Door: Elite_12
Datum: 29-03-2026 | Cijfer: 9 | Gelezen: 412
Lengte: Lang | Leestijd: 29 minuten | Lezers Online: 14
Trefwoord(en): Jong En Oud,
Lengte: Lang | Leestijd: 29 minuten | Lezers Online: 14
Trefwoord(en): Jong En Oud,
De ochtend na de maan
De eerste tekenen van dageraad glipten door de rode papieren lantaarns en wierpen lange, gouden strepen over
de zijden kussens. Annelies werd langzaam wakker, haar lichaam zwaar en loom van de nacht die achter haar lag.
Ze knipperde met haar ogen tegen het zachte licht en zag de contouren van de kamer om haar heen scherper
worden. De geur van wierook en zweet hing nog in de lucht, een herinnering aan wat er was gebeurd.
Ze rekte zich uit, haar blote huid gleed over de gladde stof van de kussens. Naast haar lag Mei Ling nog te
slapen, haar donkere haar uitgespreid als een waaier, haar ademhaling rustig en diep. Annelies keek naar haar, en
een glimlach trok over haar gezicht.
Voorzichtig stond ze op, wikkelde een zijden kamerjas om zich heen en liep naar het raam. De gordijnen
bewogen zacht in de ochtendbries. Peking ontwaakte buiten — de straten vulden zich met marktkooplieden,
het geluid van claxons en stemmen steeg op uit de stad. Het was alsof de wereld doorging, ongeacht wat er in
de nacht was gebeurd.
Annelies draaide zich om en keek nogmaals naar de kamer. De herinnering aan Zhang Wei brandde in haar
gedachten. Zijn handen, zijn stem, de manier waarop hij haar had aangekeken. Ze huiverde, ondanks de warmte
van de ochtend.
Ze liep terug naar het bed en raakte zacht de schouder van Mei Ling aan. "Mei Ling," fluisterde ze. "Het is
ochtend."
Mei Ling bewoog, kreunde zacht en opende haar ogen. Een moment van verwarring, toen herinnering. Ze
glimlachte naar Annelies. "Goedemorgen," zei ze zacht.
Annelies ging op de rand van het bed zitten. "Ik moet gaan," zei ze. "Ik heb een dag volgepland."
Mei Ling knikte begrijpend. "Natuurlijk." Ze ging rechtop zitten, de lakens gleden van haar lichaam. "Zal ik je
helpen met aankleden?"
Annelies schudde haar hoofd. "Nee, dat kan ik zelf." Ze zweeg even. "Dank je. Voor alles."
Mei Ling glimlachte. "Het was mij een genoegen." Ze boog zich voorover en kuste Annelies zacht op haar wang.
"Moge je reizen je brengen wat je zoekt."
Annelies stond op en liep naar de hoek van de kamer waar haar kleren lagen. Ze trok haar zomerjurk aan. De stof
voelde koel tegen haar huid. Haar handen trilden licht terwijl ze de knoopjes dichtdeed. Ze pakte haar rugzak,
controleerde of alles erin zat.
Bij de deur bleef ze staan. Ze keek om naar Mei Ling, die haar vanaf het bed observeerde. "Tot ziens," zei ze.
Mei Ling zwaaide zacht. "Tot ziens, Annelies."
Annelies opende de deur en stapte de gang in. De geur van de nachtclub hing hier sterker, een mengeling van
parfum, alcohol en iets zoets. Ze liep door de smalle gang, langs gesloten deuren waarachter ze zachte geluiden
hoorde — gestamel, gelach, het kraken van bedden.
De club was verlaten, de dansvloer leeg, de lichten gedimd. Alleen een schoonmaker veegde de vloer in de hoek.
Hij keek niet op toen ze langs hem liep. Ze bereikte de uitgang en duwde de zware houten deur open.
De hitte van de zomerochtend sloeg haar tegemoet. De zon stond al hoog aan de hemel, en de lucht trilde van
de warmte. Annelies haalde diep adem en stapte naar buiten. De straat was druk, mensen liepen in een constant
ritme langs haar heen. Ze keek omhoog naar de lucht, waar de parel van het Oosten boven de daken uitstak.
Ze had altijd gedroomd van verre reizen, maar niets had haar kunnen voorbereiden op de bedwelmende
zomerhitte van Peking. De lucht boven de stad was doordrenkt van zonlicht, en terwijl ze langs de promenade
bij de Parel van het Oosten liep, voelde ze de stad trillen van leven. Haar blonde vlechten dansten zacht in de
wind, haar rugzak hing losjes om haar schouders. Ze genoot van de klanken van de markten, het geroezemoes
van de mensen, en de geur van geroosterde kastanjes die in de lucht hing.
Annelies vertraagde haar pas. Ze haalde haar camera tevoorschijn, een oude Canon die ze van haar vader had
gekregen. Ze bracht hem naar haar oog en zocht naar het perfecte shot van de toren. De Pearl van het Oosten
rees majestueus voor haar op, zijn glanzende oppervlak weerkaatste de ochtendzon.
Terwijl ze een foto wilde nemen van de toren, deed ze een stap achteruit om meer van het gebouw in beeld te
krijgen. Ze botste tegen een man. Een klein moment van verwarring tot ze opkeek en haar blik kruiste met die
van Zhang Wei. Hij was een man van rustige elegantie, midden veertig, met een blik waarin bedachtzaamheid en
warmte elkaar ontmoetten. Zijn zwarte pak stak af tegen de felle lucht, maar zijn glimlach brak het formele beeld
meteen open.
"Hé, voorzichtig," zei hij met een lichte lach. Zijn Engels had dat zachte Chinese ritme dat meteen iets melodieus
kreeg.
"Sorry," antwoordde Annelies verlegen, toen ze haar camera weer goed vastpakte. Ze voelde een blos naar haar
wangen stijgen. De man voor haar was onmiskenbaar knap — zijn perfect getrimde baard omlijstte een sterke
kaaklijn, en zijn donkere ogen namen haar op met een interesse die haar deed blozen.
"Geen probleem," zei hij. "Misschien was het lot dat u mij liet struikelen." Zijn stem was diep en welluidend, met
een ondertoon van vermaak.
Ze lachten beiden, en even bleef er een stilte hangen. Niet ongemakkelijk, maar geladen — alsof ze beiden
voelden dat er iets onzichtbaars in beweging was gezet. Annelies bestudeerde zijn gezicht, zoekend naar iets
bekends, maar vond niets. Toch voelde ze een vreemde aantrekkingskracht, alsof ze hem ergens van kende.
Zhang Wei wees haar naar een klein café aan de overkant van de straat, waar hij voorstelde iets te drinken "om
dit noodlottige incident te vieren." Zijn hand maakte een uitnodigend gebaar, en Annelies aarzelde slechts even
voordat ze knikte.
"Dat klinkt goed," zei ze, en ze stopte haar camera terug in haar tas.
Ze staken samen de straat over, en Annelies merkte dat hij naast haar liep, niet voor haar. Zijn passen waren
aangepast aan de hare, en hoewel hij groter was, voelde ze zich niet klein naast hem. Ze voelde zijn
aanwezigheid als een warmtebron naast zich.
Binnen viel het licht door rode papieren lantaarns, zacht en intiem. Het café was klein, met lage tafels en
comfortabele kussens op de grond. De geur van groene thee en versgebakken gebak vulde de ruimte. Een
oudere vrouw achter de toonbank begroette Zhang Wei met een lichte buiging, wat suggereerde dat hij hier
vaker kwam.
Ze namen plaats aan een tafel bij het raam, waar ze uitzicht hadden op de straat en de toren in de verte. Zhang
Wei bestelde zonder het menu te raadplegen — groene thee voor hem, en voor Annelies een drankje van
lotuszaad en honing dat ze nog nooit had geproefd.
"Ik hoop dat je het lekker vindt," zei hij terwijl de vrouw de dampende kopjes voor hen neerzette. "Het is een
lokale specialiteit."
Annelies nam een slokje. De smaak was delicaat, zoet maar niet overheersend, met een ondertoon van iets
bloemigs. "Het is heerlijk," zei ze. "Dank je."
Ze praatten over hun werelden — hij, een architect van grote projecten in Shanghai en Beijing; zij, een studente
kunstgeschiedenis op reis om de wereld te zien zoals ze haar in boeken nooit had gezien. Zhang Wei vertelde
over zijn passie voor het creëren van ruimtes die mensen lieten voelen, terwijl Annelies vertelde over haar liefde
voor kunst die verhalen vertelde zonder woorden.
"Wat brengt jou naar Peking?" vroeg Zhang Wei, terwijl hij zijn theekopje vasthield met beide handen. Zijn ogen
bleven op haar gezicht gericht, en Annelies voelde zichzelf blozen onder zijn intense blik.
"Ik wilde de wereld zien," antwoordde ze. "Ik studeer kunstgeschiedenis, en er is zoveel te zien in China. De
Verboden Stad, de Tempel van de Hemel, de Grote Muur." Ze zweeg even. "En ik zocht naar avontuur, geloof ik.
Iets anders dan mijn normale leven."
Zhang Wei knikte begrijpend. "Avontuur is belangrijk," zei hij. "Het houdt ons jong, houdt ons levend." Hij nam
een slok van zijn thee. "Vertel me over je studie. Wat spreekt je het meeste aan in de kunstgeschiedenis?"
Annelies leunde naar voren, haar handen gesticulerend terwijl ze sprak. "Ik hou van de manier waarop kunst
emoties kan oproepen zonder woorden. Een schilderij kan je laten huilen, laten lachen, je ergens naar laten
verlangen — allemaal zonder een enkel woord te zeggen." Haar ogen glommen van enthousiasme. "Ik geloof dat
kunst de ziel van een samenleving is, en ik wil begrijpen hoe die ziel eruitziet in verschillende culturen."
Zhang Wei glimlachte, en er verscheen een bewonderende blik in zijn ogen. "Dat is een prachtige manier om het
te zien," zei hij. "Ik voel iets soortgelijks over architectuur. Een gebouw is meer dan steen en glas — het is een
verhaal, een gevoel, een herinnering die wordt vastgelegd in tijd."
Hij vertelde over zijn werk, over de toren die ze net hadden geprobeerd te fotograferen. "De Pearl van het
Oosten is ontworpen als een symbool van vooruitgang," zei hij. "Maar voor mij is het meer dan dat. Het is een
herinnering dat schoonheid en functie hand in hand kunnen gaan."
Annelies luisterde gefascineerd. Ze voelde zich aangetrokken tot zijn passie, zijn kennis, de manier waarop hij
sprak over zijn werk alsof het een roeping was in plaats van een baan.
Na uren merkte Annelies dat haar hand de zijne bijna raakte. Ze zaten dicht bij elkaar, hun theekopjes allang
leeg, en hadden de tijd volledig uit het oog verloren. Ze had het gevoel dat ze hem al jaren kende, alsof hun
gesprekken een vervolg waren op iets dat lang geleden was begonnen.
Toen hun vingers elkaar eindelijk vonden, voelde ze een schok van warmte door haar heen trekken. Het was een
elektrische gewaarwording die haar deed huiveren. Zhang keek haar aan, en in zijn blik lag geen haast, alleen
bewondering — en het soort tederheid dat niets met leeftijd of avontuur te maken had, maar met herkenning.
"Annelies," zei hij zacht, en haar naam op zijn lippen klonk als een gebed.
"Zhang Wei," antwoordde ze, haar stem nauwelijks meer dan een fluistering.
Hij bracht haar hand naar zijn lippen en kuste haar knokkels zacht. Zijn baard kietelde tegen haar huid, en ze
voelde een verlangen in zich opborrelen dat ze niet kon negeren.
Buiten kleurde de lucht oranje boven de stad. De lichten van de Parel schitterden als sterren op aarde. Annelies
legde haar hoofd even op zijn schouder en fluisterde: "Ik geloof niet dat ik hier per ongeluk ben gekomen."
Zhang glimlachte. "Toeval is misschien gewoon de meest bescheiden vorm van bestemming."
Die avond wandelden ze verder langs de rivier, traag en zwijgend, de stad als hun getuige. Peking werd stil, maar
tussen hen brandde iets dat geen woorden meer nodig had — een zacht, onuitgesproken begin van liefde.
De straatverlichting wierp lange schaduwen op de stoep en Annelies voelde de warmte van Zhang Wei’s
lichaam naast haar. Hun schaduwen verstrengelden zich soms, en elke keer dat het gebeurde, voelde ze een
rilling over haar rug.
Zhang Wei stelde voor om samen te dineren bij Siji Minfu, een restaurant bekend om zijn perfecte Pekingeend.
"Ik wil je iets laten proeven dat echt Peking is," zei hij. "Iets dat je nooit zult vergeten."
Terwijl ze door de warme avondlucht liepen, raakte hun schaduw af en toe verstrengeld op de stoepstenen.
Annelies voelde zich licht, bijna gewichtloos, alsof ze droomde. Maar de warmte van zijn hand op haar rug was
echt, en de geur van zijn cologne — sandelhout en iets rokerigs — vulde haar neusgaten.
Binnen was het restaurant een oase van rust — zacht licht, glanzend hout en de geur van geroosterde eend die
door de zaal zweefde. De muren waren versierd met traditionele schilderijen, en het zachte geluid van
gesprekken vulde de ruimte. Een ober leidde hen naar een tafel bij het raam, met uitzicht op de stad.
Aan hun tafel, bij het raam met uitzicht op de stad, praatten ze verder. Annelies luisterde gefascineerd naar zijn
verhalen over architectuur, over hoe hij geloofde dat iedere stad een ziel had en dat Peking er een van
herinnering en verlangen was. Zij vertelde over haar dromen om kunst te maken die mensen liet voelen wat
woorden soms niet konden.
"Ik wilde zelf kunstenaar worden," bekende Zhang Wei, terwijl hij zijn wijnglas ronddraaide. "Maar het leven had
andere plannen. Architectuur werd mijn kunst, mijn manier om te creëren." Hij keek haar aan. "Maar soms mis ik
de vrijheid van het schilderen. Het vermogen om iets te maken dat geen functie heeft, dat alleen bestaat om
mooi te zijn."
Annelies glimlachte. "Het is nooit te laat om weer te beginnen," zei ze zacht.
Hij lachte, een warm geluid dat diep uit zijn borst kwam. "Misschien heb je gelijk." Hij nam een slok van zijn wijn.
"Vertel me meer over je plannen. Wat wil je doen na je studie?"
Annelies dacht na. "Ik wil reizen," zei ze. "De wereld zien, kunst ervaren in al zijn vormen. En dan… dan wil ik iets
maken dat van mij is. Iets dat anderen kan raken, zoals kunst, heeft mij geraakt."
Tussen de gangen door raakten hun handen elkaar steeds vaker. Eerst toevallig, dan bewust. Op een gegeven
moment bleef zijn hand liggen op de hare. De wereld om hen heen vervaagde; het enige wat overbleef waren
twee blikken, onafgebroken verbonden.
De ober bracht de Pekingeend, en Zhang Wei sneed het vlees met nauwgezette bewegingen. Hij legde stukjes
op haar bord, en Annelies voelde zich verzorgd, beschermd — een gevoel dat ze zelden had ervaren.
"Probeer dit," zei hij, en hij hield een stukje eend omhoog tussen zijn eetstokjes. Ze opende haar mond, en hij
legde het stukje op haar tong. De smaak explodeerde in haar mond — knapperig, vet, zoet en hartig tegelijk.
"Het is heerlijk," zei ze met volle mond, en hij lachte.
"Niet praten met volle mond," plaagde hij, maar zijn ogen stonden warm.
Later liepen ze samen door een nabijgelegen park. De zomeravond was zwoel, met het geluid van krekels en
zacht ritselende bladeren. De maan stond hoog aan de hemel, en zijn licht viel door de bladeren van de bomen,
waardoor er schaduwen dansten op het pad.
Ze praatten minder, maar voelden meer. Annelies was zich bewust van elk geluid, elke beweging, elke
ademhaling. De wereld leek smaller te worden, alsof alleen zij tweeën nog bestonden.
Toen ze bij een vijver stilhielden en de maan zich spiegelde in het water, draaide Annelies zich naar hem toe. Het
water glinsterde als vloeibaar zilver, en ergens in de verte klonk het geluid van een lachend stel.
Zonder aarzeling kuste ze hem — eerst voorzichtig, dan met de zekerheid van iemand die eindelijk weet wat ze
voelt. Haar lippen vonden de zijne, zacht en warm. Ze proefde wijn en iets zoets op zijn tong, en ze voelde zijn
handen naar haar heupen glijden.
De kus duurde een eeuwigheid. Toen ze zich terugtrok, ademde ze zwaar. Zhang legde een hand tegen haar
wang, keek haar aan met dat rustige, diepgevoelde glimlachen dat haar hart sneller deed slaan.
"Annelies," fluisterde hij. "Weet je dit zeker?"
Ze antwoordde niet met woorden. In plaats daarvan kuste ze hem opnieuw, harder deze keer, hongeriger. Haar
handen gleden naar zijn borst, voelden de harde spieren onder zijn overhemd. Hij trok haar dichter tegen zich
aan, en ze voelde zijn opwinding tegen haar buik.
Voor het eerst in haar jonge leven voelde Annelies dat liefde niet alleen iets was wat je overkwam, maar iets dat
groeide — ieder woord, iedere blik, ieder gebaar was een zaadje dat wortel schoot tussen hen.
Ze gingen op een bankje bij de vijver zitten, en Zhang Wei sloeg zijn arm om haar heen. Ze leunde tegen hem
aan, luisterde naar zijn hartslag. De nacht was warm, maar ze rilde toch.
"Vertel me meer over jezelf," zei ze zacht. "Dingen die je nog niet hebt verteld."
Hij zweeg even. "Ik ben niet altijd de man geweest die je nu ziet," begon hij. "Ik was jonger, arroganter. Ik dacht
dat geld en macht alles konden kopen." Zijn vingers streelden haar schouder. "Maar ik heb geleerd dat de
belangrijkste dingen in het leven niet gekocht kunnen worden."
Annelies keek naar hem op. "Wat is het belangrijkste dat je hebt geleerd?"
Hij glimlachte, maar het was een trieste glimlach. "Dat verbinding het enige is dat echt telt. Menselijke
verbinding. Liefde." Hij keek in haar ogen. "Ik heb veel vrouwen gekend, Annelies. Maar geen van hen heeft me
ooit laten voelen wat jij me vanavond hebt laten voelen."
Ze legde haar hand op zijn wang. "Wat dan?"
Hij kuste haar palm. "Dat ik niet alleen ben."
De dagen die volgden, brachten hen steeds dichter bij elkaar. Annelies brengt haar ochtenden door met het
verkennen van de stad en haar middagen en avonden door met Zhang Wei. Ze bezochten musea, wandelden
door parken, aten in kleine restaurants waar de eigenaren hem bij naam kenden.
Elke dag voelde ze zich meer aan hem verknocht. Ze hield van de manier waarop hij naar haar luisterde, alsof
haar woorden kostbaar waren. Ze hield van zijn glimlach, de manier waarop zijn ogen rimpelden wanneer hij
lachte. Ze hield van zijn handen, sterk en zacht tegelijk, en de manier waarop ze haar aanraakten alsof ze iets
breekbaars was.
Op een avond nam Zhang haar mee naar de Yongding-rivier. De zon was net onder, en de lucht had de kleur van
rozenhout. Ze reden in een zwarte auto met geblindeerde ramen, en Annelies keek naar buiten terwijl de stad
plaatsmaakte voor platteland.
De chauffeur stopte bij een kleine aanlegsteiger, waar een traditionele houten boot op hen wachtte. Lantaarns
hingen aan de mast, hun zachte licht wiegde in de avondwind.
"Kom," zei Zhang Wei, en hij stak zijn hand naar haar uit.
Ze stapten in de kleine boot, die zacht over het water gleed. Rond hen gloeiden de lantaarns van de stad, alsof
de hemel was neergedaald om hun stilte te verlichten. Een oudere man met een rieten hoed roeide de boot, zijn
bewegingen ritmisch en vloeiend.
Ze zaten dicht bij elkaar, haar hoofd tegen zijn schouder. Geen woorden waren nodig — alleen het kabbelende
geluid van het water en het trage ritme van twee harten die tegelijk begonnen te slaan.
De maan wierp een zilveren pad over het water, en Annelies keek ernaar met een glimlach. Ze voelde zich
vredig, volledig. Alsof ze eindelijk was aangekomen waar ze moest zijn.
Zhang Wei draaide zich naar haar toe. Zijn hand gleed naar haar gezicht, en hij streelde haar wang. "Je bent
mooi," fluisterde hij. "Van binnen en van buiten."
Annelies bloosde. "Jij ook," zei ze zacht.
Hij lachte, een laag, hees geluid. "Nee, ik meen het." Hij boog zich naar haar toe. "Er is iets aan jou, Annelies. Iets
dat ik nog nooit bij iemand anders heb gevoeld."
Zijn lippen vonden de hare, en deze keer was de kus langzaam, wellustig. Zijn tong gleed tussen haar lippen,
proefde haar, veroverde haar. Annelies kreunde zacht in zijn mond, en het geluid moedigde hem aan.
Zijn handen gleden naar haar rug, trokken haar dichter tegen hem aan. Ze voelde zijn harde lichaam tegen het
hare, de spieren onder zijn kleding, de warmte die van hem afstraalde. De boot wiegde zacht op het water, en
het voelde alsof ze in een andere wereld waren, ver weg van alles.
Zhang Wei's handen dwaalden over haar lichaam, verkenden haar curves door de dunne stof van haar zomerjurk.
Annelies hapte naar adem toen hij haar borst omvatte, zijn duim over haar harde tepel wreef.
"Je bent zo mooi," mompelde hij tegen haar lippen. "Zo verdomd mooi."
Annelies' handen gleden naar zijn overhemd, begonnen de knoopjes los te maken. Ze wilde zijn huid voelen, zijn
warmte, zijn hartslag tegen haar handpalm. Hij hielp haar, trok het overhemd uit en gooide het op de houten
vloer van de boot.
Haar vingers gleden over zijn borst, voelden de harde spieren, de zachte huid, het dunne laagje haar dat naar zijn
navel liep. Ze boog zich voorover en kuste zijn borst, proefde zijn huid — zout en mannelijk.
Zhang Wei kreunde, een laag geluid dat diep uit zijn keel kwam. Hij trok haar omhoog, kuste haar opnieuw,
terwijl zijn handen de rits van haar jurk vonden. Hij trok de stof omlaag, en even later lag de jurk om haar middel,
haar borsten bloot aan de koele avondlucht.
Hij nam een tepel in zijn mond, zoog eraan, terwijl zijn hand de andere borst masseerde. Annelies kromde haar
rug, kreunde luid. "O god," hijgde ze. "Zhang Wei... ah..."
Zijn tong cirkelde om haar tepel, zijn tanden knabbelden zacht aan de gevoelige huid. Annelies' handen grepen
zijn haar, trokken hem dichter tegen haar aan. Ze voelde een vuur branden tussen haar benen, een verlangen dat
ze nauwelijks kon verdragen.
"Raak me aan," fluisterde ze. "Alsjeblieft..."
Zhang Wei gehoorzaamde. Zijn hand gleed onder de rok van haar jurk, vond de dunne stof van haar slipje. Hij
kreunde toen hij voelde hoe nat ze was. "Je bent doorweekt," fluisterde hij tegen haar borst. "Zo nat voor mij."
Hij trok het slipje opzij, en zijn vingers gleden door haar plooien. Annelies schreeuwde het uit, het geluid
weerkaatste over het water. "Ah! Je vingers... o god..."
Hij vond haar clitoris, wreef erover in trage cirkels. Annelies kronkelde onder zijn aanraking, haar lichaam trillend
van genot. "Zhang Wei," kreunde ze. "Ik... ik kan niet..."
"Kom voor me," fluisterde hij, terwijl hij een vinger in haar liet glijden. "Laat me voelen hoe je klaarkomt."
Hij pompte zijn vinger in en uit haar, terwijl zijn duim haar clitoris bleef stimuleren. Annelies greep zijn schouders
vast, haar nagels groeven zich in zijn huid. Ze voelde de spanning in haar buik opbouwen, als een veer die werd
opgewonden.
"Ik ga... ah! Ah! Ik kom!" Ze explodeerde, haar lichaam schokkend, haar spieren samentrekkend rond zijn vinger.
Ze gilde het uit, haar stem brak in de stille avondlucht.
Zhang Wei hield haar vast terwijl ze naschokte, kuste haar hals, haar wang, haar lippen. "Mooi," fluisterde hij. "Zo
verdomd mooi."
Annelies opende haar ogen, keek hem aan met een blik vol verlangen. Haar handen gleden naar zijn broek,
vonden de sluiting. Ze maakte hem los, en zijn erectie sprong vrij. Ze keek ernaar, haar ogen groot. Hij was
groot, dik, de eikel glom van voorvocht.
"Ik wil je," fluisterde ze. Ze boog zich voorover en nam hem in haar mond.
Zhang Wei kreunde luid, zijn hand greep haar haar. "Fuck, Annelies... je mond is zo warm..."
Ze bewoog haar hoofd op en neer, nam hem zo diep als ze kon. Ze proefde zout en mannelijkheid op haar tong,
en het maakte haar alleen maar geiler. Ze gebruikte haar hand om hem te strelen waar haar mond niet kon
komen, terwijl ze met haar andere hand zijn ballen masseerde.
Zhang Wei's ademhaling werd zwaarder, zijn heupen begonnen te bewegen. "Stop," gromde hij. "Ik wil in je
komen. Ik wil je voelen om me heen."
Annelies trok zich terug, likte haar lippen. Ze trok haar jurk volledig uit en gooide hem op de grond. Daarna
deed ze hetzelfde met haar slipje. Ze was nu volledig naakt, haar lichaam zilverachtig in het maanlicht.
Zhang Wei keek naar haar, zijn ogen donker van begeerte. "Je bent prachtig," zei hij schor. Hij trok haar op zijn
schoot, en ze voelde zijn erectie tegen haar dij.
Ze tilde haar heupen op, liet zich zakken tot ze hem tegen haar opening voelde. Toen liet ze zich langzaam over
hem heen glijden. Ze waren allebei stil, hun blikken op elkaar gericht, terwijl hij centimeter voor centimeter in
haar verdween.
"Ah," kreunde Annelies. Haar stem trilde. "Je bent zo groot... zo vol..."
Zhang Wei greep haar heupen, hielp haar bewegen. Ze begon te rijden, langzaam eerst, toen sneller. De boot
wiegde met haar bewegingen, het water klotste zacht tegen de romp.
Annelies leunde achterover, haar handen steunden op zijn dijen. Ze voelde hem diep in zich, raakte plekjes die
ze niet kende. "O god," kreunde ze. "Je pik is zo diep... ah! Je vult me helemaal op..."
Zhang Wei’s handen gleden naar haar borsten en kneedden ze terwijl ze bewoog. Zijn duimen wreven over haar
tepels, en Annelies kromde haar rug van genot.
"Harder," gromde hij. "Rijd me harder."
Ze gehoorzaamde, verhoogde haar tempo. Het geluid van hun lichamen die tegen elkaar sloegen vulde de nacht,
vermengd met hun gehijg en gekreun. Annelies voelde de spanning weer opbouwen, sterker dan daarvoor.
"Ik kom weer," hijgde ze. "Ik ga... ah! Ah!"
Ze kwam, harder dan de eerste keer. Haar lichaam schokte wild, haar spieren klemden zich om hem heen. Zhang
Wei kreunde, greep haar heupen harder vast.
"Ik ga ook komen," gromde hij. "Waar wil je het?"
"Diep," fluisterde ze. "Kom diep in mij."
Hij stootte omhoog, één keer, twee keer, toen verstijfde hij. Ze voelde hem pulserend in haar, voelde zijn
warme sperma zich verspreiden. Hij kreunde haar naam, een lang, laag geluid dat over het water echode.
Ze bleven zo zitten, hun lichamen verbonden, hun ademhaling langzaam terugkerend naar normaal. De maan
scheen op hen neer, de lantaarns wiegden zacht in de wind.
Annelies legde haar hoofd tegen zijn borst, luisterde naar zijn hartslag. Ze voelde zich voldaan, gelukkig, op een
manier die ze nog nooit had ervaren.
"Dank je," fluisterde ze.
Zhang Wei kuste haar kruin. "Nee, dank je," zei hij zacht. "Voor het vertrouwen. Voor de schoonheid."
De boot gleed verder over de rivier, weg van de stad, weg van alles. En Annelies wist, met een zekerheid die ze nog nooit had gevoeld, dat dit het begin was van iets dat hun levens zou veranderen.
De eerste tekenen van dageraad glipten door de rode papieren lantaarns en wierpen lange, gouden strepen over
de zijden kussens. Annelies werd langzaam wakker, haar lichaam zwaar en loom van de nacht die achter haar lag.
Ze knipperde met haar ogen tegen het zachte licht en zag de contouren van de kamer om haar heen scherper
worden. De geur van wierook en zweet hing nog in de lucht, een herinnering aan wat er was gebeurd.
Ze rekte zich uit, haar blote huid gleed over de gladde stof van de kussens. Naast haar lag Mei Ling nog te
slapen, haar donkere haar uitgespreid als een waaier, haar ademhaling rustig en diep. Annelies keek naar haar, en
een glimlach trok over haar gezicht.
Voorzichtig stond ze op, wikkelde een zijden kamerjas om zich heen en liep naar het raam. De gordijnen
bewogen zacht in de ochtendbries. Peking ontwaakte buiten — de straten vulden zich met marktkooplieden,
het geluid van claxons en stemmen steeg op uit de stad. Het was alsof de wereld doorging, ongeacht wat er in
de nacht was gebeurd.
Annelies draaide zich om en keek nogmaals naar de kamer. De herinnering aan Zhang Wei brandde in haar
gedachten. Zijn handen, zijn stem, de manier waarop hij haar had aangekeken. Ze huiverde, ondanks de warmte
van de ochtend.
Ze liep terug naar het bed en raakte zacht de schouder van Mei Ling aan. "Mei Ling," fluisterde ze. "Het is
ochtend."
Mei Ling bewoog, kreunde zacht en opende haar ogen. Een moment van verwarring, toen herinnering. Ze
glimlachte naar Annelies. "Goedemorgen," zei ze zacht.
Annelies ging op de rand van het bed zitten. "Ik moet gaan," zei ze. "Ik heb een dag volgepland."
Mei Ling knikte begrijpend. "Natuurlijk." Ze ging rechtop zitten, de lakens gleden van haar lichaam. "Zal ik je
helpen met aankleden?"
Annelies schudde haar hoofd. "Nee, dat kan ik zelf." Ze zweeg even. "Dank je. Voor alles."
Mei Ling glimlachte. "Het was mij een genoegen." Ze boog zich voorover en kuste Annelies zacht op haar wang.
"Moge je reizen je brengen wat je zoekt."
Annelies stond op en liep naar de hoek van de kamer waar haar kleren lagen. Ze trok haar zomerjurk aan. De stof
voelde koel tegen haar huid. Haar handen trilden licht terwijl ze de knoopjes dichtdeed. Ze pakte haar rugzak,
controleerde of alles erin zat.
Bij de deur bleef ze staan. Ze keek om naar Mei Ling, die haar vanaf het bed observeerde. "Tot ziens," zei ze.
Mei Ling zwaaide zacht. "Tot ziens, Annelies."
Annelies opende de deur en stapte de gang in. De geur van de nachtclub hing hier sterker, een mengeling van
parfum, alcohol en iets zoets. Ze liep door de smalle gang, langs gesloten deuren waarachter ze zachte geluiden
hoorde — gestamel, gelach, het kraken van bedden.
De club was verlaten, de dansvloer leeg, de lichten gedimd. Alleen een schoonmaker veegde de vloer in de hoek.
Hij keek niet op toen ze langs hem liep. Ze bereikte de uitgang en duwde de zware houten deur open.
De hitte van de zomerochtend sloeg haar tegemoet. De zon stond al hoog aan de hemel, en de lucht trilde van
de warmte. Annelies haalde diep adem en stapte naar buiten. De straat was druk, mensen liepen in een constant
ritme langs haar heen. Ze keek omhoog naar de lucht, waar de parel van het Oosten boven de daken uitstak.
Ze had altijd gedroomd van verre reizen, maar niets had haar kunnen voorbereiden op de bedwelmende
zomerhitte van Peking. De lucht boven de stad was doordrenkt van zonlicht, en terwijl ze langs de promenade
bij de Parel van het Oosten liep, voelde ze de stad trillen van leven. Haar blonde vlechten dansten zacht in de
wind, haar rugzak hing losjes om haar schouders. Ze genoot van de klanken van de markten, het geroezemoes
van de mensen, en de geur van geroosterde kastanjes die in de lucht hing.
Annelies vertraagde haar pas. Ze haalde haar camera tevoorschijn, een oude Canon die ze van haar vader had
gekregen. Ze bracht hem naar haar oog en zocht naar het perfecte shot van de toren. De Pearl van het Oosten
rees majestueus voor haar op, zijn glanzende oppervlak weerkaatste de ochtendzon.
Terwijl ze een foto wilde nemen van de toren, deed ze een stap achteruit om meer van het gebouw in beeld te
krijgen. Ze botste tegen een man. Een klein moment van verwarring tot ze opkeek en haar blik kruiste met die
van Zhang Wei. Hij was een man van rustige elegantie, midden veertig, met een blik waarin bedachtzaamheid en
warmte elkaar ontmoetten. Zijn zwarte pak stak af tegen de felle lucht, maar zijn glimlach brak het formele beeld
meteen open.
"Hé, voorzichtig," zei hij met een lichte lach. Zijn Engels had dat zachte Chinese ritme dat meteen iets melodieus
kreeg.
"Sorry," antwoordde Annelies verlegen, toen ze haar camera weer goed vastpakte. Ze voelde een blos naar haar
wangen stijgen. De man voor haar was onmiskenbaar knap — zijn perfect getrimde baard omlijstte een sterke
kaaklijn, en zijn donkere ogen namen haar op met een interesse die haar deed blozen.
"Geen probleem," zei hij. "Misschien was het lot dat u mij liet struikelen." Zijn stem was diep en welluidend, met
een ondertoon van vermaak.
Ze lachten beiden, en even bleef er een stilte hangen. Niet ongemakkelijk, maar geladen — alsof ze beiden
voelden dat er iets onzichtbaars in beweging was gezet. Annelies bestudeerde zijn gezicht, zoekend naar iets
bekends, maar vond niets. Toch voelde ze een vreemde aantrekkingskracht, alsof ze hem ergens van kende.
Zhang Wei wees haar naar een klein café aan de overkant van de straat, waar hij voorstelde iets te drinken "om
dit noodlottige incident te vieren." Zijn hand maakte een uitnodigend gebaar, en Annelies aarzelde slechts even
voordat ze knikte.
"Dat klinkt goed," zei ze, en ze stopte haar camera terug in haar tas.
Ze staken samen de straat over, en Annelies merkte dat hij naast haar liep, niet voor haar. Zijn passen waren
aangepast aan de hare, en hoewel hij groter was, voelde ze zich niet klein naast hem. Ze voelde zijn
aanwezigheid als een warmtebron naast zich.
Binnen viel het licht door rode papieren lantaarns, zacht en intiem. Het café was klein, met lage tafels en
comfortabele kussens op de grond. De geur van groene thee en versgebakken gebak vulde de ruimte. Een
oudere vrouw achter de toonbank begroette Zhang Wei met een lichte buiging, wat suggereerde dat hij hier
vaker kwam.
Ze namen plaats aan een tafel bij het raam, waar ze uitzicht hadden op de straat en de toren in de verte. Zhang
Wei bestelde zonder het menu te raadplegen — groene thee voor hem, en voor Annelies een drankje van
lotuszaad en honing dat ze nog nooit had geproefd.
"Ik hoop dat je het lekker vindt," zei hij terwijl de vrouw de dampende kopjes voor hen neerzette. "Het is een
lokale specialiteit."
Annelies nam een slokje. De smaak was delicaat, zoet maar niet overheersend, met een ondertoon van iets
bloemigs. "Het is heerlijk," zei ze. "Dank je."
Ze praatten over hun werelden — hij, een architect van grote projecten in Shanghai en Beijing; zij, een studente
kunstgeschiedenis op reis om de wereld te zien zoals ze haar in boeken nooit had gezien. Zhang Wei vertelde
over zijn passie voor het creëren van ruimtes die mensen lieten voelen, terwijl Annelies vertelde over haar liefde
voor kunst die verhalen vertelde zonder woorden.
"Wat brengt jou naar Peking?" vroeg Zhang Wei, terwijl hij zijn theekopje vasthield met beide handen. Zijn ogen
bleven op haar gezicht gericht, en Annelies voelde zichzelf blozen onder zijn intense blik.
"Ik wilde de wereld zien," antwoordde ze. "Ik studeer kunstgeschiedenis, en er is zoveel te zien in China. De
Verboden Stad, de Tempel van de Hemel, de Grote Muur." Ze zweeg even. "En ik zocht naar avontuur, geloof ik.
Iets anders dan mijn normale leven."
Zhang Wei knikte begrijpend. "Avontuur is belangrijk," zei hij. "Het houdt ons jong, houdt ons levend." Hij nam
een slok van zijn thee. "Vertel me over je studie. Wat spreekt je het meeste aan in de kunstgeschiedenis?"
Annelies leunde naar voren, haar handen gesticulerend terwijl ze sprak. "Ik hou van de manier waarop kunst
emoties kan oproepen zonder woorden. Een schilderij kan je laten huilen, laten lachen, je ergens naar laten
verlangen — allemaal zonder een enkel woord te zeggen." Haar ogen glommen van enthousiasme. "Ik geloof dat
kunst de ziel van een samenleving is, en ik wil begrijpen hoe die ziel eruitziet in verschillende culturen."
Zhang Wei glimlachte, en er verscheen een bewonderende blik in zijn ogen. "Dat is een prachtige manier om het
te zien," zei hij. "Ik voel iets soortgelijks over architectuur. Een gebouw is meer dan steen en glas — het is een
verhaal, een gevoel, een herinnering die wordt vastgelegd in tijd."
Hij vertelde over zijn werk, over de toren die ze net hadden geprobeerd te fotograferen. "De Pearl van het
Oosten is ontworpen als een symbool van vooruitgang," zei hij. "Maar voor mij is het meer dan dat. Het is een
herinnering dat schoonheid en functie hand in hand kunnen gaan."
Annelies luisterde gefascineerd. Ze voelde zich aangetrokken tot zijn passie, zijn kennis, de manier waarop hij
sprak over zijn werk alsof het een roeping was in plaats van een baan.
Na uren merkte Annelies dat haar hand de zijne bijna raakte. Ze zaten dicht bij elkaar, hun theekopjes allang
leeg, en hadden de tijd volledig uit het oog verloren. Ze had het gevoel dat ze hem al jaren kende, alsof hun
gesprekken een vervolg waren op iets dat lang geleden was begonnen.
Toen hun vingers elkaar eindelijk vonden, voelde ze een schok van warmte door haar heen trekken. Het was een
elektrische gewaarwording die haar deed huiveren. Zhang keek haar aan, en in zijn blik lag geen haast, alleen
bewondering — en het soort tederheid dat niets met leeftijd of avontuur te maken had, maar met herkenning.
"Annelies," zei hij zacht, en haar naam op zijn lippen klonk als een gebed.
"Zhang Wei," antwoordde ze, haar stem nauwelijks meer dan een fluistering.
Hij bracht haar hand naar zijn lippen en kuste haar knokkels zacht. Zijn baard kietelde tegen haar huid, en ze
voelde een verlangen in zich opborrelen dat ze niet kon negeren.
Buiten kleurde de lucht oranje boven de stad. De lichten van de Parel schitterden als sterren op aarde. Annelies
legde haar hoofd even op zijn schouder en fluisterde: "Ik geloof niet dat ik hier per ongeluk ben gekomen."
Zhang glimlachte. "Toeval is misschien gewoon de meest bescheiden vorm van bestemming."
Die avond wandelden ze verder langs de rivier, traag en zwijgend, de stad als hun getuige. Peking werd stil, maar
tussen hen brandde iets dat geen woorden meer nodig had — een zacht, onuitgesproken begin van liefde.
De straatverlichting wierp lange schaduwen op de stoep en Annelies voelde de warmte van Zhang Wei’s
lichaam naast haar. Hun schaduwen verstrengelden zich soms, en elke keer dat het gebeurde, voelde ze een
rilling over haar rug.
Zhang Wei stelde voor om samen te dineren bij Siji Minfu, een restaurant bekend om zijn perfecte Pekingeend.
"Ik wil je iets laten proeven dat echt Peking is," zei hij. "Iets dat je nooit zult vergeten."
Terwijl ze door de warme avondlucht liepen, raakte hun schaduw af en toe verstrengeld op de stoepstenen.
Annelies voelde zich licht, bijna gewichtloos, alsof ze droomde. Maar de warmte van zijn hand op haar rug was
echt, en de geur van zijn cologne — sandelhout en iets rokerigs — vulde haar neusgaten.
Binnen was het restaurant een oase van rust — zacht licht, glanzend hout en de geur van geroosterde eend die
door de zaal zweefde. De muren waren versierd met traditionele schilderijen, en het zachte geluid van
gesprekken vulde de ruimte. Een ober leidde hen naar een tafel bij het raam, met uitzicht op de stad.
Aan hun tafel, bij het raam met uitzicht op de stad, praatten ze verder. Annelies luisterde gefascineerd naar zijn
verhalen over architectuur, over hoe hij geloofde dat iedere stad een ziel had en dat Peking er een van
herinnering en verlangen was. Zij vertelde over haar dromen om kunst te maken die mensen liet voelen wat
woorden soms niet konden.
"Ik wilde zelf kunstenaar worden," bekende Zhang Wei, terwijl hij zijn wijnglas ronddraaide. "Maar het leven had
andere plannen. Architectuur werd mijn kunst, mijn manier om te creëren." Hij keek haar aan. "Maar soms mis ik
de vrijheid van het schilderen. Het vermogen om iets te maken dat geen functie heeft, dat alleen bestaat om
mooi te zijn."
Annelies glimlachte. "Het is nooit te laat om weer te beginnen," zei ze zacht.
Hij lachte, een warm geluid dat diep uit zijn borst kwam. "Misschien heb je gelijk." Hij nam een slok van zijn wijn.
"Vertel me meer over je plannen. Wat wil je doen na je studie?"
Annelies dacht na. "Ik wil reizen," zei ze. "De wereld zien, kunst ervaren in al zijn vormen. En dan… dan wil ik iets
maken dat van mij is. Iets dat anderen kan raken, zoals kunst, heeft mij geraakt."
Tussen de gangen door raakten hun handen elkaar steeds vaker. Eerst toevallig, dan bewust. Op een gegeven
moment bleef zijn hand liggen op de hare. De wereld om hen heen vervaagde; het enige wat overbleef waren
twee blikken, onafgebroken verbonden.
De ober bracht de Pekingeend, en Zhang Wei sneed het vlees met nauwgezette bewegingen. Hij legde stukjes
op haar bord, en Annelies voelde zich verzorgd, beschermd — een gevoel dat ze zelden had ervaren.
"Probeer dit," zei hij, en hij hield een stukje eend omhoog tussen zijn eetstokjes. Ze opende haar mond, en hij
legde het stukje op haar tong. De smaak explodeerde in haar mond — knapperig, vet, zoet en hartig tegelijk.
"Het is heerlijk," zei ze met volle mond, en hij lachte.
"Niet praten met volle mond," plaagde hij, maar zijn ogen stonden warm.
Later liepen ze samen door een nabijgelegen park. De zomeravond was zwoel, met het geluid van krekels en
zacht ritselende bladeren. De maan stond hoog aan de hemel, en zijn licht viel door de bladeren van de bomen,
waardoor er schaduwen dansten op het pad.
Ze praatten minder, maar voelden meer. Annelies was zich bewust van elk geluid, elke beweging, elke
ademhaling. De wereld leek smaller te worden, alsof alleen zij tweeën nog bestonden.
Toen ze bij een vijver stilhielden en de maan zich spiegelde in het water, draaide Annelies zich naar hem toe. Het
water glinsterde als vloeibaar zilver, en ergens in de verte klonk het geluid van een lachend stel.
Zonder aarzeling kuste ze hem — eerst voorzichtig, dan met de zekerheid van iemand die eindelijk weet wat ze
voelt. Haar lippen vonden de zijne, zacht en warm. Ze proefde wijn en iets zoets op zijn tong, en ze voelde zijn
handen naar haar heupen glijden.
De kus duurde een eeuwigheid. Toen ze zich terugtrok, ademde ze zwaar. Zhang legde een hand tegen haar
wang, keek haar aan met dat rustige, diepgevoelde glimlachen dat haar hart sneller deed slaan.
"Annelies," fluisterde hij. "Weet je dit zeker?"
Ze antwoordde niet met woorden. In plaats daarvan kuste ze hem opnieuw, harder deze keer, hongeriger. Haar
handen gleden naar zijn borst, voelden de harde spieren onder zijn overhemd. Hij trok haar dichter tegen zich
aan, en ze voelde zijn opwinding tegen haar buik.
Voor het eerst in haar jonge leven voelde Annelies dat liefde niet alleen iets was wat je overkwam, maar iets dat
groeide — ieder woord, iedere blik, ieder gebaar was een zaadje dat wortel schoot tussen hen.
Ze gingen op een bankje bij de vijver zitten, en Zhang Wei sloeg zijn arm om haar heen. Ze leunde tegen hem
aan, luisterde naar zijn hartslag. De nacht was warm, maar ze rilde toch.
"Vertel me meer over jezelf," zei ze zacht. "Dingen die je nog niet hebt verteld."
Hij zweeg even. "Ik ben niet altijd de man geweest die je nu ziet," begon hij. "Ik was jonger, arroganter. Ik dacht
dat geld en macht alles konden kopen." Zijn vingers streelden haar schouder. "Maar ik heb geleerd dat de
belangrijkste dingen in het leven niet gekocht kunnen worden."
Annelies keek naar hem op. "Wat is het belangrijkste dat je hebt geleerd?"
Hij glimlachte, maar het was een trieste glimlach. "Dat verbinding het enige is dat echt telt. Menselijke
verbinding. Liefde." Hij keek in haar ogen. "Ik heb veel vrouwen gekend, Annelies. Maar geen van hen heeft me
ooit laten voelen wat jij me vanavond hebt laten voelen."
Ze legde haar hand op zijn wang. "Wat dan?"
Hij kuste haar palm. "Dat ik niet alleen ben."
De dagen die volgden, brachten hen steeds dichter bij elkaar. Annelies brengt haar ochtenden door met het
verkennen van de stad en haar middagen en avonden door met Zhang Wei. Ze bezochten musea, wandelden
door parken, aten in kleine restaurants waar de eigenaren hem bij naam kenden.
Elke dag voelde ze zich meer aan hem verknocht. Ze hield van de manier waarop hij naar haar luisterde, alsof
haar woorden kostbaar waren. Ze hield van zijn glimlach, de manier waarop zijn ogen rimpelden wanneer hij
lachte. Ze hield van zijn handen, sterk en zacht tegelijk, en de manier waarop ze haar aanraakten alsof ze iets
breekbaars was.
Op een avond nam Zhang haar mee naar de Yongding-rivier. De zon was net onder, en de lucht had de kleur van
rozenhout. Ze reden in een zwarte auto met geblindeerde ramen, en Annelies keek naar buiten terwijl de stad
plaatsmaakte voor platteland.
De chauffeur stopte bij een kleine aanlegsteiger, waar een traditionele houten boot op hen wachtte. Lantaarns
hingen aan de mast, hun zachte licht wiegde in de avondwind.
"Kom," zei Zhang Wei, en hij stak zijn hand naar haar uit.
Ze stapten in de kleine boot, die zacht over het water gleed. Rond hen gloeiden de lantaarns van de stad, alsof
de hemel was neergedaald om hun stilte te verlichten. Een oudere man met een rieten hoed roeide de boot, zijn
bewegingen ritmisch en vloeiend.
Ze zaten dicht bij elkaar, haar hoofd tegen zijn schouder. Geen woorden waren nodig — alleen het kabbelende
geluid van het water en het trage ritme van twee harten die tegelijk begonnen te slaan.
De maan wierp een zilveren pad over het water, en Annelies keek ernaar met een glimlach. Ze voelde zich
vredig, volledig. Alsof ze eindelijk was aangekomen waar ze moest zijn.
Zhang Wei draaide zich naar haar toe. Zijn hand gleed naar haar gezicht, en hij streelde haar wang. "Je bent
mooi," fluisterde hij. "Van binnen en van buiten."
Annelies bloosde. "Jij ook," zei ze zacht.
Hij lachte, een laag, hees geluid. "Nee, ik meen het." Hij boog zich naar haar toe. "Er is iets aan jou, Annelies. Iets
dat ik nog nooit bij iemand anders heb gevoeld."
Zijn lippen vonden de hare, en deze keer was de kus langzaam, wellustig. Zijn tong gleed tussen haar lippen,
proefde haar, veroverde haar. Annelies kreunde zacht in zijn mond, en het geluid moedigde hem aan.
Zijn handen gleden naar haar rug, trokken haar dichter tegen hem aan. Ze voelde zijn harde lichaam tegen het
hare, de spieren onder zijn kleding, de warmte die van hem afstraalde. De boot wiegde zacht op het water, en
het voelde alsof ze in een andere wereld waren, ver weg van alles.
Zhang Wei's handen dwaalden over haar lichaam, verkenden haar curves door de dunne stof van haar zomerjurk.
Annelies hapte naar adem toen hij haar borst omvatte, zijn duim over haar harde tepel wreef.
"Je bent zo mooi," mompelde hij tegen haar lippen. "Zo verdomd mooi."
Annelies' handen gleden naar zijn overhemd, begonnen de knoopjes los te maken. Ze wilde zijn huid voelen, zijn
warmte, zijn hartslag tegen haar handpalm. Hij hielp haar, trok het overhemd uit en gooide het op de houten
vloer van de boot.
Haar vingers gleden over zijn borst, voelden de harde spieren, de zachte huid, het dunne laagje haar dat naar zijn
navel liep. Ze boog zich voorover en kuste zijn borst, proefde zijn huid — zout en mannelijk.
Zhang Wei kreunde, een laag geluid dat diep uit zijn keel kwam. Hij trok haar omhoog, kuste haar opnieuw,
terwijl zijn handen de rits van haar jurk vonden. Hij trok de stof omlaag, en even later lag de jurk om haar middel,
haar borsten bloot aan de koele avondlucht.
Hij nam een tepel in zijn mond, zoog eraan, terwijl zijn hand de andere borst masseerde. Annelies kromde haar
rug, kreunde luid. "O god," hijgde ze. "Zhang Wei... ah..."
Zijn tong cirkelde om haar tepel, zijn tanden knabbelden zacht aan de gevoelige huid. Annelies' handen grepen
zijn haar, trokken hem dichter tegen haar aan. Ze voelde een vuur branden tussen haar benen, een verlangen dat
ze nauwelijks kon verdragen.
"Raak me aan," fluisterde ze. "Alsjeblieft..."
Zhang Wei gehoorzaamde. Zijn hand gleed onder de rok van haar jurk, vond de dunne stof van haar slipje. Hij
kreunde toen hij voelde hoe nat ze was. "Je bent doorweekt," fluisterde hij tegen haar borst. "Zo nat voor mij."
Hij trok het slipje opzij, en zijn vingers gleden door haar plooien. Annelies schreeuwde het uit, het geluid
weerkaatste over het water. "Ah! Je vingers... o god..."
Hij vond haar clitoris, wreef erover in trage cirkels. Annelies kronkelde onder zijn aanraking, haar lichaam trillend
van genot. "Zhang Wei," kreunde ze. "Ik... ik kan niet..."
"Kom voor me," fluisterde hij, terwijl hij een vinger in haar liet glijden. "Laat me voelen hoe je klaarkomt."
Hij pompte zijn vinger in en uit haar, terwijl zijn duim haar clitoris bleef stimuleren. Annelies greep zijn schouders
vast, haar nagels groeven zich in zijn huid. Ze voelde de spanning in haar buik opbouwen, als een veer die werd
opgewonden.
"Ik ga... ah! Ah! Ik kom!" Ze explodeerde, haar lichaam schokkend, haar spieren samentrekkend rond zijn vinger.
Ze gilde het uit, haar stem brak in de stille avondlucht.
Zhang Wei hield haar vast terwijl ze naschokte, kuste haar hals, haar wang, haar lippen. "Mooi," fluisterde hij. "Zo
verdomd mooi."
Annelies opende haar ogen, keek hem aan met een blik vol verlangen. Haar handen gleden naar zijn broek,
vonden de sluiting. Ze maakte hem los, en zijn erectie sprong vrij. Ze keek ernaar, haar ogen groot. Hij was
groot, dik, de eikel glom van voorvocht.
"Ik wil je," fluisterde ze. Ze boog zich voorover en nam hem in haar mond.
Zhang Wei kreunde luid, zijn hand greep haar haar. "Fuck, Annelies... je mond is zo warm..."
Ze bewoog haar hoofd op en neer, nam hem zo diep als ze kon. Ze proefde zout en mannelijkheid op haar tong,
en het maakte haar alleen maar geiler. Ze gebruikte haar hand om hem te strelen waar haar mond niet kon
komen, terwijl ze met haar andere hand zijn ballen masseerde.
Zhang Wei's ademhaling werd zwaarder, zijn heupen begonnen te bewegen. "Stop," gromde hij. "Ik wil in je
komen. Ik wil je voelen om me heen."
Annelies trok zich terug, likte haar lippen. Ze trok haar jurk volledig uit en gooide hem op de grond. Daarna
deed ze hetzelfde met haar slipje. Ze was nu volledig naakt, haar lichaam zilverachtig in het maanlicht.
Zhang Wei keek naar haar, zijn ogen donker van begeerte. "Je bent prachtig," zei hij schor. Hij trok haar op zijn
schoot, en ze voelde zijn erectie tegen haar dij.
Ze tilde haar heupen op, liet zich zakken tot ze hem tegen haar opening voelde. Toen liet ze zich langzaam over
hem heen glijden. Ze waren allebei stil, hun blikken op elkaar gericht, terwijl hij centimeter voor centimeter in
haar verdween.
"Ah," kreunde Annelies. Haar stem trilde. "Je bent zo groot... zo vol..."
Zhang Wei greep haar heupen, hielp haar bewegen. Ze begon te rijden, langzaam eerst, toen sneller. De boot
wiegde met haar bewegingen, het water klotste zacht tegen de romp.
Annelies leunde achterover, haar handen steunden op zijn dijen. Ze voelde hem diep in zich, raakte plekjes die
ze niet kende. "O god," kreunde ze. "Je pik is zo diep... ah! Je vult me helemaal op..."
Zhang Wei’s handen gleden naar haar borsten en kneedden ze terwijl ze bewoog. Zijn duimen wreven over haar
tepels, en Annelies kromde haar rug van genot.
"Harder," gromde hij. "Rijd me harder."
Ze gehoorzaamde, verhoogde haar tempo. Het geluid van hun lichamen die tegen elkaar sloegen vulde de nacht,
vermengd met hun gehijg en gekreun. Annelies voelde de spanning weer opbouwen, sterker dan daarvoor.
"Ik kom weer," hijgde ze. "Ik ga... ah! Ah!"
Ze kwam, harder dan de eerste keer. Haar lichaam schokte wild, haar spieren klemden zich om hem heen. Zhang
Wei kreunde, greep haar heupen harder vast.
"Ik ga ook komen," gromde hij. "Waar wil je het?"
"Diep," fluisterde ze. "Kom diep in mij."
Hij stootte omhoog, één keer, twee keer, toen verstijfde hij. Ze voelde hem pulserend in haar, voelde zijn
warme sperma zich verspreiden. Hij kreunde haar naam, een lang, laag geluid dat over het water echode.
Ze bleven zo zitten, hun lichamen verbonden, hun ademhaling langzaam terugkerend naar normaal. De maan
scheen op hen neer, de lantaarns wiegden zacht in de wind.
Annelies legde haar hoofd tegen zijn borst, luisterde naar zijn hartslag. Ze voelde zich voldaan, gelukkig, op een
manier die ze nog nooit had ervaren.
"Dank je," fluisterde ze.
Zhang Wei kuste haar kruin. "Nee, dank je," zei hij zacht. "Voor het vertrouwen. Voor de schoonheid."
De boot gleed verder over de rivier, weg van de stad, weg van alles. En Annelies wist, met een zekerheid die ze nog nooit had gevoeld, dat dit het begin was van iets dat hun levens zou veranderen.
Trefwoord(en): Jong En Oud, Suggestie?
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10

Ontdek meer over mij op mijn profiel pagina, bekijk mijn verhalen, laat een berichtje achter of schrijf je in om een mail te ontvangen bij nieuwe verhalen!
