Lekker Anoniem Webcammen!
Donkere Modus
Door: Keith
Datum: 25-02-2026 | Cijfer: 9.7 | Gelezen: 762
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 45 minuten | Lezers Online: 20
Dan Liever De Lucht In!
Ik liep de douche in, kleedde me verder uit en stapte onder de straal. Héhé… Dat was nogal hevig! Binnen halve minuut van ‘plagerig’ naar ronduit ‘bloedgeil’ overgeschakeld. Dat was nog nooit zó hevig, zó plotseling opgekomen, zelfs niet als ik met Annet… Ik schudde mijn hoofd. Heerlijk om zó met Frank te vrijen! En ik durfde er mijn haren onder te verwedden dat zijn ex Hetty nog nooit zo met hem had gevreeën… De kouwe tut. Enfin, die was verdwenen. En ze was ook minder aanwezig in Frank z’n hoofd. Slechts zelden refereerde hij nog aan haar. Prima.

Ik spoelde mijn haren uit en masseerde de conditioner er in. Eén van de geheimpjes van Annet en mij: door dat spul waren onze haren altijd glanzend en licht krullend. Eén van onze blikvangers. We hadden jaar geleden bij een kapper voor de gein eens zo’n kappersprogramma op onze gezichten losgelaten: je kon dan digitaal de meest gekke dingen met je haren uithalen.

En na een halfuurtje gieren van de lach tot en met vol afschuw naar het plaatje kijkend waren we het er over eens: onze haren bleven zoals ze nu waren. Geen extra kleurtje, niet korter, geen andere coupe, nee: lang, golvend, roodbruin, in de zomer tegen het oranje aan. Soms in een vlecht, soms een staart, soms alleen maar een haarband om het uit ons gezicht te houden, maar verder niks. Eén keer in de twee maanden de dode punten eruit en een heel klein beetje in model knippen, daar bleef het bij.

In onze jonge jaren waren we daar nogal mee gepest. In de 2e klas van het VWO had een knul uit onze klas op een gegeven moment zwarte waterverf over onze hoofden gegooid. Er geen rekening mee houdend dat wij met z’n tweeën waren. Annet en ik hadden dikke watervaste stiften uit het tekenlokaal meegejat en hem in de pauze, op het schoolplein vastgepakt en binnen twee minuten helemaal onder de watervaste strepen gezet. Tot en met in z’n onderbroek aan toe.

Enfin, zijn ouders kwamen natuurlijk ’s avonds verhaal halen bij Gien. Maar die had hen, staand voor de deur, toegebeten dat hun lieve Dennis boontje om zijn loontje had gekregen. En dat hij blij mocht zijn dat we onze nagels niet hadden gebruikt… Wij hadden na schooltijd een uur onder de douche gestaan om die zwarte verf uit onze haren te krijgen; Dennis had de volgende dag op school nog steeds strepen op zijn gezicht gehad en was door de andere klasgenoten nogal gepest omdat hij niet tegen twee meisjes op kon…

Een aantal jaren later, wij waren ondertussen van slungelige tienermeiden uitgegroeid naar knappe studentes, was Annet hem in Sittard tegengekomen. En hij had haar zonder blikken of blozen mee uit gevraagd. An had alleen maar gevraagd: “Solliciteer je nu wéér naar watervaste stift, Dennis?” Als hij een staart had gehad, zou die tussen zijn benen zijn verdwenen. In ieder geval droop hij af. En ’s avonds, toen An het mij vertelde, hadden we wéér liggen te gieren van het lachen…

Ondertussen had ik de douche al uitgedaan en me afgedroogd. “Frank! Jij kunt douchen!” Hij kwam de badkamer in. “Lekker warm hier!” Hij had ondertussen een pyjamabroek aangedaan en een oud T-shirt. “Hé lekkere lover… Wat wil je? Dat je vriendinnetje nog een keertje ondeugende kleren aan doet? Of…” Hij schudde zijn hoofd en wees op mijn pijltje. “Daar ben ik zojuist al geweest en ondanks dat het heerlijk was: ik ben een beetje ‘op’, Gon. Bovendien: als jij je nu in sexy lingerie hult, is er de rest van het weekend niets meer over…” “Daar heeft men indertijd wasmachines voor uitgevonden, lover. Met programmaatjes voor de ‘delicate wasjes’. Programmaatjes die jij natuurlijk altijd heb overgeslagen. Maar ik leer je wel hoe je die moet gebruiken. Als ik eenmaal hier woon.

Maar goed: ik trek wel een lekkere jeans aan en ik heb nog wel een T-shirt en een vestje liggen. Trek ik morgen ook aan, denk ik. Dan kan ik Rick z’n instructeur afleiden op momenten dat het nodig is.” Frank stond ondertussen z’n haren te wassen. En van onder het schuim klonk sarcastisch: “Jaja… Samen met Annet zeker? Ik heb wat plaatjes gezien van die kist; er passen écht maar twee man in die cockpit, hoor. Zo ruim is het allemaal niet.”

“Dan trekken we die instructeur wel uit z’n stoel en nemen hem mee naar achter. Dan mag jij bij Rick gaan zitten en met hem kletsen over het gebruik van onze lingerie. Wij nemen die vent wel even onder handen. Inclusief zijn stuurknuppel.” Frank proestte. “Ik zie de krantenartikelen al voor me. ‘Aanranding in de lucht! De gezusters Annet en Gonnie P. te B. worden weggeleid in een politiebusje nadat ze een instructeur van het vliegveld Teuge hebben aangerand tijdens een rondvlucht boven Nederland. Voordat het slachtoffer in de ambulance werd gehesen, kon hij nog nét uitbrengen ‘Waar is het dichtstbijzijnde klooster voor paters? Dáár wil ik heen!’ Daarna verloor hij het bewustzijn.’ Met de bijbehorende foto’s van jullie natuurlijk: hand in hand en onschuldig kijkend.”

Ik trok mijn jeans aan. “Jij denkt veel te slecht van ons. Kijk maar uit dat we jou morgen niet aanranden in die dubbeldekker.” Hij deed de kraan uit. “Nou… Als jij onder ligt, ik op jou en Annet op mij kun je inderdaad spreken van een dubbeldekker, schat. Maar of Hans zich daarin kan vinden… Ik betwijfel het.” Ik snoof. “Had hij maar een ander vriendinnetje moeten uitzoeken. And now for something completely different: Zal ik eens een bakje koffie voor ons maken? Dan gaan we daarna koken.” Onder de handdoek kwam een duim tevoorschijn. En ik ging de keuken in…

Na het eten pakten we beiden onze computer. Ik m’n laptop; ik wilde nog een aantal dingen uit Terschuur op papier zetten; Frank zijn desktop met groot beeldscherm. Hij ging een overkapping voor de ‘nooduitgang’ tekenen. En na een uurtje riep hij me. “Wat dacht je hiervan, schat?” Hij wees op een ontwerp op zijn beeldscherm. “Wat ik wil doen is een extra ring stenen om die zogenaamde waterput metselen. Of misschien de huidige ring slopen en er een compleet nieuwe omheen zetten. Het moet in ieder geval dubbelsteens zijn. En in die stenen twee stalen H-profielen verwerken. Ingemetseld. Die vervolgens de as dragen waar het hijstouw aan komt en de zwengel met daarboven een lichte stalen constructie die het dakje draagt. En dat dakje wordt een simpel schuin pannendak, zoals op een eengezinswoning. En de hijsconstructie? Ook simpel. Een stevig touw om een houten trommel. De as voorzien van een mechanische blokkering, zoals bij een boottrailer. Een pal die een kamrad blokkeert en die je kunt omzetten om ‘m vrij te geven. Misschien ook een rem er op, zodat de hele voorraad groenten-in-glas ten minste niet in één keer naar beneden suist. En aan de onderzijde van het touw een kunststof mand aan vier strengen, zodat hij niet om kan kukelen. Simpel. En de nooduitgang blijft vrij; ik wil de schacht, als dat kan, iets dieper uitgraven zodat die mand niet in de weg zit áls we de nooduitgang eens zouden moeten gebruiken. Wat dacht je ervan?”

Ik knikte. “Als bedenker van dit concept kan ik de digitale uitwerking wel waarderen. Simpel en toch eenvoudig. Maarre… Kun jij dat metselen, schatje?” Frank schudde zijn hoofd. “Nee. Ik kan leuk tekenen op de PC, compleet met afmetingen en soorten materialen, maar metselen en lassen: dat moet je aan de vaklui overlaten, schat. Ik maakte gisteren een opmerking over bouwvakkers, toen jij ongegeneerd op de bank hing: niet omdat ik bouwvakkers minderwaardige mensen vind, maar meer omdat jij, op een absoluut niet-Gonnie-like-manier, op de bank hing: Onderuitgezakt, benen uit elkaar. Ik kan me best voorstellen dat een bouwvakker, metselaar of elektricien zó op zijn bank hangt. Redelijk ‘op’ na een dag keihard buffelen op een bouwplaats. In de regen of in de kou of na een dag in 30 graden in de brandende zon. Maar diezelfde bouwvakker draait voor dit…” hij wees naar zijn beeldscherm “…zijn hand niet om. Dat is binnen een paar uur gefikst. En de lasser die dat frame moet lassen? Een half uur om het materiaal bij elkaar te zoeken, een kwartier om het schoon te maken en een uurtje lassen. Klaar. Vaklui. Op hun eigen gebied. En die hebben alle recht om ’s avonds na het eten op de bank te hangen. En ‘Goede tijden, slechte tijden’ te kijken.” Hij gniffelde. “Of ‘Boer zoekt vrouw’. Hebben ze verdiend.”

Hij sloeg de tekening op. “Ik ga hier na jouw verhuizing serieus mee aan de slag. Een bedrijfje zoeken, liefst een klein bouw- of metselbedrijfje. Vaak is hun personeel meer allround dan bij een grote aannemer en misschien zit er ook wel een goeie lasser tussen. En dan staat dit ding binnen een dag. Dan nog een paar dagen om het cement te lagen drogen en daarna kan de eerste maandvoorraad soepel te kelder in. Stel dat onze relatie op de klippen loopt, heb ik er tóch nog wat leuks en nuttigs aan overgehouden, schatje… AUW! Kreng!

Ik had hem een harde klap op zijn achterhoofd gegeven. “En die heb je ten volle verdiend, Frank Veenstra! Ben jij gek…” Ik keek eerst boos, maar gaf daarna tóch een zoentje op de plek waar de klap geland was. “Lomperd…” We lachten. “Kom. We zetten die computers uit, doen het licht uit in de kamer en gaan nog even buiten zitten. Even genieten van de avondstilte.” Vijf minuten later zaten we op de bank op het terras te genieten. Tussen alle bladeren door zagen we verlichte wolken; de zon was al weg, maar hoge wolken vingen de laatste stralen op. Voor de rest was het… stil.

Ik leunde tegen Frank aan. “In Renkum is het ook redelijk rustig, maar de stilte hier… Kan ik enorm van genieten, Frank. Zó rustgevend… Geen brommertjes door de straat, geen ruziënde buren, geen geschreeuw van kinderen…” Hij bromde. “Snap ik. Maar er zijn een aantal dingen waar we wél rekening mee moeten houden, Gon. We kunnen hier niet ons hele leven blijven wonen…” Hij keek me doordringend aan.

“Gonnie… Wil jij kinderen?” Ik knikte. “Ja. Ik wil kinderen. Van jou. Met diezelfde mooie bruine ogen. Maar vanwaar deze best wel intieme vraag, gesteld op een willeurige vrijdagavond op een houten bankje ergens ten noorden van Schaarsbergen?” Frank zei: “Als wij kinderen willen, zullen we dit huis misschien moeten opgeven. ‘Even de kinderen naar school brengen’ is vanuit hier nogal een onderneming; een dokter? Aan de andere kant van de A12. Boodschappen? Je weet waar de supermarkt is. Voor een paar nieuwe schoenen moet je naar Arnhem, schat.” Hij keek me aan. “Ook in de winter, als er sneeuw ligt. En de rolbaan wordt niét gestrooid. Ik wil dat je weet waar je aan toe bent, Gon. En dit huis niet met een roze blik bekijkt. Je begrijpt me wel, denk ik.”

Ik knikte; hij refereerde aan Hetty. Ik leunde nu expres niet tegen hem aan en zei: “Frank, ik denk dat ik anders in elkaar zit dan jouw ex-vriendin. Ik ben geen watje. Ben gewend om problemen op te lossen en ik ben niet zo snel bang. Ik zei kortgeleden dat ik mijn Golfje wellicht wilde inruilen; dat ga ik ook doen. Maar dan niet voor zo’n snelweglimousine als jij hebt, maar een 4x4. Zodat ik, áls de sneeuw hier 50 centimeter hoog ligt, mezelf kan redden. En jou ook, omdat dat Zweedse ding, ondanks zijn herkomst, niet door 50cm sneeuw kan baggeren…

En kinderen naar school brengen? Ja, dat zal op enig moment moeten omdat ze niet op eigen houtje de Koningsweg over moeten steken. Maar ik denk dat ouders in hartje Amsterdam op dat gebied een grotere uitdaging hebben. Boodschappen? Ja, voor een stel mooie nylons moet ik misschien naar Arnhem. Maar daar wil jij je me dan toch wel heenbrengen? Zeker als het om sexy nylons gaat…” Ik grinnikte om zijn gezicht. “Of ik laat ze bezorgen, schat. Tenminste… Ik neem aan dat de pakketbezorger dit huisje ondertussen ook wel kent?” Frank knikte. “Nou dan.” Ik ging weer naast hem zitten.

“Schat… wij kunnen ons hier prima redden. In ieder geval de aankomende jaren. En als er kinderen op komst zijn of al aanwezig: Dan redden we het ook. En als we op den duur moeten verhuizen, dan verhuizen we toch? Liefst niet, want dit huisje is me wel héél lief geworden, schat… Met name de kelder. Hoewel de eetkamerstoelen sinds een paar uur ook behoorlijk in mijn achting zijn gestegen…” Hij schoot in de lach. “Ja, dat geloof ik graag… Gon: ja, voorlopig redden we het hier wel. Maar beloof me één ding: Zég het alsjeblieft als het hier té eenzaam voor je wordt. Want ik wil jou niet kwijt, schat. Nooit meer.”

Ik legde een arm om zijn schouders. “Dat beloof ik. En ik wil jou ook niet kwijt, Frank Veenstra met je mooie ogen. En dat lachje op je mondhoeken. En je gemene opmerkingen soms… Jij bent mijn rots in de branding. Vergeet dat nooit, Frank.” Een lange, intieme zoen sloot dit momentje af. Toen gingen we naar binnen, Frank sloot de deuren en we liepen omlaag. “Wat trek jij morgen aan, Gon?” Ik wees. “Gewoon. Deze broek, een bloes en een vest. Misschien een jas mee? Ik weet niet of men in de vroegere USSR de passagiers het comfort van warmte gunde.” “Dat weet ik ook niet, dus ja, een jas is een goed plan. Maar doe platte schoenen aan. Naaldhakken worden over het algemeen niet zo gewaardeerd. Enne... Doe maar een paar plastic zakjes in je broekzakken. Voor als je kleine broertje de macho uit wil hangen. En oordoppen. Ik heb een paar filmpjes bekeken van zo’n Antonov; het ding maakt nogal herrie. Morgen even uit mijn auto halen; ik heb ze in de kist met PBM’s. Van die gele schuimdingen.” Ik knikte. “En waar laat ik mijn sexy lingerie om die instructeur af te leiden?” Hij zuchtte. “Doe maar aan, trutje. En nu uitkleden en naar bed; Morgen om 08:00 opstaan en lekker ontbijten. Om negen uur wil ik vertrekken. Teuge is weliswaar niet zo gek ver, maar… Enfin, je kent me: een beetje veiligheidsmarge.”

We kleedden ons uit en wéér zag ik Frank kijken. “Sorry schatje. De sexy lingerie ligt nog in m’n weekendtas.” Frank schudde zijn hoofd. “Niet waar. Alles wat jij draagt is sexy. Zelfs een simpel wit slipje en een BH die overduidelijk van de Hema afkomstig is.” Ik trok een wenkbrauw op. “Hoe weet jij dat?” “Omdat het labeltje naast de sluiting hangt. En daar staat nogal duidelijk ‘HEMA’ op.” Ik zuchtte. “Niks mis mee. Prima pasvorm en ondersteuning en een heel stuk voordeliger dan die dunne, sexy BH’s van de luxe modeketens.” Ik clipte de sluiting los en legde het kledingstuk op de stoel.

En meteen voelde ik Frank's handen zich om mijn borsten sluiten. “En deze pasvorm, schat? Hoe is die? En de ondersteuning?” Hij liftte mijn borsten een beetje. “De pasvorm is prima. En lekker warm. De ondersteuning is ook goed, behalve…” Ik keek even om. “als ik dit een dagje wil dragen, moet er de hele dag een vent op m’n rug zitten. Ik weet niet of ik dat op den duur op prijs ga stellen.” “En als dat zo’n knappe vent als ik is? Met héle lekkere handjes? En die dit kan doen?” Hij likte aan mijn oor en ik hoorde: “Nou?”

Ik tikte zijn handen weg van mijn borsten. “Opbokken jij, grote verleider. Ik denk dat ik een hele grote zak van die gele oordopjes ga kopen. Om te voorkomen dat je me weer helemaal gek maakt met je tong in m’n sierlijke oortjes. In bed jij! En slapen. Morgen moeten we fris en fruitig zijn.” Frank z’n ogen lichtten op. “Over fris gesproken… Morgen even langs de supermarkt. Kauwgom kopen.”

Ik keek hem onthutst aan. “Kauwgom? Ben je helemaal…” “Nee, dat niet, schat. Maar door de hoogteverschillen… Buis van Eustachius en zo? Binnenoor, buitenoor?” Er begon me iets te dagen. “Oh ja wacht even… Drukverschil! Ja, kauwgom. Je hebt gelijk, schat.” Hij grijnsde. “En als we morgenavond thuiskomen probeer ik ‘kauwGon’. Op deze twee prettige puntjes.” Hij tikte zachtjes op mijn tepels. “Dat gaan we nog wel eens zien, Frankieboy. Alleen als je morgen heel lief bent. En me opvangt als we neerstorten, zoals een gentleman betaamt.” Ik kroop onder het dekbed, Frank ernaast. “Welterusten, lekkere minnaar. Je hebt me écht gek gemaakt, daarstraks.”

Hij gniffelde. “En jij mij. Lekkere geile spelletjes met een prachtige roodharige vrouw. Wie had dat ooit kunnen denken van die altijd saaie Frank Veenstra… Mijn medestudenten in ieder geval niet. Slaap lekker, schat.” Nog een kus volgde en toen viel ik, tegen alle verwachting in, snel in slaap.

Zaterdag was ik vroeg wakker. Spanning? Mwoa… Best wen een beetje, maar Rick zou Rick niet zijn als hij alles in de hand had. Ons kleine broertje was een volwassen kerel geworden, zich terdege bewust van zijn verantwoordelijkheid. Dáár zat ik niet mee. Meer met het feit dat we gingen vliegen in een, in mijn ogen, ouwe, roestige dubbeldekker gebouwd in de voormalige USSR. Tijdens het wassen haalde ik mijn schouders op. Áls we gingen, gingen we in ieder geval met z’n allen… Frank had zich omgedraaid toen ik er uit ging en had een paar luide snurken geproduceerd. Die was nog in coma. En ik liet hem nog maar even liggen en liep even later de tuin in. ’s Ochtends was het daar ook aangenaam: helder zonlicht, een paar wolken in de lucht, weinig wind… Prima weer voor een vliegtochtje, dat wel. Wacht even… Ik pakte mijn zonnebril uit de auto en deed die in mijn tasje. Die zou ik wel eens nodig kunnen hebben vandaag.

Toen was het kwart voor acht. Frank z’n lawaaimachine maar eens aanslingeren. Misschien maakte dat ding wel meer lawaai dan dat vliegtuig… Vijf minuten later balanceerde ik met twee mokken koffie naar beneden. “Hé mooie snurk-prins. Wakker worden, hier is je Assepoester met koffie. Lekker op bed opdrinken, dan er uit.” “Lameslapuh…” klonk het antwoord. “Niks ervan. Overeind jij! En voor de duidelijkheid: met je hele lichaam, niet alleen dat ding tussen je benen!”

Hij kwam overeind en pakte zijn mok aan. “Jij was vroeg wakker, Gon.” Ik knikte. “Ja. Ik werd wakker, wilde gaan plassen, jij draaide je om en begon te snurken. Nou, dan weet ik het wel… Ik heb lekker een kwartiertje staan te genieten in de tuin, schat. Het is heerlijk weer. Prima voor een vliegtochtje.” Zijn ogen lichtten op. “Oh ja… Was ik even helemaal kwijt. Waarschijnlijk verblind door het uitzicht op mijn vriendinnetje met helaas een broek aan, maar wél met twee knoopjes meer open dan verkeerstechnisch verantwoord is.”

Ik checkte mijn blouse. “Hoezo? Er zijn inderdaad twee knoopjes open, meneer. En nog geen spoor te zien van iets wat op borst lijkt.” “Al had je maar één knoopje open, schat…” Ik snoof. “Je bent een oversekste puber, Frank Veenstra. Ik heb met terugwerkende kracht medelijden met al jouw vrouwelijke docenten. Op de basisschool, de middelbare en op de HAN.” Hij gniffelde, zei niets terug. Met de koffie op ging Frank zich wassen en ik dekte de tafel. En na het ontbijt ruimden we op; om kwart voor negen zaten we in Franks Volvo.

“Skip de supermarkt; we komen langs ‘De Somp’ op de A50. Groot benzinestation. Daar hebben ze vast ook kauwgom.” Ik knikte. “Goeie planning! En vanochtend heb ik mijn zonnebril uit mijn auto gehaald; die moet jij ook niet vergeten, Frank.” Een opgestoken duim was het antwoord; hij opende de klep tussen de voorstoelen en haalde zijn zonnebril er uit. “Meteen maar opzetten dan…” Bij afslag 24 gingen we de snelweg af en moesten een stuk door Apeldoorn rijden om op de weg naar Teuge te komen.

Frank mopperde. “Wat een stomme route… De weg langs Teuge gaat onder de A50 door. Kunnen ze meteen toch wel een afrit van maken? Nu moet je half Apeldoorn door…” Na het geslinger door Apeldoorn reden we de N344 op. Onder de snelweg door en na een paar flauwe bochten de afslag naar ‘International Airport Teuge’. Ik barstte in lachen uit. “International Airport… Ja, d’r zal hier incidenteel wel een vliegtuig uit een ander land landen. Maar om het dan maar meteen ‘International Airport’ noemen…” Frank legde een hand op mijn been. “Sssst… Een beetje aardig doen vandaag. Wie weet laat Rick jou dan even aan de stuurknuppel.” Ik keek sceptisch. “Ik heb een aantal jaren geleden al aan Rick z’n knuppel gezeten, schat…” Frank proestte het uit, maar kon de auto gelukkig zonder lakschade parkeren.

Ik spotte de auto’s van Henk en de auto van Cora’s moeder. “De rest is er al. Maar… waar moeten we zijn?” Frank wees. “Ik zie daar een gebouw van de MAF. Het zou me niets verwonderen…” We liepen er naar toe en Rick kwam al naar buiten. Gestreken overhemd, drie strepen op zijn schouders, een brede lach op zijn gezicht… “Even heel Teuge jaloers maken, Frank…” Ik rende op hem af en sprong in zijn armen. “Broertje!!” Hij ving me keurig op, mijn benen klemde ik om hem heen en zoende hem nogal uitgebreid. “Zo. Heel mannelijk Teuge, én jouw collega’s van de MAF zijn nu stinkend jaloers, Rickie.” Hij gaf Frank een hand en zei toen: “Dat waren ze al een kwartiertje. Vanaf het moment dat ik tussen Coor en An binnenkwam. Maar nu staat mijn reputatie van ‘vrouwenverslinder’ natuurlijk helemaal als een rots. Dank je wel, zussie.”

Binnen zat de rest al aan de koffie en het was vanouds een weerzien met veel grappen en knuffels. Rick stelde ons voor aan zijn instructeur: een man van een jaar of veertig die Pieter heette. Hij keek mij aan, toen naar Frank. “Leg mij het even uit… Meneer Peters kwam binnen tussen twee dames die hem wel héél innig bij de hand hadden, en nu spring jij hem in de armen alsof je hem in geen vijf jaar gezien hebt... En je bent volgens mij een tweelingzus van de dame die daar zit. Hoe steekt dat in de war?”

Ik wees op Gien. “Beginnen bij het begin: dáár zit onze moeder Gien. Die is getrouwd met een schat van een vent, Henk. Onze pa. Toen Gien zwanger werd, bleek het een dubbele Bingo: eerst werd mijn zus Annet geboren en omdat ik 12 minuten langer in de baarmoeder mocht blijven, zijn in die twaalf minuten nog wat modificaties aan het oorspronkelijk ontwerp toegepast. Gevolg is dat ik véél knapper en slimmer ben dan mijn oudere zus.” Pieter keek wantrouwend. “En jouw zus is al zo’n bijdehand type…”

“Valt wel mee. Vervolgens, twee jaar later werd ons kleine broertje Rick geboren. Die viel qua IQ en uiterlijk wat tegen, dus Gien heeft het maar bij 3 kinderen gelaten…” Pieter schudde zijn hoofd. “Wat ben jij een arrogant kreng, zeg…” Frank grinnikte. “Pas op wat je zegt… Ze was vanmorgen nog in een goeie bui.” Ik trok me er niets van aan. “Rick heeft een hele lieve vriendin: Cora, met die bruine krullen. Annet heeft zwaar verkering met Hans en Hans is weer de broer van Cora. En naast mij zit mijn liefje Frank, die formeel geen familie is van één van ons, maar dat gaat te zijner tijd veranderen: als hij met me trouwt. Dus…”

Pieter zuchtte. “En dat hele zootje zit straks achterin? Ik ga voortaan vracht vliegen. Die kletst niet terug…” Ik dronk rustig mijn koffie en zei tussen twee slokken door: “Als jij nou een beetje aardig voor Rick bent, trakteren we je op Vliegveld Lelystad op Gingerbread…” Frank verslikte zich spontaan en moest met een paar klappen van Hans op zijn rug weer bij de les gebracht worden. De rest niets meegekregen van mijn laatste zin en dat was maar goed ook: Annet keek al nieuwgierig, Gien ronduit wantrouwend. En Henk zei: “Je houd je toch wel een beetje in, tutje?” Ik zei droog: “Ik doe m’n best…”

Rick stond op. “Iedereen z’n koffie op? Dan gaan we richting hangar. Volgen.” Via een tussendeur liepen we de hangar in. De lucht van smeerolie en kerosine was nadrukkelijk aanwezig. En voor de hangar stond die ouwe dubbeldekker. Groter dan ik gedacht had. “Kom even in een halve cirkel voor me staan, mensen. Dan hoef ik niet te schreeuwen.” Hij wees over zijn schouder. “Dát is ons transportmiddel vandaag: een echte Antonov An-2. Nato codenaam ‘Colt’. Bouwjaar 1966, dus nog relatief jong. Voor een Colt. Even wat gegevens…”

Hij ratelde wat technische gegevens op en eindigde met: “…Tot zover de techniek. Nu even wat regeltjes, die zal Pieter jullie vertellen. Hij knipoogde even naar Cora.

“Bij Air France wordt dat gedaan door een charmante stewardess, hier moeten we het doen met een vent van 41 met een snor…” Coor bromde wat onduidelijks.

Pieter nam het over en nam vlot een aantal veiligheidsprocedures door. Tot en met het reddingsvest aan toe. “Zijn er vragen?” Henk stak een hand op. “Ehhh… Pieter: En als de druk wegvalt?” Pieter grinnikte. “De Colt heeft geen drukcabine. Soms vliegen wij in de cockpit met gewoon de raampjes open. Door het vele glas is het bij mooi weer net een broeikas. Dus nee: als de achterdeur er uit vliegt komen er géén zuurstofmaskers omlaag. Onze vlieghoogte is hooguit een kilometer vandaag; dan kun je nog prima ademen.” Henk knikte. “Oké, dank je wel.” Verder waren er geen vragen. “Rick en ik stappen zo dadelijk in, doen de préflightchecks en starten de motor. Die gaat na een paar minuten weer uit, dan mogen jullie instappen. Dan geven we nog de laatste instructies en kijken of jullie allemaal netjes in de gordel zitten. Dan starten we de motor weer, taxiën naar de kop van de baan, en dat is vandaag de oostkant, aangezien de wind uit het westen komt en stijgen op.

We vliegen een redelijk stuk vandaag: ik heb begrepen dat Born op het vliegplan staat. Dus van hieruit naar het zuiden. Als het kan maakt Rick een paar ‘Touch-and-go’s op vliegveld Terlet. Een lekker ruige zandbaan, goed om te oefenen voor in Afrika. Vervolgens inderdaad naar het zuiden, naar Born. Daarna gaan we weer naar het noorden, naar vliegveld Lelystad. Rick maakt daar weer een aantal ‘touchs-and-go’s’, daarna landen we daar en gebruiken de lunch. We stijgen weer op en gaan met een rondje over het Marker- en IJsselmeer dan terug richting Teuge. Of wil iemand zijn of haar woonplaats óók vanuit de lucht zien? Binnen een zekere marge kan dat wel…”

Frank stak een hand omhoog. “Ik woon aan de zuidrand van vliegveld Deelen…” Pieter stak een duim omhoog. “Nou, da’s helemaal geen probleem. MITS… de heren van de Luchtmobiele Brigade ten minste met weekendverlof zijn. Als er activiteit is op Deelen, dan is het helaas voor jou. Laat me straks op de kaart even zien waar je huis exact staat. Nog meer?” Mijn beurt. ”Een goeie vriendin van ons woont in Terschuur, iets ten westen van Barneveld. Die zou vandaag gaan paardrijden én omhoog kijken. Komen we daarbij in de buurt?” Pieter keek Rick aan. “Vanuit het zuiden naar Lelystad… Zou moeten kunnen. Ook even op de kaart aantekenen waar exact.”

Pieter en Rick verdwenen in het vliegtuig en even later hoorden we iets gieren, een geluid wat steeds hoger werd. Er stond een man schuin voor het vliegtuig. Die gaf een duim omhoog en plotseling ging het gieren over in gesputter en begon de propellor te draaien. En viel weer stil. Weer dat gieren, weer de motor die onregelmatig aansloeg en toen regelmatiger begon te draaien. Vette rook kwam uit de uitlaat, opzij van de motor en woei deels de hangar in. “Alle moppen…” riep Gien boven het lawaai uit. “Daar gaat m’n nette blouse!” Het lawaai was behoorlijk en ik zocht al naar de oordoppen. Na een paar minuten sputterde de motor nog even naar en viel toen stil.

Rick kwam het vliegtuig uit. “Zo. Hebben we jullie mooi even laten genieten van de schone lucht op Teuge… Jongens en meiden, jullie mogen instappen. Je hebt het lawaai gehoord; in de kist in het iets minder, maar toch: voorin, naast de deur naar de cockpit liggen oordopjes. Gebruik die, anders ben je vanavond doof. Voorin hebben wij natuurliijk headsets, maar die zijn ook voor de communicatie.” Hij wees en we klommen één voor één het vliegtuig in. Stoeltjes aan beide kanten van een smal gangpad. Frank en ik konden niet lekker tegen elkaar aanleunen. Helaas… Rick controleerde of we allemaal goed in de riemen zaten en hij besloot met:

“…als we straks vliegen, haalt Pieter jullie één voor één naar voren voor een blik op een hardwerkende piloot. En een lieve zoen natuurlijk…” Een blik op Cora volgde, en die knipoogde. “Hard werken is het zeker, want de hele besturing is handmatig, op de trims na. Een Colt is ‘heavy on the controls’, zoals dat heet. Vergeef mij dus de zweetlucht als we op Lelystad uitstappen. Ik ga aan ’t werk.”

Frank en ik zaten achter Cora en Annet en ik kon redelijk goed zien wat Rick aan het doen was. De wereld aan knopjes en wijzerplaten voor hem; alles analoog. Het enige digitale was zijn telefoon in een houder voor hem met een kaart zichtbaar. Rick reikte naar voren, tikte een aantal knopjes op het middenpaneel om en greep rechts onder zich. Hij begon … te pompen? Daar leek het wel op. Toen weer een greep naar voren en het gegier startte weer. En even later veranderde de stand van zijn handen en de motor sloeg aan. De propellorbladen verdwenen; er was nu alleen een cirkel te zien en het lawaai was behoorlijk. Maar: minder dan toen we buiten stonden.

Na een minuut bewoog het vliegtuig en we hobbelden over een taxibaan. Verderop stonden nog andere vliegtuigen. Ook de luxe ‘zakenkisten’, waar Rick het wel eens geringschattend over had. “Da’s geen vliegen. Da’s opstijgen, de autopilot aan het werk zetten, metertjes in het oog houden, koffie leuten en met de stewardess flirten. En uiteindelijk landen. Geen zak aan, behalve die stewardess dan.” Waarop ik had gezegd: “Dan koop je toch zo’n stewardessenoutfit voor Coor? Kun je ’s avonds in Born lekker een rollenspel doen…” Cora had me toen nogal donker aangekeken. Plotseling maakte het vliegtuig een zwaai naar links, even later nog een en toen stonden we stil. De handen van Rick vlógen langs allerlei knopjes en meters, toen keek hij achterom. “Daar gaan we!” Eén hand op een grote handgreep op de middenconsole die hij langzaam naar voren duwde. Het toerental nam snel toe en plotseling begonnen we te rijden. Sneller…

De neus van het vliegtuig ging omlaag of de achterkant omhoog en het gestuiter hield plotseling op: we vlogen! Voor ons zag ik de A50 al. Ja, die liep dicht ten westen van Teuge. We draaiden naar het zuiden. Frank had zijn telefoon voor zich met Google Earth er op; ik keek liever naar buiten. Hoe hoog vlogen we? Geen idee, maar echt hoog was het niet. We konden mensen goed onderscheiden. Als we bij Terschuur ook zo laag vlogen, konden we Mariëlle wel onderscheiden. Op haar zwarte hengst…

“Wat zit jij te giebelen?” riep Frank. “Ik dacht er aan of we Mariëlle zouden kunnen zien… Op deze hoogte gaat dat prima lukken!” Frank knikte. “Zeker op die dikke knol van haar!” Ik keek boos. Wát een barbaar was hij soms. ‘Dikke knol’… In Ede zou ik dat wel eens tegen Mar zeggen. Wedden dat Frank een pets tegen zijn hoofd kreeg?

Ondertussen vlogen we boven de oostrand van de Veluwe: scheiding tussen bossen en agrarisch gebied. Ik probeerde de kaart van Nederland te visualiseren. Welke dorpen lagen daar? Ehhh…. Eerbeek, Loenen… Dieren nog niet, dat lag verder naar Arnhem… Stop maar Gon. Geniet nou maar van het uitzicht en van je ‘kleine broertje’ die best hard aan het werk is, daar voorin. Ik kon zijn armspieren zien werken als hij het stuur bediende. De stuurbekrachtiging ontbrak duidelijk.

Pieter wenkte Cora. Die stond op en leunde in de deur tussen cockpit en cabine. En gaf Rick een zoen, toen hij breed lachend omkeek. Ik dacht aan de bordjes in de lijnbussen in Utrecht. ‘Chauffeur niet afleiden’ en ‘voor de streep geen staanplaatsen’. Het eerste verbod werd met voeten getreden! Cora kreeg een headset op en Pieter legde haar zo te zien dingen uit. Na vijf minuten kreeg Rick wéér een zoen en ging Cora zitten. En riep naar achteren: “Riemen controleren! We naderen Terlet en hier gaan ze een paar keer landen en weer opstijgen!” Ik trok de heupgordel wat aan en keek weer naar buiten. We vlogen nu al lager, Rick draaide de kist en we vlogen over hoogspanningskabels heen. Met grote ballen er in. Ja, nogal logisch vlakbij een vliegveld… De kist zakte verder en plotseling reden we weer. En hoe! Hotsend en stuiterend. Het gas ging weer open en Rick trok aan zijn ‘stuur’. En we vlogen weer. Wát een rust, vergeleken met die landingsbaan. Pieter draaide zich om en riep: “Dit doen we nog een keer!” Potdorie…

Een bocht naar links, over Deelen heen! Ik zag de landingsbanen nu duidelijk. En Frank was met z’n camera bezig: logisch, hij zat aan de kant waar je zijn huis zou kunnen zien. Weer over die hoogspanningsmasten, dan de A50, dan een scherpe daling en… bonkebonkerdebonk over het zand. Minder hevig dan de eerste keer trouwens. En weer los… Nu keek Rick achterom. “En nog één keer! Om het af te leren, zeg maar!” Ik stak mijn tong uit,

Annet was duidelijk ‘not amused’. Mijn zusje was nogal bleekjes! Ik leunde naar voren. “Gaat ‘t, schat?” Ze schudde haar hoofd en ik zag dat ze een plastic zakje op schoot had. Ik gaf haar een kauwgommetje. “Hier. Misschien helpt dat een beetje.” Ze schudde haar hoofd. “Het vliegen is prima, maar die ‘touch and go’ is me nét iets teveel van het goeie…” Weer die bocht, dalen… Bonkerdebonk… We remden behoorlijk af tot bijna stilstand, toen gaf Rick weer gas en nam de snelheid toe… En we waren los!

Pieter draaide zich om naar Frank en riep: “Jouw huis komt zo dadelijk rechts in zicht; we vliegen parallel aan die bosrand!” Frank stak zijn duim omhoog. Rick bleef laag en inderdaad: de ‘rolbaan’ kwam in zicht en tussen de bomen door: ons huis! Veel te snel waren we er voorbij, maar Frank had een brede lach op zijn gezicht en liet me even later de display van zijn camera zien: het huis stond er prima op. Zelfs mijn Golfje was duidelijk zichtbaar! “Mijn dag kan niet meer stuk, Gon!” Ik stak een duim op, maar toen werd mijn aandacht naar Annet getrokken: die ging over haar nek.

Gatverdamme… En zij ontbeet óók met yoghurt en cruesli, dat was duidelijk te zien. En heel even te ruiken. Enfin, ze knoopte het zakje grondig dicht. Een tweede zakje er omheen… “Heb je nog zo’n kauwgommetje, Gon? Ik heb de smaak van een dood vogeltje in mijn mond!” “Nee schat. Van twee keer gekauwde cruesli…” Ze keek boos, maar stak het stukje kauwgom snel in haar mond. “Ahh… Dat is beter! Dank je, zus.” Ik legde een hand op haar schouder. “Gaat ’t weer?” Ze knikte. “Nu ik dat kwijt ben… Ja.”

Pieter had het gezien, stond op en liep naar haar toe. “Geef maar. Hier moet je niet mee op schoot blijven zitten, want dan ga je straks nog een keer.” Hij liep met het zakje naar achteren, opende de deur aan de achterkant van de passagiersruimte en kwam even later terug. “Zo. Opgeruimd staat netjes!” Ik dacht er het mijne van. Had hij Annet d’r ontbijt nu overboord gedonderd? Straks eens vragen… Pieter nam Annet meteen mee om in de cockpit te kijken. En ondertussen vlogen we naar het zuiden. Vanaf mijn zitplaats kon ik Arnhem goed zien; we vlogen over Oosterbeek. Renkum lag aan de andere kant en Frank maakte hevig foto’s. Over de Rijn, toen de Betuwe, de Waal, Nijmegen aan mijn kant… Doordat we relatief laag vlogen kon ik veel details zien. Véél leuker dan op Google Earth!

Annet kwam naar achteren toen we bij Cuyk vlogen en Frank mocht naar voren. En bij Venlo was ik aan de beurt en stond ik tussen Rick en Pieter in. Met de derde headset op. Scheelde veel lawaai en je kon elkaar nu ten minste gewoon verstaan. “Hoi stoere broer!” Hij grijnsde en ik gaf hem een snel zoentje in zijn nek. Pieter keek. “Waarom hij wel en ik niet?” Dat liet ik niet op me zitten en gaf hem ook een zoen. En geen ‘snel zoentje’, maar een dikke zuigzoen in zijn hals, onder zijn headset. Toen ik hem losliet zei ik: “Zo. Leg dat maar eens uit aan je vrouw…”

Rick keek opzij en schoot in een gierende lach: een grote rode vlek was in Pieter z’n hals verschenen. En die keek me lang en peinzend aan. “Rick had me al voor zijn zussen gewaarschuwd; maar dat jij zoiets zou flikken bij een eerzaam getrouwd man… Hij had gelijk, jij bent een rossig kreng!” Ik knikte. “Klopt. Het is dat Annet net een beetje zielig was, anders had je er van haar misschien ook eentje gekregen. Maar ja… Een zuigzoen met bedorven yoghurt is niet zo smakelijk. Dus ze heeft wat consideratie met je gehad. Mazzel voor je, Pieter.” Hij grijnsde. “Ik heb thuis weer een mooi verhaal te vertellen. Ehh… Rick: je geeft me toch wel backup hé?”

Die keek gemeen. “Als jij een leuke evaluatie schrijft van deze vlucht: tuurlijk, Pieter. Maar als je me afbrand… Dan bel ik je vrouw wel even.”

Ik stak een duim op. “Nou zussie… Je broertje zal je nu even uitleggen welk metertje belangrijk is en welk metertje er in feite alleen maar zit om indruk te maken op mooie meiden die even in de cockpit mogen kijken…” Snel gleden zijn handen langs de diverse instrumenten. Kunstmatige horizon, bochtaanwijzer, hoogtemeter, grondsnelheid, motortoerental, cylinderkoptemperatuur, inlaatdruk… "Die duizend PK voor ons moet je goed in de gaten houden.” “Duizend PK? Is dat niet vreselijk veel?” Pieter knikte goedkeurend. “Kijk… Iemand die het begrijpt! Ja, duizend PK is belachelijk veel voor deze kist. Maar de ontwerpers wilden persé deze motor er in hebben en dachten waarschijnlijk: Je kunt nooit teveel PK’s hebben. ten slotte is deze kist ontworpen voor militaire doeleinden: transport, het droppen van voorraden, paradroppings, later als ‘cropduster’ oftewel landbouwvliegtuig… You name it en de Colt kan het. En bovendien: doordat het een dubbeldekker is heeft het ding de luchtweerstand van een betonnen flatgebouw. Zet deze motor op de romp van een modern vliegtuig en hij vliegt dubbel zo snel. Tenminste: met de goeie propellor. Die prop die hierop zit is, vergeleken met een moderne prop ongeveer net zo geavanceerd als de molens van Kinderdijk vergeleken met een moderne windturbine.”

Rick keek opzij. “Zussie, ondanks dat ik hier vreselijk zit te genieten van je parfum, moet ik je toch verzoeken je stoeltje weer op te zoeken. We naderen Born en ik wil daar een paar rondjes rond het huis vliegen. En dan door naar Cora’s huis.” Ik tikte op zijn schouder. “Dank u wel, Captain. Als we straks in ons hotel zijn mag u wel op de deur van mijn kamertje aankloppen. Wie weet wordt het vannacht wel vreselijk gezellig…”

Pieter keek op. “Ik zou bijna willen zeggen: ‘Waarom hij wel en ik niet?’ Maar uit veiligheidsoverwegingen zie ik daar toch maar van af. Ik heb al genoeg uit te leggen vanavond…” Ik zag een wel héle brede grijns op Rick z’n gezicht en hing de headset op zijn plaats. En keerde terug naar mijn stoeltje.

Frank boog zich naar me toe en riep: “Stond jij net nou te klefbekken met Pieter?”

Ik giebelde. “Pieter heeft een hele dikke zuigzoen van me gekregen. Ik gaf Rick een zoentje en toen zei hij: ‘Waarom Rick wel en ik niet?’ Nou, je kent me…”

Frank schudde zijn hoofden ik zag zijn lippen bewegen. “Rare Rooie…”
Geef dit verhaal een cijfer:  
5   6   7   8   9   10  
Klik hier voor meer...
Durf jij met oma te flirten?