Door: Keith
Datum: 27-02-2026 | Cijfer: 9.5 | Gelezen: 509
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 41 minuten | Lezers Online: 11
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 41 minuten | Lezers Online: 11
Vervolg op: Gonnie - 45: Dan Liever De Lucht In!
En Weer Terug Op Aarde...
Ik keek weer uit m’n eigen raampje en zag de Maas naar het zuiden slingeren. En het Julianakanaal er naast. En even later het sluizencomplex van Born! Met, iets ten zuiden ervan, het huis van Margriet en Abe, de ouders van Hans. En zo te zien had iemand heb gebeld: twee figuurtjes stonden in de achtertuin hevig te zwaaien. Rick ‘groette’ terug door het vliegtuig naar links en toen naar rechts over te laten hellen; daarna draaide hij een rondje om het huis en vloog richting ons huis. Daar stond natuurlijk niemand in de tuin, maar leuk was het wél om je ouderlijk huis in het echt vanuit de lucht te zien.
Ik tikte Cora op haar schouder en riep: “Jammer dat Rick vanochtend geen hartjes in het gras heeft gemaaid!” Ze grinnikte bij de herinnering. Toen Cora voor het eerst bij ons was geweest, zaten Annet en ik binnen met haar te kletsen. Rick moest het gras nog maaien; die avond werd er onweer verwacht. En de gek had met de motormaaier een groot hart in het gras gemaaid met de letters ‘C’ en ‘R’ aan weerszijden van de pijl. Na een tweede rondje ging het motortoerental weer omhoog en vlogen we terug naar het noorden. Hans mocht nu voorin kijken, daarna Gien en Henk als laatste. Toen Henk terugkwam passeerden we nét de Rijn bij Rhenen.
De Cuneratoren was zeer markant. Aan de rechterkant de Grebbeberg. Pieter wenkte mij, ik maakte mijn riem los en zette de 3e headset op. “Waar woont jouw vriendin exact?” Hij liet me een vliegerskaart zien, maar daar kon ik geen wijs uit. “Eén moment…” Ik pakte mijn telefoon. Google Earth deed weer goede diensten! En na even zoeken zette ik een elektronische speldenknop op Mariëtte’s huis. Hij vergeleek het beeld op de telefoon met zijn kaart en ik hoorde hem tegen Rick zeggen: “Koers 355 graden. Als we de A1 in zicht hebben dalen tot 400 voet.” “Roger”, was Rick z’n korte antwoord en de koers werd iets verlegd. Pieter keek me aan. “Blijf maar hier staan, dan kun je het huis aanwijzen. En kan Rick nog even van je parfum genieten…” Een grijns verscheen bij Rick. “Jaja, Pieter… en jij van het uitzicht?” “Vunzige kerels…” gromde ik.
De A1 kwam in zicht en ik zag dat we exact goed uitkwamen: bij parkeerplaats Palmpol. “Recht over het tankstation vliegen. Zie je die knik in de secundaire weg?” Rick knikte. “De boerderij net ten westen van die knik, dat is ‘m.” “Ik blijf op deze hoogte, ik zie nogal wat vee in de wei, Gon”, zei Rick. “Dat wil ik niet later schrikken.” “Oké. Goed van je.” Rick vloog een ruim rondje boven de boerderij. Er bewoog niets. Jammer… Frank trok aan m’n mouw en riep: “Ik heb Mariëlle net gebeld; ze ziet ons vliegen! Staat zelf met haar paard op het bruggetje van de Leemweg over de Hoevelakense Beek. Pál ten noorden van die camping. Heeft een fluoriserende oranje jas aan.”
Ik gaf de boodschap door aan de cockpitbemanning. Rick knikte. “Pal noord, zei je?” “Ja. Een meisje in een oranje jas op een groot zwart paard.” “Da’s niet zo moeilijk te vinden, denk ik…” We vlogen langs de camping en jawel: iets verderop, op een bruggetje: een zwart paard met iemand met een oranje jas en blonde haren: Ja, Mariëlle. niet te missen! Ze zwaaide enthousiast.
Rick ‘wuifde’ weer met de vleugels; Mariëlle wuifde terug. Rick zei: “Ik draai geen rondje om haar heen, Gon. Teveel vee hier in de wei.” Ik stak een duim op. “Dank je wel, Rick.” “Nou… Waarschijnlijk wordt het wel bijzonder gezellig in die hotelkamer vanavond, Rick.” Pieters stem klonk plagend. Rick keek opzij. “Solliciteer jij nou naar nóg zo’n zuigzoen? Je speelt met vuur, vriend. Mijn zussen zijn soms zo gek als een deur… Nou ja, Annet nu even niet, geloof ik, maar daar is die yoghurt debet aan.” Ik snoof. “Ik hang deze headset wel even terug. Dan kan Rick je even bijpraten over zijn zussen. Ik weet alleen niet of jullie brandstofvoorraad toereikend is om alle verhalen aan te horen…” Ik wachtte niet op commentaar, maar deed de headset af. En na een klopje op de schouders van beide heren ging ik weer zitten.
Even later passeerden we Nijkerk aan de linkerkant, toen het water over en na de bossen bij Zeewolde te zijn gepasseerd werd het landschap rechthoekig. Flevoland. Alle akkers en percelen als langs een liniaal aangelegd. Sjongejonge… Fantasieloos! Maar ja, wél efficiënt. En wat een windmolens… Honderden, zover je kon kijken. Rick maakte een flauwe bocht naar rechts en Pieter riep naar achteren: “We gaan zo landen op Lelystad! Koffie! En hun appelgebak is ook uitstekend!” Door het raam naast Frank ving ik een glimp van het vliegveld op, toen maakte Rick een scherpe bocht naar links en zette de landing in. We wipten over een drukke weg en even later raakten de wielen de grond. Geen gestuiter dit keer; de landingsbaan was strak asfalt.
Een stuk voorbij die rare verkeerstoren draaide Rick van de baan af, en ‘parkeerde’ het vliegtuig op een stuk gras helemaal voorbij alle hangars. De motor zwol nog even aan en verminderde toen in toeren tot hij zweeg. Er werden voorin nog een heleboel knopjes omgezet en dingen gecontroleerd, totdat beide heren uit de cockpit kwamen. “Zo. Welkom op Lelystad Airport!” Pieter wees. “We gaan koffiedrinken bij de Brandweer. Mijn ouwe maten. Daar ben ik ooit begonnen, als spuitgast allerlaagste klasse. En ze hebben, speciaal voor jullie, verse appeltaart gehaald. Bij de beste bakker in Lelystad.”
Ik trok de oordoppen uit m’n oren. “Héhé… Eindelijk die gele tampons uit…” Pieter trok de deur naar het achterste compartiment van de Colt open en zei, met een knipoog naar Annet: “Zal ik je herinnering aan Terlet hier in een afvalcontainer dumpen of wil je hem meenemen en inlijsten?” Annet trok een smerig gezicht. “Dump maar. Ik was al bang dat je dat zakje tijdens de vlucht al ergens naar buiten had gegooid en iemand mijn halfverteerde ontbijt op z’n kop had gekregen…”
Hij keek smerig. “Mevrouw, ik ben een nette piloot.” Hij ging ons voor naar de loods van de brandweer en deed de deur open. Twee mannen in vuile overalls waren bezig met een enorme brandweerwagen. Ze keken op. “Hé Piet! Ben je weer eens aan het sightseeën met die ouwe rammelkast? We zagen je binnenkomen…” Hij wees naar Rick. “Jullie zagen hém binnenkomen. Dit is Rick, afgelopen donderdag heeft hij z’n aantekening op de Colt gehaald. Bij de beste instructeur van Teuge natuurlijk…” Er klonken wat minachtende geluiden. “Maar je kwam natuurlijk voor de appeltaart, ouwe snoepert…” Ze trokken hun overalls uit en er onder kwamen redelijk nette brandweeruniformen tevoorschijn. “Komt u maar mee naar onze kantine, dames en heren…”
De koffie was prima, de appeltaart heerlijk. En na een aarzeling begon zelfs Annet te eten; eerst kleine hapjes, maar uiteindelijk verdween ook haar stuk compleet in haar maag. Hans zat het lachend aan te kijken. “Rick zou hier ook nog wat touch’s and go’s doen, toch? Dan zou ik nog wat maar zakjes losbedelen hier, schat.” Ze keek hem boos aan. “Die yoghurt van vanochtend was gewoon bedorven. Kan niet anders.” Een half uurtje later stond Rick op en bedankte het brandweerkorps voor de gastvrijheid, de koffie en de appeltaart. “Ik kom hier vaker landen, heren.” “Zorg nou maar dat je in Afrika je werk goed doet. Dan zijn wij tevreden”, was het antwoord.
We liepen weer naar het vliegtuig en stapten in. De motor werd gestart, ditmaal zonder veel gesputter. Logisch, het ding was nog warm. Rick z’n handen vlogen weer over alle instrumenten en even later reden we over de taxibaan naar de kop van de startbaan. Daar moesten we wachten. De reden kwam even later langs: een zakenjet landde. Gestroomlijnd, twee straalmotoren bij de staart, strak in de lak... Alles zo efficiënt mogelijk. Wát een verschil met het vliegtuig waar bij in zaten... Toen die zakenkist naar de taxibaan was verdwenen, reed Rick de Colt de startbaan op. Weer toerde de motor op en met een schok gingen de remmen los en we reden weer. En sneller… totdat de grond onder ons weg viel en we weer vlogen. Rick maakte een 180-graden bocht naar links en vloog evenwijdig aan het vliegveld. Toen wéér zo’n bocht en we daalden tot de wielen het asfalt raakten. We voelden het nauwelijks. De motor klonk weer harder en we stegen weer. Ik riep in Annet haar oor: “Gaat het?” Een duimpje kwam retour, en een gezicht met een brede lach. Mooi, die had het ook naar haar zin. En geen last meer van haar maag.
En Cora? Coor zat te genieten, duidelijk apetrots op haar vriend. Logisch… We maakten geen volgende doorstart meer. De Colt steeg tot duizend voet (Ik kon nét de hoogtemeter zien) en we vlogen, te oordelen aan de zon, naar het zuidoosten. Biddinghuizen kwam voorbij, de achtbanen van Walibi Flevo waren duidelijk te zien en even later vlogen we boven het Veluwemeer. Vanuit mijn raampje kon ik Harderwijk zien liggen, de koepel van het Dolfinarium duidelijk zichtbaar en glanzend in de zon. Hoeveel jaar was het geleden dat we daar waren geweest? Rick was nog ‘kleine Rickie’ en zat in de wandelwagen… Een jaar of twintig waarschijnlijk. Allemachtig… En nu vloog diezelfde Rick in een ouwe Russische dubbeldekker er langs… We vlogen verder over de Veluwe. Zandverstuivingen, heide en bos wisselden elkaar af. Ik was mijn oriëntatie kwijt. Het was allemaal groen onder ons. Totdat de motor minder toeren begon te maken en het bos werd afgewisseld met landbouwgrond. We daalden langzaam.
De A50 werd zichtbaar en ik wist dat we er nu bijna waren. De grond kwam steeds dichterbij en na weer zo’n 180-gradenbocht zette Rick het vliegtuig zonder schokken op het asfalt. We reden weer. Bijna een het einde van de baan liet Rick de kist héél snel de taxibaan opdraaien; Gien en Henk, die helemaal achterin zaten, kregen een behoorlijke opduvel. En nog een klein stukje taxiën en we stopten weer voor de hangar van de MAF. En met een laatste rochel zweeg de motor. Pieter keek achterom en gebaarde dat de oordoppen uit konden. Ja, slimpie, dat hadden we zelf ook wel door… Hij liep naar achteren en maakte de deur open.
“Zo. Nu nog even een korte evaluatie in de mess van de MAF”, zei hij. Waarop Cora bitste: “Mess is een Engels woord voor ‘vieze bende’ en MAF zijn een aantal lieden inderdaad, heb ik gemerkt!” Pieter keek verontwaardigd. “En jij bent het vriendinnetje van de piloot die ik vandaag moet evalueren? Ga zo door en de verkering is over een half uurtje voorbij, jongedame. Als Rick moet kiezen tussen vliegen en jou, dan weet ik het wel…” “Wij ook, Pieter”, zei Gien rustig. “Dan blijft die kist voortaan hier staan, dat weten wij zeker.” Pieter zuchtte. “Nou, dan zal ik ‘m maar niet voor de keuze stellen. Geen zin om de MAF een goeie piloot door de neus te boren.” Hij keek Cora aan. “Want dat is hij, jongedame. Als je een bokkige kist als een An-2 kan vliegen zoals hij vandaag gedaan heeft…”
Cora glom en toen Rick als laatste uitstapte vloog Coor hem om de nek. “Hé, lekkere piloot van me…” Pieter gniffelde. “Kóm, naar binnen.” We kregen wat te drinken aangeboden en een mevrouw van de MAF vertelde wat bijzonderheden over het werk, terwijl Rick en Pieter in een kantoortje ‘nog wat administratie’ moesten doen. Een kwartier later waren ze daarmee klaar en was Rick z’n gezicht één brede smile. “Afgelopen donderdag kreeg ik mijn certificaat op de Colt en mocht ik de kist ‘officieel’ vliegen. Vandaag was in feite een controlevlucht, met Pieter erbij om me nog wat te leren, indien nodig. En Pieter gaf me net een enorm compliment over hoe ik vandaag gevlogen had.” Pieter vulde aan: “En daar is niets aan gelogen. Ik ben best wel een strenge instructeur, maar zoals jullie vriend, broer en zoon vandaag gevlogen heeft… Meer dan uitstekend. Jullie mogen trots op hem zijn.” Hij zweeg even en zei toen met een lachje: “En nu moet ik een goeie smoes verzinnen voor die zuigplek in m’n nek…” Hij keek mij kort aan en ik lachte hem uit. We gaven Rick een hand. “Gefeliciteerd broertje”, hoorde ik Annet zeggen. “Ondanks dat ik over m’n nek ging boven Terlet was het een mooie vlucht.” Achter elkaar bedankten we Rick.
En die keek Annet en mij aan. “Een paar jaar geleden had ik jullie iets beloofd, meiden. Dat ik een looping zou draaien in een 737, als ik jullie aan boord had. Nou was dit geen Boeing 737 maar een An-2 en ik heb géén looping gedraaid, maar ik heb Annet toch maar mooi aan het kotsen gekregen. Gon neem ik de volgende keer wel voor m’n rekening.” An en ik keken elkaar aan. “Zullen we dat irritante puberjong weer eens een lesje leren, net als vroeger?” Gien deed een stap naar voren. “Niks ervan, krengetjes. Volgende week moet Rick fris en fruitig in Afrika aankomen. En niet half-invalide. Dus: dimmen jullie!” Ja, verdorie… Volgende week vrijdag moest hij weer weg; dan zat z’n verlof er op… Na het afscheid van de rest klommen Frank en ik weer in de Volvo om naar Schaarsbergen te rijden. We hadden aan de anderen aangeboden om in Schaarsbergen nog een ‘tussenstop’ te doen, maar dat was niet aanvaard. Rick had gezegd: “Dank voor het aanbod, zus, maar ik ben nogal kapot. Als we in Born aankomen tuimel ik in m’n bedje. Die Colt vliegen vereist nogal wat spierkracht.” Tijdens de terugrit was het stil in de auto en dat viel Frank ook op.
“Hé mooie Rooie… Is er wat?” “In feite wel, Frank. Volgende week is Rick weer in Afrika. En ja, ik weet dat hij daar zelf voor gekozen heeft en Coor staat er ook helemaal achter, maar het blijft wel m’n broer. Ik zal ‘m missen, schat.” Frank keek voor zich uit en zei even later op zijn kenmerkende, rustige manier: “Het is goed om te horen dat je hem gaat missen, Gon. Teken dat het tussen jullie wel goed zit. Maar hij gaat daar niet op vakantie; hij moet daar hárd werken. Om lui te helpen die dat heel hard nodig hebben. Ik weet uit ervaring hoe dat is, weet je nog? En het feit dat Rick dat wil doen, zet hem mijlenver apart van de aspirant piloten die na hun opleiding in Europa blijven hangen en bij elke maatschappij bedelen om te mogen vliegen. Wees trots op ‘m.” “Dat bén ik ook, Frank. Toen ik hem bezig zag in die cockpit, achter al z’n metertjes en knopjes… Zijn handen die geroutineerd over dat instrumentenpaneel gingen… Ik was rázend trots op hem. Onze broer. En juist daarom zal ik hem missen. Begrijp je dat?”
“Natuurlijk. Ik zal ‘m ook missen, want het is een hele toffe vent. Ik denk dat we Cora maar vaak moeten uitnodigen om in Schaarsbergen bij te kletsen en als meiden samen te giebelen.” Ik legde een hand op zijn arm. “Lief…” En hij vervolgde: “En als ik dan een keertje op de bank moet slapen: ach, ik ben erger gewend.” Ik keek hem aan. “Zou je dat willen? Op de bank slapen als Coor en ik beneden…” Hij knikte. “Od Annet er ook bij... Cora en Annet zijn beiden ook hele toffe meiden. En ik weet dat An, jij en Coor hartsvriendinnen van elkaar zijn en daar ben ik blij mee. Hij grinnikte. “Hans en ik zoeken dan wel een visstekkie in de buurt.” Ik bromde: “Een visstekkie in de buurt, zegt meneer. Terwijl er in de verre omtrek geen watertje te vinden is waar vis in zou zitten.” “Nou ja, dan vinden we wel een ander plekje om rustig, zonder gegiebel, te kunnen kletsen. In Arnhem, op de Korenmarkt bijvoorbeeld…”
Ik gromde. “En jij denk daar zonder gegiebel te kunnen kletsen? In hét uitgaanscentrum van Arnhem, zijnde de Korenmarkt? Dit meisje is niet helemaal gek, hoor. Op de Club genoeg verhalen over die plek gehoord.” Frank grinnikte. “Verdorie… Denk je goeie smoes te hebben om jezelf én je zwager eens ongelimiteerd vol te kunnen laten lopen, blijkt mevrouw die locatie óók al te kennen. Alleen van de verhalen, schat? Of ook fysiek?” “Van de verhalen. En dat was genoeg om te beslissen dan ‘fysiek’ niet nodig was. Arnhem had al genoeg eigen problemen zónder de zusjes Peters.” “Daar zal burgemeester Marcouch het ongetwijfeld van harte mee eens zijn, schoonheid.” Ik antwoordde niet, kéék alleen maar en Frank wist genoeg.
Toen we korte tijd later de Koningsweg op reden vroeg hij: “En wat gaan we eten vandaag?” Ik trok mijn voorhoofd in rimpels. “Moeilijke vraag. Ik heb absoluut geen zin om te koken. Vanavond wil ik dom op de bank hangen, eventueel foto’s van vandaag uitzoeken en lekker op tijd naar bed gaan. Ondanks dat ik geen An-2 heb gevlogen ben ik best wel moe.” “Oké. Dan halen we nú iets te eten op bij Snackbar De Pitstop. Eten we dat thuis lekker op, gaan naar keuze bankhangen of foto’s kijken en op tijd naar bed. Oké?” Ik knikte. “Maar… Waar is die Pitstop?” “Daar komen we elke dag langs als we naar Ede rijden, schat. Op die T-splitsing richting Papendal.” “Oh ja…” We reden de Kemperbergweg dus voorbij en stopten even later op de parkeerplaats van de snackbar. En daar was het druk. Teken van een goede locatie. We bestelden frites speciaal en ieder een kroket. “Sla hebben we thuis nog wel, en bovendien is mijn maag die appeltaart uit Lelystad nog een het verteren, schatje.” Frank gniffelde. “Nog een gelukje dat het alleen die appeltaart is en niet de yoghurt met cruesli uit Born.” Ik trok een smerig gezicht. Arme Annet…
Met de patat goed in papier en een doos verpakt reden we naar huis. En daar gooide Frank de patat tóch nog even in de airfryer. “Nog even laten oppiepen. Ander ben je halverwege en is de friet koud. Geen zin in.” Ik maakte ondertussen de sla klaar en we gingen aan tafel. Het was lekker en we besloten de maaltijd met een kop koffie. “Zo. En nu die foto’s, Frank. Ik stel voor dat we die beneden kijken. Lekker decadent op bed liggend op een groot beeldscherm.”
Hij keek me over de tafel aan. “Wat heb jij lekkere ideetjes, Gon. Trek jij dan ook wat anders aan? Iets wat meer bij een slaapkamer past? Ik keek hem nuffig aan. “Je bedoelt een slobberpyjama? Sorry, die ligt nog in Renkum. Speciaal gekocht voor de overbuurman.” Hij gniffelde. “Hang die dan op. Voor je slaapkamerraam, op een hangertje. Dan heeft hij nog iets om aan je te denken als je verhuisd bent.” Ik keek nu ronduit boos. “Echt niet! Ik een stuk kleding opofferen om meneer de Hooghe een paar prettige momentjes te bezorgen? Hij zou er zomaar in kunnen blijven… En dan vindt zijn vrouw hem, met zijn broek op zijn enkels, levenloos ineengezakt bij zijn slaapkamerraam met zijn verrekijker naast zich. En mevrouw kijkt dan naar de overkant, ziet mijn pyjama hangen en weet dan meteen hoe laat het is… Káppen met die stomme ideeën van je, Frank Veenstra! Naar beneden jij!”
Weer dat lachje om zijn mondhoeken. “Je trapt er ook elke keer weer in, hé schat…” “Ja. En jij hebt een hele morbide fantasie.” “Je gebruik van taal is er op vooruit gegaan, Gon. ‘Morbide’ hangt samen met de dood. Best wel toepasselijk in deze context.” “Niet zo gek met jou in de buurt, idioot. Nou, gaan we nog foto’s kijken of…?”
Beneden koppelde hij zijn fototoestel met een kabeltje aan het scherm. De eerste foto’s verschenen: Rick en Pieter tijdens hun intropraatje, het vliegtuig op de achtergrond zichtbaar. Een paar foto’s van het vliegtuig zelf. Foto’s van de cockpit, met Rick achter zijn stuur… Of heette het toch knuppel? Ons huis vanuit de lucht. “Je mag je auto wel eens poetsen, Gon. Ik zie wat vlekjes op het dak.” “Het zullen wel vlekjes op je lens zijn, meneer Veenstra. Spetters van je laatste zaadlozing, toen Gonnie weer eens in spectaculaire kleding voor je stond. Of juist zónder die spectaculaire kleding. In ieder geval niét op het dak van mijn Golf, ben jij gek.” “Morgenochtend auto-inspectie”, kondigde hij droog aan. Foto’s van Cora’s huis, foto’s van mijn ouderlijk huis… Mooie plaatjes van ‘Nederland vanuit de lucht’: de Maas, slingerend door het landschap met op de achtergrond de koeltorens van de Clauscentrale bij Roermond; de Waal met binnenvaartschepen en een groot, grijs gebouw op de Noordelijke oever. “Wat is dat, Frank?” “De voormalige kerncentrale bij Dodewaard. Nu buiten gebruik als centrale, maar er ligt nog steeds radioactief spul binnen. Vroeger stond er ook nog een hoge schoorsteen naast, maar die is nu weg. Kun je nagaan: in de jaren ’80 was dit een plaats van hele grote demonstraties. Duizenden mensen kwamen hierheen om tegen kernenergie te demonstreren. En nu, veertig jaar later, waar hebben we het over? De plaats voor nieuw te bouwen kerncentrales.”
Hij zuchtte. “Het zal wel weer neerkomen op typsch Nederlandse ‘NIMBY’- rechtszaken.” Ik trok een wenkbrauw op. “Wát voor rechtszaken?” “NIMBY. Not In My BackYard. Oftewel: ja, prima dat we die dingen bouwen, maar niet in mijn buurt. Net als windmolens.” Hij keek geërgerd. “Een tijd geleden hoorde ik op de radio een interview met een mevrouw die in Harderwijk woonde, aan het Veluwemeer. En die klaagde over het uitzicht. ‘Het had zo mooi kunnen zijn…’, zei ze. ‘Uitzicht over het water, met de polder en Zeewolde op de achtergrond. En nu wordt dat uitzicht verziekt door al die windturbines…’ Het mens woonde er net twee jaar. En die windturbines staan, zeker in Flevoland, al jáááren. Ik heb het eens opgezocht: de afstand van Harderwijk tot Zeewolde is ongeveer 5 kilometer. En mevrouw klaagde dat ze ’s nachts ook last had van het geluid. Dan moet je wel héle goeie oren hebben, én de wind moet uit het zuidwesten komen. Héél misschien dat je ze dan hoort, als er tenminste geen auto door je straat rijdt. Stom mens. Het laatste wat ze zei wat dat dat uitzicht de verkoopprijs van haar huis liet kelderen. En dáár ging het hele jankverhaal dus om…”
Ik stootte hem aan. “Hé! We zijn foto’s aan het bekijken. Mooie foto’s van een leuke dag. En jij zit de sfeer te vergallen met stomme praat over mijn slobberpyjama en ergernissen over een radioprogramma van een tijdje terug. Kap daar eens mee, Frank Veenstra! En by the way: ik heb nog geen enkele foto gezien van jouw lieftallige vriendinnetje! Hoe heette dat lieve meisje ook alweer? Oh ja: Gonnie Peters.” “Dat komt omdat ze vandaag geen rokje aan had. Had ze dat wél aangehad, ja, dan was de SD-kaart voordat we Terlet hadden bereikt al vol geweest…” “Foto’s maken van Gon in een rokje doe je maar in je eigen tijd. Volgende foto!” De Betuwe: een zeer gemengd landschap met kleine percelen grasland, afgewisseld met boomgaarden en doorsneden met kronkelwegen. De Rijn: ook kronkelend met vervolgens de Utrechtse Heuvelrug.
En even later: Terschuur, de boerderij van Mariëlle d’r ouders! En de volgende foto’s: Mariëlle op haar paard, hevig zwaaiend! “Dat zal ze leuk vinden, Frank!” Hij knikte. “Ik hoop alleen dat ze door haar capriolen niet van dat paard is afgedonderd. Hoe heette dat beest ook alweer? Harvard toch? Moet wel een bijzonder slim paard zijn… Nou ja, als je alleen Mariëlle op je rug duld en de rest kan barsten… Ja, dan ben je wel slim, ja.” Hij keek me aan en vroeg: “Wat heb ik nú weer verkeerd gezegd?” “Dat weet je donders goed, meneer Veenstra!” Ik keek dreigend. “Sinds dat jij Mar in haar badtenue hebt gezien en na een paar foto’s van die dag waarin ik haar heb aangekleed… Volgens mij kijk jij nu op een andere manier naar onze lieve collega als na de dagen waarop je haar alleen maar gezien had als een grijze, ijverig notulerende, muis in de vergaderkamer van de Weever-&-zoon-in-de-bajes!”
Hij knipoogde. “Ja schat, je hebt gelijk. Mariëlle is omgetoverd tot een hele knappe jongedame en verdomd, ik zou liegen als ik zei dat ik dat niet zag.” Ik leunde tegen hem aan. “En dat is prima. En je mag haar ook best vertellen dat ze er leuk uitziet. Goed voor haar zelfvertrouwen: een compliment van de knapste vent uit Schaarsbergen.” “En dát is dan weer goed voor mijn zelfvertrouwen, schoonheid. Een compliment van het knapste meisje uit Renkum.” “Nou, als ik dan weer eens een compliment van Mariëlle krijg… Dan is de cirkel weer rond. Iedereen tevreden. Wat is de wereld soms simpel…” De volgende foto’s lieten de Gelderse Vallei zien, en vervolgens Flevoland. “Hier is niks aan, Gon. Rechttoe, rechtaan. Alsof er een liniaal en een waterpas langs is gelegd. Fantasieloos.” “Die gedachte kwam ook bij mij op, Frank. Maar goed, in de tijd van de aanleg van Flevoland ging het ook om efficiëntie. Hoe halen we zoveel mogelijk voedsel uit de grond? Want Nederland moest minder afhankelijk worden van voedsel uit het buitenland… En raad eens? Nu, 40 jaar later, exporteren we het meeste voedsel wat hier verbouwd wordt…”
Hij knikte. “Wij de shit, letterlijk, in de vorm van mest, en het buitenland de groenten, de melkpoeder, het fruit en het vlees. En vergeet de bloemen niet. Die geven geen mest, maar vereisen wél veel bestrijdingsmiddelen, zoals Roundup. Ondertussen een bewezen veroorzaker van de ziekte van Parkinson.” “Nu zitten we alwéér te filosoferen, Frank. In plaats van simpel foto’s te kijken…” Hij humde. Vliegveld Lelystad kwam in beeld. De hangar van de brandweer en zowaar: een foto van mij, terwijl ik net een stuk appeltaart naar binnen schoof! “Lekker charmant, hoor. Kan zó op Instagram of Facebook. Met als onderschrift: ‘Gon zit haar degelijkse lunch naar binnen te proppen.’ U wordt bedankt, meneer Veenstra!” “Sorry schat. Een foto van Annet was minder spectaculair. Die at op dat moment nog van die muizenhapjes… Alsof die appeltaart óók bedorven was.” Ik bromde wat.
Even later een hele leuke foto van Rick, terwijl hij iets stond uit te leggen. Een brede lach, zijn ogen die de lach weerspiegelden en Cora er vlak naast staand, trots naar hem kijkend. En achter hen de Colt, helemaal zichtbaar. “Die foto gaan we inlijsten en opsturen, Frank! Professioneel laten afdrukken, in een mooie lijst en aan hem geven voor hij vertrekt. En Coor dezelfde foto in eenzelfde lijst. Oké?” Hij keek me aan. “Jij hebt soms best goede ideetjes, Gon…” Ik knikte. “Ja. En kun je eens inzoomen? Dan kunnen we kijken of die foto écht scherp is…” Daar mankeerde niets aan. “We moeten daar wel snel mee zijn, schat. Vrijdag vertrekt hij.” Ik knikte. “Maandag breng ik ze wel naar Ede. Daar zit zo’n foto-afdrukbedrijf. Dan zijn ze dinsdag klaar, ingelijst en wel. Tijd zat.” De volgende foto’s waren boven de Veluwe genomen: groen, groen en nog eens groen met links en rechts een heideveld of een eenzame boerderij met een paar stukjes landbouwgrond. En de laatste vlak voor Teuge, terwijl Rick evenwijdig aan de landingsbaan vloog, vlak voor de ‘final approach’.
Ik keek naar Frank. “Mooi, schat. Je hebt goed je best gedaan.” Hij knikte. “Het was ook leuk. En interessant. Dat zo’n lomp ding überhaupt van de grond komt…” “Zeker met zo’n lompe piloot…” giebelde ik. Frank sloeg boven de foto’s op en ik nam de foto van Rick en Cora over op een USB-stick, die in mijn tasje ging. En ondertussen was het zeven uur geworden. ‘Pinggg’ Een appje van Cora. Met een hele mooie foto van Frank en mij, staand voor de Colt. Niet geposeerd, maar lekker spontaan. En Frank met zijn glimlachje, naar mij kijkend. Mijn haren glanzend in de zon en met een lach op mijn gezicht. “Oei mevrouw Peters… Dit is wel een héle charmante foto van u. Ondanks dat u een strakke spijkerbroek draagt…” “Jij doet het ook niet verkeerd op dit plaatje, mooie vent. Ik zie dat beginnende lachje in je mondhoeken. Een lachje waar ik in recordtijd vreselijk verliefd op ben geworden.”
Ik leunde tegen hem aan en voelde de verliefdheid bezit van me nemen. Verliefdheid? Zeg maar gerust het verlangen om vreselijk hevig met hem te vrijen! “Frank…” “Hmm?” “Ik ga naar beneden en kleed me om. Dan kun jij naar Gonnie kijken als ze wél een rokje aan heeft. Of niet. In ieder geval mooie, sexy lingerie. En ik wil dat je daar mooie foto’s van maakt. Zodat je in je B&B in Bremerhaven iets hebt om naar te kijken.” Ik kuste hem. “Cadeautje. Voor jou, van je sexy meisje.” “Daar zeg ik nooit nee tegen, Gon. Dat worden spectaculaire foto’s!” Ik knikte. “Ja. Voor jou.” Ik zoende hem nog een keer. “Ik roep je wel. Of ik kom boven. Weet ik nog niet. Maak je camera alvast maar klaar, schatje.”
Ik liep eerst naar de douche. Even de lucht van vliegtuigbrandstof van me afspoelen… Ik kon me tenminste niet voorstellen dat Frank opgewonden zou worden van de lucht van slecht verbrande kerosine. Broek, bloes en vestje in de was; die stonken. “Frank! Ga jij zo meteen ook even douchen? Onze kleren stinken nogal naar vliegtuig!” Ik hoorde hem lachen.
“Als ik die dan aantrek als we weer eens naar Born gaan… Zal Cora wel op prijs stellen.” Ik stak mijn hoofd om de kamerdeur. “Je bent een vunzig mannetje, Frank. Mijn lieve schoonzusje zó verleiden?” Voor hij kon reageren sloot ik de deur weer. Rotzakje… Douchen! En m’n haren ook wassen, want als het in m’n kleren zat, zat die geur ook in m’n haar. Tien minuten later stond ik m’n haren droog te föhnen. Want met kliedernatte haren op de foto, dat gaat me niet gebeuren. Nou ja… Bepaalde haartjes misschien wel…”
Naar beneden. En wat zou ik aantrekken? Panty: ja natuurlijk. Frank werd er helemaal gek van en ik ook, als ik eenmaal in de stemming was. Een dun roze slipje er overheen. Bijpassende BH. In mijn weekendtas zat nog die rode blouse. Lekker dun met transparante mouwen. Het korte plissérokje aan en m’n hoge pumps. Ik keek in de spiegel: Ja, lekker sexy. En zo voelde ik me ook. Even opmaken: een klein beetje oogschaduw, wat rouge op m’n wangen, eyeliner. En uiteindelijk parfum op m’n polsen en op m’n bovenbenen. Zo liep ik weer naar boven. Frank stond al onder de douche. “Trek jij ook iets leuks aan, Frank?” “Doe ik! Val niet steil achterover als je me ziet!” Hmmm… We zullen wel eens zien wie er als eerste steil achterover zou vallen, meneer Veenstra. Mooie bluffert.
Ik liep naar buiten en veegde alle dennennaalden van het bankje af. Dáár konden we ook wel mooie foto’s maken; het was er nog licht genoeg voor. Toen Frank naar buiten kwam, moest ik fluiten. Nette broek, een mooi lichtblauw overhemd met twee knoopjes open, nette schoenen… En hij rook lekker naar zijn aftershave. “Hé mooie fotograaf… Ga jij wat leuke foto’s van dit meisje maken?” Hij bekeek me van top tot teen en zuchtte. “Ik hoop dat de lens bestand is tegen al die charme en niet gelijk barst als ik scherp stel… Gon je ziet er heerlijk uit. ‘Sexy’ is een verkeerd woord; ‘verleidelijk’ is een stuk beter. Ik ben geneigd om dat fototoestel op mijn bureau te leggen en je nú mee naar beneden te sleuren om je gruwelijk aan te randen…” Ik legde een hand op zijn arm.
“Niks ervan meneer. Want dan zit je in Bremerhaven nutteloos op je telefoon te kijken en te denken: ‘Had ik nou toch maar eerst leuke foto’s van Gonnie Peters gemaakt… Dan had ik nu inspiratie gehad om het glazuur van de wasbak aan gort te spuiten…' Hij keek me één seconde stomverbaasd aan en schoot toen in de lach. “Het glazuur van… Hahaha… Rare Rooie! Soms ben jij ook helemaal… Nou ja, daar is vriend Pieter vandaag ook achter gekomen.” Ik bromde: “Klopt. Maar dié gaat geen leuke foto’s van dit meisje krijgen. En nou: kom op meneer de fotograaf! Aan het werk.”
Plotseling keek ik gespeeld sip. “Alleen… Hoe moet ik u betalen?” Hij trok me tegen zich aan en streelde over mijn billen. “Dat mag in natura vandaag, mooie dame.” Ik snoof. “Ergens voel ik dat er iets niet klopt. Tot een paar jaar terug moesten de heren grof geld betálen om Gonnie uit de kleren en in bed te krijgen; nu moet ik met jou in bed om een schuld af te lossen. Wáár is het fout gegaan?” Zijn hand gleed nu onder mijn rokje. “Dat noemen ze nou ‘markteconomie’, Gonnie. Vraag en aanbod. ‘Need-and-Demand’. Hebben ze jullie dat in Utrecht niet geleerd? Of hebben jullie tijdens die colleges liggen dommelen?” Ik keek hem indringend aan. “Pas je op? Anders zal ik jou eens ‘aanbieden’ om een enorme pets op je kont te krijgen, iets waar je nu om ‘vraagt’, Frank Veenstra!” Hij lachte. “Lekker stuk van me… Kom hier, ik wil eerst lekker met je knuffelen, zodat we…”
Ik bromde: “Vooruit dan maar. Ik doe wel een aanbetaling van 10 procent op de te leveren diensten. Dat lijkt me een billijk bedrag.” Ik trok hem naar me toe en knuffelde hem. “Streel maar over mijn lekkere billetjes… Vind ik heerlijk, Frank. Zoals jij dat doet… Kom ik lekker van in de stemming, schat.” ‘In de stemming’ was een understatement… Ik werd gewoon geil!
En dat gevoel had ik eerder gehad, ook bij een fotograaf: toen er foto’s gemaakt werden voor de site van de Club. Een jonge vent, aanstormend talent, was gevraagd om die foto’s te maken. Van alle meiden op de club. En Annet en ik werden er, toen we op de club aankwamen, een beetje door overvallen. “Vandaag? Foto’s? Oh…” En de eigenaresse had gezegd: “De andere meiden gaan eerst. Als jullie nou even lekker in bad gaan, even ontspannen… Rond een uur of zes zijn jullie aan de beurt. En dan wil ik graag twee bloedmooie dames zien!” En in het heerlijk brede bad hadden An en ik letterlijk van ‘spetterende seks’ genoten! Allebei waren we bloedgeil geweest. En na het afdrogen en aankleden waren we nog steeds geil, en dat was aan de foto’s te zien geweest. Wij waren beiden best trots op die foto’s geweest: het was bijna ‘kunst’.
En die fotograaf had het ook wel kunnen waarderen; die had tijdens het maken van de foto’s de opmerking gemaakt: “Ik blijf voor de veiligheid maar hier, dames. Veilig achter mijn schermpje. Als ik jullie ‘live’ zie, sta ik niet voor de gevolgen in!” En toen hij gereed was, hadden we hem lief gevraagd om eens bij ons op bed te komen liggen… En hij was een uur lang door ons vertroeteld, wat duizend euro in de kosten scheelde voor de eigenaresse van de Club. En die bekende eerlijk, toen de knul vertrokken was, dat ze niet voor niets ons als laatste liet fotograferen. ‘Ik ken jullie ondertussen een beetje, meiden!’ We hadden er hartelijk om gelachen; het tekende de sfeer in de Club.
'Jij matst ons, wij matsen jou.' En die fotograaf stond een jaar later weer op de stoep… Alleen was het toen een ander meisje wat een deel van de rekening ‘in natura mocht voldoen’. En die vond dat ook niet zo erg… Al die gedachten schoten in een flits door mijn hoofd terwijl Frank me zoende en streelde. Zijn hand gleed over mijn bovenbenen… En er tussen… Hij streelde mijn sterretje zachtjes: héérlijk! “Oh, lekkere vent… Hier geniet ik van! Lekker tussen mijn billen strelen…” Ik voelde hem lachen.
“En als ik nou ook nog eens op je oor zuig, geile dame?” “Hmmm… Dan moet ik, nog vóór dat er ook maar één foto is gemaakt, al een ander rokje aantrekken, mooie lover…” “Dat zou ik vreselijk jammer vinden…”, hoorde ik in mijn oor, en hij zoog even aan mijn oorlelletje. Ik bromde. “Geile verleider.” Toen duwde ik hem zachtjes weg. “Frank… Ik wil me helemaal aan je laten zien, schatje. Zodat je straks maar één ding wilt: me op bed gooien en samen vreselijk klaarkomen. Wil je dat ook?”
In zijn ogen las ik zijn antwoord al en ik hoorde: “Dat lijkt me heerlijk, lieve Gonnie Peters…”
Ik trok een nuffig gezichtje. “Nou, aan ’t werk dan!”
Ik tikte Cora op haar schouder en riep: “Jammer dat Rick vanochtend geen hartjes in het gras heeft gemaaid!” Ze grinnikte bij de herinnering. Toen Cora voor het eerst bij ons was geweest, zaten Annet en ik binnen met haar te kletsen. Rick moest het gras nog maaien; die avond werd er onweer verwacht. En de gek had met de motormaaier een groot hart in het gras gemaaid met de letters ‘C’ en ‘R’ aan weerszijden van de pijl. Na een tweede rondje ging het motortoerental weer omhoog en vlogen we terug naar het noorden. Hans mocht nu voorin kijken, daarna Gien en Henk als laatste. Toen Henk terugkwam passeerden we nét de Rijn bij Rhenen.
De Cuneratoren was zeer markant. Aan de rechterkant de Grebbeberg. Pieter wenkte mij, ik maakte mijn riem los en zette de 3e headset op. “Waar woont jouw vriendin exact?” Hij liet me een vliegerskaart zien, maar daar kon ik geen wijs uit. “Eén moment…” Ik pakte mijn telefoon. Google Earth deed weer goede diensten! En na even zoeken zette ik een elektronische speldenknop op Mariëtte’s huis. Hij vergeleek het beeld op de telefoon met zijn kaart en ik hoorde hem tegen Rick zeggen: “Koers 355 graden. Als we de A1 in zicht hebben dalen tot 400 voet.” “Roger”, was Rick z’n korte antwoord en de koers werd iets verlegd. Pieter keek me aan. “Blijf maar hier staan, dan kun je het huis aanwijzen. En kan Rick nog even van je parfum genieten…” Een grijns verscheen bij Rick. “Jaja, Pieter… en jij van het uitzicht?” “Vunzige kerels…” gromde ik.
De A1 kwam in zicht en ik zag dat we exact goed uitkwamen: bij parkeerplaats Palmpol. “Recht over het tankstation vliegen. Zie je die knik in de secundaire weg?” Rick knikte. “De boerderij net ten westen van die knik, dat is ‘m.” “Ik blijf op deze hoogte, ik zie nogal wat vee in de wei, Gon”, zei Rick. “Dat wil ik niet later schrikken.” “Oké. Goed van je.” Rick vloog een ruim rondje boven de boerderij. Er bewoog niets. Jammer… Frank trok aan m’n mouw en riep: “Ik heb Mariëlle net gebeld; ze ziet ons vliegen! Staat zelf met haar paard op het bruggetje van de Leemweg over de Hoevelakense Beek. Pál ten noorden van die camping. Heeft een fluoriserende oranje jas aan.”
Ik gaf de boodschap door aan de cockpitbemanning. Rick knikte. “Pal noord, zei je?” “Ja. Een meisje in een oranje jas op een groot zwart paard.” “Da’s niet zo moeilijk te vinden, denk ik…” We vlogen langs de camping en jawel: iets verderop, op een bruggetje: een zwart paard met iemand met een oranje jas en blonde haren: Ja, Mariëlle. niet te missen! Ze zwaaide enthousiast.
Rick ‘wuifde’ weer met de vleugels; Mariëlle wuifde terug. Rick zei: “Ik draai geen rondje om haar heen, Gon. Teveel vee hier in de wei.” Ik stak een duim op. “Dank je wel, Rick.” “Nou… Waarschijnlijk wordt het wel bijzonder gezellig in die hotelkamer vanavond, Rick.” Pieters stem klonk plagend. Rick keek opzij. “Solliciteer jij nou naar nóg zo’n zuigzoen? Je speelt met vuur, vriend. Mijn zussen zijn soms zo gek als een deur… Nou ja, Annet nu even niet, geloof ik, maar daar is die yoghurt debet aan.” Ik snoof. “Ik hang deze headset wel even terug. Dan kan Rick je even bijpraten over zijn zussen. Ik weet alleen niet of jullie brandstofvoorraad toereikend is om alle verhalen aan te horen…” Ik wachtte niet op commentaar, maar deed de headset af. En na een klopje op de schouders van beide heren ging ik weer zitten.
Even later passeerden we Nijkerk aan de linkerkant, toen het water over en na de bossen bij Zeewolde te zijn gepasseerd werd het landschap rechthoekig. Flevoland. Alle akkers en percelen als langs een liniaal aangelegd. Sjongejonge… Fantasieloos! Maar ja, wél efficiënt. En wat een windmolens… Honderden, zover je kon kijken. Rick maakte een flauwe bocht naar rechts en Pieter riep naar achteren: “We gaan zo landen op Lelystad! Koffie! En hun appelgebak is ook uitstekend!” Door het raam naast Frank ving ik een glimp van het vliegveld op, toen maakte Rick een scherpe bocht naar links en zette de landing in. We wipten over een drukke weg en even later raakten de wielen de grond. Geen gestuiter dit keer; de landingsbaan was strak asfalt.
Een stuk voorbij die rare verkeerstoren draaide Rick van de baan af, en ‘parkeerde’ het vliegtuig op een stuk gras helemaal voorbij alle hangars. De motor zwol nog even aan en verminderde toen in toeren tot hij zweeg. Er werden voorin nog een heleboel knopjes omgezet en dingen gecontroleerd, totdat beide heren uit de cockpit kwamen. “Zo. Welkom op Lelystad Airport!” Pieter wees. “We gaan koffiedrinken bij de Brandweer. Mijn ouwe maten. Daar ben ik ooit begonnen, als spuitgast allerlaagste klasse. En ze hebben, speciaal voor jullie, verse appeltaart gehaald. Bij de beste bakker in Lelystad.”
Ik trok de oordoppen uit m’n oren. “Héhé… Eindelijk die gele tampons uit…” Pieter trok de deur naar het achterste compartiment van de Colt open en zei, met een knipoog naar Annet: “Zal ik je herinnering aan Terlet hier in een afvalcontainer dumpen of wil je hem meenemen en inlijsten?” Annet trok een smerig gezicht. “Dump maar. Ik was al bang dat je dat zakje tijdens de vlucht al ergens naar buiten had gegooid en iemand mijn halfverteerde ontbijt op z’n kop had gekregen…”
Hij keek smerig. “Mevrouw, ik ben een nette piloot.” Hij ging ons voor naar de loods van de brandweer en deed de deur open. Twee mannen in vuile overalls waren bezig met een enorme brandweerwagen. Ze keken op. “Hé Piet! Ben je weer eens aan het sightseeën met die ouwe rammelkast? We zagen je binnenkomen…” Hij wees naar Rick. “Jullie zagen hém binnenkomen. Dit is Rick, afgelopen donderdag heeft hij z’n aantekening op de Colt gehaald. Bij de beste instructeur van Teuge natuurlijk…” Er klonken wat minachtende geluiden. “Maar je kwam natuurlijk voor de appeltaart, ouwe snoepert…” Ze trokken hun overalls uit en er onder kwamen redelijk nette brandweeruniformen tevoorschijn. “Komt u maar mee naar onze kantine, dames en heren…”
De koffie was prima, de appeltaart heerlijk. En na een aarzeling begon zelfs Annet te eten; eerst kleine hapjes, maar uiteindelijk verdween ook haar stuk compleet in haar maag. Hans zat het lachend aan te kijken. “Rick zou hier ook nog wat touch’s and go’s doen, toch? Dan zou ik nog wat maar zakjes losbedelen hier, schat.” Ze keek hem boos aan. “Die yoghurt van vanochtend was gewoon bedorven. Kan niet anders.” Een half uurtje later stond Rick op en bedankte het brandweerkorps voor de gastvrijheid, de koffie en de appeltaart. “Ik kom hier vaker landen, heren.” “Zorg nou maar dat je in Afrika je werk goed doet. Dan zijn wij tevreden”, was het antwoord.
We liepen weer naar het vliegtuig en stapten in. De motor werd gestart, ditmaal zonder veel gesputter. Logisch, het ding was nog warm. Rick z’n handen vlogen weer over alle instrumenten en even later reden we over de taxibaan naar de kop van de startbaan. Daar moesten we wachten. De reden kwam even later langs: een zakenjet landde. Gestroomlijnd, twee straalmotoren bij de staart, strak in de lak... Alles zo efficiënt mogelijk. Wát een verschil met het vliegtuig waar bij in zaten... Toen die zakenkist naar de taxibaan was verdwenen, reed Rick de Colt de startbaan op. Weer toerde de motor op en met een schok gingen de remmen los en we reden weer. En sneller… totdat de grond onder ons weg viel en we weer vlogen. Rick maakte een 180-graden bocht naar links en vloog evenwijdig aan het vliegveld. Toen wéér zo’n bocht en we daalden tot de wielen het asfalt raakten. We voelden het nauwelijks. De motor klonk weer harder en we stegen weer. Ik riep in Annet haar oor: “Gaat het?” Een duimpje kwam retour, en een gezicht met een brede lach. Mooi, die had het ook naar haar zin. En geen last meer van haar maag.
En Cora? Coor zat te genieten, duidelijk apetrots op haar vriend. Logisch… We maakten geen volgende doorstart meer. De Colt steeg tot duizend voet (Ik kon nét de hoogtemeter zien) en we vlogen, te oordelen aan de zon, naar het zuidoosten. Biddinghuizen kwam voorbij, de achtbanen van Walibi Flevo waren duidelijk te zien en even later vlogen we boven het Veluwemeer. Vanuit mijn raampje kon ik Harderwijk zien liggen, de koepel van het Dolfinarium duidelijk zichtbaar en glanzend in de zon. Hoeveel jaar was het geleden dat we daar waren geweest? Rick was nog ‘kleine Rickie’ en zat in de wandelwagen… Een jaar of twintig waarschijnlijk. Allemachtig… En nu vloog diezelfde Rick in een ouwe Russische dubbeldekker er langs… We vlogen verder over de Veluwe. Zandverstuivingen, heide en bos wisselden elkaar af. Ik was mijn oriëntatie kwijt. Het was allemaal groen onder ons. Totdat de motor minder toeren begon te maken en het bos werd afgewisseld met landbouwgrond. We daalden langzaam.
De A50 werd zichtbaar en ik wist dat we er nu bijna waren. De grond kwam steeds dichterbij en na weer zo’n 180-gradenbocht zette Rick het vliegtuig zonder schokken op het asfalt. We reden weer. Bijna een het einde van de baan liet Rick de kist héél snel de taxibaan opdraaien; Gien en Henk, die helemaal achterin zaten, kregen een behoorlijke opduvel. En nog een klein stukje taxiën en we stopten weer voor de hangar van de MAF. En met een laatste rochel zweeg de motor. Pieter keek achterom en gebaarde dat de oordoppen uit konden. Ja, slimpie, dat hadden we zelf ook wel door… Hij liep naar achteren en maakte de deur open.
“Zo. Nu nog even een korte evaluatie in de mess van de MAF”, zei hij. Waarop Cora bitste: “Mess is een Engels woord voor ‘vieze bende’ en MAF zijn een aantal lieden inderdaad, heb ik gemerkt!” Pieter keek verontwaardigd. “En jij bent het vriendinnetje van de piloot die ik vandaag moet evalueren? Ga zo door en de verkering is over een half uurtje voorbij, jongedame. Als Rick moet kiezen tussen vliegen en jou, dan weet ik het wel…” “Wij ook, Pieter”, zei Gien rustig. “Dan blijft die kist voortaan hier staan, dat weten wij zeker.” Pieter zuchtte. “Nou, dan zal ik ‘m maar niet voor de keuze stellen. Geen zin om de MAF een goeie piloot door de neus te boren.” Hij keek Cora aan. “Want dat is hij, jongedame. Als je een bokkige kist als een An-2 kan vliegen zoals hij vandaag gedaan heeft…”
Cora glom en toen Rick als laatste uitstapte vloog Coor hem om de nek. “Hé, lekkere piloot van me…” Pieter gniffelde. “Kóm, naar binnen.” We kregen wat te drinken aangeboden en een mevrouw van de MAF vertelde wat bijzonderheden over het werk, terwijl Rick en Pieter in een kantoortje ‘nog wat administratie’ moesten doen. Een kwartier later waren ze daarmee klaar en was Rick z’n gezicht één brede smile. “Afgelopen donderdag kreeg ik mijn certificaat op de Colt en mocht ik de kist ‘officieel’ vliegen. Vandaag was in feite een controlevlucht, met Pieter erbij om me nog wat te leren, indien nodig. En Pieter gaf me net een enorm compliment over hoe ik vandaag gevlogen had.” Pieter vulde aan: “En daar is niets aan gelogen. Ik ben best wel een strenge instructeur, maar zoals jullie vriend, broer en zoon vandaag gevlogen heeft… Meer dan uitstekend. Jullie mogen trots op hem zijn.” Hij zweeg even en zei toen met een lachje: “En nu moet ik een goeie smoes verzinnen voor die zuigplek in m’n nek…” Hij keek mij kort aan en ik lachte hem uit. We gaven Rick een hand. “Gefeliciteerd broertje”, hoorde ik Annet zeggen. “Ondanks dat ik over m’n nek ging boven Terlet was het een mooie vlucht.” Achter elkaar bedankten we Rick.
En die keek Annet en mij aan. “Een paar jaar geleden had ik jullie iets beloofd, meiden. Dat ik een looping zou draaien in een 737, als ik jullie aan boord had. Nou was dit geen Boeing 737 maar een An-2 en ik heb géén looping gedraaid, maar ik heb Annet toch maar mooi aan het kotsen gekregen. Gon neem ik de volgende keer wel voor m’n rekening.” An en ik keken elkaar aan. “Zullen we dat irritante puberjong weer eens een lesje leren, net als vroeger?” Gien deed een stap naar voren. “Niks ervan, krengetjes. Volgende week moet Rick fris en fruitig in Afrika aankomen. En niet half-invalide. Dus: dimmen jullie!” Ja, verdorie… Volgende week vrijdag moest hij weer weg; dan zat z’n verlof er op… Na het afscheid van de rest klommen Frank en ik weer in de Volvo om naar Schaarsbergen te rijden. We hadden aan de anderen aangeboden om in Schaarsbergen nog een ‘tussenstop’ te doen, maar dat was niet aanvaard. Rick had gezegd: “Dank voor het aanbod, zus, maar ik ben nogal kapot. Als we in Born aankomen tuimel ik in m’n bedje. Die Colt vliegen vereist nogal wat spierkracht.” Tijdens de terugrit was het stil in de auto en dat viel Frank ook op.
“Hé mooie Rooie… Is er wat?” “In feite wel, Frank. Volgende week is Rick weer in Afrika. En ja, ik weet dat hij daar zelf voor gekozen heeft en Coor staat er ook helemaal achter, maar het blijft wel m’n broer. Ik zal ‘m missen, schat.” Frank keek voor zich uit en zei even later op zijn kenmerkende, rustige manier: “Het is goed om te horen dat je hem gaat missen, Gon. Teken dat het tussen jullie wel goed zit. Maar hij gaat daar niet op vakantie; hij moet daar hárd werken. Om lui te helpen die dat heel hard nodig hebben. Ik weet uit ervaring hoe dat is, weet je nog? En het feit dat Rick dat wil doen, zet hem mijlenver apart van de aspirant piloten die na hun opleiding in Europa blijven hangen en bij elke maatschappij bedelen om te mogen vliegen. Wees trots op ‘m.” “Dat bén ik ook, Frank. Toen ik hem bezig zag in die cockpit, achter al z’n metertjes en knopjes… Zijn handen die geroutineerd over dat instrumentenpaneel gingen… Ik was rázend trots op hem. Onze broer. En juist daarom zal ik hem missen. Begrijp je dat?”
“Natuurlijk. Ik zal ‘m ook missen, want het is een hele toffe vent. Ik denk dat we Cora maar vaak moeten uitnodigen om in Schaarsbergen bij te kletsen en als meiden samen te giebelen.” Ik legde een hand op zijn arm. “Lief…” En hij vervolgde: “En als ik dan een keertje op de bank moet slapen: ach, ik ben erger gewend.” Ik keek hem aan. “Zou je dat willen? Op de bank slapen als Coor en ik beneden…” Hij knikte. “Od Annet er ook bij... Cora en Annet zijn beiden ook hele toffe meiden. En ik weet dat An, jij en Coor hartsvriendinnen van elkaar zijn en daar ben ik blij mee. Hij grinnikte. “Hans en ik zoeken dan wel een visstekkie in de buurt.” Ik bromde: “Een visstekkie in de buurt, zegt meneer. Terwijl er in de verre omtrek geen watertje te vinden is waar vis in zou zitten.” “Nou ja, dan vinden we wel een ander plekje om rustig, zonder gegiebel, te kunnen kletsen. In Arnhem, op de Korenmarkt bijvoorbeeld…”
Ik gromde. “En jij denk daar zonder gegiebel te kunnen kletsen? In hét uitgaanscentrum van Arnhem, zijnde de Korenmarkt? Dit meisje is niet helemaal gek, hoor. Op de Club genoeg verhalen over die plek gehoord.” Frank grinnikte. “Verdorie… Denk je goeie smoes te hebben om jezelf én je zwager eens ongelimiteerd vol te kunnen laten lopen, blijkt mevrouw die locatie óók al te kennen. Alleen van de verhalen, schat? Of ook fysiek?” “Van de verhalen. En dat was genoeg om te beslissen dan ‘fysiek’ niet nodig was. Arnhem had al genoeg eigen problemen zónder de zusjes Peters.” “Daar zal burgemeester Marcouch het ongetwijfeld van harte mee eens zijn, schoonheid.” Ik antwoordde niet, kéék alleen maar en Frank wist genoeg.
Toen we korte tijd later de Koningsweg op reden vroeg hij: “En wat gaan we eten vandaag?” Ik trok mijn voorhoofd in rimpels. “Moeilijke vraag. Ik heb absoluut geen zin om te koken. Vanavond wil ik dom op de bank hangen, eventueel foto’s van vandaag uitzoeken en lekker op tijd naar bed gaan. Ondanks dat ik geen An-2 heb gevlogen ben ik best wel moe.” “Oké. Dan halen we nú iets te eten op bij Snackbar De Pitstop. Eten we dat thuis lekker op, gaan naar keuze bankhangen of foto’s kijken en op tijd naar bed. Oké?” Ik knikte. “Maar… Waar is die Pitstop?” “Daar komen we elke dag langs als we naar Ede rijden, schat. Op die T-splitsing richting Papendal.” “Oh ja…” We reden de Kemperbergweg dus voorbij en stopten even later op de parkeerplaats van de snackbar. En daar was het druk. Teken van een goede locatie. We bestelden frites speciaal en ieder een kroket. “Sla hebben we thuis nog wel, en bovendien is mijn maag die appeltaart uit Lelystad nog een het verteren, schatje.” Frank gniffelde. “Nog een gelukje dat het alleen die appeltaart is en niet de yoghurt met cruesli uit Born.” Ik trok een smerig gezicht. Arme Annet…
Met de patat goed in papier en een doos verpakt reden we naar huis. En daar gooide Frank de patat tóch nog even in de airfryer. “Nog even laten oppiepen. Ander ben je halverwege en is de friet koud. Geen zin in.” Ik maakte ondertussen de sla klaar en we gingen aan tafel. Het was lekker en we besloten de maaltijd met een kop koffie. “Zo. En nu die foto’s, Frank. Ik stel voor dat we die beneden kijken. Lekker decadent op bed liggend op een groot beeldscherm.”
Hij keek me over de tafel aan. “Wat heb jij lekkere ideetjes, Gon. Trek jij dan ook wat anders aan? Iets wat meer bij een slaapkamer past? Ik keek hem nuffig aan. “Je bedoelt een slobberpyjama? Sorry, die ligt nog in Renkum. Speciaal gekocht voor de overbuurman.” Hij gniffelde. “Hang die dan op. Voor je slaapkamerraam, op een hangertje. Dan heeft hij nog iets om aan je te denken als je verhuisd bent.” Ik keek nu ronduit boos. “Echt niet! Ik een stuk kleding opofferen om meneer de Hooghe een paar prettige momentjes te bezorgen? Hij zou er zomaar in kunnen blijven… En dan vindt zijn vrouw hem, met zijn broek op zijn enkels, levenloos ineengezakt bij zijn slaapkamerraam met zijn verrekijker naast zich. En mevrouw kijkt dan naar de overkant, ziet mijn pyjama hangen en weet dan meteen hoe laat het is… Káppen met die stomme ideeën van je, Frank Veenstra! Naar beneden jij!”
Weer dat lachje om zijn mondhoeken. “Je trapt er ook elke keer weer in, hé schat…” “Ja. En jij hebt een hele morbide fantasie.” “Je gebruik van taal is er op vooruit gegaan, Gon. ‘Morbide’ hangt samen met de dood. Best wel toepasselijk in deze context.” “Niet zo gek met jou in de buurt, idioot. Nou, gaan we nog foto’s kijken of…?”
Beneden koppelde hij zijn fototoestel met een kabeltje aan het scherm. De eerste foto’s verschenen: Rick en Pieter tijdens hun intropraatje, het vliegtuig op de achtergrond zichtbaar. Een paar foto’s van het vliegtuig zelf. Foto’s van de cockpit, met Rick achter zijn stuur… Of heette het toch knuppel? Ons huis vanuit de lucht. “Je mag je auto wel eens poetsen, Gon. Ik zie wat vlekjes op het dak.” “Het zullen wel vlekjes op je lens zijn, meneer Veenstra. Spetters van je laatste zaadlozing, toen Gonnie weer eens in spectaculaire kleding voor je stond. Of juist zónder die spectaculaire kleding. In ieder geval niét op het dak van mijn Golf, ben jij gek.” “Morgenochtend auto-inspectie”, kondigde hij droog aan. Foto’s van Cora’s huis, foto’s van mijn ouderlijk huis… Mooie plaatjes van ‘Nederland vanuit de lucht’: de Maas, slingerend door het landschap met op de achtergrond de koeltorens van de Clauscentrale bij Roermond; de Waal met binnenvaartschepen en een groot, grijs gebouw op de Noordelijke oever. “Wat is dat, Frank?” “De voormalige kerncentrale bij Dodewaard. Nu buiten gebruik als centrale, maar er ligt nog steeds radioactief spul binnen. Vroeger stond er ook nog een hoge schoorsteen naast, maar die is nu weg. Kun je nagaan: in de jaren ’80 was dit een plaats van hele grote demonstraties. Duizenden mensen kwamen hierheen om tegen kernenergie te demonstreren. En nu, veertig jaar later, waar hebben we het over? De plaats voor nieuw te bouwen kerncentrales.”
Hij zuchtte. “Het zal wel weer neerkomen op typsch Nederlandse ‘NIMBY’- rechtszaken.” Ik trok een wenkbrauw op. “Wát voor rechtszaken?” “NIMBY. Not In My BackYard. Oftewel: ja, prima dat we die dingen bouwen, maar niet in mijn buurt. Net als windmolens.” Hij keek geërgerd. “Een tijd geleden hoorde ik op de radio een interview met een mevrouw die in Harderwijk woonde, aan het Veluwemeer. En die klaagde over het uitzicht. ‘Het had zo mooi kunnen zijn…’, zei ze. ‘Uitzicht over het water, met de polder en Zeewolde op de achtergrond. En nu wordt dat uitzicht verziekt door al die windturbines…’ Het mens woonde er net twee jaar. En die windturbines staan, zeker in Flevoland, al jáááren. Ik heb het eens opgezocht: de afstand van Harderwijk tot Zeewolde is ongeveer 5 kilometer. En mevrouw klaagde dat ze ’s nachts ook last had van het geluid. Dan moet je wel héle goeie oren hebben, én de wind moet uit het zuidwesten komen. Héél misschien dat je ze dan hoort, als er tenminste geen auto door je straat rijdt. Stom mens. Het laatste wat ze zei wat dat dat uitzicht de verkoopprijs van haar huis liet kelderen. En dáár ging het hele jankverhaal dus om…”
Ik stootte hem aan. “Hé! We zijn foto’s aan het bekijken. Mooie foto’s van een leuke dag. En jij zit de sfeer te vergallen met stomme praat over mijn slobberpyjama en ergernissen over een radioprogramma van een tijdje terug. Kap daar eens mee, Frank Veenstra! En by the way: ik heb nog geen enkele foto gezien van jouw lieftallige vriendinnetje! Hoe heette dat lieve meisje ook alweer? Oh ja: Gonnie Peters.” “Dat komt omdat ze vandaag geen rokje aan had. Had ze dat wél aangehad, ja, dan was de SD-kaart voordat we Terlet hadden bereikt al vol geweest…” “Foto’s maken van Gon in een rokje doe je maar in je eigen tijd. Volgende foto!” De Betuwe: een zeer gemengd landschap met kleine percelen grasland, afgewisseld met boomgaarden en doorsneden met kronkelwegen. De Rijn: ook kronkelend met vervolgens de Utrechtse Heuvelrug.
En even later: Terschuur, de boerderij van Mariëlle d’r ouders! En de volgende foto’s: Mariëlle op haar paard, hevig zwaaiend! “Dat zal ze leuk vinden, Frank!” Hij knikte. “Ik hoop alleen dat ze door haar capriolen niet van dat paard is afgedonderd. Hoe heette dat beest ook alweer? Harvard toch? Moet wel een bijzonder slim paard zijn… Nou ja, als je alleen Mariëlle op je rug duld en de rest kan barsten… Ja, dan ben je wel slim, ja.” Hij keek me aan en vroeg: “Wat heb ik nú weer verkeerd gezegd?” “Dat weet je donders goed, meneer Veenstra!” Ik keek dreigend. “Sinds dat jij Mar in haar badtenue hebt gezien en na een paar foto’s van die dag waarin ik haar heb aangekleed… Volgens mij kijk jij nu op een andere manier naar onze lieve collega als na de dagen waarop je haar alleen maar gezien had als een grijze, ijverig notulerende, muis in de vergaderkamer van de Weever-&-zoon-in-de-bajes!”
Hij knipoogde. “Ja schat, je hebt gelijk. Mariëlle is omgetoverd tot een hele knappe jongedame en verdomd, ik zou liegen als ik zei dat ik dat niet zag.” Ik leunde tegen hem aan. “En dat is prima. En je mag haar ook best vertellen dat ze er leuk uitziet. Goed voor haar zelfvertrouwen: een compliment van de knapste vent uit Schaarsbergen.” “En dát is dan weer goed voor mijn zelfvertrouwen, schoonheid. Een compliment van het knapste meisje uit Renkum.” “Nou, als ik dan weer eens een compliment van Mariëlle krijg… Dan is de cirkel weer rond. Iedereen tevreden. Wat is de wereld soms simpel…” De volgende foto’s lieten de Gelderse Vallei zien, en vervolgens Flevoland. “Hier is niks aan, Gon. Rechttoe, rechtaan. Alsof er een liniaal en een waterpas langs is gelegd. Fantasieloos.” “Die gedachte kwam ook bij mij op, Frank. Maar goed, in de tijd van de aanleg van Flevoland ging het ook om efficiëntie. Hoe halen we zoveel mogelijk voedsel uit de grond? Want Nederland moest minder afhankelijk worden van voedsel uit het buitenland… En raad eens? Nu, 40 jaar later, exporteren we het meeste voedsel wat hier verbouwd wordt…”
Hij knikte. “Wij de shit, letterlijk, in de vorm van mest, en het buitenland de groenten, de melkpoeder, het fruit en het vlees. En vergeet de bloemen niet. Die geven geen mest, maar vereisen wél veel bestrijdingsmiddelen, zoals Roundup. Ondertussen een bewezen veroorzaker van de ziekte van Parkinson.” “Nu zitten we alwéér te filosoferen, Frank. In plaats van simpel foto’s te kijken…” Hij humde. Vliegveld Lelystad kwam in beeld. De hangar van de brandweer en zowaar: een foto van mij, terwijl ik net een stuk appeltaart naar binnen schoof! “Lekker charmant, hoor. Kan zó op Instagram of Facebook. Met als onderschrift: ‘Gon zit haar degelijkse lunch naar binnen te proppen.’ U wordt bedankt, meneer Veenstra!” “Sorry schat. Een foto van Annet was minder spectaculair. Die at op dat moment nog van die muizenhapjes… Alsof die appeltaart óók bedorven was.” Ik bromde wat.
Even later een hele leuke foto van Rick, terwijl hij iets stond uit te leggen. Een brede lach, zijn ogen die de lach weerspiegelden en Cora er vlak naast staand, trots naar hem kijkend. En achter hen de Colt, helemaal zichtbaar. “Die foto gaan we inlijsten en opsturen, Frank! Professioneel laten afdrukken, in een mooie lijst en aan hem geven voor hij vertrekt. En Coor dezelfde foto in eenzelfde lijst. Oké?” Hij keek me aan. “Jij hebt soms best goede ideetjes, Gon…” Ik knikte. “Ja. En kun je eens inzoomen? Dan kunnen we kijken of die foto écht scherp is…” Daar mankeerde niets aan. “We moeten daar wel snel mee zijn, schat. Vrijdag vertrekt hij.” Ik knikte. “Maandag breng ik ze wel naar Ede. Daar zit zo’n foto-afdrukbedrijf. Dan zijn ze dinsdag klaar, ingelijst en wel. Tijd zat.” De volgende foto’s waren boven de Veluwe genomen: groen, groen en nog eens groen met links en rechts een heideveld of een eenzame boerderij met een paar stukjes landbouwgrond. En de laatste vlak voor Teuge, terwijl Rick evenwijdig aan de landingsbaan vloog, vlak voor de ‘final approach’.
Ik keek naar Frank. “Mooi, schat. Je hebt goed je best gedaan.” Hij knikte. “Het was ook leuk. En interessant. Dat zo’n lomp ding überhaupt van de grond komt…” “Zeker met zo’n lompe piloot…” giebelde ik. Frank sloeg boven de foto’s op en ik nam de foto van Rick en Cora over op een USB-stick, die in mijn tasje ging. En ondertussen was het zeven uur geworden. ‘Pinggg’ Een appje van Cora. Met een hele mooie foto van Frank en mij, staand voor de Colt. Niet geposeerd, maar lekker spontaan. En Frank met zijn glimlachje, naar mij kijkend. Mijn haren glanzend in de zon en met een lach op mijn gezicht. “Oei mevrouw Peters… Dit is wel een héle charmante foto van u. Ondanks dat u een strakke spijkerbroek draagt…” “Jij doet het ook niet verkeerd op dit plaatje, mooie vent. Ik zie dat beginnende lachje in je mondhoeken. Een lachje waar ik in recordtijd vreselijk verliefd op ben geworden.”
Ik leunde tegen hem aan en voelde de verliefdheid bezit van me nemen. Verliefdheid? Zeg maar gerust het verlangen om vreselijk hevig met hem te vrijen! “Frank…” “Hmm?” “Ik ga naar beneden en kleed me om. Dan kun jij naar Gonnie kijken als ze wél een rokje aan heeft. Of niet. In ieder geval mooie, sexy lingerie. En ik wil dat je daar mooie foto’s van maakt. Zodat je in je B&B in Bremerhaven iets hebt om naar te kijken.” Ik kuste hem. “Cadeautje. Voor jou, van je sexy meisje.” “Daar zeg ik nooit nee tegen, Gon. Dat worden spectaculaire foto’s!” Ik knikte. “Ja. Voor jou.” Ik zoende hem nog een keer. “Ik roep je wel. Of ik kom boven. Weet ik nog niet. Maak je camera alvast maar klaar, schatje.”
Ik liep eerst naar de douche. Even de lucht van vliegtuigbrandstof van me afspoelen… Ik kon me tenminste niet voorstellen dat Frank opgewonden zou worden van de lucht van slecht verbrande kerosine. Broek, bloes en vestje in de was; die stonken. “Frank! Ga jij zo meteen ook even douchen? Onze kleren stinken nogal naar vliegtuig!” Ik hoorde hem lachen.
“Als ik die dan aantrek als we weer eens naar Born gaan… Zal Cora wel op prijs stellen.” Ik stak mijn hoofd om de kamerdeur. “Je bent een vunzig mannetje, Frank. Mijn lieve schoonzusje zó verleiden?” Voor hij kon reageren sloot ik de deur weer. Rotzakje… Douchen! En m’n haren ook wassen, want als het in m’n kleren zat, zat die geur ook in m’n haar. Tien minuten later stond ik m’n haren droog te föhnen. Want met kliedernatte haren op de foto, dat gaat me niet gebeuren. Nou ja… Bepaalde haartjes misschien wel…”
Naar beneden. En wat zou ik aantrekken? Panty: ja natuurlijk. Frank werd er helemaal gek van en ik ook, als ik eenmaal in de stemming was. Een dun roze slipje er overheen. Bijpassende BH. In mijn weekendtas zat nog die rode blouse. Lekker dun met transparante mouwen. Het korte plissérokje aan en m’n hoge pumps. Ik keek in de spiegel: Ja, lekker sexy. En zo voelde ik me ook. Even opmaken: een klein beetje oogschaduw, wat rouge op m’n wangen, eyeliner. En uiteindelijk parfum op m’n polsen en op m’n bovenbenen. Zo liep ik weer naar boven. Frank stond al onder de douche. “Trek jij ook iets leuks aan, Frank?” “Doe ik! Val niet steil achterover als je me ziet!” Hmmm… We zullen wel eens zien wie er als eerste steil achterover zou vallen, meneer Veenstra. Mooie bluffert.
Ik liep naar buiten en veegde alle dennennaalden van het bankje af. Dáár konden we ook wel mooie foto’s maken; het was er nog licht genoeg voor. Toen Frank naar buiten kwam, moest ik fluiten. Nette broek, een mooi lichtblauw overhemd met twee knoopjes open, nette schoenen… En hij rook lekker naar zijn aftershave. “Hé mooie fotograaf… Ga jij wat leuke foto’s van dit meisje maken?” Hij bekeek me van top tot teen en zuchtte. “Ik hoop dat de lens bestand is tegen al die charme en niet gelijk barst als ik scherp stel… Gon je ziet er heerlijk uit. ‘Sexy’ is een verkeerd woord; ‘verleidelijk’ is een stuk beter. Ik ben geneigd om dat fototoestel op mijn bureau te leggen en je nú mee naar beneden te sleuren om je gruwelijk aan te randen…” Ik legde een hand op zijn arm.
“Niks ervan meneer. Want dan zit je in Bremerhaven nutteloos op je telefoon te kijken en te denken: ‘Had ik nou toch maar eerst leuke foto’s van Gonnie Peters gemaakt… Dan had ik nu inspiratie gehad om het glazuur van de wasbak aan gort te spuiten…' Hij keek me één seconde stomverbaasd aan en schoot toen in de lach. “Het glazuur van… Hahaha… Rare Rooie! Soms ben jij ook helemaal… Nou ja, daar is vriend Pieter vandaag ook achter gekomen.” Ik bromde: “Klopt. Maar dié gaat geen leuke foto’s van dit meisje krijgen. En nou: kom op meneer de fotograaf! Aan het werk.”
Plotseling keek ik gespeeld sip. “Alleen… Hoe moet ik u betalen?” Hij trok me tegen zich aan en streelde over mijn billen. “Dat mag in natura vandaag, mooie dame.” Ik snoof. “Ergens voel ik dat er iets niet klopt. Tot een paar jaar terug moesten de heren grof geld betálen om Gonnie uit de kleren en in bed te krijgen; nu moet ik met jou in bed om een schuld af te lossen. Wáár is het fout gegaan?” Zijn hand gleed nu onder mijn rokje. “Dat noemen ze nou ‘markteconomie’, Gonnie. Vraag en aanbod. ‘Need-and-Demand’. Hebben ze jullie dat in Utrecht niet geleerd? Of hebben jullie tijdens die colleges liggen dommelen?” Ik keek hem indringend aan. “Pas je op? Anders zal ik jou eens ‘aanbieden’ om een enorme pets op je kont te krijgen, iets waar je nu om ‘vraagt’, Frank Veenstra!” Hij lachte. “Lekker stuk van me… Kom hier, ik wil eerst lekker met je knuffelen, zodat we…”
Ik bromde: “Vooruit dan maar. Ik doe wel een aanbetaling van 10 procent op de te leveren diensten. Dat lijkt me een billijk bedrag.” Ik trok hem naar me toe en knuffelde hem. “Streel maar over mijn lekkere billetjes… Vind ik heerlijk, Frank. Zoals jij dat doet… Kom ik lekker van in de stemming, schat.” ‘In de stemming’ was een understatement… Ik werd gewoon geil!
En dat gevoel had ik eerder gehad, ook bij een fotograaf: toen er foto’s gemaakt werden voor de site van de Club. Een jonge vent, aanstormend talent, was gevraagd om die foto’s te maken. Van alle meiden op de club. En Annet en ik werden er, toen we op de club aankwamen, een beetje door overvallen. “Vandaag? Foto’s? Oh…” En de eigenaresse had gezegd: “De andere meiden gaan eerst. Als jullie nou even lekker in bad gaan, even ontspannen… Rond een uur of zes zijn jullie aan de beurt. En dan wil ik graag twee bloedmooie dames zien!” En in het heerlijk brede bad hadden An en ik letterlijk van ‘spetterende seks’ genoten! Allebei waren we bloedgeil geweest. En na het afdrogen en aankleden waren we nog steeds geil, en dat was aan de foto’s te zien geweest. Wij waren beiden best trots op die foto’s geweest: het was bijna ‘kunst’.
En die fotograaf had het ook wel kunnen waarderen; die had tijdens het maken van de foto’s de opmerking gemaakt: “Ik blijf voor de veiligheid maar hier, dames. Veilig achter mijn schermpje. Als ik jullie ‘live’ zie, sta ik niet voor de gevolgen in!” En toen hij gereed was, hadden we hem lief gevraagd om eens bij ons op bed te komen liggen… En hij was een uur lang door ons vertroeteld, wat duizend euro in de kosten scheelde voor de eigenaresse van de Club. En die bekende eerlijk, toen de knul vertrokken was, dat ze niet voor niets ons als laatste liet fotograferen. ‘Ik ken jullie ondertussen een beetje, meiden!’ We hadden er hartelijk om gelachen; het tekende de sfeer in de Club.
'Jij matst ons, wij matsen jou.' En die fotograaf stond een jaar later weer op de stoep… Alleen was het toen een ander meisje wat een deel van de rekening ‘in natura mocht voldoen’. En die vond dat ook niet zo erg… Al die gedachten schoten in een flits door mijn hoofd terwijl Frank me zoende en streelde. Zijn hand gleed over mijn bovenbenen… En er tussen… Hij streelde mijn sterretje zachtjes: héérlijk! “Oh, lekkere vent… Hier geniet ik van! Lekker tussen mijn billen strelen…” Ik voelde hem lachen.
“En als ik nou ook nog eens op je oor zuig, geile dame?” “Hmmm… Dan moet ik, nog vóór dat er ook maar één foto is gemaakt, al een ander rokje aantrekken, mooie lover…” “Dat zou ik vreselijk jammer vinden…”, hoorde ik in mijn oor, en hij zoog even aan mijn oorlelletje. Ik bromde. “Geile verleider.” Toen duwde ik hem zachtjes weg. “Frank… Ik wil me helemaal aan je laten zien, schatje. Zodat je straks maar één ding wilt: me op bed gooien en samen vreselijk klaarkomen. Wil je dat ook?”
In zijn ogen las ik zijn antwoord al en ik hoorde: “Dat lijkt me heerlijk, lieve Gonnie Peters…”
Ik trok een nuffig gezichtje. “Nou, aan ’t werk dan!”
Er zijn nog geen trefwoorden voor dit verhaal. Welke trefwoorden passen volgens jou bij dit verhaal?
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10

Ontdek meer over mij op mijn profiel pagina, bekijk mijn verhalen, laat een berichtje achter of schrijf je in om een mail te ontvangen bij nieuwe verhalen!
