Door: EstherD
Datum: 09-03-2026 | Cijfer: 9.9 | Gelezen: 416
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 37 minuten | Lezers Online: 5
Trefwoord(en): Fantasy,
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 37 minuten | Lezers Online: 5
Trefwoord(en): Fantasy,

Binnen was het altijd hetzelfde wonder: de lucht rook naar oud leer, warme bijenwas, vers gesneden ganzenveer en iets wat ze nooit helemaal kon benoemen, een soort zachte, zilverige statische lading, alsof de boeken zelf ademhaalden. Ze ademde diep in en voelde haar schouders een klein beetje zakken. Hier was het veilig. Hier werd er niet van haar verwacht dat ze briljant was, of snel, of charmant tijdens groepsopdrachten. Hier mocht ze gewoon… bestaan.
Hypogriefen. Temmen. Theorie en praktijk. Iets met de band tussen ridder en beest. Iets beters dan dat saaie standaardwerk van professor Van Lier dat iedereen al gebruikt.
Ze trok haar vingers lichtjes langs de ruggen van de boeken op schouderhoogte terwijl ze de eerste gang in liep. De titels gloeiden heel zachtjes op als ze erlangs streek, niet fel, gewoon een vriendelijk: “Kijk mij eens.” Een paar boeken pulseerden zelfs warmer onder haar vingertoppen, alsof ze wisten dat ze op zoek was.
Ze glimlachte zonder het te willen.
De meeste eerste- en tweedejaars vonden de Nocturne eng: te donker, te stil, te veel schaduwen die soms nét iets te lang leken te duren. Maar Fraëlla hield van de manier waarop de lampionnen zweefden, traag als slaapdronken vuurvliegjes, en hoe het licht goud en oranje werd gefilterd door de eeuwenoude glas-in-loodramen met taferelen van de eerste drakenrijders. Het voelde alsof de bibliotheek haar kende. Alsof hij wist dat ze op dit moment meer behoefte had aan troost dan aan efficiëntie.
Ze sloeg links af, de gang van Levende Verhandelingen in. Hier stonden de boeken die je echt moest verdienen: ze mochten pas opengeslagen worden als je emotioneel stabiel genoeg was, anders begonnen ze te jammeren of, nog erger, te liegen. Fraëlla keek er altijd met een mengeling van ontzag en lichte argwaan naar.
Nee. Geen levend boek vandaag. Ik wil iets betrouwbaars. Iets dat al honderd jaar dezelfde waarheid vertelt.
Ze liep door naar de Oudere Bestiaria, waar de lucht nog dichter werd van magie. De planken waren hier breder, donkerder, bijna zwart. De titels waren in zilver en diepblauw op de ruggen gestanst en sommige boeken hadden kleine kettinkjes die zachtjes rinkelden als ze langsliep, een soort beleefde waarschuwing: “Weet je zeker dat je mij wilt openslaan?”
Haar blik gleed over de titels.
De Ziel van de Griffin: een vergelijkende studie Vlerken en trots: de psychologie van roofvogels met paardenbloed Hypogriefen
Dat laatste boek was kleiner dan de rest, bijna bescheiden. Het leer van de band was verschoten naar een zacht mosgroen. Geen gouden reliëf, geen opsmuk. Precies wat ze zocht.
Ze stak haar hand ernaar uit.
Op hetzelfde moment voelde ze een lichte trilling in de lucht.
Fraëlla aarzelde, vingers nog maar een centimeter van de rug verwijderd.
Kom op, raap jezelf bij elkaar. Het is maar een studieopdracht. Je hoeft niet de allerbeste studieopdracht ooit te maken. Je hoeft alleen maar… te beginnen.
Ze glimlachte scheef naar zichzelf en pakte het boek toch. Het was warmer dan verwacht. Ze drukte het boek even tegen haar borst, sloot haar ogen en ademde de bibliotheek opnieuw in.
Fraëlla’s vingers beefden nog licht na van het aanraken van het hypogriefenboek, maar toen kwam weer die trilling, sterker en dieper, alsof iets háár zocht in plaats van andersom. Het was geen trilling van de lucht of de planken, het zat in haar borstkas. Een zachte echo die naar beneden zakte, warm en aanwezig.
Ze draaide zich half om. Haar ogen gleden omlaag, naar de onderste plank van de Oudere Bestiaria, waar de boeken scheef en vergeten tegen elkaar aan leunden. Achter een dikke boek over basiliskgedrag, half verscholen in het stof, zat een klein boekje. Niet dikker dan haar handpalm, het leer zo donker dat het bijna zwart leek in het schemerlicht van de zwevende lampionnen. Geen titel op de rug. Geen reliëf. Alleen een vaag, pulserend schijnsel dat door de naden sijpelde, als een hartslag die probeerde te ontsnappen.
Magische lusten.
De woorden vormden zich in haar hoofd voordat ze het boekje zelfs maar had aangeraakt. Alsof het haar al kende.
Ze hurkte neer, haar gewaad veegde over de koude vloer. Met een voorzichtige vinger trok ze het naar voren. Het gleed gewillig, bijna gretig, over de plank. Zodra ze het vastpakte, schoot er een golf van hitte door haar arm omhoog, niet brandend, maar vloeibaar, honingachtig, alsof iemand warme olie over haar huid had gegoten en die langzaam liet naar beneden glijden.
Ze sloeg het open. De pagina’s waren crèmekleurig, de inkt donkerpaars en levend. De letters leken lichtjes te bewegen, als aderen onder huid.
“…de eerste aanraking van een betoverde begeerte is nooit toevallig. Het boek kiest. Het lichaam herkent. De ziel…”
Haar adem stokte. De woorden waren niet alleen tekst, ze waren gevoel. Elke letter die ze las, pulseerde mee met haar pols. Warmte verzamelde zich laag in haar buik, spreidde zich uit als wijn die te snel wordt gedronken. Haar dijen knepen onwillekeurig samen. Ze hapte naar lucht, zacht, bijna geluidloos, maar het geluid echode toch in haar oren.
Dit… dit hoort hier niet…
Ze keek schichtig om zich heen. De gang was leeg. De zwevende lampionnen dreven traag verder, alsof ze niets merkten. Maar haar wangen gloeiden. Haar tepels drukten plotseling hard tegen de stof van haar hemd, gevoelig, wakker gemaakt door iets wat ze nog niet eens begreep.
Ze sloeg het boek dicht. Te snel. De hitte trok niet weg; het nestelde zich juist dieper, tegen haar huid, tussen haar benen, een belofte die ze niet durfde uit te spreken.
“Later. Als iedereen slaapt, neem ik alle tijd voor dit boekje.”
Met trillende vingers stopte ze het kleine boekje onder haar gewaad, tussen de lagen stof, tegen de zachte huid net onder haar ribben. Het lag warm tegen haar aan, als een tweede hart. Elke stap die ze zette terwijl ze haastig terugliep naar de uitgang, wreef het leer zachtjes tegen haar, een constante, stiekeme streling die haar liet blozen tot in haar nek.
Haar pas versnelde. Ze hield haar armen over elkaar geslagen, alsof ze een gewoon boek beschermde tegen de kou, maar in werkelijkheid drukte ze het dichter tegen zich aan. De warmte sijpelde door, maakte haar licht in haar hoofd, haar stappen onvast.
Bij de zware deuren aangekomen, keek ze nog één keer om. De bibliotheek zweeg, sereen als altijd.
Ze glipte naar buiten, het boekje veilig verborgen tegen haar huid, en de gangen van de hoge school voelden ineens veel te lang tot aan haar kamer.
Fraëlla haastte zich door de gangen van de Oostelijke Toren, haar voetstappen te luid in de stille avond. Het kleine boekje lag nog steeds warm en levend tegen haar huid, net onder de rand van haar borsten, waar de stof dun genoeg was om elke beweging te voelen. Elke stap wreef het leer zachtjes tegen haar borst, een constante, fijne streling die haar ademhaling onregelmatig maakte.
Bij de trap naar de meisjesverblijven kwam ze hem tegen, Rowan, derdejaars illusiemagie. Warrig donker haar en een scheve glimlach die altijd leek te zeggen dat hij een geheim wist dat jij nog niet kende. Hij leunde tegen de leuning, een opengeslagen perkamentrol in zijn hand, en keek op toen ze naderde.
“Hé,” zei hij zacht, en zijn ogen lichtten op. “Fraëlla, toch?”
Ze glimlachte automatisch terug, een beetje te snel, een beetje te breed. “Hoi Rowan.”
Op dat moment stak het boekje. Niet pijnlijk, o nee, verre van dat. Het was een scherpe, zoete prikkel die recht door haar tepel schoot, als een warme tong die heel even likte. Haar adem stokte halverwege. Ze voelde hoe haar wangen vlam vatten, hoe haar buik samentrok in een plotselinge werveling van vlinders, en lager, veel lager, een hitte die haar dijen deed klemmen.
Ze zuchtte zachtjes uit, bijna een kreuntje, en probeerde het te verbergen door haar hand even tegen haar borst te drukken, alsof ze haar hart vasthield.
Rowan fronste lichtjes, bezorgd. “Gaat het? Je ziet er… een beetje rood uit.”
Ze knikte te snel. “Ja. Ja, prima. Dank je.” Haar stem klonk ademloos, hoger dan normaal. Ze keek hem aan en zag hoe zijn ogen even over haar gezicht gleden, nieuwsgierig, misschien een tikje geamuseerd. “Tot later,” mompelde ze, en ze glipte langs hem heen voordat hij nog iets kon zeggen.
De rest van de weg naar haar kamer voelde het boekje als een levend ding dat ademde in hetzelfde ritme als zij. Elke tree op de wenteltrap duwde het dieper tegen haar huid, elke ademteug maakte de warmte intenser.
Toen ze eindelijk de deur van haar kamer achter zich dichttrok, leunde ze ertegenaan, ogen dicht, en liet haar hoofd achterover zakken. Haar hart bonsde overal.
Ze viste het boekje tevoorschijn. Haar vingers trilden toen ze het opensloeg, precies op de pagina waar ze eerder was gebleven.
“…de aanraking van het verbodene wekt niet alleen het lichaam, maar ook de magie die erin sluimert. Laat het toe. Laat het branden. Het boek zal je leiden naar wat je diep vanbinnen al weet dat je wilt…”
De woorden gleden over haar net als de hitte: langzaam en vol verlangen. Ze voelde hoe haar tepels hard werden onder de stof, hoe haar ademhaling toenam. Ze liet zich op het bed zakken, benen licht gespreid, het boekje open op haar schoot. Elke zin die ze las voelde als een vinger die over haar huid trok, steeds lager, tot ze haar lip beet en een zacht, onwillekeurig geluidje ontsnapte.
Haar vrije hand gleed naar de zoom van haar rok, aarzelend op zoek.
Toen vloog de deur open.
“Fraë! Ga je mee eten? Ze hebben vanavond die kruidige pompoensoep die je zo lekker vindt, en ik zweer het, als we te laat zijn doe ik je wat aan.”
Liora stond in de deuropening, één hand op haar heup, de andere met een haarspeld spelend.
Fraëlla schrok zo dat ze het boekje bijna van het bed gooide. Ze griste het vliegensvlug onder haar kussen, sloeg haar benen bij elkaar en trok haar gewaad recht in één chaotische beweging. Haar wangen gloeiden als fakkels. “Ja! Ja, ik kom eraan. Gewoon… even… mijn tas pakken.”
Liora’s ogen vernauwden zich een fractie. Ze keek naar het bed, naar Fraëlla’s verhitte gezicht, naar de manier waarop haar handen nerveus over haar schoot gleden. Maar ze zei niets. Alleen een klein, wetend glimlachje trok aan haar mondhoek.
“Oké dan. Schiet op, ik rammel.”
Fraëlla stond op, benen nog een beetje wiebelig, en volgde haar vriendin de gang in. Achter haar, onder het kussen, lag het boekje te wachten als een belofte die nog niet vervuld was.
Ze voelde het nog steeds, terwijl ze de trap afliep naar de eetzaal. handen nerveus over haar schoot gleden. Maar ze zei niets. Alleen een klein, wetend glimlachje trok aan haar mondhoek.
“Oké dan. Schiet op, ik rammel.”
Fraëlla stond op, benen nog een beetje wiebelig, en volgde haar vriendin de gang in. Achter haar, onder het kussen, lag het boekje te wachten als een belofte die nog niet vervuld was.
Ze voelde het nog steeds, diep vanbinnen, terwijl ze de trap afliep naar de eetzaal. Een stille, smeulende honger die met elke stap groter werd.
De eetzaal was gevuld met het warme geroezemoes van tientallen stemmen, het gerinkel van bestek en de geur van versgebakken brood en die kruidige pompoensoep die Liora had beloofd. Ze vonden een plekje aan een lange tafel bij het raam, waar het maanlicht over de binnentuin viel en alles een beetje sprookjesachtig maakte.
Fraëlla schepte een lepel soep op en probeerde zich te concentreren op de smaak, nootmuskaat, gember, een vleugje kaneel, maar haar gedachten dwaalden steeds af. Het boekje lag nu veilig onder haar kussen, maar het voelde alsof het nog steeds tegen haar huid drukte. Elke keer als ze bewoog, herinnerde haar lichaam zich die zachte, pulserende warmte. Haar tepels waren nog steeds gevoelig, schuurden lichtjes tegen de stof van haar hemd bij elke ademteug. Ze kneep haar dijen ongemerkt samen onder de tafel.
Liora ratelde door over de nieuwste roddel uit de alchemieklas, iets over een jongen die per ongeluk zijn eigen haar in gras had veranderd en Fraëlla lachte op de juiste momenten, knikte, zei “echt?” en “serieus?”, maar het was alsof ze van een afstandje naar zichzelf keek.
Toen keek ze op.
Rowan zat een paar tafels verderop, met zijn gebruikelijke groepje illusiemagiërs. Hij ving haar blik, precies op dat moment, en zijn mondhoek ging omhoog in die scheve, luie glimlach die haar maag liet kantelen. Hij hief zijn beker even naar haar op, een klein, intiem gebaar, voordat hij weer verder praatte met zijn vrienden.
Fraëlla voelde hoe haar wangen opnieuw warm werden. Ze keek snel weg, maar te laat.
Liora’s ogen waren scherp als altijd. Ze leunde voorover, ellebogen op tafel, en fluisterde met een ondeugende grijns: “Oho. Is dat Rowan die daar net een oogje op je wierp? Of nee, wacht, jij een oogje op hém. Meid, je wordt nog roder dan een tomaat die de Playmagiër leest.”
“Hou op,” mompelde Fraëlla, maar ze kon een glimlach niet onderdrukken. “Het is niks.”
“Niks? Je keek naar hem alsof hij net een nieuwe spreuk had uitgevonden om je te laten klaarkomen met één vingerknip.”
Fraëlla verslikte zich bijna in haar soep. “Liora!”
“Wat? Ik zeg het zoals het is.” Liora gniffelde en prikte een stuk brood aan haar vork. “Als je hem wilt, zeg het dan. Hij is single sinds die ruzie met die harpij uit het koor. En jij… tja, jij ziet eruit alsof je dringend wat magie in je leven kunt gebruiken.”
Fraëlla rolde met haar ogen, maar de hitte in haar buik werd er niet minder om. Ze aten verder en deelden een toetje. Warme appeltaart met kaneelroomijs dat smeltend over de randen droop en praatten over van alles en nog wat. Maar diep vanbinnen telde Fraëlla de minuten af tot ze weer alleen kon zijn.
Toen ze eindelijk opstonden, rekte Liora zich uit. “Kom je nog mee naar de studiezaal? Ik moet die rune-transcriptie afmaken en jij bent beter in die oude symbolen dan ik.”
Fraëlla aarzelde. Ze voelde het boekje alweer roepen, een stille, ongeduldige trilling ergens in haar achterhoofd. “Vanavond niet, sorry. Ik… ik ben een beetje moe. Wil gewoon vroeg onder de wol.”
Liora trok een wenkbrauw op, maar drong niet aan. “Oké dan. Maar als je morgen met wallen ter grootte van drakeneieren wakker wordt omdat je de hele nacht hebt liggen fantaseren over meneer Scheve Glimlach, dan zeg ik je: ik zei het toch.”
Fraëlla lachte nerveus en gaf haar vriendin een snelle knuffel. “Trusten, Lio.”
Ze liep alleen terug naar haar kamer, de gangen nu stiller, de lampen gedimd tot een zacht oranje gloed. Haar hartslag versnelde met elke tree de wenteltrap op. Bij haar deur aangekomen, draaide ze de sleutel om, glipte naar binnen en deed de deur zachtjes dicht.
Het kussen lag er precies zo bij als ze het had achtergelaten.
Ze liet haar gewaad op de grond vallen, schopte haar laarzen uit en kroop in bed, alleen nog in hemd en ondergoed. Met trillende vingers trok ze het kleine boekje tevoorschijn.
Het leer voelde heter aan dan eerst, alsof het haar afwezigheid had gemist.
Ze sloeg het open, precies waar ze gebleven was, en begon te lezen.
De woorden gleden weer over haar heen, warmer, intiemer nu de kamer donker en stil was. Elke zin voelde als een aanraking. Haar vrije hand dwaalde omlaag, aarzelend eerst, toen gretiger. Ze beet op haar lip om geen geluid te maken, maar haar ademhaling werd luider, onregelmatiger.
Buiten tikte de wind zachtjes tegen het raam.
Fraëlla lag op haar zij, het boekje open op het kussen naast haar gezicht, de bladzijden zacht verlicht door het blauwe maanlicht dat door het raam sijpelde. Ze las verder, en verder, en verder. De woorden leken te ademen. Ze pulseerden in hetzelfde ritme als haar eigen hartslag, als haar eigen kloppende opwinding. De tijd smolt weg. Minuten werden uren zonder dat ze het merkte. Haar wangen gloeiden, haar lippen waren droog van het bijten erop, en tussen haar benen was een constante, smeulende hitte die met elke zin intenser werd.
Het boek voelde zwaarder aan. Eerst dacht ze dat het verbeelding was, maar nee, het groeide. Niet dramatisch, niet plotseling, maar merkbaar. De pagina’s werden dikker, de letters groter, alsof het boek zich uitrekte om meer ruimte in te nemen in haar wereld. Of misschien nam het haar wereld in. Ze voelde het leer tegen haar vingertoppen warmer worden, levendiger, alsof het haar polsslag volgde.
Ze las over spreuken die verlangen konden wekken, versterken, richten. Over hoe je genot kon oogsten als een bloem die nooit verwelkt. Sommige passages maakten haar adem stokken, veel te intiem, te wild, te veel. Ze sloeg die bladzijden haastig om, blozend tot in haar oren, maar haar ogen gleden toch terug, hongerig, nieuwsgierig.
Toen kwam ze bij het hoofdstuk over de Priapiden.
“Tijdelijke wezens van pure begeerte, opgeroepen uit ether en wilskracht. Vliegende vormen, slank en warm, gemaakt om te strelen, te vullen, te plagen tot de drager smeekt om genade. Ze kennen geen vermoeidheid. Ze kennen alleen jouw genot.”
Haar hart sloeg een slag over. De illustratie was eenvoudig, maar levendig: een slanke, vorm die vloog met vleugels, glad en glanzend, met een zachte gloed van binnenuit. Geen monster. Geen duister ding. Gewoon… puur verlangen in fysieke vorm.
De spreuk die erbij stond leek onschuldig genoeg. Een cirkel van zout en lavendel, een druppel eigen bloed op een kaars van bijenwas, drie woorden in Oud-Elyrisch uitgesproken met de lippen nat van verlangen. Geen offers. Geen verboden ingrediënten. Alleen intentie. En het boek waarschuwde nergens voor consequenties, alleen voor overgave.
“Ze zullen je de nacht van je leven geven,” stond er, in diezelfde levende paarse inkt. “En ze zullen verdwijnen bij het eerste ochtendlicht, alsof ze er nooit waren.”
Fraëlla sloot het boek even, drukte het tegen haar borst. Haar ademhaling was snel, oppervlakkig. Ze voelde zich licht in haar hoofd, duizelig van anticipatie. Dit was gekkenwerk. Dit was… gevaarlijk? Nee. Niet echt. Het boek loog niet. Dat voelde ze. En de hitte in haar lichaam schreeuwde om meer dan alleen lezen.
Ze stond op. Haar benen trilden een beetje. Ze trok haar donkerste mantel over haar hemd en ondergoed, dikke wol, met een kap die haar gezicht grotendeels verborg. Het boek stopte ze onder haar arm, stevig tegen haar zij gedrukt, zodat het niet kon vallen. Ze luisterde even aan de deur: de gang was stil. Middernacht was allang voorbij. De meeste studenten sliepen, de leraren patrouilleerden zelden in deze vleugel.
Ze glipte de kamer uit, trok de deur zachtjes achter zich dicht en sloop de wenteltrap af. De treden kraakten niet, ze had haar laarzen in de kamer gelaten om stiller te zijn. De gangen van de hoge school waren ’s nachts anders: de lampen brandden laag, de schaduwen leken langer, en er hing een soort sluimerende magie in de lucht, alsof de muren zelf ademhaalden.
Ze nam de kortste route naar de alchemiekamer, langs de achtertrap die bijna niemand gebruikte. Haar hart bonsde in haar keel, maar niet van angst, van opwinding. Elke stap wreef het boek tegen haar zij, een constante herinnering aan wat ze ging doen.
Bij de deur van het proeflokaal aangekomen, drukte ze haar oor ertegen. Stilte. Ze fluisterde een simpele openingsspreuk, een trucje dat alle eerstejaars leerden, en de deur klikte open.
Binnen was het donker, maar niet pikzwart. De maan scheen door het hoge dakraam en wierp zilveren banen over de werktafels, de rekken met flessen en de grote cirkel van witte steen in het midden van de vloer, speciaal voor rituelen en oproepingen.
Fraëlla sloot de deur achter zich, leunde er even tegenaan en ademde diep in.
Ze legde het boek open op de dichtstbijzijnde tafel. De pagina met de spreuk gloeide zachtjes op, alsof het wist dat ze er was.
Ze begon de benodigdheden bij elkaar te zoeken: een kommetje zout, een takje gedroogde lavendel uit de kruidenvoorraad, een kaars van pure bijenwas die ze uit een la viste. Haar handen trilden licht, maar vastberaden.
Toen ze alles klaar had, keek ze nog één keer naar de deur.
Niemand zou komen. Niet nu.
Ze trok de kap van haar mantel af, liet hem op de grond vallen en stapte de witte cirkel in.
Het boekje lag open voor haar voeten.
Ze prikte met een naald in haar vingertop, een klein prikje, een druppel bloed die op de kaars viel en siste toen hij de vlam raakte.
Ze sloot haar ogen.
En fluisterde de drie woorden.
De kaarsvlam flakkerde één keer wild, alsof de wind erdoorheen blies, en toen werd de lucht dikker, warmer, geladen met een zoete, muskusachtige geur die nergens vandaan leek te komen. Een zachte gloed verzamelde zich in het midden van de cirkel, paars en goud doorschoten, en daaruit vormde zich de eerste Priapide.
Hij was precies zoals het boek hem had beschreven die nog steeds in haar hoofd nagloeide: slank, glad, warmroze en glanzend, met een lichte, etherische vleugels die hem zwevend hield. Geen monster, geen grotesk ding. Nee, hij was… mooi. Elegante curves, een zachte pulsatie aan de basis alsof hij een eigen hartslag had. Hij zweefde traag naar voren, cirkelde om haar heen in een sensuele, bijna hypnotische dans. Niet agressief. Uitnodigend. Elke draai van zijn lichaam leek de lucht te strelen, en die streling bereikte háár huid.
Fraëlla’s adem stokte. Ze voelde een golf van schaamte en tegelijk een golf van opwinding die veel sterker was. Haar handen trilden toen ze de sluiting van haar mantel losmaakte. De stof gleed van haar schouders, viel in een donkere plas om haar voeten. Haar hemd was dun, bijna doorschijnend in het maanlicht, en haar tepels priemden hard tegen de stof.
De Priapide kwam dichterbij. Hij zweefde op ooghoogte, draaide langzaam, alsof hij haar bekeek en bewonderde. Toen streek hij langs haar wang, een aanraking zo zacht als een veer, maar warm, levend, en beladen met belofte. Fraëlla huiverde. Haar handen gingen omhoog, bijna vanzelf. Ze trok het hemd over haar hoofd, liet het vallen. Haar borsten kwamen vrij, zwaar en gevoelig in de koele lucht van het proeflokaal. Ze voelde zich blootgesteld, kwetsbaar… en ongelooflijk opgewonden.
Ze hief haar handen naar haar borsten, omvatte ze, kneedde zachtjes, liet haar duimen over haar tepels glijden. Een paringsdans, precies zoals het boek het noemde. Ze toonde zichzelf. En de Priapide reageerde: hij cirkelde lager, streek langs de onderkant van haar borst, raakte haar tepel even aan, als een lichte kus, een zachte zuiging die haar liet kreunen. Toen weer weg, plagend, dansend.
Plotseling voelde ze de lucht trillen. Nog een gloed. Een tweede Priapide vormde zich, identiek maar net iets groter, net iets donkerder van tint. En direct daarna een derde.
Ze zweefden nu met z’n drieën om haar heen, een trage, sensuele werveling. De eerste bleef bij haar gezicht zweven, vlak voor haar lippen, pulserend, wachtend. Fraëlla’s mond viel een beetje open van pure verwondering en verlangen. Ze voelde hoe nat ze was, hoe haar dijen glibberig tegen elkaar aan schuurden.
De tweede Priapide dook lager. Hij gleed tussen haar been, duwde de stof opzij met een zachte, vastberaden druk. Ze voelde hem tegen haar binnenste dijen, warm en glad, zoekend. Toen vond hij haar opening en gleed naar binnen, langzaam, centimeter voor centimeter, zich uitrekkend om perfect te passen.
Fraëlla slaakte een klein, schril gilletje. Haar knieën knikten bijna. Het gevoel was overweldigend: vol, warm, pulserend, bewegend in haar met een ritme dat precies aansloot bij haar eigen hartslag. Ze greep zich vast aan de rand van een tafel om niet te vallen.
Op dat moment vloog de eerste Priapide naar voren. Hij raakte haar lippen aan, gleed ertussen, vulde haar mond. Niet ruw, teder en een beetje dwingend. Ze proefde iets zoets, iets warms, iets dat naar magie smaakte. Ze sloot haar lippen eromheen, liet haar tong erlangs glijden, en voelde hoe hij reageerde: een zachte trilling, een pulserende golf die recht door haar lichaam schoot.
De derde Priapide cirkelde nog steeds om haar heen, streek langs haar rug, haar billen, haar nek, overal tegelijk, alsof hij wist waar ze het meest gevoelig was. Ze kreunde rondom de Priapide in haar mond, het geluid gedempt maar rauw.
Haar lichaam bewoog mee, wiegde, wiegde, terwijl de twee in haar bewogen, de een diep in haar kern, traag stotend, de ander in haar mond, glijdend op haar tong. Golven van genot bouwden op, sneller dan ze ooit had gekend, als een spreuk die eindelijk zijn climax bereikte.
De lucht in het proeflokaal leek plotseling dikker, zwaarder, alsof de magie zelf gewicht kreeg. Fraëlla voelde haar voeten loskomen van de koude stenen vloer. Eerst een lichte tinteling in haar tenen, toen een zachte ruk omhoog en ze zweefde. Letterlijk. Haar lichaam tilde zichzelf op, gewichtloos, armen en benen licht gespreid, alsof onzichtbare handen haar optilden en vasthielden in het midden van de cirkel.
Haar laatste beetje kleding gleed van haar lichaam, langzaam en plagend, alsof vingers van wind de stof vastpakten en naar beneden trokken. Ze voelde de stof langs haar dijen strijken, langs haar kuiten, tot hij losliet en in een stille val naar de grond zakte. Nu was ze helemaal naakt, zwevend in het maanlicht dat door het dakraam viel, haar huid bleek en glanzend van een dun laagje zweet.
De Priapiden bewogen mee, perfect synchroon met haar nieuwe positie. Ze voelden haar lichaam reageren, zich aanpassen. De een in haar mond pulseerde zachter, dieper, vulde haar keel zonder te verstikken. De ander, diep in haar kern, zwol op en groeide, rekte zich uit tot precies de vorm en grootte die haar binnenste het meest vulde, het meest strekte, het meest raakte. Elke stoot was nu harder, sneller, maar nog steeds precies afgestemd op haar ritme, alsof ze haar gedachten lazen.
Ze kreunde luid, het geluid gedempt door de Priapide in haar mond, maar toch rauw en ongegeneerd. Haar handen grepen in de lucht, vingers klauwden naar niets, terwijl haar rug zich kromde.
De derde Priapide cirkelde nog steeds laag, maar nu richtte hij zich op haar gevoeligste plekje. Hij raakte haar clitoris aan. Eerst een lichte kus, toen een cirkelende streling, warm en pulserend. Elke aanraking stuurde een schokgolf door haar hele lichaam. Toen begon hij te trillen, een vreemde, diepe vibratie die door de lucht leek te resoneren, alsof de magie zelf een toon zong die alleen haar lichaam kon horen. Het was hemels. Onwerkelijk. Alsof elke zenuw tegelijkertijd werd aangeraakt door een warme, zoete stroom.
Haar eerste orgasme kwam als een explosie. Haar hele lichaam spande zich, zwevend en schokkend in de lucht. Ze schreeuwde het uit rond de Priapide in haar mond, een lang, trillend geluid dat door de ruimte galmde. Golven van genot sloegen door haar heen, heet en eindeloos, tot haar tenen kromden en haar ogen wegrolden.
Maar ze hielden niet op.
De Priapiden draaiden haar lichaam, tilden haar hoger, draaiden haar op haar buik in de lucht. Haar armen werden zachtjes naar achteren getrokken, haar rug licht gebogen, haar benen gespreid en opgetild. Ze hing nu als een offerande, volledig blootgesteld, volledig overgeleverd.
De Priapide in haar mond gleed dieper, vulde haar keel met zachte, ritmische stoten. Degene in haar kern bewoog harder, dieper, vulde haar tot ze dacht dat ze zou barsten. En de derde… die drukte nu tegen haar kleinste gaatje. Een lichte, aandringende druk, warm en glad, pulserend op precies de goede manier.
Fraëlla hapte naar adem. Het voelde intenser dan alles wat ze ooit had gevoeld. Een mengeling van druk, rekking, verboden genot. Hij drong langzaam binnen, centimeter voor centimeter, zich aanpassend aan haar, zich uitrekkend tot perfectie. De sensatie was overweldigend: vol, strak, heet, en tegelijkertijd bevrijdend. Elke beweging stuurde nieuwe golven door haar heen, dieper dan voorheen, alsof hij een nieuw centrum van genot in haar opende.
Haar kreunen werden luider, ongecontroleerder. Ze kronkelde in de lucht, haar lichaam schokkend tussen de drie wezens die haar tegelijkertijd namen. Het nieuwe orgasme bouwde zich op. Langzamer dit keer, maar veel dieper, veel magischer. Ze voelde het als een spreuk die zich voltrok in haar binnenste: een oplichtende energie die zich verspreidde van haar kern naar haar vingertoppen, haar tenen, haar kruin. Kleuren dansten achter haar gesloten ogen. Dezelfde kleuren als de gloed waarmee de Priapiden waren verschenen.
Toen brak het.
Ze kwam klaar met een schreeuw die de kaarsen deed flakkeren. Haar hele lichaam sidderde, spande zich, ontspande zich in golven die niet leken op te houden. Tranen rolden over haar wangen, geen pijn, alleen pure, overweldigende extase. De magie pulseerde door haar heen, versterkte elk gevoel, maakte het groter, helderder, eeuwiger.
De Priapiden bleven bewegen, teder nu, maar onvermoeibaar. Ze wiegden haar zachtjes in de lucht, hielden haar zwevend terwijl de naschokken door haar lichaam trokken.
Buiten begon de hemel heel langzaam lichter te kleuren.
Dan vliegt ineens de deur van het proeflokaal met een harde knal open, alsof een onzichtbare hand hem uit zijn scharnieren rukte. Koude tocht wervelde naar binnen, maar Fraëlla merkte het amper. Haar lichaam zweefde nog steeds, gewichtloos, open en blootgesteld in het midden van de cirkel, terwijl de Priapiden haar bleven nemen met die eindeloze, precieze ritmiek.
Daar stond Rowan.
Zijn ogen werden groot. Eerst schok, dan ongeloof, dan iets donkerders. Een honger, puur en rauw. Hij droeg alleen een loshangend hemd en een broek, alsof hij halsoverkop uit bed was gesprongen. Zijn haar zat in de war, zijn borstkas rees en daalde snel. Hij zei niets. Hij staarde alleen maar naar haar: zwevend, naakt, gevuld, kreunend, terwijl de etherische wezens haar lichaam gebruikten alsof het van hen was.
Fraëlla’s hart sloeg een slag over. Angst schoot door haar heen, maar het smolt meteen weer weg in de hitte die aldoor door haar aderen pompte. Ze wilde zich bedekken, haar armen over haar borsten slaan, haar benen sluiten, verdwijnen in de schaduwen. Maar ze kon niet. Ze wilde niet. De Priapiden hielden haar vast, spreidden haar verder, en diep vanbinnen wist ze: dit was geen toeval. Ze hadden hem geroepen. Telepathisch, magisch en onweerstaanbaar. Ze hadden hem hierheen gesleept omdat zij hem wilde. Omdat haar lichaam, haar magie, haar verlangen hem wilde.
Rowan slikte zichtbaar. Zijn ogen gleden over haar lichaam, haar borsten die op en neer deinden met elke stoot, haar dijen die trilden, de glanzende Priapiden die in en uit haar gleden. Hij stapte naar voren, langzaam, alsof hij in een droom liep. Zijn handen gingen naar de knopen van zijn hemd. Hij trok het uit, liet het vallen. Toen zijn broek. Hij was al hard en kloppend, en een stuk groter dan ze zich had voorgesteld in haar fantasieën. Hij pakte zichzelf vast en begon zich af te trekken, terwijl hij naar haar keek. Naar hoe ze werd genomen. Naar hoe ze kreunde, hoe haar lippen vaneen weken rond de Priapide in haar mond, hoe haar rug zich kromde in de lucht.
De Priapide in haar meest vrouwelijke opening gleed plotseling naar buiten, glad en nat van haar. Een leegte die meteen duidelijk was. Rowan stapte de cirkel in. De magie leek hem te herkennen, te verwelkomen. Hij greep haar heupen vast en trok haar naar zich toe. Ze zweefde nog steeds, maar nu was hij er om haar te dragen. Hij positioneerde zichzelf en stootte in één beweging naar binnen, diep en hard, precies op het moment dat haar lichaam het hardst schreeuwde om gevuld te worden.
Fraëlla slaakte een kreet, half schreeuw, half snik van puur genot. Hij voelde anders dan de Priapiden , ruwer en menselijker. Hij bewoog met een honger die niet etherisch was, maar rauw en wanhopig. Ze klemde zich om hem heen, melkte hem met elke spier die ze had, terwijl de Priapiden hun ritme aanpasten: de een bleef in haar mond glijden, de ander drong dieper in haar kleinste opening, rekte haar verder, vulde haar tot ze dacht dat ze zou breken.
Het werd te veel.
Haar lichaam spande zich, sidderde en explodeerde in een laatste, magisch orgasme dat voelde alsof de hele school mee trilde. Ze kneep Rowan vast, melkend en zuigend, terwijl hij gromde en zich diep in haar stortte. Hij kwam klaar met een rauwe kreet, heet en pulserend, en op hetzelfde moment voelden de Priapiden het ook: ze zwolgen op, trilden wild, en spatten etherische golven van genot door haar heen terwijl ze hun eigen climax bereikten.
Toen, als op een onhoorbaar signaal, lieten ze los.
Fraëlla viel. Niet hard, ze landde zacht op de koude stenen vloer, benen gespreid, borstkas zwoegend, lichaam glanzend van zweet en magie. De Priapiden losten op in paarse vonken, schoten als pijlen de deuropening uit en verdwenen in de donkere gangen van de school, op zoek naar schaduwen om zich in te verstoppen.
Rowan zakte op zijn knieën naast haar neer. Zijn ademhaling was zwaar, zijn ogen wazig, alsof hij net uit een trance ontwaakte. Hij keek naar haar, naar zichzelf, naar de cirkel van zout en lavendel die nu dof en uitgewerkt op de vloer lag.
“Fraëlla…” Zijn stem was schor, verbijsterd. “Wat… wat is er gebeurd? Wat heb ik…?”
Ze kon hem niet aankijken. Schaamte sloeg toe als een ijskoude golf, sterker dan alle hitte die eraan vooraf was gegaan. Ze krabbelde overeind, griste haar mantel van de grond, sloeg hem om zich heen zonder iets aan te trekken eronder. Haar benen trilden nog steeds, haar binnenste pulseerde na van alles wat er gebeurd was.
Ze zei niets.
Ze draaide zich om en rende. Blootsvoets, halfnaakt onder de mantel, door de donkere gangen, de trap op, naar haar kamer. De deur sloeg achter haar dicht. Ze leunde ertegenaan, gleed omlaag tot ze op de vloer zat, armen om haar knieën geslagen.
Buiten begon de hemel langzaam roze te kleuren en ergens diep in de school, in een vergeten nis of een donkere kast, wachtten drie etherische wezens op het volgende moment van zwakte.
Trefwoord(en): Fantasy, Suggestie?
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10

Ontdek meer over mij op mijn profiel pagina, bekijk mijn verhalen, laat een berichtje achter of schrijf je in om een mail te ontvangen bij nieuwe verhalen!
