Klik hier voor meer...
Donkere Modus
Door: Jefferson
Datum: 11-02-2026 | Cijfer: 9.7 | Gelezen: 145
Lengte: Lang | Leestijd: 19 minuten | Lezers Online: 4
Besloten
Ik sta met Maja en Jeff in het trappenhuis en vanaf het eerste moment voelt het verkeerd. Ze was dus niet alleen op mij aan het wachten. Alles klopt niet. De ruimte is te smal, de lucht te dicht, alsof het gebouw zelf meeluistert. Jeff staat te dichtbij haar. Niet aanrakerig, maar dominant. Het zit in zijn houding, in de manier waarop hij haar aankijkt, in hoe Maja net iets te stil blijft. Alsof ze zichzelf kleiner maakt om geen olie op het vuur te gooien.

“Wat is er gisteren gebeurd?” vraag ik uiteindelijk. Mijn stem klinkt rustiger dan ik me voel. “Tussen jullie.”

Maja haalt haar schouders op. “Niet zoveel.”

“Dat is geen antwoord,” zeg ik meteen.

Jeff snuift. “Waarom moet jij dat weten?” Zijn toon is scherp, defensief. Hij zet een halve stap naar voren, alsof hij het gesprek fysiek wil overnemen.

“Omdat jullie hier samen staan,” antwoord ik. “En omdat het allesbehalve oké voelt.”

Maja opent haar mond, sluit hem weer. “Het liep gewoon… uit de hand,” zegt ze dan. “Meer niet.”

“Uit de hand hoe?” vraag ik. Ik blijf haar aankijken, niet hem. “Zeg het gewoon.”

Jeff draait zich weg, zijn hand schiet door zijn haar. “Het gaat hier niet over haar,” zegt hij fel. “Het gaat over Nathalie. En over Mussa.”

Dat woord blijft even hangen in de ruimte. Maja’s blik schiet naar mij, kort, bijna verontschuldigend.

“Dus dáár zit het,” zeg ik langzaam. “Daarom sta je zo strak.”

Jeff lacht schamper. “Strak? Ik ben gewoon klaar met dat gelul.”

“Je bent allesbehalve ‘gewoon’,” zeg ik. “Je staat op ontploffen.”

Hij zegt niets meer. Zijn kaak staat gespannen, zijn vuisten half gebald. Dan zegt hij abrupt: “Ik ga naar boven.”

“Waarom?” vraag ik.

“Omdat daar iedereen is,” zegt hij. “En omdat ik daar iets uit te praten heb.”

Iets. Niet met wie. Niet hoe. Gewoon: iets.

Pawel is daar niet. Dat weet ik. En op het moment dat Jeff zich omdraait en richting de trap loopt, voel ik het in mijn buik samentrekken.

Dit gaat niet goed aflopen.

Maja zet aan om hem te volgen. Automatisch bijna. Ik grijp haar arm en trek haar een stap terug.

“Doe dit niet,” zeg ik scherp.

“Lucas—” begint ze.

“Nee,” onderbreek ik haar. “Luister nou even. Dit is krankzinnig.”

Ze trekt haar arm los, maar blijft staan. “Ik kan hem hier toch niet alleen laten gaan?”

“Jawel,” zeg ik. “Dat kan je wel. En dat móét je zelfs.”

Ze schudt haar hoofd. “Je snapt het niet.”

“O jawel,” zeg ik. “Ik snap dit juist te goed. Dit mag je Pawel niet aandoen. Niet nog een keer.”

Haar gezicht verstijft bij het horen van zijn naam. “Dit gaat niet over Pawel.”

“Alles gaat over Pawel,” zeg ik. “Of je dat nou wilt of niet.”

Ze kijkt langs me heen, richting de trap. Haar stem wordt zachter. “Hij heeft me nodig nu.” Waar heeft ze het over?!

“En Pawel dan?” vraag ik. “Denk je dat die dit nog een keer trekt?”

Ze zwijgt.

“Als jij nu achter Jeff aanloopt,” ga ik door, “dan is het klaar. Definitief. En dat is geen dreigement. Dat is hoe dit werkt.”

Ik zie het moment waarop het landt. Haar adem stokt. Haar ogen flitsen heen en weer, alsof ze zoekt naar een uitweg die er niet is. En ik snap haar heus wel. Ik heb daar ook gestaan. Blind iemand gevolgd die niet goed voor je is. Maar daarom ben ik blij dat ik hier nu sta.

“Ik weet het niet,” fluistert ze.

Dat is het probleem. Ze weet het nooit.

Dus neem ik die keuze van haar over.

Ik draai haar om en stuur haar de galerij op, richting Pawel. Mijn hand blijft kort tussen haar schouderbladen liggen, dwingend maar beheerst.

“Ga,” zeg ik. “Praat met hém.”

Ze zegt niets meer. Ze loopt. Langzaam, maar ze loopt.

Ik blijf nog even staan, luister hoe haar stappen verder weg klinken. Dan draai ik me om en ga zelf naar boven. Niet omdat ik dat wil, maar omdat ik moet weten hoe groot de schade al is.

Want één vraag blijft door mijn hoofd malen:

Wat was Jeff nu precies van plan? Ik weet dat ik al te laat ben als ik me nu pas besef dat ik dat niet weet.

En dan stap ik naar boven. De trap op. De leuning voelt koud onder mijn hand, alsof de flat zelf me afstoot. Elke trede voelt loodzwaar, niet door vermoeidheid, maar door verwachting. Wat ga ik aantreffen? Ik dacht de regie te hebben, dacht dat ik grip had. Dat ik het tempo bepaalde, de richting. Maar waar was die regie nu? Wie tref ik aan? En in welke staat?

Bij elke stap op de gallerij hoor ik stemmen door de muren heen sijpelen. Gedempt, maar scherp genoeg om spanning te verraden. Gelach dat niet klopt. Een stem die te hard is. Jeff. Natuurlijk Jeff.

Hij had iets van een bezetene. Een kat in het nauw die niet meer nadenkt, alleen nog reageert. Mijn woorden van eerder hadden niets gladgestreken. Integendeel. Ze hadden iets aangeraakt wat al te lang lag te etteren. Alles was alleen maar verder geëscaleerd. En terwijl ik hoger kom, besef ik dat ik dit moment niet meer kan ontwijken. Wat er ook gebeurt, ik zal erin staan.

De deur van het appartement staat op een kier. Ik duw hem zachtjes verder open. Het geluid komt uit de keuken. Daar heeft iedereen zich verzameld. Ik hoor Jeffs stem: luid, dominant, aanwezig, alsof hij de ruimte naar zich toe trekt. Ik loop eerst door de woonkamer, instinctief, alsof ik nog één seconde tijd wil winnen.

In een hoek zit Nathalie. Alleen. Haar houding is ingezakt, haar handen ineengehaakt in haar schoot. Ze kijkt niet op wanneer ik langsloop. Ze heeft gedaan wat ze had aangekondigd. Wat ze dacht dat zou helpen om oud zeer weg te nemen, om iets recht te trekken wat allang scheef stond. Ze heeft zich aan Mussa gegeven en geloofde kennelijk dat het daarmee behapbaar zou worden. Dat het een offer was dat iets zou oplossen. Wat een vergissing. Zo sneu. Zo onnodig. Zo giftig.

Ik blijf een fractie van een seconde staan, maar zij merkt het niet. Of doet alsof. Ik laat haar zitten en loop door naar de keuken.

“Dit zouden we niet doen,” hoor ik Joey fel zeggen tegen Jeff. Zijn stem is strak, beheerst, maar ik hoor de irritatie eronder. Alsof hij al te vaak geprobeerd heeft dit te sussen.

De keuken is klein. Een tafeltje met drie stoelen in het midden, glazen en flessen verspreid alsof niemand meer weet waar ze thuishoren. Iedereen staat eromheen. Te dicht op elkaar. Jeff staat aan één kant, breed, gespannen. Hij kijkt op wanneer hij mij ziet, zijn ogen schieten meteen in een verdedigende stand.

“Waar is Maja? Hij snapt het,” zegt hij in één adem, alsof hij verwacht dat ik hem gelijk geef. Alle blikken gaan naar mij. Het gesprek kantelt.

“Die heb ik naar Pawel gestuurd,” zeg ik. Mijn stem klinkt rustiger dan ik me voel. “Wat dóé jij?”

Ze kijken eerst naar mij. Dan weer naar hem. De stilte die volgt is zwaar, geladen.

Kamila komt naast me staan en zoekt mijn hand. Haar vingers zijn koud. Ik voel haar twijfel. Ze begrijpt dit niet, ziet alleen de spanning en voelt dat het fout zit.

“Wat is er?” vraagt ze zacht, bijna voorzichtig.

Dat is genoeg om Jeff te laten ontploffen.

“Doe niet zo naïef!” snauwt hij. “We hebben jullie toch gehoord!” Hij richt zich op haar. Op mijn Kamila. Zijn vinger wijst, zijn stem snijdt door de ruimte.

Mijn borst komt automatisch naar voren. Mijn lichaam reageert sneller dan mijn hoofd. Ik ga voor haar staan, zonder na te denken.

“Je moet nu dimmen,” zeg ik scherp. “Wat ben je aan het doen?”

“Dit was niet wat we hadden afgesproken,” voeg ik eraan toe, met tegenzin. Op dat moment besef ik hoe graag ik hier geen rol in had willen spelen. Hoe ik hier niet de spil had willen zijn.

“Ja? Wat dan wel?” sneert hij. “Die wijven zo geil toch?”

Het zijn míjn woorden. Uit hun context gerukt, verdraaid. En de ruimte bevriest. Ik voel het letterlijk, alsof iemand de lucht wegtrekt.

Iedereen kijkt mij aan. Geschokt. Verwachtingsvol.

“Ho ho,” zeg ik rustig, dwing mezelf tot kalmte. “Nee, wacht even.”

“Precies,” valt Joey me bij. “Dit gaat te ver.”

Ik slik. Mijn hart bonst in mijn keel. Ik weet dat wat ik nu ga zeggen niets zal verbeteren. En toch kan ik het niet meer tegenhouden.

“We hebben allemaal gehoord hoe jouw liefje zich heeft laten nemen door Mussa,” zeg ik dan. “Alleen jij niet.”

Ik weet dat ik olie op het vuur gooi. Dat dit geen de-escalatie is. Maar het moest eruit. Het hing al te lang in de lucht.

Jeff valt stil. Zijn mond staat half open, alsof zijn lichaam even niet weet hoe te reageren.

Mussa kijkt op, met grote ogen. Verbijsterd. Alsof hij nu pas beseft in wat voor mijnenveld hij staat.

Hila’s mond valt open van verbazing. De hele avond had zij zich aan Mussa aangeboden en was ze afgewezen. En dit is hoe ze het nu hoort. Openbaar. Onverbloemd. Zonder een woord te zeggen stormt ze woest de kamer uit.

Elise en Hyun zetten aan om haar te volgen. Stoelen schuiven, stemmen verheffen zich, maar niemand lijkt nog echt grip te hebben op wat er gebeurt.

“Nou, je zin?” bijt Jeff me toe. “Je zit iedereen tegen elkaar op te stoken.”

Dan wijst hij naar Kamila. Zijn arm schiet omhoog.

“Die hoer van je—”

Ik hoor de rest niet meer.

Mijn vuist is sneller dan mijn denken. Binnen een seconde vliegt hij door de lucht en landt vol op Jeffs kaak. Het geluid is dof, harder dan ik had verwacht.

Het is de eerste keer dat ik geweld gebruik.

En ik voel geen spijt.

Jeff wankelt achteruit, probeert nog iets te roepen, iets te doen, maar zijn benen geven het op. Hij gaat onderuit. Stoelen schuiven. Iemand roept mijn naam. Joey duwt mij ruw de woonkamer in, zijn handen stevig op mijn borst.

“Genoeg,” zegt hij kort.

Mussa buigt zich over Jeff, praat op hem in. De rest is doodstil. Niemand kan geloven wat er zojuist is gebeurd. Het moment hangt als een foto in de lucht.

Mijn vuist doet pijn. Een doffe, kloppende pijn die me eraan herinnert wat ik heb gedaan.

Ik kijk om me heen. Zie Kamila. Elise. Hyun. Hun gezichten zijn bleek, hun ogen groot.

Ze zeggen niets.

Ze kennen mij niet zo. Niet deze versie. Niet de man die slaat.

Ik schaam me. Ik zeg niets. Draai me om en loop weg, weg van de keuken, weg van de stemmen, weg van mezelf.

Ik loop terug naar het andere appartement, de trap af, de galerij over. Daar is niemand. Het is doodstil. Pawel en Maja zijn er niet. Als ik op mijn telefoon kijk, zie ik wel een berichtje van haar: Bedankt.

Waarschijnlijk zijn ze aan het wandelen. Of aan het praten. Of misschien ergens de liefde aan het bedrijven. Ook goed. Ik ben alleen. Doodmoe. Verward en opgelaten. Mijn lijf voelt leeg, alsof alles eruit is geslagen.

Ik plof op mijn bed neer, sluit mijn ogen en blijf zo een kwartier liggen. Zonder te denken. Zonder te voelen. Gewoon ademen.

“Ik pak zijn spullen wel even,” hoor ik Joey dan zeggen. Hij is met een paar anderen het appartement binnengekomen. Even later hoor ik Kamila.

“Lucas?”

Ik lach meteen. Haar stem klinkt bezorgd. Dat raakt me.

“Hier,” zeg ik rustig, zonder mijn ogen te openen.

Ze stapt de kamer binnen, en sluit meteen de deur achter haar. Haar ogen zijn groot, nog steeds geschrokken van wat er net is gebeurd. Ze vertelt dat Joey en Mussa de spullen van Jeff verzamelen. Dat hij weggaat. Dat hij mij niet meer wilde zien.

Ik hem ook niet.

Ze blijft even staan, alsof ze niet goed weet of ze dichterbij mag komen. Neemt diep adem. Ik zie het denken achter haar ogen. Heb ik meer mensen pijn gedaan? Heb ik haar gekwetst? Dat zou pas echt erg zijn.

“Gaat het?” vraagt ze zacht.

Ik richt me iets op en steun op mijn ellebogen. “Ik ben zo moe,” zeg ik, half lachend. Van alles. Van de nacht. Van de spanning.

Ze stapt dichterbij, maar aarzelend. Dat vind ik eng. Dat raakt me meer dan ik had verwacht. Ik wil haar niet kwijt.

Ik steek mijn hand uit. Wanneer ze die pakt, trek ik haar rustig naar me toe. Ze gaat naast me zitten, op de rand van het bed.

“Het spijt me van net,” zeg ik dan.

Ze knikt. “Ik hoor het allemaal nog wel,” zegt ze rustig. Ze begrijpt dat iedereen dit eerst moet laten landen.

Dan pakt ze mijn hand. De knokkels zijn rood.

“Vond je stoer,” zegt ze.

Ze kust mijn hand. Kijkt me aan. Alleen dat al windt me weer op. Ik lach, sla een arm om haar heen en samen vallen we achterover op het bed.

“Een hoer…” fluister ik, het woord herhalend, nog steeds boos.

“Hij had echt geen idee wat je voor mij betekent,” zeg ik tegen haar.

Ze kijkt me aan, haar lippen licht op elkaar gedrukt, haar ogen open en zacht tegelijk.

“Dat weet jij wel toch?” vraag ik.

Ze kruipt dichter tegen me aan. Zucht tevreden. “Jij betekent alles voor mij,” fluistert ze. “Dat verandert niet zomaar.”

Ik sluit mijn ogen en glimlach. Wat maakt ze me toch gelukkig. Zelfs nu.

“Ik denk dat de planning nu een beetje veranderd is,” zegt ze even later.

Ik knik. “En onze planning?”

Ik kijk haar aan. “Laten we die maar zo houden. Dan kunnen we daarna verder.”

Ik slik. Niet uitkijkend naar mijn terugkeer naar Ameland, alleen, na dit weekend. Iets wat eerst onbelangrijk leek, maar nu juist zwaar is geworden. Maar dat is zorg voor later.

We blijven liggen. Ik val in slaap. Uitgeput. Kamila tegen me aan.

Wanneer ik wakker word, ligt haar hand op mijn borst. Haar ogen kijken me aan, aandachtig, bijna eerbiedig. Alsof ik iets groters ben geworden voor haar.

Het doet me ontzettend goed.

En precies daarom heb ik geen spijt van die vuistslag. Alsof dit moment bevestigt hoe diep onze relatie is geworden. Ook los van seks. Los van spel. Dit is wat blijft.

Dit was het einde van de vriendengroep. Na dit weekend zouden we nooit meer in deze samenstelling samen zijn. Nooit meer. Dat besef dringt al door wanneer ik later met Kamila naar boven loop. Ik weet dan al dat ik sommige mensen hier niet meer ga terugzien. Misschien niet bewust, maar mijn lijf weet het al.

Alisha en Joey zijn nog aan het regelen, praktisch, beheerst, alsof orde aanbrengen de enige manier is om grip te houden. Hyun en Elise zitten op de bank en kijken opgelucht op wanneer ze ons zien. We stemmen even snel af of het met iedereen goed gaat. Met deze mensen wel. Het incident zelf wordt niet meteen besproken. Dat is voor de meesten nog te eng, te vers. En eerlijk gezegd ben ik daar blij om. Ik heb er ook niets over te zeggen. Niet nu.

Jeff is er niet. Nathalie ook niet. En langzaam wordt duidelijk dat Mussa zijn spullen al heeft gepakt, kort nadat Hila was vertrokken. Een weekend dat groots had moeten worden, dat ook zo begon, lijkt op papier te eindigen in mineur. Maar zo voelt het voor mij niet. Het zijn vier mensen die ik verrassend makkelijk kan missen. Sophia was eerder al vertrokken, maar nu horen we dat zij juist onderweg is, nadat ze het nieuws had gehoord. Nee, het drama is nog niet voorbij. Het verschuift alleen.

Ik bied mijn excuses aan aan iedereen die er nog is. Oprecht. Niemand neemt het me echt kwalijk. De indruk die ik op Kamila heb gemaakt, zie ik ook terug in de blikken van Hyun en Elise. Ze vonden het stoer. Dat is dan toch iets positiefs dat blijft hangen.

Wanneer Sophia zich later meldt, in andere kleding dan de nacht ervoor, krijgt ze de ruimte om het uit te leggen. Ze was niet met een willekeurige jongen mee. Ze vertelt ons dat ze naar huis is gegaan. Dat ze rust nodig had. Het is totaal niet wat ik had verwacht, maar ineens valt alles op zijn plek.

Hyun begrijpt het niet. Voelt zich buitengesloten, achtergelaten. De twee lopen samen naar buiten om te praten. Om dingen uit te spreken die niet langer tussen hen in mogen blijven hangen.

Ik blijf achter met Kamila. Even later zijn we samen op haar kamer. We hebben nog niets echt kunnen bespreken. Niet over gisteren, niet over vannacht, niet over vanmorgen. En gek genoeg voelt die behoefte er ook niet meteen. Het is alsof alles eerst moet bezinken.

“Met wie lag je hier?” vraag ik haar uiteindelijk, omdat ze had gezegd ook wat te hebben uitgespookt.

“Elise sowieso,” zeg ik meteen. “Dat wist ik al,” glimlach ik.

“En Hyun,” voegt ze eraan toe. “Zoenen. Wat gevinger. Meer niet.” Ze lacht. Het klinkt bijna knullig, terwijl ik weet hoe spannend het was.

“En jij?” vraagt ze dan. Ze weet het antwoord eigenlijk al.

“Dat ging wat verder,” lach ik. Niet om het te bagatelliseren, maar omdat we allebei niet goed weten welke houding hierbij past. Het was goed. Dat is genoeg.

“Ik hou van je,” zegt ze dan, zonder aarzeling.

“Ik van jou,” zeg ik meteen terug.

We kussen elkaar, houden elkaar vast, tongen nog even kort maar intens. Wat er ook gebeurd is, hoe ingewikkeld het ook zou worden, en wie er ook bij betrokken zouden raken—wij blijven samen. Nu. En wat mij betreft: voor altijd. Sterker nog: Zij en ik bleven samen voor de rest van ons leven.

-
Geef dit verhaal een cijfer:  
5   6   7   8   9   10  
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...