Door: Leen
Datum: 04-02-2026 | Cijfer: 9.3 | Gelezen: 241
Lengte: Lang | Leestijd: 18 minuten | Lezers Online: 4
Trefwoord(en): Bijles, Slaapkamer, Verlangen,
Lengte: Lang | Leestijd: 18 minuten | Lezers Online: 4
Trefwoord(en): Bijles, Slaapkamer, Verlangen,
Vervolg op: Verlangen - 33: De Ruzie
De Bijles

"Ik ga wiskunde studeren bij Eva," heb ik tegen mijn moeder gezegd, zonder ook maar met mijn ogen te knipperen.
Het was de perfecte leugen. Mijn moeder vindt Eva "een beetje een wilde", maar ze weet dat ze slim is. En wiskunde is mijn zwakke punt, dus niemand stelde vragen. Dat ik eigenlijk voor Gert, de broer van Eva kom, en dat de wiskundebijles waarschijnlijk heel weinig met getallen te maken zal hebben, is een detail dat ik veilig verzwijg.
Ik rem voor het smalle rijtjeshuis met de donkere bakstenen. Het ligt in een deel van de stad waar de huizen kleiner zijn en de auto's ouder, een scherp contrast met de vrijstaande villa van mijn ouders. Er brandt licht achter de voordeur.
Mijn hart bonst in mijn keel als ik aanbel. In mijn rugzak zit mijn wiskundeboek als een loodzwaar alibi. Ik haal diep adem en probeer de zenuwen weg te duwen. Het beeld van Els die op de grond viel, flitst nog even door mijn hoofd, maar ik duw het weg. Vanavond ben ik niet de wraakgodin. Vanavond ben ik gewoon Leen.
De deur zwaait open.
Het is niet Gert.
Eva staat in de deuropening, ze leunt tegen de post, met een appel in haar hand waar ze net een hap uit neemt. Ze draagt een oversized trui en dikke wollen sokken. Ze scant me van top tot teen, en er verschijnt een plagerig lachje rond haar mond.
"Kijk eens aan," zegt ze met volle mond. "Jij laat er ook geen gras over groeien."
Ik voel me onmiddellijk ongemakkelijk. Het is één ding dat Eva weet dat ik Carl gedumpt heb. Het is iets heel anders dat ze weet waarom. Dat ze weet dat ik hier sta voor haar broer. Het voelt alsof ze dwars door mijn jas heen kijkt, recht in mijn geheime verlangens. Ik schuifel wat met mijn voeten.
"Hoi Eva," zeg ik, en mijn stem klinkt dunner dan ik wilde. "Ik... ik kwam voor..."
"Voor de 'wiskundebijles', ja," onderbreekt ze me, en ze maakt aanhalingstekens met haar vingers. Ze doet een stap opzij om me binnen te laten. "Kom maar verder. Mama en papa zijn er niet, dus je hoeft niet bang te zijn voor kruisverhoren."
Ik stap de smalle gang in. Het ruikt er naar wasverzachter en verse koffie. Het is een warme, doorleefde geur die me op een vreemde manier welkom heet.
"Hij zit helemaal boven," zegt Eva, en ze wijst met haar appel naar het plafond. "Tweede verdieping. De zolderkamer. Hij is al een uur aan het ijsberen, trouwens. Niet dat hij dat zal toegeven."
Ik bloos. De gedachte dat Gert zenuwachtig is voor mij, maakt mijn knieën week.
"Dank je, Eva," mompel ik. "En... bedankt voor vandaag. In de gang."
Eva haalt haar schouders op. "Ach, het was beter dan tv."
Ze kijkt me even aan en slikt haar hap appel door. "Oh ja, nog iets," zegt ze plotseling serieuzer. "Ik wil gerust je alibi zijn, Leen, maar ik vraag je wel iets in ruil."
Mijn hart slaat een slag over. "Oh?" reageer ik, en ik voel de angst door mijn lijf schieten. Wat gaat ze vragen?
Eva begint hardop te lachen. "Jezus, kijk niet zo verschrikt! Ik ga je niet afpersen." Ze leunt even tegen me aan. "Ik wil gewoon dat we vriendinnen blijven en af en toe nog leuke dingen doen. Met ons tweetjes. Ook al spendeer je liever al je tijd met mijn broer."
De opluchting is zo groot dat ik bijna duizelig word. Ik lach terug, oprecht deze keer.
"Tuurlijk!" zeg ik snel. "Absoluut."
"Mooi," zegt ze tevreden. "Ga nu maar. Helemaal naar boven."
Ik loop naar de trap. De treden zijn bekleed met versleten tapijt. Terwijl ik mijn voet op de eerste trede zet, voel ik Eva's blik in mijn rug branden. Ik voel me een indringer in hun leven, een vreemde eend in de bijt. Net als ik halverwege de eerste trap ben, roept ze me na.
"Hé, Leen!"
Ik kijk om, mijn hand op de leuning. Eva staat onderaan de trap, haar appel weer aan haar mond. Haar ogen twinkelen ondeugend. "Braaf zijn, hè," roept ze, met een vette knipoog. "Geen dingen doen die ik ook niet zou doen." Ik struikel bijna over de volgende trede, mijn gezicht staat in brand. Ik hoor haar grinniken terwijl ze de woonkamer inloopt.
Ik loop verder, voorbij de overloop van de eerste verdieping met de slaapkamers van hun ouders en Eva, en neem de tweede, iets steilere trap naar de zolder. Bovenaan is een klein overloopje met één deur. Die staat op een kier. Er komt zacht, geel licht onder vandaan.
Ik duw de deur open.
Gert zit op de rand van zijn bed, voorovergebogen over een akoestische gitaar. Het warme, houten geluid van de snaren vult de stilte in de kamer. Hij is zo geconcentreerd dat hij me niet meteen hoort. Zijn vingers glijden soepel over de hals, een melodie die ik niet herken, maar die melancholisch en rauw klinkt. Hij draagt een vaal zwart T-shirt en een joggingbroek, en zijn haren zitten in de war.
Ik blijf even staan kijken in de deuropening. Het is fascinerend om hem zo te zien, in zijn eigen wereld, zo anders dan de stoere jongen op het schoolplein.
"Dat klinkt mooi," zeg ik zacht.
Gert schrikt op. Zijn hand dempt onmiddellijk de snaren. Hij kijkt me aan, en even zie ik een glimp van onzekerheid door zijn pantser breken.
"Je bent er," zegt hij. Hij zet de gitaar voorzichtig weg tegen de muur. "Ik wist niet zeker of je zou komen."
"Ik ben er," antwoord ik, en ik doe een stap de kamer in. "Wat speelde je?"
"Gewoon, een ideetje," mompelt hij. "Niks bijzonders. Een beetje prutsen."
"Ik vond het wel bijzonder," zeg ik eerlijk. "Ik wist niet dat je dat kon."
Hij glimlacht scheef, zichtbaar tevreden met het compliment. "Er is wel meer dat je nog niet weet. Maar wacht, dit is beter voor de sfeer."
Hij staat op, loopt naar zijn platenspeler en legt er een elpee op. Even later vullen de klanken van The Cure de kleine zolderkamer.
Hij draait zich om en leunt tegen zijn bureau, zijn armen over elkaar. Hij scant me van top tot teen. "En?" vraagt hij, terwijl hij een stap dichterbij komt. "Heeft Eva je niet teveel gepest beneden?"
"Ze zei dat we braaf moesten zijn," fluister ik.
Gert lacht, een laag, rauw geluid diep in zijn keel. Hij komt vlak voor me staan. Hij ruikt naar die vertrouwde mix van zeep en een vleugje aftershave.
"Eva praat te veel," zegt hij.
Hij pakt mijn rugzak uit mijn handen en zet hem weg op de grond, zonder er ook maar een blik op te werpen. Mijn wiskundeboek is vergeten. Dan legt hij zijn handen op mijn heupen en trekt me tegen zich aan.
"Laten we vooral niet naar haar luisteren," fluistert hij, vlak voordat zijn lippen de mijne vinden.
Het is geen kus zoals ik die van Carl gewend ben. Geen plichtmatige aanraking, geen voorspelbare choreografie van lippen op lippen. Dit is rauw. Dit is hongerig. Gerts mond is warm en dwingend, en zijn handen glijden onder mijn jas, zijn duimen drukken stevig in mijn zij. Ik voel me niet lomp of te zwaar; onder zijn handen voel ik me juist zacht, vrouwelijk, gewenst.
We struikelen half richting het bed, onze monden nog steeds met elkaar verbonden. Hij laat zich achterover vallen op de sprei en trekt me met zich mee. De geur van zijn kussen – wasverzachter en Gert – is overweldigend.
Even later liggen we naast elkaar, mijn hoofd op zijn borstkas. Zijn arm ligt zwaar en beschermend om me heen. De muziek van The Cure vult zachtjes de kamer.
Gert draait zijn hoofd zodat hij me kan aankijken. Hij strijkt een pluk haar uit mijn gezicht en zijn blik is serieus. "Eva heeft me alles verteld," zegt hij zacht. "Over vanmorgen." Ik kijk hem vragend aan, onzeker over wat hij ervan vindt. "Ik ben trots op je," zegt hij. "Omdat je eindelijk voor jezelf opkwam. Omdat je je niet onder de voet liet lopen door Els en haar schijnheilige gedoe." Hij pauzeert even en trekt me iets dichterbij. "Iedereen denkt dat je dat brave meisje bent, Leen. Een meeloper die ja en amen knikt. Maar Eva vertelde me hoe je daar stond. Ze zei dat je geen centimeter week. Dat je je ruimte terugpakte."
Ik voel een warme gloed door me heen gaan die niets te maken heeft met de verwarming. Trots. Niemand heeft dat ooit tegen me gezegd. Carl wilde me beschermen, me klein houden, me corrigeren. Gert bewondert me om mijn kracht, zelfs als die kracht eruit kwam als een harde duw in een schoolgang. "Ik was het beu," fluister ik. "Om altijd maar de minste te zijn."
"En dat hoef je ook nooit meer te zijn," zegt Gert stellig. Hij kust mijn voorhoofd, dan mijn neus, en ten slotte mijn mond.
De kus verandert. Hij wordt dieper, indringender. Gerts hand glijdt van mijn schouder naar beneden, over de curve van mijn heup, en kruipt langzaam onder de rand van mijn trui. Zijn vingers zijn warm op mijn blote huid en ik voel een siddering door mijn lijf trekken. Ik draai me naar hem toe en sla mijn armen om zijn nek. We rollen over elkaar heen, verstrikt in lakens en ledematen. De muziek lijkt verder weg te zakken, overstemd door het ruisen van mijn eigen bloed in mijn oren.
Hij trekt mijn trui over mijn hoofd. De koele lucht van de zolderkamer raakt mijn huid, maar wordt onmiddellijk verdreven door de hitte van zijn lichaam als hij me weer tegen zich aan trekt. Zijn handen zijn overal. Ze kennen de weg, ze zijn zeker en dwingend. Ik probeer hem te volgen, probeer te doen wat ik denk dat ik moet doen, maar mijn hoofd begint te tollen. De sensaties zijn overweldigend. Dit is niet meer gewoon zoenen. Dit gaat verder. Dit gaat naar het punt waar er geen weg meer terug is.
Gert leunt boven me, zijn ogen donker van verlangen. Hij maakt de knoop van mijn broek los, zijn vingers strijken langs de rand van mijn slipje.
Plotseling grijpt de paniek me naar de keel. Het is geen angst voor hem, maar een overweldigende angst voor het onbekende. De onzekerheid slaat toe als een hamer. Wat als ik het fout doe? Wat als ik tegenval? Wat als hij merkt dat ik...
"Wacht," hijg ik. Ik leg mijn hand tegen zijn borst en duw zachtjes. "Gert, wacht."
Hij stopt onmiddellijk. Zijn hand op mijn heup bevriest, en kijkt me onderzoekend aan.
"Wat is er? Doe ik je pijn?"
"Nee, nee," stamel ik. Ik trek mijn knieën op en sla mijn armen om mezelf heen, me plotseling pijnlijk bewust van mijn halfnaakte staat. "Het is... ik..."
De woorden blijven steken. Ik durf hem niet aan te kijken. Ik ben bang dat de bewondering in zijn ogen nu zal veranderen in spot. Of erger: teleurstelling.
"Leen?" Zijn stem is zacht. Hij dwingt me niet, hij wacht gewoon.
"Ik heb dit nog nooit gedaan," fluister ik, zo zacht dat het bijna wegvalt tegen de muziek. "Met niemand. Ook niet met Carl."
Het is stil in de kamer. Doodstil. Ik wacht op de lach, op de zucht, op het geluid van hem die opstaat en wegloopt. Maar in plaats daarvan voel ik zijn hand zachtjes op mijn wang. Hij tilt mijn gezicht op zodat ik hem moet aankijken. Er is geen spot. Geen teleurstelling. Alleen een zachte, warme tederheid die ik niet bij zijn stoere imago vind passen.
"Hé," zegt hij rustig. "Dat geeft helemaal niks." Hij trekt de deken over me heen, dekt me toe alsof ik iets kostbaars ben. "We hoeven niets te doen wat jij niet wilt," zegt hij, en hij gaat weer naast me liggen, op een respectvolle afstand nu, maar nog steeds dichtbij genoeg om zijn warmte te voelen. "We hebben de tijd, Leen. We hebben alle tijd van de wereld."
Ik leg mijn hoofd weer op zijn borst, en laat zijn woorden even bezinken. Hij is zo lief, zo geduldig. En toch kan ik de knoop in mijn maag niet helemaal ontwarren. Zijn geruststelling is als een warme deken, maar daaronder voel ik nog steeds de tocht van mijn eigen onzekerheid. Ik kijk naar het zachte, gele schijnsel van het schemerlampje dat de schuine wanden in een warme gloed zet. Het voelt zo perfect nu. De intimiteit, de spanning, het feit dat hij me niet dwingt. Maar ergens knaagt er iets venijnigs. Een angst die groter is dan de angst voor de pijn of het ongemak van de eerste keer. Het is de angst voor wat er daarna komt.
Ik heb het te vaak gezien op school. Jongens die maandenlang jagen, die alles doen voor een meisje, die beloven dat ze de ware is. En zodra ze haar hebben, zodra het mysterie eraf is en de buit binnen is, verandert alles. De blik in hun ogen wordt dof. De aandacht verslapt. Ze gaan op zoek naar de volgende uitdaging, en het meisje blijft achter, gebruikt en verward. Wat als ik voor Gert ook zo'n project ben? Het brave meisje dat 'slecht' gemaakt moet worden? Wat als, zodra ik mezelf geef, de betovering verbroken wordt?
"Het is niet alleen dat," begin ik zachtjes, mijn vinger tekent onbewust rondjes op zijn t-shirt. "Ik was ook bang dat... als we het zouden doen... dat het daarna voorbij zou zijn."
Gert fronst. "Voorbij? Waarom zou het voorbij zijn?"
"Door Eva," zeg ik. Ik durf hem nu even niet aan te kijken. "Ze heeft me ooit gewaarschuwd. Ze noemde het 'de theorie van de honingpot'."
Ik voel Gert even verstijven, en dan ontspannen. "De wat?"
"De honingpot," herhaal ik, en ik voel me plotseling heel stom. "Ze zei: jongens zijn als beren. Je moet ze lokken met honing, ze zoet houden, ze laten proeven. Maar als je ze de hele pot geeft... als je all the way gaat... dan is het voorbij. Dan is de spanning weg. En dan laten ze je vallen."
Het is eruit. De angst die me al dagen in zijn greep houdt. De angst om gebruikt te worden en weggegooid, net zoals ik me bij Carl vaak een accessoire voelde.
Het blijft even stil. Dan begint Gerts borstkas te schokken. Er ontsnapt een proestlachje, gevolgd door een diepere, bulderende lach die de zware lucht in de kamer in één klap klaart. "Jezus, Eva," mompelt hij lachend, en hij schudt zijn hoofd. "Heeft ze je dat echt wijsgemaakt? Die meid kijkt te veel films."
Hij pakt mijn kin vast en dwingt me hem aan te kijken. Zijn ogen glinsteren van pret, maar er zit ook een serieuze, donkere ondertoon in. "Leentje, luister. Eva is cynisch. Ze beschermt zichzelf met dat soort theorieën omdat ze zelf een paar keer gekwetst is. Maar ik ben geen beer die op zoek is naar een snelle snack, oké?"
Hij beweegt zijn gezicht dichter naar het mijne, tot zijn lippen bijna mijn oor raken. Zijn stem wordt zachter, lager, een geluid dat mijn nekharen overeind doet staan.
Hij pauzeert even en laat zijn hand langzaam over mijn zij glijden, over de curve van mijn taille. "Jij... jij bent geen honingpot die leegraakt. Jij bent iets heel anders." Hij kijkt me recht in de ogen, en de intensiteit van zijn blik beneemt me de adem. "En ik ben bang," zegt hij hees, "dat als ik je écht proef... dat ik dan waarschijnlijk nog meer verslaafd aan je raak."
Mijn hart slaat een slag over. De woorden echoën na in mijn hoofd. Verslaafd.
Voordat ik iets kan zeggen, voegt hij de daad bij het woord. Hij drukt zijn mond op de mijne, en deze keer is er geen voorzichtigheid meer. De kus is hongerig, wild bijna. Hij trekt me bovenop zich, zijn handen verstrengeld in mijn haar, en ik beantwoord hem met alles wat ik heb. De angst voor de honingpot is verdwenen, verbrand in de hitte van dit moment. We zoenen alsof de wereld vergaat, happend naar adem, lichamen strak tegen elkaar gedrukt.
Plotseling trek ik me een klein stukje terug. Ik kijk hem recht in zijn donkere ogen aan, mijn ademhaling stokkend. De laatste twijfel is weg. Wat overblijft is een glasheldere zekerheid.
"Gert," fluister ik.
"Ja?" Zijn stem is schor.
"Ik wil dat jij de persoon bent die me ontmaagdt."
- - -
Benieuwd naar de vrouw achter dit verhaal? Meer info over mijn verschillende verhalen? Abonneer je dan op de nieuwsbrief door mij een mail te sturen. Mijn emailadres vind je op mijn profielpagina.
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10

Ontdek meer over mij op mijn profiel pagina, bekijk mijn verhalen, laat een berichtje achter of schrijf je in om een mail te ontvangen bij nieuwe verhalen!
