Klik hier voor meer...
Donkere Modus
Door: Keith
Datum: 17-01-2026 | Cijfer: 9.6 | Gelezen: 515
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 34 minuten | Lezers Online: 10
Voorbereidingen.
Maandagochtend. Nog voor de wekker was ik wakker. Teken dat ik prima geslapen had. En ik had geen stijve benen of zadelpijn, ook lekker. In mijn ochtendjas liep ik naar beneden. Eerst eten, ik had trek. Na een paar boterhammen en een kom muesli én m’n broodtrommel gevuld te hebben, liep ik weer naar boven om me aan te kleden. Het was nog steeds mooi weer, dus een rood rokje, zomerpanty, pumps met een klein hakje een witte blouse en een blauw colbertje er over. De Nederlandse driekleur, waarom niet? Even bescheiden opmaken en mevrouw Peters was er weer klaar voor. Hoe laat was het? Vijf over zeven, dus tijd om te vertrekken.

De rit naar Ede verliep vlot en om half acht exact reed ik de parkeerplaats op. En vlak achter mij: Mariëlle in haar stoere voertuig. Ik wachtte even op haar. Uit de Landcruiser kwam… WAUW! Een heel ander meisje dan twee weken terug! Net als ik een rokje tot iets boven de knie, open sandaaltjes met een hakje, panty, blouse… Alleen had zij er een vestje overheen. En haar gezicht: een beetje oogschaduw en wat rouge.

“Die shopping-expeditie van jou is wel geslaagd, Mar!” Ze bloosde. “Dankzij mijn moeder. Toen ze hoorde dat ik kleding ging shoppen, wilde ze mee naar Amersfoort. Ze wist daar ‘een leuk winkeltje’ zei ze…” Mariëlle giebelde. “We zijn drie uur binnen geweest en moesten twee keer naar de auto lopen.” Ik trok een wenkbrauw op. “Quanta costa?” Ze keek vragend. “Da’s namaak-Spaans voor: ‘Wat kostte dat’? En, niet minder belangrijk: hoé heb je dat bekostigd?”

De giebel bleef. “Toen de oude meneer de Weever er achter kwam dat de dames van calculatie en administratie vanaf Februari zo ongeveer drie zaterdagen per week over hadden gewerkt, pakte hij zijn rekenmachine en vervolgens zijn telefoon. En gaf HR opdracht om meteen de dames die het betrof te compenseren. Twintig zaterdagen á 150%. Dus ik keek op mijn computer naar m’n banksaldo: daar was meer dan een maand aan achterstallig salaris bijgeschreven!” Toen keek ze even sip. “En dat is nu bijna op…” Ik lachte haar uit. “Maar wel goed besteed, dus!”

Ze knikte. “En ik heb alle ‘De Weever-klederdracht’ de deur uitgedaan. Opdracht van mijn moeder. Geen lange rokken, dikke panty’s en hooggesloten blouses meer! Alleen wat truien heb ik bewaard, dat is wel handig voor de winter. In mijn kledingkast liggen en hangen nu leuke jurkjes, rokjes een paar nieuwe spijkerbroeken, bloesjes, ondergoed…” Ze straalde. “Mooi, meid. Kóm, naar binnen. Anders ga je van Mike op je donder krijgen en dat wil je niet.”

Eenmaal binnen kon Yvonne de nieuwe outfit ook wel waarderen. Ze had één tip: “Ga deze week naar een goeie kapper, Mariëlle. Je hebt lekkere dikke en mooie haren, maar wellicht staat een bob-kapsel jou beter dan die staart.” “Of laat krullen zetten”, vulde ik aan. Ze keek aarzelend. “Mijn haren er af? Oei… Dat weet ik nog niet, hoor. Daar moet ik over denken.” Yvon knikte. “Snap ik. Maar laat in ieder geval de dooie punten er uit halen. Aan het eind zijn je haren nogal gespleten, dat zie ik zelfs. Ken je een kapper die je vertrouwt?”

Hoofdschudden. “Hier in Ede zit er eentje, daar ga ik elke maand heen. Die kan je prima adviseren en doet niets wat jij niet wilt. Straks krijg je zijn telefoonnummer wel. Je ziet er nu prima uit, maar je haren zijn nog een beetje ondergeschoven kindje.” Yvon knipoogde. “We willen hier wel een nette receptioniste achter de desk hebben, hoor!” Ik keek haar aan.

“En wat deed jij daar dan, mevrouw Makinga?” Yvonne keek me vuil aan. “Kréng.” We lachten alle drie.

“Kom meiden, koffie. Daarna ga ik je nog even aan het werk zetten Mariëlle; om tien uur moet ik weg, de rest van de dag sta je er alleen voor.” En met een blik op mij: “Nou ja… Als er iemand amok komt maken, komt Gon je misschien wel helpen.” Ik knikte. “Zeker weten! Desnoods met tien bloedende nagelsporen over zijn of haar gezicht!” “En anders komt Mike wel als reddende engel der wrake uit bureau O&O stormen!” hoorden we achter ons. “Dág dames, goedemorgen. Ik hoorde jullie gezellig kletsen…” Hij stak zijn hand uit. “En jij bent Mariëlle? Welkom hier. Ik ben Mike, een van de docenten en op maandag mag ik de ondankbare taak vervullen om alle fouten die mijn collega’s gemaakt hebben, weer recht te trekken via de Helpdesk.”

“Dag Mike. Ik ben inderdaad Mariëlle.”

“Mike is de personificatie van de ‘clean desk-politie’ dus zorg dat je desk altijd brandschoon is, Mariëlle. Insiders beweren dat hij regelmatig een monster neemt van de diverse bureau’s en toetsenborden en de hel breekt los als hij meer dan vier bacteriën per vierkante centimeter aantreft. Je bent gewaarschuwd!”

Yvon keek Mike pestend aan en die gromde: “Je brengt me op ideeën, mevrouw Makinga. Soms lijkt dat bureautje naast Simon, waar jij je bureauwerk doet, me iets teveel op die geitenbende boven. De enige verschillen zijn: minder lege blikjes Red Bull in de diverse prullenbakken, geen lege bakjes frikadel speciaal van vorige week of, nog erger: de resten van shoarma mét knoflooksaus op de stoelen en een vloer die wat minder plakt. Voor de rest…” Yvon keek beledigd en Mike grijnsde breed.

“Tot zover de introductie van Mike de Wit.” zei ik droog. “Verder is hij wel aardig hoor. Kom Mike, we laten de dames van de receptie alleen. Zij moeten hard aan het werk, wij kunnen nog even met de voetjes op tafel zitten kleppen voor de eerste klant belt. Doeiii dames…” Yvon keek verontwaardigd, Mariëlle vragend, maar Mike en ik liepen bureau O&O binnen. En gingen inderdaad nog even aan de grote tafel zitten.

“Ik had me een hele andere Mariëlle voorgesteld, Gon. Ik heb wat van Gerben gehoord…” Ik onderbrak hem. “Ze heeft donderdag en vrijdag hier ook rondgelopen, Mike. En heeft dat slaven- en kledingjuk van De Weever van zich af gesmeten. Is zaterdag wezen shoppen; haar oude garderobe heeft ze weggedaan. En het is een leuke meid, Mike. Ja, nog bedeesd, maar aan ons de taak om dat snel om te vormen tot assertiviteit.”

“Dat gaat hier wel lukken, Gon. Met Yvon, jou, Alex… Frank niet te vergeten. Ben en Gerben zullen zich wel een beetje koest houden, zeker in het begin…” “Vlak jezelf ook niet uit, meneer de Wit. Zoals jij net tekeer ging tegen Yvon over haar kantoortje… prima!” Hij glimlachte. “Yvon en ik kennen elkaar al een tijdje, Gon. En weten redelijk goed hoe ver we bij elkaar kunnen gaan. Dit was nog niks.” Ik mopperde: “Nou, dan wil ik niet weten hoe het eraan toe gaat als jullie de grenzen bij elkaar op gaan zoeken. Ik denk dat ik dan maar even een dagje vrij neem of een stuk ga wandelen of zo.”

Hij stond op. “Doe maar. En zet dan ook maar een veiligheidshelm op, doe oordoppen in en een goeie veiligheidsbril. En nu gaat deze jongeman zijn computer aanslingeren; over vier minuten zal de eerste klant wel staan jengelen.”

Ik ging ook aan het werk. Om tien uur, toen ik koffie haalde, zat Mariëlle achter haar desk. “Zo dame… Een beetje ingewerkt?” Ze knikte. “Yvon heeft me een aantal A4tjes gegeven met de meest voorkomende vragen, problemen en gebeurtenissen hier. Die heb ik maar gelamineerd en die liggen hier voor me.” Ze knipoogde. “Netjes verstopt achter deze opstaande rand, zodat iemand die hier voor me staat, niet kan zien dat ik spiek. Oh ja: en ik moet binnenkort een BHV-cursus gaan volgen; Yvon zei dat zij de enige BHV-er is hier. En da’s te weinig; er moet altijd een BHV-er aanwezig zijn.”

Ik wees op mezelf. “Ik ben ook BHV-er, Mariëlle. Oké, ik moet in… september, geloof ik, mijn herhaling doen, maar mijn diploma is tot dan nog geldig. Geen paniek.” Ze keek opgelucht. “Nou ja, veel stelt het niet voor, geloof ik; het is een cursus van één dag, inclusief examen.”

Ik fronste. “Eén dag? Dat is te weinig. Wacht even.” Ik riep Mike erbij. “Wat vind jij, als Veiligheidskundige, van een BHV-cursus van één dag, Mike?” Hij keek nijdig. “Geldklopperij. Niks anders. Er wordt iets verteld over de BHV-organisatie, je mag een pop tien keer beademen, je mag een verbandje aanleggen, je mag een paar deuren opendoen terwijl aan de andere kant een namaak brandje is, je mag een schuim- of poederblusser leegspuiten op een namaakpan met frituurvet en vervolgens mag je examen doen. En de instructeur loopt ’s middags om vier uur lachend het pand uit, nadat hij de rekening heeft ingediend. Check in the box…

Een goeie BHV-cursus duurt een week. Ik mocht ‘m lang, lang geleden doen op de Palmkazerne in Bussum, bij Defensie. Een cursusgenoot van mij werkte bij Defensie en die had dat voor de hele MVK-klas geregeld. Dat was een week lang behoorlijk afzien. ’s Morgens beginnen met koffie, dat dan weer wel, maar daarna kon je zo’n ‘Mientje Steriel’ gedurende vijf minuten gaan reanimeren. En niet met een AED, maar gewoon handmatig. Dertig borstcompressies, gevolgd door twee keer inblazen.

Ik geef je op een briefje: dat is topsport. En die pop gaf een seintje als je iets niet goed deed; dan mocht je opnieuw. Pas als iedereen de juiste techniek had toegepast en niet Mientje vermoord had door het zwaardvormig aanhangsel in de longen te drukken, ging de instructeur verder met de leerdoelen van die dag.” Hij keek zielig en vervolgde: “En soms was dat pas na half tien. En tot die tijd: geen koffie.”

Ik keek gemeen. “Oei… dat was dus inderdaad afzien voor jou, begrijp ik…” Mike knikte. “Nogal. En het examen werd gedaan met Lotus-slachtoffers: vrijwilligers die ‘gewonden’ speelden. En die deden dat bijzonder goed; ik heb op het punt gestaan om zo’n hysterisch wijf een enorme klap voor haar gezicht te geven.”

Hij grinnikte nu. “Bleek achteraf een keurige huisvrouw van een jaar of vijftig te zijn. Die, ná het examen, bij de evaluatie bekende dat ze dit héérlijk vond: zich helemaal uitleven als het in paniek geraakte huisvrouwtje. Gillen dat dat mens kon… Echt, de luchtalarmsirene was er niks bij.”

Ik keek nadenkend. “Goed. Zo’n ééndaagse cursus is dus niks, volgens jou. Wat dan wel?” Hij wees. “Op het industrieterrein langs de A30 zit een prima veiligheids-opleidingsinstituut. Die geven ook een BHV-cursus van een week. Ik ben er een keertje geweest vanuit mijn vorige beroep: niks mis mee. Ik geloof dat een paar instructeurs ook van Defensie komen; ik hoorde ten minste wat bekende uitspraken…” Ik knikte. “Dan moeten we Yvon overtuigen dat je daarheen gaat. Geen zin om een of ander Arbo-bedrijfje te spekken en gebakken lucht ervoor in de plaats te krijgen.” Mike stak zijn duim op. “Dames, ik ga mijn klanten weer helpen… Het is hier heel gezellig en het uitzicht is ook prima, maar…” Ik snoof. “Jaja. ‘Het uitzicht is ook prima’ zegt meneer, terwijl hij naar twee knappe dames kijkt.”

Mariëlle lachte. “Hij heeft wel gelijk, Gon. Zie het als een compliment!” Mike stak wéér een duim op. “Jij snapt het!” En hij liep weg. Ik liet Mariëlle achter haar desk verder werken en ging bezig met m’n eigen dingen. En om twaalf uur gingen we een stukje lopen: Mariëlle, Mike en ik. Martin ging met een van zijn collega’s in de hal z’n lunch eten.

“De moeilijke klanten laten we wel even wachten, Mariëlle. Tot je terug bent.”

We liepen het bekende rondje langs het spoor en door het bos terug. Lekker, even er uit, een frisse neus halen. En m’n benen strekken; ik had, nadat ik een uurtje gezeten gehad tóch mijn benen voelen opspelen door die fietstocht van gisteren. Toen ik vertelde waar Frank en ik gefietst hadden klonk een waarderende hum van Mike. “Zeventig kilometer? Da’s netjes, mevrouw Peters. En die chef van ons ook? Valt me niks van hem tegen. Ik heb ‘m wel eens verweten dat hij teveel op die Volvo stoelen verbleef.”

“Nou, die chef van ons fietste mij op een gegeven moment het snot voor ogen. Helling op vanuit het dorp Beek naar Berg en Dal. Een hellinkje van ik geloof 10 procent. Ik had in ieder geval mijn trapondersteuning op ‘sport’ staan, de hoogste stand, en meneer fietst er gewoon vandoor. Volle kracht de helling op. Het meisje lief een duwtje in de rug geven was er niet bij, verdorie.” “Logisch”, zei Mike. “Had ik ook niet gedaan. Jij had toch trapondersteuning? Dan heb je geen ‘Frankondersteuning’ nodig.”

“Je bent nog steeds een lompe hork, meneer de Wit”, snauwde ik. “Daarom heb ik Frank gisteravond om negen uur ook de deur gebonjourd.” Ik lachte vals. “Hij protesteerde niet eens zo vreselijk veel. Nou ja, wellicht had het er ook mee te maken dat hij gedurende een aantal uren op zo’n smal wielrenzadel zat. Men heeft mij ooit verteld dat zoiets een nogal negatief effect heeft op het libido van een man.”

Mike keek me kort aan en schudde zijn hoofd. “En ik maar denken dat jij zo’n net meisje was…” Ik wees op Mariëlle. “Nee, die loopt naast me.” Ik keek even. “Met een nogal rood hoofd. Als we te ver gaan: trek aan de bel, Mar!” Ze zuchtte. “Ik leer hier met een rotgang bij. Maar verwacht voorlopig nog geen structurele bijdrage aan deze discussie, Gonnie.”

Ik zei droog: “Waarom niet? Jij hebt toch ook een fiets?” Een bescheiden tik op mijn schouder was haar antwoord en Mike lachte zachtjes. “Hou je vooral niet in, Mariëlle. Ze kan wel wat hebben, denk ik. Als je verkering met Frank hebt, moet dat wel.” Ondertussen waren we alweer terug. Mariëlle bedankte Martin voor het opofferen van zijn lunchpauze en we gingen weer aan het werk.

Om tien voor twee ging mijn telefoon. “Met Gonnie Peters…” Stilte. “Hallo? Met Gonnie Peters! Ik hoor u niet…” Weer stilte, toen de bezettoon. Hmm… Ik keek naar het nummer: wacht even! Hetzelfde nummer wat me een paar weken terug ook gebeld had en toen ook niets liet horen… Nou ja, wellicht iemand die een oud telefoonnummer op een lijstje had staan en in de war was dat hij mij nu aan de lijn kreeg. Het was in ieder geval geen buitenlands nummer ergens uit Afrika of zo. Ik ging weer verder met mijn werk: Cursussen inplannen, locaties reserveren, de docenten inplannen, materiaal regelen en alles op de website én op de planning voor de docenten zetten.

De afgelopen weken hadden me geleerd: eerst naar de huidige planning van de docenten kijken, dán de locaties reserveren, dán pas het cursusmateriaal bestellen bij onze ‘huisdrukkerij’. Geen andere volgorde, want de planning van de docenten liep vér vooruit en was niet zo flexibel. En de locaties hadden natuurlijk ook een planning; wij gaven onze cursussen meestal in ‘goede’ conferentiecentra; niet bij een motel in de buurt.

“Hé Gon, wil jij koffie of thee?” Mike stond plotseling bij mijn bureau. “Thee graag, Mike. Citroenthee, als dat er is.” Hij knikte. “Komt er aan.” Even later kwam hij weer binnen, met in zijn kielzog Mariëlle. Die ging op een stoel zitten met uitzicht op de buitendeur. “En mevrouw de receptioniste… Hoe bevalt het tot nu toe?” Mariëlle lachte. “Nou, het is lekker rustig hoor. Twee bezoekers vandaag , wat mails maar wel zeven telefoontjes, waarvan er bij vier niets te horen was aan de andere kant. Dat was wél vreemd.”

Bij mij ging een alarmbel rinkelen. “Niets te horen? Vertel eens…” “Nou, heel simpel. Ik nam op, zei mijn naam en het was stil aan de andere kant. Nog een keer mijn naam, toen zei ik dat ik niets kon horen en dat degene misschien nog een keer moest bellen omdat de lijn wellicht niet goed was. En óf ik hing op óf er was aan de andere kant al opgehangen. Irritant. Is die telefoon wel goed?” Mike haalde zijn schouders op. “Ik heb Yvon er nooit over gehoord. En die andere telefoontjes? Die kon je wel verstaan?” Ze knikte. “Ja hoor, prima. Dus…”

Ik kwam overeind. “Kun jij het nummer van de beller zien?” Ze knikte. “Ik kan zelfs de hele belgeschiedenis van vandaag zien. En die moet ik ’s avonds uitdraaien en bewaren, zei Yvon. Hoezo?” “Ik wil even dat nummer zien, Mar. Ik kreeg vanmiddag nét zo’n telefoontje op mijn toestel.” Mariëlle liep naar de hal en kwam even later terug met een post-it. En de nummers kwamen overeen! “Dit is niet pluis…” mompelde ik.

Mike wees naar boven. “Laat Martin er eens naar kijken. Wie weet heeft een van zijn legale hackers een maniertje om er achter te komen wie jullie zit te spammen.” “Soms heb jij goeie ideeën, Mike!” Ik liet mijn thee staan en liep naar boven. Klop, klop… Martin deed open. “Ah… ons zonnetje in huis! Maar zo te zien komt er storm… Wat is er aan de hand, Gon?”

Snel vertelde ik over de telefoontjes. “Oh, da’s geen probleem meid. Ehhh… ik maak even een klus af en dan duik ik hier wel in. Een kwartiertje, hooguit.” “Dank je wel, Martin.” Ik liep weer naar beneden. “Martin zoekt dit even uit. Over een kwartier weet hij meer, zei hij. Dank voor de tip, Mike.” Die knikte. “Ik ben eens lastig gevallen via de telefoon. Een week lang om het kwartier een telefoontje met herrie. Martin heeft toen uitgezocht hoe en wat; bleek om een voormalige buurman te gaan die dacht dat hij nog geld van me kreeg. Martin heeft een scriptje op dat nummer losgelaten; telkens als hij me belde kreeg hij een enorme bak herrie terug; ik moest van Martin de meest slechte rockplaat in mijn collectie opzoeken en die aan hem doorgeven…”

Mike grinnikte.

“Uiteindelijk werd dat een nummer van een rockband uit Schotland, die het wereldkampioenschap vloeken per strekkende meter met glans zouden winnen. En dat begeleid door bijzonder valse gitaren en een doedelzak. Echt, wat een herrie, niet te geloven… Martin heeft daar een stukje van opgenomen en op mijn telefoon gezet. En telkens als hij mij belde, kreeg hij die herrie te horen. Dat stalken heeft een paar dagen geduurd, toen werd het minder en na een week was het afgelopen. Heerlijk. En die vent heeft nu waarschijnlijk voortdurende koppijn…”

Om Mariëlle d’r mond kwam een piepklein glimlachje. “Nou ja, koppijn krijg je sowieso wel als je met jou aan de telefoon zit, Mike…” Een golf thee vloog uit mijn beker over de tafel en Mike zat haar stomverbaasd aan te kijken.

“Krijg nou wat… Ik dacht dat jij zo’n bedeesd meisje was en zo. Tenminste: dat werd me vanochtend verteld. Volgens mij is daar niets van waar en ben je al net zo’n kreng als Yvon en Gon.” Mariëlle lachte voluit. “Mijn twee broers zijn het misschien met je eens, Mike. Ga maar eens met hen praten, zou ik zeggen.”

Mike mopperde nog wat, nam zijn laatste slok koffie en ging weer naar de ‘helpdeskcomputer’. En ook Mariëlle vertrok naar haar plekje. Twintig minuten later stak Martin zijn hoofd om de deur. “Gon? Kom je even?” Bij de desk legde hij een print van een Google Earthfoto neer. “Jullie worden gebeld uit Terschuur. Telefoon heeft contact gemaakt met deze set antennes…” Hij wees op een antennemast bij een camperplaats. “Bekend?” Mariëlle schudde haar hoofd. “Nee. Helemaal aan de andere kant van het dorp, zo te zien.”

Bij mij begon een belletje te rinkelen. “Wacht eens… de Weever Senior zei dat z’n lieve zoontje sinds z’n scheiding van een paar maanden terug nu in het bakhuus van een boerderij woont. Dát zou ‘m wel eens kunnen zijn! Wat voor auto heeft Teuntje, Mariëlle?” Die dacht na. “Een grote, zwarte… Ik dacht een Skoda. Octavia of Suberb, dat weet niet zeker.” Ik pakte de foto. “Helpt je niks Gon”, zei Martin. “Die foto is van 2024.” Ik gromde. “Jammer. Maar goed: we hebben nu een vermoeden dat het Teuntje de Weever is die ons telefonisch stalkt. De vraag is: wat doen we met dat vermoeden?”

Mariëlle was bleek weggetrokken. “Hij blijft bezig, Gon… Ik heb zo’n tabak van die vent…” Ik keek grimmig. “Je hoeft niet meer bang te zijn, Mariël. Hier ben je veilig. Als jij achter je desk zit en hij zou binnenkomen: Eén gil en er staan een paar kerels om je heen. En ik.” “Ja, da’s nog veel gevaarlijker”, zei Martin droog. “Ik heb iets opgevangen over een directeur van een uitgeverij…” Op mijn vragende blik zei hij: “Yvonne flapte er vorige week iets uit toen het over jou ging. Tja, en toen vroeg ik door… Mijn respect heb je, Gon!”

Met een knipoog ging hij weer naar boven en ik zuchtte diep. “Verdorie…” Mariëlle keek nieuwsgierig, maar ik schudde mijn hoofd. “Komt nog wel een keertje. Nu moeten we ons even op Teuntje richten. Morgen maar eens tussen neus en lippen door aan zijn pa vragen waar meneer uithangt en wat mobiele telefoonnummer is. En als onze vermoedens kloppen, gaat meneer bezoek krijgen.” Mariëlle keek nieuwsgierig. “Van wie? Van jou?” Ik knikte. “Onder andere. De ander is Frank. Die zal het ook niet zo op prijs stellen dat jij en ik gestalkt worden door die vent.”

Ik keek op mijn horloge. “Kom dame. We gaan ons toespraakje voor morgen nog even doornemen. Ik heb zojuist besloten dat jij ook een deel voordraagt.” Ze keek verontrust. “Ik? Ze zien me aankomen…” Ik knikte. “Ze zien je zéker aankomen, meid. Zeker als je morgen er net zo uitziet als nu. Luister: Jij kent het bedrijf veel beter dan ik. Maar: je moet niet als een schaduw achter mij aantrippelen, dan word je niet serieus genomen. Ik stel voor dat jij morgen het offensief start.

Door glashelder te vertellen wat er de afgelopen maanden gebeurd is en door welke hel jij en je collega’s zijn gegaan, dankzij het schrikbewind van Teun de Weever. En ik wil dat je hem ook met die naam noemt. Niet ‘meneer de Weever’; dat is Senior en die blijven we braaf ‘meneer de Weever’ noemen. Maar zijn zoon is vanaf nu ‘Teun de Weever’ en niks anders. Meneer is voor iemand waar je respect voor hebt. Teun heeft dat compleet verloren. In ieder geval bij mij en ik neem aan ook bij jou. Zet dat verhaal dus in steekwoorden op papier. Niet helemaal uitgeschreven; dan kijk je meer naar je papier dan naar de zaal. Steekwoorden. Punt voor punt. En wat lach je nou?”

“Je lijkt mijn leraar Nederlands op het VMBO wel. Die hamerde daar ook altijd op… Iedereen die zijn spreekbeurt of voordracht compleet op papier had staan, kreeg nooit meer dan een zeven. ‘Het gaat ook om de manier waarop je het overbrengt! Als je om de twee woorden op je papier moet kijken, sta je niet boven de stof en dat ziet men.’ Meneer Paardekooper was daar altijd heel fel op.” Ik knikte. “Dan had hij het begrepen. In Utrecht moesten we vaak ‘pitchen’: iets overtuigend overbrengen aan mede-studenten. Eis: maximaal vijf minuten en onze aantekeningen moesten op een post-it passen. En die mocht je in de palm van je hand houden, maar je mocht er niet meer dan vier keer op kijken. Elke keer dat je keek kostte je een punt.”

Mariëlle blies uit. “Pfoe! Strenge school hoor!” Ik grinnikte. “Daarom was het ook HBO. En nu: aan het werk! Maximaal zeven minuten, half vijf overhoring door de strenge docente mevrouw Peters!” Ze vluchtte weg naar haar desk en ik naar mijn bureau. En ook ik moest natuurlijk wat voorbereiden…

Dat deed ik aan de hand van mijn aantekeningen van het praatje richting Gerrit de Weever. Ik verdeelde het in drie punten: onze constateringen, de potentiële gevolgen ervan en de maatregelen om een teloorgang van het bedrijf te voorkomen. Gerrit de Weever zou het verhaal openen en afsluiten; hij was ten slotte de directeur. Een half uurtje later was ik zover. De aantekeningen? Een half A4tje. Prima. Ik liep naar de hal. Mariëlle was de gebruiksaanwijzing van onze telefooncentrale aan het doornemen. “Ben u zover, mevrouw Steenbeeke?” Ze knikte. “Nou, brandt los dan. Ik luister.”

Ze pakte een gele post-it en plakte die in haar hand. “Dames en heren… de afgelopen maanden zijn er hier een aantal zaken gebeurd…” Rustig en duidelijk vertelde ze haar verhaal en toen ze na zes minuten klaar was kon ik niet anders dan zacht applaudisseren. En vanuit de deuropening van O&O klonken ook twee klappende handen: Mike.

“Dat was luid en duidelijk, Mariëlle. Geen speld tussen te krijgen”, bromde hij. Ik knikte. “En je houding was ook prima. Rechtop, af en toe een stap naar links of naar rechts, en mensen recht aankijken. En je hebt slechts één keer gespiekt. Juf Gonnie geeft je een negen.” Ze bloosde en zei toen: “En nu jij. Ben ik ook wel benieuwd naar.” Ik legde mijn spiekbriefje voor me neer. “Hé, da’s niet eerlijk! Jij hebt een half vel vol!” Ik gniffelde. “Bij mij staan er ook wat cijfertjes op. Die moet ik wel goed reproduceren, anders roept de boekhouding meteen dat het niet klopt.”

Mijn verhaal was ook kernachtig: onderverdeeld in drie hoofdthema’s. En ik besloot met een nogal pittig slot, maar daar had ik toestemming voor van Gerrit de Weever: “Iedereen die protesteert en zich niet thuis voelt bij de veranderingen die bij de Weever automatisering: daar nemen we afscheid van. Iedereen die blijft, zal zich dienen te conformeren aan de nieuwe bedrijfscultuur. Doet u dat niet, dan gaan we óók afscheid van elkaar nemen omdat u dan niet meer in het team past.

Vanaf morgen liggen de kleding- en kapselvoorschriften van Teun de Weever in de vuilnisbak; u trekt aan wat u lekker vindt zitten. Zoals u ziet: Mariëlle heeft daar al een voorschot op genomen. Uiteraard binnen het fatsoenlijke, maar dat spreekt voor zich. U spreekt elkaar aan met de naam die de ander prettig vindt. Liefst hoor ik voornamen, maar ik begrijp dat dat voor sommigen onder u misschien nog een brug te ver is. Maar het nogal vernederende ‘juffrouw’ zonder achternaam wens ik niet meer te horen. Als u een vrouwelijke collega aanspreekt en u kent haar voornaam nog niet, is het ‘mevrouw Steenbeeke’ of ‘mevrouw Peters’. U bent collega’s van elkaar, of u nu als programmeur werkt, op de administratie of in het magazijn: de een kan niet zonder de ander. Wij spreken in Ede elkaar allemaal met de voornaam aan, maar goed: de oudste van ons is 36, een van onze programmeurs. Graag zou ik zien dat dat hier ook gaat gebeuren.

En het uiteindelijke doel is, en hou dat goed voor ogen: een integratie van twee goed lopende bedrijven. Misschien op termijn een fusie, maar daar kan meneer de Weever zo dadelijk beter iets over zeggen. Mariëlle en ik lopen de aankomende weken op dinsdag en woensdag en wellicht ook een keertje op donderdag hier rond. Stellen vragen, gaan met jullie in gesprek. Aan de hand daarvan gaan we geleidelijk zaken invoeren om er samen beter van te worden. Tot zover mijn inleiding. Als er vragen zijn: ik hoor het graag.”

Vanaf de deur zei Mike: “Nou… Da’s een nog pittig verhaal, Gon… Ik schat dat er nogal wat geroezemoes komt na jouw… ahum… ‘opbeurende preekje’.” “Da’s precies de bedoeling, Mike. Men moet zelf maar tot de conclusie komen dat men met Gon Peters niet de kachel moet aanmaken. En… Ik vermoed dat mijn ‘opbeurende preekje’ ook ter ore zal komen aan Teuntje de Weever. En dat die achter z’n oren gaat krabben of hij het mij lastig wil gaan maken. Als hij verstandig is, doet hij dat niet.” “Als ik in zijn schoenen stond, keek ik wel uit, Gon. Je keek tijdens je verhaal aan paar keer nogal… doordringend.” Mike gniffelde, Mariëlle ook.

“Je krijgt van mij een zeven, Gon. Je spiekte drie keer.” “Trut…” Ik keek op m’n horloge. “Kom, we gaan richting huis, het is al tien minuten over tijd. Mariëlle, zal ik jou morgen oppikken? Ik kom toch langs jouw huis…” Ze knikte. “Hoe laat?” “Rond acht uur. Negen uur heeft Gerrit al het personeel in de kantine. Dan kunnen we bij jou thuis nog even de puntjes op de i zetten, indien nodig. Kwart voor negen wil ik bij De Weever Automatisering op de stoep staan. Niet eerder.”

“Prima. Dan kun je ook even kennismaken met mijn ouders. Zullen ze leuk vinden.” Martin kwam naar beneden. “Zo… hangen jullie hier nog rond? Meestal moet Yvon de toko afsluiten, maar vandaag mocht ik dat doen… Eruit jullie!”

Ik pakte mijn tasje, nam afscheid en liep naar de auto. Nog even boodschappen doen, eten, nog even op de bank hangen en dan slapen. Ik was er klaar voor; Mariëlle duidelijk ook. Na het eten en de kleine afwas appte ik nog even met Frank.

Na wat plagerijtjes via de app belde hij. “Hoi schat. Ben je klaar voor morgen?”

“Ja hoor. Mar en ik hebben even onze speeches gerepeteerd; zelfs Mike was onder de indruk. We weten alleen nog niet of dat door onze outfit kwam of door de tekst.”

“Outfit? Vertel…”

“Nou… Mariëlle is zaterdag wezen shoppen. We hebben een complete make-over mogen aanschouwen.” Ik giechelde en zei ondeugend: “En ze heeft best mooie benen…”

Frank was even stil. “Jij wordt niet verondersteld daar op te letten, mevrouw Peters! Da’s mijn afdeling.”

Ik bromde: “Mocht je willen. Maar ik zal je morgenavond wel even afleiden, jochie. In je bunker.”

“Hmm… dat lijkt me wel fijn. Dan kan ik jouw benen weer eens goed bekijken.”

“Dat moet je wel verdienen, geile vent. Misschien komt de strenge mevrouw Gonnie morgen langs.”

Ik hoorde een lachje. “Moet ik dan alles doen wat zij wil? Lekker hoor…”

Ik zuchtte. “Je bent een geil mannetje. Nou, ik ga slapen; morgen een inspannende dag. En een nog inspannender avond. Succes morgen in Bremerhaven!”

“Dank je wel. Tot morgen, schoonheid.”

We verbraken de verbinding. Ik dacht even na. De strenge mevrouw Gonnie? Nee. Misschien moest ik morgen overdag al streng genoeg zijn. De romantische Gon zou morgen bij Frank op bezoek komen. Lekker vrouwelijk. Ik sloot af en liep naar boven. Geen licht aan; geen overbuurman op de uitkijk? Nee. Mooi. Gordijnen dicht en het licht aan.

Ik opende mijn kledingkast. Hee… Dat rose rokje met die pettycoat er onder. Rick was daar helemaal gek van geworden. Een transparant bloesje met wijde, dunne mouwen… Witte nylons en lichtroze pumps. Frank zou helemaal…

Ik stopte de kleding in m’n weekendtas. Kleren voor woensdag in de andere, mijn extra toilettasje erbij. Zo, ik was er klaar voor. Nu naar bed.

Ik kleedde me uit.

Mezelf nog even lekker verwennen? Ja, had ik zin in. Lekker in bed klaarkomen, ontspannen en dan heerlijk in slaap vallen…
Geef dit verhaal een cijfer:  
5   6   7   8   9   10  
Klik hier voor meer...
Durf jij met oma te flirten?