Door: Meneer De Heer
Datum: 28-02-2026 | Cijfer: 9.7 | Gelezen: 168
Lengte: Lang | Leestijd: 32 minuten | Lezers Online: 4
Trefwoord(en): Erotisch, Fantasy, Verlangen,
Lengte: Lang | Leestijd: 32 minuten | Lezers Online: 4
Trefwoord(en): Erotisch, Fantasy, Verlangen,
Vervolg op: De Cult Van Ovulia - 20: Plankenkoorts
Diepe Wortels

We volgen de Elf-Moeder steeds hoger, over bruggen en trappen van levend hout die als een doolhof door de bomen leiden. Het voelt nog onwerkelijk dat we gewonnen hebben, en ik loop achter haar aan in een trance. Een dag geleden reisden we nog met Aren. Sindsdien zijn we verleid door twee beeldschone elfen, daarna als naakte gevangenen hun dorp in gedreven, en toen publiek vernederd op het plein.
Of nou ja, vernederd… Het was vernederend geweest in een normaal dorp. Bij de mensen. Hier misschien niet. De elfen keken naar onze publieke seks zoals mensen kijken naar een sportwedstrijd. Geboeid. Met een soort bewondering, bijna.
Terwijl we lopen, neem ik de Elf-Moeder beter in me op. Ik begon net te wennen aan hoe anders de elfen eruitzien, maar zij is nog weer een heel andere verschijning. Ze heeft een licht getinte huid, de kleur van caramel. Ze is bijzonder lang maar ook prachtig in verhouding, met volle, vrouwelijke rondingen. Het meest bijzonder is haar kapsel: onnatuurlijk poederroze haren, op een complexe manier opgestoken en ingevlochten.
We volgen een trap rond de stam van een enorme boom die ver boven het woud uittorent. Als we boven het bladerdak uitkomen, hebben we ineens een weids uitzicht op de omgeving. Een bijna volle maan verlicht de boomkruinen om ons heen. In de verte zie ik bergen met besneeuwde pieken.
Wacht even, bergen? Waarom zijn er bergen? Rond het Koningswoud zijn heuvels en een kustlijn, maar geen bergen en zeker niet zulke hoge. Ik zoek, maar de kustlijn is nergens te bekennen.
Zie je dat? stuur ik aan Aliya. Ik kan de zee nergens zien. Dit bos lag toch aan de kust?
Inderdaad… Er zit verwondering in haar gedachten, maar ook ongemak. Dit woud is magischer dan ik dacht. Geen wonder dat Aren zei dat we het zelf nooit zouden vinden.
De Elf-Moeder wacht op ons bij de ingang van de hoogste woning. “Het uitzicht is hier prachtig, nietwaar?” Nog voor we kunnen antwoorden, stapt ze naar binnen. Ik werp nog één blik op de onmogelijke bergketens aan de horizon en volg haar.
De woning van de Elf-Moeder is opvallend simpel, tussen alle grandeur van het elfendorp. We stappen binnen in een kamer die eenvoudig en warm is ingericht. Aan de wanden hangen geweven tapijten met goud geboorduurde patronen, en in het midden van de kamer staat een lage houten tafel, omringd door zachte, dikke kussens in warme kleuren.
De Elf-Moeder gaat op de kussens zitten, met haar benen elegant onder zich gevouwen, en gebaart naar de kussens aan de andere kant van de tafel. “Ga zitten,” zegt ze. “Alsjeblieft.” De kussens zijn verrassend dik en zacht. Ik zou er zo in slaap kunnen vallen, als mijn lichaam niet vol adrenaline zou zitten van de wedstrijd.
Als de Elf-Moeder twee keer met haar handen klapt, schuift een gordijn van geweven bladeren opzij en verschijnen twee jonge elfen met dienbladen. Ze plaatsen kommetjes dampende thee en schalen met fruit, brood, kazen, en gedroogd vlees op tafel.
“Jullie zullen honger hebben,” zegt ze. Ze gebaart uitnodigend naar het eten. “Eet, alsjeblieft. Neem zo veel jullie willen.”
We hebben vandaag eigenlijk nog niet gegeten, en ik ben inderdaad uitgehongerd. Even gaat de gedachte nog door mijn hoofd of ik het eten kan vertrouwen. Maar als ik de Elf-Moeder zelf ook zie eten, geef ik toe aan mijn honger. Ik pak een stuk brood en scheur het doormidden. Het is nog warm. Aliya schenkt thee in voor ons allebei en neemt een slok. Haar schouders ontspannen zich iets.
"Dank u," zegt Aliya. Ze zet haar mok behoedzaam neer. "Hoe moeten we u aanspreken? Elf-Moeder?"
De vrouw tegenover ons lacht zacht. "Mijn naam is Aelyonis. Jullie mogen me zo noemen. 'Elf-Moeder' is een titel, maar hier, in mijn woning, is dat niet nodig."
Ik neem een hap van het brood en kauw langzaam. Nu ik zit en eet, merk ik pas hoe moe ik ben. Mijn spieren trillen nog na van de spanning.
Aelyonis schenkt zichzelf ook thee in. "Laat me beginnen met jullie te feliciteren. Phallea is een formidabele kampioen. Ze vergelijkt de test graag met een strijd, één die ze niet graag verliest.” Ze kantelt haar hoofd. “Hoe hebben jullie het gedaan?"
Aliya glimlacht breed. “Goede samenwerking,” antwoordt ze.
“Dat kon ik zien.” Aelyonis’ amberkleurige ogen draaien naar mij. “Nyssara maakte het jou niet makkelijk, Thomas. Bewonderingswaardig, hoe lang je het volhield.”
“Het was kantje boord,” geef ik toe.
“Daarvoor zal ze je eeuwig dankbaar zijn,” zegt Aelyonis. Ze neemt nog een slok thee, haar bewegingen rustig en sierlijk. “Ze smeekte me om jouw verleider te mogen zijn. Ze wilde het zo graag afmaken, het ritueel dat bij het meer begon.”
“Afmaken?”
“Nyssara bevindt zich in wat wij een Bloeitijd noemen. Elfen leven volgens een cyclus, net als menselijke vrouwen. Eens in de vijf tot tien jaar, in jullie tijdrekening, zijn we vruchtbaar.” Aelyonis zet haar theekop neer en kijkt me recht aan. “Seks tijdens de Bloeitijd leidt vrijwel altijd tot bevruchting. Over anderhalf jaar zal Nyssara een dochter baren.”
De woorden landen traag. “Wacht. Bedoel je…”
“Jouw dochter, ja.”
Ik zet de thee neer. “Oh.”
Een kind. Met Nyssara. Ik word vader. Ik scheur een stuk van het warme brood af en kauw zonder het te proeven. Dit is een bizar idee, alsof het over een ander gaat. Maar het voelt ook niet slecht, per se.
Toen ik jong was, overleed een oom ver weg die ik nooit had ontmoet. Mijn ouders huilden, maar ik voelde er niks bij. Het voelde toen, net als nu, alsof ik daar meer emoties bij had moeten hebben. Maar ik was niet echt droevig over een man die ik niet kende. Ik had hem nooit ontmoet, en dat bleef nu gewoon zo. Net zoals ik dit kind waarschijnlijk niet zal ontmoeten.
“Is ze er zelf blij mee?” vraag ik.
“Meer dan wat dan ook.” Aelyonis glimlacht warm. “Voor een elf is een kind een groot geschenk. Ze zal haar dochter met liefde opvoeden.”
“Mooi. Dat is… mooi.” Ik pak mijn theekop weer op.
Thomas van Kranenburg, vader van een elf. Dat had ik niet aan zien komen.
Ik kijk opzij naar Aliya om haar reactie te peilen. Ik verwacht een glimlach of een opgetrokken wenkbrauw - dit is toch bizar nieuws? Maar in plaats daarvan staart ze roerloos naar haar theekop. Haar hand rust onder de rand van de tafel en wrijft zacht over haar buik.
Hey, stuur ik. Alles goed?
Ze kijkt op, knippert. Ja. Prima.
Maar via de ring voel ik iets heel anders dan ‘prima’. Onverwachte emotie, verdriet, en een hol gevoel dat ze probeert te onderdrukken.
Aliya…?
Laat maar. Echt. Ze forceert een glimlach. Ik ben gewoon moe.
Ik pak haar hand onder tafel. Ze knijpt erin, hard genoeg dat het pijn doet.
"Hoe werkt dat dan precies?" vraagt Aliya na een moment. Ze trekt haar hand uit de mijne en gaat iets rechter op zitten. "Biologisch, bedoel ik? Als de vader een mens is, hoe kan het kind dan een elf zijn?"
“Dat is een goede vraag,” zegt Aelyonis. Ze lijkt blij dat Aliya het onderwerp verandert. “De aard van elfen is van nature vrouwelijk. Mannelijke elfen bestaan niet. De meeste van onze kinderen zijn dochters, en zij zijn volledig elf. Het woud vormt hen. Soms wordt er een zoon geboren - die zijn half-elf, half-mens. Zoals jullie gids, begrijp ik.”
Mijn gedachten gaan naar Aren. Aan zijn groene ogen die oplichtten bij het kampvuur toen hij vertelde over zijn verleden. Aan de diepe schaamte die hij voelde, zelfs na dertig jaar verbanning.
“Dat klopt,” zegt Aliya. “Aren.”
Voor de eerste keer zie ik Aelyonis’ blik veranderen naar iets bijna menselijks. De perfecte beheersing van de moederelf valt kort weg, en in haar ogen zie ik een flits van herkenning, alsof ze terugdenkt aan iets wat ze lang had weggestopt. “Cyverdelle’s zoon,” zegt ze zacht. “Ja. Ik herinner me hem. Een vrolijk kind. Cyverdelle hield zielsveel van hem.”
Ik aarzel, maar vraag het dan toch. "Waarom hebben jullie hem weggestuurd?"
Aelyonis zucht diep. “Omdat het moet. We sturen alle zonen weg op hun twaalfde."
"Dat begrijp ik niet," zeg ik. Ik probeer niet verwijtend te klinken, maar het lukt niet helemaal. "Aren zei dat het fout was dat hij naar andere elfen keek. Maar jullie zijn helemaal niet preuts, veel elfen hier lopen halfnaakt rond. En het hele dorp keek hoe Nyssara en ik seks hadden. Hoe kan dat? Hoe kunnen jullie zo open zijn over seks, maar mannen wegsturen?”
Aelyonis knikt, alsof ze deze vraag verwacht had. “Dit woud, en onze stam, zijn geen goede omgeving voor een man." Ze neemt een slok thee. "Wij elfen kennen geen schaamte over onze lichamen, over lust of seks. We zien dat als geschenken van het woud. Een elf die een partner ontvangt tijdens haar Bloeitijd doet niets beschamends - het is simpelweg een onderdeel van de natuurlijke cyclus."
Ze kijkt me aan. "Maar mannelijke seksualiteit is anders dan vrouwelijke, Thomas. Wij kunnen in deze vrijheid leven omdat ons leven ingericht is volgens de vrouwelijke natuur. In harmonie met de cyclus van het woud. Mannelijk verlangen is... hongeriger. Constanter. Ongeduldig. In de juiste mate kan dat prachtig zijn. Maar een man kan niet jarenlang leven zoals wij leven. Dat leidt tot wrijving."
Ik denk terug aan mijn eigen jeugd. Aan de keren dat mijn vader maandenlang op reis was met andere mannen, en ik achterbleef tussen mijn moeder en haar vriendinnen. Binnen blijven in plaats van jagen. Borduren in plaats van zwaardvechten. Ik was nog maar een kind, maar zelfs toen voelde ik me daar onrustig bij. Hier opgroeien als jongetje… Nee, dat lijkt me inderdaad niks.
"Dus sturen jullie ze weg," zeg ik.
"Om henzelf te beschermen," zegt Aelyonis. "In de mensenwereld kunnen ze zichzelf zijn, als man. Hier worden ze alleen maar ongelukkiger." Ze slaat haar ogen neer. "Het betekent ook verdriet voor ons - voor de moeders die hun zonen moeten loslaten. Maar we hebben geen beter alternatief gevonden."
"Aren was ongelukkig," zeg ik. "Dertig jaar lang. Het vertrek leek hem niet gelukkiger te hebben gemaakt."
"Dat spijt me oprecht." Aelyonis kijkt op. "Het is een onvolmaakte oplossing voor een onvolmaakt probleem. Niet elke zoon komt goed terecht. Dat weet ik. Als ik kon veranderen hoe de wereld in elkaar zit, zou ik het doen. Maar ik kan dat niet."
De kwetsbaarheid in haar stem ontwapent me. Dit is niet de wrede tiran die Aren beschreef. Dit is iemand die worstelt met een onmogelijke situatie en keuzes maakt die pijn doen.
We eten zwijgend verder terwijl we Aelyonis’ woorden laten bezinken.
Uiteindelijk doorbreekt Aliya de stilte. "Mag ik nog iets anders vragen? Wat gebeurde er bij het meer? Hoe kon het dat Nyssara en Ëadris ineens verdwenen? Waren zij daar echt, of was het een illusie?"
“Ze waren daar echt,” antwoordt Aelyonis. “Ook Ëadris is in haar Bloeitijd. Ze waren aan het wachten tot het woud ze een man zou brengen. Ze ontvingen jullie zoals dat gebruikelijk is: met openheid en gastvrijheid.”
“En met seks.”
“En met hun lichaam,” bevestigt ze met een glimlach. “Maar ik heb hen teruggeroepen toen ik vanuit de verte jullie magie opmerkte. De artefacten die jullie dragen, zijn erg krachtig en gemaakt door een occulte groepering. Ik moest weten of jullie een bedreiging waren.” Ze knikt naar de deur. “Nyssara en Ëadris vertrokken, maar het woud liet een afbeelding van hen achter, zodat jullie niets zouden merken en mijn krijgers konden naderen.”
“Een kopie,” zegt Aliya. “Dus we hadden seks met een illusie?”
“Aan het einde wel,” zegt Aelyonis. “Maar alles wat jullie voelden was echt. Nyssara baalde behoorlijk dat ze moest vertrekken voordat ze het ritueel kon voltooien. Daarom wilde ze zo graag de wedstrijd doen - om alsnog te krijgen wat ze begonnen was.”
“Dus het ging alleen maar om mijn zaad,” zeg ik. Het klinkt platter dan ik bedoel, maar het is niet onwaar.
“Absoluut niet,” zegt Aelyonis beslist. “Nyssara had ook op een andere man kunnen wachten. Ze heeft jou geproefd, gevoeld, en ze wilde jou. Je zaad, ja. Maar ook je kracht, je toewijding aan Aliya, de manier waarop je haar aanraakte. Geloof me, ik heb de hele middag haar smeekbedes aangehoord om op dat podium te mogen staan.” Ze kijkt me recht aan. “Je maakte indruk. Op haar, maar ook op Ëadris, en nu ook op mij.”
Aliya’s wangen kleuren. Ze neemt een slok van haar thee om haar verlegenheid te verbergen.
De laatste schalen worden weggehaald door dienaressen. Aelyonis schenkt voor ons allemaal nog een keer thee in.
“Maar goed,” zegt ze, “jullie zijn hier niet om over het verleden te praten. Jullie zoeken iets.”
Aliya recht haar rug. “Ja. Een tempel van de Cult van Ovulia. We geloven dat er één hier aan de kust moet zijn, gebouwd op een plek die ooit van elfen was.”
“Dat klopt.” Aelyonis’ blik wordt serieuzer. “Die tempel is ons al eeuwen een doorn in het oog. Hij is aangelegd in de Grot van Oorsprong, een heilige plek waar lang geleden de eerste elfen geboren werden. De cultisten bouwden hun heiligdom er overheen, doordrenkt met hun perverse aanbidding.”
“Wij willen het rechtzetten,” zeg ik. “De tempel zuiveren, of vernietigen. We weten hoe gevaarlijk de invloed van de cult kan zijn, en wat het een opluchting het is als dat gezuiverd wordt.”
“Een nobel doel.” Aelyonis kijkt me lang aan, dan weer naar Aliya, en dan weer naar mij. “En ik geloof dat jullie het menen. Ik geloof ook dat jullie geschikt zijn, gezien jullie beheersing van de artefacten. Ik ben bereid de locatie van de Grot met jullie te delen. Maar voordat ik dat doe… zou ik jullie iets willen vragen. Iets persoonlijks.”
Aliya kijkt me aan. Ik kijk terug.
"Iets wat jullie mogen weigeren," voegt Aelyonis snel toe. "Zonder gevolgen. Zonder problemen. Jullie verlaten het woud met mijn zegen en de locatie van de tempel, ongeacht jullie antwoord." Ze vouwt haar handen samen op de tafel. "Maar het zou heel veel voor mij betekenen."
"Wat is het?" vraagt Aliya.
Ik heb een vermoeden. En op het moment dat ik haar blik ontmoet, weet ik het zeker.
“Het is ook mijn tijd,” zegt Aelyonis zacht. “Mijn Bloeitijd. De eerste in meer dan vijftien jaar.”
Ze kijkt naar me. Niet naar Aliya. Naar mij. Haar amberkleurige ogen, die de hele avond zo warm en rustig zijn geweest, hebben nu een hoopvolle gloed over zich.
“Ik ben onder de indruk van jullie,” vervolgt ze. “Van jullie beiden. Thomas, je bent fysiek indrukwekkend.” Een lichte glimlach. “Maar meer nog ben ik onder de indruk van je zelfbeheersing. Je toewijding aan Aliya. Dat zijn eigenschappen die ik graag zou wensen voor mijn dochter, als ze mij ooit opvolgt.”
Is dit echt? Na Nyssara… nu ook de Elf-Moeder zelf? En ze kiest… mij?
“U wilt dat ik…” stamel ik. Ik merk dat ik ineens niet meer weet waar ik moet kijken.
“Het zou een heilig ritueel zijn,” zegt Aelyonis. “Morgenavond, bij het licht van de maan. Het is een uitnodiging voor jullie samen - want jij, Aliya, hoort daar net zo veel bij als Thomas. Het gaat om mannelijkheid en vrouwelijkheid, verweven met elkaar. Jullie band is essentieel.”
Aliya’s hand vindt de mijne onder de tafel. Haar vingers klauwen zich om de mijne, alsof ze houvast zoekt. Via de ring voel ik haar verwarring. Het verzoek overvalt haar nog meer dan mij.
"Dit is geen kleine vraag," vervolgt Aelyonis. "Ik snap dat het jullie overvalt. Denk er een nacht over. Slaap erop. Morgenochtend kunnen jullie me jullie antwoord geven. En daarna, wat jullie antwoord ook is, zal ik jullie de weg wijzen naar de tempel."
Ik blijf nog even naar Aliya kijken, maar dwing mezelf dan om Aelyonis weer recht aan te kijken. “We… zullen er over nadenken,” beloof ik.
“Heel goed.” Ze klapt in haar handen en de twee dienaressen verschijnen. "Breng onze gasten naar het gastenverblijf," zegt Aelyonis. Dan richt ze zich weer tot ons. "Slaap lekker. Jullie hebben vanavond iets uitzonderlijks gedaan. Rust uit."
Ze glimlacht nog één keer en verdwijnt dan achter het gordijn van bladeren aan de achterkant van haar woning.
We volgen de jonge elfen terug omlaag. Ze leiden ons door het donkere dorp naar een comfortabele hut met een groot tweepersoons bed. Onze tassen staan al netjes in de hoek, mijn zwaard er naast. Ze hebben alles teruggebracht.
Ik trek mijn laarzen uit en ga op de rand van het bed zitten. Mijn lichaam is loodzwaar van vermoeidheid. Die wedstrijd, de adrenaline, het gesprek… alles eist nu zijn tol.
Aliya rommelt in haar rugzak. Ze haalt het boek tevoorschijn en aait over het leer alsof ze een huisdier begroet dat ze moest achterlaten. Zorgvuldig legt ze het naast het bed en begint ze de sluiting van haar jurk los te maken.
Als we naakt onder de dekens kruipen, voelen de zachte huiden tegen mijn lijf als een omhelzing. Ik slaak onwillekeurig een zucht van opluchting.
Aliya nestelt zich tegen me aan, haar hoofd op mijn borst. Ik sla mijn arm om haar heen en trek haar dicht tegen me aan. We liggen een tijdje zo, zonder te bewegen. Het enige geluid in de hut is onze trage ademhaling en het getsjirp van insecten in de nacht.
"En?" zeg ik uiteindelijk. "Wat denk je ervan?"
Aliya is stil. Haar vinger tekent afwezig patronen op mijn borstkas.
"Wil je niet dat ik het doe?" vraag ik na een tijdje. "Ik doe het niet als jij het niet wil. Dat weet je. Eén woord en ik zeg nee tegen Aelyonis."
"Nee," zegt Aliya snel. Ze drukt haar gezicht tegen mijn borst. "Nee, dat is het niet. Het is een eer, Thomas. Ik meen het. Ik vind het… indrukwekkend. Dat zij jou kiest. Dat ze ons allebei kiest."
“Je bent niet jaloers?” vraag ik.
“Nee.” Er zit geen twijfel in haar stem. “Dat niet.”
"Maar?"
Ze zucht. Die zucht komt van diep. Ze sluit haar ogen en haar wenkbrauwen trekken naar elkaar toe terwijl ze naar woorden zoekt.
"Het is hier zo anders dan ik had gedacht," zegt ze uiteindelijk. "Zo veel, Thomas. Alles. Hoe ze leven, hoe ze denken, hoe ze zijn. Ik heb jaren gelezen over elfencultuur, over de Cult van Ovulia, over vruchtbaarheidsrituelen. Ik dacht dat ik het begreep. Maar dit…" Ze maakt een gebaar dat het hele dorp, het hele woud, de hele avond omvat. "Dit raakt me. Op een manier die ik niet helemaal kan uitleggen."
Ik streel haar haar. "Probeer het eens?"
Haar vinger stopt met tekenen. Ze legt haar hand plat op mijn hart.
“Wat Aren ons vertelde, dat vond ik logisch. Dat klopte met wat ik dacht te weten. Elfen zijn hooghartig, streng, voelen geen passie en hebben een hekel aan mannen. Maar nu we hier zijn…”
“Het is heel anders dan Aren zei.”
“Ja. Aelyonis is heel vriendelijk. En natuurlijk hebben ze mannen nodig om kinderen te krijgen. Ik denk dat ik al lang wist wat Nyssara en Ëadris van ons wilden, maar mijn hoofd wilde het niet accepteren. Nu vraagt Aelyonis dat ook van je. En…”
Haar stem dwaalt af en ze blijft lang stil. “En?” vraag ik.
"Er is iets wat ik je nog niet verteld hebt," zegt ze zacht. "Er is een reden dat ik Ovulia ben gaan bestuderen. Dat is niet alleen een academische interesse. Het is ook persoonlijk voor me."
Ik wacht. Net als ik bij Aren wachtte. Sommige woorden moeten ruimte krijgen om te vallen.
"Ik wil het je vertellen," gaat ze verder. "Dat verdien je. Maar niet nu. Niet vanavond. Vanavond wil ik gewoon bij je zijn." Ze kijkt me aan. Haar ogen glinsteren in het zachte licht. "Maar dan weet je dat het er is. En ik wil niet… dat het iets verandert aan ons. Hoe jij over mij voelt. Of ik over jou."
Ik leg mijn hand over de hare en druk hem steviger tegen mijn borst.
"Aliya," zeg ik. "Wij hebben samen een verlaten tempel verkend, een stel verslavende ringen overleefd, een klooster doorstaan, een huurmoordenaar overwonnen, en vanavond een elfenkrijger verslagen met een orgasme. Ik kan niet bedenken wat je me zou kunnen vertellen dat mij doet twijfelen."
Ze lacht. Zacht, bijna geluidloos, maar echt. Haar schouders schokken en ze drukt haar gezicht tegen mijn borst.
"Bovendien," voeg ik toe, en ik streel met mijn vingers door haar haren, "kan op dit punt niks mij meer verbazen. Ik heb mijn hele leven nog nooit een elf ontmoet, en nu vraagt hun leider me ineens voor een of ander heilig maanritueel. Mij. Ik ben maar gewoon Thomas. Tussen al dat sierlijke… Geloof jij het?"
Ze lacht harder nu. Een echte, diepe lach. De spanning in haar schouders laat iets los. Ze tilt haar hoofd op en kijkt me aan. Haar ogen glanzen vochtig, maar ze glimlacht.
"Ik denk dat je ja moet zeggen," zegt ze. “Tegen Aelyonis.”
"Echt?"
"Ja." Ze knikt beslist. "Het is een eer. En jij ziet het zelf misschien niet, maar je bent niet zomaar ‘gewoon Thomas’. Als er een kind geboren wordt met jouw eigenschappen…” Ze glimlacht. “Dan is dat iets moois. Je moet het doen. Ik ben er bij."
Ik kijk haar aan. Via de ring spoelt haar liefde over me heen, maar eronder, dieper, ook onzekerheid. Het gevoel van vallen in een diep gat. Een diepe wens om vastgehouden te worden.
Ik sla mijn beide armen om haar heen en trek haar stevig tegen me aan, alsof ik haar fysiek bij elkaar moet houden. “Oké,” zeg ik. “Maar alleen als het met jou is. Samen.”
Ze duwt zichzelf omhoog en gaat plat op me liggen. “Altijd. We zijn een team.” Ze drukt haar naakte lijf stevig tegen me aan. Haar borsten drukken op mijn borst, mijn halfstijve pik tegen haar buik. Met haar beide armen onder mijn schouders laat ze zich langzaam naar mijn gezicht zakken en zoent ze me.
Het is een lange, warme, intense zoen. We houden elkaar vast als een anker in de storm. Er is veel gebeurd. Het idee dat Nyssara zwanger van me is, en dat Aelyonis dat wil worden - het is niet niks. Het brengt me in verwarring, maar Aliya nog veel meer. Op een manier die ik nog niet helemaal begrijp. Ze zegt dat het geen jaloezie is, en ik geloof haar. Maar wat het dan wel is… Zo lang ik maar niet op spel zet wat ik met haar heb. Ik zou alle elfen in de wereld opgeven voor haar.
Ze opent haar mond en haar tong zoekt de mijne. Ze kreunt zachtjes en kronkelt met haar lichaam over het mijne. Haar handen pakken mijn schouders steviger beet.
Ik laat me meevoeren. Ik blijf haar stevig vasthouden, twee armen over haar rug, als om te zeggen: ik ben hier. Ik heb je vast. Ik ga nergens heen.
Ze tilt haar heupen iets op en wrijft haar spleetje over mijn pik, die snel stijver begint te worden. Haar kreuntjes komen sneller en klinker zwoeler. Ze pakt mijn gezicht vast en duwt haar tong verder in mijn mond.
Opeens richt ze zich op. Ze kijkt me aan met vochtige ogen. “Thomas?”
“Ja?”
“Ga je nooit bij me weg?”
“Nooit, lieverd. Nooit.”
Ze pakt mijn gezicht weer vast en zoent me hongerig. Ze wrijft haar spleetje sneller over mijn pik. Mijn eikel glijdt tussen haar lipjes en ik voel dat ze daar nat is geworden.
Zonder de zoen te verbreken, reikt ze met haar arm omlaag en zet mijn pik tegen haar spleetje. Ze zakt zachtjes omlaag en laat me bij haar naar binnen glijden. Haar natte warmte omhult me, omhelst me. Langzaam zakt ze omlaag, tot ik helemaal bij haar binnen ben. Zo blijft ze zitten.
“Blijf je altijd bij me?”
“Altijd, lieverd.”
“Wat er ook gebeurt?”
“Wat er ook gebeurt.”
Ik kus haar voorhoofd. Ze begint langzaam haar heupen te bewegen, mijn pik te berijden. Via de ring stuur ik haar alles wat ik voor haar voel. Niet in woorden, maar in emotie. Haar warmte als ze naast me wakker wordt. Mijn trots als ze iets ontcijfert wat niemand anders kan. Mijn lust als ik haar naakte lichaam zie, en mijn bewondering voor hoe ze zich niet voor zichzelf schaamt. Mijn zekerheid dat ik nergens anders wil zijn dan hier, in haar armen, in haar.
“Oh…” kreunt ze. Ze zet haar beide handen op mijn borst en duwt zichzelf omhoog. Ze wrijft haar heupen over de mijne, in trage cirkels, met mijn pik diep in haar. Ik pak haar polsen vast en kijk haar in de ogen. Haar pupillen staren me donker aan. In die ogen lees ik haar onzekerheid. Ze heeft me nodig, en daar schrikt ze zelf van. Ik ken haar. Ze is gewend alles te plannen, en dit was geen onderdeel van de strategie.
Het is oké, stuur ik. Ik had ook niet gedacht dat dit zou gebeuren, toen ik je tegenkwam.
Het is helemaal niet oké, komt haar reactie. Ik verdrink, Thomas. In jou.
Ik voel hetzelfde, lieverd.
Pak me vast, alsjeblieft. Hou van me.
Ik trek haar naar me toe en draai haar opzij, tot Aliya op haar rug ligt en ik bovenop haar. Ik zoen haar en blijf haar stevig vasthouden terwijl ik langzaam en diep in haar stoot. Ze slaakt zachte kreuntjes door onze zoen heen.
Ik ben van jou, stuurt ze. Of ik nou wil of niet. Van jou.
En ik ben van jou. We zijn een team.
Oh, Thomas… Neem me harder, alsjeblieft. Dieper.
Ik verhoog mijn tempo en drijf mijn pik met kracht bij haar naar binnen. Het bed schokt onder onze bewegingen, de huiden glijden van mijn rug. Aliya trekt haar benen omhoog en trekt ze met haar armen opzij, zodat ze helemaal open voor me staat. Ik trek mezelf iets verder terug, om lange bewegingen te maken en steeds helemaal in en uit haar te glijden.
Ze verbreekt de zoen en kromt haar rug. “Fuck, Thomas! Ja!” kreunt ze. Haar vingers graven in mijn armen, bijna pijnlijk hard. “Kom in me, alsjeblieft. Alsjeblieft. Ik wil het heel graag, vanavond. Vul me.”
“Doe ik, lieverd. Ik ga in je komen.”
Ik zet mijn knieën iets verder uit elkaar en span mijn buikspieren aan terwijl ik haar blijf neuken. Het duurt niet lang tot ik mijn orgasme voel naderen.
“Ik kom bijna, lieverd,” kreun ik.
“Ja, ja.” Ze knikt met grote ogen. “Kom alsjeblieft. Ik wil je zaad.”
Met een kreun bereik ik het kantelpunt en spuit ik een eerste straal zaad in haar baarmoeder. Mijn nagels graven in haar schouders en ik druk mijn pik zo diep mogelijk bij haar naar binnen. Haar armen klemmen zich om mijn rug terwijl ik mijn hoofd in haar nek begraaf.
Schokkend blijf ik klaarkomen en haar vullen met mijn zaad. Alles komt er uit. Ik loop leeg.
Als ik eindelijk wat begin bij te komen en me opricht, glinstert er vocht in haar ogen. Een traan glijdt uit haar ooghoek en rolt over haar slaap. Nog een volgt
“Hey! Lieverd…”
Ze schudt haar hoofd alsof ze de tranen van zich af kan werpen. “Het is…” Ze snikt en haar stem breekt.
Ik pak haar stevig vast en kus de tranen van haar wangen. “Het is oké, lieverd. Alles is oké.”
Ze slaat haar armen weer om me heen en houdt me stevig vast. De tranen komen nu echt. Ik druk zachte kussen op haar voorhoofd, haar wangen, haar neus. Stilletjes snikkend schokt ze onder me. Ik zoen haar en omhels haar tot het minder wordt.
“Het is gewoon… veel,” zegt ze uiteindelijk, als ze iets kalmer is. “Alles. Hier in het dorp, met de elfen, maar ook met jou. Tussen jou en mij. Het komt nu allemaal even binnen.” Ze kijkt me recht aan met haar vochtige ogen, en ik heb de ringen niet nodig om haar liefde te voelen.
“Het komt allemaal goed, Aliya. We gaan die tempel vinden. Samen. Ik blijf bij je, wat er ook gebeurt.”
“Ik ben heel blij dat je me bij me bent, Thomas.”
Ik trek me langzaam uit haar terug en rol op mijn zij. Ik trek haar tegen me aan, haar rug tegen mijn borst. Ik sla mijn arm om haar middel en leg mijn grote hand beschermend op haar onderbuik. Ik voel de warmte van mijn zaad dat langzaam uit haar glijdt. Mijn lippen rusten in haar nek.
"Altijd," fluister ik.
Ze legt haar hand over de mijne en verstrengelt onze vingers. De nachtgeluiden van het bos vullen onze hut. In de stilte voel ik het onregelmatige ritme van haar hart langzaam rustiger worden. Door de kieren in het hout valt het zilveren licht van de maan op onze verstrengelde lichamen.
Haar ademhaling wordt dieper. Ze valt in slaap met mijn hand tegen haar buik gedrukt.
Ik lig nog een tijdlang wakker. Mijn gedachten dwalen. Morgenavond is het volle maan. Dan doen we mee aan een ritueel dat nieuwe, onbekende ervaringen belooft. Een Elf-Moeder die een opvolger wil. Een kind van mij dat nooit van mij zal zijn. Een dochter die ik nooit zal opvoeden, in een wereld ver van mijn eigen.
En Aliya die een geheim meedraagt dat diep genoeg gaat om haar aan het huilen te maken na de seks.
Maar ze zei: niet nu. En dat respecteer ik. Misschien morgen.
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10

Ontdek meer over mij op mijn profiel pagina, bekijk mijn verhalen, laat een berichtje achter of schrijf je in om een mail te ontvangen bij nieuwe verhalen!
