Lekker Anoniem Webcammen!
Donkere Modus
Door: Keith
Datum: 28-03-2026 | Cijfer: 9.8 | Gelezen: 586
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 62 minuten | Lezers Online: 9
Vervolg op: Mini - 399
Ook de vrijdag zat redelijk vol. Toen we eenmaal in Gorinchem aankwamen, commandeerde ik na de koffie alle piraten, inclusief Fred en Marion richting groepsruimte en gingen we alle ziekenhuizen na qua bijzonderheden. Langzamerhand werd de modus operandi van Duyvestein z’n bedrijf steeds duidelijker. Onbetrouwbare componenten inbouwen, verzegelingen op alle schakelkasten die die componenten bevatten, zodat elk ziekenhuis wat de euvele moed had om zo’n kast open te maken, meteen de rekening gepresenteerd kreeg. En die rekeningen waren er! Op mijn verzoek hadden alle ziekenhuizen een lijstje gemaakt met facturen die ze aan Duyvestein hadden betaald. Het totale bedrag was meer dan 1,8 miljoen Euro, over een periode van iets meer dan 2 jaar.
Ik belde aan het einde van ochtend maar met Anne van Helvoort, die rechercheur uit Nijmegen.
“Met Anne!” Nog altijd even opgewekt.
“Hoi Anne, met Kees Jonkman van DT…”
“En met Fred!” klonk over mijn schouder.
Ze lachte. “Zitten jullie bij elkaar op schoot, of…?”
“Nee zeg, dank je wel. Die 110 kilo van Fred? Ik ga liever gewoon dood. Nee, waar ik voor bel: ik heb een lijstje, nou ja… lijst in mijn handen met alle betalingen van 5 ziekenhuizen aan de firma Duyvestein van de afgelopen 2 jaar. In totaal iets meer dan 1,8 miljoen Euro. Opgevraagd bij de betrokken ziekenhuizen. Kunnen jullie daar iets mee, of loop ik achter de feiten aan en heb jij dat lijstje al lang?”
“Daar kunnen we wel wat mee, Kees. Wij hebben nogal wat administratie in beslag genomen in Amsterdam, maar de boekhouding was een ondoorzichtige bende. Daar zijn we nu nog mee bezig. Een collega van mij krijgt er een punthoofd van, zo’n zootje is het. Met opzet gedaan natuurlijk, om de fiscus een loer te draaien. We hebben assistentie gevraagd aan de belastingdienst, maar die hebben het zelf bere-druk. Geen capaciteit…”
Marion zat naar me te seinen. “Eén moment Anne. Een collega wil me iets duidelijk maken.”
Ik dekte de hoorn af en keek Marion aan. En die zei: “Als ik hen nou eens ga helpen? Ik heb al enig inzicht gekregen hoe die lui uit Amsterdam werkten… Misschien kan ik daar wat mee.”
“Daar moet Theo ook mee akkoord gaan, Marion. En Joline.”
Ze knikte. “Snap ik. Maar…”
Ik kapte haar af. “Anne? Kunnen jullie de hulp van één van de medewerkers van DT gebruiken? Marion de Groot. Is redelijk op de hoogte van de werkwijze van Duyvestein, omdat ze ons nu al gedurende bijna twee weken financieel bijstaat. Met één restrictie: onze directeur en haar direct leidinggevende moeten er nog mee akkoord gaan; ik spreek in feite voor m’n beurt.”
Anne d’r antwoord was duidelijk. “Als dat kan, Kees: heel graag. Geeft ons iets meer lucht.”
“Oké. Ik ga eens vragen bij onze directeur en een bos rozen kopen voor haar direct leidinggevende. Ehh… Voor het eind van de middag hoor je van me!” “Kees… Die leidinggevende… is dat die dame met dat blonde haar en die blauwe ogen, oftewel jouw echtgenote?”
“Verdorie, jij hebt ook alles door, Anne… Ja, dat klopt. Voor Fred koop ik geen rode rozen, hoor.”
Ze schoot onbedaarlijk in de lach. “Ik zie het voor me! En vervolgens gaan de roddels skyhigh. Nou, ik hoor het wel. Doeiii!”

Ik keek om en keek in een paar onheilspellende ogen: die van Fred. “Wou je vreemd gaan, Kees?” “Vreemd gaan? Hoezo?” “Nou, door voor mij géén rode rozen te kopen. Wij zijn samen getrouwd, eikel.” Ik zuchtte. “Oh ja, dat was ik even vergeten…” Ik trok een lachende Marion overeind. “Mee jij. Naar Theo.” Die was er simpel onder. “Als Marion kan helpen om die lui verder in de shit te werken: prima. Maximaal een week, Marion.” Die stak een duim op. “Regel jij het verder met Joline, Marion?” Ze keek sip. “Jij hebt betere argumenten, Kees. Die bos rozen, weet je nog?” “Schiet op, juffie…” Nu keek ze boos. “Er is er maar één die mij ‘juffie’ mag noemen, hier!” Ik knikte. “Ja. En daar ben ik samen mee getrouwd, dus ik mag dat ook, Marion.”
Ze mopperde nog wat en liep toen richting Backoffice. Om even later lachend terug te komen. “Sorry heren. Jullie zullen het een weekje zonder mijn parfum moeten doen.” “Nou ja”, zei Gerben droogjes, “dat scheelt hier in ieder geval de stank van pindakaas, Marion.” Ze zuchtte. “Kees: bel Anne maar op. Joline gaf ook haar fiat.”
“Fiat? Ze heeft een Mini, hoor!” Frits kwam ook even uit de hoek. Ik belde Anne.
“Hoi Anne, Kees weer. Jullie kunnen één week beschikken over een van onze medewerksters. Marion de Groot. Ik geef je haar even aan de lijn, dan kunnen jullie afspraken maken.”
“Mooi, Kees. Dank je wel!”
Terwijl Marion en Anne afspraken maakten keek ik de club rond. “Nou tot zover jullie uitkomsten. Ik neem aan dat die ondertussen bekend zijn bij de diverse directies? En dat jullie deze toko hebben aangeprezen als potentieel probleemoplosser?” Ze knikten allemaal en Rogier grijnsde: “Al druk bezig met problemen oplossen, Kees.” “Jajaja, jij hebt een voorsprong, dat weten we. Dan gaan we nu verder met fase 2 van dit project: zoek uit wat er exact moet gebeuren en maak daar een offerte op.”
Ik sloeg tegen m’n voorhoofd. “Shit! Dat is een van de dingen waar Marion voor bij ons zat… Stommeling dat ik ben!” Gerben zei kalm: “Zo’n probleem is dat nou ook weer niet, Kees. Wij zijn, op Rogier na, nog wel even bezig met het ontwerpen van die oplossingen. Tegen de tijd dat gereed is, is Marion al lang weer terug. Tenzij dat ze daar langer wordt vastgehouden wegens in het verleden begane zonden natuurlijk.” Fred baste: “Nou, dan is het niet te hopen dat men daar in Nijmegen achter komt, want dan zijn we haar voor twee jaar kwijt… Als al die pré-DT zonden van haar boven water komen…”
“Daar weet jij he-le-maal niks van, meneer van Laar!” Marion keek furieus. “Ik ben wel even met je pa, juffie. Of loop wel een keertje samen met André op. In weet alleen niet of die wandeling lang genoeg is.”
Marion keek me hulpzoekend aan. “Kéés…?” Ik knipoogde en Marion zuchtte. “Idioten… Enfin, met ingang van aanstaande maandag ben ik een weekje te vinden op het hoofdbureau van politie te Nijmegen. Daar is ten minste iemand te vinden die wél blij is met mijn aanwezigheid!” Ze keek nuffig. Fred trok haar even naar zich toe. “Daar zijn we hier ook best blij mee, hoor Marion. Ook al zitten die kerels hier je te pesten. Als mentor doe ik dat natuurlijk nooit…” Ze tikte hem op zijn neus. “Jokkebrokje van 110 kilo…”
En Fred bromde: “Hé! Jij heet geen Boogers, denk er aan!” “Ik zal Rob wel even vragen of hij je op je neus wil tikken, Fred.” We grinnikten. “Nee, laat maar. Dat doet hij waarschijnlijk met een nogal fors uitgevallen momentsleutel.” We gingen verder met een voorlopige inventarisatie van de ziekenhuizen, zodat we enigszins konden inschatten wat de ziekenhuizen aan reparaties en renovaties kwijt waren. “Een en ander ligt ook aan de prijzen van hun huis-installateurs, lui. Als je deze cijfers ergens moet presenteren: vertel er bij dat er een redelijke foutmarge in zit.”
Men knikte en ik keek op mijn horloge: 11:45.
“Marion, kun jij je even terugtrekken op het Backoffice of bij Irene? Dan kunnen deze knappe kerels zich in alle rust omkleden in sporttenue, zonder bang te hoeven zijn dat we door jou aangerand worden…” Een lachsalvo galmde door het bureau, waarop Theo zijn hoofd om de deur stak. Die ving nog nét de reactie van Marion op. “Kérels… Bah!”
“Hé stelletje gestoorden… Zitten jullie mijn liefste nichtje te verzieken? Laat ik het niet merken, potdorie!” Vingers, handen… En Theo lag weer eens op de grond. En Marion stak een vinger in haar mond en zei op een onschuldig toontje: “Ome Theo… Ze zitten me hier te pesten!” “Ga dan maar mee met meneer van Laar, meisje. Het dak op. Tot zo…” “Nou, daar heb je wat aan hoor, zo’n oom. Sjongejonge, wat een bechermengel…” Rogier grinnikte. Ik wees naar de deur. “Húp, Marion, wieberen jij. Omkleden. En nee, niet naar de groepsruimte van Miranda, denk er aan!” Ze giebelde. “Er is er daar in ieder geval eentje die er blij om zou zijn…” “Laat ik niet merken dat jij straks naar pindakaas stinkt, Marion!” Gerben keek waarschuwend.
Ze verdween, Irene met zich meenemend.

“Hoe doe jij dat als die meiden zich omkleden op het Backoffice, Fred?” Frits keek hem nieuwsgierig aan en Fred antwoordde achteloos: “Dan loop ik het bureautje van Jolien binnen en kleed me daar om. Dat mag hé, want ik ben samen met haar haar getrouwd…” En hij keek met een schuin oog naar mij, in afwachting van een reactie. Ik liet hem lekker wachten, ‘hapte’ niet. En toen een reactie van mij uitbleef, vervolgde hij: “Jolien kleedt zich dan samen met de meisjes om.” Ik stak goedkeurend mijn duim op. Even later stonden we buiten en renden we richting fitness. Mariëtte beulde ons aardig af met een aantal sprintoefeningen in de zaal, oefeningen voor het bovenlichaam, voor de biceps…
Tot de beruchte zin kwam: “Zo. Dit was makkelijkste deel…” Ze liet ons elk een matje uit de berging halen. En een plankje van 40 x 40 centimeter. “Leg dat plankje op het matje en ga er op staan. En nu je linkerbeen optrekken.” Oeps… Dat was niet zo simpel als het leek: het matje zorgde dat het plankje een piepklein beetje wiebelde, dus je moest alle zeilen bij zetten om je evenwicht niet te verliezen. Mariëtte liep rond en gaf links en rechts wat aanwijzingen. Toen verdween ze in de berging om weer terug te komen met… ik was er al bang voor… blinddoeken. “Doe bij elkaar een blinddoek om. En zorg dat er niemand kan spieken. Daarna je eigen matje weer opzoeken en op het plankje gaan staan.”
Ik blinddoekte Gonnie, die naast me stond. En zij mij. “Vang je me op als ik val, Kees?” fluisterde ze. Ik gaf geen antwoord, kneep even in haar hand en verdween naar m’n eigen stekje naast haar. “Goed… Vanaf nu: stilte.” En meteen kon je de bekende speld horen vallen.

Daarna de stem van Mariëtte: zachtjes en dromerig. “Jullie staan op een wolk, ver boven de aarde en kijken omlaag. Het waait een beetje, de wolk drijft voort. Maar je moet wel blijven staan: bij zitten of vallen verliest de wolk zijn draagvermogen en val je te pletter. Dus: blijven staan. En genieten van het uitzicht. Voor je zie je een enorm oerwoud. Kijk er naar en geniet ervan…” Ik zag niets, behalve een groot zwart vlak.

Een minuut later: “Draai een kwartslag naar links: de oceaan. Als je goed kijkt, zie je een walvis met haar jong zwemmen. Af en toe komen ze met hunnen ruggen naar boven en spuiten ze…” Tot mijn stomme verwondering keek ik inderdaad vanaf een grote hoogte naar de oceaan en zag een grote en een kleine walvis zwemmen en blazen…

“Draai je nu een halve slag om: dan zie je de woestijn. Een zee van geel zand, heuvels en dalen…” Ik draaide me met tegenzin om: dat beeld van de oceaan en die walvissen was veel te mooi. En van de woestijn zag ik niets; het werd zwart voor m’n ogen.

“Nu weer een kwartslag naar rechts… Een berglandschap. Een bergpiek die de stralen van de ochtendzon vangt… Prachtige kleuren bruin, rood en oranje…” Ik draaide me om en donderde bijna om van schrik: ik keek tegen ‘Spotters Peak’ aan, de berg die in Afghanistan op onze base neerkeek. “Potdomme!” hoorde ik schuin achter me: Fred. Ik rukte de blinddoek af en zag Fred hetzelfde doen. We keken elkaar verdwaasd aan.
En Mariëtte keek bezorgd en klapte in haar handen. “Wakker worden! Blinddoeken af! Joline, neem de club mee naar de hal. Daar blijven wachten.”
Ze liep naar Fred en wenkte mij. Mocca liep met haar mee.
“Wat is er aan de hand?” Fred antwoordde, terwijl hij zijn hoofd snel heen en weer schudde. “Ik was in één klap terug in Afghanistan, Mariëtte…” Hij keek me aan. “Ik zag Spotters Peak, Kees. Vanaf de appélplaats op kamp Holland, ’s morgens vroeg. Ik schrok me dood!”
Mijn mond viel open. “En ik zag exact hetzelfde, maat. Donderde bijna om van schrik. Zó levensecht…”
Ik keek ging zitten en keek Mariëtte aan. “Dit was waarschijnlijk niét je bedoeling, Mariëtte, maar… doe dit alsjeblieft nooit meer. Ik kreeg bijna een hartstilstand.”
“Hier nog eentje”, gromde Fred. Mocca kroop tegen me aan. “Hoi mooie hond… Je bent braaf.” Hij gaf me een lik en liep toen naar Fred en likte zijn hand toen hij de hond even aaide. Mariëtte keek nadenkend.
“Sorry jongens, dit spijt me echt. Deze oefening is bedoeld om fijne gevoelens op te wekken uit je onderbewuste. Meestal is het beeld van de zee met die walvissen het meest succesvol, omdat iedereen die beelden wel eens op Discovery of National Geografic heeft gezien. Een berglandschap scoort ook hoog, vaak met herinneringen aan wintersport of zo. Maar dat jullie meteen terug zijn in Afghanistan… Dat had ik niet kunnen vermoeden. Dan had ik een ander beeld opgeroepen. Nogmaals: sorry!”
“Jij kon niet weten welke beelden er in onze koppen zitten, Mariëtte. No hard feelings. Dat beeld over zee, met die walvissen, was prachtig.” Fred zei het zachtjes. Ik vulde aan: “Ik miste alleen mijn harpje…”
Fred begon te lachen, Mariëtte keek niet-begrijpend. “Het oeroude beeld van iemand die overleden is, Mariëtte. Zittend op een wolk, de wereld onder zich bekijkend en ondertussen de Schepper lovend met muziek op zo’n ouwe harp van wijlen koning David.”
Ze schudde haar hoofd en Fred vulde aan: “Nee, dan die bugel van jou… Dát is lekker om aan te horen als je dood bent. Tot in de eeuwigheid dat getoeter aan je kop. Ik hoop dan maar dat die wolk van jou héél ver van die van mij zweeft, anders draai ik dat ding nóg een keer om je dooie nek, Kees.” Ik haalde mijn schouders op. “Dan moet je eerst bij me zien te komen, maat. Door jouw gewicht zal jouw wolk wel een paar duizend voet onder die van mij hangen…”

Mariëtte liet haar masker van ‘strenge sportgoeroe’ vallen en schoot onbedaarlijk in de lach. “Hahaha… ik zie het voor me… Kees die lekker op z’n bugel staat te blazen en Fred die woedend wanhopige pogingen doet om bij hem te komen om Kees nóg een keer te vermoorden…” Ik keek Fred aan. “Weet je, Fred… Ik vind het best knap van ons tweeën dat wij, zonder twee jaar in Tibet te hebben rondgelopen, dit beeld bij onze lieftallige sportbeul hebben kunnen opwekken.” Hij bromde: “Daar zeg je wat… Goed bezig!”
Mariëtte keek van de een naar de ander. “Gelukkig kunnen jullie er geintjes over maken. Da’s goed. Voor mij een leermomentje. Nogmaals: sorry.” Ze bukte zich en aaide Mocca. “Dit zou zo maar eens een PTSS-hond kunnen worden, heren. Dit dier is zó sensitief…” ”Tot die conclusie waren wij ook al gekomen, Mariëtte”, bromde Fred. “Maar dat is dan ook het enige sensitieve wezen wat er in huize Jonkman rondloopt, vrees ik.”
Ze ging even op de grond zitten en keek me aan. “Mag ik deze mooie hond even bedanken, Kees?” Ik knikte en ze sloeg haar armen om Mocca heen en duwde haar hoofd tegen Mocca z’n kop aan. Normaal liet de hond merken dat hij het niet op prijs stelde als hij in zijn vrijheid werd beperkt, en zeker niet door ‘vreemden’. Nu liet Mocca het echter toe, begon niet te spartelen of te blaffen. Hij stond daar, naast Mariëlle die hem zachtjes heen en weer wiegde. En de staart ging rustig heen en weer. Mariëtte keek op.
“Wat een heerlijk dier… Eén en al rust en stabiliteit. Zuinig op zijn, Kees!” Ik antwoordde: “Weten we, Mariëtte. Maar het is niet ‘onze’ hond hé. Mocca gaat over een aantal weken naar Herpen om opgeleid te worden tot Hulphond.” Ze knikte. “Weet ik. Maar Joline en jij hebben nu de verantwoording over dit mooie dier. Dus: zuinig op zijn!”
“Zeker, strenge gymjuf…” zei ik met een grijns. Ze stompte me, voor het eerst trouwens. “Je kunt nog geintjes maken. Gelukkig.” “We zijn wel wat gewend, Mariëtte”, bromde Fred, terwijl we naar de rest liepen. Vragende gezichten keken ons aan. “Fred en Kees kregen wat andere beelden op hun netvlies dan ik bedoeld had, mensen. Niet de bedoeling van deze oefening en ik heb m’n excuses ook aangeboden. Deze oefening ging voor hen té ver. En nu: terug naar DT, lekker lunchen en alvast een goed weekend gewenst!”
We renden weer terug. Joline had er de vaart goed in. Prima. Even dat beeld kwijtraken… Spotters Peak, of all places, potdomme… Tijdens het eten kwam Fred naar me toe en we bespraken het voorval even. En tot onze stomme verwondering hadden we beiden hetzelfde gezien: de berg in het ochtendlicht, terwijl Kamp Holland nog in de schaduw van de andere bergen lag. We keken elkaar aan. Dit was wel héél frappant…
“Die sportgoeroe kan méér dan ze ons laat zien, Kees.” Ik knikte. “Ja. En nogmaals: in de middeleeuwen zou ze als heks verbrand zijn. Zeker weten. En nu laten rusten, grote vriend. Vanavond na dansles nog even samen met Jo en Wilma bespreken om alle druk er af te laten gaan, oké?” Hij knikte. “Goed plan.” ’s Middags moest ik nog wat ‘teamleiders-ellende’ wegwerken. Declaraties goedkeuren, overuren, Marion haar detachering verwerken… Om drie uur mailde ik het spul naar Denise. Zo. Ook weer achter de rug. Nu thee, nog even wat technisch werk, daarna ‘schoon schip’ maken voor het weekend…

Half vier kwam Denise, samen Joline mijn bureau binnen en sloot de deur. “Wat is dit, dames? Die deur blijft open.” Joline schudde haar hoofd. “Nee, Kees. Wat is er aan de hand? Normaal ben jij best wel precies in dit soort dingen, maar nu zag Denise een aantal fouten die wij niet van je gewend zijn. Nogmaals: wat is er aan de hand? Zit dat gebeuren bij Mariëtte je dwars?” Ze keek weer eens door me heen. “Dat zou kunnen, Jolien. Zowel Fred en ik schrokken ons kapot. Vanavond, na dansles wilden we het even met jou en Wilma bespreken…”
Ze keek me strak aan. “Oké. Mevrouw van Laar kan daar ook wel iets zinnigs over zeggen, denk ik. Maar je gaat dit niet opkroppen, Kees!” Ik schudde mijn hoofd. “Ik kijk wel uit, schat. Ik wil graag een beetje normaal verder leven.” Ze knikte. “Graag. Hoewel jouw leven allesbehalve normaal is… Majóór!” “Zeker schat. Ik ben met jou getrouwd, schat…”
Ze gromde. “Je kunt ten minste nog geintjes maken, dat is alvast iets.” Daarna legde ze de uitdraaien van mijn ‘teamleiders-ellende’ op mijn bureau. “Weg met dat technische spul op je beeldscherm en dit spul nakijken en verbeteren. Niet goed is opnieuw, Kees Jonkman!” Denise glimlachte.
“Zo. Nu hoor je het eens van een ander, Kees.” Ik mopperde: “Van een ander? Ik hoor dit thuis al veel te vaak, potdorie… Jaja, ik lig alweer…” Na de boetedoening klom ik achter het beeldscherm en beide dames verdwenen.
Ik keek het spul na: ja, drie knoepers van fouten. Eén keer een komma verkeerd; Frits zou deze maand 1.283,70 euro aan reiskosten hebben gekregen, in plaats van 128,37 euro. En Gerben had in november niet 1,5 overuren gemaakt maar 15. En Rogier z’n reiskostenvergoeding had ik weer op ‘Nijmegen’ gezet, in plaats van ‘Arkel’… Prutser die ik was…
Met de verbeteringen gearceerd stuurde ik het handeltje weer naar Denise. Ik de mail een kattenbelletje: ‘Sorry voor de blunders! Waarmee kan ik het goedmaken?’ Een minuut later een mailtje van Joline. In hele grote letters: ‘Niks goedmaken met Denise, Casanova!’ Ik grinnikte. Denise had mijn mail meteen aan Joline laten zien, dat was wel duidelijk… Ik mailde hen allebei. ‘Verdikkeme… Betrapt door de blonde feeks van Gorinchem.’ Met een huilende emoticon er achter. Zo. weer opgelost...
Vier uur! Ik liep de groepsruimte in. “Heren… Zou u zo vriendelijk willen wezen om de resultaten van uw noeste arbeid op te bergen waar het hoort en de bezem en de stoffer en het blik door deze ruimte te willen halen? Dan is Henriëtte, onze reinheidsengel, ook weer vrolijk.” Er werd even later grondig schoongemaakt. Iedereen had zo z’n eigen taakje en tien minuten later waren de groepsruimte én mijn bureautje netjes en weer gereed voor de maandag. We ploften nog even op de stoelen om de week door te nemen, maar er was niet veel bijzonders te melden.
Toen namen we afscheid van Marion. “Goed opletten, dame! De gemeente Nijmegen heeft fors geïnvesteerd in snelheidscamera’s!” Ze haalde haar schouders op. “Dan kan ik altijd zeggen: “Sorry! Ik werkte in die week voor de politie. Spoedgeval!” “Zo werkt dat niet, dametje”, bromde Fred. “Bovendien… Kan die Panda van jou wel harder dan vijftig kilometer per uur?” Ze stak haar tong uit. “Doe je best, Marion!” Even daarna liepen we DT uit. “Tot straks, Kees. En Rob.” Fred stapte in zijn auto, Joline, Mocca en ik in de Volvo.
Joline reed, ik zakte achterover in de bijrijdersstoel. En deed m’n ogen dicht. Verdomme… ik was écht geschrokken door Mariëtte haar stukje yoga… “Kees! Overeind, we zijn er bijna.” Ik gaapte. “Nú al?” “Ja, mooie meurbaal. Mocca en jij deden weer eens een wedstrijdje ‘zagen’. En wie moest er weer wakker blijven? Je lieftallige echtgenote.” Ze keek plagend. “Jij kookt vanavond. En niet te veel; we gaan straks dansen.” Ik knikte. “Ja, daar word ik wel wakker van, denk ik. Al die dames, mooi opgedoft…” Ze snoof.
Eenmaal boven sloeg Joline haar armen om me heen. “Hé, mooie vent… vertel eens: wat was er nu exact bij Mariëtte aan de hand?” Ik plofte op de bank. “Toen zij begon met haar stukje meditatie: ik heb geen oerwoud gezien. Niks. Alleen de binnenkant van m’n oogleden. Die zee? Die zag ik wél, inclusief die twee walvissen, een grote en een kleintje ernaast. Levensecht, Jolien. Eerst onder de waterspiegel, toen kwamen ze boven om adem te halen… Prachtig! Toen de woestijn: niks.
En toen ze over dat berglandschap begon, met die kleuren: in een fractie van een seconde stond ik op de appélplaats van Kamp Holland, vlakbij de plaats waar Peter gesneuveld was. En ik keek naar Spotters Peak in de ochtendzon… Verdomme!” Ik stond op en keek naar de foto die boven de bank hing. “Dít zag ik, schat. Deze foto is op die plek gemaakt. Exact hier stond ik. En ik róók Afghanistan. Dat was misschien nog wel het meest confronterende. Houtvuur. De geur van onze wooncontainers. Van vliegtuigbrandstof, nadat er een kist was opgestegen… Dat kwam als een bom bij me binnen, Jolien.”
Ze knikte langzaam. “Geur associeert het snelst hé?”
“Ja. Beelden zeggen veel, maar als je de geur er bij ruikt… Dan bén je terug. Net als de geur van verbrandende bruinkool: dan ben ik meteen terug in Bosnië. Ik dacht dat ik het kwijt was, Joline…” Ze legde een arm om me heen. “Je was daar niet alleen, Kees. Fred was er ook, op datzelfde moment.” Ondanks alles moest ik grinniken. “Ja. Ik heb ‘m alleen niet gehoord, dat was wel jammer. Had hij zich weer een keer of twintig kunnen opdrukken. Want hij heeft daar regelmatig lopen tieren…”
Ze legde haar hoofd tegen mijn schouder. “Vraag vanavond eens aan Fred naar de naam van die psychologe die hem heeft afgepeld. Je weet wel, die Staphorster maagd. En daar maak je een afspraak mee, Kees. Ze heeft Fred enorm geholpen; nu is het jouw beurt.” Ik keek haar aan. “Méén je dat? Ik hoef niet zo nodig naar een zielenknijpster, schat.” Ze keek me recht aan. “Ja, dat moet je wél. Jij doet wel lekker stoer en lollig, maar ergens diep in jouw hersenen zit nog steeds een kruitvat, Kees. En nee, dat is niet die drogisterijketen. Ik wil dat je met een expert hierover praat. En die dame is dat.” Ze giechelde. “Tenslotte heeft zij onze Backoffice-Bokito kunnen temmen…”
Ik schoot in de lach, daarna keek ik in die eindeloos diep-blauwe ogen. “Oké, schat. Als jij dat wil, doe ik dat. Ik ga maandag bellen, oké?” Ze knuffelde mij. “Goed zo. Gehoorzamen of klappen krijgen. En nu gaat dit meisje wat te eten maken; jij niet, want dan brandt het eten waarschijnlijk aan. Zet een mooi stuk muziek op en ontspan even, Kees. Ik maak een paar tosties. Lekker simpel. Na dansles eten we nog wel iets.” Ik plofte op de stoel tegenover de bank en keek naar de foto van Spotters Peak. Ja, zo had ik die berg tientallen keren bekeken: ’s Morgens vroeg, met de zon nét boven de bergen, Kamp Holland nog in de schaduwen en Spotters Peak ving al zon… Tientallen schakeringen geel, bruin, rood, grijs en, waar er nog schaduw was, zwart. Dat duurde hooguit een kwartier, dan was ook Kamp Holland in de zon en was de betovering verdwenen.
Bovendien kwam het kamp dan goed tot leven: motoren werden gestart, het eerste vliegtuig wat opsteeg of juist landde, stof begon op te dwarrelen, mannen liepen rond, kortom: einde rust. En soms de eerste raketten die insloegen… Vaak vlák nadat het kamp in de zon kwam te liggen en de lucht nog helder genoeg was om de inslagen waar te nemen vanaf Spotters Peak… De 107mm raket die Peter had gedood was ’s morgens vroeg ingeslagen, op ongeveer net zo’n moment als ik deze foto gemaakt had…
Ik beende naar de gang, en ging voor de foto van Peter staan. “Zo vriend… Dat was even schrikken vanmiddag. Gelukkig heb ik een fijne bud en een lieve vrouw, die houden Kees wel in de gaten. Net zoals jij dat deed destijds…” Even stond ik nog te kijken en te peinzen, toen voelde ik iets langs mijn been: Mocca. Ik knielde. “Ja, jij houd me ook goed in de gaten, mooie hond…” Ik streelde hem en hij ging op zijn rug liggen. Toen ik over zijn buik aaide gingen de ogen half dicht en ontspande de hond. En ik ook…
Een momentje later kwam Joline erbij; ze legde een hand op mijn schouder, zei verder niets, maar die hand was óók een anker voor me. Ik kwam overeind. “Dank je wel, schat.” Ze glimlachte. “We houden elkaar in de gaten, Kees. Jij mij en ik jou. En niemand komt daar tussen.” Ze kuste me, trok me tegen zich aan en legde haar handen op mijn rug. En die handen gleden even later over m’n billen. “Lekker kontje…” hoorde ik zachtjes. Ik grinnikte. Toen maakte Joline zich los. “Kom. Tafel dekken en lekker eten, Kees. Daarna omkleden: dansles met al die andere gekken.” “Ja, dat is wel goed om dingen van je af te zetten, schat.” Ze grinnikte. “Niet letterlijk, Kees. Geeft zo’n troep op de dansvloer. Mocca, Kóm!” De tosties gingen er goed in, samen met een glas jus. Joline maakte er nog twee, die verdwenen in de koelkast. “Voor vanavond.”

Een half uurtje later liepen we keurig gekleed in danstenue bij Carlos naar binnen. “Jullie zijn vroeg, Joline. De eersten van jullie groep.” Ze haalde haar schouders op. “Iemand moet de eerste zijn, Carlos. Vanavond zijn wij dat.” Hij keek naar Mocca. “Mag ik jullie hond even aanhalen?” Joline grinnikte. “Alleen als je beloofd een keertje een complete tango met me te dansen vanavond, Carlos.” Hij keek mij aan. “En wat vind jij van deze schandalige omkoperij, Kees?” Ik keek ernstig. “Nou ja… Liever dit dan omgekeerd, Carlos. Dat je Joline wil aaien en in ruil daarvoor een tango met Mocca moet dansen. Dán zou ik wel bezwaar aantekenen, ook al ben je best een sympathieke vent.”
En anders ik wel, gringo!” Juanita’s stem klonk bij de deur. Ze leunde tegen de deurpost, armen over elkaar, een strenge blik richting Carlos. Ik liep naar haar toe. “Juanita… Zullen wij, als jouw vent en mijn echtgenote lekker aan het dansen zijn, óók leuke dingen met elkaar gaan doen?” Haar houding veranderde niet, de blik in haar ogen ook niet. Nog steeds de boze, zuid-Amerikaanse vrouw die haar man leek te betrappen op een slippertje.
“En wat had de heer Jonkman dan wel in zijn gedachten?” “Nou… de muziek draait dan toch al: als wij dan ook een tango dansen?” Nu pas lachte ze. “Een jaar geleden had jij ‘het dansen van een tango’ niet in de categorie ‘leuke dingen doen’ geschaard, Kees!” “Met jou wel, schoonheid…” Achter me klonk: “Kees Jonkman, je bent een enorme charmeur. Staat daar zomaar de eigenaresse van de dansschool te verleiden…”
Joline lachte me uit. Carlos bukte zich naar Mocca. “Hé mooie hond…” Mocca kwispelde, die vond het wel best. Als hij maar aandacht kreeg… Stuk voor stuk kwam de rest binnen: Claar met Ton, Mel met Rob, Angelique met Henry en meteen er achteraan Fred en Wilma. En, na een kleine onderbreking Margot met Gerben en Lot met Rogier. Met stuk voor stuk een kwinkslag of een dreun op iemands schouder… De gevatte opmerkingen vlogen weer door de lucht.
En Mocca trippelde van de een naar de ander, die had ook plezier. Ik keek even naar de bar: Gerda en Hans stonden er achter. Ik wenkte Gerda. “Kun jij straks Mocca weer onder je alcoholische hoede nemen als wij over de vloer zwieren, Gerda?” Ze knikte gretig. “Prima, Kees. Zo’n mooi dier? Altijd.” “Dank je wel. En om hem om te kopen: hier zijn alvast wat brokken. Goed gedrag mag je belonen, verkeerd gedrag is simpelweg ‘Nee!’ En hij kent dat woord bliksems goed, laat je niet foppen!”
Ze knipoogde. “Ik heb een jonger broertje. Heb wel wat ervaring.” “Arme knul…” mompelde ik en ze trok een gezicht.
“Dames, Heren… Wilt u zich naar de zaal begeven?” Juanita wees. Ik liet Mocca achter bij Gerda en liep tussen Fred en Melissa de zaal in. “Nou, daar gaan we weer, Kees…” bromde hij. “Ach kerel, heb je het zo moeilijk? En je hoeft niet eens je bruiden uit elkaar te houden!”
Melissa keek hem aan en Fred zuchtte. “Ik heb zwaar medelijden met jouw vent, mevrouw nu-nog-Jonkman-maar-dat-gaat-over-een-tijdje-Boogers-worden.” Melissa stak haar neus in de lucht. “Alles aan jou is zwaar, Fred. Dus ook je medelijden. Dat het zwaar is hoef je me niet te vertellen, dat ziet iedereen zo wel.” Ik gaf haar een high-five. “Goed zo Mel!”
“Ehhh… Claar, Kees.”
Ik keek haar aan. “Je kunt een boel lui besodemieteren zusje, maar mij niet, denk er aan.” Ze zuchtte. “Verdorie… Denk je de schuld lekker op Claar te kunnen schuiven, prikt die broer van me je dekmantel door…” “Dank je wel, Kees. Ik was er bijna ingetuind. Maar goed, voor vanavond weet ik: Mel in een groene jurk, Claar in een rode. Makkelijk.”
“Hoho maat. Die garantie heb je totdat de dames samen naar het toilet gaan. Daarna wordt het gokken, want ze kunnen bliksemsnel van jurk wisselen. Hebben ze vaker gedaan. Dus: kijk uit.” Melissa lachte. “Goed opletten dus, Fred… Doeiii!”
“Ondanks dat ik ze nu ruim een jaar ken: die zussen van jou blijven krengetjes, Kees. Ik begrijp niet dat uit zo’n stel lieve en oppassende ouders zowel zo’n rustig type als jij én twee van die rooie duivels zijn voortgekomen.” “Vraag het ze bij gelegenheid maar eens. Als mijn moeder dan plotseling een knalrood hoofd krijgt, weet je hoe laat het is. En nu opletten, Juanita wil iets zeggen.”

Die kondigde de eerste dans aan: gelukkig een rustige wals. Goed om de spieren even los te maken. Want die hadden bij de training van Mariëtte vanmiddag een beste optater gekregen. Joline gleed in mijn armen. “Hé knappe vent… Lekker walsen met je eigen Jolientje?” Ik knipoogde. “Voor ‘Jolientje’ heb je de verkeerde kleren aan, schoonheid. Je bent nu ‘Joline’, de ster van de avond.”
En daarvoor was ze ook gekleed: een mooie, lange blauwe jurk aan exact in de kleur van haar ogen. Wijd, met een split aan één zijkant, waardoor een been af en toe tot boven de knie zichtbaar werd. Bij een rustig deel van de wals knuffelde ik even in haar nek. “Je geeft me kippenvel, Kees.” “Je bent dan ook een heel lekker kippetje, Jolien…” Een vermanende blik volgde. “Kakel ik dan zoveel?” “Nee, dat zijn de hanen, schat. Beter opletten met Biologie.”
Ze zuchtte maar weer eens. “Ik denk dat ik mijn toevlucht maar bij Rob en Ton ga zoeken. Die zijn ten minste complimenteus en vergelijken me niet meteen met de kiloknallers van de Aldi.” We gniffelden samen en dansten verder.
Na de eerste dans demonstreerden Carlos en Juanita een nieuwe dans: Latin Rock! Was het bij de ‘normale’ Zuid-Amerikaanse dansen al behoorlijk werken, dit was een dimensie heviger! Ik keek Joline aan. “Ik dacht dat we de sport voor vandaag al gehad hadden…” Ook zij keek nogal twijfelend: Juanita lag op een gegeven moment bijna in spagaat op de grond, terwijl Carlos er omheen trippelde. Op z’n tenen. En met een uiterst arrogante blik naar zijn vrouw op de grond keek.
“Volgens mij hebben die twee vanavond voldoende reden voor goedmaakseks, Kees. Als jij het in je hoofd haalt om mij zo op de grond te flikkeren en vervolgens zó naar me te kijken… Dan ga je wat beleven, vriend!” Joline keek me aan, haar ogen fonkelden. “Tijdens de goedmaakseks ga ik zéker wat beleven, schat… Ik zie er nu al naar uit.”
Wij waren niet de enigen die het was opgevallen: toen de dans afgelopen was zei iemand uit het gezelschap: “Moeten wij even weggaan, Juanita? Dan kunnen jullie even met elkaar praten. Zo te zien hard nodig…” Ze lachten en Juanita trok Carlos even tegen zich aan. “Nergens voor nodig hoor. Dat hoort er allemaal bij. Deze dans heeft wél te maken met huwelijkse ontrouw… De dans is geschreven op een lied wat over overspel gaat en vergeving. En ja, het is Zuid-Amerikaans, dus de vrouw is weer eens de boosdoener…”
Ze pauzeerde even, duidelijk een opmerking afwachtend, maar tot mijn verbazing kwam er geen sneer. “…vandaar dat de dame op een gegeven moment bijna op de grond ligt en de heer haar verwijtend aankijkt. Maar goed, op een gegeven moment trekt hij haar weer omhoog, geeft haar ex-minnaar een dreun, vandaar die uithaal met zijn rechterhand in de lucht, en dan dansen de echtelieden samen verder, tot het lied ten einde is.” Ze keek ondeugend. “En wat er daarna geschiedt, is samen te vatten met de zin: ‘En ze leefden nog lang en gelukkig…’
Gelach vulde de zaal. Carlos vulde aan: “Tijdens de eerste uitvoering van deze dans, ergens begin 1900 in San José, had de echtgenoot een revolver in een holster aan z’n riem. En in plaats van de uithaal die ik zojuist deed, haalde de danser van toen die revolver uit de holster en schoot de imaginaire minnaar neer. Maar ja… ik heb geen revolver en bovendien zou de politie hier een inval doen als hier elke avond geschoten werd. Gaan we niet willen.” “Bovendien danst het nogal onprettig met een vent die zo’n schietijzer aan z’n heup heeft hangen”, vulde Juanita rustig aan. “Zeker als je, wat bij deze dans regelmatig moet, heup tegen heup danst.” Gelach.
“Goed, dames en heren… We doen het nog een keertje voor, alleen dan nu in een wat rustiger tempo. Voor de dames met een strakke rok: niet meteen in die spagaat vallen, want dan scheurt u uit uw rok.” Ik ving een ondeugende blik van Charlotte richting Jolien op en wist meteen waar die aan dacht: de eerste wandeling bij DT, toen ze haar rok openhaalde aan het prikkeldraad bij de paardjes.
En tot mijn verwondering zei Lot: “Ach, Carlos daar heb ik wel ervaring mee. En Jolien is heel goed in … ehhh… verstelwerk.” Een paar lui van DT schoten gierend in de lach, Joline kreeg een kleur en snauwde: “Kijk jij uit, mevrouw Boogman?” Lot stak haar tong uit. Juanita keek van de een naar de ander en zei: “Dat mogen jullie in de pauze even uitleggen, dames. Maar nu opletten!” Het eerste deel van de dans was typisch ‘Latin’: aantrekken, afstoten, draaien enzovoort, tot de muziek heviger werd en culmineerde in een opzwepend ritma en de dansers vér van elkaar af dansten, nog nét met de handen aan elkaar.
En dan, met een nadrukkelijk glissando van de muziek, moest de dame naar de grond gaan en veranderde de muziek in een laag, somber langzaam ritme, waar de heer dus, dreigend kijkend, om de dame heen moest …tja, wat was het? dansen? Zo kon je het bijna niet noemen. Hij moest langzaam, op z’n tenen lopend, om de dame heen gaan. Om dan, vanuit het niets, de denkbeeldige ‘minnaar’ tegen de vlakte te meppen. Geen inleiding in de muziek, héél even stilte en dan BÁM! Eén dreun op een pauk.
“De timing voor die klap is cruciaal, mensen. Ben je te vroeg, dan komt de muziek als mosterd na de maaltijd, ben je te laat dan heeft het een beetje ‘Charlie Chaplin-effect’. Exact op tijd doen dus. Tijdens de eerste opvoeringen was er geen pauk, maar werd de klap veroorzaakt door het schot zelf.” Hij grinnikte. “Volgens de recensenten ging dat af en toe de mist in omdat de revolver weigerde. Die dingen waren toen niet zo betrouwbaar. Of de munitie niet, daar heb ik geen verstand van. We oefenen het een paar keer.”
Ton stond naast me en fluisterde: “Ik zal m’n Glock volgende week wel meenemen. Die weigert niet.” Ik grinnikte, maar Claar had het ook gehoord. “Dat laat je maar mooi uit je lompe Infanteriehersens, Ton Boogers! Onze oren vernaggelen tijdens dansles? Ik dacht het niet!” “Schatje, als iemand jou te na komt, denk ik dat die Glock écht wel in actie komt hoor. Al was het alleen maar om jouw maagdelijkheid…”
Té laat!” Claar en ik zeiden het tegelijkertijd en gniffelden.

Al met al moesten we hard aan de bak tot de pauze. En Lot en Mar verrasten iedereen door op het juiste moment keurig in spagaat op de vloer te donderen. Een ander woord had ik er niet voor. En ze bleven ook keurig rechtop zitten! Juanita bekeek het waarderend. “Nou, dat hebben jullie vaker gedaan, dames. Complimenten; ik moet, voordat we deze dans gaan oefenen, altijd even warmdraaien. Want zonder goeie warming-up gaat me dat niet lukken!” En Angelique, die best lenig was, keek het ook met een wat somber gezicht aan. “Dat is mij ook even een brug te ver, meiden.”
Henry trok haar tegen zich aan. “Zal ik vanavond je trainer zijn, schatje?” Een lachsalvo schalde door de zaal en An keek hem nogal nadrukkelijk aan. “Is goed hoor. Dan mag jij het een paar keer voordoen.” Daarna bel ik 112 wel.”

Nogal bezweet konden we na een uurtje even pauze nemen. En met de hele club rond een grote tafel zei Fred: “Er zijn momenten dat ik blij ben geen meisje te zijn. Vanavond heb ik een aantal van die momentjes gehad, lui.” Wilma keek hem geringschattend aan. “Wij ook. In weet niet of de fundamenten van dit gebouw bestand zijn tegen 110 kilo die in één klap op de grond donderen, Fredje. Nog even los van het feit ik dan je rok of jurk weer dicht moet naaien.”
En meteen snauwde ze achteraan: “Géén semi-lollige opmerkingen nu, majóór! Dan slaap je vannacht in de logeerkamer in Rhenen!” Joline aaide hem over zijn hoofd. “Arme knul… Kom maar bij Jolientje hoor. Dat mag, want daar ben je ook mee getrouwd…” Wilma keek mij aan. “Kees… kun jij zo’n buks van je ophalen?” Ik schudde mijn hoofd. “En dan jij mijn echtgenote neerschieten? Wat denk je zelf? Jouw vent is ook samen met Jolien getrouwd hoor. Maar als je nu een aanval van chronische jaloersheid krijgt: kom maar bij de vent waar jij ook samen mee getrouwd bent, Wil.” Ze gniffelde. “Kom maar even bij Wilma, mooie vent…”
En ze trok mijn hoofd tegen zich aan, iets boven haar borsten. “Jij hebt pluspunten, Wilma…” Een boze blik van Joline ging mijn kant uit. “Kijk uit wat je zegt, Kees!” Ik voelde Wilma lachen, toen liet ze los en giebelde, samen met Joline. “We houden die twee macho’s wel in toom, Wilma.” Die knikte.

Ik stond even later op om aan Gerda te vragen hoe Mocca zich gedragen had. “Keurig, Kees. Netjes achter de bar gelegen toen wij beizg waren en toen jullie aan het dansen waren zat hij naast me te kijken. Wát een braaf dier.” Hans, de andere barkeeper, kwam er even bij. “Kees… Een paar weken terug had je over een eventuele stageplek. Is die nog beschikbaar?” Ik knikte. “Goeie studenten zijn bij DT altijd welkom, Hans.” “Kan ik binnenkort eens komen kijken? Ik heb ook goeie verhalen over jullie bedrijf gehoord. En wat ik hier zie, de manier waarop jullie met elkaar omgaan… Want jullie groepje bestaat toch uit werknemers van DT?” “Niet allemaal. Er loopt ook een luitenant van de Infanterie rond en twee rooie studentes uit Wageningen. De rest… ja, dat zijn collega’s.” Heb je maandag tijd?”
Hij dacht even na. “Maandagmiddag. ’s Morgens een college wat ik niet wil missen.” “Mooi. Kom maandagmiddag rond drie uur maar langs. Dan kletsen we even en maak je kennis met Theo, onze directeur. Hij vind het sowieso prima dat we stageplekken bieden. En als jij je papieren meeneemt, je cijfers van toetsen en werkstukken… Heb je een eigen auto?” Hij schudde zijn hoofd. “Nee. OV.” “Geen punt, dan rij je met ons mee terug en zetten we je wel in Eindhoven af.” Ik keek naar Gerda. “En jij, dame? Want jij zat toch ook om een stageplek verlegen?”
Ze lachte. “Die heb ik, Kees. Bij ASML. Lekker makkelijk, om de hoek.” “ASML? Zóóó… da’s mooi. Bij een van de meest toonaangevende bedrijven in de regio!” Ze knikte. “Ja. Blij mee.” Ik zag Joline wenken. “Sorry, dame en heer… Her masters voice is calling.” Ik liep de danszaal in. Carlos zei: “Zo. Ik hoop dat uw vochtvoorraad weer goed is aangevuld; dat is voor ons weer een stukje inkomsten. We doen het nu even kalm aan met een paar walsen.”
Pfff… Gelukkig. Terrein waar ik wat beter op thuis was. Gelukkig vonden Carlos en Juanita blijkbaar ook dat we genoeg hadden afgezien; na de pauze klonk er alleen walsmuziek. Lekker. En voor we het wisten werd de laatste dans aangekondigd: lekker, op de muziek van ‘The second walz’ van Dmitri Sjostakovitsj. Het handelsmerk van André Rieu. Ik kon ontspannen met Joline dansen, genietend van zowel de muziek als mijn vrouw tegen me aan. Even ontspannen, Kees… En ik realiseerde me dat dit zo ongeveer de eerste keer was dat ik dát dacht: ontspannen tijdens dansles. En na de dans zei ik dat dan ook tegen Joline.
Ze glimlachte. “Goed om te horen, Kees.” Een snelle kus volgde. We liepen naar Gerda, verlosten haar van Mocca en gingen bij de groep zitten. Clara verzuchtte: “Ik heb na de pauze lekker kunnen uitrusten, mensen. Voor de pauze was meer een sport- dan een dansles. Op deze manier kunnen Mel en ik over een paar weken zonder problemen met de vijfkamp meedoen.”
Ton gniffelde. “Dan doe ik ook wel mee, Claar. Ik ben vrij goed in het onderwerp ‘kogelstoten’. Welke kogels, dat laat ik even in het midden.” En met een blik op Angelique en Henry vervolgde hij: “Er zijn kleintjes bij.” Angelique keek nuffig. “Luitenant: fysiek mogen wij wellicht wat onder het Nederlandse gemiddelde zitten, qua IQ scoren wij best wel aardig. Kijk dus gerust uit met wat je zegt, anders zal ik je verbaal even onder de groene zoden schoffelen. En op welk gebied wij nog meer hoog scoren: daar zal ik niet teveel over uitweiden, maar… hebben jullie het al eens in een badhokje gedaan?” Claar trok een gezicht. “In een badhokje? Echt niet, gatverdamme. Voor je hedt weet glij je uit en heb je een week later voetschimmel op je buik.”
Angelique keek triomfantelijk. “Wij wel. Ging prima, nietwaar mooie vent?” Henry grijnsde. “Voor ons is dat wellicht wat makkelijker dan voor die lange lummels, schat.” Claar bleef smerig kijken “Het woord ‘badhokje’ staat in ieder geval niét op onze bucketlist, ben jij gek.”
Op Henry z’n gezicht verscheen een langzame lach. “Saaie lui zijn jullie hoor… Wat staat dan wél op jullie bucketlist, Claar?” Die werd een beetje rood en ook Ton aarzelde. Rogier nam het voortouw. “Oké lui… We hoeven niet iedereen z’n complete bucketlist te horen, maar één plekje willen we wel eens weten. Compleet met of die plaats voorzien is van een vinkje, oké?”
Hij keek opzij, naar Charlotte en die knikte breed lachend. “Oké, dan trappen wij af: op de hooizolder van de manege. Afgevinkt.” Margot’s mond viel open. “Wát? Wanneer?” “Twee weken terug, zus. Toen was jij met Bella uit rijden. En bleef wat langer weg. Het kriebelde een beetje, maar was wel heel spannend…” Lot lachte en Rogier vulde aan: “Ja. Met name toen de eigenaresse beneden ons met de paarden bezig was.” “Arme René”, mopperde Margot. “Al haar hooi naar de bliksem…”
Fred en Wilma waren de volgenden. “Op het grasveld, voor de caravan van mijn ouders. Tijdens onze huwelijksreis, ’s nachts om een uur of vier.” Wilma giechelde. “Het werd al een beetje licht; als er iemand langs zou komen zouden we ongetwijfeld gezien zijn… Héél spannend! Joline?”
Ze keek me aan en zei toen: “Wij hebben wetenschappelijk bewijs. In Noorwegen, op een prachtig plekje, zo’n 12 kilometer ten oosten van Gol, langs een riviertje met ijskoud water. Op het zachte mos. En dat bewijs: Kees heeft de coördinaten aan Gertie en Rob senior gegeven; die hebben allereerst ons gezamenlijk DNA tussen het zachte mos gedetermineerd en vervolgens ons voorbeeld gevolgd. Helaas hebben nog steeds niet gehoord of de DNA-test geslaagd was; wellicht hebben hun activiteiten ná hun wetenschappelijk onderzoek de resultaten teniet doen gaan, dat weet ik niet.” Ik keek vragens opzij, naar Angelique. “Van jullie hebben we al één afgevinkt item vernomen, An. Maar…”
Ze verblikte of verbloosde niet. “In de hangmat, in de achtertuin van Theo en Gertie, de dag na mijn verdediging, ’s middags rond een uur of vier. Voor de nacht na mijn verdediging hadden we woeste plannen, maar die werden geruïneerd door ene Jonkman die mijn vriendje volgoot met whiskey en een redelijke adrenalinekater bij mij. We kwamen thuis, nou ja… thuis: in Theo en Gertie hun huis, hebben een klein hapje gegeten en zeiden toen tegen elkaar: ‘Slapen!’ Om negen uur lagen we in bed, één minuut over negen sliepen we allebei. Tja, en toen moest er de volgende dag wel wat gebeuren…” Ze lachte zachtjes. “Door de struiken konden we de Linge zien. En daar voeren best wel wat bootjes langs terwijl we bezig waren. Héél spannend als je dan bemind wordt door een leuke ingenieur…”
We grinnikten. “Altijd al gedacht dat jij een beetje exhibitionistisch was, An. Met je radslagen in een rok en jurk… En nu ook… Nou ja zeg.” Fred lachte grommend.
Angelique wees naar Melissa. “Jij daar! Jij bent me veel te stil! En die Rob van je ook. Vertel!” Mel giebelde. “Ik had Robbie verteld over mijn grootste passie toen ik nog op de middelbare school zat. De Amorphophallus titanum, oftewel de ‘Reuzenaronskelk’ in de volksmond ook wel de ‘penisplant’ genoemd. En wat doet die gek: op een gegeven moment rijden we naar Leiden, hij koopt kaarten voor de Hortus en we lopen naar binnen. Maar ja: mijn vriendje bloeide niet, dus was er in feite weinig te beleven…” “En weinig te ruiken, gelukkig”, vulde Rob aan. “Enfin, Rob trekt me achter een stel struiken en dáár hebben we het gedaan… Staand tegen een pilaar van de kas.” Rob grijnsde. “Als mensen daarna wat raars aan ons roken, konden we altijd de smoes gebruiken: “Ja, we komen net uit de kas van de penisplant… Probleem opgelost.”
Claar trok een smerig gezicht. “Getverderrie. Ik weet nog hoe je stonk toen je daar een keer was geweest terwijl dat ding in bloei stond…” Mel giechelde. “En op de dag die ik beschreef stond mijn Robbie nogal in bloei, zussie.” Rob grijnsde, zei voor de rest niets. Juanita kwam langs.

“Dames, heren… Bij jullie is het altijd gezellig en zo, maar wij willen ook wel eens naar huis. Vinden het erg om jullie conversatie elders voort te zetten?” “Sorry Juanita… Jongens, pak even je eigen glas en zo en zet dat op de bar. En de tafels weer even netjes zetten…” Even later stond alles waar het hoorde en gingen we naar buiten. “Ehh… degenen die nog niet gebiecht hebben: de eerstvolgende keer als we in Malden, Amersfoort of Veldhoven bij elkaar zijn: dan zijn jullie aan de beurt!” Fred keek nogal doordringend en ik veegde mijn voorhoofd af. “Pfoe… Hebben wij mazzel, Jolien…” Ze giebelde. “Dan moeten onze ouders én Greet en Anita er ook aan geloven, Kees. Ben ik wel benieuwd naar…” Een lachbui steeg op in nachtelijk Eindhoven. “Nou lui… voordat Carlos en Juanita klachten krijgen: wegwezen hier. En niet toeteren, denk er aan!”
Even later reden we richting huis. “Stelletje gestoorden zijn wij in feite, Kees. Zitten aan elkaar te vertellen wat de spannendste plekjes waren waar we ooit een nummertje hebben gemaakt.” Ik legde een vinger op haar lippen. “Op dat plekje in het zachte Noorse mos hebben wij geen ‘nummertje gemaakt’, schat. We hebben daar de liefde gevierd, denk er aan.” Ze keek lief. “Je hebt gelijk. En dat was heel bijzonder… Beter dan een glibberig badhokje, denk ik. Of een hooizolder…” Lachend stapten we uit. “Ik laat Mocca nog even doen wat een hond moet doen, schat.” Ze knikte. “Prima. En dan een wijntje?” Ik schudde mijn hoofd. “Nee. Zet maar een warm glas melk naast dat bord met die tosti. Slapen doe ik toch wel, schat.” Ze keek me onderzoekend aan en ik knikte. “Ja. Slapen. Ik ben behoorlijk kapot. Eerst door dat gedoe vanochtend bij Mariëtte, en door dat gedans van voor de pauze. Als jij nog een dingetje van je bucketlist wil afstrepen: vanavond gaat ‘m dat niet meer worden, schat.” “Nee, daar zijn we ook nét te laat mee, Kees”, zei Joline ondeugend. “Ik zat er aan te denken: op de dansvloer, met onze hele club om ons heen…”
Ik deed een stap achteruit. “Écht niet, dame, ben jij bedonderd…” Ze gierde van het lachen. “Jouw gezicht… Hihihi… Je schrok je kapot!” Ik bromde: “Ja. En ik zie het voor me. Ooit hebben we het wel eens over de harige kont van Kees gehad, in een tentje naast de camper waar Rod, Ton, Claar en Mel in sliepen. En nu aan dat hele gezelschap mijn meer dan perfecte billetjes tonen? Echt niet, dame. Streep die maar door van je bucketlist. Gaat niet gebeuren!” Ze trok me naar zich toen. “Je bent een saaie vent, Kees Jonkman… Maar toch hou ik van je. Húp, ga Mocca maar uitlaten.”
De hond was er blij mee: op het losloopveld ging hij helemaal los, ondanks dat het er best wel donker was. Gelukkig was het veld redelijk droog; geen modderplas te vinden. Ik rende een rondje met hem mee: Mocca vond het prachtig en sprong hoog tegen me op. “Hoho, kalm aan, Mocca… Zit!” Meteen ging hij naast me zittten, verwachtingsvol kijkend… “Je bent een schooier. Maar wel een mooie schooier, Mocca. Kijk eens…” Een paar brokjes verdwenen zonder gekauwd te zijn in de peilloze diepte van de Labradormaag. Daarna liepen we richting huis: de hond had even wat energie kunnen spuien, nadat hij in de dansschool ‘de brave hulphond’ had moeten uithangen. Zonder lijn liep Mocca keurig rechts naast me, af en toe verwachtingsvol opkijkend… En ik besefte weer eens dat we dit mooie dier over niet al te lange tijd in moesten leveren in Herpen. Het zou dan weer stil worden in huize Jonkman-Boogers… Geen snelle hondepoten als je thuiskwam. Geen lebber over je handen of een staart die tegen een bench slaat… Dat wist je van te voren, Kees! Niet piepen. En als Mocca iemand een stuk levenskwaliteit terug kan geven, is dat véél belangrijker dan de stilte in jullie huis! Met die gedachte stond ik in de lift, Mocca kwispelend naast me.
Toen we tien minuten later de volgende tosties naar binnen werkten, maakte ik Joline deelgenoot van mijn gedachten. Die was gelukkig heel nuchter onder. “Kees, dan hebben we even ‘vrij’. Kunnen in de auto springen wanneer we willen en overal heengaan, zonder na te hoeven denken of Mocca daar wel welkom is. Ja, het wordt dan stil in huis, maar wie weet is het volgende nestje al in aantocht. We hebben deze taak samen op ons genomen en we weten waar we het voor doen. Niet alleen een mooi dier om ons heen, maar ook bijdragen in de opvoeding van een hond die voor iemand anders van levensbelang kan zijn. Denk daar aan!”
Ze keek serieus. Ik knikte. “Daar heb je helemaal gelijk in, schat, maar…” Ze hief een vinger op. “Niet verder! Ik wéét dat je helemaal gek bent op Mocca. Ik ook, het is een schat van een dier. Maar hij heeft een opdracht. En wij helpen hem ermee. En ik weet zeker dat jij zo trots bent als een aap met zeven staarten als Mocca straks als ‘echte’ hulphond naast iemand in een rolstoel loopt. Of, en ik weet dat jij daar stiekem op hoopt, achter een veteraan of een ex-brandweerman met PTSS is de supermarkt staaat om zijn ‘zes uur’ in de gaten te houden. Goed begrepen, Kees?” Haar ogen hielden de mijne vast: waakzaam, oplettend. De ogen van Tony.
“Je hebt gelijk schat. Inderdaad zou ik ploffen van trots als Mocca Hulphond wordt. En of hij ADL-hond wordt, PTSS-hond, therapiehond of epilepsiehond… Het zal me een zorg zijn. Wij hebben ons kleine steentje bijgedragen om iemand te helpen.” Een hand gleed over mijn arm. “Goed zo. Heb je je tostie en je melk op? Mooi. Dan gaan we nu slapen. Want jij bent niet in de mood voor de spelletjes die we meestal na dansles doen. Ondanks dat je vanavond wel héél veel genoten hebt van mijn mooie benen.” Ik grinnikte. “Zeker weten. Dat alleen was de spierpijn al waard, schat.”
Joline mopperde: “Jaja… De spierpijn van Kees Jonkman. Over de spierpijn van Joline Jonkman wordt niet gesproken.” Even later lagen we opgefrist in bed en rolde Joline op mij. “Hé Kees. Weer een beetje uit je sippe bui?” Ik keek haar in het schemerdonker aan. “Sip is het juiste woord niet, schat. Ik ben me bij Mariëtte kapot geschrokken, samen met Fred. En ja, ik bel maandag het Veteraneninstituut op.” Ik grinnikte even. “Dan mag Fred me er naar toe rijden. Zal hij leuk vinden, de ouwe schurk.” Joline kuste me. “Dat mag. Want hij is je bud. En nu gaan we slapen. En als over een kwartier nog niet ligt te zagen, moet je alsnog aan de bak, meneertje. En dan zal dit meisje je eens even helemaal uitputten!”
“Hé, wat vervelend, schat…” Nog een kus volgde, toen gleed ze van me af en kroop tegen mijn rug aan. “Lekker slapen, Kees.” “Zeker freule. Welterusten, freule.” Nog even draaiden mijn gedachten om het incidentje tijdens Mariëtte d’r sportles. Toen haalde ik in gedachten mijn schouders op. Die meid kon dingen uit mensen lospeuteren… Zou me in de dagelijkse praktijk niet overkomen. Slapen, Kees. Spieren aanspannen… en weer loslaten. Aanspannen…en loslaten… De derde keer hoefde niet meer; ik voelde me wegzakken…
Geef dit verhaal een cijfer:  
5   6   7   8   9   10  
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...