Lekker Anoniem Webcammen!
Donkere Modus
Datum: 02-03-2026 | Cijfer: 7.9 | Gelezen: 553
Lengte: Lang | Leestijd: 24 minuten | Lezers Online: 9
Trefwoord(en): Gangbang, Zwanger,
Zwanger op Mallorca - deel 9 - Dag 7

Nacht/Ochtend, 02:15

Ik word wakker van gestommel. Eerst zacht, dan harder: slippers die over de drempel schrapen, een lichte bons tegen de deurpost, het zachte kraken van de scharnieren. Mijn ogen vliegen open. Het is pikkedonker in de kamer, alleen een smalle streep maanlicht die door het gordijn glipt en een zilverkleurig vierkantje op de vloer legt. Mijn hart slaat meteen over, een harde, droge bons in mijn borstkas.

De deur gaat open. Geen geklop deze keer. Gewoon open, zonder pardon.

Javier staat in de deuropening. Zijn silhouet wordt afgetekend tegen het zwakke ganglicht: brede schouders, loshangend shirt, zwembroek laag op de heupen. Achter hem schaduwen – minstens twee anderen, misschien meer. Ik zie het glinsteren van een gouden kettinkje, hoor zacht gelach, laag en rauw.

“Guapa,” zegt hij, zijn stem laag, bijna fluisterend, maar met diezelfde zelfverzekerde toon die hij altijd heeft. “Come with us. Our room. More friends tonight.”

Sarah beweegt naast me. Ik voel de matras deinen. Ze zegt niks. Geen zucht, geen protest, geen “Mark, alsjeblieft”. Ze duwt zich gewoon overeind. Haar haar valt warrig voor haar gezicht. Ze zwaait haar benen over de rand van het bed. Staat op. Naakt, op het dunne jurkje na dat ze na het diner niet meer heeft uitgetrokken – het hangt scheef, één schouderbandje omlaag, tepels duidelijk zichtbaar door de stof.

Ze loopt naar de deur. Langzaam, maar zonder aarzeling. Haar blote voeten maken zachte plofjes op het versleten tapijt. Javier steekt zijn hand uit. Ze pakt hem. Zonder om te kijken. Zonder iets tegen mij te zeggen.

De deur valt dicht. Klik.

Stilte. Dan voetstappen die wegsterven in de gang. Een laatste, laag lachje dat door de vloer omhoog komt.

Ik lig in het donker. Alleen. Het laken plakt aan mijn rug, koud en nat van zweet. Mijn ademhaling is snel, oppervlakkig. Ik probeer het tegen te houden, maar het komt toch: dat bonkende, hete gevoel in mijn onderbuik. Mijn pik wordt pijnlijk hard, drukt tegen de stof van mijn boxershort.

Dan begint het.

Eerst zacht, gedempt door de vloer: een ritmisch gekraak. Het bed in de kamer beneden me. Hun kamer. Dan een kreun – laag, vrouwelijk, onmiskenbaar Sarah. Een natte klap. Vlees op vlees. Nog een kreun, hoger dit keer. Spaans gelach, rauw en triomfantelijk.

“¡Mira cómo se moja la puta!”

“¡Toma, toma!”

Natte klappen, sneller nu. Het bed kraakt harder, sneller. Een mannenstem gromt iets onverstaanbaars. Dan haar stem, hoger, smekend, gebroken: “Más… por favor… más dentro…”

Ik knijp mijn ogen dicht. Probeer het niet te horen. Maar het komt door de vloer heen, door de muren, door mijn schedel. Elke stoot, elke kreun, elke lach. Nieuwe stemmen mengen zich erin. Een zware, Duitse stem: “Ja… gut… nimm alles…” Een Engelse stem, schor: “Fuck… she’s tight…”

Minstens negen man. Misschien meer. Ik tel de stemmen niet. Ik tel de seconden. Het duurt uren.

Het ritme verandert. Wordt chaotischer. Meerdere mannen tegelijk. Natte geluiden, soppend, schunnig. Haar gekreun gaat over in hoog gegil, onderbroken door gesmoorde geluiden – pikken in haar mond, denk ik. Een laag, langgerekt gegrom van een man die klaarkomt. Dan nog een. En nog een.

“¡Uno… dos… tres…!”

Ze tellen weer. Hardop. Lachend.

Ik lig daar. Mijn handen gebald in de lakens. Mijn pik klopt pijnlijk, voorvocht lekt warm en kleverig in mijn boxershort. Ik probeer het tegen te houden. Probeer aan iets anders te denken. Maar het lukt niet.

De geur dringt al door de vloer heen – of misschien verbeeld ik het me. Zweet. Zaad. Haar kut. Sigaretten. Bier. Mannen.

Haar stem, steeds hoger, steeds wanhopiger: “Más… más… por favor… fill me…”

Dan een lange, dierlijke gil. Haar orgasme. Niet één. Meerdere. Het gaat maar door, gekreun dat overgaat in gesnik. Maar ze stoppen niet.

Het duurt uren.

Uiteindelijk wordt het stiller. Het kraken vertraagt. Stemmen mompelen. Een laatste lach. Dan voetstappen op de trap.

De deur gaat open.

Sarah komt binnen. Alleen.

Ze loopt langzaam, wankel. Haar haar plakt aan haar voorhoofd, nat van zweet en zaad, plukken hangen in slierten over haar gezicht. Het jurkje hangt scheef, één schouderbandje gescheurd, de stof nat en doorzichtig op plekken waar het tegen haar huid plakt. Dikke, witte banen zaad bedekken haar borsten, lopen in korstige sporen naar haar tepels. Nog meer in haar haar, op haar wangen, kin, hals. Tussen haar dijen glinstert het, loopt traag langs de binnenkant van haar benen, druppelt op de vloer bij elke stap. Ze ruikt er sterk naar: zout, bitter, warm, weeïg. Een hele kamer vol mannen.

Ze kruipt naast me in bed. Zegt niks. Geen woord. Geen uitleg. Geen excuus. Geen “sorry”.

Haar hand glijdt naar haar buik. Drukt zacht.

Ik voel haar warmte naast me. Haar trillende ademhaling. Haar huid plakkerig tegen de mijne.

De geur slaat over me heen. Zwaar. Overweldigend. Zaad. Zweet. Haar kut. Mannen.

Mijn pik klopt nog één keer hard. Dan komt het. Zonder aanraking. Warm, dik, nutteloos zaad spuit in mijn boxershort, over mijn buik, op de lakens. Golf na golf. Ik bijt op mijn lip om niet te kreunen. Schaamte brandt in mijn keel, heet en bitter.

Maar het stopt niet.

Ik kom klaar alleen van de geur. Van het weten. Van het zien wat ze geworden is.

Ze zegt nog steeds niks.

Haar hand blijft op haar buik liggen.

Drukt zacht.

Voor el bebé.

En ik lig daar. Nat. Kapot. Trots.

Ziek trots.

De nacht is stil.

Maar morgen begint het weer.

En ik weet: ik stop het niet.

Ochtend, 08:30 - Ontbijt

We zitten aan een klein rond tafeltje bij het zwembad, half in de schaduw van een verschoten parasol. De koffie is lauw en smaakt naar plastic, het brood is droog, de jam komt uit een klein plastic kuipje dat ik met trillende vingers openpeuter. Sarah zit tegenover me, haar jurkje van gisteren nog aan – crèmekleurig, kreukelig, met vage natte plekken die in de nacht zijn opgedroogd tot korstige vlekken. Haar haar hangt warrig over haar schouders, een aantal plukken plakken nog aan haar nek van het zweet en het zaad dat er vannacht in is gedroogd. Ze eet langzaam, mechanisch, kleine hapjes croissant die ze amper kauwt.

De ochtendzon brandt al fel, weerkaatst op het turquoise water, prikt in mijn ogen. Het geroezemoes van andere gasten – lepeltjes tegen kopjes, een radio die zacht Spaanse pop speelt, het zachte geklots van iemand die baantjes trekt – klinkt ver weg, gedempt, alsof ik onder water zit.

Dan hoor ik slippers. Drie paar. Snel, zelfverzekerd. Ik kijk op.

Javier komt aanlopen, losjes, shirt openhangend, borst glanzend van zweet. Hij draagt een dienblad met twee glazen cola, ijsblokjes tinkelen tegen het glas. Achter hem een nieuwe man: lang, mager, een ober van een jaar of dertig. Donker haar in een strakke knot, olijfkleurige huid, een strak zwart poloshirt met het logo van het hotel, mouwen opgerold over pezige onderarmen. Een gouden kettinkje hangt in de V van zijn hals. Hij loopt iets achter Javier, ogen al op Sarah gericht, lippen licht geopend.

Javier blijft staan naast onze tafel. Zet het blad neer met een zacht tikken. Legt zijn hand plat op Sarahs schouder – groot, heet, zijn vingers spreiden zich over haar sleutelbeen, zijn duim rust vlak boven haar borst. Hij knijpt zacht, maar bezitterig.

“After coffee,” zegt hij, stem laag en geamuseerd, “roof. I bring friend from bar.”

Sarah kijkt niet op. Ze neemt haar laatste hap croissant. Kauwt langzaam. Slikt. Dan legt ze de vork neer. Duwt haar stoel naar achteren. Staat op. Zonder een woord. Zonder mij aan te kijken. Haar jurkje hangt scheef, bovenstukje nog half los van gisteren, tepels priemen duidelijk door de dunne stof. Ze loopt zelf mee. Naar Javier. Naar de ober. Naar de trap.

Ik zie ze gaan. Javier slaat een arm om haar middel, hand laag op haar heup, duim glijdt onder de zoom van haar jurkje. De ober volgt, ogen gefixeerd op haar deinende billen. Ze lopen naar de smalle metalen trap die naar het dakterras leidt. Haar slippers klapperen zacht op de treden. Dan verdwijnen ze uit zicht.

Ik blijf zitten. Koffie in mijn hand. Koude vingers. De zon brandt op mijn nek. Zweet druipt langs mijn ruggengraat.

Dan hoor ik het.

Een gil. Scherp. Hoog. Van boven. Sarah. Geen pijn. Geen schrik. Lust. Rauw, ongefilterd, snijdend door de ochtendlucht. Beneden kijkt iedereen omhoog. Een ouder Nederlands stel stopt met eten. Een Duitse man met een bierbuik zet zijn zonnebril af. Een vrouw met een grote hoed houdt haar hand voor haar mond.

De gil gaat over in een langgerekt, trillend gekreun. Dan nog een. Hoger. Sneller. Het ritme van stoten is hoorbaar, zelfs van hier: natte klappen, een ligbed dat kraakt, laag Spaans gegrom.

Iedereen kijkt. Niemand zegt iets. Maar de stilte is zwaar. Ogen schieten naar mij. Naar het tafeltje waar ik zit. Alleen.

Een Duitse man aan de bar – grijs haar, rood gezicht, gouden horloge die blinkt in de zon – heft zijn glas naar mij. Een brede, vettige grijns.

“Deine Frau ist sehr laut heute Morgen.”

Zijn stem draagt ver. Hard. Duidelijk. Een paar mensen lachen onderdrukt. Een Nederlandse vrouw schudt haar hoofd, mompelt iets tegen haar man. “Ongelooflijk…”

Ik voel mijn gezicht branden. Bloed suist in mijn oren. Mijn pik drukt pijnlijk hard tegen mijn zwembroek. Voorvocht lekt warm, kleverig. Ik schuif mijn stoel dichter naar de tafel, probeer het te verbergen. Maar het helpt niet.

Boven gaat het door. Gegil. gekreun. Natte klappen. Spaans gelach. “¡Toma, puta!” “¡Más dentro!”

Ik zit daar. Koffie koud in mijn hand. Zweet druipt in mijn ogen. Schaamte snijdt door mijn borstkas, heet en scherp.

Maar diep vanbinnen… die zieke, zieke trots.

Omdat ze het doet.

Omdat ze het zelf doet.

Omdat ze het wil.

En omdat ik – godverdomme – het ook wil.

De ochtend is nog jong.

En het geluid van boven stopt niet.

Middag, 13:50 – Strand

De zon staat hoog, een witte, genadeloze bol die alles platbrandt. Mijn keel is droog, mijn tong plakt aan mijn gehemelte. Ik sta op van mijn handdoek, mompel iets over drinken halen. Sarah ligt op haar buik, sarong half afgegleden, billen half bloot, string nog scheef van vanochtend. Ze reageert niet. Haar ademhaling is langzaam, diep – bijna slapend, maar ik weet beter. Ze rust uit. Voor de volgende ronde.

Ik loop naar de strandbar, slippers zinken weg in het hete zand. Het zweet loopt in straaltjes langs mijn rug, prikt in mijn ogen. Twee biertjes – koud, nat, condensdruppels glijden langs het glas. Ik betaal zonder de ober aan te kijken. Hij grijnst toch.

Terug. Mijn voetstappen vertragen al voordat ik het goed besef.

Sarah is weg.

Haar handdoek ligt er nog, verkreukeld, met een natte plek in het midden waar ze heeft gelegen. De biertjes voelen ineens loodzwaar in mijn handen.

Ik zet ze neer. Kijk rond. Het strand is niet groot: een smalle strook zand tussen de boulevard en de zee, met rotsen aan beide kanten die uitsteken als kapotte tanden. Rechts zie ik een rotsachtige inham – een kleine baai, half verscholen achter uitstekende stenen, met golven die er luid op slaan.

Ik loop die kant op. Mijn hart bonkt in mijn keel. Ik wil niet hard rennen – dat zou te veel opvallen. Maar mijn benen bewegen sneller dan ik wil.

De rotsen blokkeren het zicht. Ik klim half omhoog, mijn handpalmen schrapen over het hete gesteente. Zout kruipt meteen in de wondjes.

En dan zie ik het.

Een kleine, beschutte inham. Zand vermengd met keien. Golven rollen traag naar binnen, wit schuim dat zich sissend terugtrekt.

Sarah is er.

Ze rijdt op Carlos. Op haar knieën in het zand, met haar dijen wijd over zijn dikke buik. Zijn handen om haar heupen, zijn vingers diep in haar vlees gedrukt, duwen haar op en neer. Zijn buik glanst van zweet, zijn borsthaar is nat en plat. Ze beweegt zelf, draait met haar heupen, haar kont bolt op bij elke neerwaartse beweging. Haar borsten deinen wild, haar tepels zijn hard en rood. Ze heeft een andere pik in haar mond – van een van de jongens, ik zie alleen zijn onderlijf, zijn bruine huid, zijn harde schacht die in en uit haar lippen glijdt. Ze pijpt gulzig, wangen hol, speeksel loopt in dunne straaltjes langs haar kin.

Haar rechterhand heeft een derde pik vast. Ze trekt hem langzaam af, ritmisch, duim over de eikel wrijvend. De jongen kreunt laag.

Ze kreunt luid, gesmoord rond de pik in haar mond: “Más… fill me… todos dentro…”

Het geluid draagt over het water. Rauw. Wanhopig. Dierlijk.

Twee oudere Engelse mannen staan op een veilige afstand, half verscholen achter een rots. Shorts, zonnehoeden, slippers. Een van hen – grijs haar, bierbuik – heeft zijn telefoon in zijn hand, filmt alles discreet. De ander kijkt alleen, armen over elkaar, zijn mond half open.

De man met de telefoon ziet mij. Grijnst breed. Roept, luid genoeg dat het over het strand draagt:

“Your wife’s putting on quite the show, mate. How many is that today?”

Zijn vriend lacht kort, schor.

“Three at once now. She’s a busy one, eh?”

Sarah hoort het niet. Of het interesseert haar niet meer. Ze rijdt harder, duwt haar kont naar achteren, neemt de pik in haar mond dieper. Carlos gromt, duwt omhoog. De jongen in haar hand kreunt, spuit over haar pols en onderarm – dikke witte stralen die in het zand druipen.

Ze laat hem los. Reikt meteen naar een andere pik die klaarstaat. Trekt hem naar zich toe terwijl Carlos blijft stoten.

Ik sta daar. Vijf meter verderop. Mijn pik klopt pijnlijk hard, voorvocht warm loopt in mijn zwembroek. Ik voel het opkomen – die hete, zieke golf. Ik draai me half om, druk mezelf tegen de rots, probeer het te verbergen.

Maar het helpt niet.

Ik kom bijna klaar alleen van het kijken.

Van het horen.

Van het weten dat ze het zelf doet.

Zonder mij.

Voor el bebé.

Of voor zichzelf.

Of voor niemand meer.

De golven rollen door. Sissend. Onverschillig.

En Sarah kreunt weer: “Más… todos…”

De mannen lachen.

En ik laat het gebeuren.

Zoals altijd.

Avond, 20:10 – Restaurant

We zitten net aan het hoofdgerecht. Het bord voor me is halfvol: lauwe friet, een paar stukken kip die naar plastic smaken, een saus die te zout is. Sarah prikt lusteloos in haar salade, haar vork glijdt door de blaadjes zonder echt iets op te pakken. Haar jurkje – dat dunne, crèmekleurige ding – plakt nog licht aan haar dijen van eerder op de dag. Een paar korstjes opgedroogd zaad zitten nog op haar linkerborst, nauwelijks zichtbaar in het schemerdonker van de restaurantlampen, maar ik zie ze. Ik ruik het ook: die vage, bittere ondertoon die ze met zich meedraagt sinds de middag.

Dan stapt Javier binnen.

Hij loopt regelrecht naar onze tafel, slippers kletsend op de tegelvloer, shirt open tot halverwege zijn borst, gouden kettinkje glimmend in het licht. Achter hem Alejandro en de jongen met het gouden kettinkje – dezelfde ober van vanochtend, nu in een zwart poloshirt met het logo van het hotel, zweetplekken onder zijn oksels. Ze lachen al voordat ze bij ons zijn.

Javier blijft staan naast Sarah. Legt een hand op haar schouder. Buigt zich voorover, zijn mond vlak bij haar oor.

“Under table,” zegt hij zacht, maar luid genoeg dat ik het hoor. Vervolgens gaan ze alle drie bij ons aan de tafel zitten.

Mijn hart slaat over, een golf van hitte spoelt over me heen – een mengeling van vernedering, opwinding en misselijkheid die in mijn maag draait. Ik voel mijn wangen branden, mijn handen klam worden om het bestek. Ze schuiven aan met een nonchalante arrogantie, Javier links van me, Alejandro rechts, en de ober tegenover Sarah's lege stoel. Hun ogen glijden kort over me heen, spottend, alsof ik een grap ben die ze al kennen. Javier grijnst breed, zijn tanden wit in het lampenlicht, en knikt naar mijn bord: "¡Buen provecho, amigo!" Alejandro lacht zacht, zijn blik vol minachting, alsof hij me uitdaagt om iets te zeggen. De ober leunt achterover, armen over elkaar, zijn ogen glinsterend van anticipatie, en mompelt iets in het Spaans dat de anderen aan het lachen maakt – ik vang "cornudo" op, wat me een steek in mijn borst geeft. Ik probeer te slikken, maar mijn keel is droog; ik voel me klein, machteloos, een toeschouwer in mijn eigen leven.

Sarah's vork bevriest halverwege. Een druppel dressing valt op het tafelkleed. Ze kijkt niet op. Niet naar mij. Niet naar hen. Ze legt de vork neer. Schuift haar stoel iets naar achteren. Zonder een woord glijdt ze omlaag. Onder de tafel.

Het tafelkleed valt als een gordijn achter haar dicht. Maar het geluid komt erdoorheen.

Eerst zacht: het ritselen van stof, een riem die losgaat, een gulp die opengaat. Dan een nat, slurpend geluid – haar lippen die zich sluiten rond de eerste pik. Een lage, gesmoorde kreun van een van de jongens. Alejandro, denk ik. Het zuigen wordt luider, ritmischer. Haar ademhaling komt erdoorheen, snel en schokkerig door haar neus. Een hand die op tafel leunt – ik zie de stof even bewegen. Dan een natte klap: iemand die haar hoofd vastpakt, dieper duwt. Een gesmoord kokhalzen, gevolgd door een laag, tevreden gegrom.

Terwijl het gebeurt, staren ze me aan. Javier leunt dichterbij, zijn ogen vastgepind op de mijne, een triomfantelijke grijns op zijn gezicht terwijl hij zich ontspant en kreunt. "Your wife is bueno, hè?" fluistert hij, zijn stem laag en spottend. Alejandro lacht openlijk, zijn blik vol spot, en hij geeft me een knipoog als hij zijn hoofd achterover gooit in genot. De ober kijkt me aan met een koude, berekenende glimlach, alsof hij me uitdaagt om weg te kijken. Ik probeer te eten, prik in de friet, kauw mechanisch, maar mijn handen trillen; het eten smaakt naar as in mijn mond. Mijn maag draait om, een hitte bouwt op in mijn kruis ondanks de vernedering – of juist daardoor. Ik voel hun ogen op me branden, hun lachjes zijn als messen, terwijl ik doe alsof ik me concentreer op mijn bord, mijn vork tikkend tegen de rand, mijn gezicht een masker van neutraliteit dat langzaam barst.

Onder de tafel: het ritme verandert. Een nieuwe pik. Nog meer gezuig, luider nu. Natte, schunnige geluiden – speeksel dat langs haar kin loopt, denk ik. Een jongen gromt: “Toma… toda…” Dan een schok door de tafel – iemand die klaarkomt. Ik hoor het doorslikken, een zacht, nat geluid, gevolgd door een tweede straal die overloopt. Een druppel valt op de vloer, tikkend tegen de tegel.

Rondom ons beginnen de reacties op te bouwen. Het Belgische koppel aan het tafeltje naast ons staart openlijk, de man met zijn bril scheef op zijn neus, zijn mond halfopen in shock; hij buigt zich naar zijn vrouw en mompelt luider dan bedoeld: "Ze laten haar hier gewoon onder tafel pijpen… alsof het normaal is." Zijn vrouw, lippen strak op elkaar, knikt fel, haar ogen vol walging: "En haar man zit erbij alsof het niks is. Wat een triest figuur."

Een jong stel aan de overkant fluistert opgewonden, de vrouw met rode wangen, haar partner grijnzend maar ongemakkelijk. Een ober in de verte fronst, maar loopt niet dichterbij; een paar toeristen draaien hun hoofden, mompelen in het Engels of Duits, hun stemmen een mengeling van afschuw en fascinatie. Het restaurant lijkt stiller te worden, ogen die onze kant op gaan, een golf van gefluister die door de ruimte rolt.

De volgende jongen. Nog meer geluiden. Sneller nu. Haar gekreun is gesmoord, maar duidelijk: ze probeert stil te zijn, maar het lukt niet helemaal. Een hand die haar haar vastgrijpt, haar hoofd op en neer beweegt. Een nieuwe grom. Nog meer zaad. Deze keer hoor ik het spuiten – een nat, plakkerig geluid dat over haar lippen loopt, op haar kin druipt.

De derde. De ober. Zijn stem, schor: “Good… good puta…” Het gepijp wordt dieper, langzamer. Ze neemt hem helemaal, keel open. Een laag, langgerekt gegrom. Hij komt klaar. Hard. Ik hoor haar slikken, kokhalzen, dan een laatste straal die over haar gezicht spuit.

Stilte. Even. Dan het geluid van ritsen die dichtgaan, riemen die vastgeklikt worden. De tafel beweegt licht als ze zichzelf overeind duwt.

Sarah komt van onder de tafel gekropen.

Haar lippen glanzen, dik en rood, opgezwollen. Een dikke, witte veeg zaad zit in haar mondhoek, loopt langzaam naar haar kin. Nog een straaltje hangt aan haar onderlip, druipt traag omlaag. Haar mascara is uitgelopen onder haar ogen – zwarte strepen over haar wangen. Haar haar hangt warrig, plukken plakken aan haar slapen en voorhoofd. Het jurkje zit scheef, een natte vlek op de voorkant waar iemand zich heeft afgeveegd. Ze ademt zwaar, haar borstkas rijst en daalt snel, tepels priemen door de stof.

Ze gaat zitten. Zegt niks. Pakt haar vork. Eet door. Alsof er niks gebeurd is.

Het Belgische koppel staat op, de man gooit zijn servet neer met een boze grom, mompelend over "ongedierte" terwijl ze weglopen. Andere gasten wenden hun blik af, maar een paar blijven staren, hun maaltijden vergeten in de ongemakkelijke spanning die nu in de lucht hangt.

De ober – dezelfde jongen die net in haar mond is klaargekomen – komt langs met een dienblad. Zet twee extra servetten naast Sarahs bord neer. Grijnst breed, tanden wit in zijn bruine gezicht.

“For you, señora.”

Sarah kijkt niet op. Veegt met de rug van haar hand over haar mondhoek. Het zaad smeert uit over haar wang. Ze pakt haar vork weer. Prikt in haar salade. Eet door.

Ik kijk ernaar. Mijn pik klopt pijnlijk hard onder de tafel. Voorvocht lekt warm in mijn broek. Ik kom bijna klaar alleen al van het zien. Van het horen. Van de geur die nu sterker is: zout zaad, haar speeksel, haar kut die nog nat is van eerder.

Ik draai mijn hoofd weg. Kijk naar mijn bord. Proef niks.

Maar diep vanbinnen voel ik het weer.

Die zieke, zieke trots.

En de schaamte die erbij hoort.

Het restaurant bromt door. Mensen eten. Praten. Lachen.

Maar aan onze tafel is het stil.

En Sarah eet door.

Alsof er niks gebeurd is.

Maar er is wel iets gebeurd. En het gebeurt steeds vaker. En ik laat het gebeuren. Ik zeg niks. Ik doe niks. Ik kom bijna klaar alleen al van het kijken. God help me. Ik ben kapot. En ik wil niet meer heel worden.

De avond is nog jong.

En het wordt alleen maar erger.
Trefwoord(en): Gangbang, Zwanger, Suggestie?
Geef dit verhaal een cijfer:  
5   6   7   8   9   10  
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...