Lekker Anoniem Webcammen!
Donkere Modus
Door: Leen
Datum: 18-01-2026 | Cijfer: 0 | Gelezen: 153
Lengte: Lang | Leestijd: 33 minuten | Lezers Online: 5
Trefwoord(en): Ardennen, Betrapt, Chantage, Klaarkomen, Masturberen, Oraal, Pijpen, Slikken, Verlangen,
Dirk
In het zwembad is de hel losgebarsten. Of nou ja, wat Kristof 'gezelligheid' noemt. Er wordt een waterpolowedstrijd gespeeld met de subtiliteit van een oorlog in de loopgraven. Kristof brult instructies naar David, het water spat metershoog op tegen de glazen wanden, en het geluid kaatst oorverdovend rond in de betegelde ruimte. Els kan het niet meer aanhoren. Het is niet alleen het lawaai; het is hij. Ze ziet hoe Kristof uit het water rijst als een soort Ardense Poseidon, het water druipend van zijn brede borstkas, zijn lach galmend boven alles uit. Hij domineert de ruimte, de sfeer, de mensen. En het ergste is: ze kan haar ogen niet van hem afhouden.

"Ik ga douchen," snauwt ze tegen niemand in het bijzonder. Ze trekt zich uit het water, rillend zodra de lucht haar natte huid raakt, en beent weg van de chaos, richting de douches die zich in een nis achterin bevinden. Ze draait de kraan van de achterste douche open, zo heet als ze kan verdragen. Een straal stomend water klettert op de tegels en hult haar onmiddellijk in een dichte, witte mist. Ze leunt met haar voorhoofd tegen de koude, gladde muur en sluit haar ogen. "Eikel," fluistert ze. "Arrogante, zelfingenomen eikel." Ze probeert de woede vast te houden. Ze probeert te denken aan zijn kinderachtige gedrag in het kasteel, aan zijn denigrerende opmerkingen over haar conditie. Maar in plaats van woede, voelt ze die andere, verraderlijke hitte die ze al de hele dag probeert te onderdrukken.

In de donkerte achter haar oogleden ziet ze het weer voor zich. De slaapkamer in het kasteel. De manier waarop hij naar haar keek. Niet spottend, maar uitdagend. Zullen wij anders? Zijn stem zindert na in haar onderbuik. Ze weet dat hij een spelletje speelde, dat hij alleen maar wilde stoken. Maar god, wat had ze gewild dat hij het meende. Ze had gewild dat hij haar daar op dat middeleeuwse bed had gegooid en die arrogante grijns van zijn gezicht had geveegd met... met iets anders.

Haar hand glijdt omlaag, bijna buiten haar wil om. Het water stroomt over haar rug, langs haar billen, warm en dwingend. "Kristof," hijgt ze zachtjes. Ze raakt zichzelf aan. Eerst aarzelend, dan dwingender. Het is geen liefdevolle aanraking; het is een manier om stoom af te blazen, een fysieke noodzaak geboren uit frustratie. Ze beeldt zich in dat het zijn handen zijn. Ruw, groot, bezitterig. Handen die niet vragen, maar nemen. Handen die haar zouden dwingen om haar mond te houden en gewoon te voelen. Ze wrijft over haar clitoris, haar heupen duwen tegen de denkbeeldige weerstand van zijn lichaam. Het ritme van het kletterende water mengt zich met het bonzen van haar bloed. Ze bijt op haar lip om niet te kreunen, om het geluid binnen te houden in deze kleine, betegelde ruimte. De frustratie van de ochtend, de vernedering van de wandeling, de jaloezie op die saaie Leen... het komt allemaal samen in een punt van scherpe, elektrische spanning.

In het zwembad gaat het mis. Een harde uithaal van Kristof stuurt de bal met een rotvaart richting de kant. Dirk, die net even aan de rand hing om op adem te komen, ziet het projectiel te laat komen. De bal schampt zijn hoofd en slaat zijn bril, die hij even had afgezet en op de rand had gelegd, het water in. Vloekend duikt Dirk erachteraan. Wanneer hij bovenkomt, druipt het water van de glazen. Hij haat natte brilglazen. Hij haat het gevoel van druppels die zijn zicht vertroebelen, de onmogelijkheid om ze droog te krijgen met natte handen. Geërgerd klimt hij het bad uit. Hij wil naar zijn handdoek, zijn bril drogen, weg uit deze chaos. Op zijn blote voeten loopt hij over de natte tegels richting de kleedruimte. Maar terwijl hij de hoek omgaat naar de nis met de douches, vertraagt hij zijn pas.

De ruimte staat blauw van de stoom. Dirk ziet geen persoon, alleen een wazig silhouet achter de matglazen wand en de dichte nevel. Hij wil doorlopen, fatsoenlijk als hij is, maar dan hoort hij het. Het is geen geluid van iemand die zich wast. Er is geen gekletter van flessen shampoo, geen neuriën. Hij hoort een zware, onregelmatige ademhaling. Een zacht, gesmoord geluid dat klinkt als een snik, maar dan urgenter. Dirk blijft staan. Hij staat in de dode hoek, onzichtbaar voor de zwemmers in het bad en onzichtbaar voor de persoon onder de douche. Hij zet zijn natte bril op en negeert de druppels.

Door het geluid van de straal heen hoort hij een ritmisch, nat geluid. En dan, heel zacht, maar onmiskenbaar, een naam. "Kristof..." Het wordt uitgestoten met een mengeling van haat en lust die Dirk doet trillen op zijn benen. Hij weet wie daar staat. Hij herkent de houding, de scherpe lijn van de schouder die tegen de muur leunt. Els. Els, die de hele dag loopt te vitten op Kristof. Els, die doet alsof ze hem wel kan schieten.

Plotseling voelt Dirk een golf van opwinding door zijn lijf schieten, heviger dan hij in jaren heeft gevoeld. De hypocrisie, de geheime lust, het feit dat ze daar staat te fantaseren over de man die ze zegt te haten... het windt hem mateloos op. Hij voelt hoe zijn lid stijf wordt in zijn natte zwembroek, hard en pijnlijk tegen de koude stof. Hij blijft staan, roerloos, zijn ademhaling stokt. Onbewust gaat zijn hand naar beneden. Hij strijkt over de bobbel in zijn broek, wrijft langzaam, zijn ogen gefixeerd op het schokken van haar silhouet achter het glas.

In het zwembad klinkt een harde plons en gejoel. "Goal!" roept Kristof in de verte.

Onder de douche verstijft Els. Ze slaakt een kreetje dat ergens tussen pijn en verlossing in zit, haar rug kromt zich en ze drukt haar voorhoofd hard tegen de tegels. Ze trilt, haar ademhaling stokkend en dan jagend. Dirk kijkt toe, en het is te veel. De aanblik van haar climax, het geluid van haar ontlading, trekt hem over de rand. Met een schok schiet hij zijn eigen lading in zijn zwembroek, een warme, kleverige golf die zich vermengt met het chloorwater. Hij leunt zwaar tegen de muur, hijgend, zijn ogen nog steeds op haar gericht.

Het duurt even voordat de stilte terugkeert. De douche wordt dichtgedraaid. Dirk herstelt zich. Hij weet dat hij weg moet, maar zijn voeten lijken vastgevroren aan de tegels. Hij blijft staan. Wanneer Els de doucheruimte uitkomt, rood aangelopen en met haar handdoek strak om zich heen geklemd, staat hij daar. Midden in het gangpad. Ze botst bijna tegen hem op. "Jezus, Dirk!" roept ze, schrikkend. "Wat doe jij hier?" Dan ziet ze zijn gezicht. Ze ziet de blos op zijn wangen, de ietwat verwilderde blik achter de beslagen brilglazen, en de manier waarop hij nog steeds zwaar ademt. Haar blik glijdt omlaag, naar zijn zwembroek, en dan weer omhoog naar zijn ogen.

Het besef slaat in als een bom. Haar ogen worden groot. Ze weet het. Ze weet dat hij er stond. Dat hij alles gehoord heeft. De paniek flitst over haar gezicht, ze opent haar mond om iets te zeggen, om zich te verdedigen, om hem uit te schelden. Maar Dirk is haar voor. Er krult een langzaam, bijna wreed glimlachje om zijn lippen. Hij doet geen stap opzij. "Was de ontlading heerlijk?" vraagt hij zacht, zijn stem laag en hees. Els bevriest. Ze staat aan de grond genageld, haar knokkels wit van het knijpen in haar handdoek.

Dirk leunt iets naar voren, de geur van haar opwinding en zeep vult zijn neusgaten. "Volgende keer roep je mijn naam?" fluistert hij. Zonder op antwoord te wachten, loopt hij langs haar heen, de kleedkamer in, haar verbijsterd en trillend achterlatend in de vochtige gang.

De deur van de kleedruimte valt achter hem in het slot met een zachte, beschaafde klik. Dirk leunt even met zijn rug tegen het koele hout en sluit zijn ogen. Zijn hartslag is rustig, maar zijn hoofd voelt helder, bijna elektrisch geladen. Hij heeft geen schaamte over wat hij zojuist heeft waargenomen. Het is gewoon... Kennis. En kennis is macht, zolang je die voor jezelf houdt. Hij droogt zich af met zijn gebruikelijke, methodische precisie. Eerst zijn gezicht, dan zijn armen, zijn borst. Hij trekt zijn kleren aan – de beige ribbroek, het geruite overhemd, de trui die Sandra 'degelijk' noemt. Hij bekijkt zichzelf in de spiegel. Hetzelfde gezicht als altijd staart hem aan: onopvallend, kalm, de man die niemand echt ziet staan. Perfect. De perfecte camouflage voor iemand die net de barsten in het pantser van de anderen heeft gezien. Hij stopt zijn natte zwembroek in een plastic zakje en loopt de gang door naar de woonkamer.

De warmte en de geur van eten slaan hem tegemoet als een zachte deken. De transformatie van de groep is in volle gang. De zwembad-energie heeft plaatsgemaakt voor de gezellige chaos van de voorbereidingen voor het eten. Het haardvuur knettert, er staat muziek op, en de ruimte is gevuld met het geluid van stemmen en rinkelend servies. "Ah, Dirk!" roept Sandra vanuit de keukenhoek, waar ze salades staat te mengen. "Ben je daar eindelijk? Pak jij even het stokbrood? Het ligt al op de plank, moet alleen nog gesneden worden." Het is geen vraag, het is een vanzelfsprekendheid. Dirk knikt en stroopt zijn mouwen op. Hij pakt het broodmes en begint te snijden, rustig en beheerst.

Buiten op het terras ziet hij Kristof staan, gehuld in een dikke jas en wolken van rook. Hij hanteert de tangen bij de barbecue als een dirigent, af en toe zwaait hij naar iemand binnen of neemt hij een slok van zijn wijn. David loopt heen en weer met schalen, lachend om iets wat Kristof roept. Annelies en Leen dekken de tafel. Ze praten zachtjes met elkaar. Dirk ziet hoe Annelies af en toe giechelt. De sfeer is gemoedelijk, bijna familiair. Iedereen heeft zijn plek gevonden in de machine van de avond.

Iedereen, behalve Els. Dirk kijkt de ruimte rond, over de rand van zijn bril. De stoel waar ze meestal zit, is leeg. Haar wijnglas staat onaangeroerd op tafel. "Waar is Els eigenlijk?" vraagt Leen, terwijl ze servetten neerlegt. "Die was toch vlak voor ons de douche ingegaan?" "Geen idee," zegt Sandra, terwijl ze in een stuk komkommer bijt. "Misschien is ze in slaap gevallen? Of weer aan het bellen met het werk?" Dirk zegt niets. Hij snijdt gewoon door, plakje na plakje. Hij weet dat ze niet slaapt. Hij weet dat ze waarschijnlijk voor de spiegel staat en probeert de sporen van haar frustratie weg te poetsen, probeert het masker weer op te zetten dat even was afgegleden.

Het duurt nog zeker tien minuten voordat de deur naar de gang opengaat. Het gesprek aan tafel valt even stil. Els komt binnen. Ze ziet er onberispelijk uit, zoals altijd. Haar make-up is vers, haar kleding strak en stijlvol. Maar Dirk, die weet waar hij op moet letten, ziet de barstjes. Hij ziet dat haar haar net iets te wild zit, alsof het haastig is droog geblazen. Hij ziet de lichte blos op haar wangen die niet van de buitenlucht komt. En hij ziet hoe haar ogen onrustig door de ruimte schieten, even blijven hangen bij Kristof buiten, en dan snel wegdraaien.

"Zo," zegt ze met een stem die net iets te luid is. "Sorry dat ik laat ben." Ze loopt naar de tafel, schenkt zich een glas water in en drinkt een grote slok. "Alles goed?" vraagt David vriendelijk. "We dachten dat je door het putje was gespoeld." Els zet het glas neer met een iets te harde tik. Ze strijkt door haar haren, een nerveus gebaar. "Nee hoor," zegt ze, en ze forceert een glimlach. "Ik moest mijn haar nog wassen en drogen. Die chloorlucht, vreselijk. Dat krijg je er bijna niet uit." Ze kijkt de kring rond, alsof ze uitdaagt of iemand haar tegenspreekt.

Haar blik kruist die van Dirk. Hij staat nog steeds bij het aanrecht, het broodmes in zijn hand. Hij kijkt haar aan en heft zijn glas. Een miniem gebaar. Een stille toost tussen medeplichtigen. Hij ziet haar slikken. Haar keelspieren trekken samen. Ze kijkt weg.

"Aan tafel!" brult Kristof plotseling vanuit de deuropening, terwijl hij een nieuwe schaal dampend vlees naar binnen draagt. "Vlees moet gegeten worden als het heet is!" De groep komt lachend in beweging en iedereen zoekt een plek aan de lange houten tafel in de woonkamer. Dirk kiest zijn plek strategisch. Hij gaat naast Els zitten. Hij voelt zich onoverwinnelijk. De wijn stijgt naar zijn hoofd, maar het is vooral de situatie die hem dronken maakt. Hij ziet hoe Els gespannen is naast hem. Ze schrikt elke keer als hij beweegt, als zijn arm per ongeluk de hare raakt. Ze probeert normaal te doen, lacht net iets te hard om Davids anekdotes over zijn fietsbanden en helpt Leen overdreven behulpzaam met de sausjes, maar ze is zich hyperbewust van zijn aanwezigheid. Ze is bang. En hij is de oorzaak.

Wanneer het geroezemoes aan tafel aanzwelt – Sandra en David discussiëren luidruchtig over de beste energiegels en Kristof komt net binnen met een nieuwe lading worstjes – ziet Dirk zijn kans schoon. Hij buigt zich iets naar haar toe, zogenaamd om de karaf water te pakken die net voor haar staat. Zijn schouder drukt tegen de hare. Hij ruikt haar parfum, dezelfde geur die in de douchecabine hing, vermengd met de geur van haar opwinding. "Zullen we volgende keer samen douchen?" fluistert hij hees in haar oor. De woorden zijn doordrenkt met zijn nieuwe zelfvertrouwen, een belofte en een dreigement in één.

Hij leunt terug en wacht op de reactie. Hij verwacht een schok. Een blos. Misschien diezelfde angstige opwinding die hij in de gang zag. Hij verwacht dat ze haar ogen neerslaat, dat ze onderdanig wordt. Maar Els verstijft niet. Ze draait haar hoofd langzaam naar hem toe. De beweging is beheerst, koud. Wanneer hun blikken elkaar kruisen, schrikt Dirk. Haar ogen staan niet bang. Ze staan ijskoud en venijnig. De onzekere vrouw uit de gang is verdwenen; hier zit een vrouw die vecht voor haar leven.

"Zet dat maar heel snel uit je hoofd, Dirk," sist ze terug. Het is zacht genoeg zodat de anderen, die druk bezig zijn met het doorgeven van de aardappelsalade, het niet horen. Maar de toon komt aan als een zweepslag in zijn gezicht. "Ik zou mij maar heel rustig houden, als ik jou was," vervolgt ze, haar lippen nauwelijks bewegend. "Wat denk je dat er gebeurt als ik Sandra vertel dat je me aan het begluren was?" Dirk voelt het bloed uit zijn gezicht trekken. Zijn maag, net nog gevuld met warme euforie, maakt een vrije val in een bodemloze put. Hij kijkt naar Sandra, die aan de overkant van de tafel luidkeels lacht en David op zijn schouder slaat. Sandra, zijn vrouw. Sandra, die geen genade kent als ze zich vernederd voelt.

"Dat... dat zou je niet doen," stamelt hij, maar de overtuiging is weg. Els' ogen vernauwen zich tot spleetjes. "O nee? Probeer me maar uit. Sandra verwijt je nu nog altijd dat je Leen vorig jaar te veel begluurde. Toen ze dronken topless in het zwembad stond. Weet je dat nog, Dirk? Die ruzies?" Dirk slikt. Natuurlijk weet hij dat nog. Het was een hel. Hij had wekenlang op de bank moeten slapen. "Sandra is dat niet vergeten," gaat Els genadeloos verder. Ze ruikt zijn angst en ze bijt door. "Eén woord van mij over vandaag, één klein duwtje, en ze vreet je op met huid en haar. Dan gooit ze je buiten en dan ben je alles kwijt. Begrepen?"

Het is een koude douche, ijskouder dan het zwembadwater ooit was. Zijn machtspositie, die hij vijf minuten geleden nog zo koesterde als een pasgeboren baby, wankelt. Maar hij stort niet in. Dirk kijkt naar Sandra. Zijn vrouw. Ze lacht hard, gooit haar hoofd achterover. Hij kent haar. Ze houdt van roddels. Ze smult van leedvermaak. En, realiseert hij zich plotseling met een helderheid die door de wijn heen snijdt: ze vindt Els stiekem een aansteller. Een nieuwe, sluwe gedachte vormt zich in zijn hoofd. Els denkt dat ze een troefkaart heeft, maar Dirk heeft de joker. Wat als ik het Sandra gewoon vertel? Wat als hij straks, in de beslotenheid van hun slaapkamer, tegen Sandra zegt: "Je raadt nooit wat ik Els hoorde doen in de douche. Ze stond daar Kristof te roepen terwijl ze zichzelf lag te bevredigen." Hij weet zeker dat Sandra zoiets denigrerends over Els fantastisch zou vinden. Het zou Els degraderen tot het lachertje van de groep. De zielige, wanhopige vrouw die geilt op de man van haar vriendin. Sandra zou die informatie verslinden. Ze zou boos zijn op Els, niet op hem. Hij is slechts de boodschapper, de getuige van Els' wanhoop.

Die gedachte tovert een glimlachje terug op zijn gezicht. Het is geen brede lach, maar een klein, venijnig krulletje. Hij neemt een beheerste slok wijn om zijn plan te bezegelen. Hij is niet bang. Hij heeft een wapen. Hij buigt zich weer iets naar Els toe, dichtbij genoeg zodat ze zijn adem kan ruiken. "We zullen wel zien wie er het hardste lacht, Els," zegt hij, zacht maar kristalhelder. Hij ziet het effect onmiddellijk. Els kijkt verschrikt op. Haar vork klettert zachtjes tegen haar bord. Ze had verwacht dat hij zou inbinden, zou smeken. Maar hij kijkt haar recht aan, zonder met zijn ogen te knipperen. Hij ziet de onzekerheid in haar blik kruipen. Ze weet niet of hij bluft.

Dirk leunt tevreden achterover en neemt nog een slok. De rest van de maaltijd verloopt in een waas van genoegdoening voor Dirk. Hij voelt Els' blik constant op zich branden, maar hij negeert haar. Hij praat met Kristof, lacht met Sandra, en geniet van zijn geheime wapen. Na het eten is de chaos compleet. Iedereen helpt mee, of loopt elkaar in de weg. Sandra beveelt Dirk om de vaatwasser in te ruimen. "Ja, schat," zegt hij, vrolijker dan normaal. Hij pakt een stapel borden en loopt naar de bijkeuken, waar de vaatwasser in een hoek staat. Hij fluit zachtjes. Hij heeft geen haast. Hij gaat straks Sandra apart nemen. Hij staat over de vaatwasser gebogen wanneer hij voetstappen hoort. Hij draait zich traag om.

Het is Els. Ze heeft twee lege schalen in haar handen die ze met een harde klap op het aanrecht zet, vlak naast zijn elleboog. Het porselein rammelt. Ze blijft staan. Dirk stopt met fluiten. Hij leunt nonchalant tegen de kastjes en kruist zijn armen. Hij voelt zich groots. De wijn suist in zijn oren. "Zo," zegt hij, zijn stem lager dan normaal. "Kom je smeken, Els? Of kom je vragen of ik het al aan Sandra verteld heb?" Hij verwacht tranen. Hij verwacht paniek. Maar Els doet niets van dat alles. Ze ademt zwaar, haar borstkas gaat snel op en neer onder haar strakke trui. Haar ogen zijn donkere poelen, de pupillen zo wijd dat het blauw bijna verdwenen is. Ze kijkt hem aan met een intensiteit die Dirk niet kan plaatsen.

Ze zet een stap dichterbij. Ze staan nu in de luwte van de keuken, de geluiden van de woonkamer klinken vlakbij maar gedempt. De lucht om hen heen voelt plotseling zwaar en geladen. "Je denkt dat je gewonnen hebt," zegt ze zacht. Haar stem trilt, maar niet van angst. Het klinkt... onstabiel. "Ik heb gewonnen," corrigeert Dirk haar. Hij geniet van de woorden. "Sandra gaat smullen van jouw kleine douche-avontuurtje." Els zet nog een stap. Ze staat nu in zijn persoonlijke ruimte. Dirk moet zich inhouden om niet achteruit te deinzen. Hij ziet zweetpareltjes op haar bovenlip en een vreemde blos in haar nek.

"Je bent een lafaard, Dirk," fluistert ze. "Ik ben degene die de touwtjes in handen heeft," bijt hij van zich af. Maar zijn hartslag versnelt. Waarom is ze niet bang? Waarom komt ze dichterbij? "Nee," zegt ze. En dan verschijnt er die vreemde, scheve glimlach op haar gezicht. Het is een glimlach die Dirk niet begrijpt. Het is geen vriendelijkheid, maar ook geen pure haat. Het lijkt wel... uitdaging? "Je bent gewoon een man," zegt ze, haar stem zakt tot een hees fluisteren dat langs zijn zenuwuiteinden schuurt. "Een roekeloze, geile man."

Dirk voelt zijn mond droog worden. "Wat klets je nou?" "Ik zag je kijken," gaat ze verder. Ze komt nog dichterbij, tot haar lichaam het zijne bijna raakt. "Daarstraks. In de gang. Ik zag je ogen. Ik zag die honger." Dirk wil protesteren, wil schreeuwen dat ze liegt, maar zijn stem weigert dienst. De herinnering aan zijn stijve lid in de natte zwembroek, de explosie van lust toen hij haar hoorde... ze heeft gelijk.

Ze legt haar hand plat op zijn borst. Het gebaar is zo intiem, zo bezitterig, dat Dirk verstijft. Hij voelt de hitte van haar handpalm dwars door zijn saaie trui heen branden. Hij zou haar hand moeten wegslaan. Hij zou moeten lachen en weglopen naar Sandra. Maar hij doet niets. "Je wilde me," zegt ze stellig. "Ik... ik ga Sandra roepen," stamelt hij. Het klinkt zwak. Veel te zwak. "Doe maar," daagt ze hem uit. Ze duwt hem zachtjes maar dwingend naar achteren, tot zijn onderrug tegen het aanrecht stoot. "Roep haar maar. Maar dan vertel ik haar dat jij me hiernaartoe lokte. En wie denk je dat ze gelooft? De man die vorig jaar al in de fout ging?"

Dirk kan geen kant op. Hij is gevangen tussen het koude steen van het aanrecht en de warme, dwingende vrouw voor hem. Hij kijkt in haar ogen en probeert te lezen wat ze van plan is. Is dit een val? "Je bent bang," constateert ze. En dan doet ze iets wat zijn brein volledig kortsluit. Haar hand glijdt langzaam omlaag. Van zijn borstkas, over zijn buik. "Els, doe normaal," hijgt hij, maar hij beweegt niet. "Zwijg," beveelt ze. Haar vingers vinden zijn riem. "Je gaat je mond houden. En je gaat precies doen wat ik zeg."

Dirks gedachten racen. Ze probeert me te chanteren, denkt hij paniekerig. Ze wil me in een positie manoeuvreren waarin ik schuldig ben. Maar tegelijkertijd voelt hij die verraderlijke reactie van zijn lichaam. De alcohol, de spanning, de verboden nabijheid van Els... het maakt hem duizelig. De geur van haar parfum bedwelmt hem.

"Precies," fluistert ze vlak bij zijn oor, haar adem vochtig en warm tegen zijn huid. "Dat dacht ik al." Ze zakt door haar knieën. Dirk kijkt naar beneden, naar de kruin van haar hoofd. Hij ziet hoe haar handen naar zijn gulp gaan. Hij begrijpt er niets van. Waarom doet ze dit? Is dit om hem te vernederen? Om hem te plezieren? Om hem stil te krijgen? In een reflex grijpt hij de rand van het aanrecht vast. De wereld kantelt. Hij dacht dat hij de regisseur was, dat hij de controle had met zijn plan om Sandra in te lichten. Maar terwijl hij voelt hoe ze hem bevrijdt uit zijn broek, beseft hij dat hij er helemaal naast zat. Hij heeft geen idee welk spel hier gespeeld wordt, maar hij kan niet stoppen. Hij wil niet stoppen.

Dirk staat klem. Zijn billen tegen het witte metaal, zijn broek op zijn enkels, zijn knokkels wit van het knijpen in het koude formica van het aanrecht. Hij kijkt omlaag, gevangen in een macabere fascinatie. Voor hem, op de koude tegelvloer van de bijkeuken, zit de vrouw die hem altijd heeft genegeerd. Els. De vrouw die hem een uur geleden nog met de grond gelijk maakte. Het is niet teder. Er is niets liefdevols aan. Het is een daad van pure, agressieve noodzaak. Els kijkt hem niet eens aan. Haar ogen zijn stijf dichtgeknepen, haar voorhoofd gefronst in opperste concentratie, alsof ze een moeilijke wiskundesom aan het oplossen is. Ze hanteert hem niet als een minnaar, maar als een instrument. Ze beweegt haar hoofd ritmisch, snel, gulzig. Het lijkt wel alsof ze iets probeert weg te slikken – haar frustratie over Kristof, haar vernedering aan tafel, haar eigen eenzaamheid. En Dirk is de emmer waarin ze die emotionele bagage dumpt.

En hij? Dirk zweeft ergens tegen het plafond van de benauwde ruimte. Zijn hoofd tolt van de wijn en de totale absurditeit van de situatie. De angst dat de deur opengaat – dat Sandra binnenkomt met nog een schaal vuile vaat – hangt als een guillotine boven zijn nek. Elke keer als er in de woonkamer iemand lacht, krimpt zijn hart ineen tot een rozijntje. Dit is waanzin, schreeuwt een stem in zijn achterhoofd. Als Sandra binnenkomt, is je leven voorbij. Je raakt alles kwijt.

Maar die doodsangst werkt als een katalysator. Het maakt elke zenuw in zijn lichaam hypergevoelig. Het risico, de verbodenheid, de wetenschap dat zijn vrouw drie meter verderop zit te kletsen... het is vies, het is fout, en het is het lekkerste dat hij in jaren heeft gevoeld. Hij is geen onzichtbare toeschouwer meer. Hij wordt gebruikt, ja, maar hij wordt gezien. Hij is het middelpunt van deze geheime, perverse wereld. "Els," kreunt hij zacht, de naam ontsnapt hem zonder dat hij het wil. Ze reageert niet. Ze versnelt alleen maar. Haar hand omvat hem strak, bijna pijnlijk. Ze wil dat het voorbij is. Ze wil de climax, de ontlading, niet de connectie. Het komt snel. Te snel. De alcohol heeft zijn weerstand verlaagd, maar de pure intensiteit van de situatie eist zijn tol. Met een schokkend, onderdrukt geluid komt hij klaar, zijn heupen ongecontroleerd naar voren stotend, zijn hoofd achterover in zijn nek.

Els stopt onmiddellijk. Ze slikt, hoest even zachtjes, en veegt dan met de rug van haar hand ruw over haar mond. Ze blijft nog even zitten, hijgend, starend naar de knoop van zijn broek die op de grond ligt. De stilte die valt, is oorverdovend. Dan, in een beweging die sneller is dan het licht, grist ze haar telefoon uit de zak van haar rok.

Klik. De flits is verblindend in de schemerige bijkeuken. Dirk knippert, verdoofd en gedesoriënteerd, en kijkt omlaag. Hij ziet zichzelf, kwetsbaar en blootgesteld, vastgelegd voor de eeuwigheid. Broek op zijn enkels, shirt omhoog, een waas van genot en schaamte op zijn gezicht. Het is het ultieme bewijsmateriaal. De val is dichtgeklapt.

Ze stopt de telefoon weer weg met een tevreden, bijna zakelijke beweging. "Zo," zegt ze schor. Ze staat op, haar knieën kraken op de harde vloer. Ze trekt haar rok recht en strijkt haar haar glad, een reflex van fatsoen die in schril contrast staat met wat ze net gedaan heeft. "Nu staan we quitte." "Quitte?" fluistert Dirk, terwijl hij met trillende, onhandige vingers zijn broek optrekt en zijn riem vastmaakt. Hij voelt zich duizelig, leeggezogen, alsof ze niet alleen zijn zaad maar ook zijn ziel heeft meegenomen. "Jij hebt gezien wat je niet mocht zien," zegt ze vlak, alsof ze een zakelijke transactie bespreekt. Ze draait de kraan van de spoelbak open en spoelt haar mond en handen, zonder hem nog een blik waardig te gunnen. "En ik heb gedaan wat ik niet mocht doen. Maar ik heb wel een foto, Dirk. Een hele duidelijke. Als jij praat over mij en Kristof, praat ik over ons. En ik heb bewijs."

Ze draait de kraan dicht en pakt een theedoek. Ze droogt haar handen af, methodisch, vinger voor vinger. Dan draait ze zich om. "Wacht even tot ik weg ben voor je naar de woonkamer komt," beveelt ze zonder om te kijken. "Je ziet eruit alsof je net een geest hebt gezien. Trek je gezicht in de plooi." Zonder nog een woord te zeggen, loopt ze de bijkeuken uit, terug naar de groep. Een golf van geluid – gelach, muziek, het rinkelen van glas – wordt luider en omhult haar.

Dirk blijft alleen achter. Hij leunt weer tegen het aanrecht, zijn benen voelen als rubber. Hij staart naar de plek op de vloer waar ze net zat. Hij voelt zich vies. Hij voelt zich gebruikt. Hij voelt de nasmaak van de wijn die nu zuur in zijn maag brandt. Maar terwijl hij daar staat, in de zoemende stilte, voelt hij ook iets anders. Een klein, donker vlammetje van trots dat flakkert in zijn borst. Hij, Dirk, de man die nooit iets meemaakt, heeft zojuist de gevaarlijkste vijf minuten van zijn leven overleefd. Hij heeft een geheim dat zo groot en explosief is dat het hem bijna verteert.

Hij loopt naar de spoelbak en gooit koud water in zijn gezicht. Hij wrijft hard over zijn wangen om de kleur terug te krijgen, zet zijn bril recht die scheef op zijn neus was gezakt, en haalt diep adem. Doe normaal, zegt hij tegen zijn bleke spiegelbeeld in het donkere raam. Je bent Dirk. Je hebt net de vaatwasser ingeruimd. Niets aan de hand.

Hij sluit de vaatwasser en loopt naar de zithoek. "Hé, daar is onze afwasser!" roept Sandra vanaf de bank. Ze zit met haar benen op de salontafel, een glaasje limoncello in haar hand, en kijkt hem lachend aan. "Duurde dat nu zo lang?" Dirk slikt. Hij kijkt naar zijn vrouw. Ze ziet er ontspannen uit, gelukkig. Ze heeft geen idee dat de man die voor haar staat een vreemde is geworden. Een bedrieger. "Nee," zegt Dirk, en zijn stem klinkt verrassend vast, al voelt hij zijn hart in zijn keel bonken. "Er zat iets vast. Maar ik heb het opgelost." Hij durft niet naar de hoek te kijken waar Els zit. Maar hij voelt haar. Hij voelt haar aanwezigheid als een fantoompijn, een onzichtbare draad die nu tussen hen gespannen staat.

Hij loopt naar de tafel, pakt zijn wijnglas – dat nog steeds halfvol is, alsof de tijd heeft stilgestaan – en neemt een grote slok. De wijn smaakt niet meer naar wijn, maar naar azijn.
Geef dit verhaal een cijfer:  
5   6   7   8   9   10  
Durf jij met oma te flirten?
Klik hier voor meer...