Lekker Anoniem Webcammen!
Donkere Modus
Door: Leen
Datum: 26-02-2026 | Cijfer: 9.5 | Gelezen: 114
Lengte: Lang | Leestijd: 24 minuten | Lezers Online: 1
Trefwoord(en): Passie, School, Verlangen,
Het Publieke Statement
Deel 2: Het Publieke Statement

De schelle rinkel van de laatste schoolbel snijdt door de bedompte lucht van de gang. Het geluid boort zich als een ijspegel in mijn overprikkelde brein. Ik gooi mijn zware geschiedenisboek achteloos in mijn smalle kluisje. Het boek botst hard tegen de metalen achterwand. Ik draai het slotje met hevig trillende vingers dicht. Mijn ademhaling gaat snel, onregelmatig en uiterst oppervlakkig. De geur van oud zweet, natte jassen en goedkoop schoonmaakmiddel hangt zwaar en verstikkend in de smalle gang.

Overal om me heen slaan metalen deuren met harde, agressieve klappen dicht. Dit kabaal past perfect bij de sfeer van deze eindeloze dag. Iedereen wil zo snel mogelijk weg van deze plek. Zelf wil ik het liefst diep onder mijn donzen dekbed kruipen. Ik verlang ernaar om de rest van de wrede wereld voorgoed buiten te sluiten. De gemene fluisteringen van Els en haar vriendinnen echoën onophoudelijk in mijn hoofd. Ze snijden als vlijmscherpe, gekartelde mesjes door mijn toch al gehavende zelfvertrouwen. Te veel ruimte. Te groot. De woorden herhalen zich als een kapotte grammofoonplaat. Ik sluit mijn ogen en pers mijn oogleden stevig op elkaar. Ik druk mijn hete, kloppende voorhoofd even tegen het verkoelende metaal van mijn kluisdeur. De kou brengt een fractie van een seconde verlichting in mijn overvolle hoofd. Ik adem een paar keer diep in en uit om de brandende tranen te bedwingen. Mijn keel doet vreselijk pijn van de ingehouden snikken. Ik weiger te huilen in deze openbare gang. Ik weiger ze die voldoening te geven.

Ik duw de zware, met vingerafdrukken besmeurde glazen deuren van de hoofdingang open en loop het winderige, uitgestrekte schoolplein op. De lucht boven de gebouwen is asgrijs. Boven de kale, dode bomen trekt het wolkendek razendsnel dicht met zware, dreigende regenwolken. De ijzige wind slaat direct en genadeloos in mijn gezicht. De kou dringt dwars door mijn dunne kleding heen. Het plein stroomt in hoog tempo vol met honderden gehaaste leerlingen. De overvolle fietsenstalling is een absolute, schreeuwende chaos van luidruchtige tieners. Ik houd mijn hoofd strak omlaag en richt mijn blik puur op de grijze, uitgesleten stoeptegels. Ik klem mijn handen krampachtig om de versleten hengsels van mijn rugzak. Mijn knokkels kleuren wit van de immense spanning.

Ik wil volledig en onzichtbaar opgaan in de grijze, anonieme massa, trek mijn schouders ver op tot aan mijn oren en probeer mezelf zo smal en onopvallend mogelijk te maken tijdens het lopen. Ik voel me een log, lomp wezen tussen al deze normale mensen. Elke stap op de stenen voelt loodzwaar. Ik krimp innerlijk in elkaar, verwacht elk moment een nieuwe, gemene opmerking of een spottende lach in mijn rug te horen. De paranoia giert door mijn aderen. Verderop, aan de uiterste rand van het plein, staat een glimmende zwarte brommer. Gert zit uiterst nonchalant op het zadel. Hij rookt een sigaret. Hij neemt de hectische drukte om hem heen in zich op met een rustige, nuchtere blik. Hij draagt zijn vertrouwde, zwaar versleten leren jas over een simpel donker t-shirt. De harde, gure wind speelt ruw met zijn donkere, warrige haar. Plukken haar vallen over zijn voorhoofd. Hij veegt ze achteloos weg met zijn vrije hand.

Hij is precies het soort jongen waar letterlijk elk meisje onmiddellijk en reddeloos voor valt. Hij bezit iets ongetemds. Hij heeft iets volkomen ongenaakbaars en iets ontzettend, gevaarlijk spannends. Zijn kaaklijn is strak gesneden en scherp. Zijn ogen zijn donker, diep en peilend. Ze registeren elke beweging op het plein met de uiterste precisie van een roofdier. Hij mist de gladde, gemaakte en saaie perfectie van de brave jongens uit mijn eigen klas. Hij straalt een pure, donkere en rauwe mannelijkheid uit. Zijn aanwezigheid zuigt op de een of andere manier alle zuurstof uit de directe omgeving.

Twee meisjes uit de vijfde klas lopen verdacht dicht langs hem heen. Ze giechelen luid en uiterst theatraal om zijn aandacht te trekken. Ze draaien hun hoofd om. Ze kijken hem vol openlijke, smachtende bewondering aan. Gert gunt hen geen enkele, zelfs geen vluchtige, blik. Hij negeert hun opzichtige geflirt volledig. Hij staart recht door hen heen. Eva staat vlak naast hem. Ze vertelt hem een of ander geanimeerd verhaal. Ze zwaait druk met haar armen en wijst af en toe naar het schoolgebouw. Gert luistert half. Hij kijkt onafgebroken over het plein. Zijn donkere ogen scannen doelbewust de eindeloze stroom van leerlingen. Hij zoekt overduidelijk naar iemand. Hij zoekt naar mij.

Vlakbij de smalle, met fietsen geblokkeerde ingang van de stalling staat Els. Ze staat precies in het midden van het looppad. Ze blokkeert de doorgang voor iedereen volkomen opzettelijk. Ze houdt weer koninklijk hof te midden van haar trouwe, kritiekloze groepje vriendinnen. Ze praat luid. Ze maakt grote, dramatische gebaren en trekt alle aandacht op het plein naar zich toe. Ze geniet zichtbaar van haar eigen stem. Carl staat er een beetje verloren en ongemakkelijk naast. Hij hoort er niet echt bij. Hij kijkt beschaamd naar de grond. Hij schopt zenuwachtig en doelloos tegen een losse stoeptegel. Hij ziet eruit als een laffe, geslagen hond. Hij toont geen enkel greintje ruggengraat. Hij durft haar op geen enkele manier tegen te spreken. Hij ondergaat haar dominantie in stilte.

Els ziet me van een grote afstand aankomen. Ze stopt abrupt met haar luide verhaal. Ze tikt de meid naast haar aan. Ze kijken me allebei met een ijzige, venijnige blik aan. Een gemeen, triomfantelijk lachje verschijnt op het perfect opgemaakte gezicht van Els. Ze buigt zich theatraal voorover. Ze fluistert iets onverstaanbaars in het oor van haar buurvrouw. De hele groep begint direct hoog en hatelijk te giechelen. Het scherpe geluid snijdt door merg en been. Ik voel het hete bloed razendsnel naar mijn wangen stijgen. Mijn gezicht staat in brand. Mijn benen voelen plotseling aan als zwaar, log lood. Elke verdere stap richting de fietsenstalling kost me immense, fysieke moeite. De vernederende woorden uit de kleedkamer echoën opnieuw, nog luider, door mijn hoofd. Ze neemt te veel ruimte in. Te veel. Te groot. Ik voel me plotseling gigantisch. Ik voel me lomp, lelijk en volkomen misplaatst in mijn eigen, onhandige lichaam.

Ik adem diep in. De koude lucht vult mijn longen. Mijn hele lichaam trilt hevig. Ik zet snel een grote stap opzij. Ik wil met een zo groot mogelijke boog om deze giftige, gevaarlijke groep heen lopen. Ik wil de vernederende confrontatie koste wat kost vermijden. Ik wil gewoon naar huis.

Precies op dat cruciale moment kruist mijn blik de donkere ogen van Gert. Ik bevries volledig midden in mijn beweging. Ik sta als aan de grond genageld. Ik wil uit pure schaamte en totale ellende direct wegkijken. Hij leest de diepe, rauwe onzekerheid en de verse pijn ongetwijfeld moeiteloos van mijn gezicht af. Mijn in elkaar gedoken, angstige houding schreeuwt mijn zwakte uit naar de hele wereld. Ik lijk op dit exacte moment waarschijnlijk precies op het treurige, wanhopige en meelijwekkende meisje uit de verzonnen verhalen van Els. Ik schaam me kapot. De schaamte brandt als een vuur in mijn borst. Ik wil ter plekke door de grijze stenen zakken en in het absolute niets verdwijnen.

Gert kijkt strak naar mij. Hij verplaatst zijn blik vervolgens traag naar het luidruchtige groepje van Els. Zijn ogen vernauwen zich direct tot gevaarlijke, donkere spleetjes. Zijn kaakspieren spannen zich zichtbaar aan. Hij begrijpt de pijnlijke situatie onmiddellijk. Hij weigert dit trieste schouwspel te accepteren. Hij pikt de vernedering niet. Hij gooit zijn halfopgerookte sigaret resoluut op de grond. En trapt de peuk snoeihard uit met de hiel van zijn zware laars. Hij stapt met een vloeiende, soepele beweging van zijn brommer af en loopt met grote, agressieve passen het drukke schoolplein op.

Hij negeert het gepraat van Eva volkomen. Ze roept hem nog verbaasd iets na. Hij reageert nergens op. Hij loopt recht op zijn doel af. Hij loopt in een rechte, onafwendbare lijn op mij af. Hij beweegt zich met grote, rotsvaste stappen door de dichte menigte, wijkt voor absoluut niemand. Mensen zien zijn vastberaden, donkere gezicht en stappen automatisch, haastig en vol ontzag opzij. Tientallen leerlingen fluisteren opgewonden tegen elkaar. Ze stoten elkaar aan. Ze wijzen stiekem naar hem. Hij fungeert als een onweerstaanbare, magnetische kracht voor alle blikken op het plein.

Het constante, luide geroezemoes valt langzaam en uiterst merkbaar stil. De plotselinge, zware stilte verspreidt zich als een snelle rimpeling in een donkere vijver. Iedereen stopt met praten. Iedereen draait het hoofd vol verbazing in onze richting. Zelfs Els stopt halverwege haar valse, hoge gegiechel. Ze kijkt vol opperste verbazing op. Ze volgt de knappe, donkere jongen met grote, gretige ogen. Ze heeft duidelijk geen enkel flauw idee van zijn ware intenties. Ze denkt ongetwijfeld even dat hij speciaal naar haar kijkt. Ze strijkt zelfs snel een pluk blond haar uit haar gezicht.

Mijn hart bonst wild en pijnlijk hard in mijn keel. De zware hartslagen dreunen in mijn oren. We hadden een duidelijke, keiharde afspraak gemaakt. We zouden voorlopig uiterst veilig in de schaduw blijven. We zouden rustig en geduldig wachten tot de storm rond de geduwde Els volledig ging liggen. Hij brengt ons prille, breekbare geheim nu genadeloos en meedogenloos in het volle, harde licht. Ik wil hem met een wanhopige, waarschuwende blik stoppen en zet een voorzichtige, trillende stap achteruit. Ik vrees de genadeloze, spottende reactie van de massa. Ik ben doodsbang voor de dodelijke blikken van Els.

Hij weigert me die kans te geven, accepteert mijn vluchtgedrag op geen enkele manier. Hij stopt vlak voor me, zo ongelooflijk dichtbij. Ik ruik de scherpe, vertrouwde geur van zware tabak, frisse regen en zijn warme huid overduidelijk. De mannelijke geur bedwelmt me. Hij kijkt me onafgebroken aan. Zijn donkere ogen zijn verrassend zacht. Ze vloeien over van een diep, ongekend begrip. Hij ziet mijn opgekropte, rauwe pijn en weigert die onterechte kwetsbaarheid nog één seconde langer te accepteren. Hij straalt een overweldigende, vurige beschermingsdrang uit. Hij steekt zijn beide handen resoluut en doelgericht uit en legt zijn warme, grote handpalmen stevig en uiterst doelbewust op mijn heupen. De brede, zware heupen. De heupen die volgens de wrede woorden van Els veel te veel ruimte innemen in deze wereld. Gerts handen claimen die exacte ruimte zonder enige vorm van aarzeling. Hij omarmt mijn rondingen met overtuiging. Hij wrijft zachtjes met zijn duimen over de ruwe stof van mijn schooltrui. Hij zendt een elektrische schokgolf van hitte door mijn hele, trillende lichaam. Hij trekt me met een vloeiende, onweerstaanbare en krachtige beweging strak tegen zijn harde borstkas aan. Mijn adem stokt onmiddellijk in mijn keel.

Hij buigt zijn gezicht naar me toe. Hij kust me. Hij kust me vol, diep en met overweldigende passie op mijn mond. Hij doet dit pal voor de geschokte ogen van Els, recht voor de laffe, uitpuilende ogen van Carl. In het volle, onverbloemde zicht van de gehele school. Het is een diepe, trage en allesverslindende zoen. De riem van mijn tas glijdt langzaam van mijn schouder af. De zware tas valt met een doffe, harde klap op de natte stenen. Ik negeer het geluid volkomen. Ik sluit mijn ogen en geef me volkomen over aan dit intense moment. Ik beantwoord zijn zoen met alles wat ik in me heb. Ik sla mijn beide armen strak om zijn brede nek. Ik klamp me stevig en wanhopig aan hem vast. Ik verlies mezelf compleet in zijn unieke geur en zijn geruststellende warmte.

Het ijzige, vijandige schoolplein verdwijnt. De nare, giftige roddels lossen op in het niets. De verstikkende, donkere zelfhaat verdwijnt volledig naar de onzichtbare achtergrond. Er bestaat in dit magische, perfecte moment alleen nog de troostende, veilige warmte van zijn stevige lichaam. Zijn lippen zijn zacht en tegelijkertijd ontzettend veeleisend. Ik proef de flauwe, heerlijke smaak van sigarettenrook en sterke koffie. Ik voel me plotseling, voor de allereerste keer in mijn leven, de allerbelangrijkste en allermooiste persoon op aarde. Na een aantal eindeloze, verbluffend perfecte seconden verbreekt hij de intieme kus. Hij trekt zich een minuscuul, tergend klein stukje terug, kijkt me recht in de ogen en glimlacht breed en volkomen ontspannen. Het is een trotse, open glimlach vol pure, onvervalste overwinning. Hij houdt één sterke arm nog steeds uiterst stevig om mijn middel geslagen. Hij weigert me los te laten. Hij toont mij openlijk aan de wereld. Dan draait hij zijn hoofd langzaam naar rechts. Hij kijkt recht in het bleke, geschrokken gezicht van Els. Die staat als door de bliksem getroffen aan de grond genageld. Haar perfect gelifte neus is witheet verkleurd van opgekropte woede en pure shock. Haar mond staat een heel stukje open van pure, onversneden stomheid. Ze hapt hoorbaar naar adem. Haar zogenaamd perfecte, tengere lichaam oogt ineens ontzettend fragiel, miezerig en volkomen onbelangrijk in vergelijking met de rauwe kracht die wij samen uitstralen. Carl kijkt ons aan met grote, uitpuilende ogen. Hij slikt hoorbaar de dikke, droge brok in zijn keel weg. Zijn gezicht is een bleek masker van diepe spijt en pure verbijstering.

"Leen hoort bij mij," zegt Gert. Zijn stem is luid, diep en uiterst kalm. Het zware, resonerende geluid draagt moeiteloos ver over het inmiddels muisstille schoolplein. "Wie haar vanaf nu nog één keer raakt, krijgt rechtstreeks met mij te maken." Hij wacht niet op een antwoord. De boodschap is luid en glashelder overgekomen. Hij bukt zich in een vlotte, soepele beweging, raapt mijn zware rugzak op van de natte stenen en gooit de tas moeiteloos over zijn eigen brede schouder. Hij pakt mijn rechterhand zachtjes vast. Hij verstrengelt zijn warme, grote vingers stevig en veilig met de mijne. "Kom," zegt hij zachtjes.

Hij trekt me mee, begeleidt me rustig langs de verstilde groep. We lopen schouder aan schouder over het immense plein. We keren de rug naar de oordelende blikken. Richting fietsenstalling en Gert zijn brommer. De massale, zwijgende zee van leerlingen splijt als door een wonder open. De menigte maakt ruim en uiterst respectvol baan voor ons. Ze wijken haastig achteruit. Niemand zegt ook maar één enkel woord. De ontstane stilte is oorverdovend en tegelijkertijd prachtig. Ik voel de honderden verbijsterde blikken nog steeds branden in mijn rug. Het raakt me totaal nergens meer. Ik kijk naar beneden naar onze stevig verbonden handen. De donkere onzekerheid valt als een loodzware jas van me af. Ik stap stevig door. Ik loop met een kaarsrechte rug. Ik voel me plotseling ijzersterk en volkomen onoverwinnelijk. Ik neem mijn eigen, welverdiende ruimte in. Ik mag er volledig en zonder enige schaamte zijn.

De motor van de brommer brult luid. Het geluid overstemt het rumoer van het schoolplein volledig. Gert geeft vol gas. We schieten vooruit. Ik slaag mijn armen strak om zijn middel. Ik pers mijn gezicht stevig tegen zijn leren jas. De koude wind snijdt genadeloos in mijn wangen. De geur van uitlaatgassen vermengt zich met de geur van zijn huid. Het asfalt rolt razendsnel onder ons door. De bekende straten rondom de school flitsen als een wazige film voorbij. We laten de school ver achter ons. We laten Els, Carl en de honderden oordelende blikken achter in een wolk van uitlaatgassen. De snelheid geeft me een ongekend gevoel van ultieme vrijheid. Ik sluit mijn ogen en zuig mijn longen vol met de ijzige buitenlucht. Het voelt als een letterlijke ontsnapping uit een zwaarbewaakte gevangenis. De zware ketenen van mijn eigen onzekerheid vallen met een onhoorbare klap op de grond.

Na tien minuten mindert Gert vaart. We rijden zijn straat binnen. De grijze rijtjeshuizen staan er vredig bij in het vale middaglicht. Hij stuurt de brommer soepel de oprit op en zet de motor met een harde klik uit. De plotselinge stilte is oorverdovend. Mijn oren suizen zachtjes na. Ik stap van het zadel. Mijn benen trillen hevig. De immense adrenaline van de afgelopen dertig minuten verlaat mijn lichaam in een razendsnel tempo. Ik voel me plotseling ontzettend licht in mijn hoofd. Ik grijp me even vast aan Gert om mijn evenwicht te bewaren. Die kijkt me intens aan. Zijn borstkas gaat rustig op en neer. Hij toont geen spoor van zenuwen of spijt. Hij slaat een arm om mijn schouders en trekt me zachtjes tegen hem aan. De warmte van zijn lichaam trekt direct door mijn kleding heen.

"Kom," zegt hij met een zachte stem. "We gaan naar boven." Hij draait de voordeur open. Het huis is volledig stil en verlaten. Zijn ouders werken en Eva zit ongetwijfeld nog op school. We lopen door de smalle gang. We beklimmen de krakende, houten trappen. We nemen de tweede trap naar de zolder. Elke trede brengt ons verder weg van de buitenwereld. De zolderkamer voelt als een veilige, ondoordringbare vesting. Gert duwt de deur open. Hij stapt de kamer binnen en gooit zijn sleutels achteloos op het bureau. Hij trekt zijn jas uit en gooit deze over een stoel. Ik blijf even in de deuropening staan. Ik laat mijn zware rugzak van mijn schouders glijden. De tas ploft met een doffe dreun op het versleten tapijt.

Ik loop de kamer in. Ik ga op de rand van zijn bed zitten. Ik staar naar mijn eigen handen in mijn schoot. Mijn vingers beven ongecontroleerd. Het besef van onze actie daalt nu pas echt in volle hevigheid in. De roze wolk verdwijnt en de harde realiteit eist haar plek op. "Iedereen weet het nu," fluister ik. Mijn stem klinkt onherkenbaar schor en dun. "De hele school zag ons." Gert draait zich om. Hij loopt naar me toe en hurkt recht voor me neer. Zijn knieën raken de rand van het bed. Hij pakt mijn trillende handen vast in de zijne. Zijn greep is stevig en uiterst geruststellend. Hij dwingt me om hem recht in de ogen te kijken. "Dat was de bedoeling, Leen," zegt hij op een rustige, diepe toon. "Ik weiger me nog één seconde langer te verstoppen."

Ik slik de opkomende brok in mijn keel weg. De woorden van de kleedkamer proberen zich weer een weg naar binnen te dringen. Ik vecht tegen de terugkerende onzekerheid. "Ik voelde me daarnet zo ontzettend dom," beken ik met een haperende stem. "Ik dacht werkelijk dat je je voor me schaamde. Ik ben ten slotte..." Ik zoek naar de juiste woorden. Ik spreek ze uiteindelijk met veel moeite uit. "...ik ben veel steviger dan de meisjes waar jij normaal mee omgaat. Ik neem veel ruimte in."

De kaken van Gert spannen zich direct strak aan. Een flits van pure woede trekt door zijn donkere ogen, een woede die absoluut niet op mij gericht is. Hij knijpt mijn handen iets steviger vast. "Luister heel goed naar mij," zegt hij met een ijzeren nadruk op elk woord. "Je moet onmiddellijk stoppen met die onzin te geloven. Ik schaam me voor he-le-maal niets. Ik ben juist ontzettend trots op je. Ik zag je lopen op dat plein. Je maakte jezelf piepklein. Je trok je schouders op en je verstopte jezelf. Het brak mijn hart. Ik weiger te accepteren dat iemand je dat aandoet."

Hij laat één van mijn handen los. Hij brengt zijn hand naar mijn gezicht. Hij strijkt met zijn ruwe duim over mijn jukbeen. De aanraking stuurt een rilling over mijn rug. "Je bent prachtig," vervolgt hij met een hese, donkere stem. "Je bent krachtig, je hebt inhoud en je hebt een hart van goud. Je bent het meest echte meisje dat ik op die hele, verdomde school ken. Ik wil jou en ik wil de hele wereld laten zien dat jij bij mij hoort." De laatste, hardnekkige restjes van de giftige onzekerheid smelten onmiddellijk weg onder zijn brandende woorden. De tranen schieten onbedoeld in mijn ogen. Ik laat mijn hoofd naar voren vallen. Ik rust mijn voorhoofd tegen zijn schouder.

Hij slaat zijn beide armen stevig om me heen. Hij trekt me van de rand van het bed en sluit me volledig in zijn armen. We zitten samen op de grond voor het bed. Ik klamp me aan hem vast. Ik huil zachtjes in zijn t-shirt. Hij wrijft met grote, rustige cirkels over mijn rug. Hij sust me met zachte, onverstaanbare woordjes. Hij toont een oneindig geduld. Na een paar minuten stopt het huilen. Ik snuif en wrijf met de rug van mijn hand over mijn neus. Ik trek me een klein stukje terug en kijk hem aan. Mijn ogen zijn ongetwijfeld rood en gezwollen. Ik zie er waarschijnlijk vreselijk uit. Gert lijkt dat helemaal niets uit te maken. Hij lacht een lieve, zachte lach. Hij veegt een verdwaalde traan van mijn wang.

"We hebben een enorme bom gegooid," zeg ik met een voorzichtige glimlach. De gedachte aan de ontstane chaos op school geeft me plotseling een vreemd soort voldoening. "Een gigantische bom," beaamt Gert vol overtuiging. "Morgen zal de hele school gonzen van de geruchten. Mensen zullen staren. Mensen zullen oordelen. Els zal ongetwijfeld een of ander theatraal drama opvoeren. Carl zal in een hoekje zitten kniezen." Hij pakt mijn gezicht in zijn beide handen. Zijn blik wordt bloedserieus en intens. "We doorstaan dat samen," zegt hij vastberaden. "Je loopt morgen aan mijn zijde de poort door. Je houdt je kin omhoog. Je kijkt ze allemaal recht in de ogen. Je laat niemand jou nog kleiner maken. Beloof me dat."

Ik kijk in zijn donkere, peilende ogen. Ik zie de absolute zekerheid in zijn blik. Hij twijfelt geen seconde. Ik voel de opborrelende kracht in mijn eigen borstkas. Ik ben klaar met buigen. Ik ben klaar met verstoppen. "Ik beloof het," zeg ik met een luide en uiterst heldere stem. Hij glimlacht. De lach bereikt zijn ogen en laat ze oplichten. Hij leunt naar voren. Hij drukt een zachte, warme kus op mijn lippen. De kus is zacht en vol belofte. De storm woedt buiten de muren van deze zolderkamer ongetwijfeld verder. Binnen deze muren heerst er eindelijk een absolute en volmaakte rust. Ik ben exact waar ik wil zijn.
Trefwoord(en): Passie, School, Verlangen, Suggestie?
Geef dit verhaal een cijfer:  
5   6   7   8   9   10  
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...