vooraf gingen betalen, in plaats van per maand en achteraf. En dat pikten een aantal van de klanten niet. En terecht.” Ik humde. Dat was een klus voor Gerrit, om die relaties weer binnen te halen. Bemoeide ik me niet mee. Maar die inrichting… “Mar, Terschuur is een agrarische omgeving. Er moet bij jullie toch wel ergens een bedrijf in de buurt zijn wat zoiets kan leveren? Of via een familielid van een medewerker of zo?”

Ze dacht na, een rimpel boven haar neus. “Even iemand bellen, Gon…” Ze pakte haar telefoon en liep naar de achtertuin. Drie minuten later kwam ze terug, lachend. “Eén van mijn ex-collegaatjes heeft een oom met een groot hoveniersbedrijf. Tussen Uddel en Garderen, langs de N302, de weg van Ermelo naar Nieuw Milligen. Gespecialiseerd in middelgrote planten, boompjes en tuinaanleg. Dáár zouden we terecht kunnen.” We keken even op Google Earth; het zag er veelbelovend uit. “Wij gaan binnenkort eens plantjes kijken, Mar. Nadat we Gerrit hebben geconsulteerd. Want ik wil ook scheidingen aan laten brengen tussen de afdelingen. Alleen planten helpt te weinig. Geen muren, maar afscheidingen van een meter of twee hoog, met nissen er in voor planten… Enfin, daar kunnen ze ons bij dat hoveniersbedrijf misschien over adviseren. In ieder geval: niet meer die grote, galmende ruimte waar jullie in zaten. En betere verlichting. Daglicht-LED’s in plaats van die kale TL-bakken.”

Mariël keek zuinig. “Dat gaat aardig in de papieren lopen, Gon…” Ik knikte. “Ja. Maar je krijgt er heel veel voor terug. Medewerkers die beter in hun vel zitten. De LED’s verbruiken slechts een fractie van de energie die TL-bakken vragen. Oké, de armaturen zijn duurder, maar dat heb je binnen een jaar terugverdiend… En jullie kantine moet ook aangepakt worden. Betere stoelen en tafels, ook planten, een stel vloerkleden op de grond tegen de galm… én een beter koffie-apparaat. Want de koffie uit dat ouwe ding daar is niet te pruimen. Gétver, wat een bittere meuk! Mijn stiefvader zou dat ding van de muur afgerukt hebben en er overheen zijn gereden met een wegenwals.”

Mariëlle keek verontrust. “Is hij zo’n woesteling dan?” Ik schudde mijn hoofd. “Nee. Mijn stiefvader is een schat van een vent. Ontwikkelaar bij ASML en een hele knappe kop.” Ik giechelde. “Figuurlijk dan. Als je hem in een winkelstraat tegen zou komen, zou je een seconde erna hem al vergeten zijn, zó onopvallend is hij qua uiterlijk. Behalve als hij je aankijkt: dan kijk je in twee nogal opvallende blauwe ogen, die dwars door je heen kijken. En als hij nijdig is en hij kijkt je aan, sta je in twee blauwe lasers categorie 4 te knipperen. Vallen onder de Wet Wapens en Munitie, zo fel. Maar mijn moeder is helemaal verslingerd aan hem en omgekeerd. Twee handen op één buik. En meestal is hij ook wel lief voor zijn nogal recalcitrante tweeling-stiefdochtertjes en hun vliegende broertje.

Alleen… hij is koffie-addict. Koffie moet exact kloppen, anders wordt hij narrig. En daar hebben we, toen hij bij ons kwam wonen, een paar jaar terug, hem wel eens mee gepest…” Ik lachte weer. “In mijn ouderlijk huis staat geen koffiezetapparaat. Henk, mijn stiefvader, heeft één ding meegebracht uit zijn appartement: zo’n ouderwetse Douwe-Egberts hand-koffiemolen. Die hing binnen een week bij ons in de keuken. Hij zet z’n koffie met de hand: versgemalen bonen, kokend water, de koffie in een papieren koffiefilter, opschenken en klaar. En die koffie is inderdaad veel lekkerder dan uit een koffiemachine. Maar ja… We pestten hem nogal eens met zijn koffie-pietluttigheid...

In een van de eerste weken dat die molen bij ons aan de muur hing, draaide ons broertje Rick de knop die de fijnheid van het maalsel regelt een aantal slagen terug. Of juist op, dat weet ik niet meer. Hoe dan ook: de eerste keer dat Henk daarna koffie zette, nam hij één slok, vloekte nogal doortastend en gooide zijn koffie meteen in de gootsteen. En keek daarna zijn twee lieve, onschuldige stiefdochtertjes aan en snauwde: “Wie van jullie rooie krengetjes heeft aan die regelknop op de koffiemolen gezeten?” Wij wisten dat Rick dat had gedaan, maar die was na zijn ‘misdaad’ gevlucht naar waterpolotraining, de lafaard… Dus wij zeiden onschuldig: “Wij niet, lieve Henk. We zouden niet durven!” En toen keken we voor het eerst in die lasers…” Mariëlle grinnikte. “En jullie broer…? Leeft die nog?” “Rick kreeg de dag daarna bij ontbijt een nogal uitgebreide preek, vermengd met wat fysieke Jiujitsu-dreigementen als hij het in z’n ongemarineerde hersens zou halen om nog één keer met zijn ongeciviliseerde aanstaand pilotentengels aan die koffiemolen te komen… Het maakte wel indruk; we hadden Henk nog nooit zó tekeer horen gaan. Zelfs Ma keek nogal verontrust…” Ik grinnikte.

“Het lijkt me een leuke boel bij jullie thuis, Gon. Maar… stiefvader? Mag ik…” Ze aarzelde en ik knikte. “We zijn toch vrijwel klaar, Mar. Eerst thee, dan zal ik je in het kort bijpraten over ons gezin. Of liever koffie? Door de machine gezet, niet door Henk…” Ze lachte. “Geef mij maar thee. Anders stuiter ik straks het bed door.” Met twee bekers thee in m’n handen kwam ik even later uit de keuken, ging zitten en begon te vertellen.

“Mijn moeder kreeg, toen ze studeerde, verkering met een nét afgestudeerde IT-er. Ralf Anderson. Die verkering verliep nogal intensief; tijdens hun huwelijksreis kwamen ze er achter dat mijn moeder al twee maanden zwanger was. Van een tweeling. Enfin, geen paniek, want ze hadden al een huisje in Born, Ralf had een goeie baan, dus niks aan de hand. Mijn zusje Annet werd geboren en twaalf minuten later ik. En ruim twee jaar later ons broertje Rick. Mijn moeder wilde, na de geboorte van Rick verder studeren, maar Ralf verbood dat.” Ik keek grimmig. “Ja, hij verbood het. Gien, mijn moeder moest voor de kinderen zorgen. Geen tijd voor studie. Het zal je wel bekend voorkomen, denk ik…” Mar knikte. “Vandaar dat ik zo fél ben op klootzakken die vrouwen verhinderen zich te ontplooien, Mariëlle…

Enfin, het gezinnetje verhuisde zes jaar na de geboorte van Rick naar een woonboerderij iets buiten Born. En Ralf besteedde elke minuut die hij niet hoefde te werken aan het renoveren van het huis. En dat lukte hem prima; hij was best handig en het huis werd prachtig. Toch heeft hij er weinig plezier van gehad; een jaar nadat de verbouwing gereed was, kwam mijn moeder er achter dat hij al langere tijd een relatie had met een vrouw op zijn werk. Mijn moeder Gien heeft hem de deur uitgetrapt. Letterlijk. Als zij kwaad is, is ze net zo’n furie als Annet en ik samen…”

Mariëlle keek even bang. “Dat wil ik niet meemaken…” We lachten samen. “De inventaris van zijn bureau lag in de tuin toen wij uit school kwamen: vanaf de eerste verdieping naar buiten gesmeten. Plus nog wat andere spullen; onder andere het fotoalbum van hun huwelijk. An en ik hebben daar, zonder dat Gien het zag, een paar foto’s uit gejat. Hij kreeg via de mail één dag de tijd om op te halen wat van hem was, daarna zou het naar de stort gaan. Enfin, alles ging dus naar de stort, hij haalde niks op. Waarschijnlijk bang voor mijn moeder. De scheiding kwam erdoor: Mijn moeder hield het huis en ons, de kinderen. Gelukkig maar. Hij was al bij z’n vriendin ingetrokken, in Heerlen. Eens in de maand moesten wij daar naar toe; maakte deel uit van de scheidingsvoorwaarden. Niet de meest gezellige weekenden; Fen, z’n vriendin en hij bemoeiden zich nauwelijks met ons. En áls Fen al iets tegen ons zei, waren dat stekelige opmerkingen over Gien. Geen bezoekweekend ging voorbij of we hadden ruzie.

Die bezoeken stopten toen we 18 werden. Gelukkig. Rick moest daar nog twee en een half jaar in z’n eentje naar toe, toen was hij ook 18. Toen Rick vertelde dat het de laatste keer was dat hij naar Heerlen kwam, barstte de bom en een paar uur later stond Ralf met z’n vriendin te razen en te tieren in ons huis. Hij zou het huis wel opeisen, want hij had het met eigen handen gerenoveerd. Toen hij Gien een klap wilde geven werd hij door Cora, de vriendin van Rick, gevloerd; een zwarte band judo is in zo’n situatie wel eens handig. Rick heeft Fen in bedwang gehouden en samen hebben we ze naar buiten gejaagd. Hij dreigde om de studietoelage in te trekken en meer van die onzin, maar gelukkig had mijn moeder een meer dan uitstekende advocaat: die heeft hem een briefje geschreven en daarna hield hij zich koest. Betaalde wél braaf elke maand de alimentatie én de studiekosten van Annet, Rick en mij. En dat kostte hem een aardig kapitaal; met name de pilotenopleiding van Rick was schreeuwend duur.

En kort daarna kwam Henk op de proppen: mijn moeder had samen met hem een cursus in de USA gedaan en daar hadden zij samen besloten om zich te onthouden van alle vette of zoete meuk die de Amerikanen eten. Cola, sinas, sprite enzovoorts werden ook in de ban gedaan; ze hebben drie weken op water, thee, brood, melk, groenvoer en koffie geleefd en waren beiden een paar kilo afgevallen. Best knap in Amerika. Enfin, Henk kwam op een avond bij ons eten en overnachten… Netjes in de kelder trouwens, onze logeerkamer, en toen hij de volgende ochtend afscheid nam, gaf mijn moeder hem vanuit het niets, pats-boem een klinkende zoen bij de auto. Wij zagen dat vanuit het keukenraam, maar hielden onschuldig ons mond en gingen schijnheilig hard met de afwas bezig…

Enfin, na een intensief familieberaad zeiden we dat als zij Henk zag zitten, wij daar niets op tegen hadden. Leuke vent, humoristisch en heel veel kennis. En hij droeg onze moeder op handen, dat kon je vanaf de maan nog wel zien. Ruim drie jaar terug zijn ze getrouwd en samen bijzonder gelukkig. Heeft onze moeder ook verdiend na een aantal pittige jaren: haar HBO-studie afgemaakt, een veeleisende baan als hoofd IT bij een middelgroot bedrijf in Born én drie recalcitrante pubers opgevoed tot deugdzame burgers…” Mariëlle giebelde. “Deugdzaam?” Ik haalde uit en ze dook snel weg.

“Tútje… Ja, deugdzaam. Mijn lieve, twaalf minuten oudere zus is nét bevorderd tot Hoofd Compliance van VDO Nedcar in Born. Onze kleine broertje Rick is nu een paar weken op verlof in Nederland; hij is piloot voor de MAF, Mission Aviation Fellowship en vliegt in het zuidelijk deel van Afrika rond. En de allerbraafste van het stel, ene Gonnie, is ondersteunend medewerkster bij een klein maar fijn softwarebedrijf in Ede, en parttime reorganisatiebitch bij een zelfde soort bedrijf in Terschuur.” Mariëlle humde. “En jouw zus en broer…? Hebben die een relatie, net als jij met Frank?”

Ik knikte, pakte mijn telefoon en scrollde naar de foto’s die we twee weken daarvoor gemaakt hadden in Schaarsbergen. “Kijk, dit is het hele stel bij elkaar. Die knappe vent daar ken je wel, net als die rooie ernaast…” Ik wees op Frank en mij. “Dit is mijn moeder Gien met haar Henk. Dát is mijn broer Rick, met zijn liefjes. Die krullebol naast hem is Cora. Een schat van een meid en een hele goeie vriendin van Annet en mij. Die bruine Lab is Bowie, persoonlijke lijfwacht van Cora. Normaal een vreselijk lief beest en een allemansvriend, totdat iemand lelijk tegen Coor doet: dan verandert die sullige Lab plotseling in 30 kilo héél boos hondenbeest met scherpe tanden en een nogal indrukwekkende grauw. Die goudkleurige hond is Lovely, het liefje van mijn broer Rick. Het is een Chowchow en die kennen maar één baas. De rest bungelt er een beetje bij, zeg maar. En Rick is haar baas. Waar Rick is, is Lovely.”Ik giebelde. “Ze gaan nog nét niet samen naar het toilet. En als Rick in Afrika is, is Lovely bij Cora; haar moeder heeft een hondenopvang annex hondenschool: altijd vrolijk geblaf daar. En Bowy en Lovely zijn ook onafscheidelijk; dat zijn de allerbeste maatjes. En tot slot hebben we nóg zo’n knappe rooie: mijn zus Annet met haar vriend Hans. En Hans is de broer van Cora. Werken beiden bij VDL Nedcar; Hans als IT-er en Annet met ingang van volgende week dus als Hoofd Compliance.” Ik keek even jaloers. “Met een salaris wat bijna het dubbele is als het mijne. En die trut heeft exact dezelfde opleiding gedaan als ik, maar ik stond 0,3 punten hoger op de cijferlijst… verdorie.”

Mariëlle was niet voor één gat te vangen. “Maar jij hebt Frank. Als secundaire arbeidsvoorwaarde…” Ik gierde het uit. “Jij bent een fraaie… Frank als secundaire arbeidsvoorwaarde? Laat Yvon het maar niet horen, die trekt dan meteen duizend euro van m’n salaris af, ben jij gek…” We grinnikten nog wat na, toen keek ik haar aan.

“En jij, Mariëlle? Hoe is jouw jeugd verlopen?” Ze haalde haar schouders op. “Niet zo spectaculair als die van jou, Gon. Mijn hele jeugd heb ik in Terschuur doorgebracht. Mijn ouders zijn ook een prima stel. Niet zo zwaar op de hand als het grootste deel van het dorp, midden in de Bijbelbelt; mijn moeder gaat naar een ‘lichte’ kerk in Amersfoort en soms gaan we mee. Mijn vader gaat niet meer naar de kerk; voor hem heeft het instituut ‘kerk’ afgedaan. Ze gingen vroeger in het dorp naar de kerk: een klein zaaltje van het dorpshuis. Streng. Veel was verboden, weinig mocht, veel moest. En er moesten vooral veel kinderen geboren worden, want dan zou de gemeente groeien. Dus een paar jaar nadat ik geboren was kwamen er twee ouderlingen op bezoek en na wat prietpraat vroegen ze wanneer de volgende nakomeling zou komen. Want drie kinderen was toch wat weinig… Mijn vader heeft ze bijna het huis uitgesmeten; de reden? Mijn moeder was bijna overleden toen ik geboren werd…”

Ik schrok. “En dan komen zomaar twee kerels vragen wanneer de volgende… Hoe heb je het gore lef?” Ze knikte. “Dat vonden mijn ouders dus ook. Mijn vader heeft meteen het lidmaatschap opgezegd. Van het hele gezin. En moeder was het ermee eens, maar die wilde nog wel naar een kerk blijven gaan. Die ging dus naar Amersfoort. En af en toe ging ik mee. Mijn broers en mijn vader niet. Maar ondanks dat: mijn vader is nog wel gelovig: alleen is hij meer van het dóen. Toen er een Oekraïense vluchteling een aantal dagen door het dorp zwierf en bedelde, heeft pa hem van de straat geplukt en hem op de boerderij aan het werk gezet en onderdak gegeven. Igor heeft twee maanden bij ons gewoond en kon toen een goeie baan krijgen bij een loonbedrijf in Stoutenburg. Hij was van huis uit monteur, heeft het nu prima naar z’n zin en verdient een goed salaris. Dát is mijn pa ten voeten uit: soms een enorme mopperkont, maar een lieverd.

Mijn moeder: ook een schat. Werkt parttime bij een bedrijf in Barneveld als grafisch ontwerpster. Mijn broers? Mijn oudste broer Leo staat op het punt van trouwen met de dochter van een boer in Kallenbroek en trekt bij hen in. Die boer heeft twee dochters en geen zoons; is dolblij dat zijn oudste dochter, samen met haar toekomstige man, het bedrijf kan voortzetten. En mijn jongste broer Albert werkt samen met mijn vader op onze boerderij. Is hevig op zoek naar een bruid. Tot nu toe zonder succes. We pesten hem wel eens dat hij zich moet aanmelden bij ‘Boer zoekt vrouw’ van Ivon Jaspers. En dan gromt hij: ‘Dan liever de lucht in… Mijn kop gaan ze niét op de TV zien!’ Enfin, hij heeft nog even de tijd; pa is voorlopig niet van plan om te gaan rentenieren…”

Ze keek even voor zich uit. “En de rest van mijn jeugd? Lagere school in Terschuur. VMBO en daarna MBO in Barneveld. Leuke tijd! Ja, een grote school, maar daar zag ik voor het eerst een stukje ‘echte’ wereld…” Ik zei pestend: “Ja, vast. Een Italiaan met heel lekkere sorbets, onder andere.” Ze schaterde. “Ja, ook die! En te duur om meer dan één keer in de maand te bezoeken…” “Da’s maar goed ook, schat. Eén keer per week zo’n sorbet en je bent na een jaar twintig kilo aangekomen.”

Nu keek ze bozig. “Hé! Ik doe best wel wat aan lichaamsbeweging, hoor! Op de boerderij help ik mee, en niet alleen met de boekhouding, maar ook als er gehooid moet worden. Of de stallen uitgemest. Best zwaar werk! En ik loopt twee keer in de week een paar kilometer hard, ik rij paard en ik zwem nogal stevig.” Ik boog me naar voren. “Zwemmen? Vertel…” Ze haalde haar schouders op. “Twee keer in de week op de dinsdag en donderdagavond rij ik naar Voorthuizen om daar, samen met wat anderen wat baantjes te zwemmen. Mezelf lekker moe maken na een dag achter een beeldscherm. Heerlijk! Maar hoezo die belangstelling voor mijn zwemkunst?” Ik lachte geheimzinnig. “Bij ons thuis werd er ook nogal fanatiek gezwommen. Mijn broer Rick was één van de sterren van het plaatselijk waterpoloteam; mijn zus Annet en ik lagen ook regelmatig in het water.” Ik giebelde. “En op de kant natuurlijk, om de bewonderende blikken van het mannelijk deel van Born minzaam in ontvangst te nemen en daar vervolgens he-le-maal niks mee te doen…”

Ze schoot in de lach. “Arrogante trútten!” “Ja, nogal. Maar goed: Rick heeft in het zwembad Cora ontmoet, nóg zo’n waterrat. En Hans, de vriend van Annet kan ook nogal goed zwemmen…En Frank ook. Een paar weken terug deden we een wedstrijdje met z’n zessen: 250 meter, om en om een baantje boven en onder water. We ontliepen elkaar niet zo gek veel, dat scheelde van nummer één tot nummer zes slechts een paar seconden… Kortom: zwemmen is leuk. En Frank en ik liggen sinds kort elke donderdagavond óók in het water baantjes te zwemmen. Want meneer Veenstra en mevrouw Peters zijn redelijk aan elkaar gewaagd. Zin om eens samen met ons te zwemmen? Donderdag?”

Ze knikte enthousiast. “Goed idee! Maar… Dan moet jij morgenavond met mij meegaan! Bij ons eten, daarna zwemmen.” Oeps… “Ehhh… Dan ben ik bij Frank, Mar.” Ze haalde haar schouders op. “Dan komt die toch gewoon ook mee? Het is van half acht tot negen baantjes zwemmen. Kan makkelijk.” “Ik ga niet voor Frank beslissen, Mar. Ik app ‘m wel even.” Ik keek ondeugend. “Moet ik sowieso, anders slaapt meneer niet zo goed. Kom eens naast me zitten, dan maken we een selfie voor meneer Veenstra…” Dat was snel gebeurd en onder de foto typte ik:

‘Hoi schat… Voorstel van Mar: of wij morgenavond in het zwembad in Voorthuizen wat baantjes komen zwemmen. Vooraf: eten bij Mar thuis. Heb jij daar zin in?’

Send. Eén groen vinkje, twee groene vinkjes… en drie puntjes, ten teken dat hij aan het typen was.

“Nou, ik ben benieuwd met welke rotsmoes hij op de proppen komt, Mar…”

Even later: Pinggg…

‘Hallo lieve dames. Elders eten gaat me niet lukken. Drukte in Duitsland. Zwemmen: prima! Kortom: waar moet ik hoe laat zijn?’

Ik appte terug: ‘Vanaf 19.30 bij het zwembad in Voorthuizen.’ Ik typte het adres en vervolgde: ‘Zwembroek en handdoek meenemen graag; ik weet niet of men het in Voorthuizen op prijs stelt als je naakt zwemt. Daarna ploffen we bewusteloos in Schaarsbergen op bed. Oké?’

Send… vinkjes, puntjes…

‘Nou dan bewaren we die naaktheid wel voor Schaarsbergen. Gezellig, meiden. Beter dan hier in die B&B… Welterusten voor straks!’

Twee hartjes volgden en ik stuurde ook wat hartjes retour.

Toen keek ik naast me. Mariëlle bloosde. “Hé! Wat is er met jou aan de hand?” Ze zei zachtjes: “Jullie appjes over bloot en zo… Nogal… confronterend.” Ik pakte haar hand. “Wij plagen elkaar nogal graag, schat. En denk maar niet dat Frank poedelnaakt aan de rand van het zwembad verschijnt hoor. Hij is soms wel gek, maar zó erg is het nou ook weer niet. Dat soort taferelen bewaren we wel voor de slaapkamer in Schaarsbergen. Of in Renkum.” Ze bleef blozen. Ik besloot haar even te shockeren.

“Mar… Sinds een week nadat Frank en ik elkaar leerden kennen, sliepen wij samen in één bed. En niet bepaald met de handjes netjes boven de dekens: wij hebben ondertussen op diverse manieren seks met elkaar gehad. Héérlijk! En nee, we zijn nog niet getrouwd, maar ik heb Frank wel ten huwelijk gevraagd. En hij zei ja. Dus…”

Haar ogen gingen wijd open. “JIJ hebt hem gevraagd?” Ik knikte. “Ja. Want ik wist zeker: met deze vent wil ik oud worden en de etiquette kan verrekken. Als hij mij niet vraagt, vraag ik hem. Punt. En over een week of wat vertrek ik uit dit huisje en trek ik bij Frank in. In zijn tachtig jaar oude, ondergrondse slaapkamer.” Ik gniffelde en Mar keek vragend. “Jij houdt iets achter, Gon!”

Weer pakte ik mijn telefoon en scrollde. “Dit is zijn slaapkamer, Mar. Straks onze slaapkamer.” Ze keek. “Mooi… En een mooi uitzicht!” Ze doelde op het grote beeldscherm, waar een foto van het vliegveld op te zien was. “Ja, een prachtig uitzicht… Totdat je op de afstandsbediening drukt, en dan zie je plotseling dit…” Een andere foto op het beelscherm, ergens in het bos gemaakt: Zonnestralen, gefilterd door de bomen en wat nevel.” Ze keek verwonderd. “Is dat een ander raam? Nee, want de kamer is…” “Het is een enorm beeldscherm, schat. Kijk maar, hier zie je nog nét een fotonummer. Maar zijn slaapkamer… Zijn huis is wat apart. Deze bungalow…” een andere foto… “is in de jaren ’90 boven op een ouwe Duitse bunker gebouwd, aan de zuidrand van vliegveld Deelen. Die bunker ligt zo’n vijf meter onder de grond, je moet een dubbele trap af als je naar de slaapkamer wil. Er zijn nog drie andere ruimtes in die bunker: Frank z’n opslag voor gereedschap en troep, zijn voorraadkelder: hij heeft daar voor meerdere maanden aan voorraad in blik, glas en in de vriezer en de laatste en grootste ruimte is de slaapkamer, dus. Met een uitermate riant tweepersoonsbed, waar we nogal vaak van genieten…”

Ze kleurde weer en ik ging verder: “Bovengronds een gangetje, een natte groep, en een grote kamer met open keuken. Een carport, een schuur en een lapje grasveld achter het huis, waar je heerlijk kunt zitten. En dat allemaal in Nergenshuizen, aan de doodlopende weg waarvan de meeste mensen denken dat die bij het vliegveld hoort. Er komt bijna geen hond. En nu niet zo blijven blozen, mevrouw Steenbeke, want volgens mij heb jij op de middelbare school ook wel voorlichting gehad, of niet?”

Ze knikte. “Nou, dan weet je in ieder geval de theorie hoe kinderen op de wereld komen. En de praktijk, hoe zit ’t daarmee?” Ze schudde haar hoofd, maar moest toch wel giebelen. “Alleen maar theorieles in gehad. Nog geen praktijk of examen in gedaan, mevrouw Peters.” Ik grinnikte. “Komt vast nog wel, dame. Maar hou er rekening mee dat Frank en ik nog wel eens wat toespelingen maken. Dus niet elke keer een rooie paprika staan na te bootsen, Mar.”

Ik keek op mijn horloge. Kwart voor tien alweer… Time flies when you’re having fun! “Kom, Mar, we gaan naar bed. Het is er tijd voor, morgen moeten we weer aan de bak in Terschuur. Wil je nog douchen voor je in bed duikt?” “Nee, morgenochtend wél. Dan ben ik lekker fris.” “Oké. Pak je spullen dan gaan we naar boven.”

Ik sloot af en we liepen de trap op, mijn slaapkamer in. “Wil je links of rechts slapen, Mar?” Ze zei niets en ik keek haar aan: ze keek paniekerig!

“Hé! Wat is er aan de hand?” Ze zei zachtjes: “Wil jij dat ik met jou in één bed slaap?” Mijn mond viel open. “Ja, waarom niet, schat?” “Dat heb ik nog nooit gedaan, Gon…” Ik zuchtte. “Tijd om er aan te wennen, Mar. Luister: mijn zus en ik hebben ruim zes jaar in een tweepersoonsbed geslapen. Dat wilden we allebei, ondanks dat er ruimte zát was voor twee bedden in onze slaapkamer. En het was na een paar jaar, toen An verkering kreeg met Hans en regelmatig daar sliep, voor mij best wennen om in m’n uppie in slaap te vallen, zonder Annet naast me…”

Ik besloot het luchtig te houden. “Ik beloof je vannacht niet aan te randen, Mar. Je kunt hooguit een dreun krijgen als ik lig te dromen.” Ze giechelde. “Niet aanranden? Wacht maar tot je mij in lingerie ziet…” Gelukkig, ze kon er grapjes over maken. “Wou jij een lingerie-contest met Gon Peters aangaan, mevrouw Steenbeke? Dan zou je nog wel eens een aardige verrassing voor je kiezen kunnen krijgen! Niet lopen bluffen hier, want je krijgt ze ongefilterd retour! Dáár is de badkamer, als je je tanden wilt poetsen.”

Ik wees en ze verdween. Ik zuchtte maar weer eens. Lag ik nou straks met een maagd in bed? Waarschijnlijk wel. Ik giebelde. Nou ja, weer eens wat nieuws… Ik kleedde me uit en trok een leuk nachthemdje aan. En even later kwam Mariëlle de kamer in: een glad satijnen rode pyjama, afgezet met zwarte kant, haar blonde haren los en gekamd. “Zóó dame… Ik begrijp wat je bedoelt met je ‘aardige verrassing’. Ik zou er een minderwaardigheidscomplex van krijgen!”

Een rode gloed trok over haar gezicht. “Ik vind het heerlijk om dit in bed te dragen. Als tegenwicht voor die donkere rommel die ik bij de Weever aan moest.” Ik knikte. “Snap ik. Maar dat spul hoef je nu toch niet meer te dragen? En dan toch deze romantische outfit in bed?” Ze haalde haar schouders op. “Ik ben er nu aan gewend en het is een heerlijk gevoel. Warm, zacht… Hier voel ik me vrouw in.” Ze gleed onder het dekbed en ik deed een nachtlampje aan en het grote licht uit.

“Mar… Mag ik je iets persoonlijks vragen?” “Uhuh…” “Je zegt: ‘Hier voel ik me vrouw in’… Ik begrijp dat je je in dat de Weever-uniform geen vrouw voelde, maar nu? Bij ons, in Ede? Daar hoef je je toch niet in te houden? Je hebt gezien wat ik draag, wat Yvon draagt… Je kunt je nu op je werk ook leuk en vrouwelijk uitzien, hoor.” Ik giebelde. “Niet alleen in bed…” Ze zei even niets, toen klonk zachtjes: “Ik durf dat niet, Gon. Niet zoals jullie er uit zien: vrouwelijk, soms zelfs… sensueel.”

Ik ging overeind zitten. “Ben je nou helemaal besodemieterd? Mar, jij ben bijna even lang als ik, je hebt een prachtig slank figuur, leuke borsten die passen bij dat slanke figuur, mooie heupen en volgens mij heb je mooie benen. In ieder geval je onderbenen zijn mooi. Boven de knie kan ik geen oordeel over geven; daar heb ik nog weinig van gezien. Bottomline is: jij doet beslist niet onder voor Yvon of voor mij. Yvon is wat kleiner, maar jouw figuur is hetzelfde als het hare: alle verhoudingen kloppen. Ik ben iets minder slank dan jij, maar wij hebben dezelfde lengte. Volgens mij zou een castingbureau eerder jou kiezen dan mij.”

“Klets niet”, klonk het kribbig. “Jij hebt een prachtig figuur en jouw haren… Ben ik zwaar jaloers op. Elke vent kijkt jou na. Mij niet.” Ik was er klaar mee. “Mariëlle Steenbeke, we gaan jou eens van dat minderwaardigheidscomplex af helpen.” Ik pakte mijn telefoon en zette de wekker een uur vroeger. “Morgenochtend staan wij vroeg op en ga ik je aankleden. En opmaken. En rijden we naar Terschuur. En als één of andere hork het dan nog in z’n kop haalt om jou als ‘typmiep’ te behandelen… Hij krijgt er spijt van. Morgen loop jij als koningin door het pand van De Weever. En ik als jouw hofdame achter je aan. En nu slapen, dame. Morgen is het vroeg dag en lig je laat en uitgeteld van het zwemmen in je bedje. Welterusten.” “Welterusten, Gon… En alvast dank je wel.” Ik bromde: “Ik weet niet of je me morgenmiddag nog steeds bedankt. Als je alle bewonderende blikken bij de Weever zat bent en je je rokje steeds recht moet leggen.” Een giechel klonk naast me, toen we het stil.

En ik dacht even na over wat ik haar aan zou trekken. Rokjes genoeg, maar niet te kort; zo’n tien centimeter boven de knie zou prima zijn. Zo’n glimmend-satijnen blouse met een sjaaltje. Schoenen? Als ze dezelfde maat had als ik, was dat niet zo’n probleem, ik had nog wel schoentjes met een niet al te hoge, vierkante hak. Stonden prima, maar je kon er ook goed op lopen… Geen ultradunne naaldhakken voorlopig! En haar leuk opmaken; haren in een mooie vlecht hoog op haar achterhoofd, een beetje oogschaduw en rouge. Nog geen eyeliner of mascara, daar moest ze eerst maar eens aan wennen. Wát een gedoe… Niet alleen een collegaatje inwerken, maar ook nog leren zich als ‘vrouw’ te kleden… Hopen dat ze een fatsoenlijke bikini of een goed badpak had. Ik zuchtte.

Een hand gleed over mijn schouder. “Kun je niet slapen, Gon?” “Ik zat aan jouw kleding voor morgen te denken, schat.” “Hmmm… Ik zie er aan de ene kant tegenop, maar aan de andere kant naar uit, Gon.” Ik pakte haar hand. “Dat is goed. Maar…” Ik schrok even. “We gaan eten bij jouw ouders. Hoe zullen die reageren op ‘Mariëlle, de vamp van Terschuur’?” Ze schoot in de lach, een spontane, vrolijke lach. “De ‘vamp van Terschuur’… Hahaha! Om te gillen! Ze zullen het prima vinden, Gon. Mijn moeder zegt al een hele tijd dat ik me ‘leuker’ moet kleden. ‘Want zo kom je nooit aan de man, Mar. Je blijft een grijze muis.’ Misschien heeft ze gelijk.” “Zeker weten heeft ze gelijk. We zullen haar morgen eens verrassen. En nu slapen, kwebbel. Het is morgen vroeg dag.” “Oké… Welterusten.” Het werd stil en na een paar minuten voelde ik mezelf ook wegzakken…

‘Bzzz…. Bzzz…. Bzzz…. Ik draaide de telefoon zijn nek om en keek op de display. Wát? Kwart voor zes? Waarom… “Goedemorgen Gon”, klonk het naast me. Oh ja, de transformatie van mevrouw Steenbeke. “Hé Mar… Goed geslapen?” “Jawel hoor. Lekker bedje en goed gezelschap.” “Ja, dat vindt Frank ook wel eens”, zei ik droog. “Ga maar even douchen, Mar. En roep maar als je bijna klaar bent, dan schuif ik er meteen achteraan.” Wéér die paniekblik in haar ogen. “Maar… dan zie ik jou naakt! En jij mij ook!” Ik zuchtte. “Ja. Schaamte is aangeleerd, Mar. Jij hebt niets om je voor te schamen volgens mij. Tenzij je een hele schunnige tattoo op je billen hebt? Zo eentje met een pijl en de tekst ‘Hier moet je wezen!’? Nee? Nou dan.” Ze haalde haar schouders op. “Oké. Misschien ben ik een veel te preutse tut…”

Ze verdween richting badkamer. Ik zocht ondertussen kleding voor haar uit. Een zacht slipje en bijpassend behaatje: lichtroze. Een rode, satijnen blouse met een hemelsblauw shawltje. Zou goed staan bij haar blonde haren. Een wit, wijd rokje. Comfortabel, maar niet al te kort; zo’n tien centimeter boven de knie. Open schoentjes met een brede hak; eens kijken of die pasten. Een dun, wit vestje voor over de blouse. Panty? Ik viste een doosje met een suntan glanspanty uit de la. Dat moest het maar worden. Nu m’n eigen kleding… Ach, verrek ook maar: ik zocht soortgelijke kleding uit: Een wit plissérokje, blauwe satijnen blouse, wit vestje en dezelfde panty. Pumps met een niet te hoge naaldhak. Met het ondergoed liep ik de badkamer in. “Zo dame, er uit en afdrogen. Gonnie wil ook even douchen. Je ondergoed ligt op het plankje hier; het lichtroze setje is voor jou, het blauwe voor mij. Niet verwisselen, anders word ik nijdig.”

Ze schoof schuchter onder de douche vandaan. Ik had me niet vergist: Mariëlle had een prachtig figuurtje. Platte, gespierde buik, stevige billen, mooie, borsten, ik schatte een kleine cup C, lange, sierlijke benen. “Mar, wist je dat je een hele mooie meid bent? Jij kunt zó solliciteren bij een modellenbureau om bikini’s of lingerie te showen.” Ze trok haar neus op. “Nee, dank je wel. Ik heb wel eens wat gezien van die bladen; dan sta je in de sneeuw te koukleumen in je lingerie en kijkt alsof je het leuk vind? Echt niet, Gon.” Ik zuchtte. “Nou ja, dan maar de bitch uithangen in Terschuur… Het is maar waar je voorkeur naar uitgaat.” Tot mijn verrassing trok ze me, naakt en nog druipend, naar zich toe. “In het gezelschap van een goede vriendin geef ik de voorkeur aan het laatste, Gon.” Een korte zoen op mijn wang volgde. “Dank je wel, schat”, hoorde ik in mijn oor en ik mopperde: “Droog je nou maar af; we moeten jou nog netjes aankleden en opmaken. Kost veel tijd.”

Ik sprong onder de douche. Mijn haren liet ik droog; kostte te veel tijd om die nu nog te wassen, te drogen en in model te krijgen. Snel douchte ik me, en even later was ik me ook aan het afdrogen. Mariëlle had ondertussen het lingeriesetje aangedaan; het behaatje moest iets versteld worden, maar paste verder prima. “Dat zit heerlijk, Gon. Beter dan dat spul van de Hema.” “Da’s de bedoeling ook, Mar. Als je lingerie lekker zit, voel je je ook beter… Kóm, nu de rest.” Ik had haar kleren goed uitgezocht: alles paste, behalve dat de ceintuur van het rokje iets strakker aangetrokken kon worden. Mariëlle was slanker dan ik. De schoenen pasten ook goed, gelukkig. En op hakken hadden haar benen een mooie, sierlijke vorm. “Kijk eens in de spiegel, Mar. Ik zal wel achter je staan om je op te vangen als je flauw valt van je eigen aanblik.” Ze giebelde en liep naar mijn grote passpiegel.

Met grote ogen keek ze. “Wauwww… Ben ik dat?” Ik streelde haar schouders. “Ja. Dat ben jij. Een bijzonder knappe vrouw. Het lelijke eentje omgetoverd in een hele mooie, statige zwaan.” Ze giebelde. “En achter me de heks die dat gedaan heeft…Auw!” Ik had een pets op haar billen gegeven. “Kréngetje…” We lachten en ik wees op de kaptafel. “Zitten jij. Make-up-time!”

Voorzichtig bracht ik wat oogschaduw aan en poederde haar jukbeenderen een beetje. “Zo. Nu komen je ogen mooier uit en de vorm van je gezicht. Nu nog even je haren goed borstelen, dan zal heks Gon er eens een mooie vlucht in toveren.” Even later had ik drie strengen haar in m’n handen. Ik vlocht er een blauw lint doorheen; paste goed bij het blond. Het lint knoopte ik onderaan met een strik vast, zodat haar vlecht, halverwege haar rug, eindigde in een losse staart. “Zo. Metamorfose gereed. En nu moet ik me als de bliksem aankleden. Als jij nu eens de tafel dekt en thee zet? En niet morsen over je kleren, anders kunnen we opnieuw beginnen, dame.” Ze liep naar beneden en ik hoorde: “Traplopen op deze schoentjes is even wennen, Gon! Geen hakken gewend…” Ik grinnikte inwendig.

Toen ik vijf minuten later ook beneden kwam, floot Mar op haar vingers. “Jij ziet er ook prachtig uit, Gonnie…” “Dan is het doel nu al bereikt. Kun je nagaan… Die kerels bij de Weever liggen in katzwijm als ze ons zien.” Mariëlle lachte. “Mooi. Daar doen we het voor. Niemand maakt met ons de kachel meer aan.” “Ik wil nog wel een paar foto’s van je maken, Mar. Dit geloven ze in Ede nooit.” Ze poseerde. Trots, met een glimlachje op haar gezicht. Het werden ‘beschaafde’ foto’s: Mar zittend op een stoel, staand in mijn halletje en eentje waarbij ze ondeugend over haar schouder keek. Om zeven uur liepen we naar buiten. Aan de overkant bewoog het gordijn in de slaapkamer even. Ja, meneer de Hooghe… Nu lopen daar twéé hele knappe dames… Geniet er maar van, zo’n vijf seconden. Mariëlle legde de weekendtas met haar eigen kleding achterin. “Ehh…. Gon: deze kleren gaan vanavond bij ons thuis wel in de was. Die krijg je dan donderdag terug.” “Doe maar niet. Woensdag kun je ook nog dragen, hoor. Zit ik niet zo mee. Morgen alleen schone lingerie aantrekken.”

Ik kreeg een nuffige blik retour. “Wat denk je zelf? Dat ik twee dagen met hetzelfde slipje aan rondloop?” Ik grinnikte. “Nou, normaal waarschijnlijk niet, maar aangezien dit spul wel héél lekker zit… Je kunt het vanavond ook snel op de hand wassen; het is dun en droogt snel. Dan kun je het morgen weer aan.” Ze keek nu ondeugend. “Goed plan! Maar… waar heb jij die lingerie gekocht?” Ik startte de auto en reed de straat uit. “Even wachten tot buiten de bebouwde kom, Mar…” Even later kon ik antwoorden. “Hunkemöller. En ik geef de voorkeur aan een fysieke winkel boven de webshop. Het moet wel passen.” Ze knikte. “Die weet ik te vinden. Langestraat in Amersfoort. Daar stonden ik met een paar vriendinnen wel eens in de etalage te kijken.” Ik bromde: “Jaja… Vier van die giebels naar sexy setjes kijken… Maar niet kopen! Typisch Hollands.” “Het was meer een kwestie van ‘Geen geld hebben voor een slipje en beha voor samen 34,50 in de aanbieding nog wel, verdorie!’ mevrouw. Dat was nogal onbereikbaar voor schoolgaande meiden …”

Een liedje van Paul van Vliet schoot me te binnen. ‘Meisjes van 13’. “Ken jij dat liedje, Mar?” Hoofdschudden. “Pak je telefoon eens… Youtube en dan zoeken op ‘meisjes van 13’…” Even later klonk de warme stem van Paul van Vliet door de auto. En toen het nummer afgelopen was, keek ik haar aan. “En? Passend?” Ze knikte. “Behalve de leeftijd; we zullen een jaar of 15 geweest zijn, maar voor de rest? Verlegen meisjes, voor het eerst alleen in de grote stad… Oeps, wat kan die man dat treffend neerzetten… Te groot voor de poppen, te klein voor de kerels… met knokige knietjes… Ik zie ons daar nog staan, Gon. Inderdaad giechelend.”

“Paul had een enorm goed oog voor mensen. Wel nodig als cabaretier. Hoe hij z’n typetjes neerzette… Meesterlijk! Helaas een aantal jaren terug overleden. Maar zijn nalatenschap is er nog. Op plaat, op youtube… Als je een avond wilt lachen, moet je maar eens op youtube kijken naar zijn werk. Advies: trek een schoon slipje aan en doe een dik maandverband er in, want soms plas je in je broek van het lachen.” Even zweeg ik, vervolgde toen: “En een zakdoek is ook geen overbodige luxe; soms zit je gewoon te snotteren. Binnen vijf minuten na een gierende lachbui. Dat kon hij als geen ander.” Ik draaide van de A12 de A30 op. “Hoe kwamen we hier ook alweer op? Oh ja… Pubermeiden voor de Hunkemöller. Misschien heeft Paul van Vliet ook wel eens bij zo’n zaak gestaan. En heeft pubermeiden daar zien giechelen… Zou me niks verwonderen.”

Naast me klonk nuchter: “Nou… Goed om te weten dan Mariëlle Steenbeke en haar vriendinnen de vierde klas VMBO uit Barneveld inspiratie zijn geweest een grote Nederlandse cabaretier.” Ik snoof. “Arrogante tut. Dat nummer stamt uit 1970. Toen was jij nog niet eens vloeibaar…”

We reden twintig minuten daarna de parkeerplaats van de Weever op en stapten uit. “Rug recht, koppie omhoog, Mar. Laat zien wie je écht bent!” We liepen de receptie binnen. “Goedemo…” Het meisje achter de balie kwam niet verder toen ze Mariëlle zag. “Goeie morgen, Alinda”, zei Mar kalmpjes, alsof ze niets van de verwarring merkte. “Je ziet er leuk uit”, ging Mariëlle verder. En dat klopte ook: de ‘klederdracht’ van de Weever junior had plaatsgemaakt voor een fleurig bloesje en… een nette spijkerbroek! Kijk eens aan… We liepen de kantine binnen; daar zaten diverse mensen rustig koffie te drinken. Een enorm verschil met de week ervoor, toen de kantine ’s morgens vroeg leeg was. “Jij koffie, Gon?” Ik trok een smerig gezicht en Mar lachte gemeen. Met twee glazen thee schoven we aan bij twee van Mariëlle’s vroegere collegaatjes van de administratie. De een in een rokje, de ander met een broek aan. Haren losjes in bedwang gehouden met een paar clips. “Hé meiden…”

Ze keken op, hun ogen werden groot. “Már… Wat zie jij er prachtig uit…” Die lachte en wees naar mij. “Gonnie hier heeft me wat tips gegeven.” Gelukkig zei ze niet dat ze mijn garderobe aan had. “Maar jullie zien er ook leuk uit… Wat is er gebeurd?” Ze vertelden dat Gerrit de Weever vrijdagmiddag om vier uur iedereen naar de kantine had gehaald. En onomwonden verteld had ‘om verdere geruchten te voorkomen’ dat Joziassen op zijn bureau zelfmoord had gepleegd en de Weever junior was opgepakt door de politie en nu in voorarrest zat, omdat hij verdacht werd van een aantal vergrijpen. “Wélke vergrijpen, dames?” Ik was er wel nieuwsgierig naar. “Nou… allereerst belastingontduiking; hij heeft de omzet van het bedrijf bij zijn aangifte op bijna nul gezet…” Een van de meiden zei het schuchter. Een ander vulde vinnig aan: “Ja. En onze salarissen omhoog geschroefd… Op papier, de vuilak. Op papier verdiende ik per maand bijna 600 euro meer. Alleen kwam dat nooit op mijn bankrekening terecht. Gek hé?” Mijn bloeddruk ging alweer omhoog… “Nog meer?”

Het eerste meisje vervolgde: “Nog een aantal overtredingen van de Arbowet; vrijdagochtend stond hier plotseling iemand van de Arbeidsinspectie. Om onderzoek te doen naar de dood van Joziassen, maar gaandeweg zijn rondgang, ik moest hem rondleiden, kwamen nog een aantal andere zaken naar boven: nooduitgangen op slot, een RI&E waar niets mee gedaan was, onveilige stellingen in het magazijn… Enfin een hele waslijst, tot en met het kantoormeubilair aan toe. Meneer de Weever Senior liep er naast met zijn gezicht op storm. Enfin, om vier uur werden we hierheen geroepen en heeft meneer de Weever Senior een hele toespraak gehouden.

Het begon er mee dat iedereen nu eens moest stoppen met die belachelijke kledingvoorschriften van zijn zoon. “Met ingang van morgen loopt iedereen in kleren waarin je je prettig voelt! Natuurlijk moet het wel netjes zijn; broeken met gaten erin accepteer ik niet, maar gewone, lekkere kleding.” Ze giechelde naar Mariëlle. “Heeft hij jullie opgebeld met die boodschap, Mar?” Die lachte terug. “Nee hoor. Maar Gonnie vond ook dat ik een update nodig had.” Het meisje vervolgde: “Verder zei hij dat hij nog twee lui ontslagen had: Willem, die lomperd bij de expeditie en mevrouw Garrets van HR.” Ik keek Mariëlle aan, die keek onbewogen terug. “Henriëtte van HR doet nu personeelszaken”, vervolgde het meisje. “Henriëtte?” vroeg ik. “De assistente van mevrouw Garrets. En die heeft wél HBO-P”, zei Mariëlle rustig. In gedachten maakte ik een notitie. Die Henriëtte moesten we dan nóg maar eens spreken.

“En verder zei Meneer de Weever dat er binnenkort wel eens forse veranderingen op komst zouden zijn. Zowel qua werk met onze software, maar ook qua inrichting van het gebouw. ‘Beide dames die hier op dinsdag en woensdag rondlopen, hebben daar al ideeën over’, zei hij. En dat zijn jullie dus… Vertel eens?”

Ik schudde mijn hoofd. “Nee meiden. We gaan eerst met Gerrit overleggen. Pas als hij zijn fiat geeft, gaan we een en ander in werking zetten. Niet eerder.” Het andere meisje keek op haar horloge en schrok. “We moeten aan het werk! ’t Is al drie over half!” Mariëlle keek ondeugend. “Kalm aan… Joziassen is er toch niet om op de klok te kijken.” Beiden keken haar nogal ontzet aan; ik grinnikte. “Ze heeft wel gelijk, dames. Dank voor de laatste berichten; wij gaan eens naar Gerrit toe.”

Onderweg zei Mariëlle: “Misschien dat Joziassen nu méér ziet dan toen hij nog leefde, Gon. Vanaf zijn wolk…” Ik snauwde: “En jij denkt dat meneer Joziassen met een harpje in de hand op een wolk het Gloria zit te zingen? Ik geloof er niks van. Als er al een hemel en een hel zou bestaan, loopt hij te gillen door de pijn van de brandblaren.” Ik dacht even na. “En ik gun het hem, de achterbakse klootzak.” Mariëlle zei niets terug, haar gezicht was gesloten.

We liepen naar boven en klopten aan bij Gerrit. “Binnen!” Hij zat, samen met de assistente van mevrouw Garrets, aan een tafel. Papieren voor hen. “Hé, goedemorgen dames… Al koffie of thee gehad?” “Goedemorgen Gerrit. En ja. Thee. Beneden, dus doe geen moeite.” We gaven Henriëtte een hand. Een aardige meid van mijn leeftijd, nu ook in redelijk fleurige kleding gestoken, in ons eerdere gesprek, vorige week, ook nog een grijze muis. “Zie hier mijn nieuwe HR-functionaris, dames”, zei Gerrit, wijzend op Henriëtte. “We hadden het al gehoord. Gefeliciteerd!” Ze wees op de tafel. “Ja, leuk, zo’n promotie, maar er komt nu wel een hele berg shit op me af… Sorry, Gerrit.” “Dan had je maar een vak moeten leren, Henriët”, zei hij droog,, wat hem op een boze blik kwam te staan.

“Mogen we dit even afmaken, dames? Vijf minuten, dan heb ik mijn nieuwe Hoffd HR aan het werk gezet.” “Wij gaan dan tóch maar even aan de koffie, Gerrit. Die is hier beter dan beneden.” Hij knikte en wees. “Pantry. Mariël weet de weg.” In de pantry keken we elkaar aan. “Hier zijn al wat zaken in beweging gebracht, Gon… Sjongejonge…” Ik knikte. “Gerrit is goed bezig. De bezem erdoor. Geen gezeik: óf je gaat akkoord met de nieuwe sfeer, óf je staat buiten. Prima. Da’s de enige manier die past. Lui die toneel gaan spelen om hun baantje te houden, gaan vroeg of laat tóch terugvallen in hun ouwe gedrag en dat moet je als directie niet willen.”

Mariëlle wipte op het aanrecht om te zitten. Stoelen waren hier niet. “Ehh… Mar…: dát moet je dus even niet doen met dat rokje aan. Ik kijk recht tussen je benen en zie een best wel leuk roze slipje onder je panty…” Ze schóót van het aanrecht af, wangen knalrood en ik schoot in de lach. “Waar komt dat slipje vandaan? Hunkemöller? Moet ik dan ook eens heen…” “Rótmeid!” Het knalde er uit. “Als je gaat zitten met zo’n rokje aan: altijd je benen over elkaar, schat. Of je handen zedig in je schoot. Tenzij de vent van je dromen tegenover je zit natuurlijk… Dan kun je je iets meer laten gaan.” Ik lachte gemeen en ze zuchtte diep. “Overigens: gisteren zei ik dat ik nog weinig zicht had gehad op je bovenbenen; ondertussen wél en je hebt prachtige benen, schat.” Nu lachte ze voorzichtig. “Dank je wel.” Haar ogen lichtten op en ze zei zachtjes, maar met een gemeen ondertoontje: “Ik zal me vanavond bij Frank wel een beetje inhouden met dat rokje.” Ik keek haar boos aan. “Dat zou ik maar doen, als ik jou was! Wat Frank gaat doen als jij te ver gaat weet ik niet, maar ergens vandaag ga ik alvast m’n nagels slijpen. En die krijg je dan over je wangen, dametje!” Ze gierde het uit. “Oh, Gon… Jaloers?” Ik mopperde: “Krengetje…”

Gelukkig riep Gerrit ons. “Dames…?” Met koffie voor ons praatte hij ons bij. Over zijn toespraakje, over het bezoek van de Arbeidsinspectie… “Ik ben me rot geschrokken, dames. Ik heb een ‘Eis tot naleving gekregen; binnen twee maanden moet ik een aantal zaken aantoonbaar voor elkaar hebben, anders krijgt De Weever Software een bestuurlijke boete. En die niet misselijk. Die meneer noemde een bedrag van in de vier nullen.” Ik knikte. “Ja, een overtreding van de Arbowet valt onder de Wet Economische Delicten, Gerrit. En die boetes zijn niet mals. Ik stel voor dat we in ieder geval één plan versneld in werking stellen: je RI&E maken. Die map die al een paar jaar ongelezen in je kast staat, daar doen we weinig mee; ik stel voor dat één van onze adviseurs, Mike de Wit, hierheen komt en een nieuwe RI&E op gaat maken. Hij is nu software-adviseur, maar zijn vorige beroep was Veiligheidskundige. Ik heb het er met hem al over gehad en hij vond het wel leuk om z’n ouwe beroep weer eens te praktiseren.” Gerrit keek nadenkend. “Hoeveel kost dat? Die vorige RI&E heeft me 3.500 euro gekost en de man is hier twee dagen geweest…” Ik gromde. “Pure oplichterij. Een rondgang door het bedrijf, interessant kijken, wat foto's maken en het geheel verwerken in een sjabloontje van de Arbodienst. En vervolgens de rekeing neerleggen. Ik ken het... Maar goed, over de kosten moet ik met Simon ruggespraak houden. Maar dat zal je geen 3.500 euro kosten. Mike is van het type ‘Hoge bomen maken lange planken’; hij maakt niet alleen de RI&E, maar geeft meteen adviezen hoe één en ander pragmatisch is op te lossen. En doe jezelf meteen een lol: vraag aan het brandweerkorps van Barneveld of de preventieofficier hier eens een kijkje komt nemen. Liefst op een dag dat Mike hier ook is. Dan heb je 2 disciplines op één dag in je bedrijf en voorkom je dat de ene A zegt en de ander B.”

Gerrit maakte snel aantekeningen. “Oké, doe ik. Wat nog meer?” “Mevrouw Garrits is ook weg, begreep ik? En iemand van de expeditie?” Hij knikte. “Mevrouw Garrets werd ook genoemd in de brief van Joziassen. Had op zich niet zo veel op haar kerfstok, maar ik wil schoon schip maken. Willem van expeditie hetzelfde. Ik heb ze beiden vrijdag ontslagen wegens wangedrag en beschaming van vertrouwen. Ze zitten nu op non-actief thuis. Een maand salaris krijgen ze nog doorbetaald en daarna is het schluss.” Hij keek Mariëlle aan. “Met de vereiste ontslagvergoeding.” We knikten. “En is dan het personeel vrij van ellende, Gerrit?” Hij knikte. “Ja. Ik heb vrijdag gezegd dat iedereen die weg wil, vrij is om dat aan te geven; dan ontsla ik hem of haar, houdt men recht op WW en krijgt men de vereiste ontslagvergoeding. Tot nu toe geen verdere reacties.” “Mooi. Dan gaan wij er van uit dat de rest blij is dat we op nieuwe leest verder gaan. Dan nu wat praktische zaken, Gerrit…”

We legden hem de plannen voor de nieuwe inrichting voor: kantine, kantoortuin, ander meubilair… Hij keek somber. “En de kosten, dames?” “Ik zei eerlijk: “Dat weten we nog niet. Morgen willen we eens gaan kijken bij een kwekerij; bij de overheid, bij de Domeinen verkoopt men regelmatig kantoormeubilair wat ‘over de datum is’, dat weet ik nog van mijn tijd bij een vorige werkgever… Tussenschotten in de kantoortuin moeten gemaakt worden… Heb jij in je netwerk toevallig een betrouwbaar timmerbedrijf?” Hij knikte. “Ja. In Hoevelaken. Aannemer met een grote, goed geoutilleerde timmerwerkplaats. Ga ik eens informeren.” “Prima. Dan zijn dat de volgende praktische stappen. Oh ja, nog één dingetje: je koffie in de kantine. Met excuses voor mijn taalgebruik: niet te hachelen. Jouw koffie hier honderd keer beter. Laat die machine vervangen of in ieder geval nakijken. En er goeie koffie in gooien, in plaats van het spul wat men er nu in stopt. Ik heb er eens op gelet: bijna niemand drinkt je koffie beneden. Ik zie thermosflessen óf men drinkt thee.”

Hij bromde. “Eén van de ‘bezuinigingen’ van mijn zoon. Ga ik terugdraaien.” Mariëlle leunde naar voren. “Hoe is het nu met je zoon, Gerrit?” Om zijn mond kwam een harde trek. “Zit nog steeds in voorarrest. En dat kan nog wel even duren, Mariëlle. Hij wordt van aardig wat zaken verdacht en die hebben niet alleen met mijn bedrijf te maken. Ook iets met de productie van synthetische drugs. Ik wil niets meer met hem te maken hebben als hij weer op vrije voeten komt. En mijn echtgenote ook niet. Eén van de zaken die Joziassen in zijn ‘afscheidsbrief’ heeft genoemd.”

Ik zuchtte. “Triest… En wanneer wordt Joziassen begraven?” “Gecremeerd. Morgenochtend om negen uur. Ik heb vrijdag gevraagd wie er naar toe ging; er werden geen handen opgestoken. Dat wordt een hele stille ceremonie; ik denk dat ik de enige ben. Ik moét wel, Gon; hij is in mijn bedrijf overleden. Geen gezin, geen naaste familie.” “Au… Da’s pas eenzaam, Gerrit.” “Ja”, was zijn enige reactie en hij keek even voor zich uit. Toen keek hij op. “Laat dat jullie dag niet verzieken, dames. Hij deed het zelf. Wilde met mijn zoon meedoen. Een typisch gevalletje ‘wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten’… En nu: wegwezen. Ik moet een aantal dingen regelen, anders gaan er twee interim-managers over de huppel en daar wil je niet bij zijn!”

Met een lachje liepen we naar de deur. “Ehhh… Mariëlle: op het gevaar af dat dit een ongepaste opmerking is: je ziet er fantastisch uit.” Ze bloosde. “Dank je wel…” Ik mopperde: “Zij wel en ik niet?” Gerrit lachte. “Van jou ben ik het ondertussen gewend, Gonnie. Maar oké, jij je zin: ook jij ziet er fantastisch uit, Gonnie. Nou tevreden?” Met een brede glimlach liepen we de trap af. De rest van de dag ging snel. Drie interviews, de verslagen van de vorige interviews lieten we aan de gesprekspartners lezen en ’s middags we liepen nog een rondje door het gebouw. Met name de achterzijde, daar was ik nog niet geweest. Expeditie, magazijn, technische ruimtes… Ik maakte foto’s. “Voor Mike. Kan hij zich alvast voorbereiden.”

Om vier uur vond ik het wel genoeg geweest. “We gaan naar huis, Mar. Daar kunnen we die interviews nog even uitwerken, dan eten, daarna zwemmen. Ik hoop dat meneer Veenstra een beetje op tijd is.” Ze giebelde. “Het vooruitzicht om mij in zwempak te zien, zal hem toch wel motiveren om een beetje gas te geven op de Autobahn?” Ik keek haar aan. “Jij bent in drie weken tijd wel aardig opgeknapt, geloof ik?” “Geleerd van een zekere mevrouw Peters. Gonnie van voren.” Ik snoof. “Ik ga een indringend gesprek met je ouders aan, denk ik.”

We stapten in de auto en reden naar de boerderij van de familie Steenbeke. Parkeren… Libby stoof naar buiten, hevig blaffend naar de ‘vreemde’ auto. Tot Mar uitstapte en de hond riep. Toen was het meteen rustig en werd er gekwispeld. Wél snuffelde de hond uitgebreid. “Tja… De geur van mijn kleding komt niet overeen met de persoon die het draagt, Mar.” Libby kwam naar mij toe. Ook snuffelen, toen kwispelen. “Goed zo Libby. Brave hond hoor.” Ik aaide onder zijn kin en het dier genoot duidelijk. “Kom, naar binnen. Ik heb trek in goeie koffie, Gon!” Met de hond om ons heen springend liepen we naar binnen. Marjan, de moeder van Mariëlle zat in de keuken aan tafel.

“Hé meiden… Már! Wat heb jij aan? Ben jij zó naar de Weever geweest vandaag?” Mariëlle knikte. “En een enorm compliment van Gerrit gescoord, ma.” “Zij wel”, bromde ik. “En ik moest er naar vragen, verdorie…” Marjan lachte. Nou meiden, vertel…” Mariëlle deed het woord. En weer was ik stomverbaasd over haar geheugen. Vrijwel letterlijk wist ze het gesprek met Gerrit weer te geven, inclusief alle feiten en feitjes die tijdens dat gesprek gepasseerd waren. Ze sloot af met: “…en morgenochtend om negen uur wordt Joziassen gecremeerd. Waarschijnlijk is Gerrit de Weever de enige aanwezige.”

Marjan sloeg de hand voor haar mond. “Verder niemand? Wat érg…” “Wat pas erg is, zijn de feiten die hij gepleegd heeft, Marjan”, zei ik nogal bot. “Onder andere meehelpen om drie jaren van jullie dochter en haar collegaatjes te verzieken, samen met zijn vriendje Teun, die nog steeds in voorarrest zit. Denk daar even aan.” Twee bruine ogen keken me recht aan. “Dat ben ik niet vergeten, Gonnie. Echt niet. Maar als je zo maar, zonder familie of vrienden gecremeerd wordt… Hoe eenzaam ben je dan geweest?” We waren een tijdje stil, ieder met eigen gedachten. Ik aaide de hond, om toch íets te doen. Toen keek Marjan op. “Ik ga maar eens aan het eten beginnen. Ik zal jullie niet vragen om mee te helpen, want jullie hebben het druk genoeg gehad vandaag.” Ze lachte even. “En het is zonde als er spetters vet op jullie mooie kleren komen…” “Wie gaan ook nog even aan het werk, Marjan. Interviews uitwerken. Kunnen we dat hier doen, zonder dat we in de weg zitten?” Ze knikte.

Even later waren wij aan het typen en Marjan schilde de aardappelen. Tot de achterdeur open ging. Allard kwam binnen, gevolgd door een jonge man die behoorlijk op hem leek. “Hé meiden… Már! Ben je naar een bruiloft geweest of?” Allard keek. En de broer van Mariëlle liet zich ook horen. “Mar, als je m’n zus niet was geweest, had ik je nú, ter plekke mee uitgevraagd…” “Zo, daar kan je het mee doen, meisje. Zomaar een dik compliment van je jongste broer…” Allard lachte. De broer van Mariëlle deed en stap naar voren en stak zijn hand uit. “Hoi. Ik ben Albert, jongste broer van die Miss Terschuur hier.” Ik schudde zijn hand. Hoi Albert. Ik ben Gonnie Peters, een collega van Mar.”

Hij keek even. “Aha… dié Gonnie. Wat ik zo aan verhalen over je hoorde klonk niet verkeerd. Kan ik jou niet ter plekke mee uit vragen? Want jij ziet er ook…” “Álbert! Gedraag je, verdorie!” Marjan schoot uit en Albert keek verontwaardigd. “Jullie willen me toch zo graag aan de vrouw hebben? Nou staat hier een bijzonder knappe dame, vraag ik haar recht op de vrouw af of ze een keertje met me uit wil, is het wéér niet goed…” Ik gniffelde, Mariëlle ook. “Sorry Albert. Je bent een week of zes te laat. Ondergetekende is al voorzien van een hele lieve partner. Tevens mijn chef.” Ik keek ondeugend. “Tenminste… Tijdens werktijd.”

Hij keek teleurgesteld. “En ik kan je ook niet overhalen met de mededeling dat ik straks mijn pa opvolg als boer op dit schitterende stukje Nederland?” Ik schudde mijn hoofd. “Sorry. Even los van het feit dat ik een nogal stevige relatie heb met een knappe vent: als boerin heb je aan mij niets. Het verschil tussen ‘koe’ en ‘stier’ kan ik nog wel volgen, maar als je over ‘pink’ begint, denk ik, al naar gelang mijn gemoedstoestand aan óf de kleur roze in het Engels, óf je kleinste vinger. Bij 'os' denk ik aan het kerstverhaal of, als ik honger heb, soep. En ga je verder naar ‘vaars’ 'dan haak ik helemaal af.” Albert schudde zijn hoofd. “Kan ik je allemaal leren…” Mariëlle onderbrak hem. “Stop maar Albert. Ik heb die twee bij elkaar gezien; daar kom jij niet tussen. En de volgende mededeling is: Ze heeft een tweelingzus, net zo knap, maar ook die is al bezet. Hoe lang al, Gon?” “Ruim drie jaar. En om je teleurstelling nóg groter te maken: die twee kondigden afgelopen zondag aan dat ze over een maand of vijf gaan trouwen.”

Ik wees en vervolgde streng: “Ik zie daar een bijna nieuwe rol keukenpapier staan; je kunt je krokodillentranen daarin kwijt. Niet aan mijn rok, dankjewel.” Marjan schoot in de lach. “Zo, daar kun je het mee doen, zoontje. En nu snel douchen jullie twee; over een half uurtje gaan we eten.” De heren verdwenen. “Is hij zo wanhopig, Mar?” Ze schudde haar hoofd. “Nee hoor. Hij doet wel dramatisch, maar stiekem vindt hij het wel prima zo.” “Oké…” Ik ging er niet verder op door; volgens mij zou meneer Albert geen moeite hebben om een potentiële vrouw tegen het lijf te lopen; het was best een leuke knul. Een half uur later zaten we rond de tafel en werd er gegeten.

En daarna verdween Mariëlle naar boven. “Even andere kleren aandoen, voor we gaan zwemmen!” “We?” vroeg Marjan en ik knikte. “Ik ga mee. En in het zwembad hoop ik de man van mijn dromen tegen te komen!” Ze trok haar wenkbrauwen op en ik vervolgde: “Frank, mijn partner, komt ook naar het zwembad. We zwemmen nogal graag en toen hij hoorde wat Mar en ik vanavond gingen doen, was hij niet te houden.” Natuurlijk niet helemaal de waarheid, Gonnie, maar goed…

Ik signaleerde een klein glimlachje op haar gezicht. “Lekker hoor, even ontspannen in het water…” Even later kwam Mariëlle beneden. “Zo. Dat andere spul hangt aan de lijn. Is morgen wel droog, denk ik. Ehhh… Gon: welke auto?” Ik dacht even na. “Je kunt bij mij instappen, dan breng ik je na het zwemmen wel naar huis. Of je pakt die lompe offroadslee, dan mag je het zelf uitzoeken. Marjan tilde haar hoofd op. “Lompe offroadslee? Wil jij een beetje lief doen over mijn mooie Landcruiser, mevrouw Peters? Die heeft ons nog nooit in de steek gelaten!”

“Zeker mevrouw. Neem me niet kwalijk en dank u voor de voortreffelijke maaltijd, mevrouw…” Ze schudde haar hoofd. “Jij bent een rare meid. Maar wel eentje met humor, daar houden wij wel van. Lekker zwemmen, meiden!”

“Ik pak de Landcruiser wel Gon. Dan kunnen jullie meteen doorrijden naar Schaarsbergen.”
Trefwoord(en): Maagd, Suggestie?
Geef dit verhaal een cijfer:  
5   6   7   8   9   10  
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...