Lekker Anoniem Webcammen!
Donkere Modus
Door: Leen
Datum: 03-01-2026 | Cijfer: 9.9 | Gelezen: 349
Lengte: Lang | Leestijd: 28 minuten | Lezers Online: 7
Trefwoord(en): Buitensex, Fotograaf, Fotoshoot, Lingerie, Masturberen, Naakt, Topless,
Uit De Kleren
"Prachtig," mompelt de fotograaf. Hij kijkt even op zijn schermpje. "De spanning is van je gezicht, je begint te stralen. Laten we dat vasthouden. Draai je nu eens om. Loop langzaam weg van mij, richting die grote ramen aan de linkerkant." Omdraaien voelt veilig. Als ik mijn rug naar de camera keer, hoef ik die grote, donkere lens niet recht in de ogen te kijken. Ik knik en draai me langzaam om op mijn hakken. Voor me ligt de grote, lege ruimte van de loods. Op de grond liggen platen geel isolatiemateriaal en puin verspreid, een troosteloos decor.

Ik zet een paar stappen, mijn heupen wiegen in de strakke kokerrok. "Wacht even." Het is Kristof. Ik voel hem vlak achter me komen staan. Zijn aanwezigheid is weer die warme deken in de koude tocht. "We hadden een afspraak, toch?" fluistert hij dicht bij mijn oor. Zijn hand landt op mijn heup, op de stof van mijn rok. "Stap voor stap. Een beetje gewaagder?"

Mijn hart maakt een sprongetje. "Wat heb je in gedachten?" Piep ik. Zonder te antwoorden glijden zijn handen omlaag, tot ze de zoom van mijn rok vinden, net boven mijn knieën. Langzaam, tergend langzaam, begint hij de stof omhoog te schuiven. Eerst tot halverwege mijn dijen. Dan hoger. "Kristof..." waarschuw ik zachtjes, maar ik stop hem niet. "Sssst," sust hij. "Niemand ziet je voorkant. Alleen je kont. En die is prachtig." Hij duwt de rok verder omhoog, brutaal hoog, tot de stof zich als een brede riem rond mijn taille ophoopt.

Op dat moment voel ik het. De koude lucht van de loods heeft nu vrij spel. Het strijkt langs mijn dijen, glijdt omhoog en kust mijn blote billen. Het contrast is schokkend en waanzinnig opwindend. Ik sta hier, in een vieze, verlaten fabriek, en mijn hele achterkant is ontbloot. De dunne bandjes van mijn jarretels, die ik vanochtend met zoveel zorg heb vastgemaakt, zijn nu zichtbaar. De rand van mijn kousen snijdt zachtjes in mijn dijbeen. Het voelt zo... fout. Zo sletterig. En daardoor zo ongelooflijk geil.

"Zo," hoor ik Kristof schor zeggen. Hij doet een stap achteruit om zijn werk te bewonderen. "God, wat een uitzicht." Ik hoor het klikken van de camera achter me, maar deze keer verstijf ik niet. De wetenschap dat mijn billen nu vol in beeld zijn, vastgelegd in dit rauwe decor, stuurt een stroomstoot van adrenaline door mijn aderen.

"Kijk eens over je schouder," roept de fotograaf, zijn stem klinkt enthousiast, alsof hij goud heeft gevonden. "Niet naar mij. Kijk alsof je zoekt of Kristof nog wel kijkt." Ik draai mijn hoofd. Mijn haar valt over mijn schouder. Ik trek mijn rug een beetje hol, waardoor mijn billen nog meer naar achteren komen. Ik voel me kwetsbaar, met die kou op mijn huid en die vreemde man achter me, maar als ik opzij kijk, zie ik Kristof staan.

Hij staat aan de zijkant, zijn armen over elkaar, en hij kijkt niet naar mijn gezicht. Hij kijkt naar mijn billen, naar de witte huid die afsteekt tegen de zwarte kousen. Zijn blik is donker, hongerig. Hij ziet eruit alsof hij me hier ter plekke, tussen het puin en het stof, tegen die muur wil drukken. Die gedachte doet mijn wangen gloeien en geeft me net die blik van verwarring en lust die de camera nodig heeft. Klik. Ik staar in de verte, voel de tocht, voel de bewondering van Kristof en voel me daardoor levendiger dan ooit.

"Draai je maar om," commandeert de fotograaf zacht. "Laat de camera je gezicht weer vinden." Ik gehoorzaam. Op mijn hoge hakken draai ik me langzaam om, een halve cirkel in het knarsende gruis. Terwijl ik me omdraai, vecht ik tegen een diepgewortelde reflex. Elke vezel in mijn lijf schreeuwt dat ik mijn handen moet gebruiken om die rok weer naar beneden te rukken. Om mijn fatsoen te herstellen, nu ik de lens weer recht in de ogen kijk. De foto van mijn achterwerk is gemaakt, het moment is voorbij, toch?

Maar ik doe het niet. Ik laat mijn handen zwaar langs mijn lichaam hangen. Mijn vingers krullen zich lichtjes, maar ik raak de stof niet aan. Ik laat de rok zitten waar Kristof hem heeft geduwd: hoog opgestroopt, strak rond mijn taille, als een sieraad dat niets bedekt. Het beeld dat ik nu presenteer is rauw. Ongefilterd. Mijn achterkant tonen was één ding, maar dit... dit is een frontale aanval op mijn eigen schaamte. Mijn heupen, de zachte, bleke huid van mijn binnendijen, het donkere, zijdeachtige driehoekje van mijn slipje... alles ligt open en bloot. De jarretels die strak over mijn bovenbenen spannen, leiden het oog onverbiddelijk naar de plek die normaal verborgen blijft.

Ik zet een paar voorzichtige, onzekere stappen naar voren, over een stuk geel isolatiemateriaal heen dat op de vloer ligt. Ik voel me verloren en tegelijkertijd vreemd krachtig in deze desolaatheid. Een nette vrouw in een kantooroutfit die langzaam uit elkaar valt te midden van het puin. Het voelt obsceen. Sletterig. En daardoor zo ongelooflijk geil.

Mijn blik is wazig, mijn mond halfopen. Ik durf niet naar de lens te kijken, maar ik voel hem wel. Een donker oog dat alles registreert. "Blijf zo," hoor ik Kristof plotseling zeggen. Zijn stem is gedaald tot een ruw fluisteren dat door de stilte snijdt. Ik kijk op. Hij staat net buiten beeld. Zijn armen zijn niet langer over elkaar; zijn handen zijn gebald langs zijn lichaam. Zijn ogen zijn vastgezogen aan dat stukje blootgestelde huid tussen mijn navel en de rand van mijn kousen. Hij verslindt het beeld van zijn vrouw die hier zo open en bloot rondloopt. "Niet aan je rok komen," waarschuwt hij, alsof hij mijn eerdere twijfel heeft gelezen. "Het is perfect zo. Dat contrast... die nette witte blouse en dan die... godverdomme." Hij slikt zichtbaar. De lust in zijn ogen is zo intens dat het bijna aanvoelt als een aanraking op mijn blote huid. Hij kijkt naar me alsof ik een cadeau ben dat hij hier, ter plekke, wil uitpakken.

De fotograaf zegt niets meer. Hij beweegt alleen maar mee, gefocust. Klik. Klik. Klik. Hij legt elke onzekere stap vast, elke trilling van mijn dijspieren, elke seconde van deze publieke onthulling. En ik? Ik blijf lopen, recht op hem af, met een bonzend hart, wetende dat ik nog nooit zo kwetsbaar en tegelijkertijd zo begeerlijk ben geweest als nu.

De stilte die volgt op het laatste geklik van de camera is oorverdovend. Het moment van pure, sletterige bravoure verdampt waar ik sta, en de koude realiteit van de tochtige loods slaat weer toe. Ineens voel ik me belachelijk. Mijn wangen branden. Wat sta ik hier te doen, halfnaakt tussen het bouwafval, terwijl twee mannen naar me staren? Een golf van acute onwennigheid spoelt over me heen. Met trillende, haastige handen grijp ik de opgerolde stof van mijn rok bij mijn taille. Ik ruk het naar beneden, een ruwe, onhandige beweging om mezelf weer te bedekken. Ik strijk de stof verwoed glad over mijn heupen en dijen, alsof ik daarmee de afgelopen minuten kan uitwissen. Ik durf Kristof niet aan te kijken, bang dat ik nu toch een oordeel in zijn ogen zal zien.

"Oké, goed," klinkt de stem van de fotograaf, neutraal en professioneel. Hij kijkt even op zijn schermpje. "Dat hebben we. Ga maar terug naar je paal. Even resetten." Ik knik stijfjes en draai me om. Mijn hakken tikken op het beton. Ik overbrug de paar tientallen meters terug naar de groene, metalen steunpilaar.

Terwijl ik loop, begint mijn hart weer sneller te slaan, maar nu op een andere manier. Een zware, bonzende slag diep in mijn keel. Terug naar de paal. Waarom? We hebben de nette foto's gehad. We hebben de foto's gehad waarbij mijn onderkant onthuld werd. De logica is onverbiddelijk, en het besef slaat in als een bom. Het is niet om opnieuw dezelfde foto's te nemen. Het is voor de volgende stap. Ik voel Kristofs blik branden op mijn rug. Hij is nog niet klaar met me. Zijn honger is nog lang niet gestild.

Ik bereik de pilaar en draai me om, mijn rug tegen het koude metaal. Mijn ademhaling is oppervlakkig. Mijn borsten gaan snel op en neer onder de dunne, witte stof van mijn blouse. Ik voel de stof spannen bij elke ademteug. Ik weet wat er gaat komen.

Mijn blouse gaat uit moeten. Er wordt geen woord gesproken. De fotograaf geeft geen instructies, en Kristof – die normaal de regie voert – houdt zijn kaken op elkaar. De stilte is zwaar, geladen met verwachting. Ze wachten. Ze weten het, en ik weet het.

Mijn handen bewegen uit zichzelf, alsof ze niet meer bij mijn lichaam horen. Ze vinden de sluiting van mijn blouse, ergens halverwege mijn buik. Het voelt ongemakkelijk, bijna onnatuurlijk, om hier zo te staan. Maar tegelijkertijd voelt het als de enige logische volgende stap in dit vreemde spel. We zijn een grens overgegaan toen mijn rok omhoogging, en er is geen weg meer terug. De weg vooruit leidt alleen maar naar méér bloot.

Ik kijk naar beneden, mijn kin op mijn borst, mijn blik gefixeerd op mijn eigen vingers. Ik sluit me af voor de omgeving. Ik wil hun ogen niet zien. Mijn vingers trillen een beetje, waardoor het gepriegel met de kleine, parelmoeren knoopjes langer duurt dan nodig. Het eerste knoopje glijdt door het knoopsgat. De stof wijkt een centimeter. Dan het tweede. Bij het derde knoopje valt de blouse open. Het bloedrode kant van mijn beha komt tevoorschijn, een fel, schreeuwend contrast met de onschuldige witte stof en de grijze, kille omgeving.

Ik sta daar, mijn handen nog steeds aan de panden van de blouse, mijn hoofd gebogen. Ik voel me een vreemde mengeling van een verlegen schoolmeisje en een vrouw die precies weet dat ze bekeken wordt. Het is stil, op het zachte suizen van de wind en mijn eigen bonzende hartslag na. En dan, heel zachtjes: Klik. De sluiter bevestigt wat ik al voelde: er is geen weg meer terug.

Mijn vingers hebben hun werk gedaan. De knoopjes zijn los. De witte stof hangt slap en nutteloos voor mijn borst, een gordijn dat op het punt staat te vallen. Ik haal diep, bevend adem. De lucht in de loods smaakt naar stof en metaal. Dan doe ik het. Met een langzame, vloeiende beweging spreid ik mijn armen. Ik duw de panden van mijn blouse wijd open, ver naar achteren, alsof ik witte vleugels uitsla. Het effect is onmiddellijk en fysiek.

De koude tocht, die tot nu toe alleen mijn benen en gezicht had gevonden, slaat nu vol op mijn bovenlichaam. Het strijkt over mijn hals, mijn sleutelbeenderen, en over de zachte bolling van mijn borsten. Mijn tepels verharden pijnlijk en zichtbaar door de dunne stof van de beha heen. Het is geen subtiele onthulling meer. Het is een statement. Ik kijk naar beneden, mijn kin bijna op mijn borst. Ik zie het zelf: het felle, bloedrode kant van mijn beha dat schreeuwend afsteekt tegen de onschuldige witte blouse en de grauwe, vuile achtergrond van de loods. Het rood is de kleur van mijn blos, van mijn opwinding, van de schaamte die vecht met de lust.

Ik voel me ongelooflijk kwetsbaar zo. Hier sta ik, midden in een ruïne, mijn hart open en bloot voor een vreemde man met een camera. Mijn rok spant strak om mijn heupen, mijn kousen glanzen in het daglicht, en mijn borsten zijn gepresenteerd als een offer. "Godallemachtig," hoor ik Kristof zachtjes uitblazen. Ik kijk niet op, maar ik hoor aan zijn stem dat hij het moeilijk heeft. Hij staat vlakbij. Ik weet dat hij kijkt naar de manier waarop mijn borsten deinen bij elke snelle ademteug. Ik weet dat hij geniet van dit beeld: zijn verlegen vrouw die voor zijn ogen transformeert in een object van pure verleiding.

"Hou dat vast," zegt de fotograaf zacht, zijn stem vol bewondering. "Kijk naar beneden. Naar jezelf. Naar wat je durft." Ik doe wat hij zegt. Ik staar naar het rood, naar mijn bleke huid, naar mijn eigen handen die de blouse openhouden. Ik voel me ongemakkelijk, ja. Maar diep in mijn buik, onder de lagen van angst, begint een donker, warm vuur te branden. Ik doe dit. Ik sta hier. En het voelt verdomd opwindend.

Klik. Klik. De camera legt het vast: de onschuld die plaatsmaakt voor de zonde. De witte blouse is nu niet meer dan een obstakel. Een nutteloos stuk stof dat in de weg zit tussen mij en de volledige ervaring. In een opwelling van plotselinge moed – of misschien is het de pure adrenaline die nu door mijn aderen giert – stroop ik de mouwen van mijn armen. Ik frommel de stof niet netjes op. Nee, ik maak er een bal van en met een ondeugende zwaai gooi ik hem door de lucht, recht naar Kristof. Hij vangt het witte bundeltje in een reflex, maar zijn ogen verlaten mijn lichaam geen seconde. Nu is er niets meer. Geen jas. Geen blouse. Alleen ik.

Ik sta daar, in mijn zwarte kokerrok en dat bloedrode setje, en ik weet even niet wat ik met mijn handen moet doen. Instinctief, misschien om mezelf te bedekken of juist om te controleren of alles nog op zijn plek zit, grijpen mijn handen naar mijn borsten. Ik pak de cups van mijn beha vast, mijn vingers graven zich in het zachte vlees. Ik duw mijn borsten iets omhoog, accentueer ze, kader ze in voor de lens.

En dan gebeurt het. De absurditeit van de situatie, de gierende zenuwen, de kou, de geile blik van mijn man en het feit dat ik hier godverdomme gewoon halfnaakt in een vervallen fabriek sta... het wordt me even te veel. Ik barst in lachen uit. Het is geen geposeerde, verleidelijke glimlach. Het is een echte, schaterende lach van pure ontlading. Ik gooi mijn hoofd in mijn nek, knijp mijn ogen dicht en laat de spanning eruit stromen. Ik voel me op dat moment niet de femme fatale, maar gewoon mezelf. Bevrijd. Losgeslagen.

"Ja! Dát is hem!" roept de fotograaf enthousiast. Klik. Klik. Klik. "Die lach! Die energie! Geweldig!" Ik open mijn ogen en kijk door mijn oogharen naar Kristof. Hij staat daar met mijn blouse in zijn handen geklemd, en hij lacht niet. Hij staart naar me. Naar mijn handen die mijn eigen borsten omklemmen, naar mijn blote schouders die schudden van het lachen, naar de pure, ongeremde vreugde en lust die ik uitstraal.

Hij kijkt naar me alsof hij me nog nooit eerder heeft gezien. En ik voel me, ondanks de lachbui, of misschien wel dankzij, krachtiger en sexyer dan ooit tevoren. De lachbui zakt weg, maar de adrenaline blijft gieren. De fotograaf voelt feilloos aan dat de drempel nu definitief genomen is. "Oké," zegt hij, zijn stem lager nu, intenser. "Die energie is fantastisch. Laten we het nu... rauwer maken. Zak eens naar beneden."

Ik aarzel een fractie van een seconde. Naar beneden? Op deze vuile vloer? Maar de blik van Kristof, die nog steeds met mijn blouse in zijn handen staat alsof hij versteend is, geeft me het laatste duwtje. Hij kijkt naar me met een honger die bijna beangstigend is. Hij wil dit zien. Ik adem diep in, balanceer op mijn hoge hakken, en buig mijn knieën. Het is een moeilijke beweging. Mijn dijspieren protesteren, mijn evenwicht is wankel. Terwijl ik dieper zak, voel ik hoe mijn toch al korte kokerrok onverbiddelijk omhoog kruipt. Hoger en hoger, tot hij bijna niets meer bedekt.

De koude tocht die langs de vloer strijkt, vindt onmiddellijk de meest gevoelige plekken. Mijn dijen, de rand van mijn kousen, de dunne stof van mijn slipje... alles ligt nu open en bloot, slechts centimeters verwijderd van het stof en het puin. Ik zit gehurkt. Een oerhouding. Kwetsbaar, maar tegelijkertijd ook krachtig en dierlijk. "Ja," mompelt de fotograaf. "En nu je handen. Breng ze naar achteren, in je nek. Til dat haar op. Maak jezelf lang." Ik gehoorzaam. Ik breng mijn handen omhoog en grijp mijn haar vast, til de zware massa van mijn nek. De beweging duwt mijn borsten in de rode beha nog verder naar voren en legt mijn hals volledig bloot – een gebaar van totale overgave.

Ik kijk recht vooruit, mijn ademhaling zwaar en diep. Ik voel me ongelooflijk tentoongesteld. Ik weet precies wat ze zien: de welving van mijn borsten, mijn blootgestelde buik, de witte huid van mijn dijen die zo schril afsteekt tegen de zwarte kousen en het donkere driehoekje van mijn slipje dat nu voor iedereen zichtbaar is.

Het is obsceen. Het is vies, hier in deze koude bouwval. En ik heb me nog nooit zo intens levend gevoeld. Ik hoor Kristof een geluid maken – een diepe, rauwe kreun die hij niet lijkt te kunnen inhouden. Uit mijn ooghoek zie ik hoe zijn handen zich samenballen in de stof van mijn witte blouse. Hij staat op het punt te breken. Klik. Klik. Klik. De camera vreet het beeld op. De brave huisvrouw is definitief verdwenen. De hurkhouding begint te branden in mijn dijen en met een zachte kreun kom ik weer overeind. De adrenaline giert nog na, maar de sfeer is veranderd. Het is niet meer alleen spannend of beangstigend; het is speels geworden. Uitdagend.

Ik kijk naar beneden, naar die zwarte kokerrok die nu als een prop om mijn heupen zit. Hij voelt ineens zo... overbodig. "Weg ermee," hoor ik mezelf denken. En voor ik mezelf kan bedenken, handelen mijn handen. Mijn vingers vinden de rits aan de zijkant. Rits. Het geluid is scherp in de stilte. De strakke omhelzing van de stof valt weg. Ik duw de rok over mijn heupen naar beneden. Hij glijdt langs mijn panty's, een sissend geluid van nylon op stof.

Maar elegant gaat het niet. De nauwe rok blijft hangen achter de hak van mijn ene pump. Ik moet mijn been optillen, een beetje huppen om mijn evenwicht te bewaren. Ik wankel even, grijp naar de paal voor steun, en een spontane, giechelende lach ontsnapt uit mijn keel. Op de foto zie je precies dat moment. Geen perfecte, gepolijste stripteaseuse, maar ik. Gewoon ik. Een beetje onhandig, lachend om mijn eigen onbeholpenheid, terwijl ik op één been balanceer om dat laatste stukje 'fatsoen' uit te trekken.

Ik kijk op, mijn haren wild voor mijn gezicht, en ik zie Kristof kijken. Hij lacht niet om me uit te lachen. Hij grijnst. Hij leunt nonchalant tegen een muur, maar zijn ogen staan donker. Hij ziet zijn vrouw, die normaal zo netjes en gecontroleerd is, hier nu staan hannesen met een rok, terwijl ze niets anders draagt dan een knalrode beha, doorschijnende kousen en jarretels. "Hulp nodig?" roept hij plagend, maar hij blijft staan waar hij staat. Hij wil dit zien. Hij wil zien hoe ik me red. "Nee hoor!" roep ik terug, en met een laatste, energieke ruk trek ik de rok los van mijn enkel. Ik houd het zwarte stuk stof triomfantelijk in mijn hand.

Nu sta ik er echt. Geen jas. Geen blouse. Geen rok. Alleen ik, in mijn lingerie. Mijn buik, mijn heupen, mijn billen... alles is zichtbaar. Het rood van mijn beha lijkt bijna licht te geven tegen het grauwe beton. Ik zou me dood moeten schamen. Ik zou me moeten bedekken. Maar terwijl ik daar sta, met die rok in mijn hand en een brede lach op mijn gezicht, voel ik me lichter dan ooit. Ik voel me ondeugend. Vrij. En de klik van de camera bevestigt dat dit misschien wel het meest echte moment van de hele dag is.

De fotograaf rommelt even in zijn tas en gooit dan met een soepele beweging een handdoek op de grond. Het is een kleurrijk ding met een print die totaal vloekt met de grauwe, industriële omgeving. "Voor je knieën," zegt hij praktisch. "Die vloer ligt vol glas en troep. Maar ik wil je laag hebben. Dichter bij de grond." Ik kijk naar het stukje badstof op het vuile beton. Ik weet wat hij vraagt. Het is geen verzoek om even te gaan zitten. Het is een verzoek tot onderwerping.

Zonder te aarzelen, gedreven door een automatisme dat het midden houdt tussen gehoorzaamheid en pure lust, zak ik door mijn knieën. Ik plaats mijn handen op de handdoek, en dan mijn knieën. Ik kruip in positie, op handen en voeten, als een dier. Als een prooi. Het gevoel is overweldigend. Toen ik stond, voelde ik me bloot. Maar nu, in deze houding, ben ik niets minder dan een open boek. Ik voel hoe mijn zware borsten in de rode beha naar beneden hangen, de zwaartekracht die aan het kant trekt. Maar het is mijn achterkant die brandt. Door mijn billen naar achteren te steken en mijn rug hol te maken, presenteer ik mezelf op de meest primitieve, uitnodigende manier die er bestaat. Mijn benen staan wijd uit elkaar. De zwarte kousen spannen om mijn dijen. En daartussenin... Ik draag slechts een minuscuul zwart stringetje. In deze houding verdwijnt het stofje bijna volledig tussen mijn billen. Er is niets meer verborgen. De lichte huid van mijn billen, de donkere aanzet van mijn dijen, mijn meest intieme zone... alles is gericht op de lens. En op Kristof.

"Oh, wauw," hoor ik Kristof achter me ademen. Het is geen woord meer, het is een kreun. Ik kan hem niet zien, maar ik vóél hem. Ik voel zijn ogen branden op de plek waar mijn stringetje mijn huid raakt. Ik weet precies wat hij ziet: het uitzicht dat hij normaal alleen in de beslotenheid van onze slaapkamer heeft, maar nu, hier, in het koude, genadeloze licht van een vervallen loods. "Maak je rug nog iets holler," instrueert de fotograaf, zijn stem klinkt schor. "Duw je billen omhoog. Ja. Precies zo. Laat het zien."

Ik doe wat hij zegt. Ik druk mijn buik naar de grond en kantel mijn bekken. Ik voel de tocht langs mijn schaamlippen strijken, een sensatie die zo obsceen en tegelijkertijd zo lekker is dat ik mijn ogen moet sluiten. Ik wieg heel zachtjes heen en weer, onbewust zoekend naar een aanraking die er niet is. Ik ben gereduceerd tot puur lichaam, pure lust. Een vrouw op een handdoekje tussen het puin, wachtend om genomen te worden.

Klik. Klik. "Kijk eens over je schouder," commandeert de fotograaf. "Kijk ons aan." Ik draai mijn hoofd. Mijn haren vallen voor mijn ogen. Ik kijk niet verlegen. Ik kijk hongerig. Ik zie Kristof staan, zijn handen in vuisten gebald, alsof hij zichzelf moet dwingen om niet naar me toe te springen. En die macht... die macht is verslavend. "Draai je om," commandeert de fotograaf zachtjes. "Laat me je voorkant zien. En de rest." Ik draai me langzaam om op de handdoek. De stof is ruw onder mijn knieën, maar het beschermt me tegen het ergste vuil.

Ik zak terug door mijn hielen, balancerend op mijn tenen in mijn hoge hakken. Het is een diepe, gehurkte houding. Een houding die niets, maar dan ook niets aan de verbeelding overlaat. Mijn knieën vallen wijd open. Ik kijk naar beneden en zie mezelf: mijn dijen wijd gespreid, de zwarte, kanten slip die strakgespannen staat en doorschijnend is, de jarretels die mijn huid in snoeren. Alles ligt open. Het is de meest confronterende pose tot nu toe. Ik ben een open boek, hier op de vloer van een verlaten fabriek.

Ik zie Kristof naar me toe lopen. Hij stapt de 'set' op, maar de fotograaf houdt hem niet tegen. Kristof reikt in zijn zak en haalt er iets uit. Een zwart, glad voorwerp. Mijn adem stokt. Hij heeft het meegenomen. Zonder een woord te zeggen, buigt hij zich voorover en drukt het koude, zwarte plastic in mijn hand. Zijn vingers raken de mijne even aan, een elektrische schok. "Durf je dit?" fluistert hij, zijn stem hees. "Hier? Terwijl hij kijkt?" Ik kijk hem aan, mijn ogen groot. De uitdaging in zijn blik is onweerstaanbaar. De schaamte is er nog wel, maar die wordt nu volledig overstemd door een golf van donkere, sletterige geilheid.

Ik knik. Langzaam, terwijl ik Kristof recht in de ogen blijf kijken, breng ik mijn hand naar beneden. Naar de plek die al klopt en vochtig is van opwinding. Ik duw het zwarte speeltje tegen het kant van mijn slipje, precies in de gleuf tussen mijn benen. Het contrast van het harde, zwarte voorwerp tegen het zachte, doorschijnende kant en mijn bleke huid is obsceen. "Ja," hoor ik de fotograaf ademen. Hij is dichterbij gekomen. "Oh wauw. Blijf zo. Kijk weg. Kijk naar het licht." Ik draai mijn hoofd opzij, verbreek het oogcontact met Kristof. Ik staar in de verte, mijn mond halfopen, proberend mijn ademhaling onder controle te krijgen. Maar mijn hand... mijn hand beweegt. Ik druk het speelgoed steviger tegen mezelf aan, voel de druk, de belofte.

Ik zit hier, gehurkt als een dier, mezelf bevredigend – of in ieder geval de suggestie wekkend – voor het oog van een camera. Het is vies. Het is fout. En het is het lekkerste, meest bevrijdende dat ik ooit heb gedaan. Klik. Klik. De sluiter gaat als een razende tekeer. En ik… Ik voel me de koningin van deze puinhoop.

- - -

Benieuwd naar de foto's en/of de vrouw achter dit verhaal? abonneer je dan op de nieuwsbrief door mij een mail te sturen (mijn emailadres vind je op mijn profielpagina)
Geef dit verhaal een cijfer:  
5   6   7   8   9   10  
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...