Door: Fralino
Datum: 29-11-2025 | Cijfer: 9.3 | Gelezen: 357
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 36 minuten | Lezers Online: 12
Trefwoord(en): Jong En Oud, Kerst,
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 36 minuten | Lezers Online: 12
Trefwoord(en): Jong En Oud, Kerst,

“Kom verder,” zei Thomas, en hij legde even een hand op de schouder van de oude man. “Er staat al een bord voor je klaar.” Meneer Cuypers stapte over de drempel, rook de geur van rollade en dennennaald, en voor het eerst in vijftien jaar kerstmis zei iemand zijn voornaam hardop.
“Welkom, Leo.”
Leo hing zijn jas op, maar zijn ogen lieten Elleke geen seconde los. Terwijl zij de schaal met spruitjes doorreikte, bleef zijn blik hangen op de manier waarop ze haar haar achter haar oor veegde, op het kleine lachkuiltje dat verscheen als ze iets tegen Thomas zei. Hij probeerde het te verbergen achter een slok wijn, maar zijn wangen kleurden toch.
“Elleke, kindje toch,” zei hij schor toen ze hem een extra schep aardappelpuree opschepte, “jij maakt van een oude man nog een jonge kerel.”
Thomas zag het, natuurlijk zag hij het. Hij zag hoe Leo’s hand een fractie van een seconde langer op de hare bleef liggen dan nodig was toen hij het zoutvaatje aannam. Hoe hij rechtop ging zitten zodra Elleke binnen gehoorsafstand kwam, alsof hij ineens twintig centimeter langer was. Elleke zelf leek het niet te merken, of deed alsof. Ze lachte alleen maar, die warme lach die het hele huis vulde, en zei:
“Leo, als jij zo doorgaat met complimentjes geven, moet ik je straks elke zondag aan tafel hebben.”
Leo’s ogen glansden. “Daar zou ik geen nee tegen zeggen,” mompelde hij, zo zacht dat alleen Thomas het hoorde.
Thomas schonk zichzelf nog een glas wijn in en leunde achterover, zijn arm nog steeds losjes over Ellekes stoelleuning. Hij keek hoe Leo met een verlegen grijns een tweede compliment probeerde te formuleren, “Die rode kool… dat moet jij met liefde gemaakt hebben, want hij smaakt naar vroeger”, en barstte bijna in lachen uit.
“Leo, man,” zei hij luid genoeg dat het door de kamer klonk, “als je nog één keer zo naar mijn vrouw kijkt, ga ik nog denken dat je vanavond voor háár gekomen bent in plaats van voor mijn rollade.”
Leo verschoot tot achter zijn oren, maar Thomas’ ogen twinkelden zo onmiskenbaar plagend dat de oude man meteen begreep dat het geen verwijt was. Elleke proestte het uit en gaf Thomas een speelse tik tegen zijn bovenarm.
De borden stonden allang in de keuken, de rollade was een herinnering en de fles rode wijn had versterking gekregen van een fles krachtige port die Thomas ergens achter uit de kast had getoverd. De woonkamer gloeide van kaarslicht en wangen.
Leo zat onderuitgezakt in de grote stoel, zijn das allang los, zijn ogen glanzend als die van een jongen die voor het eerst verliefd is. Elke keer als Elleke langs liep om een kaars recht te zetten of een nieuw glas in te schenken, volgde hij haar met een blik die half schaamteloos, half vertederd was.
“Op Kerstmis!” riep Thomas, zijn stem een tikje te hard, en hij hief zijn glas zo enthousiast dat er een druppel port op het kleed belandde. “En op Leo, die eindelijk eens uit zijn hol is gekropen!”
“Op Leo!” lachte Elleke, en ze boog zich voorover om met hem te proosten. Haar haar viel langs zijn wang en hij sloot heel even zijn ogen, alsof hij dat moment wilde vasthouden.
“En op Elleke,” zei Leo, nu zonder enige schroom, “die mooier is dan alle kerststerren bij elkaar.”
Thomas sloeg met zijn vlakke hand op tafel van het lachen. “Hoor je dat, schat? Je hebt een dichter in huis gehaald!”
Buiten viel een stille sneeuw, binnen klonken steeds luidere lachsalvo’s. Iemand zette “Stille Nacht” op, maar niemand zong mee, ze waren te druk met verhalen vertellen die met elke slok mooier werden.
De kaarsen waren bijna opgebrand, alleen nog een paar flakkerende stompjes die lange schaduwen over de muur wierpen. De kamer rook naar dennen, port en warmte. Thomas lag languit in de grote hoek van de bank, zijn hoofd achterover, mond een beetje open, een zacht gesnurk dat af en toe overging in een tevreden gebrom. Zijn arm hing nog over de rugleuning, alsof hij Elleke zelfs in zijn slaap niet helemaal losliet.
Elleke en Leo zaten tegenover elkaar in de twee fauteuils, benen opgetrokken onder een plaid die eigenlijk voor de kat was. De fles port stond leeg tussen hen in. Hun stemmen waren lager geworden, niet meer dat harde, vrolijke proosten, maar dat zachte, trage praten dat alleen kan als de nacht al lang geen nacht meer is.
“…en toen zei ze: Leo, je bent te oud voor mij,” vertelde hij, met een scheef lachje dat pijn deed. “Ze was zesenveertig. Ik tweeënzestig. Maar god, Elleke, wat was ik verliefd.”
Elleke keek hem aan, haar ogen zacht van wijn en medelijden. “Ze had geen gelijk,” zei ze eenvoudig. “Je bent helemaal niet te oud. Kijk nou naar vanavond. Je leeft meer dan half dit dorp bij elkaar.”
Leo schudde zijn hoofd, maar zijn blik bleef op haar hangen. “Jij zegt dat omdat je lief bent.”
“Nee,” zei ze, en ze boog zich een beetje naar voren, “ik zeg dat omdat het waar is.”
Een stilte. Alleen het tikken van de klok en Thomas’ rustige ademhaling.
Leo’s hand lag op de armleuning, vlak bij de hare. Hij bewoog hem niet, maar zijn vingers trilden lichtjes, alsof ze iets wilden maar niet durfden. Elleke zag het. Ze glimlachte, een beetje droevig, een beetje teder, en legde zonder iets te zeggen haar hand erbovenop. Heel even. Gewoon een warme aanraking, niets meer. Toen trok ze haar hand zachtjes terug, stond op, pakte een extra deken van de stoel en legde die voorzichtig over Thomas heen. Ze blies de laatste kaars uit.
“Kom,” fluisterde ze tegen Leo, “ik breng je even naar huis. Het is laat.”
Hij knikte, stond op, een beetje wankel. Bij de deur keek hij nog één keer om naar de slapende Thomas, naar de woonkamer die nog nagloeide van alles wat die avond gebeurd was.
“Dank je wel,” zei hij schor.
De sneeuw kraakte zacht onder hun schoenen. Het dorp sliep, alleen een paar kerstlampjes brandden nog achter gordijnen. Leo’s huisje lag donker, precies zoals hij het vanmiddag had achtergelaten. Bij de voordeur bleef hij staan, zijn sleutel al in het slot, maar hij draaide hem nog niet om. Hij keek naar Elleke, zijn adem een witte wolk in de kou.
“Elleke…” begon hij, en zijn stem klonk alsof hij iets ging vragen wat hij eigenlijk niet mocht vragen. “Wil je… nog heel even binnenkomen? Een laatste slaapmutsje. Ik heb nog een fles cognac staan die ik nooit openmaak. Voor speciale gelegenheden.”
Hij zei het snel, alsof hij bang was dat ze nee zou zeggen voordat hij klaar was. Elleke keek naar hem. De straat was stil, de sneeuw viel in grote, trage vlokken op haar haar. Ze dacht aan Thomas, die nu diep in slaap op de bank lag, vertrouwd en warm. Ze dacht aan Leo’s ogen de hele avond, hoe ze soms bijna smekend waren geweest.
Ze glimlachte zachtjes.
“Goed dan,” zei ze. “Eén slaapmutsje. Maar echt één, hoor. Anders slaap ik morgen tot de middag.”
Leo’s gezicht lichtte op alsof iemand binnen in hem een lampje had aangedraaid. Hij deed de deur open, knipte een klein lampje in de gang aan. Het huis rook naar oude boeken, een beetje naar hout en naar eenzaamheid die langzaam aan het oplossen was. Hij nam haar jas aan, hing hem voorzichtig op alsof het een kostbaar iets was, en liep voor haar uit naar de woonkamer. Een kerstboom stond in de hoek.
Leo schonk twee kleine glaasjes cognac in, zijn handen trilden een beetje.
“Op een avond die ik nooit zal vergeten,” zei hij, en hij keek haar recht aan.
Elleke hief haar glas.
“Op een avond die we alle drie nooit zullen vergeten,” verbeterde ze zacht.
Leo draaide het cognacglas langzaam rond tussen zijn vingers, keek naar de amberkleurige vloeistof alsof daar een antwoord in zat.
“Hoe oud ben jij eigenlijk, Elleke?” vroeg hij zacht, bijna verlegen.
“Tweeëndertig,” zei ze met een klein lachje. “Net tweeëndertig geworden in oktober.”
Hij knikte, alsof hij dat al wist maar het nog eens wilde horen. Toen zuchtte hij, diep en eerlijk.
“Ik word in maart zeventig.”
Hij keek haar aan, zijn ogen oud maar helder door de drank en door iets wat er vanavond was opengegaan.
“Een man van zeventig kan alleen maar dromen van een vrouw van tweeëndertig,” zei hij, zonder zelfmedelijden, eerder als een vaststelling.
“En vanavond… vanavond heb ik gedroomd met open ogen.”
Elleke zei niets meteen. Ze zette haar glas neer, vouwde haar handen in haar schoot.
“Leo,” zei ze zacht, “je hoeft niet te dromen. Je mag gewoon blij zijn dat je vanavond hebt geleefd. Echt geleefd. Dat je gelachen hebt, dat je gewild was, dat je gezien bent. Dat is geen droom, dat is gebeurd.”
Hij keek naar haar, zijn lippen trilden een beetje.
“Maar ik droom wel,” fluisterde hij. “En in mijn droom loop jij niet straks weer weg.”
Elleke stond op, langzaam. Ze liep naar hem toe, boog zich voorover en drukte een zachte, warme kus op zijn voorhoofd, precies daar waar zijn haar al dun werd.
“Dan hou je die droom maar mooi vast,” zei ze. “Want sommige dromen mogen blijven, zolang ze niemand pijn doen.”
Elleke pakte de twee cognacglaasjes van het tafeltje, liep naar de kleine keuken en draaide de kraan al open. Het warme water stroomde over haar handen.
“Dat hoeft echt niet, kindje,” zei Leo vanuit de deuropening. Hij leunde tegen de post, zijn armen losjes over elkaar. “Laat maar staan. Morgen is vroeg genoeg.”
Elleke glimlachte over haar schouder. “Ik ben zo klaar. Gewoon even afspoelen.”
Ze boog zich een beetje voorover om de glazen onder de straal te houden. Het licht van het kleine lampje boven het aanrecht viel precies over haar heen, over de zachte ronding van haar heupen, de manier waarop haar kleed een beetje omhoog kroop toen ze reikte naar de afwasborstel.
Leo keek. Hij kon er niets aan doen. Zijn blik gleed over haar rug, over de lijn van haar middel, en hij ademde diep in.
“Je hebt een prachtig figuur, Elleke,” zei hij zacht, bijna eerbiedig. “Echt… prachtig.”
Ze draaide zich half om, een glas nog in haar natte hand, en keek hem aan. Haar wangen kleurden licht, maar ze lachte niet weg wat hij zei.
“Dank je, Leo,” zei ze alleen. Eerlijk, zonder koketterie.
Hij was geruisloos dichterbij gekomen; Elleke merkte het pas toen ze zijn warmte achter zich voelde. Zijn handen, voorzichtig maar vastberaden, legden zich licht op haar heupen en duwden haar een paar centimeter naar voren, tot haar buik zacht tegen de rand van de gootsteen rustte. Ze schrok, een korte, scherpe inademing.
“Leo…”
Zijn stem was vlak bij haar oor, hees en trillend van alles wat hij die avond had opgekropt.
“Mag ik… even voelen? Gewoon even. Het is zo lang geleden dat ik nog een vrouw heb aangeraakt. Echt aangeraakt.”
Elleke verstilde. Een seconde, twee seconden. Ze hoorde zijn ademhaling, voelde hoe zijn vingers licht beefden op haar kleed. Toen lachte ze, zacht, bijna teder, alsof ze een kind geruststelde dat iets heel groots vroeg.
“Vooruit dan,” zei ze. “Heel even. Omdat het kerst is.”
Ze bleef staan zoals ze stond, handen nog op het aanrecht, en liet hem begaan. Leo’s handen gleden langzaam omhoog, over de stof van haar kleed, langs haar zijden, voorzichtig, alsof hij bang was dat ze zou breken of verdwijnen. Zijn duimen streken even over haar ribbenkast, zijn vingers spreidden zich over haar rug. Hij ademde diep in, alsof hij haar geur wilde opslaan voor de rest van zijn leven.
Toen voelde ze het: zijn onderlijf, langzaam, bijna onwillekeurig, drukte zich tegen haar billen. Een zachte, trage wrijving, één keer, twee keer. Niet ruw, niet dwingend, maar wel duidelijk. Zijn adem stokte even, een diep, haperend geluid van puur genot. Elleke keek over haar schouder. Leo’s ogen waren halfgesloten, zijn mond een beetje open, zijn gezicht vertrokken in een soort stille verwondering, alsof hij iets proefde waarvan hij vergeten was dat het bestond.
Ze zei niets. Ze bewoog zich ook niet weg.
Dit blijft hier, dacht ze. Dit is niet voor Thomas. Dit is iets tussen Leo en mij. Niet omdat het fout is, maar omdat het te zacht is, te breekbaar. Leo heeft er zo lang op gewacht. Ik laat hem genieten.
Leo’s handen lagen weer op haar heupen, iets steviger nu. Hij stond niet meer gewoon dichtbij, hij drukte zich tegen haar aan, langzaam, bijna onwillekeurig. Elleke voelde het duidelijk: de warmte, de groeiende hardheid die tegen haar billen duwde. Het was onmiskenbaar. Zijn ademhaling werd dieper, hortend, als iemand die iets ontdekte dat hij allang dood had gewaand.
Ze opende haar mond, wilde iets zeggen, iets luchtigs, iets dat het zou afzwakken, iets dat de grens weer helder zou maken, maar er kwam geen geluid. Haar handen bleven op het aanrecht rusten, haar lichaam bleef staan waar het stond. Ze bewoog niet weg. Ze bewoog ook niet mee. Ze stond gewoon, roerloos, terwijl de seconden zich aaneenregen. Waarom, vroeg ze zich af, maar er kwam geen antwoord. Geen helder, netjes antwoord. Alleen een wirwar van gevoelens, medelijden dat zo diep was dat het bijna liefde werd, de warmte van de wijn, de stilte van de nacht, het besef dat dit misschien het laatste was wat een mens ooit echt voor een ander kon doen zonder iets terug te verwachten.
Ze voelde hoe hij harder werd, hoe zijn lichaam licht trilde tegen het hare. Een oude man die voor het eerst in jaren een erectie kreeg, gewoon omdat iemand hem liet voelen dat hij nog bestond. Het was pijnlijk en mooi tegelijk. Ze sloot heel even haar ogen. Haar hart bonsde in haar keel. Toen, zonder iets te zeggen, legde ze heel langzaam haar handen over de zijne, niet om ze weg te duwen, maar om ze even vast te houden. Een stilzwijgend, ik weet het. Ik laat je dit hebben. Heel even.
Leo’s handen gleden van haar heupen naar achteren. Geen aarzeling meer. Zijn vingers sloten zich stevig om haar billen, kneedden zacht maar duidelijk door de dunne stof van haar jurk. Elleke voelde de warmte van zijn handpalmen, de kracht die er nog in zat, hoe zijn greep haar vlees even deed meegeven. Ze ademde scherp in.
Met zijn schoenen duwde hij zachtjes haar voeten iets uit elkaar. Niet ruw, maar ook niet meer verlegen. Een oudere man die ineens wist wat hij wilde, ook al was het maar voor een paar seconden. Haar jurk spande strak om haar bovenbenen; ze voelde hoe hij zich nog dichter tegen haar aan drukte, hoe zijn hardheid nu onmiskenbaar tussen haar billen rustte, warm en kloppend.
Ze bleef staan. Haar handen klemden zich om de rand van het aanrecht tot haar knokkels wit werden. Geen woord. Geen beweging weg. Geen beweging mee. Alleen haar ademhaling, snel en oppervlakkig, en het zachte, ritmische drukken van zijn heupen tegen haar aan. Een paar keer, langzaam, alsof hij elk moment wilde uitrekken tot in het oneindige.
Leo pakte haar hand, zacht maar vastberaden, en trok haar mee uit de keuken. Zijn vingers trilden, maar zijn greep was duidelijk. Elleke liet zich een paar stappen leiden, haar hart klopte nu echt hard. In de woonkamer brandde nog alleen het kleine schemerlampje bij de kerstboom. Hij liep recht naar de grote, versleten zetel, ging zitten en trok haar zachtjes met zich mee, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was.
“Kom even bij me zitten,” zei hij, zijn stem laag en hees. “Gewoon even.”
Elleke bleef staan, half voor hem, half naast de zetel. Ze lachte, een beetje zenuwachtig, een beetje gemaakt luchtig.
“Leo… het is laat, hè. En Thomas ligt thuis te wachten…” Ze deed een stapje achteruit, probeerde het speels te houden. “Straks denkt hij dat ik bij de kerstman ben blijven plakken.”
Leo bleef zitten, zijn hand nog steeds uitgestrekt. Zijn vingers beefden nu openlijk.
“Elleke… alsjeblieft,” fluisterde hij. Zijn stem was niet meer dan een schorre fluistering, alsof elk woord hem pijn deed. “Ik weet dat ik oud ben. Ik weet dat ik niets te bieden heb. Maar vanavond… vanavond heb je me weer laten voelen dat ik leef. Eén keer nog. Heel even. Laat me je vasthouden. Gewoon vasthouden. Ik zweer het, meer niet.”
Hij trok zachtjes aan haar hand, niet hard, maar wel met een soort stille wanhoop die haar voeten bijna vanzelf in beweging zette. Ze liet zich een halve stap naar voren trekken. Toen nog een. Haar knieën raakten de rand van de zetel.
“Leo…” begon ze weer, maar haar stem klonk niet meer overtuigend. Ze probeerde nog een lachje, maar het bleef ergens steken.
Hij trok haar rustig verder, tot ze half op de rand van de zetel zat, half op zijn schoot. Zijn armen gleden om haar middel, niet dwingend, maar wel alsof hij bang was dat ze zou verdwijnen als hij losliet.
“Alleen even zitten,” fluisterde hij tegen haar hals. “Alleen maar dit. Meer vraag ik niet. Nooit meer.”
Elleke bleef zitten. Haar lichaam was stijf, haar handen lagen nog op haar eigen bovenbenen. Ze keek naar de kerstboom. Ze zei niets. Ze bewoog niet weg. Leo’s armen verschoven langzaam, alsof het per ongeluk gebeurde. Een lichte druk op haar schouders, een kleine kanteling van zijn eigen lichaam, en ineens lag Elleke met haar rug tegen zijn borst, half op de zetel, half op hem. Haar hoofd rustte tegen zijn schouder, haar benen lagen nog over de rand.
Ze voelde zijn hart bonzen tegen haar rug, snel en onregelmatig. Zijn handen lagen eerst op haar middel, veilig. Toen gleden ze omhoog, heel langzaam, bijna onopvallend, alsof ze alleen maar rust zochten. Over haar ribben, langs de zijkanten van haar borsten, tot zijn handpalmen uiteindelijk, zacht en voorzichtig, de volle ronding van haar grote borsten bedekten. Geen knijpen, geen grof grijpen. Gewoon liggen. Warm. Alsof hij iets kostbaars mocht aanraken dat hij nooit meer had verwacht vast te houden.
Elleke ademde diep in. Haar ogen waren open, gericht op het plafond, op het flauwe schijnsel van het lampje. Ze zei nog steeds niets. Ze bewoog zich nog steeds niet weg.
Leo’s vingers spreidden zich een beetje, voelden de zachte stof van haar jurk, de warmte eronder. Zijn duimen streken één keer, heel licht, over waar hij haar tepels vermoedde. Een bijna onzichtbare beweging. Een vraag die geen vraag durfde te zijn. Zijn adem trilde in haar haar.
“Elleke…” fluisterde hij, zo zacht dat het bijna niet te horen was.
Ze sloot haar ogen. En bleef liggen. Leo’s handen werden trager, voorzichtiger, alsof elke centimeter die hij won een wonder was dat elk moment kon verdwijnen. Zijn vingers gleden over de stof van haar jurk, langs de rand van haar decolleté, tot ze de dunne schouderbandjes vonden. Hij wachtte. Ademde. Wachtte nog langer.
Elleke zei nog steeds niets. Haar ogen waren dicht, haar ademhaling oppervlakkig maar rustig. Ze lag tegen hem aan alsof ze sliep, maar haar lichaam was gespannen, klaar om elk moment op te springen… of niet. Toen, met een beweging die bijna eerbiedig was, schoof hij de bandjes van haar schouders. Heel langzaam. Alsof hij een geschenk uitpakte dat niet voor hem bedoeld was.
Het jurkje gleed naar beneden, over haar borsten, tot het rond haar middel bleef hangen. Haar volle, bleke borsten kwamen vrij in het schemerlicht van de kerstboom. Haar tepels stonden hard van de kou of van iets anders. Leo ademde uit, een geluid dat half kreun, half gebed was. Zijn handen sloten zich eromheen, nu niet meer voorzichtig. Hij omvatte ze volledig, voelde hun gewicht, hun zachtheid. Zijn duimen streken over haar tepels, één keer, twee keer, tot ze nog harder werden.
Ze opende haar ogen. Keek naar het plafond. Naar de flakkerende kerstlichtjes. Ze bewoog nog steeds niet.
Maar ergens diep vanbinnen voelde ze het kantelpunt naderen: het moment waarop medelijden, warmte en verlangen niet meer van elkaar te onderscheiden waren.
Leo’s handen gleden van haar borsten naar haar heupen, nog steeds warm, nog steeds trillend, maar nu met een nieuwe, stille vastberadenheid. Hij duwde haar zachtjes voorover, tot ze op haar knieën op de zetel zat, haar bovenlichaam rustend op de armleuning, haar gezicht naar de kussens gekeerd.
Elleke liet het gebeuren. Geen weerstand. Geen woord.
Hij tilde de stof van haar jurkje omhoog, langzaam, tot over haar heupen. Haar ronde, bleke billen kwamen tevoorschijn, strak omspannen door een dunne zwarte string die bijna niets verborg. Het contrast tussen haar lichte huid en het zwarte kant was scherp in het schemerlicht.
Leo ademde diep en hoorbaar in. Zijn handen gleden over haar billen, volgden de lijnen van het kant, spreidden haar zachtjes. Hij boog zich voorover, drukte zijn gezicht even tegen haar onderrug, kuste de huid net boven de rand van de string, een kus die meer dankbaarheid dan lust was.
Zijn vingers haakten zich voorzichtig onder het elastiek van haar string, niet trekkend, nog niet. Gewoon voelend. Wachtend.
Elleke’s handen klemden zich in de stof van de kussen. Haar ademhaling was nu hoorbaar, snel en onregelmatig. Haar ogen waren dicht. Haar lichaam trilde lichtjes. Leo’s vingers lieten de rand van haar string los. Hij stond op, langzaam, alsof hij bang was dat elke plotselinge beweging alles zou doen verdwijnen. Zijn ogen bleven op haar gericht: op haar gebogen rug, haar opgeheven billen, de zwarte string die zo weinig verborg.
Hij begon zich uit te kleden.
Eerst zijn trui, die hij over zijn hoofd trok en op de grond liet vallen. Toen zijn overhemd, knoop voor knoop, zijn handen trilden maar zijn bewegingen waren vastberaden. Zijn broek volgde, samen met zijn sokken. Hij stond nu in alleen zijn onderbroek, een eenvoudige, grijze boxer die strak om zijn opgewonden lid spande. Hij keek nog één keer naar haar. Elleke bewoog niet. Haar gezicht was nog steeds naar de kussens gekeerd, haar ademhaling zwaar maar rustig. Geen nee. Geen ja. Alleen stilte.
Hij liet de boxer zakken.
Zijn erectie sprong vrij, harder dan hij in jaren had gevoeld, kloppend, rood aangelopen. Hij was geen jonge man meer, maar op dit moment voelde hij zich weer twintig. Elleke draaide haar hoofd een beetje opzij, net genoeg om over haar schouder te kijken. Haar ogen vielen op zijn erectie, hard, recht omhoog, de huid strak gespannen. Ze schrok. Niet van het feit dat hij naakt was, niet van het feit dat hij opgewonden was, maar van de pure, onverwachte dikte van de stam. Veel dikker dan ze ooit had verwacht bij een man van zijn leeftijd. Het klopte, leefde, leek bijna te pulseren in het zachte licht. Ze keek ernaar. Echt kijken.
En op dat moment drong het tot haar door, met een warme, diepe schok in haar onderbuik: dit is voor mij. Deze oude man, die jarenlang alleen had geleefd, die dacht dat zijn lichaam allang dood was… hij staat hier nu keihard, vol, zwaar van verlangen, alleen omdat zij hier is. Omdat zij hem liet. Omdat zij hem zag. Haar adem stokte even Ze voelde een vreemde mengeling van ontroering en iets veel donkerders, iets dat tintelend tussen haar benen begon te gloeien. Ze zei nog steeds niets.
Maar haar heupen verschoven heel licht, bijna onwillekeurig, een fractie naar achteren. Niet veel. Genoeg om de warme, dikke kop van zijn lid even tegen haar vochtige string te laten drukken. Leo kreunde zacht, een diep, een rauw geluid. En Elleke sloot haar ogen weer, haar vingers dieper in de kussens gravend, terwijl ze wachtte op wat er nu zou komen. Omdat ze wist: dit was niet meer alleen medelijden. Dit was iets wat zij allebei, op dit ene, stille kerstnachtmoment, nodig hadden.
Leo liet zich weer langzaam achter haar zakken, zijn knieën op de zetel, zijn adem warm tegen haar onderrug. Zijn handen gleden nog één keer bewonderend over haar billen: rond, vol, zacht als room onder zijn ruwe handpalmen. Hij spreidde ze licht, keek naar de smalle zwarte string die strak tussen haar billen verdween, hoe die haar lipjes net niet helemaal bedekte en een glinstering van vocht niet kon verstoppen.
Toen haakte hij zijn duim onder het elastiek, precies aan de zijkant van één bil. Met een trage, bijna plechtige beweging trok hij de string opzij, over de ronde wang van haar kont, tot het dunne lapje stof alleen nog aan één kant bleef hangen. Haar schaamlippen kwamen volledig bloot, licht gezwollen, glanzend van haar eigen opwinding
Leo ademde diep in, alsof hij een gebed uitsprak. Zijn lid klopte zwaar tegen zijn buik, de dikke stam rood en gespannen. Hij boog zich iets voorover, liet de warme, gladde eikel heel zacht langs haar spleet glijden: één keer, van onder naar boven, zonder binnen te dringen, alleen voelend hoe nat ze al was. Elleke voelde het als een warme golf die van haar onderbuik omhoog kroop en zich vastzette in haar keel. Geen schaamte meer, geen twijfel, alleen nog een rauwe, bijna dierlijke lust die haar lichaam volledig in bezit nam.
Haar rug boog zich dieper, haar billen duwden zich iets verder naar achteren, onwillekeurig, alsof haar lichaam een eigen wil had gekregen. Haar schaamlippen waren gezwollen en elke keer als Leo’s eikel langs haar spleet gleed voelde ze een elektrische schok die haar bijna liet kreunen. Haar tepels waren hard als steentjes, haar ademhaling kort en hijgend,
Hoe kan dit, flitste het door haar hoofd, hoe kan ik hier zo open liggen, zo nat, zo klaar voor een man van zeventig?
Leo hield haar heupen met beide handen vast, zijn vingers groeven zich zacht in haar zachte vlees. Hij positioneerde zich, de dikke, kloppende eikel precies tegen haar opening. Hij voelde hoe nat ze was, hoe haar lichaam hem bijna naar binnen zoog. Toen duwde hij. Langzaam. Rustig. Vastberaden.
De brede kop gleed naar binnen, rekte haar, vulde haar centimeter voor centimeter. Elleke’s adem stokte, haar rug boog zich nog dieper, haar mond ging open in een stille schreeuw. Hij was dik, veel dikker dan ze had verwacht, en elke millimeter dieper voelde als een bevestiging van alles wat er die nacht gebeurd was. Leo’s ogen waren wijd open, vol ongeloof. Hij keek naar waar hun lichamen samenkwamen: zijn oude, gerimpelde onderbuik tegen haar gladde, jonge billen. Zijn zeventig jaar oude penis dat diep in een tweeëndertigjarige vrouw verdween, omhuld door haar warmte, haar vocht, haar bereidheid.
Hij kon het niet geloven. Dit gebeurde niet. Dit kon niet. Maar het gebeurde wel. Hij duwde verder, tot hij helemaal in haar zat, tot zijn ballen zacht tegen haar aan lagen. Hij bleef even stil, zijn handen trillend op haar heupen, zijn ademhaling gebroken.
“Elleke…” fluisterde hij, zijn stem rauw van tranen en lust. “Mijn god… Elleke…”
Ze antwoordde niet met woorden. Ze duwde zichzelf alleen maar iets harder tegen hem aan.
Leo begon te bewegen. Eerst langzaam, bijna eerbiedig, alsof hij nog steeds bang was dat ze elk moment zou verdwijnen. Diepe, trage stoten die haar vulden en weer leeg lieten, haar lichaam lieten wennen aan zijn dikte. Maar hoe langer hij in haar zat, hoe meer iets in hem brak. Zijn greep op haar heupen werd steviger. Zijn stoten werden harder, sneller, ritmischer. Het was niet meer alleen dankbaarheid. Het was bezit. Hij wilde haar voelen, helemaal, wilde haar laten voelen dat hij er nog was, dat hij nog kon, dat hij haar kon nemen zoals een man een vrouw neemt.
Elke stoot duwde haar vooruit tegen de armleuning. Haar zware borsten, vrij en vol, wiegden zwaar op en neer, sloegen zacht tegen elkaar bij elke klap van zijn onderbuik tegen haar billen. Haar tepels schuurden over de stof van de zetel, haar adem kwam in korte, hijgende kreunen die ze niet meer kon onderdrukken.
Ze liet haar hoofd hangen, haar haar viel voor haar gezicht, haar mond open. Ze beet niet meer op haar lip. Ze kreunde nu echt, zacht, diep, onwillekeurig. Haar lichaam bewoog mee met hem, niet meer passief, maar hongerig. Leo boog zich over haar heen, zijn borst tegen haar rug, zijn mond bij haar oor.
“Jij bent van mij,” fluisterde hij schor, niet als vraag, niet als dreigement, maar als een vaststelling die hij eindelijk, na zeventig jaar, hardop durfde uit te spreken.
En Elleke, met haar ogen dicht, haar lichaam trillend van genot en overgave, duwde zich harder tegen hem aan.
Leo stootte nu diep en ritmisch, hard, zonder terughoudendheid meer. Zijn handen grepen haar heupen stevig. Zijn adem was rauw, zijn lichaam trilde van inspanning en ongeloof. Elleke voelde het aankomen als een golf die van heel diep kwam. Haar hele lichaam spande zich, haar rug boog zich nog dieper. Toen brak het. Ze kwam luid klaar.
Een schreeuw die uit haar keel barstte, rauw en ongecontroleerd, die de kleine woonkamer vulde en weerkaatste tegen de muren. Haar lichaam schokte, haar binnenste trok zich samen om zijn dikke lid en melkte hem in golven van genot. Haar borsten sloegen wild heen en weer, haar vingers knepen hard in de kussens, haar hoofd achterover.
“Leo… god… Leo!” riep ze, de eerste woorden die ze die hele nacht hardop zei, gebroken en vol overgave.
Leo’s stoten werden kort en hard, bijna wanhopig. Zijn vingers groeven zich in haar heupen, zijn hele lichaam spande zich op. Hij voelde het opkomen, diep uit zijn onderbuik, een golf die hij niet meer kon tegenhouden. Met een rauwe, dierlijke brul kwam hij klaar.
“Elleke… godverdomme…!” gromde hij luid, zijn stem brak, zijn lichaam schokte. Hij duwde zich zo diep mogelijk in haar, zijn dikke lid klopte zwaar terwijl hij zijn zaad in haar spoot: warme, dikke stralen die één voor één diep in haar baarmoeder terechtkwamen. Hij hield haar vast, drukte haar tegen zich aan alsof hij haar nooit meer los wilde laten, alsof hij haar op dit moment wilde bezwangeren met alles wat hij nog in zich had.
Elleke voelde het: elke puls, elke stoot, hoe hij haar vulde, hoe zijn oude lichaam haar helemaal claimde. Haar eigen orgasme laaide weer op door zijn intensiteit; ze kreunde luid mee, haar lichaam beefde, haar binnenste trok zich samen om hem leeg te melken. Hij bleef pompen tot de laatste druppel, tot hij leeg was, uitgeput, triomfantelijk. Toen zakte hij over haar heen, zijn borst hijgend tegen haar rug, zijn armen slap maar nog steeds om haar heen.
“Van mij…” fluisterde hij schor tegen haar oor, half bezwerend, half verbijsterd. “Je bent van mij.”
Elleke zei niets. Ze lag stil, nat, gevuld, haar lichaam nog na hijgend. En ergens diep vanbinnen voelde ze zijn warme zaad, en wist ze: vanavond had een oude man haar genomen zoals geen enkele jonge man dat ooit had gekund. Elleke kwam langzaam overeind. Haar benen trilden, haar jurk hing nog rond haar middel. Ze trok de string weer op zijn plaats, het dunne zwarte lapje gleed nat en plakkerig terug tussen haar billen, schoof haar borsten terug in de cups, trok de bandjes omhoog en streek de stof zo goed mogelijk glad. Haar haar in de war, haar wangen gloeiden, haar lippen waren gezwollen.
Leo zat nog op de zetel, naakt, hijgend, zijn lid langzaam verslappend tegen zijn dij. Hij keek naar haar met een mengeling van ongeloof, dankbaarheid en pure verwondering, alsof hij nog niet kon geloven wat er zojuist gebeurd was. Elleke boog zich voorover, legde een hand in zijn nek en gaf hem een korte, warme kus op zijn mond, niet teder, niet gepassioneerd, maar gewoon, echt. Zijn lippen smaakten naar zout en wijn.
“Welterusten, Leo,” zei ze zacht. Haar stem was schor, maar helder.
Ze pakte haar jas, trok hem aan, ritste hem dicht. De koude nachtlucht sloeg haar in het gezicht. De sneeuw was gestopt, alles lag wit en stil. Haar voetstappen knerpten terwijl ze de korte weg naar huis liep. Achter haar viel de deur van Leo’s huisje zachtjes dicht.
Voor haar brandde nog licht in de woonkamer: Thomas sliep waarschijnlijk nog steeds op de bank, precies zoals ze hem had achtergelaten. Ze haalde diep adem, veegde een laatste keer langs haar mond, en stapte over de drempel. De avond was voorbij.
Het geheim bleef bij haar.
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10


Bezoek ook eens mijn profiel pagina om meer over mij te weten te komen, een overzicht te zien van mijn verhalen of om een berichtje achter te laten! Ook kun je jezelf aanmelden om een mail te ontvangen als ik een nieuw verhaal heb geplaatst!
