Lekker Anoniem Webcammen!
Donkere Modus
Door: Zazie
Datum: 28-01-2026 | Cijfer: 9.8 | Gelezen: 479
Lengte: Lang | Leestijd: 27 minuten | Lezers Online: 15
Trefwoord(en): Boerderij, Met Familie, Oostenrijk,
Thuiskomst (Slot)
Robbie

Sinds vanmorgen heel vroeg zijn we onderweg naar Wenen en ondertussen zijn we al bijna aan de Oostenrijkse grens. Het is zes uur en al volledig donker. Ik wil op tijd voor de nacht stoppen en ben van plan net over de grens bij een Autohof in de buurt van Passau parkeren. We hebben dan alle tijd om rustig samen te eten en daarna een goede nacht te maken. Het voelt al bijna vertrouwd om hier met Mitzy te zitten. Heel tevreden om zich heen kijkend zit ze naast me, terwijl ze op haar oortjes naar een van haar lijstjes luistert. Ze ziet er zo leuk uit, in haar truitje, rokje en maillot. Ik kan me bijna niet meer voorstellen dat zij hetzelfde verlopen meisje is dat ik nog maar amper tien dagen geleden oppikte. Ik moet er niet aan denken dat ze weer uit mijn leven kan verdwijnen.


Mitzy

Ik heb nog behoorlijk getwijfeld of ik wel mee zou gaan, of ik er al aan toe ben om mijn moeder onder ogen te komen. Verschillende keren heb ik er met Robbie over gepraat en volgens hem zou het me weer tot rust brengen, om dat hoofdstuk van mijn moeder en haar ‘vriend’ af te sluiten. Een gesprekje met zijn moeder Thea gaf me het laatste zetje, toen ze me vroeg of ik mijn moeder eigenlijk nog wel terug wilde in mijn leven. Het zette me aan het denken, hoe ze na Vati’s dood een tijdlang zo erg de kluts kwijt was en in Karl-Anton misschien een reddingsboei zag. Moet ik haar altijd kwalijk blijven nemen, dat hij voor mij zo fout was en zij het niet zag of wilde zien? Nee, ik ben mijn leven weer op de rails aan het zetten en dan passen daar geen negatieve gevoelens meer in. Ik heb dus besloten als het even kan haar te vergeven, vandaar dat ik hier nu zit.

Het voelt weer zo vertrouwd, wij samen in deze cabine, in ons eigen ‘huisje’. En ondertussen geniet ik ervan om af en toe even naar Robbie te kijken, hoe hij daar totaal ontspannen achter dat stuur zit. Ik vind het echt zo stoer, hoe hij bijna achteloos dit vijfentwintig meter lange gevaarte bestuurt en overal doorheen laveert. Als we de grens met Oostenrijk passeren geeft dat wel even een knoop in mijn maag. Het komt nu wel heel dichtbij, het moment waarop ik mijn moeder weer zie. Robbies planning is om morgen bijtijds in Wenen te zijn, zodat we, terwijl de vrachtwagen wordt gelost voldoende tijd hebben om naar Muti te gaan.

Ik vind het bijna jammer als Robbie op een gegeven moment de wagen van de weg af stuurt. Even later stuurt hij een gigantisch plein van asfalt op, het parkeerterrein waar we de nacht zullen doorbrengen. Als we stil staan heeft Robbie nog even tijd nodig om wat administratie te doen en zijn bedrijf te laten weten waar hij de nacht doorbrengt. Als hij zo ver is doe ik mijn dikke jack aan en klauter ik aan mijn kant naar buiten.

De afgelopen dagen heb ik behoorlijk wat nieuwe kleding gekocht, dankzij een voorschot op het loon dat ik ga verdienen in de boerderij. Thea gaf het me uit eigen beweging, toen ze zei dat ik maar eens mijn garderobe moest gaan aanvullen. Ik ben daarna samen met Janneke gaan shoppen in Utrecht en het was een superleuke middag. Het was zo lang geleden dat ik met een vriendin zoiets deed, ik krijg nog steeds blije gevoelens als ik daaraan terugdenk. Ondertussen ben ik nu behoorlijk blij met mijn jack, want het is hier een stukken kouder dan in Nederland. De sneeuw ligt metershoog opgeschoven aan de randen van de parkeerplaats en volgens Robbie zit er opnieuw sneeuw in de lucht, aan het einde van de nacht en morgen overdag wordt er weer veel verwacht.

Het eten smaakt ons goed terwijl we gezellig praten. Op een gegeven moment vraagt Robbie of ik wil dat hij morgen meegaat. Ik heb daar zelf onderweg ook al aan zitten denken en ik vind het eigenlijk wel fijn als mijn moeder kennis met hem maakt, dat ze de jongen leert kennen die me gered heeft.
Dus knik ik ja: ‘wil je dat doen? Ik wil je graag aan Muti voorstellen.’
‘Natuurlijk wil ik dat, Liebchen!’ Zo grappig dat hij me altijd op zijn Oostenrijks ‘Liebchen’ noemt.
Ik leg mijn hand op de zijne en zo zitten we een tijdje, verbonden, al zo vertrouwd met elkaar.

Na het eten frissen we ons op in de sanitair-ruimte, waarna we in de cabine ons allebei helemaal uitkleden, om fijn bloot tegen elkaar aan te kunnen liggen. Het bed is wat krap voor twee personen, maar daar hebben we totaal geen last van, lepeltjes liggend vallen we al snel in slaap. Ik word rond half zes in de morgen wakker, een half uur voordat de wekker gaat. En wat me meteen opvalt is hoe Robbies stijve tegen mijn billen drukt.
‘Ben je wakker?’ fluister ik dan. Als hij ‘ja’ antwoordt beweeg ik mijn billen tegen zijn lul, om hem aan te sporen.

Robbie

Ik ben al een tijdje wakker als Mitzy ook terugkeert uit dromenland. Ik heb wel vaker last van een stijve ochtendlul, maar vandaag springt hij zowat van mijn lijf af. Ik ben dan ook blij als Mitzy me door wat met haar billen tegen me aan te wiebelen uitnodigt om in haar te komen. Als ik mijn eikel achterlangs tussen haar lipjes plaats merk ik dat ze er al helemaal klaar voor is en zo diep mogelijk schuif ik me bij haar naar binnen. ‘Mmm, lekker’ fluistert ze dan.

In het begin dat we steeds meer naar elkaar toetrokken was ik een tijdje bang dat ze, omdat ze hoertje was geweest misschien wel een afkeer van seks zou hebben gekregen. Maar het tegenovergestelde is waar, ze is er altijd voor te porren, en ik kom haar graag ik die behoefte tegemoet, zal ik maar zeggen. Ik begin haar rustig te neuken terwijl ik mijn arm over haar heen leg en een voor een haar tietjes in mijn hand neem. In alle rust bewerk ik ze, kneed ze, draai wat aan de tepels, tot Mitzy zich nog wat steviger tegen me aandrukt, genietend, zachtjes kreunend als een krols katje.

Al gauw merk ik aan haar geluidjes en aan het pulseren van haar kutje rond mijn paal dat ze begint klaar te komen. Dat is voor mij het signaal om wat steviger aan te zetten en haar nu echt stevig te gaan palen. In en uit, steeds weer kletsen haar billen tegen mijn lijf terwijl ik me in het hare uitleef. Bijna tegelijk bereiken we ons hoogtepunt en spuit ik me met een diepe zucht in haar leeg.

Als ik even later de blindering voor de ramen wegtrek zie ik dat het sneeuwt, precies zoals ze hadden voorspeld. Gelukkig is het nog niet veel, met een beetje geluk kan ik zo meteen aanrijden zonder eerst alle wielen vrij te moeten scheppen. Een half uur later zijn we weer onderweg, nadat we ons opgefrist hebben en snel wat aten van het ontbijtbuffet in het Autohof. Het is ondanks de sneeuw gelukkig nog goed te doen op de weg. Bizar eigenlijk dat ze het hier bij sneeuwval altijd zo goed op orde hebben terwijl het in Nederland vaak al snel een puinhoop wordt. Zal wel komen omdat we het niet gewend zijn, denk ik.

Tegen negen uur rijd ik het terrein op van het bedrijf waar m’n wagen gelost wordt en het is half elf als we ons met een taxi laten afzetten voor het huis van Mitzy’s moeder. Ik weet eigenlijk niet wat ik had kunnen verwachten, maar dít zag ik in ieder geval niet aankomen. We stoppen voor een hoog en breed herenhuis in een oude sjieke buurt van Wenen, niet ver van ‘der Hofburg’ waar vroeger de Keizer woonde. Het lijkt me zo’n wijk waar tijdens het keizerrijk het voorname volk woonde. De straat is eigenlijk meer een brede laan met bomen en qua sfeer is het of je ieder moment kan verwachten dat er een koets met paarden komt voorrijden.

Om bij de grote voordeur te kunnen komen moeten we een trap beklimmen, zo eentje die vanaf twee kanten omhooggaat, waarna je uitkomt op een serieus groot bordes. Mitzy trekt stevig aan een of ander groot van smeedijzer gemaakt handvat, waarna er binnen een luide gong te horen is…

Mitzy

Nu is het dan zo ver, over enkele minuten zal ik Muti zien. Gisteravond belde ik haar, dat ik vandaag zou komen, waarop ze voor haar doen uitgelaten reageerde. Als we aanbellen doet onze butler Joseph open, die al zo lang voor ons werkt als ik me kan herinneren. Mijn ouders hechtten aan decorum, het personeel moest altijd afstand bewaren. Maar daar is nu geen sprake van, met tranen in zijn ogen zegt hij zachtjes ‘Fräulein Michaela’, waarna hij zijn armen spreidt en ik daarin verdwijn. Hoe vaak heb ik als kind niet met hem zitten kletsen, en hoe vaak heeft hij me het afgelopen jaar niet getroost, na Vati’s dood, op de momenten dat ik het moeilijk had. En volgens mij had hij ook heel goed in de gaten hoe die Karl-Anton bezig was.

Na Joseph is het de beurt aan Anna, onze huishoudster, en net als hij staat ze al met tranen in haar ogen klaar. En ook bij haar verdwijn ik enkele momenten in haar armen. Robbie staat er een beetje verbaasd bij, misschien had ik hem toch moeten voorbereiden dat mijn ouders van adel zijn, met alle poespas die daarbij hoort. Niet dat dat er tegenwoordig nog veel toe doet, maar ik kan me voorstellen dat het voor hem wel wennen is, deze entourage. Als ik me losmaak uit Anna’s armen ga ik even dicht bij hem staan en fluister ‘niks van aantrekken hoor Robbie, allemaal buitenkant.’ Als antwoord krijg ik een knipoogje van hem, zo lief, zo relaxed.

En dan is het moment gekomen om Muti onder ogen te komen. Joseph gaat ons voor naar de salon en meteen als hij de dubbele deuren opent komt ze bijna op me afgerend, veel minder afstandelijk, dan ik van haar gewend ben. ‘Mein liebes Mädchen, da bist du endlich!’ zegt ze terwijl ze me in haar armen sluit. Het verrast me, Muti was nooit zo van de knuffels, en al helemáal niet van de liefdesverklaringen. En misschien wel daardoor ik eigenlijk ook niet, het ging er tussen mijn ouders eigenlijk altijd heel vormelijk aan toe. Ik vond dat ook altijd gewoon, pas sinds de dagen dat ik bij Robbie thuis was heb ik ervaren hoe anders het kan zijn in een familie. Ze raken elkaar daar te pas en te onpas aan en ook de bewoners worden regelmatig geknuffeld.

Ik geloof dat Muti niet meer van plan is me los te laten, ze blijft maar ‘Mein liebes Mädchen…’ herhalen terwijl ze me in haar armen houdt en haar snikken via het contact van onze lichamen aan me doorgeeft. En langzaam smelt die ijsklomp in me. Ik voel hoe de boosheid uit me wegvloeit, alsof er ergens onder mijn voeten een dop is losgeschroefd en het als water uit me wegloopt. Ik had me voorbereid op een confrontatie, die we zó vaak hadden. Zó vaak moest ik me verdedigen, omdat ik volgens Muti de dingen verkeerd zag, of verkeerd deed, of me te gewoontjes gedroeg, of wat dan ook. Maar daar is nu niks van over en ik voel hoe mijn lichaam langzaam weer zacht wordt, hoe ik me kan overgeven aan haar omhelzing.

Robbie

Samen met die butler sta ik een tijdje toe te kijken, maar als Mitzy en haar moeder elkaar maar blijven omhelzen zegt hij op een gegeven moment ‘kommen Sie mal mit…’, waarna hij de dubbele deuren weer achter ons sluit. Als we weer door de grote ontvangsthal lopen kijk ik mijn ogen uit op al het marmer, en op de schilderijen die daar hangen, allemaal portretten, ik denk van de ene na de andere hertog en zijn vrouw.

Joseph neemt me mee naar de keuken die in het souterrain ligt en vraagt me daar of ik koffie lust. Ja, graag, en even later zit ik met hem, Anna en een paar keukenmeisjes om de tafel en vragen ze me het hemd van mijn lijf. En zonder precies te vertellen onder welke omstandigheden ik Mitzy aantrof, vertel ik hun hoe, nadat we elkaar hadden ontmoet, zij mee naar mij thuis ging. Zo te zien zijn deze mensen behoorlijk gek op Mitzy, ze zijn duidelijk opgelucht dat het goed met haar gaat.

Als hun nieuwsgierigheid een beetje bevredigd is ben ik aan de beurt. Hoe dat zit, hier met dat grote huis. Ze vertellen me dan dat Mitzy’s moeder een hertogin is en dat de familie in de verte zelfs nog verwant was aan de keizerlijke familie. Ze hadden landgoederen in Süd-Tirol, maar omdat dat deel van Oostenrijk na de eerste wereldoorlog werd geannexeerd door Italië, woont de familie sindsdien permanent in dit stadspaleis in Wenen. Wauw, echte oude adel dus, maar goed dat ik dit van tevoren niet wist, geen idee of ik dan met Mitzy mee had willen gaan. En als ik het goed begrijp wordt zij dus na de dood van haar moeder ook hertogin, bizar dit. Het benauwt me een beetje.

Mitzy


Als we zijn uit geknuffeld lopen we samen naar de zithoek, Muti nog steeds met haar arm om mij heen, alsof ze bang is dat ik anders meteen weer verdwijn. Ondertussen en ook als we zitten blijft ze almaar zeggen hoe erg ze het vindt hoe alles is gelopen en wat daarvan de gevolgen voor mij waren.
‘Muti, hou daar alsjeblieft mee op’ zeg ik op een gegeven moment. ‘Ik weet het nu wel en ik geloof je, echt, geloof me! Het is goed zo, ik wil het verleden vergeten.’
Eerst kijkt ze me ongelovig aan, dan trekt ze me opnieuw tegen zich aan en zo zitten we een tijdje, stil, blij om weer bij elkaar te zijn.

‘Blijf je nu hier?’ vraagt ze dan.
Ik schud mijn hoofd: ‘nee, dat zou niet goed zijn. Ik ga met Robbie mee terug naar Nederland en bij zijn ouders een tijdje wonen en werken. Ik denk dat dat me zal helpen om te herstellen van wat me allemaal is overkomen.’
‘Wil je me daar niet iets meer over vertellen, wat je hebt meegemaakt?’
Dat doe ik dan, maar ik vertel haar niet over dat ik hoer was, alleen Robbie weet dat en dat wil ik zo houden.
Tja, en natuurlijk wil Muti daarna weten wie ‘dieser Robbie’ dan wel niet is. En of hij wel de juiste persoon is voor mij.
‘Nu doe je het weer, Muti, mijn keuzes in twijfel trekken. Dat moet je echt niet meer doen.’
Meteen kijkt ze me schuldbewust aan, waarna ik haar knuffel.
Dan spring ik op: ‘ik ga Robbie halen.’

Robbie

Ik begin net te bedenken dat het tijd wordt om terug te gaan, als Mitzy in de keuken verschijnt. Ze schuift bij ons aan en beantwoordt de vragen die Anna en Joseph en de anderen op haar afvuren.
Op een gegeven moment kom ik ertussen: ‘Mitzy, ik denk dat de wagen gelost is, we moeten zo wel terug.’
Dan staat ze op: ‘ja, natuurlijk. Muti wil nog even kennismaken en dan gaan we.’

Ojé, een echte hertogin en een boerenjongen die liever vrachtwagenchauffeur werd. Maar het valt mee, ze is heel aardig, hooguit een beetje bekakt. Wat of ik doe voor de dagelijkse kost en hoe het bij mij thuis is. Ik heb natuurlijk best in de gaten dat ze me uithoort, om te weten met wie haar dochter omgaat, maar ik antwoord haar zo open mogelijk. Ik kan maar het beste eerlijk zijn, zoals ik dat ook vanaf het begin tegen Mitzy ben. Die heeft ondertussen mijn hand in de hare genomen en als haar moeder dat ziet glimlacht ze. Mooi, een goed moment om te zeggen dat we weg moeten, waarna Mitzy innig afscheid neemt van haar. Ik doe dat daarna ook, met een handdruk en een ‘auf wiedersehn.’

‘Hoe vond je dat het ging?’ vraag ik als we in de taxi zitten.
Mitzy denkt even na: ‘…ehm, wel goed eigenlijk, beter dan ik had verwacht. Ze heeft echt spijt.’
Ja, dat leek me ook wel. ‘Je had me trouwens wel eens mogen zeggen uit wat voor sjieke familie jij komt, hertoginnetje-in-spé.’
‘Ohw, had dat dan wat uitgemaakt voor je?’ reageert Mitzy een tikje vinnig.
‘Nee, ik denk het niet, weet ik trouwens wel zeker. Maar ik vond het best wel heftig, dat paleis en zo.’
Mitzy grinnikt erom: ‘nou, het is echt niet alles om in zo’n kast op te groeien, hoor, soms lijkt het meer op een mausoleum van voorvaderen dan op een huis waar je echt woont. Geef mij maar jullie boerderij. Trouwens, hebben we nog even tijd? Ik heb honger en lust wel een stuk Sachertorte. Zullen we even bij Sacher langsgaan?’ Ja, dat moet wel kunnen en even later zitten we in het drukke koffiehuis ieder achter een grote punt van de lekkerste taart ever.

Mitzy zegt ondertussen niet veel en als ik vraag hoe ze het nou vond antwoordt ze ’wel goed hoor. Maar Muti blijft Muti, ze deed echt haar best maar bij haar ligt altijd een oordeel op de loer.’ Ik moet erom grinniken, ja, dat merkte ik ook wel.
‘Waar leeft ze eigenlijk van?’ vraag ik dan, ik ben toch wel benieuwd hoe een Hertogin aan de kost komt.
‘Ohw, toen mijn familie hun landgoederen in Süd-Tirol kwijtraakten kregen ze een aantal jaren later compensatie. Bovendien hadden ze al flink wat geld en dat is alleen maar meer geworden, door allerlei slimme investeringen.’
Wauw, ik zit hier dus tegenover een rijke erfgename. Het wordt alleen maar vreemder, deze toestand. Nou ja, ik laat het allemaal maar los, het gaat zolang duren als het zal duren tussen ons en ik neem me voor ondertussen te genieten van Mitzy’s aanwezigheid in mijn leven. En in het hier en nu van deze bijna goddelijke taart.

Terug in de vrachtwagen neem ik contact op met mijn bedrijf. Dan blijkt dat ik het even rustig aan moet doen, omdat de retourvracht vanuit München vertraagd is, ik kan die pas overmorgen laden. De baas heeft tegen die tijd in deze contreien geen enkele andere wagen beschikbaar en ik zal dat klusje dus moeten klaren. Heel even baal ik van deze vertraging, maar dan krijg ik een idee, een góed idee al zeg ik het zelf. Ik geef er mijn akkoord op en neem dan nog wat zaken door. Als het gesprek klaar is kijk even naar Mitzy die zich alweer genoeglijk in de inmiddels warme cabine heeft geïnstalleerd met een dekentje en haar oortjes. Ik klim stilletjes de wagen uit, om ongestoord nog een ander telefoontje te kunnen plegen.

Mitzy

Als we na nog ruim een uur alweer de weg afrijden kijk ik Robbie verbaasd aan. Dit ben ik niet van hem gewend, hij houdt het meestal veel langer vol om door te rijden. ‘Herken je het hier?’ vraagt hij dan met een grijns. Pas dan kijk ik eens goed naar buiten en zie dat we bij het Autohof van Sankt Pölten zijn.

Ik kijk Robbie aan: ‘wauw, ja, hier begon het allemaal. Ik kan bijna niet geloven dat dat allemaal nog geen twee weken geleden is. Alsof ik van een heel ver land hiernaartoe ben gereisd.’ Het is een gemengd gevoel, zeker op het moment als we langs het ‘hoerenafdakje’ rijden waar wat meisjes rondhangen, wachtend op een vrachtwagenchauffeur als klant. Ik zie mezelf er weer zitten, op Kerstavond. Net als toen sneeuwt het weer, wat een ellende, wat zullen die meisjes het koud hebben. En wat heb ik toen geluk gehad, dat ik iemand als Robbie trof.

Ik kijk hem aan, een tikje onzeker: ‘…ehm, wat gaan we hier doen?’
‘Verrassing’ antwoordt hij. ‘Pak maar je spullen in.’
Als hij de vrachtwagen heeft geparkeerd sluit hij alles goed af, waarna we naar de ingang van het Autohof wandelen. Daar blijkt al een Über-taxi klaar te staan, een grote fourwheeled SUV. Als we daarna, samen op de achterbank gezeten de berg oprijden gaat er een lichtje op.
‘Het hotel in Ober-Grabensdorf’ zeg ik dan, Robbie aankijkend.
‘Yés’ grijnst hij, zo te zien nogal tevreden met zichzelf. ‘Ik moet tot overmorgen wachten voor mijn vracht in München klaar staat, dus dit leek me wel een goed idee. Hetzelfde hotel en zelfs dezelfde kamer als toen.’

Ik weet niet zeker op ik het leuk vind, het voelt nogal confronterend. Toch nestel ik me stevig tegen Robbie aan en geef hem dan een zoen. De rit naar boven is prachtig. De vorige keer was het donker maar nu bij daglicht is het steeds wisselende landschap zo mooi, met al die sneeuw en bergen en huizen her en der, we genieten er allebei van. Als we uiteindelijk het dorp bereiken en even later de hotelkamer binnenlopen heb ik me voor niks zorgen gemaakt, want het voelt goed. Het grote verschil met toen is dat ik helemaal kapot was en op geen enkele manier wist hoe het verder moest met mijn leven. Ik dacht er toen zelfs aan om er een einde aan te maken, Wat een verschil met hoe ik me nu voel, en hoe mijn leven er nu voor staat. Verliefd nestel ik me tegen Robbie aan, terwijl we samen voor het grote raam over het plein uitkijken, met in het midden de Kerk die toen die Kerstnacht zo’n grote rol speelde.

Robbie

Ik ben blij dat Mitzy mijn verrassing leuk vindt, na haar eerste reactie maakte ik me daar wat zorgen over. Ik had er totaal niet bij stil gestaan dat dit misschien confronterend kon zijn, het was toen natuurlijk voor haar totaal anders dan voor mij. Als we een tijdje gearmd voor het grote raam hebben gestaan om het mooie plaatje van het besneeuwde plein in ons op te nemen, stel ik voor om nog even naar buiten te gaan voor het donker wordt.

‘Ehm, dat kan morgen ook wel, ik heb eigenlijk een ander voorstel’ zegt Mitzy, giechelend. Waarna ze haar truitje over haar hoofd trekt. En uit haar rokje en maillot stapt. Om tot slot haar beha en broekje uit te doen, waarna ze naakt op het grote bed gaat liggen. Niet te geloven hoe mooi ze is, met mijn ogen drink ik haar volledig in, ik kan me niet voorstellen dat ik er ooit genoeg van kan krijgen om naar dit meisje te kijken. Snel volg ik haar voorbeeld en even later liggen we naakt verstrengeld op bed, elkaar al gauw vindend in een lange tongzoen.

Mitzy

Geen idee waarom dit ineens moest gebeuren. Hoewel, misschien weet ik het wel, het voelt aan alsof de cirkel nu rond is en ik thuis mag komen. Niet thuis in een huis of bij mijn moeder, maar vooral thuis bij mezelf. Het is weer oké, wie ik ben, en hoe mijn leven eruitziet. En dat heeft echt alles maar dan ook álles met Robbie te maken, die mij redde en die ook nog eens mijn geliefde werd.

Ik weet niet of we ooit zo lang hebben gezoend, geen van beiden krijgen we er genoeg van, terwijl we ondertussen onze lichamen met elkaar verstrengelen en we elkaar onafgebroken strelen. Dan trek ik Robbie op me, ik wil hem ín me. Ik spreid mijn benen zo ver mogelijk voor hem en even later voel ik hoe hij langzaam bij me binnenkomt, rustig, alsof hij alle tijd van de wereld heeft. En dat is natuurlijk ook wel zo, maar toch ben ik ongeduldig, want ik wil hem snel helemaal in me. Met mijn hakken geef ik hem een duwtje in zijn billen, om ook het laatste stukje in mijn te komen en als dat zo ver is kijkt hij me grijnzend aan: ‘weer eens ongeduldig, Hertoginnetje?’


Ik zeg niks, kijk hem alleen maar ook aan en door mijn dijbenen een keer tegen hem aan te drukken weet hij dat ik hem wil voelen bewegen. Als hij in me op en neer begint te gaan voel ik me voor de tweede keer binnen een uur thuiskomen, dit keer samen met Robbie. Robbie, die de liefde van mijn leven is geworden en die ik liefst helemaal in me op zou willen nemen. Langzaam trekt hij zich uit me terug en bijna even langzaam komt hij daarna weer in me. Rustig, vol lieve aandacht, me aankijkend en me af en toe een zoentje gevend. Na een tijdje zet hij wat steviger aan en vanaf dat moment is het denken wel voorbij en onderga ik het verder zoals alles op me afkomt: Robbie, onze liefde, mijn nieuwe leven….


Bedankt dat je dit verhaal las.
Liefs,
Zazie
Geef dit verhaal een cijfer:  
5   6   7   8   9   10  
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...