Door: Joris Avonturen
Datum: 05-01-2026 | Cijfer: 9.2 | Gelezen: 1775
Lengte: Lang | Leestijd: 18 minuten | Lezers Online: 1
Trefwoord(en): Beste Vriend, Gay, Pijpen, Tuin,
Lengte: Lang | Leestijd: 18 minuten | Lezers Online: 1
Trefwoord(en): Beste Vriend, Gay, Pijpen, Tuin,
Het Hokje In De Tuin
Het was een van die zwoele vrijdagavonden in Rotterdam waarop de hitte van de dag nog in de stenen en de lucht hing, als een onuitgesproken belofte van onrust die je huid deed tintelen. De straten bruisten nog na met het geronk van scooters en het gelach van kroegpubliek dat zich liet meevoeren door de nacht, maar voor Bram en Pascal was dit de rust voor de storm. Geen Feyenoord-wedstrijd deze week, geen juichende menigte in de Kuip om hun adrenaline te kanaliseren en hun lichamen te doen trillen van opwinding. Bram, vierentwintig en de onverbeterlijke vrijgezel, had zich net in zijn kleine appartementje in de wijk verschanst, een koud biertje in de hand, starend naar het plafond terwijl hij nadacht over een leven dat draaide om routine. Werk op kantoor waar de uren voorbij kropen als stroop, wekelijkse kroegavonden vol flirten dat nergens heen leidde, en die heilige zaterdagen in het stadion waar het geschreeuw en het zweet hen tijdelijk liet vergeten hoe leeg de rest van de week soms voelde. Het was comfortabel, ja, maar soms voelde het als een te strak zittend shirt dat je keel dichtkneep, vertrouwd maar verstikkend, en Bram vroeg zich af of er ooit iets zou komen dat die knoop zou losmaken.
Zijn telefoon ging over met een vertrouwde trilling die hem deed schrikken uit zijn gedachten. Pascal. Zijn stem klonk door de speaker, laag en warm, met die Rotterdamse tongval die altijd een grijns op Brams gezicht toverde. Hé broertje, zin in een biertje? Thuis, in het hokje. Moeder is bij haar bridgeclub, pa ronkt al als een ouwe tractor. Geen bullshit, gewoon wij tweeën. Bram's mondhoeken krulden omhoog in een automatische grijns, zijn hartslag versnelde een tikje bij het horen van die stem. Pascal, tweeëntwintig en net bevrijd uit een relatie van drie jaar die hem had uitgeput als een marathonloper zonder finishlijn. Laura, zijn ex, met haar vegetarische preken en haar eindeloze discussies over duurzaamheid, god, wat hadden ze daar samen om gelachen. In de kroeg, met een pint in de hand, of op de tribune, Pascals verhalen doorspekt met overdreven imitatie van haar tofu-recepten en haar verwijtende blik als hij een hamburger bestelde. Ik zweer het, Bram, volgende keer dat ik een burger bestel, denk ik aan haar en krijg ik schuldgevoelens. Maar nu was hij vrij, en Bram hoorde het in zijn stem: een lichte, opgeluchte toon die al weken ontbrak, vermengd met een ondertoon van honger, niet alleen naar eten, maar naar iets diepers, iets dat hij nog niet kon benoemen.
Ze waren meer dan vrienden; ze waren als broers, geplakt door jaren van gedeelde geheimen en gevechten, letterlijk en figuurlijk. Die ene keer op het schoolplein toen Pascal voor Bram opkwam tegen een stel pestkoppen, zijn vuisten gebald en zijn borst vooruit, zijn ademhaling zwaar van woede terwijl hij Bram achter zich hield als een schild. Of die nachtelijke telefoontjes na een verloren wedstrijd, waarin tranen van frustratie overgingen in gelach om elkaars domme grappen, Pascals stem schor van het huilen maar vol warmte als hij zei: Kom op, man, morgen beter, wij tegen de wereld. Bram fietste de paar straten door, de warme avondlucht strelend over zijn armen en nek, zijn gedachten al bij Pascal. Die jongen was zijn anker: de ene die hem kon laten blozen met een rotopmerking over zijn kapsel of zijn eeuwige vrijgezellenstatus, maar ook de ene die wist wanneer Brams stiltes betekenden dat hij zich eenzaam voelde, en dan gewoon naast hem ging zitten, een arm om zijn schouders, zonder woorden, alleen die stille aanwezigheid die alles draaglijk maakte. In gedachten zag Bram hem al voor zich, Pascals lichaam nog bezweet van de dag, zijn shirt licht plakkerig, en een ondefinieerbare warmte kroop door Brams aderen, een tinteling die hij toeschreef aan de hitte, maar die dieper ging.
Bij de poort van Pascals huis wachtte hij al, leunend tegen de schutting met een sixpack Hertog Jan bungelend aan zijn vingers, zijn houding ontspannen maar alert, als een roofdier dat wacht op zijn prooi. Zijn Feyenoord-shirt plakte licht aan zijn borst door de hitte, accentuerend de lijnen van zijn schouders en borst, het resultaat van al die fanatieke trainingen op het veld waar ze samen zwoegden tot hun longen brandden en hun spieren smeekten om genade. De stof spande zich om de contouren van zijn pectoralen, en in het schemerlicht leek het alsof elke ademhaling de stof deed bewegen, een hypnotiserend ritme dat Brams blik even vasthield. Brammetje! Dacht al dat je me liet stikken voor een Netflix-date met jezelf. Pascals lach was diep en warm, als een omhelzing die je van binnenuit verwarmt, en hij sloeg Bram op de schouder toen hij afstapte, een klap die stevig was, broederlijk, maar met een echo van nabijheid die Bram even deed huiveren, een elektrische schok die langs zijn ruggengraat trok en zich nestelde in zijn onderbuik. Kom, naar het fort. Ik heb de koelkast gevuld met echt vleesvoer, geen konijnenvoer meer. Zijn ogen twinkelden, donker en uitdagend, en Bram voelde hoe zijn eigen lach opborrelde, een mengeling van opluchting en iets intensers, een aantrekkingskracht die hij niet durfde te benoemen maar die in de lucht hing als de zoete geur van jasmijn uit de tuin.
Ze slenterden door de tuin, de geur van jasmijn vermengd met vers gemaaid gras en een vleugje barbecue-rook van de buren, een sensuele cocktail die hun zintuigen prikkelde. Het hokje, hun fort zoals ze het sinds de tienerjaren noemden, was een gammel tuinschuurje dat ze hadden opgepimpt met posters van Van Persie en Toontje, een versleten bankje dat kraakte onder hun gewicht, en een koelkastje dat bromde als een trouwe waakhond, een laag, constant gezoem dat de stiltes vulde met een intieme vibratie. Binnen was het een cocon van warmte: het lamplicht wierp oranje schaduwen over de muren, dansend over de posters en de rommelige tafel, en de ventilator draaide lui, barely de vochtige lucht verdrijvend, maar genoeg om een lichte bries te creëren die over hun huid streek als een liefkozing. Pascal klapte twee biertjes open met een geoefende beweging, het schuim borrelend als een belofte van ontspanning, en reikte er een aan Bram. Hun vingers raakten elkaar kort, een vluchtig contact van huid op huid, ruw van de dag maar warm en levend, en Bram voelde een lichte schok, een vonk die zich verspreidde als vuur onder zijn huid, voordat hij het glas pakte en proostte. Op ons, man. Op broers die elkaars rug dekken, of het nou op het veld is of in de shit met een ex. Pascals stem was laag, resonant, en toen hun glazen kletterden, leunden ze dichter naar elkaar toe, hun schouders rakend in die ongedwongen manier die jaren van nabijheid had gecreëerd.
Ze zakten neer op het bankje, hun lichamen dicht bij elkaar in de benauwde ruimte, Pascals been streek langs dat van Bram toen hij zijn houding aanpaste, een lichte wrijving van spijkerstof op spijkerstof die in de hitte van het hokje elektrisch aanvoelde, een stille uitnodiging die ze allebei negeerden zoals broers dat doen, met een grap om de spanning te breken. Serieus, Bram, drie jaar met Laura en ik heb nog steeds trek in een fatsoenlijke steak. Weet je nog die ene keer dat ze me een plantaardige verrassing gaf? Het leek op hondenvoer, en ik moest doen alsof ik het lekker vond terwijl ze me aankeek met die ogen, vol verwachting. Bram barstte in lachen uit, zijn hoofd achterover, zijn keel bloot en kwetsbaar in het lamplicht, en Pascals hand landde op zijn knie voor een snelle squeeze, aanmoediging, kameraadschap, de soort touch die zei: ik heb je, altijd. Maar de druk van zijn palm was steviger dan nodig, zijn vingers spreidden zich licht over Brams dij, warm door de stof heen, en Bram voelde hoe zijn adem stokte, hoe zijn spieren zich aanspanden onder die aanraking, een hitte die opsteeg en zich vermengde met de bierwarmte in zijn bloed.
Terwijl de biertjes vloeiden, rolden de verhalen uit hen als een rivier die lang ingehouden was geweest: over de roddels op kantoor, waar Bram die ene collega had betrapt op een siësta onder zijn bureau, en Pascals reactie, een bulderende lach die het hele hokje deed trillen, zijn borstkas uitzettend zodat zijn shirt strak trok. Over de Kuip, hoe ze vorige week in de file hadden gezeten en de goal van Gimenez hadden gemist, gillend van frustratie in de auto, Pascals vuist bonkend op het dashboard terwijl Bram hem kalmeerde met een hand op zijn schouder, vingers die even bleven rusten, troostend, maar met een onderstroom van iets dat hen beiden deed zwijgen. Jij bent de enige die me dan stil krijgt, weet je dat? mompelde Pascal, zijn stem zachter nu, rauw van het lachen en het bier, zijn ogen glinsterend in het lamplicht terwijl hij zich half naar Bram draaide. Alsof je mijn reset-knop bent, de enige die weet hoe hij moet drukken zonder dat het pijn doet. Bram voelde een warmte opstijgen in zijn borst, dieper dan vriendschap, een band die hen als bloedbroers verbond, door stormen en stiltes, door overwinningen en nederlagen. Hij keek naar Pascal, zag de lijnen van vermoeidheid rond zijn ogen, de lichte stoppelbaard die zijn kaak accentueerde, ruw en mannelijk, en voelde een ondefinieerbare trek, een sensualiteit in de eenvoud van hun nabijheid: de manier waarop Pascals ademhaling synchroon liep met de zijne, diep en ritmisch, de hitte die van zijn lichaam uitstraalde in de benauwde ruimte, vermengd met de muskus van zweet en zeep, een geur die Bram's zintuigen vulde en zijn pols deed versnellen.
Na het derde biertje werd de lucht dikker, de ventilator een nutteloze toeschouwer die alleen maar meer vocht ophoopte, druppeltjes zweet parelend op Pascals voorhoofd en langs zijn slapen rollend, glinsterend in het licht als parels op oesters. Pascal leunde achterover, zijn shirt iets opkruipend en een streepje getinte huid onthullend boven zijn broekband, een smalle lijn van buikspieren die zich aanspanden bij elke ademhaling, glad en uitnodigend in het oranje schijnsel. Bram's blik haakte er even, onwillekeurig, getrokken door de sensualiteit van die blootstelling, de manier waarop de huid glansde, vochtig van de hitte, en hij slikte, zijn keel droog ondanks het bier, voordat hij wegkeek, zijn eigen huid tintelend onder de stof van zijn T-shirt, een lichte erectie van spanning die hij negeerde door zich op zijn glas te richten. Weet je, broertje, zei Pascal, zijn stem lager, rauw van het lachen en het bier, dit is wat ik heb gemist. Niet de seks of de bullshit met Laura, dat was routine, voorspelbaar als een saaie training. Maar dit. Jij en ik, geen maskers, alleen de rauwe waarheid. Hij draaide zich half naar Bram, hun knieën nu stevig tegen elkaar gedrukt, de druk warm en constant, en er was iets in zijn ogen: dankbaarheid, vermengd met een honger naar meer, dieper contact, een blik die over Brams gezicht gleed, over zijn lippen, zijn kaak, alsof hij elk detail in zich opnam, memoriseerde.
Truth or Dare? stelde Pascal voor, zijn grijns ondeugend maar warm, als in hun tienerjaren toen ze in ditzelfde hokje hadden gezworen eeuwig broers te blijven, elkaars littekens te dragen en elkaars zwaktes te kennen. Zoals vroeger, maar zonder die idioten uit de klas die altijd vals speelden. We doen het echt, man, geen kinderachtig gedoe. Bram hief een wenkbrauw, maar de uitdaging in Pascals stem was aanstekelijk, een vonk die de lucht deed knetteren, en hij knikte, zijn hartslag versnellend bij de gedachte aan wat komen ging. Jij eerst dan, grote broer. Truth: wat mis je écht aan haar? Niet de bullshit, zeg het eerlijk.
Pascal nam een lange slok, zijn adamsappel dansend in zijn keel, een beweging die Bram's aandacht vasthield, hypnotiserend in zijn eenvoud, de spieren die zich spanden en ontspanden, een ritme dat echo's opriep van andere, intiemere momenten die hij zich niet durfde voor te stellen. Haar touch, denk ik. Niet de seks, dat werd saai, mechanisch, maar hoe ze me vasthield na een rotdag, alsof ik niet kon breken, haar handen op mijn rug, warm en stevig. Zijn hand landde op Brams arm, een broederlijke greep, maar de vingers bleven hangen, warm en stevig, glijdend een fractie lager, over de binnenkant van zijn onderarm, waar de huid dunner is, gevoeliger, en Bram voelde een rilling, een golf van hitte die van zijn arm naar zijn borst trok, zijn tepels hard makend onder zijn shirt. Jouw beurt. Dare: drink je bier in één keer leeg, en geen gezeur, laat zien dat je het in je hebt. Bram deed het, het schuim prikkelend in zijn neus, proestend terwijl Pascal hem op de rug sloeg, hard maar zorgzaam, zijn palm plat en heet tegen Brams rug, de druk doordringend tot op de botten, en toen de hand lager gleed, even rustend op zijn onderrug, een touch die te intiem was voor broers, maar die Bram niet wilde onderbreken.
Truth, zei Bram, zijn stem hees van het lachen en iets anders, iets dat borrelde onder de oppervlakte, een verlangen dat hij voelde opbouwen als een storm. Heb je al nagedacht over wat je wilt nu? Iemand nieuw, iemand die je echt raakt? Pascal schudde zijn hoofd, maar zijn blik dwaalde, gleed over Brams gezicht, over zijn lippen die nog glansden van het bier, zijn kaak die zich aanspande, voordat hij terugkeek, een flits van kwetsbaarheid erin, vermengd met iets hongerigs, roofdierachtigs. Te vroeg. Maar met jou hier, voelt het alsof ik niks mis. Jij bent mijn constant, man, de enige die me ziet zoals ik ben, rauw en zonder filter. Het was een bekentenis, zacht en diep, en Bram voelde het in zijn borst: die broederlijke liefde, sensueel in haar puurheid, als een streling die je niet ziet maar voelt, zijn eigen lichaam reagerend met een lichte zwelling in zijn broek, een spanning die hij toeschreef aan het spel, aan de hitte, maar die dieper ging.
Het spel rolde door de nacht, traag en opbouwend, truths die dieper groeven in hun zielen: Wat is je grootste angst in de liefde? Bram aarzelde, zijn stem laag. Alleen eindigen, zonder iemand die me echt ziet, die mijn littekens kust in plaats van weg te kijken. Pascals ogen werden donkerder, zijn hand reikte uit en raakte Brams wang aan, duim strijkend over zijn jukbeen, een gebaar zo teder dat het adem benam, voordat hij zich terugtrok met een grijns. Dares die lachten baarden: push-ups in de vochtige tuin tot hun shirts plakten aan hun torsen, zweet druppelend langs hun ruggen, Pascals armen gespierd en glanzend terwijl hij Bram aanmoedigde met kreten die overgingen in hijgen, hun lichamen dichtbij op de grond, de geur van inspanning vermengd met opwinding. Een Feyenoord-chant fluisterend tot de buren dreigden te bonken, hun stemmen laag en samenzweerderig, Pascals mond vlak bij Brams oor, zijn adem warm en vochtig tegen zijn huid, woorden die trilden als een belofte. Elke beurt bracht hen dichterbij: Pascals knie drukte tegen Brams dij tijdens een verhaal, zijn lach trilde door hun aanrakende lichamen, een vibratie die Bram voelde tot in zijn kern; Brams hand op Pascals schouder bij een truth over eenzaamheid, vingers die even knepen, troostend en intiem, nagels die licht in de huid drukten, een stille claim.
De hitte in het hokje was niet alleen van de zomer, het was de opbouw van hun dynamiek, die broederlijke sensualiteit die groeide in de stiltes, in de blikken die te lang duurden, in de zweetdruppels die langs Pascals nek rolden en Bram's aandacht trokken als een magneet, zijn tong onwillekeurig over zijn lippen strijkend bij de gedachte eraan. Na een dare waarbij Bram een shot tequila moest downs, Pascals geheime voorraad uit de relatie, lachend toegegeven met een knipoog die beloofde meer verhalen, leunde Pascal voorover, zijn ellebogen op zijn knieën, zijn gezicht zo dichtbij dat Bram de muskus van zijn zweet kon ruiken, vermengd met bier en iets diepers, persoonlijks, een feromoon dat de lucht vulde met belofte. Hun ademhalingen vermengden zich, warm en synchroon, borstkas op borstkas bijna, en Pascals ogen hielden die van Bram vast: een uitdaging, een belofte, een broederlijke roep om meer, zijn lippen licht vaneen, glanzend en uitnodigend. Dit is goed, Bram. Maar het kan intenser. Spannender. Wat als we de stakes verhogen? Echte consequenties, dingen die ons raken, die we niet vergeten, die ons laten voelen hoe dicht we bij elkaar zijn. Zijn stem was laag, fluweelzacht, en zijn hand rustte nu op Brams knie, niet als een klap, maar als een streling, licht en beladen, vingers spreidend over de stof, druk uitoefenend op een plek die te gevoelig was, een vonk die door Bram's lichaam schoot. Truth or Dare met een twist.
Zijn telefoon ging over met een vertrouwde trilling die hem deed schrikken uit zijn gedachten. Pascal. Zijn stem klonk door de speaker, laag en warm, met die Rotterdamse tongval die altijd een grijns op Brams gezicht toverde. Hé broertje, zin in een biertje? Thuis, in het hokje. Moeder is bij haar bridgeclub, pa ronkt al als een ouwe tractor. Geen bullshit, gewoon wij tweeën. Bram's mondhoeken krulden omhoog in een automatische grijns, zijn hartslag versnelde een tikje bij het horen van die stem. Pascal, tweeëntwintig en net bevrijd uit een relatie van drie jaar die hem had uitgeput als een marathonloper zonder finishlijn. Laura, zijn ex, met haar vegetarische preken en haar eindeloze discussies over duurzaamheid, god, wat hadden ze daar samen om gelachen. In de kroeg, met een pint in de hand, of op de tribune, Pascals verhalen doorspekt met overdreven imitatie van haar tofu-recepten en haar verwijtende blik als hij een hamburger bestelde. Ik zweer het, Bram, volgende keer dat ik een burger bestel, denk ik aan haar en krijg ik schuldgevoelens. Maar nu was hij vrij, en Bram hoorde het in zijn stem: een lichte, opgeluchte toon die al weken ontbrak, vermengd met een ondertoon van honger, niet alleen naar eten, maar naar iets diepers, iets dat hij nog niet kon benoemen.
Ze waren meer dan vrienden; ze waren als broers, geplakt door jaren van gedeelde geheimen en gevechten, letterlijk en figuurlijk. Die ene keer op het schoolplein toen Pascal voor Bram opkwam tegen een stel pestkoppen, zijn vuisten gebald en zijn borst vooruit, zijn ademhaling zwaar van woede terwijl hij Bram achter zich hield als een schild. Of die nachtelijke telefoontjes na een verloren wedstrijd, waarin tranen van frustratie overgingen in gelach om elkaars domme grappen, Pascals stem schor van het huilen maar vol warmte als hij zei: Kom op, man, morgen beter, wij tegen de wereld. Bram fietste de paar straten door, de warme avondlucht strelend over zijn armen en nek, zijn gedachten al bij Pascal. Die jongen was zijn anker: de ene die hem kon laten blozen met een rotopmerking over zijn kapsel of zijn eeuwige vrijgezellenstatus, maar ook de ene die wist wanneer Brams stiltes betekenden dat hij zich eenzaam voelde, en dan gewoon naast hem ging zitten, een arm om zijn schouders, zonder woorden, alleen die stille aanwezigheid die alles draaglijk maakte. In gedachten zag Bram hem al voor zich, Pascals lichaam nog bezweet van de dag, zijn shirt licht plakkerig, en een ondefinieerbare warmte kroop door Brams aderen, een tinteling die hij toeschreef aan de hitte, maar die dieper ging.
Bij de poort van Pascals huis wachtte hij al, leunend tegen de schutting met een sixpack Hertog Jan bungelend aan zijn vingers, zijn houding ontspannen maar alert, als een roofdier dat wacht op zijn prooi. Zijn Feyenoord-shirt plakte licht aan zijn borst door de hitte, accentuerend de lijnen van zijn schouders en borst, het resultaat van al die fanatieke trainingen op het veld waar ze samen zwoegden tot hun longen brandden en hun spieren smeekten om genade. De stof spande zich om de contouren van zijn pectoralen, en in het schemerlicht leek het alsof elke ademhaling de stof deed bewegen, een hypnotiserend ritme dat Brams blik even vasthield. Brammetje! Dacht al dat je me liet stikken voor een Netflix-date met jezelf. Pascals lach was diep en warm, als een omhelzing die je van binnenuit verwarmt, en hij sloeg Bram op de schouder toen hij afstapte, een klap die stevig was, broederlijk, maar met een echo van nabijheid die Bram even deed huiveren, een elektrische schok die langs zijn ruggengraat trok en zich nestelde in zijn onderbuik. Kom, naar het fort. Ik heb de koelkast gevuld met echt vleesvoer, geen konijnenvoer meer. Zijn ogen twinkelden, donker en uitdagend, en Bram voelde hoe zijn eigen lach opborrelde, een mengeling van opluchting en iets intensers, een aantrekkingskracht die hij niet durfde te benoemen maar die in de lucht hing als de zoete geur van jasmijn uit de tuin.
Ze slenterden door de tuin, de geur van jasmijn vermengd met vers gemaaid gras en een vleugje barbecue-rook van de buren, een sensuele cocktail die hun zintuigen prikkelde. Het hokje, hun fort zoals ze het sinds de tienerjaren noemden, was een gammel tuinschuurje dat ze hadden opgepimpt met posters van Van Persie en Toontje, een versleten bankje dat kraakte onder hun gewicht, en een koelkastje dat bromde als een trouwe waakhond, een laag, constant gezoem dat de stiltes vulde met een intieme vibratie. Binnen was het een cocon van warmte: het lamplicht wierp oranje schaduwen over de muren, dansend over de posters en de rommelige tafel, en de ventilator draaide lui, barely de vochtige lucht verdrijvend, maar genoeg om een lichte bries te creëren die over hun huid streek als een liefkozing. Pascal klapte twee biertjes open met een geoefende beweging, het schuim borrelend als een belofte van ontspanning, en reikte er een aan Bram. Hun vingers raakten elkaar kort, een vluchtig contact van huid op huid, ruw van de dag maar warm en levend, en Bram voelde een lichte schok, een vonk die zich verspreidde als vuur onder zijn huid, voordat hij het glas pakte en proostte. Op ons, man. Op broers die elkaars rug dekken, of het nou op het veld is of in de shit met een ex. Pascals stem was laag, resonant, en toen hun glazen kletterden, leunden ze dichter naar elkaar toe, hun schouders rakend in die ongedwongen manier die jaren van nabijheid had gecreëerd.
Ze zakten neer op het bankje, hun lichamen dicht bij elkaar in de benauwde ruimte, Pascals been streek langs dat van Bram toen hij zijn houding aanpaste, een lichte wrijving van spijkerstof op spijkerstof die in de hitte van het hokje elektrisch aanvoelde, een stille uitnodiging die ze allebei negeerden zoals broers dat doen, met een grap om de spanning te breken. Serieus, Bram, drie jaar met Laura en ik heb nog steeds trek in een fatsoenlijke steak. Weet je nog die ene keer dat ze me een plantaardige verrassing gaf? Het leek op hondenvoer, en ik moest doen alsof ik het lekker vond terwijl ze me aankeek met die ogen, vol verwachting. Bram barstte in lachen uit, zijn hoofd achterover, zijn keel bloot en kwetsbaar in het lamplicht, en Pascals hand landde op zijn knie voor een snelle squeeze, aanmoediging, kameraadschap, de soort touch die zei: ik heb je, altijd. Maar de druk van zijn palm was steviger dan nodig, zijn vingers spreidden zich licht over Brams dij, warm door de stof heen, en Bram voelde hoe zijn adem stokte, hoe zijn spieren zich aanspanden onder die aanraking, een hitte die opsteeg en zich vermengde met de bierwarmte in zijn bloed.
Terwijl de biertjes vloeiden, rolden de verhalen uit hen als een rivier die lang ingehouden was geweest: over de roddels op kantoor, waar Bram die ene collega had betrapt op een siësta onder zijn bureau, en Pascals reactie, een bulderende lach die het hele hokje deed trillen, zijn borstkas uitzettend zodat zijn shirt strak trok. Over de Kuip, hoe ze vorige week in de file hadden gezeten en de goal van Gimenez hadden gemist, gillend van frustratie in de auto, Pascals vuist bonkend op het dashboard terwijl Bram hem kalmeerde met een hand op zijn schouder, vingers die even bleven rusten, troostend, maar met een onderstroom van iets dat hen beiden deed zwijgen. Jij bent de enige die me dan stil krijgt, weet je dat? mompelde Pascal, zijn stem zachter nu, rauw van het lachen en het bier, zijn ogen glinsterend in het lamplicht terwijl hij zich half naar Bram draaide. Alsof je mijn reset-knop bent, de enige die weet hoe hij moet drukken zonder dat het pijn doet. Bram voelde een warmte opstijgen in zijn borst, dieper dan vriendschap, een band die hen als bloedbroers verbond, door stormen en stiltes, door overwinningen en nederlagen. Hij keek naar Pascal, zag de lijnen van vermoeidheid rond zijn ogen, de lichte stoppelbaard die zijn kaak accentueerde, ruw en mannelijk, en voelde een ondefinieerbare trek, een sensualiteit in de eenvoud van hun nabijheid: de manier waarop Pascals ademhaling synchroon liep met de zijne, diep en ritmisch, de hitte die van zijn lichaam uitstraalde in de benauwde ruimte, vermengd met de muskus van zweet en zeep, een geur die Bram's zintuigen vulde en zijn pols deed versnellen.
Na het derde biertje werd de lucht dikker, de ventilator een nutteloze toeschouwer die alleen maar meer vocht ophoopte, druppeltjes zweet parelend op Pascals voorhoofd en langs zijn slapen rollend, glinsterend in het licht als parels op oesters. Pascal leunde achterover, zijn shirt iets opkruipend en een streepje getinte huid onthullend boven zijn broekband, een smalle lijn van buikspieren die zich aanspanden bij elke ademhaling, glad en uitnodigend in het oranje schijnsel. Bram's blik haakte er even, onwillekeurig, getrokken door de sensualiteit van die blootstelling, de manier waarop de huid glansde, vochtig van de hitte, en hij slikte, zijn keel droog ondanks het bier, voordat hij wegkeek, zijn eigen huid tintelend onder de stof van zijn T-shirt, een lichte erectie van spanning die hij negeerde door zich op zijn glas te richten. Weet je, broertje, zei Pascal, zijn stem lager, rauw van het lachen en het bier, dit is wat ik heb gemist. Niet de seks of de bullshit met Laura, dat was routine, voorspelbaar als een saaie training. Maar dit. Jij en ik, geen maskers, alleen de rauwe waarheid. Hij draaide zich half naar Bram, hun knieën nu stevig tegen elkaar gedrukt, de druk warm en constant, en er was iets in zijn ogen: dankbaarheid, vermengd met een honger naar meer, dieper contact, een blik die over Brams gezicht gleed, over zijn lippen, zijn kaak, alsof hij elk detail in zich opnam, memoriseerde.
Truth or Dare? stelde Pascal voor, zijn grijns ondeugend maar warm, als in hun tienerjaren toen ze in ditzelfde hokje hadden gezworen eeuwig broers te blijven, elkaars littekens te dragen en elkaars zwaktes te kennen. Zoals vroeger, maar zonder die idioten uit de klas die altijd vals speelden. We doen het echt, man, geen kinderachtig gedoe. Bram hief een wenkbrauw, maar de uitdaging in Pascals stem was aanstekelijk, een vonk die de lucht deed knetteren, en hij knikte, zijn hartslag versnellend bij de gedachte aan wat komen ging. Jij eerst dan, grote broer. Truth: wat mis je écht aan haar? Niet de bullshit, zeg het eerlijk.
Pascal nam een lange slok, zijn adamsappel dansend in zijn keel, een beweging die Bram's aandacht vasthield, hypnotiserend in zijn eenvoud, de spieren die zich spanden en ontspanden, een ritme dat echo's opriep van andere, intiemere momenten die hij zich niet durfde voor te stellen. Haar touch, denk ik. Niet de seks, dat werd saai, mechanisch, maar hoe ze me vasthield na een rotdag, alsof ik niet kon breken, haar handen op mijn rug, warm en stevig. Zijn hand landde op Brams arm, een broederlijke greep, maar de vingers bleven hangen, warm en stevig, glijdend een fractie lager, over de binnenkant van zijn onderarm, waar de huid dunner is, gevoeliger, en Bram voelde een rilling, een golf van hitte die van zijn arm naar zijn borst trok, zijn tepels hard makend onder zijn shirt. Jouw beurt. Dare: drink je bier in één keer leeg, en geen gezeur, laat zien dat je het in je hebt. Bram deed het, het schuim prikkelend in zijn neus, proestend terwijl Pascal hem op de rug sloeg, hard maar zorgzaam, zijn palm plat en heet tegen Brams rug, de druk doordringend tot op de botten, en toen de hand lager gleed, even rustend op zijn onderrug, een touch die te intiem was voor broers, maar die Bram niet wilde onderbreken.
Truth, zei Bram, zijn stem hees van het lachen en iets anders, iets dat borrelde onder de oppervlakte, een verlangen dat hij voelde opbouwen als een storm. Heb je al nagedacht over wat je wilt nu? Iemand nieuw, iemand die je echt raakt? Pascal schudde zijn hoofd, maar zijn blik dwaalde, gleed over Brams gezicht, over zijn lippen die nog glansden van het bier, zijn kaak die zich aanspande, voordat hij terugkeek, een flits van kwetsbaarheid erin, vermengd met iets hongerigs, roofdierachtigs. Te vroeg. Maar met jou hier, voelt het alsof ik niks mis. Jij bent mijn constant, man, de enige die me ziet zoals ik ben, rauw en zonder filter. Het was een bekentenis, zacht en diep, en Bram voelde het in zijn borst: die broederlijke liefde, sensueel in haar puurheid, als een streling die je niet ziet maar voelt, zijn eigen lichaam reagerend met een lichte zwelling in zijn broek, een spanning die hij toeschreef aan het spel, aan de hitte, maar die dieper ging.
Het spel rolde door de nacht, traag en opbouwend, truths die dieper groeven in hun zielen: Wat is je grootste angst in de liefde? Bram aarzelde, zijn stem laag. Alleen eindigen, zonder iemand die me echt ziet, die mijn littekens kust in plaats van weg te kijken. Pascals ogen werden donkerder, zijn hand reikte uit en raakte Brams wang aan, duim strijkend over zijn jukbeen, een gebaar zo teder dat het adem benam, voordat hij zich terugtrok met een grijns. Dares die lachten baarden: push-ups in de vochtige tuin tot hun shirts plakten aan hun torsen, zweet druppelend langs hun ruggen, Pascals armen gespierd en glanzend terwijl hij Bram aanmoedigde met kreten die overgingen in hijgen, hun lichamen dichtbij op de grond, de geur van inspanning vermengd met opwinding. Een Feyenoord-chant fluisterend tot de buren dreigden te bonken, hun stemmen laag en samenzweerderig, Pascals mond vlak bij Brams oor, zijn adem warm en vochtig tegen zijn huid, woorden die trilden als een belofte. Elke beurt bracht hen dichterbij: Pascals knie drukte tegen Brams dij tijdens een verhaal, zijn lach trilde door hun aanrakende lichamen, een vibratie die Bram voelde tot in zijn kern; Brams hand op Pascals schouder bij een truth over eenzaamheid, vingers die even knepen, troostend en intiem, nagels die licht in de huid drukten, een stille claim.
De hitte in het hokje was niet alleen van de zomer, het was de opbouw van hun dynamiek, die broederlijke sensualiteit die groeide in de stiltes, in de blikken die te lang duurden, in de zweetdruppels die langs Pascals nek rolden en Bram's aandacht trokken als een magneet, zijn tong onwillekeurig over zijn lippen strijkend bij de gedachte eraan. Na een dare waarbij Bram een shot tequila moest downs, Pascals geheime voorraad uit de relatie, lachend toegegeven met een knipoog die beloofde meer verhalen, leunde Pascal voorover, zijn ellebogen op zijn knieën, zijn gezicht zo dichtbij dat Bram de muskus van zijn zweet kon ruiken, vermengd met bier en iets diepers, persoonlijks, een feromoon dat de lucht vulde met belofte. Hun ademhalingen vermengden zich, warm en synchroon, borstkas op borstkas bijna, en Pascals ogen hielden die van Bram vast: een uitdaging, een belofte, een broederlijke roep om meer, zijn lippen licht vaneen, glanzend en uitnodigend. Dit is goed, Bram. Maar het kan intenser. Spannender. Wat als we de stakes verhogen? Echte consequenties, dingen die ons raken, die we niet vergeten, die ons laten voelen hoe dicht we bij elkaar zijn. Zijn stem was laag, fluweelzacht, en zijn hand rustte nu op Brams knie, niet als een klap, maar als een streling, licht en beladen, vingers spreidend over de stof, druk uitoefenend op een plek die te gevoelig was, een vonk die door Bram's lichaam schoot. Truth or Dare met een twist.
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10

Ontdek meer over mij op mijn profiel pagina, bekijk mijn verhalen, laat een berichtje achter of schrijf je in om een mail te ontvangen bij nieuwe verhalen!