Klik hier voor meer...
Donkere Modus
Door: Keith
Datum: 18-02-2026 | Cijfer: 9.8 | Gelezen: 250
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 38 minuten | Lezers Online: 3
Trefwoord(en): Zwemmen,
Zwemmen En Planten
Achter Mariëlle aan reed ik naar het zwembad. Op de parkeerplaats spotte ik Frank z’n auto al. Mooi, die was al binnen. En in de hal kreeg ik twee armen om m’n nek. “Hoi schoonheid. Blij je weer te zien.” Ik kuste hem. “Gutentag, Herr Diplomingenieur Veenstra. Sie küssen sehr gut, danke.” Hij trok een gezicht. “Die laatste zin heb ik in Duitsland nog nooit gehoord, schat.” “Nee, en dat gaat ook niet gebeuren ook!” Ik keek even verontwaardigd.

Betalen, omkleden… Bij mij duurde dat wat langer; Mar hoefde alleen haar spijkerbroek, T-Shirt en truitje uit te trekken en was er klaar voor; Frank bijna hetzelfde. Ik stond te worstelen om mijn rokje, panty en mooie blouse netjes te houden in zo’n klein kleedhokje… Maar uiteindelijk had ik mijn zwarte bikini aan. Kleren in zo’n kluisje en het zwembad in. Mariëlle droeg een félrood badpak. Stond goed bij haar blonde haar.

Frank keek haar twijfelend aan. “Jij ziet er nogal gestroomlijnd uit, Mar…” Ze lachte. “Ik heb wel iets gehoord over jullie zwemkunsten; Ben wel benieuwd wie gaat winnen vanavond!” We legden haar de spelregels uit: om en om boven en onder water; tien baantjes. Ze keek twijfelend. “Da’s pittig… We gaan het zien.” Gelukkig waren er drie banen naast elkaar vrij, dus we klommen op de startblokken. Verdorie… Geen klok. Ik gebaarde Frank en Mar om even te wachten.

Aan de zijkant stond een jonge badmeester; handen op zijn rug, met ogen die alles goed in de gaten hielden. “Sorry, mag ik je wat vragen?” Hij knikte, maar wendde zijn blik niet af van het bad. “Mijn vrienden en ik op baan 3, 4 en 5 willen tien baantjes zwemmen. Wedstrijdje. Zou je ons kunnen starten en de tijd bijhouden?” Hij aarzelde even, pakte toen een stopwatch en een fluit. “Ik blijf wel hier staan; hier heb ik het meeste overzicht. Ik word ten slotte betaald om de veiligheid van het bad te waarborgen, niet als wedstrijdleider.” Ik knikte. “Logisch. Maar dank je wel.”

Hij keek even. “Je gaat onder andere met Mariëlle een wedstrijdje aan? Veel sterkte alvast tijdens het verwerken van je verlies. Die meid zwemt als een jetski. Een van onze kampioenen. En vent naast haar doet ook mee? Wens hem ook sterkte!” Hij lachte me kort uit, wendde toen zijn blik af. “Nou, naar je startblok dan maar.” Ik liep nadenkend terug. Verdorie… Mariëlle was een wedstrijdzwemster? De vuile trut… Gewoon haar mond houden hé, en Gon en Frank straks het snot voor de ogen zwemmen? Dat zullen we nog wel eens zien. Als ik ‘Rick de Orca’ kon bijhouden…

We gingen klaar staan en ik stak m’n duim op. Een kort fluitje klonk en we doken het water in. Lange duik, uitdrijven en zodra ik vaart verloor: gás erop, Gon! Bij de eerste keer keren lag Mariëlle iets voor. Maar dat kon ik boven water inhalen. Het bleek dat zij onder water het snelste van ons drieën was: een uiterst effectieve schoolslag. Haar crawl boven water was minder goed; daarmee konden zowel Frank als ik terrein terug winnen. Bij het 8e baantje ging ik over op de vlinderslag en kwam ik een lichaamslengte vóór. Het 9e baantje weer onder water: wég voorsprong. Het 10e baantje gaf ik álles: verzuring of niet: doorgaan Gon! Nergens op letten, behalve je techniek en je adem… Mariëlle gooide duidelijk ook alles in de strijd: we zwommen gelijk op, tot de laatste meters, toen viel ze iets terug. Hooguit 30 centimeter, maar ze hield me niet bij! En ik tikte aan. En Frank bijna gelijk met Mar; daar zat vrijwel niets tussen!

Alle drie hingen we een minuutje uit te hijgen. De badmeester kwam naar ons toe. “Nou… Ik neem alles terug wat ik zei over het verwerken van je verlies! Er zijn er hier niet veel die Mariël kloppen.” Frank gniffelde. “Wij liggen ook regelmatig in het water… Sorry, ik ben je naam even kwijt.” “Roel”, hijgde Mariëlle. “Wij zwemmen ook vrij vaak dus, Roel.” Hij knikte, zijn blik nog steeds over het bad glijdend. “Hoe dan ook: Mariël tikte 0,7 seconden achter deze dame aan, jij 0,8 seconden. En nu moet ik weer terug naar mijn post. Ik spreek jullie straks misschien nog wel.” Hij liep weg en ik keek hem even na. Wel een stoere vent in z’n short, slippers en T-shirt…

Ik hoorde Frank zeggen: “Jij wist zijn naam wel héél erg snel, Mar…” Ik keek naast me in een gezicht wat nogal rood werd en schoot in de lach. Ze stak haar tong uit. “Kreng…” Frank was gewoon weer Frank. “Kom dames, even ontspannen nu: rugslag, lang uitdrijven en even je spieren laten uitrusten. Hard nodig nadat we Gon bij probeerden te houden.” Een aantal baantjes deden we heerlijk rustig aan en ik voelde mijn spieren inderdaad ontspannen. Pfoe… Maar Mariëlle kreeg dit terug! ‘Even lekker zwemmen’… Jaja. Met een plaatselijk wedstrijdwonder. Geen wonder dat haar moeder zo’n glimlachje op haar gezicht had gehad toen ze zei dat het 'wel lekker was om even te ontspannen in het water'…

We zwommen nog rustig wat baantjes schoolslag, toen moesten we er uit: het bad moest om acht uur leeg zijn! Nou ja, zoveel lui waren er niet meer. Badmeester Roel kwam, toen het bad leeg was, naar ons toe. “En komen jullie hier uit de buurt? Wij kunnen nog wel wat goeie zwemmers in ons wedstrijdteam gebruiken…” Frank stelde zich voor, ik gaf hem ook een hand. “Ik woon nu nog in Renkum, maar ga binnenkort naar Schaarsbergen verhuizen…” Ik wisselde een snelle blik met Frank, die kort glimlachte. Roel had het meteen door. “Jullie gaan trouwen?” “Ehh… op termijn wel, maar nu nog niet. En Mariëlle is onze collega. Die had ons uitgenodigd om ‘even lekker te gaan zwemmen’. En voor het gemak was ze even vergeten te vermelden dat ze hier als ‘Jetski’ bekend stond… Kréng!” Ze giebelde. “Ik wilde jullie even plagen…”

Toen trok ze een zielig gezicht. “En vervolgens word ik door mijn normaal zo lieve collega verslagen! Roel: zeg er wat van!” Die zei droog: “Je kunt je tranen in het badhokje tegelijk met het zwembadwater afdrogen, Mariëlle. Het verschil zie je toch niet en rode ogen heb je al.” Frank zei: “Nou… jij hebt ook het empathisch vermogen van een zeester, Roel. Breekt een leuke dame vlak voor je in snikken uit, verwijs je haar naar haar eigen badhanddoek, in plaats dat je je T-shirt uittrekt en dat aanbiedt als zakdoek…” Roel schudde zijn hoofd. “Hé, ik moet professioneel blijven. Als ik voor elke damestraan hier m’n T-shirt moet uittrekken, stond ik hier vaker zónder T-shirt dan mét.” Mariëlle wees. “Roel is onze zwemtrainer. Soms wel aardig, meestal een sadistische beul.” Ze werd wéér een beetje rood. “Ehhh… Dames, heer: ik moet aan ’t werk. De zaken hier klaarmaken voor morgen. Fijne avond verder, Mariëlle: tot donderdag.” Roel liep weg. “Kom meiden. Afdrogen en omkleden. Daarna richting huis.” Frank pakte mij onder de arm. Afdrogen, weer voorzichtig aankleden… Panty aan of uit? Aan. Had Frank ook nog wat leuks om te strelen vanavond. Een kwartiertje later namen we afscheid van Mariëlle. “Morgen kun je wat uitslapen, Mar. Om negen uur bij die kwekerij.” Ze knikte. “Ja, leuk… plantjes kijken!” Frank keek vragend. “Vertel ik zo dadelijk wel. Kom, nu rijden, ik heb zin in lawaaikoffie!”

Ik reed achter Frank aan. De N344 op tot de rotonde bij Garderen en dan de N310 op. Aan één stuk door rechtdoor naar Schaarsbergen. We deden er 20 minuten over. Dat was niet eens zo gek lang… Als ik in Schaarsbergen woonde zou dit wel eens een mooi zwembad zijn om regelmatig heen te gaan… En vanuit Ede was het ook goed te doen: de A30 op en bij de T-splitsing met de A1 rechtdoor, Voorthuizen door en dan was je er ook al… Ook een minuut of 20 rijden, schatte ik. Toen ik de auto bij Frank parkeerde, was ik er al uit. Zwemmen zou in Voorthuizen gaan gebeuren! Eenmaal binnen knuffelde ik Frank hevig. “Hé lekker ding… Je zag er goed uit in je zwembroek. En wat er in je zwembroek zit, leek me ook wel lekker, maar dat kon ik in het zwembad niet zo goed zien.” Hij keek me lang aan. “Dan moet je dat straks maar eens goed bekijken, schoonheid. En niet alleen bekijken. Dan zal ik jou eens goed bekijken. En betasten…” Hij gniffelde nu. “Vond jij ook niet dat Mariëlle de naam van badmeester Roel wel erg snel wist? En dat de bloedvaten in haar gezicht het wel héél goed deden met hem in de buurt?” Ik knikte. “Was me ook al opgevallen. En hij ziet er ook wel goed uit. Stoere vent. Mét humor.” Frank knikte. Ja, dat wel. Maar weinig empathie met Mar.” “Misschien om het imago van ‘strenge trainer’ op te houden, Frank… Maar volgens mij heeft Mar wel een oogje op hem.”

Frank liep de keuken in om koffie te zetten. “Zou goed kunnen. Maar wie weet is badmeester Roel al een paar jaar degelijk getrouwd of heeft ernstig verkering. Hoe dan ook: dat moet Mariëlle zélf uitvogelen.” De koffie smaakte prima. “Héhé… Dat is een beter bakje dan bij De Weever. Zelfs beter dan de directiekoffie. Dank je wel, schatje.” Ik schoof lekker tegen Frank aan. “Vanwaar deze feestelijke kleding, Gon? Ben je zó naar Terschuur geweest?” Ik giebelde. “Ja. Vannacht heeft Mariëlle bij me geslapen, en bekende ze dat ze zich nog niet écht durfde te laten zien. Een tijdje gekletst en vanochtend heb ik haar een make-over gegeven. Ze is, bijna net zo gekleed als ik, bij de Weever naar binnen gestapt.” Ik liet Frank de foto’s zien en die floot. “Potdomme… Dat is een heel ander meisje dan dat schichtige hertje wat in die vergaderruimte bij de Weever zat te notuleren, schat. Nee, dit is geen ‘meisje’… Dit is een vrouw. Met hoofdletter. Wauw…”

“En toen haar broer vanavond de boerderij binnenkwam, was het eerste wat hij zei: ‘Als je m’n zus niet was, had je nú mee uitgevraagd, Mar.’ Daarna probeerde hij z’n charmes op mij te projecteren en me over te halen met het argument dat hij later boer zou zijn op dat mooie stukje Nederland, maar ik heb hem afgewezen met de opmerking dat hij als boerin niks aan me zou hebben omdat ik het verschil tussen ‘pink’ en ‘vaars’ nog niet wist.” Frank keek plotsdeling héél ondeugend. “Wát heb jij op je lever, meneer Veenstra?” Hij grinnikte. “Maar je kunt best goed melken, Gon…” Ik gaf hem een stomp. “Dat hoeft die broer van Mariëlle, Albert heet hij, niet te weten. Je bent een smeerlap, Frank Veenstra. Met je gore grappen…” Toch zoende ik hem.

En met de zoen ten einde vroeg ik: “En waar moet jij morgen heen, stoere IT-er?” Hij keek somber. “Den Haag. Tien uur daar zijn, bij het Ministerie van Algemene Zaken. En als je dan denkt dat Frank kan uitslapen moet ik je teleurstellen: de vergadering begint om tien uur, maar hou als buitenstaander rekening met fouilleren, toegangspas en andere ambtelijke onzin. Om van files en parkeerplaatsen maar te zwijgen…” Ik veerde op. “Dan gaan we naar bed, meneer. En slapen. We hebben ons aardig ingespannen, jij moet morgen weer fit zijn voor zo’n stuk rijden, dus…” Hij keek teleurgesteld. “En ik had me nog zo verheugd op lekkere spelletjes in bed. Boehoehoe… Strenge aanstaand echtgenote ben jij, hoor!” “Ja, dat ben ik. Geen zin in dat jij je morgen tegen een boom te pletter rijdt en ik de rest van m’n leven met de vraag blijf zitten ‘Als ik ‘m nou met rust had gelaten de avond ervoor…’ Slecht voor mijn gemoedsrust.” Frank haalde zijn schouders op. “Dan heb ik in ieder geval wel een mooie dood.” Ik kneep mijn ogen samen. “Ja, jij wel, egoïst. En Gon zit de rest van haar leven met een schuldgevoel opgezadeld. Geen trek in. Afsluiten, tanden poetsen en in bed melden. Bij mij.” Ik poetste mijn tanden snel, Frank kwam er achteraan. Daarna naar beneden. Uitkleden… nachtpon aan en ik gleed in bed, Frank er een minuut later naast.

“Frank… Heb ik je teleurgesteld?” Een arm kwam om me heen. “Een beetje, Gon. Maar je hebt wél gelijk: nu nog uitgebreid vrijen scheelt een uur slaap. En die heb ik wel nodig. Dus, lieve en mooie vrouw: kom lekker tegen me aan liggen, daar kan ik ook van genieten voor ik in slaap val.” Een lange, lieve zoen volgde, daarna gingen we ‘lepeltje-lepeltje’ liggen: Frank voor me. Ik moest nog even giebelen en dat voelde hij natuurlijk. “Wát gniffel jij nu weer, Rooie?” “Vannacht lag ik met een maagd in bed, Frank. Weer eens wat anders…” Droog kwam zijn antwoord: “Ja, dat zal wel een hele nieuwe ervaring voor je geweest zijn? De laatste was… Rick? De arme kerel…” “Maar wel lekker, schatje…” “Ik vraag het wel eens aan Cora. M’n aanstaande schoonzus eens uithoren…”

Ik bromde: “Ik denk dat zij niet zo openhartig met jou kletst als met An of met mij, Frank Veenstra! En nu slapen!” “Zeker, strenge mevrouw. Welterusten.” Ik kuste in zijn nek en een hand gleed over mijn linkerbeen. “Lekkere benen, schatje… Kun je prima mee watertrappelen, heb ik gezien.” “Ja. En vervelende kerels die niet willen slapen voor bepaalde kwetsbare lichaamsdelen trappen”, bitste ik. “Lekker slapen, lieve Frank.” Toen werd het stil. Even later voelde ik aan zijn ademhaling dat Frank sliep. Diep en regelmatig. Ondertussen vertrouwd en geruststellend. Prima om ook zelf bij in slaap te vallen…

De woensdag verliep anders dan normaal. Frank ging vroeg weg: om zeven uur al. Ik kon nog even rustig aan doen: de kwekerij bij Nieuw Milligen ging pas om negen uur open en het was nog geen half uurtje rijden. Dus ik ruimde het huis wat op, deed het beetje afwas en pakte de stofzuiger. En toen dat klaar was, liep ik even de tuin in. Het was weer tijd dat het gras gemaaid moest worden: thuis zou ik al lang de maaier uit de schuur hebben gehaald. Maar Frank z’n tuintje was niet zo gecultiveerd al onze tuin in Born; gras maaien was hier een kwestie van ‘Maaien als het kan. En zo niet, dan niet.’ Ik stoorde me er niet aan; de natuur rondom de tuin was ook niet strak gereguleerd.

Een tijdje stond ik te genieten van de absolute rust hier. Ik zou er niet aan moeten denken om terug in een stad te moeten wonen. Utrecht was gedurende vier jaar een prima plek geweest: om te studeren, om te genieten van het vrije studentenleven en het heerlijke appartement van An en mij. En om twee avonden in de week naar de club te rijden en daar… Ja, ook wel te genieten. Soms van de seks, maar ook van het geklets met alle meiden. Discussies over de meest uiteenlopende onderwerpen. Ik moest grinniken. Recensies van een of ander nieuwe sextoy. Ervaringen met gasten, soms ronduit negatief, soms positief. Die Groningse professor bijvoorbeeld… Een aantal meiden waren jaloers geweest dat hij alleen maar voor Annet en mij kwam. Ze waren niet jaloers op het geld, maar veel meer op de manier waarop hij ons behandelde: als goeie vriendinnen en altijd met respect. “Zo zou ik ook wel een aantal klanten willen hebben…” had één van de andere meiden verzucht, na een nogal botte hork als klant.

Verlangde ik er naar terug? Nee. Wat ik met Frank had was véél meer waard. Maar soms verlangde ik wel eens terug naar de ongebreidelde seks die ik, samen met Annet bij sommige klanten had gehad. Geen terughoudendheid, geen valse schaamte, nee: Jij wil woeste seks? Dat kun je krijgen. En vervolgens had hij twee rooie furie’s in bed gevonden die hem geen seconde met rust lieten… Verdomme Gon: Als je dat tegen Frank vertelde, kon hij je dat ook geven! Dat had hij afgelopen weekend wel bewezen… Maar hij moest wel meer loskomen van het idee dat seks ‘clean’ moest zijn. Dat zat hem nog steeds dwars, dat merkte ik soms. Daar moest ik eens iets verzinnen… Hem zó gek maken dat hij me als een woeste beer zou neuken… Net als Hans dat bij An gedaan had... Hihihi...

Ik keek op m’n horloge: Tijd om te vertrekken. Geen discussies over seks, maar braaf over planten en hoe je een kantoortuin leuk kon inrichten… Wél met een ondertussen goede vriendin. Ik moest weer giebelen. Ook al was ze nog maagd… Ik sloot af en reed weg. Op de Koningsweg rechtsaf, richting Otterloo. En vervolgens door de Harskamp. En verder naar Garderen. Allemaal 80 kilometerweg. In Garderen moest ik volgens de Tomtom rechtsaf richting Uddel. Oké, als jij het zegt… Iets buiten Garderen werd ik verrast door een scherpe S-bocht: eerst naar links, daarna naar rechts. Ik moest snel van het gas af; die bocht was niet geschikt om met 80 doorheen te jagen! Ja, trut… De maximum snelheid was daar ook 60 geweest, zag ik even later in m’n spiegel. Onthouden, Gon! Meteen na de bocht een steile helling omhoog en vervolgens een minder steile helling omlaag. Rotonde: rechtsaf… En even later weer rechtsaf. Een aanduiding van een kwekerij. Aha… Inrit? Gevonden.

Op de parkeerplaats zag ik de Landcruiser van Mariëlle al staan. Zij stond iets verderop te praten met een man. Ik stapte uit en bekeek het even. De discussie verliep niet geheel naar wens, geloofde ik. Mar d’r gezicht stond op storm, de uitdrukking van de man was ronduit verachtelijk. Ik haalde diep adem en liep er naar toe. “Goedemorgen samen…” De man bekeek mij van top tot teen en zijn blik bleef rusten ter hoogte van mijn borsten. “Mijn ogen zitten hoger, hoor”, snauwde ik. “De vleeskeuring vindt elders plaats.” Hij keek ons beurtelings aan. “En wat hadden de dames gehad willen hebben? Wij doen niet aan geraniums; wij maken tuinen. Geen dingetjes voor op de vensterbank, maar dat had ik je vriendin al gezegd.” Zijn toon was neerbuigend. “Laten we even overnieuw beginnen”, zei ik kort. “Goedemorgen, ik ben Gon Peters en mijn collega is Mariëlle Steenbeke. En u bent?” “Van Beek.” “Aangenaam, meneer van Beek. Wij komen hier om ons te laten informeren over planten die wij in de kantoortuin van een middelgroot bedrijf willen hebben. Om de zaak wat op te fleuren, om de atmosfeer te verbeteren met wat zuurstof en om geluid te reduceren. Niét voor Begonia’s of om een kerstboom voor dit jaar te reserveren. Ben ik duidelijk?”

Hij ging niet om. “Ik geloof er geen biet van. Twee stadse dames die plantjes willen kijken. Of ideeën willen opdoen voor een nieuwe tuin. Ga naar een tuincentrum, maar val ons niet lastig.” Ik keek Mar aan. “Kom, hier verspil ik geen tijd aan.” Ik keek de man aan. “Heeft dit bedrijf een website?” Hij knikte en zei: “Daar kunt u exact zien dat wij niet van de kamerplantjes zijn.” “En dan kunt u binnenkort lezen dat u, meneer van Beek, als vertegenwoordiger van dit bedrijf, nou niet bepaald het voorbeeld van klantvriendelijkheid bent. Een fijne dag verder. Kom Mar, we gaan.” De man stond ons na te kijken toen we het terrein af reden. Die was vanochtend met beide verkeerde benen uit bed gestapt, dat was duidelijk. Vlak voor de kruising met de N302 stopte ik even en liep naar de Landcruiser.

“Zijn hier nog meer opties in de buurt, Mar?” Ze wees. “Rechtsaf, na 500 meter. Grote kwekerij. Ik rij wel voorop.” Ze passeerde de Golf, sloeg rechtsaf en inderdaad na 500 meter draaide ze weer rechts en parkeerterrein op. Eenmaal buiten de auto’s zei ik: “Ik hoop dat men hier iets klantvriendelijker is, Mar.” Ze trok een mondhoek op. “Ik had er beter aan gedaan om wat ‘passender’ kleren aan te doen. Nu zie ik er inderdaad uit als een tutje uit de grote stad die viooltjes wil kopen voor haar boudoir aan de Keizersgracht…” Ik proestte het uit. Ze had dezelfde outfit aan als gisteren. Ik niet; Ik had nog een strakke spijkerbroek in m’n weekendtas gedaan; die had ik aan. Maar ja, ik liep wél op hakken… Nou ja. “Kom, we gaan eens binnen kijken. Wie weet hebben ze viooltjes…” Mar gniffelde.

Binnen, in een grote kas, stond de wereld aan struiken, planten, cactussen en zelfs kleine bomen. En op het buitenterrein zelfs bomen van een meter of 4 hoog. En grotere struiken… “Volgens mij kunnen we hier wel terecht, Gon.” Ik keek om me heen. “Ja, nogal… Hiermee kun je alle bureau’s van de Weever mee vol zetten, als je dat zou willen. Alleen is er dan geen plaats meer voor het personeel.” “Kleinigheden hou je altijd”, zei Mar droogjes en ik keek haar aan. “Jij begint écht los te komen, meid! Nu betrap ik je zelfs op een grapje… Waar gaat dat heen?” Ze lachte. “Moet je ze thuis eens horen…” We liepen door een kleine kas, vol met struiken. Daarna buiten: een smalle strook grond naast de provinciale weg, vol met struiken, grote planten en bomen. Ja, ook kerstbomen, maar daar hadden we nu geen belangstelling voor. Uiteindelijk terug naar de kas, waar we een man bezig zagen. “” Goedemorgen meneer… Mogen wij u iets vragen?” De man kwam overeind. Oei… Ruim twee meter lang en nogal breed. Overall onder de aarde en vuile handen. Maar wel met een vriendelijk gezicht onder zijn baard.

“Goedemorgen dames. Waarmee kan ik u helpen?” Ik stak mijn hand uit en stelde mezelf en Mariëlle voor. “Goedemorgen. Dit is mijn collega Mariëlle en ik ben Gonnie.” Hij pakte mijn hand niet aan, toonde ons zijn handen: onder de tuinaarde. “Sorry dames, mijn handen zijn nogal smerig… Ik ben Bjorn.” “Daar is nog nooit iemand slechter van geworden, Bjorn. En daar is water voor uitgevonden.” Hij glimlachte. “Dat is waar.” We kregen een stevige hand. “Bjorn… Wij willen een kantoortuin opnieuw inrichten. Dat is nu één grote, kale ruimte met een galm als de Sint Pieter in Rome, met kale TL-bakken en net zo gezellig als de remise van een gemiddeld busbedrijf om 2 uur ‘s nachts…” Hij lachte. “U heeft een mooie beeldspraak, mevrouw.” Zijn tongval was iets buitenlands. “Mevrouw mag je buiten laten, hoor. Ik heet Gon, mijn vriendin heeft Mar. Dat praat wat prettiger. Maar… Wij hebben de opdracht om van die kale bende iets gezelligs te maken. Iets waar de medewerkers zit prettig voelen. Niet uit filantropie, maar een medewerker die in een prettige omgeving zijn of haar werk doet, is productiever.”

Hij knikte. “Kom even binnen. Het is bijna tien uur, tijd voor koffie.” Hij ging ons voor naar een zitje in de kas en liep naar een Senseo. “Wat voor koffie? Gewoon, espresso of een Latte?” “Ik lust wel een espresso”, zei Mariëlle. “Vanochtend alleen nog maar thee gedronken.” “Theemuts”, spotte ik. “Geef mij maar een gewone bak koffie, Bjorn.” Hij knikte en kwam even later met drie kopjes terug. Suiker, melk, roeren… “Mag ik vragen waar jouw wortels liggen, Bjorn? Je hebt een accent, maar ik kan het niet thuisbrengen…” Hij lachte. “Denemarken. Daar heb ik tot mijn 20e gewoond. Maar daar was in mijn beroep niet zoveel werk te vinden, dus ben ik maar wat naar het zuiden gegaan. Eerst een jaar in Frankrijk bij een wijnboer, maar dat was niks. Uiteindelijk, na wat rondhangen, ben ik hier terechtgekomen. Een mooi bedrijf, prima baas en uiteindelijk hier ook de vrouw van mijn dromen tegengekomen. Ik ben nu 21 jaar in Nederland en ondanks dat Nederlanders notoire mopperkonten zijn, bevalt het mij hier prima.”

“Mopperkonten? Hoorde ik dat nou goed?” vroeg Mar. “Ja, dat hoor je heel goed. Nederland is het… vijfde land in de wereld qua ‘geluksgevoel’. En tóch wordt hier op van alles en nog wat gemopperd. Het weer, de politiek, de economie, nog een keer het weer, de wegen, het gebrek aan fietspaden, het lawaai van de buren… had ik het weer al genoemd?” We moesten lachen. “Nou, tot zover het oh, zo gelukkige Nederland…” zei ik, semi verontwaardigd. “Maar mooi dat je hier je draai gevonden hebt. In een best wel mooi stukje Nederland, tussen Uddel en Garderen.” Hij knikte. “Ja, daar ben ik ook blij mee. Ik moet er niet aan denken om weer in een grote stad te wonen. Ik kom uit Odense, en als we, mijn vrouw en ik, weer eens op vakantie ben bij familie moet ik elke keer acclimatiseren.”

“Odense”, zei Mariëlle langzaam. “De stad van Hans Christian Andersen. Op het eiland Fyn. En met het grote spoorwegmuseum er vlak bij.” Bjorn keek waarderend. “Goed van je!” “Wij zijn er op vakantie geweest. En in dat spoorwegmuseum en het Hans Christian Andersenhus geweest. Héél indrukwekkend…” Er kwam een spotlichtje in haar ogen. “Maarre… Bjorn: Jij had het net over Nederlanders als ‘mopperkonten’; Hans Christian kon er ook wat van, hoor. Wat ik over hem gelezen heb: niet bepaald de buurman die ik zou willen hebben. Ja, hij schreef prachtige verhalen, maar als persoon was het een regelrechte zuurpruim.” Bjorn schoot in de lach en stak een duim op. “Je hebt helemaal gelijk. Maar wellicht waren zijn verhalen wel de compensatie van zijn dagelijkse ergernissen, wie weet…” Ik zette mijn kopje neer. “Voordat dit gesprek ontaard in de determinatie van de persoonseigenschappen van een beroemd Deens schrijver…”

“Determineren ben ik erg goed in, Gon”, zei Bjorn met een lach in zijn baard. Ik zuchtte. “Da’s fijn, want dat zul je hier wel nodig hebben. Maar ik wil het graag eens hebben over het doel van ons bezoek hier.” Hij keek me aan. “Nóg een eigenschap van Nederlanders: Soms gewoon bot. Recht op het doel af, geen tijd voor een gezellig praatje over een van de grootste schrijvers uit de Deense historie. Zóóó jammer…” De lach bleef, zichtbaar in zijn ogen. “Vertel maar. Ik zat je te plagen.” Ik pakte mijn telefoon en liet hem een foto zien van de ‘kantoortuin’ van De Weever. Bjorn floot zachtjes. “En dat is nu? Anno 2025? Allemachtig… Het is dat ik computers zie, maar anders zou dit plaatje in 1950 gemaakt kunnen zijn… Wát een ongezellige bende.” “Precies. En daar wil de directie nu verandering in aanbrengen. Er is jarenlang niets geïnvesteerd qua ‘welzijn’ van de medewerkers; tijd voor verandering.” Hij keek ons beurtelings aan. “Dit los je niet op met een aantal sierplanten alleen, dames. Wat is zo zie: Een ander plafond, scheidingen aanbrengen met bijvoorbeeld halfhoge schuttingen, inderdaad planten, maar ook de vloer aanpakken… Dat is nu…? Linoleum?” Mariëlle knikte. “En nogal versleten op de looppaden. Zeg maar gewoon: spekglad.”

Hij stond op. “Ik wil hier even iemand bij halen die daar meer verstand van heeft. Ja, wij doen soms kantoorinrichting, maar dat is niet onze corebusiness. Maar we hebben er wel iemand voor in huis. Eén moment graag.” Hij verdween. “Jij maakt wel vrienden, Mar. Met je opmerkingen over Hans Christian Andersen als ‘regelrechte zuurpruim’. Wanneer leer je nu eens dat je met stroop meer vliegen vangt dan met azijn?” Ze giebelde. “Moet ik dit rokje dan maar eens wat optrekken, Gon? Om Bjorn in een wat toeschietelijker stemming te brengen?” Ik keek haar doordringend aan. “Dat dúrf jij niet. Een paar weken geleden was je nog een heel bedeesd, bescheiden meisje en nu wil je gaan flirten met die degelijk getrouwde Bjorn? Foei. Zoek een donker hoekje op en ga je schamen, meisje Steenbeke.”

Ze proestte het uit, maar had geen gelegenheid voor een gevat antwoord: Bjorn kwam terug met een stevige dame achter zich aan. “Mag ik jullie voorstellen: Dit is mijn echtgenote Rianne. Heeft meer verstand van interieurs; zij is binnenhuisarchitecte.” Rianne gaf ons een hand en kwam erbij zitten. “Jullie zijn je aan het oriënteren op een ‘make-over’ van een bedrijfspand? Dan ben je hier aan het goede adres. En jullie hadden foto’s? Mag ik die eens zien?” Ze keek. En keek nog eens, zoomde in en keek ons toen aan. “Dit is… Dit wordt een redelijke opgave, dames. Dat los je niet op met een strookje buxus hier en daar.” “Dat vermoeden hadden we al, Rianne”, zei ik. “Maar het is wél fijn dat we nu bij één adres terecht kunnen.” Ze knikte nadenkend. “Als wij hier mee aan de slag mogen gaan, wil ik eerst een dagje bij jullie bedrijf rondlopen. Geluidsmetingen doen, lucht- en lichtmetingen… Dan pas kan ik me een gefundeerd oordeel vormen en een advies opstellen. En dat advies is vrijblijvend. Natuurlijk breng ik wel kosten in rekening voor dat dagje meetwerk, maar het adviesrapport is gratis. Daar kun je mee doen wat je wil: als jullie met ons in zee willen gaan: graag, maar als jullie het op een andere manier willen oplossen: even goeie vrienden.”

“En hoeveel kost jouw dag meetwerk?” Mariëlle zei het nu serieus. Rianne keek nadenkend. “Inclusief foto’s, het in kaart brengen van de geluidsstructuur van de ruimte, lichtmetingen… En een offerte voor de feitelijke herinrichting…Hou rekening met zo’n 600 euro.” Ik knikte. “Dat mag geen probleem zijn. Dan weet de directie ten minste waar ze aan toe is. Ik stel voor dat we daar een afspraak voor maken en een en ander op papier zetten. Daarna willen wij nog even rondlopen en ons oriënteren op planten, struiken en ander groen spul.” Rianne liep weg om even later terug te komen met een blanco offerte. “Welk bedrijf gaat het om?” “De Weever Software in Terschuur…” Mariëlle noemde het adres.

Bjorn onderbrak haar. “Jullie zijn van een softwarebedrijf? Wat voor software?” Mariëlle legde het uit; dat was haar core-business. “Dan kunnen we wellicht iets voor elkaar betekenen… Tot nu toe gebruikten wij een vrij simpel boekhoudprogramma van een online firma. Maar we lopen tegen beperkingen van dat programma aan en keken al een beetje rond naar een compleet bedrijfspakket voor onze administratie…” Mariëlle keek mij aan en ik haar. Oei, dit werd gecompliceerd… De software van De Weever liep het risico om vandaag of morgen zonder ondersteuning van Windows 10 te zitten. De software uit Ede was weliswaar Windows-bestendig, maar ons bedrijf had nog géén connectie met de Weever… “Dit moeten we even met de directie opnemen, Bjorn. Daar kunnen we niet zomaar over beslissen. Maak voorlopig die offerte maar op grond van een prijs zonder wederdienst; als die wederdienst wél geleverd kan worden in de vorm van een goed op maat gemaakt softwarepakket is dat een zaak voor onze directie, oké?” Hij knikte en Rianne ging verder met schrijven. “Zijn jullie tekenbevoegd of…” Twijfel in de ogen van Mariëlle. “Ik teken wel, Rianne”, zei ik. “Als meneer de directeur begint te sputteren, geef ik wel tegengas.” “Ja, zo zie je er wel uit…” spotte Bjorn.

“En anders trek ik mijn rokje wel iets op”, merkte Mariëlle droog op. “Gaat hij zeer zeker voor de bijl…” Nu keek ik haar écht bestraffend aan. “Hé trut… Jouw directeur is een eerzaam getrouwd man, hoor. Die ga jij niet om je vingertje winden, denk er goed aan! Bovendien is hij ruim zestig; hij zou zo maar flauw kunnen vallen bij het zien van jouw bovenbenen. Gaan we niet willen, want dan moet ík hem reanimeren. De arme kerel… Flauwvallen door het zien van de mooie benen van mevrouw hier naast me, en wakker worden terwijl ik hem mond-op-mond-beademing geef…Mocht hij willen!”

Bjorn en Rianne schoten in de lach. “Ik heb nú al medelijden met jullie directeur… Twee van die meiden in je bedrijf… Is de rest ook zo? Dat kan een leuk dagje worden…” Rianne keek nieuwsgierig. Ik schudde mijn hoofd. “De rest is héél rustig en lief. Ik zal jullie in het kort uitleggen wat er aan de hand is…” Na vijf minuten keken beiden ernstig. “Wát een ellende… Je bedrijf, wat je met eigen handen hebt opgebouwd, binnen een half jaar naar de bliksem door het wanbeleid van je eigen zoon…” Rianne keek boos, Bjorn nadenkend. Ik knikte.

“Ja, ellende. Maar wij hebben ervoor gezorgd dat die ellende nu gestopt is. En dit bedrijf maakt nu een kans op een nieuwe start. En daarvoor moet er veel gebeuren en hebben we jullie expertise voor nodig. Vandaar dat we nu hier zitten. We waren eerst bij een conculega van jullie, vijfhonderd meter naar het noorden, maar daar werden we zo ongeveer behandeld als twee schoolmeisjes die een ijsje kwamen stelen… Afgeserveerd door ene meneer van Beek.” Rianne schoot in de lach. “Dan hebben jullie ook wel het zonnetje in huis te pakken gehad… Rinus van Beek is inderdaad niet de meest klantvriendelijke bedrijfsleider in de omgeving.”

“Binnen een straal van zo’n honderd kilometer, schat ik”, mopperde Mariëlle. Bjorn zei niets, maar de grijns was duidelijk zichtbaar onder zijn baard. “Het is wél een vakman, dames. Ja, klantvriendelijkheid is iets wat hem vreemd is, maar als kweker… Heel veel kennis. En wij kunnen nu redelijk goed met elkaar opschieten, hoewel hij mij waarschijnlijk een aantal keren onder de grond had willen schoffelen, na een conflict.”

“Maar zo’n grote schoffel had hij waarschijnlijk niet?” vroeg Mariëlle met een onschuldig gezichtje. De grijns onder de baard werd breder, het antwoord bleef echter uit. Rianne legde de offerte voor ons neer. “Alsjeblieft. Graag hoor ik uiterlijk morgenmiddag een datum waarop het schikt dat ik langskom, oké?” Ik knikte en tekende. Het origineel kreeg ik, de kopie bleef bij Rianne.

“Zo. Mogen we nu even rondkijken?” Bjorn knikte. “Loop lekker rond. Bij vragen: ik zit hier en voor jullie weggaan graag even zeggen dat jullie ervandoor gaan, goed?” We knikten. Het uur wat volgde drentelden we door de kwekerij. “Nooit geweten dat er zoveel soorten kerstbomen waren, Mar… Ik heb ondertussen twaalf soorten sparren ontdekt. En tig soorten Buxus. En Liguster. En andere coniferen… Bjorn heeft alleen geen viooltjes, da’s jammer.”

Ze schoot in de lach en we liepen weer verder. Om kwart voor twaalf dronken we nog een kop koffie bij Bjorn, toen namen we afscheid. Op de parkeerplaats overlegden we even; onze lunchpauze zouden we niét in Terschuur doorbrengen. Even ergens anders, waar we ongehinderd konden kletsen.

Google bracht uitkomst: in het centrum van Garderen was een restaurant. ‘De Bonte Koe’. Dat ging ‘m worden.
Trefwoord(en): Zwemmen, Suggestie?
Geef dit verhaal een cijfer:  
5   6   7   8   9   10  
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...